2e wind

Dan heb je ook nog die krachtige wind. De wind van toen, van hard ertegenop boksen, een zichzelf verschonende wind.
Die wind, die laat zich nu niet meer spreken, daarvoor ligt 't hier te ver weg van de oorsprong. Daarvoor ligt 't te ver landinwaarts.

Een wind van rechtopstaan ertegenin. Anders kom je niet vooruit. Een wind die van geen fluisteren weet, maar slechts bulderend streelt, langs armen & benen, middel & hoofd. Zodat je voelt dat je omhult bent door veilig. Veilig, want hij brengt je ook weer thuis. Alles spreekt vanzelf met zo'n wind, er is geen verduidelijking nodig, want eenvoudiger kan 't niet.
Een wind van golven, die je niet zullen overspoelen, maar wel de geur ervan met zich meedraagt. Van vreemde verhalen, reddingen & gedenkstenen. Een wind die je leert koesteren, waarderen, leert aanspreken & beantwoorden.
Een zachte ruis die schreeuwt om aandacht, & vraagt waarom hij in dit verlaten oord is neergezet. Die zich probeert te wreken, maar o zo teder z'n oor te luisteren legt. Een zachte ruis die kietelt, 't zand over je oren laat stromen, over je lendenen, je heup, je bovenbeen, je kuit, je voet, & je dan zegt dat je moet blijven.
Een smekend sterven op zomerdagen, die je achterlaat in eigen wateren, wateren die stromen, wateren waaraan je op zo'n dag juist tekort komt.
Een koelbloedig sterven op 't ijs, bij wakken & schotsen, & gierend zwieren laat toestaan, maar alleen vóór hem uit.

& Een wind die je uiteindelijk doet vluchten, voor 'm uit, want zo heeft-ie je 't tenslotte geleerd. Een vlucht ondanks zijn aanwezigheid, een vlucht slechts voortgestuwd. Een vlucht die je vooroverblaast, laat voelen hoe hard de grond, hoe scherp 't fijne gruis. & Toch, toch, weg van daar.

Op 't laatst, als je ver weg bent, wil je slechts een neutrale wind, een lentebries, een tocht door kier.
Slechts af & toe herinner je je nog.
Weet je nog van lang gelee, toen & daar. Waar mensen rechtop stonden, vanwege. Waar 't ruisen bruisen was, waar alles waar, & niets iets.
Weet je nog, toen wind de dwingende gedachte was.
Weet je nog, van toen de wind.

& Zachtjes tikt de wind takjes tegen 't raam. Zachtjes drukt-ie je achterover, zachtjes strooit-ie zand in je ogen.

Zalig zacht stromen stralen waarachtige wind door Zijperspace.

wind

Weet u dat de wind hier heel anders is als tijdens de vakantie? Maakt niet uit waar ik zit in m'n tuin, 't waait hier gewoon anders. Hier bewegen de takken ook wel, net als daar, & neigen ze licht bij een grote aanval van dat wispelturig gegeven (afbreken heb ik hier nog niet meegemaakt), maar 't heeft toch een heel ander effekt.
Alles lijkt veel opener te staan, daar, tijdens de vakantie. Je ziet ook dat alles beweegt; beweegt op de ritme van de wind. De bladeren hebben er ook veel meer lol & zelfs takken lijken nog wel 'ns te schuddebuiken. Zelfs een sombere storm brengt ze niet uit hun humeur.
& Alles is ook veel groter. & Langer. & Overdadig, zodat 't lijkt dat als ik een blaadje van een boom afruk, ik voel me dan evengoed schuldig zoals 't een gewezen padvinder betaamt, als ik zo'n blaadje afruk, dat 't dan lijkt of 't zich alweer heeft toegevoegd. Want zo oneindig is vakantie, van alles is er heel veel. Dus mocht je iets mee naar huis nemen, ga gerust je gang, lijkt 't te willen zeggen, maar wel 1st schuldig voelen, zoals 't een echte padvinder betaamt.

Ook de zon heeft z'n invloed. Hier heb ik bijv een pet nodig, anders leest 't niet prettig. & Ik baal als de zon verborgen is achter de wolken. Terwijl de vakantie mij 't gevoel geeft dat alles 'tzelfde is. & Mocht dat niet zo zijn, dan heb ik altijd nog wel een trui in m'n rugzak.
Hier wil ik ook de boom verplaatsen voor een uur. & Baal ik ervan dat-ie toch nog bladeren heeft gekregen. Terwijl als 't straks warmer is, ik er dan weer heel anders over denk. Nee, dan moet die boom weer terug, op z'n oude plaats. & Waarom-ie zo weinig bladeren heeft, denk ik dan.
Daar ben ik gewoon zelf de sufferd, die zich laat wekken doordat de zon vrij spel heeft om 's ochtends vroeg een sauna te veroorzaken. Dan had ik de tent maar onder de juiste hoek onder een boom moeten zetten.

Ondanks dat 't hier anders waait, is 't toch wel een mooie wind. Deze wind houdt ook van mij; hij weet me gerust te stellen dat alles blijft, ook al lijkt 't dan een tijdje niet. & Ach, zegt-ie, dan zoek je straks die andere wind toch ff op. Dan weet je straks weer wat je aan me hebt.

& Dan kijk ik tevreden voor me uit, in Zijperspace.

rantsoen

Afgelopen woensdag was de paniek al toegeslagen: de deur van Berhout, m'n leverancier van alle ochtendlijke & middaglijke broodbeleggeneugten, zat dicht. Zonder mededeling aan mij vooraf was-ie blijkbaar op vakantie gegaan.
Dat komt er ook van als je slechts op woensdag boodschappen haalt, dacht ik, op zulke rustige momenten denkt die man nog niet aan z'n vakantie de volgende week.

Hevig teleurgesteld & volledig aan mezelf overgeleverd, alsof een junk die niet kon scoren, ben ik toen maar naar een 3e-rangsdealer getogen. Ik heb me filet americain ipv mousson de canard, russisch ei ipv kaastapenade, ham/prei-salade ipv ventricina & een blokje belgische kaas ipv portugese pikante worst aangeschaft. Niet te veel van dat al, wellicht dat Berkhout zaterdag wel open was.
Hevig teleurgesteld belegde ik m'n boterhammen met de div spullen die stuk voor stuk een fabriekssmaakje leken te hebben in vergelijking tot wat ik gewend ben.
Hevig teleurgesteld bestrooide ik enkele daarvan met nog wat xtra peper; de smaak van 't goedje zelf voldeed niet.
Hevig teleurgesteld heb ik alles opgegeten & me suf geflost vanwege de filet die geen afscheid van m'n tanden kon nemen.
Vanochtend had ik geen ontbijtvoorraad meer.

Zou ik van de week misschien te vroeg aan de deur zijn geweest, ging 't hoopvol door m'n hoofd. Gaat die man misschien pas na 9 uur open? Ik zou natuurlijk een kijkje kunnen nemen; 't zou zelfs kunnen zijn dat-ie slechts een paar dagen weg was.
Een wijs besluit: ik vond de deur open, de vitrines volgeladen met mijn favoriete variaties op 't ochtendmaal.
Ik besloot iets minder te nemen dan normaal, ik zou tenslotte woensdag alweer terugkomen. Tot ik een mededeling op 1 van de vitrines aantrof dat Berkhout 't z'n klanten durft aan te doen maar liefst 13 dagen op vakantie te gaan. Aanvang van z'n verblijf elders: zondag 2 Juni.
Mijn ontluistering van afgelopen dagen nog niet te boven, heb ik me 8 soorten paté aangeschaft, 2 tapenades & 3 salami's & m'n vriezer volgeladen.

& Toch zijn we bang dat we deze hongerwinter niet doorkomen in Zijperspace.

bewegingen

Ik heb 't wel vaker waargenomen. 't Is blijkbaar een normale beweging, bedacht ik me voor een kort moment, toen ik 't gister weer 'ns zag plaatsvinden. 't Heeft alleen geen doel. 't Is een beweging om de beweging, zonder enig nut, behalve dan 't tevreden stellen van mijn blik. Als men de verwondering 'tevreden stellen' mag noemen. & Dan nog is men er natuurlijk niet van bewust dat ik op 't moment van de beweging dat gevoel er bij heb. Men weet gewoonweg niet dat ik er getuige van ben.

't Ging ook erg onopvallend, zo totaal van niks bewust. Opeens was die hand daar & zette de beweging in gang. Terwijl de buren nog staande waren, een enkeling alweer kon gaan zitten, trok die hand een lijn, vol in beeld voor mijn ogen. 't Enige wat zich in mijn gedachten afspeelde was de vraag waarom 't plaatsvond, op dat onnozele moment, zonder dat er een gebaar aan vastzat, totaal onoverwogen.

't Kwam eigenlijk doordat er een man moest passeren. Hij wilde zichzelf ook een riant uitzicht op 't podium toebedelen, door op de voorste rij van 't balkon plaats te nemen. Liefst zoveel mogelijk in 't midden. Aangezien de meeste mensen automatisch aan de rand van de rij plaatsnemen, vormt zich zodoende wel 'ns een obstakel van enkele mensen dik. Vooral als de persoon in kwestie pas enkele minuten voor aanvang die plaats in 't midden komt opeisen.

Omstebeurt stonden de mensen op, om zodoende ruimte te creëren, zodat de laatkomer kon passeren. Een noodzakelijk beleefdheidsgebaar waar men nou 1maal niet onderuit kan. 't Veroorzaakt een beetje ongemakkelijke situatie indien men er niet aan meewerkt.
Daar was ik overigens niet mee bezig op dat moment. Ik had op dat moment meer last van plaatsvervangende hoogtevrees. Dat gebeurt wel vaker, heb ik ook last van als ik op tv iemand langs 't randje van een hoge berg zie lopen. Ik durfde om diezelfde reden ook nooit te kijken naar die reklame van Brand bier. Waarbij een man op 't dak van een hoog flatgebouw met z'n schommel boven de diepte heen & weer zwaait. Ik krijg de hoogtevrees ipv de persoon die 't eigenlijk zou moeten hebben.

Die man loopt dus tussen de opgestane mensen & de rand van 't balkon van 't Concertgebouw in. Ik zie onmiddellijk de onmetelijke diepte die zich daar achter bevindt. & De mensen die beneden in die diepte op hun stoelen zitten te wachten. & Ik zie de man een onverwachte beweging maken & 't evenwicht verliezen. Waarop hij natuurlijk over de rand valt, de diepte in. Ik zie nog veel gruwelijker dingen hierop volgen, m'n fantasie schiet niets tekort, maar dat is allemaal niet relevant voor 'tgeen ik probeer te duiden.
Ik word gedwongen te blijven kijken, uit angst, die plaatsvervangende angst, dat de man z'n evenwicht zal verliezen & 't allemaal zo loopt zoals mijn fantasie dat aangeeft. Waardoor ik de beweging zie plaatsvinden. Vlak voordat 't meisje gaat zitten.

Tuurlijk was 't aangenaam om naar de dame te kijken. Ik zal dat niet ontkennen. & Ook 't gedeelte waar de handeling plaatsvond zou zonder die beweging m'n blik wel getrokken hebben. Waarschijnlijk heeft dat ook een rol gespeeld in m'n verwondering over 't waarom van 't gebeuren.

Ze had geen jeuk, want dan gebruik je toch meer de toppen van je vingers & de nagels daarvan. Er zat ook geen kreukje in haar broek, netzomin (voorzoverre waarneembaar van de afstand waar ik zat) in haar ondergoed. 't Was ook zeker niet om te voelen of ze niet te dik was, want er zat echt niet overbodig veel vlees aldaar. Meer van: precies goed. Naar mijn maatstaven dan, maar toch.
Nee, ik heb 't allemaal door m'n hoofd laten gaan, alle motivaties waarom uit & te na afgegaan, beoordeeld, heroverwogen, van een andere oogpunt proberen te bekijken. Maar ik ben er nog steeds niet achter waarom ze haar hand aaiend over haar eigen billen moest laten gaan, vlak voordat ze weer op haar stoel ging zitten. Zachtjes, heel zachtjes, nog net aanrakend, zonder iets van wat ze aanraakte te bewegen, te verplaatsen.

Men moet maar 'ns op gaan letten, zo op straat, deze lente & komende zomer, als de kleding dit soort zelfbetasten totaal zichtbaar maakt.

't Is nl een prachtig gezicht in Zijperspace.

achteraf

Ik moet mij xcuseren: geen noemenswaardig stukje vandaag. In ieder geval niet tot vanavond. Afgelopen nacht ging ik vrij snel na thuiskomst van 't concert naar bed (ong 1 uur vroeger dan ik gewoon ben; zoiets gebeurt me nooit). Ik sliep aan 1 stuk door (normaliter word ik ergens halverwege wakker, kan niet slapen, waarna ik maar een tijdje aan m'n teksten ga zitten pielen) & werd te laat wakker (ipv een ½ uur te vroeg).

Misschien dat 't komt door de grote indruk die het Nieuw Trombone Collectief in 't Concertgebouw op me maakte tijdens 't lunchconcert, 't opleuken van 't 1e homo-huwelijk waarbij ik aanwezig mocht zijn, door Dolly Bellefleur, 't starten van de avond door een fantastisch optreden van Chuck Prophet, & 't flabbergasted achtergelaten worden door Johnny Dowd.

Mijn handen hebben overuren gemaakt, in die zin dat ze nog nooit zoveel gedurende 1 dag gebruikt zijn voor 't slaan op elkaar. M'n oren hebben al die variaties van muzikaal verpozen doorstaan, maar hebben daarbij wel een zeer grote prestatie geleverd, een topsporter waardig. M'n gemoed werd alle kanten op geslingerd & heeft 't gelukkig, door jarenlange ervaring, overleefd.
& Ach, ik zal 't maar niet over de andere lichaamsdelen hebben, zoals daar zijn m'n voeten, m'n benen, m'n lever, m'n longen, m'n handen, m'n armen, m'n hoofd, m'n ontwateringskanaal; 't geheel aan funktionerende elementen maakten 't mogelijk bovenstaande evenementen voor mijn lichaam tot een genoegzaam gebeuren te smeden.

We proberen de div onderdelen van Zijperspace weer tot een geheel te maken.

i'll be killed by his song

Ik heb nog ff overwogen om de laatste cd te gaan kopen, maar ik zag bijtijds dat 't al te laat daarvoor was; de winkels stonden op 't punt te gaan sluiten. Daarom snel nog ff 't biertje gedronken met de sales-manager van een amerikaanse brouwerij ('I'll see you tomorrow, I'll bring a beer for you'), verteld dat ik plots naar Johnny Dowd ga, nog een biertje met Marlies & Hugh, omdat die ook nog eens kwamen aanwaaien & vervolgens thuis tijdens de maaltijd een cd van 'm aangezet. Om in de stemming te komen. Niet om mee te zingen, want dat lukt me toch niet, hooguit meeneurieën (momenteel zingt-ie hier: 'I'm gonna kill you with my song', dat ga je niet meezingen, toch!).

& Ook al is de voorbereiding nog zo kort voor een optreden van de heer Dowd, 't kan niet kort genoeg zijn.

Des te onbezoldigder we de boel tegemoet zien in Zijperspace.

vermaning

Nee, Martijn. Zo moet je 't natuurlijk niet aanpakken.

Kijk, dat je de telefoon aanneemt in afwezigheid van Marco, vind ik niet erg. Dit in tegenstelling tot de bazin van Casa Molero. Zij kan vinden dat je dan 't antwoordapparaat z'n taak moet volvoeren & jij de jouwes, maar ik wil best wat langer wachten voor een kwaliteitsprodukt. Ik wil jou best de gelegenheid geven om de grenzen binnen 't bedrijf te verkennen. Ik hoor 't commentaar van de kenau daarop ook gaarne aan. Puur nieuwsgierigheid, maar daar gaat 't niet om. 't Gaat er om dat de klant zo snel mogelijk wordt geholpen & dat ik er toevallig niet mee kan zitten dat 't wat langer duurt, dankzij jouw bereidwilligheid alle aspekten van 't bedrijf in de vingers te krijgen.

't Is tenslotte m'n vrije woensdagmiddag, de dag dat ik de tijd van de wereld heb. Mocht 't niet zo zijn, dan merk je 't snel genoeg, Martijn. Ik ben vandaag volledig ontspannen, vooral ook omdat ik daarnet prachtige tonen heb mogen aanhoren, die mij tot volledige harmonie met m'n omgeving hebben gebracht. Daar moeten we van profiteren. & Zoals ik al zei: voor kwaliteit wil ik best geduld hebben. Dan treedt de rust als vanzelf in m'n lichaam.

Bovendien moet je collega nog een ietwat ingewerkt worden, daar moet ook tijd aan besteedt. 't Lijkt me heerlijk om in de toekomst door haar net zo adequaat geholpen te worden als door jou (op een enkel puntje na), met net zoveel kennis, met net zo'n ontspannen houding, beleefd & welgemanierd, zonder enige overdrijving. Daar mag best wel wat tijd ingestoken worden, zodat de kassa- & pin-handelingen zonder problemen vloeiend & korrekt verlopen, de artikelen op de juiste manier in zakjes & tasjes worden geplaatst & op een minzame manier gelachen wordt als de klant de zaak verlaat.

In zo'n zaak met precies de juiste olijven, die de juiste gradatie van stank van knoflook uit de mond veroorzaakt, met de juiste chorizootjes, lekker handzaam, lekker zacht, lekker pittig, met de juiste randartikelen die horen bij een winkel in spaanse artikelen; in zo'n zaak is 't een genot om een bepaalde mate van wachten in acht te houden.
Des te meer genoegen 't zal geven de goederen later uit te pakken.

& Daar komen we op jouw fout terecht, Martijn. Op 't aspekt die mij dwingen mijn achting voor jou enkele toonaarden naar beneden te schroeven. Je staat op een plek waar ik zeer veel waardering voor heb; je gedraagt je zoals ik 't verlang van een winkelbediende; je hebt de genoeg info in je hoofd zitten om elke leek, elke gevorderde wegwijs te maken in 't aanbod aan spaanse eetbare genoegens.

Maar je knoopt de plastic zakjes veel te strak dicht. Waardoor 't me 5 minuten heeft gekost eer ik de pittige knoflookolijven in m'n mond kon stoppen. Waarbij de plotse bevrijding van die heerlijkheden vettige vlekken deden veroorzaken op divers materiaal op & rond me.

Geduld is dan geen schone zaak in Zijperspace.

kneuzen

Ik kan de Turk niet uitstaan. Dat ligt aan z'n houding, z'n manier van praten, z'n woorden, de wijze waarop-ie snel binnenkomt & weer weggaat, maar waarschijnlijk ook 't feit dat-ie de nederlandse taal niet geheel machtig is. Hij irriteert door z'n blik & laat nooit iets van een lach zien. & 't Meest irritante aan 'm is dat-ie me 'baas' noemt.
'Ik neem altijd Grolsch. Vraag maar aan baas,' zegt-ie dan tegen z'n pillenklantjes.

Van Alle word ik hypernerveus. Ik ben zelf al niet de meest kalme, maar Alle heeft die drukke eigenschappen in een veelvoud van 10. & Dat juist op de verkeerde momenten.
Alle is aanwezig, ook al houdt-ie z'n mond dicht, of probeert-ie zich op de achtergrond te houden. Ik weet dat-ie er is, voel 'm ademhalen, voel dat-ie een vraag wil stellen terwijl ik met een klant bezig ben. Hij kan zich ergens in een hoekje wegdrukken, maar dan nog weet ik dat-ie meeluistert. Hij spreidt z'n aanwezigheid uit over de gehele ruimte.

'Ah man, ik heb pijn,' zegt de Turk, 'ben van de roltrap gevallen.'
'Oh.'
Niet meteen aandacht geven. Je geeft 'm een vinger, enz.
'Ik ga straks naar ziekenhuis. Man, doet pijn. Ik kan bijna niet ademen.'
'Hoe komt dat dan?'
Plots kan ik belangstelling voor 'm opbrengen.
'Van bovenaf de roltrap bij station gevallen. Helemaal beneden.'
Hij maakt gebaren om de buitelingen die hij gemaakt heeft uit te beelden.
'Dan moet je inderdaad naar 't ziekenhuis.'
'Misschien is 't wel gebroken,' zegt de Turk somber.
'Als 't gebroken is, heb je minder pijn dan bij een kneusing. Waarschijnlijk is 't dus een kneusing.'
'Ah man, ik heb al 3 dagen pijn.'
'Je loopt er al 3 dagen mee?' vraag ik verbaasd, 'dan had je toch al veel eerder naar 't ziekenhuis moeten gaan?'

'Je ziet me de komende weken niet, want ik ben in Drenthe,' deelt Alle mee.
'Oh, maar dat geeft niet, hoor.'
Wederom niet te enthousiast.
'FF 2 weken de drukte uit. FF bewijzen dat ik zonder kan.'
'Weg van de wereld? Ga je afkicken, of zo?'
'Ja, ik moet weer 'ns zonder. & Dat lukt niet in de stad, met altijd dezelfde omgeving. Altijd dezelfde mensen, 'tzelfde circuitje waar ik in beland.'
'Maar als je naar 't buitenland ging, lukte 't toch ook?'
De belangstelling groeit blijkbaar bij me.
'Ja, maar dan kwam ik in 't begin van de winter terug. & Dan had ik weer niks te doen, dus viel ik weer terug in m'n oude omgeving. Nu heb ik een zomer voor de boeg. Dan kan ik in ieder geval gaan varen.'
'2 Weken zonder lukt je dus in ieder geval wel,' weet ik uit voorgaande keren.
'Da's geen moeite. Als ik maar wat te doen heb daarna. Ik doe 't echter niet voor anderen.'
'Nee, van anderen moet je niks aantrekken. Je moet 't voor jezelf doen, toch?'

De Turk komt met een duffe kop terug.
'Ben je nou nog naar 't ziekenhuis geweest?'
'Ja.'
'Ja,' zegt z'n gezelschap, 'ik heb een ziekenwagen voor 'm geregeld. Hij is nu net terug.'
'Wat had je?'
'Kneus. Niet gebroken.'
'Ja joh,' zegt gezelschap opnieuw, 'daardoor heeft-ie zoveel pijn. Bij een breuk was 't minder geweest.'
'Betaal je voor allebei?' vraag ik zakelijk.
'Nee, betaal alleen voor mezelf,' antwoordt de Turk.

& Opeens kan ik me niet meer voorstellen dat-ie iemand gevonden heeft die dat voor 'm wilde regelen.

Er is een grens aan begrip in Zijperspace.

weer

Westmalle is gekleed in een blouse. Daaronder weliswaar een t-shirt, maar toch heel wat luchtiger dan de lange anorak die hij afgelopen winter droeg.
'Voor jou is de zomer begonnen,' constateer ik.
'Voor mij is 't al een tijdje zomer.'
Hij lijkt ergens anders op te doelen. 't Is nu de kunst dat uit 'm los te krijgen, zonder direkte vragen te stellen.
'Niet voor iedereen.'
'Wat bedoel je?'
'Niet iedereen rijdt zomaar rond in slechts een blouse.'
'Ah joh, mensen moeten zich niet aanstellen. De zon schijnt; 't is 20°; 't leven is goed.'
'Je hebt gelijk. Maar 't lijkt de laatste tijd alsof ze 't weer niet meer juist kunnen voorspellen.'
''t Weer klopt wel, alleen de mensen niet.'

Maar klopt die zin in Zijperspace?

schuldgevoelens

Ik word wakker, stap uit bed & schud de comp & mezelf tot leven dmv wat muziek. Precies de goede keuze, want 't past bij de zon die m'n tuin vrolijk belicht. De deuren moeten open & de muziek hard, in zoverre de comp dat toelaat.
De cd van Spinvis behoort toch wel tot 1 van de mooiste van de laatste tijd, moet ik onderkennen. Waarom heb ik 'm alleen maar op m'n comp staan? Terwijl de muziek m'n tuin overdondert & ik me in de ochtendlijke schijnsels voel wegzweven, begint een schuldgevoel zich diep van binnen te wroegen.

't Volgende nr doet zich weerklinken op 't moment dat ik de puinhopen afwas in de keuken probeer te overzien. Tussen die afwas in ligt 't aanrecht bezaait met insektenlijkjes.
Wordt 't niet 'ns tijd dat er iemand opstaat met 't idee waarop de insekten niet eeuwig tegen de doorzichtige ramen opbotsen omdat ze daar hun weg naar buiten denken te vinden? Zodat de mens verlost kan worden van 't schuldgevoel de insekten gevangen te houden in een mensgeconstrueerde wereld.
Ik zie een mot liggen, die ik enkele avonden geleden nog verschrikt hoorde rondbrommen. Enkele kleine vliegjes liggen op de vensterbank, uitgedroogd, onderweg binnenkort niet meer aan een insektenlichaam te refereren. Aan de rand ervan hangen nog wat zielige vleugeltjes, waarvan inmiddels niet meer te herleiden valt wat de oorsprong van 't aanhangsel was.
Ik ben mede-schuldig aan dit slagveld van uitdroging, van hopeloos eindeloos een uitweg zoeken tot die dood van uitputting erop volgde.

Ik moest die cd van Spinvis maar 'ns gaan kopen. Dan krijgt die man toch nog dat beetje geld waar-ie recht op heeft. Dat verdien je als je mooie cd's maakt. & Ik koop gelijk m'n schuldgevoel af.
Plots beweegt de mot. Hij lijkt met 1 pootje vast te zitten onder een omgekeerd glas. Ik schrik een stap terug, bedenk intuïtief methodes om 'm te vermoorden.

Zijperspace is opgebouwd uit inconsequenties.
(Voor ik vergeet: voor de bezitters van een snelle internetverbinding; dat heeft iedereen toch tegenwoordig?)

2e maal passeren

Als ik iets wil hebben, dan moet 't liefst zo snel mogelijk. Ik ben dezelfde middag nogmaals richting de Slegte getogen, om de 2 ontbrekende romans van Pavese aan te schaffen.

Er zitten echter van die regeltjes in m'n hoofd die mij 't hoofd dol maken. Zoals nooit je gezicht te snel opnieuw tonen aan een dame. Vooral niet als de 1e ontmoeting behoorlijk veel kopzorgen deed ontstaan. Dan kan je beter je best doen de plek van eerder treffen te ontwijken & te wachten op een toevallige rencontre. Dat zorgt voor enige ontspanning in de houding tov.
Terwijl tegelijkertijd de regel door m'n hoofd speelt dat je je nooit ergens druk over moet maken & je moet doen wat je hart je ingeeft.
Zo zijn er nog meer regels die mij immer parten spelen bij dergelijke gelegenheden, maar deze 2 geven aan 't gebeuren nog een enigszins overzichtelijke uitleg.

't Ging tenslotte om 2 boeken die ik graag wilde hebben. Dat was alles. Boeken van 1 van de beste auteurs van na WO II, om er maar wat xtra kracht achter te zetten & m'n motivatie wat nader te verklaren. Als de dame om de hoek studeerde, wat ik allang al wist, maar zij wist niet dat ik dat wist, zou dat betekenen dat ze letteren studeerde. Dat deed in ieder geval iedereen in 't Bungehuis in de tijd dat ik ff verderop in 't PC-Hoofthuis 'tzelfde deed. & Als zij bij letteren zat, zou ze natuurlijk hebben gezien, vooral ook omdat ze in een boekwinkel werkte, dat ik slechts literatuur van een belangrijk schrijver meenam. Dan zou ze ook bemerken dat ik terugkwam voor de 2 mij ontbrekende delen.

Ik stoof de winkel in, totaal negerend dat zij er nog steeds stond te cassièren. Daarvoor wilde ik reeds de Kalverstraat op m'n fiets doorkruizen, maar werd daarbij belemmerd door een dikke haag schuifelend publiek.
'Kan dat gepeupel nou in ieder geval op zondag de grote stad met rust laten & hun rustig leven voortzetten in de provincie,' dacht ik sjachrijnig, dit vooral veroorzaakt door m'n concentratie voor 't streven naar m'n doel.
't Ging allemaal niet zo snel als ik wilde, vandaar dat 't binnenstuiven tot doel had de verloren tijd, 't afgeleid worden van m'n missie, goed te maken. Hup, rechtstreeks richting doel, richting boeken van Pavese die binnen enkele minuten mijn eigendom genoemd konden worden.

'Ik zou wel andere xemplaren nemen,' zei de kassa-dame, 'want deze hier zijn slechts om in te kijken.'
't Staat er ook altijd dik met een sticker er op aangegeven: blijf met je fikken van deze boeken af, tenzij je ze alleen maar in de winkel zelf wilt betasten. Maar dan in andere woorden.
'Maar je mag straks wel weer vooraan in de rij aansluiten.'

Opnieuw aan de beurt probeer ik uit te leggen hoe ik de winkel in kwam stormen om de boeken uit 't schap te halen. Dat ik ze perse moest hebben. & Hoe vaak 't me wel niet gebeurd was, juist met 't boek met sticker bij de kassa te staan & dat ik 't waarschijnlijk nooit leer.
God, wat verviel dat in hopeloos xcuserend gemompel, steeds slechter te verstaan. Tegen iemand die druk bezig was m'n boeken op te zoeken in de kassa-comp, te pogen de rij tot een enkeling te reduceren.

Ik heb vanaf dat moment ontzettend m'n mond gehouden, kon de 'tot kijk' nog maar net uit m'n mond peuteren.
Zij was reeds bezig 't zware boek van de volgende klant te verwerken.
Dat deed ze eigenlijk al op 't moment dat ik aan 't pinnen was.

Er zou een verbod op 't herhaald betreden van bepaalde plekken moeten zijn in Zijperspace.

trio

Merel is net zo min als haar lezers gek van de zigeunertrio's, die regelmatig een zeer kortstondig optreden proberen te volvoeren in de smalle paden van de treinwagons.
Ik heb 't ook 1maal mogen meemaken in soortgelijke situatie. Doordat 't een mij opgelegde belevenis was, temidden van zeer veel mensen op een klein oppervlak, kon 't mij ook niet bekoren. Men heeft al zo weinig leefruimte op een moment dat men juist op weg is van 't openbare leven naar 't leven van zichzelf, de eigen woning. In dat overgangsgebied hoort men niet zo wreed in te breken.

Totaal anders ervaarde ik 't trio, dat voor m'n deur de buurt stond te amuseren. Letterlijk amuseren, want iedereen stond in z'n deuropening of op z'n balkon te genieten van hun spel, dat vrolijk de ruimte tussen de hoge muren van de woningen vulde.
In 1e instantie dacht ik dat ze een balkon toespeelden, een opdracht uitvoerden door een muzikale aubade aan een dame uit te voeren, omdat ze zich leken te richten op de mensen staande op hun balkons. De trompettist had zelfs een romantische bloem aan z'n instrument bevestigd, waardoor m'n indruk versterkt werd.

Ik kwam aanrijden, net terug van werk. De muziek kwam me tegemoet waaien terwijl ik m'n straat inreed. Waarom staan alle mensen daar buiten? dacht ik. Precies voor mijn deur. Of er tegenover. Of schuin erboven.
& Iedereen keek vrolijk. De moeder met kinderen staand naast hun fietsen, de man met z'n vrouw vooroverleunend aan de reling van hun balkon, m'n buurman die met een handje vol geld de deur uitliep. Iedereen keek verwonderd lachend naar 't trio.
De trompettist richtte zich al blazend naar de bovenbuurvrouw die een dichtgeknoopt zakje met geld had laten vallen, z'n gezicht vleiend zacht, met een ogenschijnlijk gemeende lach. De saxofonist pauzeerde ondertussen om 't zakje op te rapen.

Ik zette m'n fiets binnen, de deur wijdopen, gooide m'n jas uit, m'n pet af, bleef in de deuropening nog ff staan kijken. De straat was opeens een buurt. We leerden eindelijk elkaars glimlach kennen, de sprakeloosheid van elkaars gezicht aflezen.

Van een 30-tal meters kwam een groepje kleuters aangelopen, enkele hadden de handen ineengeslagen. Langzaam, stapje voor stapje. Nieuwsgierig naar wat voor bijzonders nog nooit vertoonds zich bij ons in de straat afspeelde. Ze bleven staan op 5 meter afstand.

& 't Trio speelde verder.
& Liep de straat in.
Ver weg, verzonk 't geluid tussen de woningen.
& Leek nog minutenlang in de hoofden van de bewoners door te spelen.

Er was een straat in Zijperspace die plots buurt mocht heten.

nadeel

Er zijn vele nadelen aan 's middags aangeschoten raken. 1 Ervan is dat je 's avonds nuchter moet worden. Tenminste, in bepaalde mate gebeurt dat als je na de drank-inname een avondmaaltijd nuttigt. Waardoor je vaak, ik in ieder geval wel zo vlak erna, in slaap valt.
Dan kan men opmerken: je kan dat eten toch uit ook tot vlak voor slapen gaan uitstellen.
Ik ga echter al naar huis op 't moment dat ik denk dat 't verstandig is (daar ben ik vreemd genoeg altijd nog toe in staat), zodat ik er de volgende dag niet al te veel aan herinnerd hoef te worden.

Als je in slaap valt, is 't over 't algemeen ook de bedoeling dat je weer wakker wordt. Dat moment van ontwaken valt na zo'n middagdronk bij mij over 't algemeen vroeg in de nacht, of zogezegd, laat op de avond. Waarna 't hoofd niet onmiddellijk bereid is de slaap voor de rest van de nacht te vatten. 't Wil 1st wat verpozing, denkt 't sjacherijnig, ontspanning, afleiding; geen aandacht voor 't bonkend gedeelte van 't hoofd, 't halfslapend hoofd.

Tot diep in de nacht wordt er dan aandacht besteed aan onzinnige dingen, waarvan ik de essentie de volgende dag alweer vergeten ben. Ik zit bijv uren achter de comp, te staren naar 't web, denk ik later. Ik raak geen boek aan, geen cd wordt er afgespeeld, de tv blijft uit, obsessief lijk ik m'n tijd door te brengen met iets wat de tijd doet vliegen.
Maar erger nog: waardoor ik de afspraken van eerder op de dag totaal kwijt raak.
Dat besef ik dan pas de volgende dag.
& Ik besef me bovendien dat iedereen de hele tijd dingen opschreef, gistermiddag. & Dat ik dat niet nodig vond, want dat zou ik wel onthouden.

Da's een nadeel van alcoholgebruik in de middag in Zijperspace.

hoofdrol

Laat me nog 1maal dj zijn
de meester van de omgang
de weerschijn van een maan

de volle gloed, een ster heel klein,
maar de hoofdrol van elks verlang
naar later, naast 't zelf-bestaan.

de regelaar van 't geluid dat reist
dat zwierig zweeft & zalig stil
op momenten waar 't niets vereist
duidt op uiteindlijk aaklig kil.

Laat me nog 1maal dj zijn in Zijperspace.

passeren

6 Boeken van Cesare Pavese bij de Slegte in de ramsch: per stuk slechts € 6,-!. Uit 't schap pakte ik 4 delen waarvan ik zeker wist dat ik ze nog niet in m'n boekenkast had staan. De andere boeken die ik reeds in handen had, heb ik maar teruggezet; ze haalden 't toch niet bij Pavese.
Ik moest zelfs aan een medewerker vragen of ik 't inkijk-xemplaar mocht nemen als dat de laatste was. Onee, nee, hij was nog maar net begonnen met Pavese in de kasten te zetten. Ze stonden nog op 't karretje.

Voldaan over de vondst & 't feit dat ik er zo vroeg bij was, begaf ik me richting kassa. Terwijl ik door 't meisje geholpen werd, vroeg ik me af of ik een opmerking durfde maken. Zij was druk bezig met scannen, kassa bevelen geven, papiertje pakken, boeken erin leggen, plakbandjes plakken, al 'tgeen een kassa-medewerker in een boekenwinkel doet. Ik was druk bezig met gedachtes die klanten normaliter niet bezigen.

'Loop jij wel eens door de Paleisstraat?'
Ik durfde 't. In de euforie van de vondst van Pavese voor geen geld, had ik genoeg moed blijkbaar in m'n lichaam verzameld om haar de meest onnozele vraag te stellen. Nou ja, wist zij veel dat ik dondersgoed wist dat zij al minstens 2 jaar 2-maal per week heen & weer m'n winkel voorbijging.
Ze keek me vragend aan. Paleisstraat? scheen ze te denken.
'O, dat is de straat van O'Reilly's & van Dale?'

Ze had me dus nog nooit zien staan. Noch ín de winkel, naar buiten starend vanachter de kassa, noch er vóór, op mooie dagen, als ik m'n lunch verorberde, zittend op een kratje. Terwijl ik haar wel vaak genoeg had geregistreerd. Niet omdat ze nou een wonderschone verschijning was. Ze moest 't meer hebben van de algehele uitstraling. Uitstraling die mij blijkbaar aansprak, want ik zou me niet voor de geest kunnen halen hoe haar vriendinnen er uit zien.

'Nou, ook van de Bierkoning, want ik zie je daar wel 'ns voorbij gaan als ik sta te staren door 't raam.'
'Ja, ik studeer daar om de hoek,' dat had ik ook wel door, 'dus als we ff niks te doen hebben gaan we koffie drinken bij van Dale of O'Reilly's.' & Dan kijkt ze niet wie ze zoal passeert.
'Zoiets vermoedde ik al,' zijn m'n laatste woorden. Je moet 't nog wel een beetje spannend houden. Hoewel: ik zei d'r ook nog gedag.
Zij lachte breeduit, geheel gecharmeerd van 't feit dat ze herkend was. Ze zou niet zo snel meer onoplettend m'n winkel passeren.

Thuis heb ik alle kasten afgezocht naar m'n reeds verworven boeken van Pavese. Ik moest al snel tot de conclusie komen dat ik ze toendertijd waarschijnlijk allemaal van de bieb geleend heb, want slechts 'Leven als ambacht' vond ik terug.
Nu staan er nog 2 boeken op me te wachten in de Slegte, maar ik weet niet of ik wel deze zelfde dag nogmaals durf te gaan.

't Koopgedrag in Zijperspace laat zich door onnavolgbare aspekten beïnvloeden.

devo

& Geen opmerkingen over 'at your service' nav 't plaatje!

Een stel limburgers zag voor aanvang van 't concert hun kennis Leo bovenin de zaal zitten.
'Leo!'
Leo reageerde niet.
'Leo!' maar ditmaal geen limburgs accent.
'Leo!' klonk de stem er vlak naast.
'Hé Leo!' riep iemand vanaf de andere kant van Carré.
'Leo!' 'LEO.' 'Leeeeooooo.' 'Leo!' Leeééejoooo!'
Overal vandaan werd Leo aangeroepen. De hele zaal deed mee. Z'n vrienden doken gehaast weg in de massa.
Ik kon 't zelf ook niet laten ff Leo te roepen. Kreeg daarop al snel een por van Lange Ton, die er niet van hield de aandacht te trekken.

Dan was Lange Ton in zijn kledij toch ff op de verkeerde plek, vond ik. Een concert van Devo, waar geheel alternatief Amsterdam op afkwam, & 2 jochies uit Den Helder, waarbij iedereen, op 1 na, de burgerlijke kledij van ribbroek & blokjesblouse & degelijke zwarte schoenen allang al had afgezworen. Alleen de linnen schoudertas was een concessie die Lange Ton naar de moderne tijd had gedaan. Omdat hij daarmee nou 1maal makkelijker z'n platenaankopen kon dragen. & Af & toe er een hengst mee kon geven als ik een te snedige opmerking over hem maakte.

't Was een prachtig concert, dat 1e concert van ons in de grote stad. We liepen verdoofd gehaast naar de laatste trein bestemming Den Helder terug. Zelfs toen ik 2 uur later in bed stapte was ik nog verdoofd; 't bleef piepen in m'n oren.
M'n 1e concert, m'n 1e gehoorbeschadiging.

Maar we zijn allang niet meer devoot in Zijperspace.

adem

Esther bleef een nachtje bij me slapen. Zeer gezellig. We hadden reeds een gezellige avond achter de rug, maar dat ze bleef slapen maakte ons samenzijn kompleet. Zo'n nacht van niet makkelijk te vergeten.
Bij 't ochtendgloren, hoewel die officieel allang verworden was tot middagschijnsel, werden we wakker & kwam ik erachter dat ze uit haar mond stonk.
Dat soort verschijnselen hebben geen positieve invloed op de gevoelens die zich juist op dat moment dienen te ontwikkelen bij mij. Alles werd afgemeten aan de geur die ze verspreidde. & 't Werd drastisch beïnvloed door de mate waarin ik haar gezicht durfde te naderen.
Ach, 't was in ieder geval gezellig geweest, daar moesten we 't maar bij laten.

Een maand later kwam ik Esther weer tegen in de Buurvrouw. Na afloop van 't Eurovisie Songfestival. Ze was daar met al haar vrienden. Dat bleken er nogal wat te zijn: een groep vrienden die elk jaar bijeenkwam voor 't gezamenlijk in stijl bekijken van 't gebeuren. & In stijl betekende met ornamentjes, versiering, frivoliteiten, drank & vooral veel gejoel. & Achteraf doordrinken in de stad. De stad zijnde de Buurvrouw. Ook mijn stamkroeg in die tijd.
Gezeten bovenop 't biljart stelde ze me voor aan 1 van haar beste vriendinnen. Vertelde waar ze vandaan kwam, vertelde waar ik vandaan kwam. & Liet ons toen in de steek. Hele avond niet meer gezien. Waardoor ik wel aangewezen was op een gesprek met haar vriendin, die voor de rest niemand kende in Amsterdam.
Gesprekken met mensen die je niet kent kunnen onnoemelijk saai zijn, vooral als je ertoe gedwongen wordt.

& Ik bleef maar denken: 'Hé, ik was de 1e die dacht dat 't niks zou worden. Ook al heb ik dat niet laten merken. Behalve dat die afscheidszoen misschien wat huiverig was. & Ik merkte op dat moment ook niks van enig enthousiasme bij jou. Maar op dat moment wilde ik 't nog wel een kans geven, maar niet nogmaals die adem m'n gezicht ingeblazen krijgen. Hé, ik dacht dat ik de 1e was, dus moet je mij niet zo stoer afschepen.'

& Toch zijn we blij dat we normaal kunnen ademhalen in Zijperspace.

rooie (vervolg)

Ze kwam vlak na mij binnen. Ik in m'n vrije tijd & zij blijkbaar ook.
'Hoi Rob. Hoi Peet. Hoi Piet,' was mijn binnenkomst. Zij liep rechtstreeks naar de opening van de bar om te vertellen hoeveel flesjes ze wilde hebben. Waarop ik zo snel mogelijk vertrok naar achter om haar vooral niet in de rij wachtenden te hoeven ontmoeten. FF vanuit 't voorraadhok achter de bar met m'n collega's die wel werkten communiceren.

Marien plaatste de door haar bestelde flesjes bier in haar tas, kon ik zodoende zien. Maar 1st schudde hij ze ijverig: 'Ze zat alweer te zeuren over 't schuim.'

Ze bleef langer hangen dan gewoon doordat ze in contact raakte met oud-collega Rob, die toevallig langs was. Ze gingen zelfs gezamenlijk aan een tafel zitten, waarbij Rob bier voor hun beiden haalde.

'Liefde op 't 1e gezicht,' zei ik voor de grap tegen Marien.
'Als ze dat maar laten,' zei Sas, 'dan kom ik nooit meer bij Rob langs.'
Ze zaten inderdaad net ff te knus tegenover elkaar.
'Als dat wat wordt,' ging Sas verder, 'dan neem ik ontslag.'
Ongemerkt dachten we 'tzelfde als Sas.
Gelukkig komt Rob niet meer zo vaak langs, bedacht ik er snel achteraan.

We hebben nl ook een boterham nodig, naast bier in Zijperspace.

10e ergernis over ding dat z'n eigen ding doet

Alle vroeg me of ik schreef om dan alles van me af te schrijven.
'Nee. Ik schrijf. (...) Gewoon.'
Ja, Alle schrijft als hij schrijft van zich af. Alle krijgt blijkbaar 't gevoel dat 't probleem in z'n hoofd dan minder wordt. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat-ie probeert te schilderen. Dan kan-ie z'n gevoelens uiten.

Niet dat ik er niet in geloof; 't zou best kunnen dat 't juk van de wereld op m'n schouders lichter wordt, 't schrijven therapeutisch werkt. Ik merk 't echter niet daadwerkelijk. Dus ga ik er vooralsnog niet vanuit.

De ergernis blijft nl. Ook al maak ik er melding van. 't Blijft irritant dat er straaltjes uit de douchekop eigenzinnig in m'n oor spuiten als ik m'n oksels probeer te spoelen. & 't Blijft irritant dat je een straaltje denkt recht te hebben gestreken ('t lijkt te helpen: ff met de vinger over de plek waar dat verminkte straaltje z'n oorsprong heeft), waarna 't plots met onverminderde energie rechtstreeks je oog probeert te belagen.

We proberen de wilde waterstromen te reguleren in Zijperspace.

vrijheid

Ik ga proberen weg te gaan. In ieder geval 1 dag plots de deur uit te zijn. Weg van huis, weg uit Amsterdam.

2 Dagen vrijheid overvallen me een beetje. Ieder ander is gewend een weekend te hebben, die over 't algemeen bestaat uit 2 vrije dagen achter elkaar. Zoiets gebeurt mij slechts zelden.
& Als 't me gebeurt, heb ik de tijd al lang van te voren bestemd. Ik weet dan wat ik ga doen. Nu moet ik plots bedenken wat ik ermee wil; pas afgelopen donderdag werd dat me duidelijk.
Ik weet in ieder geval dat ik mezelf niet wil isoleren in weer dezelfde ruimte. Die smalle ruimte die steeds smaller wordt naarmate ik meer vrije uren heb, op 't moment dat ik er niet aan gewend ben.
Ik moet ervaren dat ik vrij heb. 2 Dagen achter elkaar.

Er is echter de angst dat ik morgenvroeg de stap niet aandurf. De ontwaking niet over me heen wil laten komen, 's ochtends in bed, zodat ik vroeg de deur uit kan. Om 't weekend inderdaad ook 't weekend te laten zijn. Daar moet ik nl vroeg in de morgen mee beginnen, anders vliedt 't weekend van mij weg.

't Begint nu al, die angst voor 't durven. 't Kost me al moeite 't boekje tevoorschijn te halen met de beschrijving van 't wandelpad. Een pad waar ik m'n tijd, m'n energie op kan botvieren.
Tuurlijk ben ik niet bang voor regen, voor gemiste paden, leegtes in landschap, zwijgende bomen, rillende bladeren. 't Enige waar ik bang voor ben is de stap te maken.

Die grote stap weg uit Zijperspace.
Update: ik ben uiteindelijk een wandeling wezen maken 'volgens 't boekje', waar ik 't eerder over had. Slechts 1 dag; nu nog op naar de volgende.

rooie

We hebben allemaal een hekel aan haar, maar ik nog een beetje meer dan de rest. Eigenlijk moet ik zeggen dat we geen van allen zin hebben om haar te helpen, we gaan 'r uit de weg. & Ik nog een beetje meer, omdat ik door m'n andere baan de mogelijkheid heb haar nóg 2 dagen in de week te zien. 5 Dagen in de week iemand moeten helpen die je liever niet ziet, omdat ze je niet ligt, is te veel.
Ze heeft ondertussen al de bijnaam 'de Rooie', niet alleen om haar rode schoudertas. Vooral door haar rode kop die ze heeft, terwijl ze op haar flesjes bier zit te wachten. De volgende dag heeft ze ze alle 8 alweer op. 't Laat zich raden waar ze die rode kop van heeft.

We kunnen er elke keer niet over uit: hoe ze elke keer overal onderuit probeert te komen. Heeft ze weer geld tekort: 'Mag ik dat misschien morgen bijbetalen?' Wil ze koud bier dat eigenlijk voor gebruik in 't proeflokaal bestemd is; ze krijgt 't voor elkaar enkele mee te krijgen. & Achteraf is iedereen heftig verontwaardigd. Hoe heeft dat nou weer kunnen gebeuren?
'Nee,' luidt onze botte reaktie tegenwoordig.
Ook al staat ze geduldig te wachten op haar beurt & laat ze desnoods mensen voorgaan, 't vergroot slechts onze afkeer van haar. Want dan komt ze weer met haar zijïge stem zeuren om enkele flesjes. & Moet haar weer opnieuw verteld worden wat de prijs van de div soorten bedraagt. & Welk bier welke smaak, welke kleur, welk alcoholpercentage heeft.
Je bent daardoor zowiezo 5 minuten met haar bezig.

Al zou ze dit soort gedragingen niet vertonen, dan nog zou de hekel aan haar verschijning vanzelf ontstaan. Ze roept 't op zichzelf af; 't ligt aan haar uitstraling, haar houding, haar stem. Zogauw je haar ziet, zie je een onverzorgd huis voor je; stel je je haar lichaamsgeur voor zogauw je in de nabijheid van een meter komt, die gedachte alleen al doet je terugdeinzen; denk je dat ze weer een poging gaat wagen alles zo goedkoop mogelijk te krijgen.

Ik help haar niet meer. Ik ben verdwenen zogauw ik haar aan zie komen, heb opeens wat anders te doen. M'n collega's accepteren dat, waarschijnlijk omdat ze weten dat ik haar nog wat vaker zie dan de rest. Ze ontzien me, zogezegd.

Tegenwoordig wil ze er ook meteen een biertje uit de tap bij. Die ze dan in een rap tempo achterover slaat.
Vanmiddag begon ze echter te zeuren over dat er te veel schuim op haar bier zat.
'Kan er misschien wat minder schuim op?'
'Ik heb 'm normaal getapt. Iedereen krijgt zoveel schuim,' antwoordde m'n collega.
'Ik hou niet van zoveel schuim.'
'Ik ga niet met een spatel 't schuim eraf scheppen. Dit is een goed getapt biertje & zo willen we dat ons bier er uit ziet.'

Ze hield haar mond & dronk haar glas leeg.

'Een beetje zitten zeuren over teveel schuim,' vertelde m'n collega na afloop van 't werk, 'nou, ze moet niet zeuren, want toevallig heb ik met alle flesjes die ze kocht in 't hok een tijdje staan dansen. Ze zijn heerlijk door elkaar geschud. Kijken of ze thuis dan nog klaagt over schuim op haar bier.'

& Elke keer denken we dat 't haar laatste keer was in Zijperspace.

drugs

Alle vertelt over hemzelf & z'n familie.
'Ik was altijd al 't pispaaltje. Zeiden ze dat 't nooit wat met mij zou worden. Maar moet je nou kijken. Ik gebruik nog steeds wel methadon, maar ik leid voor de rest nog een redelijk normaal leven. Ik kom tenminste nog buiten. M'n broer & m'n moeder bijna helemaal niet meer. Die kunnen nog nauwelijks voor zichzelf zorgen.

'M'n broertje, m'n broertje die dronk op 8-jarige leeftijd de fles sterke drank van m'n vader leeg. Dat was gewoon lachen, vond-ie. Ik kon er ook wel om lachen, dus moest ik ook een slokje nemen, zei hij, maar ik verslikte me al bij 't 1e slokje. 't Brandde verschrikkelijk in m'n keel. Misschien is dat wel m'n redding geweest, want ik durfde daarna niet meer de sterke drank aan te raken. Nog steeds niet trouwens. Terwijl ik wel allerlei soorten drugs m'n lichaam heb ingebracht kan ik niet tegen sterke drank.
M'n broertje wel. Die vertelde dat-ie juist dat brandende gevoel zo lekker vond. Dat vertelde hij op z'n 12e. Moet je nagaan. Toen was 't al een gewoonte van 'm om stiekem slokjes te nemen als m'n ouders er niet waren.
Hij omschreef 't alsof-ie dat gevoel van hete sambal lekker vond. Dat besefte ik me pas later. Hij was gewoon verslaafd aan die tinteling in z'n keel. Net als dat je als kind gek bent van een snoepje. Voor hem was 't dus een snoepje. 't Was 'm nooit verteld dat 't kwaad kon. Dat kwam dan weer doordat m'n moeder altijd al dronk.

'M'n ouders scholden me uit toen ze er achter kwamen dat ik drugs gebruikte. Alsof alcohol geen drugs was, & zij niet verslaafd waren daaraan. Alsof alcohol geen kwaad kon.
Ik mocht niet meer thuis komen. Wat ik allemaal niet fout gedaan had. Ik was volgens hun niet te vertrouwen.
Nou klopte dat ook wel toendertijd, maar kijk eens hoe 't nu met me gaat.
Terwijl er door andere mensen boodschappen gedaan moeten worden voor m'n moeder & m'n broertje. Bijna niemand wil dat nog. Want dat huis dat stinkt, verschrikkelijk. Ze maken er bijna niks schoon. 't Enige wat ze doen is drinken & voor de tv hangen. Ze zitten alleen maar opgezwollen te zijn in hun stoelen.
Dat is ook 't enige zo'n beetje wat er aan boodschappen gedaan moet worden, maar zeg nou zelf: dat zou jij toch ook niet doen. Alleen maar flessen wijn halen voor een stel dat niet meer 't huis uitkomt vanwege die drank.

'1 Keertje, man, 1 keertje, 't was op een feestje van een buurmeisje. Hij wist niet hoe hij normaal met mensen om moest gaan. Hij dacht dat 't stoer was als je dronk. Dus hij had een fles sterke drank van de tafel genomen. Terwijl iedereen bier dronk, dronk hij die fles leeg. Gooide 'm zo achterover. & Weer naar iedereen lachen dat 't 'm niks deed. Hij dacht dat 't stoer was. Maar hij zag niet dat mensen dat raar vonden. Hij dacht dat ze bewonderend keken. Dus de volgende fles pakte hij ook. Zo is-ie gewoon doorgegaan; hij had de hele avond een fles sterke drank in z'n handen. Nou ja, de hele avond: na 3 flessen was voor hem 't feest afgelopen. Lag-ie buiten voor pampes. Hij had geen normaal woord met anderen gewisseld.

'Hij was op z'n 15e al hartstikke alcoholist. Z'n lever moet nu wel helemaal kapot zijn. Ik denk ook niet dat ze nog lang leven, die 2. Samen in een woning & 't enige wat ze nog kunnen is drinken.
& Dan zaten ze op mij te vloeken.'

Daarna raakten we niet meer zo snel sterke drank aan in Zijperspace.

vinden

De opdracht was zoveel mogelijk plaatjes van muziekinstrumenten, met liefst bijbehorende verhalen, te halen uit kranten & tijdschriften. We moesten dat uitknippen & opplakken in een schrift, een speciaal daarvoor bestemd schrift. & 't Zou leuk zijn als we daar ook nog wat bij schreven. Dat we dat schrift dan meenamen naar de muziekles, zodat we er over konden praten. Over de plaatjes & de getoonde instrumenten.
Mijn ervaring met muziek was niet meer dan dat. 't Was niet eens droogoefenen; 't was slechts 't verzamelen van plaatjes & dan praten over die plaatjes. Verder mocht ik ook nog wat noten bekijken, maar niet meer dan dat.

& Toch ging ik enthousiast aan de slag. Vertelde iedereen in de familie dat ik plaatjes nodig had. Plaatjes van muziekinstrumenten. Uit tijdschriften. Ja, kranten mochten ook, maar vooral zoveel mogelijk. Want ik wilde natuurlijk wel laten zien dat ik de grootste verzamelaar van muziekinstrumenten-plaatjes was.

't Schrift was niet zo'n probleem. Mijn vader had ze in alle soorten & maten. Moest ik 'm wel lief aankijken, want niets ging vanzelf, maar toen ik vertelde dat 't voor muziekles was, was 't schrift binnen. Ik had desnoods een klapper kunnen krijgen, of een schrift op A3-formaat, of een kladblok van gerecycled papier; m'n vader had beschikking over alles.

Maar ach, die plaatjes. 't Was dat er tijdens de 1e week van m'n zoektocht een orgel vanwege recente restauratie in 't nieuws kwam. Ik geloof een kerkorgel in Alkmaar, of anders Haarlem. Hij was in ieder geval zeer groot.
Had ik alvast m'n 1e duidelijke foto te pakken.
Een maand later volgde pas de 2e. Precies dezelfde foto. Daarna niets meer.

Ik wilde niet meer naar de les. Waarom ik geen praktijk mocht volgen, was m'n vraag aan m'n ouders. Waarom moest ik muziekles als een buitenstaander volgen? Niets dan theorie kreeg ik voorgeschoteld.

Daar moest ik aan denken toen ik 't orgel van 't Concertgebouw zag. Een orgel minstens zo groot als de orgel die ik als krantenknipsel in m'n schrift had geplakt. & Die leek al immens groot.
Ik had 't orgel natuurlijk wel eerder zien staan, maar hij was nog nooit in mijn aanwezigheid bespeeld. Nu raakte iemand de toetsen aan & dat onnoemelijke ding kwam tot leven. Net als de herinnering aan eerdere zoektochten.

Harry gaf een voorbeeld in 't engels & vertaalde die meteen in 't zweeds. Met diezelfde wonderlijke zinsopbouw.
'The friend you can rely on.'
'Vännen man kann lita på.'
Misschien iets anders, ik wil 't me eigenlijk niet al te goed herinneren.

Of we 10 soortgelijke zinnen wilden halen uit kranten & tijdschriften. Waarbij we moesten vermelden waar we de zin vandaan hadden. Zinnen die op dezelfde manier waren opgebouwd: met een voorzetsel als afsluiting. Iets wat in de nederlandse taal niet mogelijk was.
Daar was Harry op afgestudeerd. In Zweden, cum laude. Hij had er 't meest saaie boekje over geschreven dat er op dat taalgebied bestond.

Ik heb 3 weken lang alle zweedse kranten & tijdschriften die wij studenten Skandinavistiek ter beschikking hadden doorgenomen, hele archieven doorgespit. Een ouderejaars vertelde me dat hij er toendertijd gewoon 7 verzonnen had. Maar ik kon die 1e 3 nogeneens vinden.
Ik kon er slechts 1 vinden.

& Ik besloot dat zweeds een te saaie taal was voor Zijperspace.

colberts

We weten 't vaak al van te voren. We hebben er in ieder geval een vermoeden van dat er iets mis zal gaan met zo'n groep. Een vermoeden bestaat dat ze bij sluitingstijd te snel te veel sterk bier gedronken blijken te hebben. 't Zou kunnen dat ze ruzie met een reguliere klant krijgen. Of mogelijk worden ze te luidruchtig. Er is altijd wel iets waardoor je aan 't eind van de avond niet blij bent geweest dat zo'n groep is langsgeweest.

Er komen gerust wel vaker mannen in pak langs. Er is zelfs een geregeld weerkerende groep die aan 't eind van hun vrijdagse werkdag bij ons hun weekend komen inluiden, in werktenue. De tijd dat dit soort mensen met een scheef gezicht werden aangekeken ligt al ver achter ons. Degene die toendertijd schampere opmerkingen maakte, loopt tegenwoordig zelf regelmatig in dergelijke kledij. Stropdas & al, strak tot in de puntjes.
Vanmiddag had-ie zich toevallig thuis verkleed. Dus lachte hij slechts minzaam: zoveel pakken had-ie nog nooit tegelijkertijd in 't proeflokaal bijeen gezien.

Ze bleven steeds 'bier' bestellen. Ondanks dat ik steevast bleef vragen: 'Wat voor bier?' Of voor de variatie: 'Bedoel je dan Pils?'
Slechts een ½ uur voor vertrek had ik enkelen van de groep zover dat ze 't bier bij de naam gingen noemen.
& Men had de neiging om gewoon te roepen wat ze wilden hebben op 't moment dat ik voorbij liep, bezig anderen te helpen, waarna ze zich omkeerden & wel zagen of er uiteindelijk iets arriveerde.

De meesten lieten hun colbert aan. Slechts de engelse heren durfden zich ervan te ontdoen. Maar die waren dan ook met meer stijl gekleed, hadden een net wat duurder pak, zo leek 't.
Er was er zelfs 1, die onder z'n colbert nog een vestje droeg ook. Als 1 van de weinigen had deze zich bovendien niet in de auto van z'n stropdas ontdaan. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat dat een prettig gevoel is; op dat moment had ik 't in m'n t-shirt al warm, terwijl de grote drukte nog lang niet begonnen was.

Als men elkaar ontmoette wisselde men visite-kaartjes uit. De 1 nog mooier & groter dan de ander. Waarbij verteld werd wat de taak was binnen 't bedrijf, & geïnformeerd of daar ook nog xtra taken bijkwamen. & Af & toe begroette men elkaar, van: 'Ha, met jou heb ik bij een eerdere borrel kaartjes zitten uitwisselen.'
De organisator was zelf ook niet anders gewend. Bij de vraag op welke naam ik de rekening moest schrijven, zei hij: 'Wacht, ik geef je wel ff m'n kaartje.'
'Nee, joh,' zei ik, 'wij doen hier niet aan kaartjes. Ik moet alleen maar je voornaam weten.'
Toch drukte hij z'n kaartje in m'n hand. Ik heb op 't bonnetje er 'Hans VJ' van gemaakt.

Ik krijg de kriebels als ze me met 'u' aanspreken. Dat hoort niet in de horeca. & Zeker niet in een gelegenheid als die waar ik werk.
'Mag ik nog een biertje van u. & Geeft u er nog maar een cola bij ook.'
'Ik heb geen cola & ik ben bovendien geen 'u'. Dus zeg maar 'je'. Ik zeg nl ook 'je' tegen jou.'

Hans VJ had me vooraf € 200,- overhandigd.
1st Had-ie geïnformeerd of-ie met credit-card of pin kon betalen. Nee dus.
Ik had 'm uitgelegd dat als ze buiten wilden gaan staan er geen bonnetje gemaakt kon worden, tenzij hij van te voren al geld stortte. Grif stopte hij me de 4 biljetten in de hand & bleef vervolgens met de hele groep 2 uur lang binnen staan.

Om ½ 8 vroeg Hans VJ of ik de rekening wilde opmaken. Ik kwam op € 138,20 ('t kan ook € 138,80 zijn geweest). Ik liet 'm 't totale bonnetje zien & overhandigde 't geld dat-ie van de € 200,- had overgehouden.
Of ik er een geschreven bonnetje van kon maken.
Ik liet 'm zien wat voor bonnetje 't zou worden, maar vertelde er wel bij dat ik er een stempel van ons op zou zetten. Daar was Hans VJ tevreden mee.
Maar door al 't heen & weer-geloop & 't schrijven & 't stempelen was ik 't kwijt.
'Sorry, nou ben ik 't kwijt. Was 't nou € 138,20 of € 138,80?'
'Weet je wat: maak maar een nieuw bonnetje. & Zet er € 160,- op.'

Zo, da's een leuke fooi. Ik had helemaal niet verwacht dat die Hans fooi zou geven. Dat verwacht je niet bij dit soort groepen & zeker als personen als deze Hans VJ moet afrekenen. Nee, dit viel me toch reuze mee: meer dan € 21,- fooi! Snel maar ff een nieuw bonnetje schrijven, stempel er op, datum erbij, ach, paraafje er ook maar opgetekend. Dan lijkt 't tenminste wat, ook al is 't maar de achterkant van een etiket.

'Alsjeblieft.'
'Ja, dankjewel.'
Ik bleef nog een moment staan, in de verwachting dat z'n hand, die 't bonnetje in z'n binnenzakje opborg, ook wat mee zou nemen op de terugweg. Maar je hoort niet te wachten op fooi. Ook al weet je dat 't er aan gaat komen.
Plots besefte ik echter dat 't anders zat. & Ben ik maar aan 't werk gegaan.

We zouden graag minder aardig willen doen tegen onze medemens in Zijperspace.

regenjas

Met koninginnedag heb ik 'm op de kop getikt: een regenjas zoals vaders & opa's die vroeger droegen, uit de jaren '50-'60. Zo 1tje van stof (ik heb m'n moeder nog gevraagd hoe die jassen heetten, maar we kwamen er gezamenlijk niet op), lang vallend over de knieën. Tenminste, deze valt tot over de knieën. Die ene die ik wel 'ns van m'n vader leende, in m'n new wave-tijd, toen je in een bepaalde scene dit soort jassen hoorde te hebben, kwam nog maar net aan die hoogte.
Hij hing onopvallend te zijn aan de muur bij een bejaardentehuis in de Jordaan, maar door z'n groene kleur werd onmiddellijk m'n aandacht getrokken. Dat zit er bij mij ingebakken: tussen 1000-en stukken goed vind ik in 1 oogopslag 't stuk kleding dat de juiste kleur draagt. M'n blik wordt getrokken naar 't groen dat er uit lijkt te springen.
€ 7,50 Moest-ie gaan kosten, volgens de dame. Dat vond ik te duur. Ik wilde alweer doorlopen, toen ik 'm mocht hebben voor 5.
't Was gelijk de enige aankoop, die koninginnedag, die deels verregende koninginnedag. Maar daar had ik vanaf dat moment in ieder geval een regenjas voor.

Na koninginnedag heb ik 'm meteen in de was gedaan, daartoe aangespoord door enge verhalen van zeker iemand over jeuk. & Vervolgens niet meer aangehad.

Kleren die ik aanschaf, moet ik mezelf zo snel mogelijk eigen maken: aantrekken & een paar dagen dragen. Dan raak ik er aan gewend; worden ze sneller deel van me. Als ik 't niet doe, ga ik tegen 't aantrekken ervan opzien, begin ik te twijfelen of 't me wel staat. Ik heb 't immers niet daags na aanschaf aangetrokken; dan zal er wel wat mee aan de hand zijn. Dan vind ik blijkbaar eigenlijk dat 't me niet staat.

Gister was 't een perfekte dag. Lekker veel regen, vooral in de ochtend. Ik werd gedwongen m'n onlangs verkregen regenjas te gebruiken. Met daaronder m'n sweater met capuchon, voor over m'n hoofd. Voor een paar boodschappen ging ik toch zeker niet een volledige regenpak aantrekken?
1st Ietwat ongemakkelijk reed ik over straat. Zouden mensen me nakijken, zouden ze zien dat ik zo'n ouderwetse jas droeg, zou 't dragen van zo'n jas nog kunnen? Je ziet ze tegenwoordig nl niet meer zo veel op straat. Ik probeerde m'n verschijning te controleren in de weerspiegeling van de ramen die ik passeerde, maar door de capuchon was m'n zicht beperkt & door 't fietsen de weerspiegeling niet meer dan een flits.
Op de terugweg reed ik tussen 2 buien in, waardoor net zo goed de knopen losgemaakt konden worden. 't Was al warm genoeg met al die kleren aan.

Vanaf dat moment werd ik verliefd op m'n nieuwe jas. Vrolijk wapperde hij achter me aan, gedirigeerd door de vaart van de voortgang & de wind. Hij had z'n funktie van 't tegenhouden van 't neervallend vocht verloren, hij hing er eigenlijk alleen maar bij ter dekoratie, want 't dragen ervan zette me slechts aan tot hevig zweten zogauw ik van m'n fiets afstapte.
Maar juist nu was-ie deel van me geworden. Dat besefte ik nu vooral bij de weerkaatsing, duidelijk nu voor mij te zien, van 't gewapper in de etalage-ruiten. Prachtig groen vloog achter me aan, waar ik ook ging.

Bij 't parkeren van m'n fiets, sloeg ik een pand van m'n jas opzij om m'n sleutels uit m'n broekzak te halen. Wederom zag ik mezelf weerspiegeld.
Wauw, dacht ik, ik kom zo uit een moderne versie van 'The Wild Bunch'.

De akties worden in slow-motion beleefd in Zijperspace.

continuüm

Aangaande m'n laatste postje, & dan met name 't PS: eigenlijk vind ik 't momenteel wel prettig dat de jukebox gewoon doorgaat.

2 Weken geleden werd ik door de buurman van 3 deuren verder op de hoogte gebracht van de inbraak bij hem thuis. Vroeg in de avond zou 't moeten hebben plaatsgevonden. Vanaf de tuin was de inbreker binnengekomen.
(Ik dacht meteen dat moet de buurman zijn geweest van 1-hoog, die zo semi-amicaal vanaf 't balkon met 'm had staan praten in de middag, maar dat was natuurlijk een vooroordeel).

Er zijn mensen die me al weken proberen te bereiken. Tenminste, die weken,dat is iets wat ik in m'n hoofd heb. Ze willen me gebruiken voor een grootscheeps onderzoek.
Er zijn mensen die collectes doen. & Dat op tijdstippen dat de meeste mensen thuis zijn. Zo tussen 6 & 8 's avonds.
Ik heb tot nog toe geen telefoontje gehad ivm een telefonische enquête, slechts zelden wilt men iets aan mij slijten. Terwijl de gemiddelde burger daar toch minstens 1maal per maand last heeft.

Ik ben er gewoon niet op de gewone tijden. Ik ben degene die op ongewone tijden z'n huis bezet houdt.

Daarom vind ik 't wel handig. Dat die muziek doorgaat. Mocht 't voorkomen dat ik net als een gewone burger op een gewone tijd m'n huis heb verlaten, dan schrikt de inbreker. Die diep in z'n hart eigenlijk ook een doodgewoon mens is. & Die niet houdt van plotse muziek, nog wel mijn muziek.

Nee, dat vindt de inbreker niet leuk aan Zijperspace.

jukebox

Had ik dit niet eerder kunnen ontdekken? In ieder geval had ik wat meer moeite kunnen nemen om 't 1 & ander uit te zoeken. Door gewoon ff real jukebox te gebruiken kan ik binnengehaalde cd's geheel afluisteren & dat bovendien op de juiste volgorde (of elke volgorde die ik wil). Een vredige, gemakkelijke avond hebben. Onbeperkt de muziek laten doorzweven. Net als ik zelf, genietend van de weinige moeite die 't kost.

In de lol van de nieuwe ontdekking & de muziek die ik daarbij draai, 't instrument ondertussen naar believen voor mezelf inrichtend, drink ik al 't bier op dat ik in de ijskast heb liggen. & Steeds denk ik weer dat ik toch zodirekt in bed zal liggen, dus 't maakt niet uit. & Evengoed ontstaat er een verschrikkellijke dorst. Een dorst die opgelost moet worden, want nog lang niet klaar met nrs kopiëren naar de juiste bestemming in 't juiste programma.

Há! Ik ben weer bezeten, hoewel dat toevallig ook wel ligt aan de prachtige cd die ik binnengehaald heb. Waarvan ik de nrs nu opeens op de juiste volgorde kan beluisteren.
Ik ben betoverd door een simpel gegeven, een simpel gereedschap dat waarschijnlijk al tijden bestaat, maar waarvoor ik tot nu toe te lui was om de werking ervan uit te zoeken.

Nog steeds heb ik dorst, hoewel 't bier op is. Nou ja, ik heb bier zat in huis. Veel bier vooral dat ik beter niet aan kan raken, want bestemd voor bewaren, voor jaren liefst. & Voor de rest nog bier van opgeheven brouwerijen waarvan ik geen hoge pet op had. & Erger nog: waarvan 't bier lauw staat te zijn.
Toch grijp ik ernaar, want de dorst moet gelest. Water helpt niet meer, laat staan een fles frisdrank. Daar is m'n systeem niet op ingesteld rond dit tijdstip.

Ondertussen zit ik in slechts een onderbroek; ik probeer mezelf te dwingen 't bed op te zoeken, maar zelfs deze maatregel werkt niet. Totaal bevangen door de nieuwe ontdekking, de nieuwe muziek. 't Is vreemd: de kou kan m'n lichaam niet bevangen.

Mocht men niks van mij horen.

Zijperspace bevindt zich in een maniakale omgeving.
PS: Nu moet ik alleen nog uit zien te vinden hoe die jukebox ook vanzelf weer stopt met 't continu spelen van de geselekteerde nrs.

pech

Heb ik ooit pech gehad tijdens vakantie?
Ik kan 't me in 1e instantie niet heugen. Er schieten me slechts vervelende situaties te binnen. Een meisje dat ik niet tegenkom; chronisch geld tekort vlak voordat de banken gaan sluiten; buiten moeten slapen terwijl de druppels beginnen te vallen; een rugzak die bijna wordt gekaapt terwijl ik water bij 't benzinestation aan 't halen ben. Die situaties kan ik niet in de categorie 'pech' onderbrengen, want uiteindelijk kwam alles toch weer op z'n pootjes terecht, of hoefde ik er niet onder te lijden.

Ik ben nu toch elke dag m'n wederwaardigheden aan 't verslaan, dan kan ik net zogoed een poging wagen een stukje geplaatst te krijgen bij de Volkskrant. In 't reiskatern van de zaterdagse editie, Traject, worden lezers opgeroepen een stukje in te sturen over pech ondervonden tijdens vakantie, want 'tegenslag onderweg kan humoristiche trekjes hebben'. Maximale lengte 400 woorden. Da's misschien wel wat kort voor Zijperspace, maar ik kan 't allicht lichtelijk laten redigeren.

Tuurlijk hebben we wel 'ns pech onderweg gehad. In Zweden met z'n 4tjes: caravan met een lekke band, die m'n vader er niet uitkreeg; in Zweden met z'n 2tjes: m'n vader die niet meer weet wat-ie moet doen & ik met de ballen verstand van auto's, maar ik red me wel in 't zweeds.
Er schieten me vanavond nog niet andere voorvallen te binnen & zeker niet voorvallen die een humoristisch trekje hebben.

Misschien moet ik 1st maar 'ns op vakantie gaan.

& 't Noodlot afroepen op Zijperspace.
(Andere mensen die geïnspireerd zijn door deze opdracht? Ik dacht: misschien leuk om te kijken wie van de lijfloggers 't lukt om z'n stukje geplaatst te krijgen in de Volkskrant).

motje

Ik raak er aan gewend. Ik zie de bui al hangen als 't gezicht van Boekenman de hoek om komt & ik weet dat ik 'tzelfde & zal reageren als gewoonlijk.
'Nee, ik kan je geen biertje op de pof meegeven, want je vergeet 't toch weer.'
'Ach, voor 1 keertje.'
'Nee, ik heb je al vaker verteld dat m'n baas 't niet wil. & Jij zelf gaat er ook niet goed mee om, want elke keer vergeet je langs te komen om te betalen.'
'Ja, dan zou ik 't zelf ook niet doen.'

De andere klant bekijkt de conversatie.
'Je kent 'm blijkbaar al redelijk goed?' vraagt-ie als Boekenman de zaak heeft verlaten.
'Ja, hij geeft een beetje sjeu aan 't werk.'

Boekenman komt een kwartier later met genoeg geld aanzetten.
'Ha, wacht,' zegt-ie chaotisch. Blijkbaar verstoord door de vele klanten die tussen hem & de ijskast staan.
'Waar moet ik op wachten?' terwijl hij uit ongeduld 't geld al heeft neergelegd & 't bier nog niet in handen.
'Ja, zie je wel dat ik aan 't geld kan komen,' ondertussen richting ijskast zwalkend.
'Tuurlijk, ik had ook niet anders verwacht.'
Hij nadert de kassa weer, met z'n flesje bier naar me reikend, zodat ik 'm kan openen.
& Plots klinkt er razendsnel een waterval aan woorden uit z'n mond.
'Gooi 'm maar open als je me mot. & Als je me niet mot, dan mot je 'n 't toch, want je wil geen mot. Maar ik denk dat je me wel een beetje mot.'

't Was een motje in Zijperspace.

neusspray

Ik had al eerder met 't Onze Lieve Vrouwe Gasthuis mogen kennismaken, maar dat was met een ziekenwagen & via een andere deur. Bovendien was ik er toen niet helemaal bij; 't hele gebeuren liet ik me toendertijd maar overkomen.
Nu moest ik zelf een ponskaart laten maken, zelf de weg in 't gebouw zien te vinden, & me zelf aanmelden voor m'n afspraak.

De zenuwen begonnen toen toch wel te ontstaan, ondanks 't boek dat ik ter afleiding tijdens 't wachten had meegenomen. Stel dat de xpert daadwerkelijk zou zeggen dat m'n neusschotten operatief aangepast moesten worden.

Een anatomische correctie, zo blijkt dat dus in de praktijk te heten, was niet noodzakelijk, vertelde de specialist me. & Dat op zo'n deskundige vertrouwde toon, dat hij me alles kon wijsmaken. Alsof hij ff tussen neus & lippen door mijn zaak bekeken had, 'Ah, een duidelijk geval van...' had geconstateerd, & dat zo vlak voor de middagpauze me nog wel snel kon uitleggen. Als ik niet beseft had dat 't een ziekenhuis was waar ik me op dat moment bevond & de man voor de rest geen vadergevoelens bij me opriep, was ik er zo ingetrokken. Die man kon mensen op een nonchalante manier, zonder aan wijsheid in te boeten, mensen op hun gemak stellen.

Dus liep ik tevreden met een nieuw recept 't ziekenhuis uit.

Weg met de flixonase, leve de nasonex!

Ik mag 't m'n leven lang gebruiken, zonder dat 't schade berokkent, had de man me verteld, maar dan wel slechts 1 maal 2 puffies (afschuwelijk woord) per dag, vertelde de bijsluiter.

Dat kost moeite; flixonase kon ik 3 maal daags m'n neus inspuiten, waardoor ik verspreid over de dag mezelf vrije ademhaling kon toedienen. 1 Maal op een dag zou betekenen dat ik, naarmate de dag vordert, minder toereikend gebruik zou kunnen maken van m'n neus.
Maar goed, als ik 't nou vlak voor slapen gaan mezelf toedien, dan heb ik op 't meest kritieke moment er in ieder geval profijt van, was m'n gedachtegang.

Gisterochtend werd ik wakker met m'n tong vastgeplakt aan m'n gehemelte. Dus toch geen lucht via m'n neus binnengekregen. Die tong gaat altijd snel weer los, daar maak ik me nooit ongerust over, maar ditmaal leek er een stukje te blijven hangen aan 't gehemelte. Met m'n nagel haalde ik 't weg & bekeek 't in 't ochtendlicht: onmiskenbaar een stukje tong van 1 mm².

Vanochtend ter ondersteuning van m'n nieuwe kuur toch maar wat xtra oud medicijn gepuft.

Zodat we vandaag toch wat lucht tot ons kunnen nemen in Zijperspace.

luisteren

Ik kan ook in de tuin m'n boek uitlezen, maar daar heb ik de rust niet meer voor. Wetende dat de gehele bevolking van Amsterdam op pad is. De onrust, die ik voorheen ook altijd in de avond had, bekruipt me; de reden waarom ik geen avond thuis kon blijven. & Nu nog steeds niet overdag.

't Is lang geleden dat ik in 't Vondelpark op een bankje in de zon heb gezeten; 't moet minstens een jaar zijn. Maar ik weet nog altijd dat 't rond dit tijdstip moeilijk moet zijn een plekje op een bank te vinden. Hoe tegengesteld gemakkelijk blijkt 't juist als ik vrije ruimte vindt bij een dame die druk in gesprek is met haar mobiel op een bank vlak naast de vijver.

Haar telefoongesprek is in 't zweeds. Ik zal maar net doen alsof ik niks van haar conversatie versta. Misschien als ze per ongeluk iets tegen me zegt. Aan de andere kant: ik versta er toch inderdaad niks van. Ik kan niet luisteren, daar kan ik de concentratie niet voor opbrengen.

Ik lees m'n boek. & Word afgeleid door alles wat voorbij loopt.
De kinderen die uitgelaten moeten worden.
De 1 voor een skater uit rennend; als een hond die de slee trekt. Uiteindelijk komen beiden ten val & moet gewacht worden op Pa. De ander nog maar net geboren, voor 't 1st gedragen door de vader; voor 't 1st neergestreken op een doek in 't gras van 't Vondelpark. De 3e, al wat ouder, mag met de bal spelen, terwijl z'n ouders voorbereidingen treffen op 't bezoek, blijkbaar veel bezoek, dat komen gaat & ook doeken spreiden.

Ik lees m'n boek. & Vorder moeizaam. Vlagen van 't zweedse gesprek dringen tot me door. & Na 't gesprek van m'n buurvrouw word ik afgeleid door haar verdere fascinatie van haar mobiel. Blijkbaar aan 't sms-en.
& Vrouwen lopen voorbij. Alsof zij zichzelf uitlaten. Ik dwing mezelf enkele keren niet te kijken, 't vermijden van de starende blik, om juist op 't moment suprême oog in ogen te staan. Niet staren, niet staren, denk ik, lezen. Zo verraderlijk mooi, dat mooie weer.

Ik lees m'n boek. & Ga zo af & toe in een andere houding in de bank zitten. Want m'n billen doen pijn, of m'n benen, of m'n rug.
Ik hoor 't volgende gesprek van m'n buurvrouw, nu in 't nederlands. & Wil straks aan haar vragen waar ze zweeds heeft geleerd. & M'n eigen kunsten ten toon spreiden.
Ach nee, ze zal wel zweeds zijn & goed nederlands spreken.
& Bovendien: wat heeft ze aan een vreemde die naast haar op de bank zit & toevallig ook zweeds spreekt.
Nee, ik houd m'n mond. & Lees verder.

Ik lees niet aldoor verder. Want ik word nog steeds afgeleid door alles om me heen. Hoeveel bladzijden? Slechts 5, geloof ik.
Eigenlijk is 't achter m'n rug ook veel interessanter dan richting vijver. Alles beweegt daar.
Daar gaat de volgende groep skaters geketend aan elkaar, zoevend tussen fietsen & voeten.
& De groepen drentelende wandelaars (hoe krijgen ze 't voor elkaar dat drentelen? wat maakt wandelen tot drentelen?) die onafgebroken blijven passeren. Zoals bijv Dan.
Hé! Dan! & Tove!
FF gedag zeggen.
'Hi Dan. Hi Tove,' roep ik.
'How you're doing, Ton?' zegt Dan op z'n zuiver engels, immer polite.
Tove komt aan de andere kant van de bank staan, toch ff een praatje met me maken.
& Opeens schiet de blik van m'n buurvrouw in herkenning.
'Nah, det är konstigt,' zegt Tove, maar ze gaat door in 't engels, want dan kan Dan 't tenminste verstaan. '2 People I know in the Vondelpark, both speaking swedish, sitting next to eachother.'
'Hmm,' verontschuldig ik me tegenover m'n buurvrouw, 'I didn't want to show that I could speak swedish.'
M'n buurvrouw vertelt Tove dat ze net daarvoor een heel telefoongesprek heeft gevoerd in 't zweeds.
'Jag har inte lyssnat,' voeg ik er maar aan toe.

We proberen zo lang mogelijk de schijn van beperktheid op te houden in Zijperspace.

3e dorpsgek

Pietje Lont was een zoon van de duitse kroonprins, die geen kroonprins meer mocht heten. Hij kon niet van de vrouwtjes afblijven, zoals men toenmaals zei. Enkele onechte kinderen zijn daardoor ter wereld gekomen. Zonder echte vader kwam Pietje Lont zodoende ter wereld, zonder erfenis, zonder duits rijk.

Pietje Lont sprak russisch, frans, duits, engels & wellicht nog wat andere talen, door z'n werk op cruise-schepen in z'n jonge jaren. Maar je kon je alleen niet voorstellen dat Pietje ooit jong was geweest. Piet was altijd al oud, maar dat idee was waarschijnlijk vooral ontstaan door z'n nimmer aflatend dronken gedrag. Bovendien rookte hij sigaren. Dikke sigaren die alleen maar bij oude mensen, mensen van lang geleden hoorden. Maar dat deed-ie slechts als-ie er geld voor had. & Dat was wanneer z'n uitkering net binnen was gekomen.

Als z'n uitkering binnen was, gaf Pietje rondjes weg. Als z'n uitkering op was, & dat gebeurde al snel, wachtte hij tot hij wat aangeboden kreeg. Of hij ging er om bedelen.
Hij had een heel scala aan truukjes om z'n bedelen kracht bij te zetten. Vaak truukjes die maar voor de helft lukten, omdat z'n ouderdom & alcoholisme hem parten gingen spelen. Maar de sigaret z'n mond in toveren lukte altijd wel.
Hup, sigaret op de tong de mond in, mond dicht, sigaret was weg, mond open, hup, sigaret weer naar buiten. & Guitig kijken daarbij.
& Vervolgens liet-ie een zielig: 'Biertje?' weerklinken.

We spraken af dat we 'm een enkele keer een biertje zouden geven, maar dat 't bij 1 moest blijven. Ook al zat-ie stilletjes in een hoek.
Maar juist dat wilden we niet. Hij bleef hangen in de warmte, viel soms op de barkruk in slaap, waarna je 'm wakker moest schudden. Dat deed je liever niet, want dan moest je die eeuwige stank, die hij om zich heen had hangen, binnentreden. & Bovendien moest je die stank ook nog met je handen aanraken.

Iedereen kende Pietje Lont. Hij was de clown van Den Helder. Kon dagenlang verkleed als Sinterklaas door de stad waren. Duidelijk herkenbaar, niet alleen door z'n kleine postuur & brede grijns.
Of liep door de winkelstraat gekkigheid uit te halen, waarbij z'n net zo gekke surinaamse vriendin om z'n grappen stond te gieren. Alle mensen liepen in een wijde boog om hem heen, omdat hij midden in de drukte in een put stond te pissen.
Of laveloos hangend op een bank, z'n fles nog in de hand. Door iedereen gemeden, zelfs als de bank geen bank was, maar de koude grond.
& Toch lachte iedereen om z'n grappen.

& Toch was z'n opname in een ziekenhuis wereldnieuws in Den Helder. & Toch wist iedereen dat z'n been eraf gezet werd. & Toch miste iedereen 'm vanaf dat moment in 't winkelcentrumbeeld.

Men hoorde wel 'ns verhalen viavia van mensen die toevallig in 't verzorgingstehuis waren geweest, waar hij sindsdien vertoefde. Dat hij stralend sigaren rookte, gezeten in z'n rolstoel, grapjes maakte met 't dienstdoend personeel & geen druppel meer dronk.

& Toch koesteren we liever andere herinneringen in Zijperspace.

wenkbrauwen

De kapper vroeg plots, ik kon 'm slecht verstaan, waarschijnlijk was-ie marokkaan, dus herhaalde hij weer: 'Zal ik je haar wegknippen (...) daar?'
'Onee, is niet nodig,' opeens ongemakkelijk beseffend dat de wenkbrauw ging woekeren net als die ene, aan de andere kant.
'1 Haartje steekt uit,' zei hij.

't Was te persoonlijk; ik was nog nooit geknipt bij m'n wenkbrauwen.

1Maal eerder had een kapster de hoofdkapper gevraagd, in mijn aanwezigheid, of hij de neusharen wilde knippen van de klant. Omdat zij haar bril niet bij zich had, zei ze.
Daar ben ik nooit meer teruggekomen, bang als ik was dat ook ik moest toegeven dat mijn mannelijkheid verder voer dan ik wilde bekennen.

'Onee, is niet nodig,' ik hoorde 't mezelf zeggen, maar de kapper, de marokkaanse kapper, hield vol.
'Nee, haartje steekt uit. 1 Knip & 't is weg,' terwijl de schaar al de brauw & de wenk naderde.

Ik keek in de spiegel & zag 'm duiden. Er moest zich wel wat bevinden, maar die blonde wenken (wat is de brauw?) gaven geen sjoege. Geen spiegeling deed zich weerglansen in de kappersklantenkijker.

Donkere borstelige brauwen zie ik fronsen (dat zijn toch wenken?) van oude mensen in grijze opvangscentra van hollands komaf.
Zou ik zo verworden door 't verwijderen van een verouderingsverschijnsel? Zal ook bij mij de woeker toeslaan van manen die bij geringe wind reeds gaan wapperen langs beide zijden van 't aangezicht?
Ik zie voor me: een treurige gestrengheid, een teruggetrokken boekenlust af te lezen van 't aanwassen van haren op mijn hoofd. Op juist een plek waar de kapper normaliter niet hoort te komen met z'n verwijderingsgereedschap.

Er is toegegeven aan de onkruidbestrijding in Zijperspace.

vernietiging

't Wordt nooit meer 'tzelfde, niets wordt meer wat 't ooit was. Alles is verwoest; ik heb alle schepen achter me verbrand. Een spoor van vernietiging laat ik achter; onherstelbare vernietiging.

'Zal ik nog ff wat van dat bier uit de kelder halen?' luidt mijn voorstel, 'Iedereen wil er nog 1?'
'Nee, doe mij maar een biertje van de tap,' antwoordt Peet.
'Als iemand anders dan dat biertje tapt, ga ik de kelder in.'
Ik hoor nog wat gemurmel, maar trek me er niks van aan; 't is tenslotte een sympathiek voorstel om aan 't eind van 't werk nog ff de kelder in te gaan om bier te halen.

Daar wordt blijkbaar anders overgedacht door Peet, merk ik bij terugkeer. Terwijl ze voor me uit loopt, gooit ze een klodder van haar bier opzettelijk op de zitting van m'n stoel.
Woest ben ik bij 't zien van haar daad. Ik pak haar stoel beet vlak voordat ze kan gaan zitten, waardoor ze onderuit gaat. Maar ze pakt nog net de stoel beet, zodat ik ze niet kan verwisselen.
'Dus dat doe je zeker alleen maar omdat ik niet meteen bereid was om jouw bier in te tappen?' vraag ik diep verontwaardigd nadat ik een andere stoel van binnen heb gehaald.
'Ja, inderdaad.'
'Vind je dan niet dat je verschrikkelijk kinderachtig bezig bent?'

't Is ruzie. Ik heb een niet licht te kalmeren woede over me. Men bejegent mij onheus & dat zal men voelen ook.
Maar naarmate de woede duurt, krijg ik steeds meer 't gevoel dat ik daardoor minder gelijk krijg. Alles wordt vernietigd, 't beeld dat van mij bestaat ernstig beschadigd. Nooit meer zal men mij op een fatsoenlijke manier in de ogen kunnen kijken. Want ik was kwaad. Ik heb me van de slechte kant laten zien.

Ondertussen ontstaat er een gevoel dat degene die mij dat stapje dichter bij verdoemenis heeft doen nemen, schuldig is; dermate schuldig is, dat zij nog wat heftiger zal branden in 't vagevuur. Ik zal branden, maar zij nog wat langer, nog pijnlijker.
& Toch had ik me niet mogen laten gaan. Woede is verderfelijkheid van de ergste soort, zo ramt 't in m'n onbewuste.

& Dit al ondanks 't gebrek aan geloof in Zijperspace.

stofzuigen

Ik had 't al weken geleden moeten doen. Van de week had ik 't er nog over op de verjaardag van m'n buuv van 2-hoog. De buuv van 3-hoog vertelde nog maar net daarvoor dat ze pas 't trappenhuis schoon ging maken als haar moeder langs zou komen. Waarop ik van mezelf mocht bekennen dat al die dwarrelende zaadjes van de bomen van enkele weken geleden nog steeds verzameld lagen in m'n hal. 't Was beter dat niet te tonen. & Schielijk de deur te sluiten zogauw ik thuiskwam. Zodat niemand wat zag.

Wat gister natuurlijk gebeurde. M'n buuv van 3-hoog kreeg visite van haar moeder. M'n woning naderend zag ik haar met stoffer & blik naar de afvalverzamelbak lopen. & Terug.
Hé, ze liep niet direkt naar binnen. Ze leek te treuzelen voor mijn deur.
'Ha, je bent mijn brievenbus ook aan 't afstoffen?' merkte ik op.
'Ja, m'n moeder komt langs. Dus dan weet je 't wel. Dan krijg ik 't eindelijk te pakken.'
'Maar goed dat die van mij niet langs komt.'
& Zoals gezegd probeerde ik op een bepaalde manier m'n huis in te komen.
't Werd tijd dat ik ging stofzuigen.

Daarnet heb ik vlak voordat ik ging douchen alle stoelen op andere stoelen gestapeld, zelfs een tafel bovenop een bank. Niet alleen omdat ik dan makkelijker 't gehele gebied van stof kon ontdoen, maar ook opdat ik niet andere aktiviteiten kon ondernemen die me zouden afhouden van 't uiteindelijke verschonen van 't huis.
De truuk hielp daadwerkelijk, want de geringste neiging nog ff achter de comp te duiken werd afgehouden door gebrek aan zitcomfort. & 't Terugzetten van een stoel vond ik ook weer zo laf tegenover mezelf.

Binnen een minuut besloot ik dat 't bedienen van de zuiger niet voor mij was weggelegd. Dat apparaat was niet op mijn lichaam ontworpen. Of in ieder geval niet op m'n rechterhand. Hoewel er een soortemet greep was gecreëerd op de plek waar 't 't makkelijkst vasthouden was, veroorzaakte 't hanteren een kramp in m'n hand. Ik werd gedwongen afwisselend met links & rechts de heen- & weer-stofzuigbeweging te maken. & Dan 't liefst met de hand onder de vanuit 't oogpunt van de fabriek beoogde greep.
Buiten dat wilden kleine takjes niet weggezogen worden, doordat ze zich haakten aan de vloerbedekking. Ik zag me gedwongen te bukken & te pulken. Soms ook de kop van de zuiger te verwijderen & slechts met de buis de richels & kieren te bewerken met de zuigkracht.

Een klein schroefje lag dicht bij de comp. Op de grond gevallen, wist ik. Bovenop de kast lagen z'n broertjes. Omzichtig zoog ik er omheen, meteen 't besluit nemend 't na afloop nu 'ns wel op te rapen. Zoals ik dat al een ½ jaar van plan ben, maar steeds vertik.
'Ach, dat komt wel,' denk ik elke keer & laat 't liggen omdat 't meer dan een ½e meter van me verwijderd is.
't Ligt er nog steeds. Tijdens 't zuigen kwam ik er reeds achter dat mijn beweegredenen, m'n motivatie 't te rapen nog niet groot genoeg is. Dat ik 't eigenlijk onzinnig vind me druk te maken over een schroefje. Van 3 mm groot slechts.
'Ik schrijf er wel een stukje over,' bedacht ik me, terwijl ik ging zitten achter de comp. Alle stoelen stonden immers weer op hun plaats. 'Dan heeft 't schroefje genoegdoening voor 't feit dat 't daar nu reeds een ½ jaar totaal onaangeraakt ligt.'

Bij de aankondiging van de volgende visite zal ik een poging wagen 't bij z'n broeders te leggen.

Of: hoe essentieel kleine schroefjes zijn voor 't voortbestaan van Zijperspace.

genoegdoening

Jan werkt regelmatig in de Bremstraat, de straat waar de ouders van Casper nog steeds wonen. Aan de overkant van hun huis ligt een kleine oppervlakte, vroeger een golfterrein, dat omgetoverd is in een natuurgebiedje. Ik geloof dat een stel van die oerrunderen, hooglanders waarschijnlijk, de boel beheren.
Jan is verantwoordelijk voor dat soort gebiedjes in Den Helder. Of heeft er in ieder geval bemoeienis mee.
Dus sprak-ie de moeder van Casper zomaar eens. Daar in de Bremstraat, bij dat huis waar ze nog steeds woont. Hoorde ik gister op de verjaardag van m'n nichtje.

Hoe 't toch met Ton ging.
Oh, wel goed. & Jan vertelde wat ik zoal deed. Oja, & hij heeft een blog, een eigen website op internet; daar vertelt-ie van alles op.
Nou, dat wilde ze wel 'ns lezen.
't Is heel makkelijk te vinden, want 't is cyberspace geschreven met onze achternaam.
Ze zou 't zeker 'ns opzoeken.

M'n moeder doet haar hand voor de mond.
'Dan leest ze ook dat stukje over Casper van vorige week,' schrikt ze.
'Ach, dat is alweer een maand geleden,' stel ik haar gerust.
Jan zit er bij te lachen. Daar had-ie blijkbaar niet aan gedacht, maar hij ziet de lol er wel van in.
Carel zit naast me, maar houdt z'n mond. Hij ontkent 't bestaan van m'n blog & weet ook niet waar we 't over hebben, wil 't blijkbaar ook niet weten.

& Ik?
'Nou, dan maakt ze tenminste ook 'ns kennis met 't feit dat haar zoontje mij in 't begin van 't Joco 't leven behoorlijk zuur heeft gemaakt.'

Een late waarheid vanuit Zijperspace.

schuin

Ik ben maar beperkt van woorden,
zoals boeken in de kast
slechts horizontaal
of
v
e
r
t
i
c
a
a
l
gestapeld staan
&
af &
toe net
ff anders.

(De bladen mengen zich bij binnenkomst,
maar alras vindt alles zijn archief)

Mijn variaties
liggen daar waar
weg van recht,
een ontsnapping,
een zacht zwenken
schuin omhoog
in eigen ik.

Lopen gaat
recht vooruit,
& vallen
(geen voorbeeld,
daar men weet)
naar benee.

Maar waar ligt die weg ertussen,
dat slechts zelden
bewandeld wordt,
want glibberend & glijdend
terug naar af.

Die steile weg in Zijperspace.

gast (nr 1 van mogelijk 5)

Ik had er moeite mee toen-ie 't aan me vroeg. M'n blog is nl ondertussen zo verschrikkelijk m'n eigen ding. Waar niemand al te veel invloed op heeft, behalve ikzelf. & Daarom had ik ook niet meteen een antwoord voor 'm klaar. Ik wist niet te zeggen of ik 't ok vond als hij een keertje een stukje schreef voor m'n blog.
Plots was er gisteravond een meeltje met een stukje. Mét 't verzoek of ik 't wilde plaatsen. Ik heb, na ampele overweging, 'ja' gezegd. & Daarom heb ik onderstaande hier geplaatst. Maar heb er wel duidelijk bij gezegd dat 't 1malig is. (Anders moet-ie toch echt z'n eigen blog beginnen).
Tenzij m'n andere broers ook een stuk voor Zijperspace schrijven (dan nog 4 afleveringen te gaan).
Van Theo dus:

In mijn handen terug

Gevleugelde woorden waren het binnen ons gezin. Woorden uit de tijd dat Pa nog directeur van de huishoudschool was. Iedereen wist wat er mee bedoeld werd.

In de tijd dat ik zelf naar het Joco ging werden deze woorden vaak uitgesproken door Pa.

Pa had altijd een mooie pen in zijn borstzakje zitten. Het zal waarschijnlijk wel een Parker zijn geweest. Nu kan ik niet meer met zo’n pen schrijven. Het liefst gebruik ik zwarte fineliners waar ik elke week wel één van droog geschreven heb. Mijn snelle handschrift is een Parker niet waard.

Maar toen ik op de HAVO zat en thuis aan mijn huiswerk zat - ik deed dat altijd graag - kwam het geregeld voor dat ik mijn pen miste. Wellicht was hij onderweg van school naar huis uit mijn tas geglipt of had Jan, mijn broer-kamergenoot, mij deze ontfutseld. Dan ging ik maar naar beneden, keek in het wandmeubel (waar ik meteen een bitterkoekje pikte) om te zien of er Bixpennen in het doosje zaten.

Pa kocht deze pennen goedkoop in via school. Eigenlijk vond ik het rotpennen want ze liepen altijd leeg. Toen al had ik de gewoonte om een pen in mijn kontzak mee te nemen. Dit resulteerde nog wel eens in donkerblauw uitgeslagen plekken in mijn juist aangeschafte spijkerbroek. Reden waarom ik tegenwoordig fineliners prefereer.

Doordat de grootte van het gezin kwam het geregeld voor dat het pennendoosje leeg was. En ja, ik moest natuurlijk wel verder met mijn huiswerk. Pa zat op dat moment meestal te werken in zijn stoel bij het raam. Het was zo’n eenzitter met brede leuningen. Pa legde daar dan zijn plank op wanneer hij boeken ging kaften voor school of met genealogische kaartjes aan de gang was.

Het aardigst was om de pen in het voorbij gaan ongemerkt uit zijn borstzakje te halen. Maar Pa had dat meestal direct in de gaten. Dat hoorde eigenlijk bij het ritueel. Vervolgens streek hij zijn hand over zijn hart en leende zijn geliefde pen uit met bovenstaande woorden.

Op het moment dat we op onszelf gingen wonen werd de uitdrukking ‘in mijn handen terug’ geregeld gebruikt. Nu niet meer voor het lenen van de Pa’s Parker maar voor het lenen bijvoorbeeld van die jazzplaten die je zo miste op de zondagmorgen. Dat was de ochtend dat Pa de tijd nam om van zijn omvangrijke collectie platen te genieten. Geleende voorwerpen moesten altijd weer terug gebracht worden. En Pa lette daar wel op.

Naast het feit dat de Parker niet gebruikt wordt, lijdt de collectie jazzplaten een stoffig bestaan tegenwoordig. Pa schrijft bijna niet meer. Hij heeft moeite met het verwoorden van zijn gedachtes. Ik mis dat.
In mijn handen terug.


Een klein uitstapje, maar wel binnen de grenzen van Zijperspace.

gnossiennes



Satie was m'n 1e kennismaking met klassieke muziek. In die zin dat ik 't mooi vond & 't me intrigeerde. Daarvoor was alles eigenlijk langs me heen gegaan.
Theo kocht z'n werk, uitgevoerd door Reinbert de Leeuw, terwijl ik nog helemaal bevangen was door de new wave-doctrine.
Maar Gnossiennes dwong me m'n blik/gehoor te verruimen.& Lange Ton natuurlijk ook, want die was degene die de platentoevoer verzorgde. Gelukkig was er niet veel dwang bij Lange Ton nodig, want Satie bleek ook te zijn ontdekt door de heren & dames van Les disques du Crépuscule. Die lieten Cécile de Bruynoghe Satie behandelen, op een verzamelplaat met voor de rest slechts muziek waar wij reeds van hielden.
Cécile speelde 't echter niet zo mooi als Reinbert de Leeuw, was onze opinie.
De Leeuw speelt traag & verschrikkelijk breekbaar, zo bleek vooral nadat ik 't jaren later kon vergelijken met andere uitvoeringen. Die stuk voor stuk er flink de vaart in lijken te zetten, maar daardoor de gevoelige toets missen.

't Was voor jaren 't enige stukje klassiek in Zijperspace.

overgeleverd

't Liefst zou ik op de grond in slaap vallen. Maar ik weet dat ik dan morgenochtend gebroken wakker word. Waarschijnlijk zal ik aldus nogeneens in slaap vallen.

't Voelt aan als een zware straf. Dat 't me juist vlak voor slapen gaan, terwijl ik reeds op de bank morpheus' armen dacht te vinden, moet gebeuren. Juist nu dwingt 't mij tot lichaamsbeweging, concentratie. Op juist die plek waar ik me elke dag overgeef. Overgeef aan 't wegdoezelen; opzij val & ontfermd word door dat verschrikkelijk diepe, ver weggelegen land van slaap.

Op díe plek, waar die zijwaartse trage val had moeten plaatsvinden, moet de hand uit de mouw gestoken worden, 't dekbedovertrek bij de punten, 't bedje gespreid, de kussensloop omspannen over z'n vormgever. Want alles is de wasmachien ingegaan & dient nog vervangen.
Dat zet niet aan tot vergenoegd 't rijk der dromen gaan bezoeken.

Liever de vlucht in tekst, 't verpozen in uitstel, in de verwachting van 't vanzelf ontstaan van een oplossing, de sluimering van 't overmand worden proberen te vinden in een paar regeltjes.
Regeltjes over niks.

Niks dan vermoeidheid in Zijperspace.

gepruttel

't Geluid van de zijspan van Fiets weerklinkt buiten. Met groot gemak herken zelfs ík dat geluid: een traag & laag gepruttel dat onmiskenbaar bij een Harley hoort. & Daar nog iets xtra's bij, zodat ik weet dat 't de zijspan van Fiets is. Daarvoor is-ie dan ook voor vandaag al 100-en keren aan komen rijden.

Ik had Fiets al een tijdje niet gezien; 't moet ondertussen 3 weken geleden zijn. De laatste keer dat hij & Drien langs waren zag hij wit & mager. & Was-ie bijna niet te verstaan, maar daar zijn we ondertussen wel aan gewend. Hij was toch altijd al vooral gebaren aan 't maken als-ie wilde bestellen. Eigenlijk leek-ie juist meer te praten sinds z'n keel aangetast was. 't Viel in ieder geval meer op.

Hoewel hij 't vast niet mag, maar we weten nou 1maal dat-ie 't toch niet kan laten, bietst Fiets een shaggie van z'n buurman. Meteen na opsteken hoest-ie op een vreemde manier.
'Há, je weet in ieder geval dat je er 1tje hebt opgestoken,' zeg ik.
'Ik ben roken ook niet meer gewend, maar dat geluid inmiddels wel, want dat maak ik ook wel zonder die peuk.'
'Gaat 't dan wel als je zo'n koud biertje drinkt?' Want ik vermoed ook 't geluid van een boer achter de kuch van daarnet.
'Ach, dat kan geen kwaad. Ik kan ondanks dat ik drink evengoed ademhalen.' Hij wijst op z'n borst waar een soortemet gaas uitsteekt. 'Want ik heb tegenwoordig een inlaatklep.'
'Oh. Dus je kan ademhalen terwijl je 't doorslikt?'
'Ja, ik kan mond & neus allebei dichthouden & toch door blijven ademen.'
Er schieten me beelden te binnen van mensen die dmv drukken op een apparaatje aan de keel zich verstaanbaar kunnen maken.
'Gaat 't dan evengoed wel goed met je?'
'Een maand geleden had ik niet kunnen bevroeden dat ik nu er zo bij zou zitten. & Bovendien heb ik nog nooit zoiets voor de hand gehad; ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Ik weet eigenlijk dus niet of 't goed met me gaat.'
Leuke manier van redeneren, denk ik, zo geef je nooit aan hoe goed of slecht je je voelt.
'Maar je kan evengoed wel blijven praten?'
'Des te meer ik praat des te slechter 't is,' & hij doet z'n vinger dwars over z'n lippen & houdt voor de rest z'n mond.

Alle deuren staan open, dus 't geluid van de voorbijrijdende Harley is luid & duidelijk te horen in 't proeflokaal.
'Ha, ik hoor weer lentegeluiden,' merkt Fiets op.
'Die klinken bij mij in de tuin heel anders,' zeg ik.
'Alle opgepoetste Harley's komen weer uit de garages,' legt Fiets zijn lente uit.

& Plots houden we wel van pruttelgeluiden in Zijperspace.

preek

'Laten we 1 ding afspreken.'
Ik moet Dikvinger zo wel aanspreken. Ik kan geen loopje met me laten nemen, zoals-ie dat de vorige keer bij me probeerde. Daarvoor komen er te veel mensen als hij bij me langs.

'Ik wil absoluut niet meer dat je hier ruzie met me maakt. Dat gebeurt nóóit meer of je krijgt geen bier van me.'
Hij kijkt me aan met waar-heb-je-'t-over-ogen.
'Dat was die keer dat je maat een flesje Grolsch probeerde te jatten,' probeer ik uit te leggen.
'Dat kan ik me helemaal niet herinneren. Was ik dat wel? Want ik jat hier nooit.'
'Nee, 't was die vriend van je, die bij je was.'
'Ik heb helemaal geen vrienden.'
'Nou, ik weet zeker dat jij 't was.'
Maar ik begin ondertussen wel te twijfelen. Zou er iemand zijn die xact op 'm lijkt?
'Jij was nl kwaad op me omdat ik de hele dag geen wisselgeld had.'
'Ja, dat kan ik me wel herinneren.'
'& Terwijl jij kwaad was, haalde die maat van je, die dan misschien geen maat van je is, een fles Grolsch uit de ijskast & probeerde ermee vandoor te gaan. Maar ik had 'm nog net op tijd te pakken.'
'Nou, dan ga ik ff uitzoeken wie dat is geweest, want dat kan natuurlijk niet.'
Ik zeg er maar niet bij dat hij op dat moment zo woest op mij was, dat hij riep 't jammer te vinden dat de diefstal mislukt was.
'Kijk, dit is een kleine winkel & als er hier gejat wordt voelen we dat meteen. Dat kunnen we ons niet veroorloven. Ik snap best dat jullie wel 'ns zonder geld zitten, maar ga dan naar de overkant.'
Z'n maat, waarschijnlijk weer 1tje die niet z'n maat is, maar in ieder geval wel staat te wachten op 't biertje dat Dikvinger voor 'm zou betalen, bemoeit zich er mee.
'Ja, je kan hier gewoon niet jatten. Dat doe je gewoon niet. Als je dat bij de Albert Heijn doet, voelen ze 't niet, maar hier wel.'
Vol begrip kijkt hij me aan. Zo, dan kan ik m'n standpunt nog wat makkelijker duidelijk maken.
'Ik wil je best deze 2 flesjes bier verkopen, maar dan moet je me beloven dat je niet meer in de zaak ruzie met me gaat zitten maken. & Zeker niet als de winkel vol staat & een rij voor de kassa.'
'Ok. Dat kan inderdaad niet.'
'Anders komt er op een gegeven moment niemand meer in de winkel, omdat jullie de boel bij elkaar lopen te schreeuwen.'
'Goed. Ik weet wat je bedoelt. Mag ik die 2 bier nou nog van je kopen?'

Boven alles dient er gedronken te worden in Zijperspace.

afgemeld

Had ik me niet afgemeld? Moest ik me afmelden dan? Ik kan toch niet altijd aanwezig zijn? Moest men op de hoogte zijn van mijn afwezigheid?

Ik was gewoon ff tv aan 't kijken, genoegzaam achterovergeleund van Starwars genietend. Niet van 't verhaal, maar gewoon: van 't ongelooflijke. & 't Beeld, vooral ook 't beeld, ook al is dat bij mij wat klein & vierkant.
& Ik was m'n jeukplekken aan 't krabben; die plekken, die van nergens vandaan komen, aan 't wegkrabben. Zonder resultaat.
& Ik heb de verjaardag van m'n buuv bezocht. & Al 't bier opgedronken, want zo sta ik als bierkenner toch bekend. Of men verwacht 't van me. Dat ik alle Heineken-flesjes ledig.
& Ik was aan 't denken over de constitutionele parlementaire monarchie, of hoe noem je dat ding ook al weer als je midden in een discussie zit & je je nimmer verwachte gevoelens mbt 't koningshuis moet verdedigen.
& Ik was met ongeduld aan 't bedenken hoe ik weg kon glippen, maar toch 't laatste biertje kon drinken, om daarna zo snel mogelijk de resten van Starwars van video te bezien.
& Ik was olijfpitten in m'n eigen tuin aan 't gooien, & vervolgens verwijtend naar m'n buren aan 't kijken die m'n grapje nadeden achter m'n rug om.
& Ik zat te praten, behoorlijk te praten, pfoe, wat was ik aan 't praten. Waar was m'n mond die dagenlang stilstond in alle rust? Die mond, die andere mond, van beneden, op de begane grond. & Dagen, zei ik dagen?

Men snoert de monden in Zijperspace.

luis

'Ik baal er een beetje van,' vertelt Josje, 'Ik weet niet of ik nou de takken moet wegknippen of dat ik 't met anti-luis moet bewerken.'
Op 't moment dat ik van haar wc gebruik maak zie ik wat ze bedoelt. Een klimop komt helemaal tot haar verdieping & neigt zelfs door 't wc-raampje naar binnen te groeien. Dat zou erg vrolijk staan, ware 't niet dat de takken vergeven zijn van de luis.

Ik had 'r verteld dat luis op zich niet zo erg is, dat 't vanzelf wel weer verdwijnt. Daar bracht zij tegenin dat 't de planten er niet fraaier op maakt, dat de bladeren er samengeklonterd uit gaan zien. Ja, daar had ze gelijk in, gaf ik toe. Vooral als je een paar planten binnen hebt staan, wil je dat liever niet.
Nu ik op haar wc de luizen zie krioelen, begin ik met haar mee te huiveren. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, met een grote tuin, waar een luizenplaag zichzelf oplost.
'Ik zou die takken gewoon wegknippen,' adviseer ik haar bij terugkomst in de kamer.

Josje komt later op de avond woest van de wc af.
'Ze komen nu naar binnen,' zegt ze verontwaardigd. Ze toont de binnenkant van de wc-deur & wijst een paar zwarte puntjes aan. Die zijn toch al een paar meter verder dan 't raam met de binnenhangende klimop.
''t Zijn bovendien nog enge beesten ook,' voegt ze er aan toe.
'Nou ophouden erover,' want ik krijg een rilling over m'n rug. Ik stel me de engheid van 't beestje iets te levendig voor. Toch kan ik 't niet laten:
''t Lijkt me dat ze er heel goor uitzien onder de microscoop. Met al die pootjes & tanden die bijten.'

Dat had ik niet moeten doen. Vannacht kwam de jeuk op m'n arm niet door wat struiken die 's middags daar wat irritatie hadden veroorzaakt, maar werd m'n bed bevolkt door angstwekkende beestjes, die veel overeenkomsten vertoonden met m'n eerdere voorstellingsvermogen. Die bovendien onder m'n huid konden kruipen & niet van zins waren die comfortabele plek te verlaten.

We willen stoppen met de late avondvoorstelling in Zijperspace.

afloop

Verwacht van mij geen commentaar. Ik kan dat niet zo goed.

Vanaf gister had ik 't gevoel (of moet ik vorige week zeggen) dat 't onbegonnen werk was; 't hek was van de dam.
Als ik 1maal op dat gevoel gereageerd heb, m'n ei kwijt ben & de ontwikkeling zich toch voortzet, krijg ik de neiging om m'n kop in 't zand te steken. Heb dan geen zin meer om er woorden aan vuil te maken.
Weg, weg met alles wat er mee te maken heeft, niets mag m'n gedachten over andere zaken nog bedoezelen.

Ik kan tegen m'n verlies, maar dan moet er niet meer over gesproken worden.
Net als dat 't nederlands 11-tal op 't punt stond te verliezen. Ik ben naar buiten gerend & wilde niks meer horen. Ik wilde snel ergens anders over praten.

Nederland verliest, maar in Zijperspace wil men niet toekijken.

douwe

Ik leg m'n hand op OG z'n schouder: 'Zo, een tijd niet gezien.'
OG schrikt zich rot. Ik ontdoe me snel van m'n pet. Daar is-ie niet aan gewend.
'God, ik had je niet herkend, zeg. 't Is toch niet te geloven.'
OG leunt schuin achterover om me goed te aanschouwen.
'Jij wil vast wel wat te drinken van me. Amber!' hij spreekt de naam van 't meisje achter de bar op z'n engels uit, 'Amber, geef deze jongen eens een biertje van me. Mooie naam, hè? Heb je dat boek wel 'ns gelezen? Amber.'
Amber tapt een biertje voor me in & zet 'm zo neer dat OG 'm mij aan kan reiken.
'Alstublieft, meneer,' zegt ze erbij.
'Hoor je wat ze tegen me zegt?' roept OG uit. 'Je weet toch wel hoe ik heet?'
'Hoe moet ik je dan aanspreken?' vraagt Amber een beetje lacherig. Ze weet dondersgoed hoe OG heet. Dat is 1 van de 1e dingen die nieuwe barkrachten krijgen opgedrongen.
'Ach, je noemt 'm gewooon Ouwe Gek,' suggereer ik. Tenslotte is daar de afkorting van afgeleid.
OG laat een luide lach horen.
Ach ja, OG is 70, luidruchtig, gezellig, vermoeiend, aanwezig, vrijgevig, enzovoorts. Hij is alles tegelijk, met een hart van goud.

'Zo'n leuke dame,' vertelt OG. 'Ze treffen 't wel elke keer met de dames die ze krijgen voor achter de bar. Maar nou gaat ze maar liefst 3 maanden weg. Naar Brazilië om stage te lopen.'
'Ja, 't zijn leuke dames, maar ze houden ze alleen niet zolang vast. Hoelang werkt ze hier nu eigenlijk?'
Bij navraag blijkt ze 't tot nu toe 5 weken uitgehouden te hebben.

OG is buiten bij een groepje gaan zitten als ik terugkeer van m'n inkopen. Ik zit alleen aan de bar, totdat Irene, de aflossing voor Amber, verschijnt. Veel te vroeg, dus maken ze nog ff een praatje met elkaar.
'Ik ben uit de gratie bij OG,' vertelt Irene, 'Ik heb 'm ooit een ouwe viezerik genoemd. Sindsdien komt-ie niet meer bij me aan de bar zitten.'
Ook 't vrouwelijk gedeelte van OG's terras-gezelschap komt er ff bijstaan; een tussenstop na wc-bezoek. Die weet hoe je OG in toom moet houden.
'Hij heeft 1 keer een klap op m'n kont gegeven. Ik keek 'm aan,' ze steekt een wijzende vinger uit alsof ze 't weer meemaakt, '& ik zei: "Da's 1 keer, maar nooit weer." Hij was helemaal sprakeloos. Heeft me nooit meer aangeraakt.'

M'n fiets staat voor 't groepje van OG. Daardoor kan hij me nog 'ns welluidend aanspreken vlak voordat ik verder ga.
''t Zijn toch mooie dames, vind je niet? Amber, heet ze; prachtige naam toch? Heb je dat boek wel 'ns gelezen?'
'Ik heb er nog nooit van gehoord.'
'Oh, ik heb 't in 1 keer uitgelezen. Maar toen lag ik in een engels ziekenhuis. Met een gebroken kaak. Ruzie om een vrouw.'

Later willen we ook de dames op hun kont slaan in Zijperspace, als we later groot zijn.

boodschappen

Ik kan me nog net inhouden bij de lekkerbekkies. Die zijn ingevroren & alvorens ze te consumeren moeten ze buiten 't ontdooien ook nog 4 minuten bakken. Die gaan meteen de vriezer in.

Voordat ik 't bier in de ijskast leg, moet ik 1st de oude flesjes verplaatsen. Anders grijp ik straks naar een lauwe. Nu ik toch een koude in m'n hand heb..... 't is toch m'n vrije dag.... Goed, dop gaat eraf.

Avocado-dipsaus. Die groene kleur deed 't 'm, daar gaat alles lekker door lijken (ik heb nog steeds niet de groene tomaten-ketchup gezien). De pesto, die ernaast stond in 't schap, kon ik nog laten staan; ik heb nog wat pesto in de ijskast.
Waar zal ik die stoppen? Wacht, 1st proeven. Dan kan ik net zo goed de zak chips ook openen, want dan heb ik tenminste iets om mee te dippen.
2 Happen & ik concludeer dat de chips niet bij de avocado past. Dan maar een vette lik met m'n vinger in m'n mond gestopt.

Oja, de ½e prijs haring in milde roomsaus. Die moet ik wel consumeren, want houdbaarheidsdatum tot morgen; daarom was 't ½e prijs. Hoe bepalen ze dat eigenlijk, zo'n houdbaarheidsdatum? Zouden dat voorschriften zijn?
Met een lepel neem ik enkele grote scheppen.
't Is heerlijk, maar 't zou tijd worden dat men op 't idee komt net als zweden haring in knoflooksaus te stoppen.

Precies op 't goede moment was er bonus-voordeel op de calvé-sauzen. Ze begonnen op te raken & richting od (over datum; uitdrukking in de bierwereld). Daar hoef ik met deze nieuwe flesjes niet bang voor te zijn. Ik vreet me de laatste tijd weer ongans aan vet & veel.
Ha, daar is de chili-saus. FF proeven of die pittig genoeg is.

De chocola laat ik in z'n verpakking. Niet in de ijskast, da's niet lekker met chocola. Misschien maar in de kamer leggen, dicht bij de comp of de tv. Toch een happie nemen? Nee, de haring moet snel op. Ik kan beter van de haring profiteren zolang 't goed is.

De tas is leeg. M'n buik vol.

Halen & ruimen kost evenveel tijd in Zijperspace.

stemmen

Hé, die jongen ken ik. De voorzitter van 't stemburo. Degene die m'n oproepkaart aanneemt.
Nou ja, jongen moet ik 'm eigenlijk niet meer noemen. Waarschijnlijk mag je 'm ondertussen wel man noemen: netjes in pak, keurig geschoren, oogt zelfverzekerd. Hij is de baas over de tafel van de stemformulieren; je mag 'm wel een man noemen.
Als klein kind kwam-ie altijd op zaterdag bij me langs in de bieb. Bijna alle boeken die hij las gingen door mijn handen. Van de Kameleon tot Proust. Totdat hij richting Amsterdam vertrok. & Hier heb ik 'm wel vaker van bier voorzien.

'Hoi, Ton,' herkent-ie me onmiddellijk. & Na wat zoeken in de lijsten gekscherend: 'Antonius.' Waarop hij laat volgen, gericht tot z'n collega's: 'Dhr Zijp.' & Ik krijg de grote vellen gevouwd papier overhandigd.
'Ja, dat zal je je nog wel herinneren,' reageer ik nog net.

Dhr Berkhof, die mij wekelijks voorziet van al m'n ontbijtgerief, laat me een stukje salami proeven.
'Ha, da's 't 1e gedeelte van m'n ontbijt,' zeg ik vergenoegd.
'Dat zal lekker aankomen dan. Zo'n heet stukkie vlees.'
''t Enige wat ik tot nu toe vandaag heb gedaan is stemmen.'
'Dat doet m'n vrouw gelukkig voor me,' terwijl hij een stuk paté voor me aansnijdt.

't Meisje van de bakker weet inmiddels precies wat ik nodig heb, waardoor ik een minuut later alweer op de fiets zit. Niet meer conversatie dan welk brood & hoeveel geld. & Zelfs dat was overbodig.

Tijdens 't huiswaarts fietsen spits ik m'n oren. Hoop te horen dat de voorbijgangers een belangwekkend onderwerp aansnijden, hoop te merken dat iedereen er mee bezig is. Bij 't nogmaals passeren van 't stemburo kijk ik wie er buiten staan, wie er onderweg zijn binnen te treden. & Probeer de LPF-stemmer te herkennen. & Dan net te doen alsof 't me niet boeit.

Zó'n belangrijke dag. & Er is me niks op m'n gang naar & van 't stemburo gebeurd.

't Verleden is al begonnen in Zijperspace.

geschiedenis

Dit wordt een rare dag,
een verantwoordelijke,
een ontstellende,
waarbij de zon zo af & toe schijnt.

Een zware dag,
lood, lood, lood ligt in de lucht,
de hemel zakt
naar gerieflijke saamhorigheid.

Vandaag de dag
laat ik de deuren open
zodat we zuchten & steunen
& horen tegelijk.

Dag dag,
zeg ik,
ik maak u
geschiedenis.

Iemand moet 't doen in Zijperspace.

1001

Inderdaad.

Verder gaat de jaartelling natuurlijk niet in Zijperspace.
('t was te kryptisch: ik moest stukken van de tekst deleten; ik hield niet veel over)

jubileum

Zijperspace bestaat 8 maanden, 247 dagen om precies te zijn, & 1000 berichten lang.
Een jubileum dat gevierd moet worden, vooral natuurlijk om dat laatste.

Ik doe een poging 't te vieren door zolang mogelijk deze tekst te laten staan als laatst toegevoegde bericht. & Ondertussen toch te vernieuwen (als u begrijpt wat ik bedoel).
Zijperspace staat toch al bekend als langdradig, dat moet tijdens dit jubileum maar 'ns xtra benadrukt worden: naarmate de dag vordert breidt de omvang zich uit.

Maar ik dien wel te beginnen bij 't begin:

Ik heb m'n blog verhuist naar blogspot, want ik had van de week te veel problemen met 't potsen alhier. Zal wel aan de gebeurtenissen in de vs gelegen hebben. Ondertussen staan daar dermate veel berichten dat 't zonde zou zijn die plek in de steek te laten, zolang ik geen goede reden heb om hier weder te keren.

Men voelt zich lekker waar men is in Zijperspace.


(10/09/2001)

Ik had in die tijd nog andere berichten geplaatst bij xs4all, maar die zijn niet terug te vinden op die plek, laat staan bij blogspot. Maar ach, er ging in die beginperiode ook zo véél fout. Ik ben waarschijnlijk de enige die er getuige van was dat Zijperspace vanaf 9 september bestond.
Overigens zal men bovenstaand stukje niet in m 'n archieven terug kunnen vinden, want geplaatst op die oude stek bij xs4all.

De totale aantal kb's die Zijperspace inmiddels inneemt in dat wereldwijde web bedraagt 1.281,862 (nederlandse wijze van noteren). Gemiddeld per bericht dus bijna 1,3 kb. Over de 247 dagen die m'n blog nu bestaat heb ik per dag voor ong 5,2 kb aan tekst geschreven. Per dag gemiddeld 4,04858299595 bericht.
't Langste bericht was tot dusverre 't antwoord op een stokje. Dat antwoord vergde totaal 7,1 kb.
Dit record zal niet lang gehandhaafd blijven.

Ondanks 't feit dat men, in vergelijking met andere blogs, niet gaarne reageert op mijn stukjes, kon ik me in 't begin vrij regelmatig verheugen in 't bezoek van Ohjajoh: een fanatieke jongeling die zich te buiten ging aan vindingrijke, oorspronkelijke reakties (helaas zijn z'n reakties door meerdere verhuizingen & herzieningen van Zijperspace & z'n reaktie-ding verloren gegaan). Waarbij ik me gelukkig mocht prijzen, want niet iedereen kreeg te maken met z'n welbespraaktheid. Vooral Luuk leek te begrijpen wat de lol van zulk bezoek was, met name toen ik Ohjajoh uit logeren had gestuurd bij hem.

Vervolgens kregen we te maken met Casper Kleijne. Die probeerde ik van repliek te dienen door te doen als hij (is niet goed: nooit je vijanden bestrijden met z'n eigen wapens). Ik probeerde tegelijkertijd de verhouding tussen de linkloggers & lijfloggers in een ander daglicht te plaatsen.

Ik vond 't een hele prestatie van mezelf.: ik was blijkbaar toch intelligent genoeg. Of eigenlijk: ik had blijkbaar toch genoeg geduld om de materie te bestuderen, zodat ik een illustratie op m'n blog kon plaatsen.
Dat ik die illustratie kon 'linken' eigenlijk. Want uiteindelijk waren 't de finesses van 't linken die ik mezelf aan 't leren was,

Ik kreeg de truuk in m'n vingers. Ik wist op een gegeven moment zelfs hoe je muziek moest linken. Om 't mooier te maken, om 't geheel meer diepte te geven, om van m'n blog een totale ervaring te maken, plaatste ik er wederom een illustratie bij, of eigenlijk overheen. Bij 't klikken op de illustratie kon men (& zo werkt 't nog steeds) pas de muziek zelf gewaar worden.

Ik heb mezelf op een gegeven moment gedwongen een proeve van kunnen te tonen. Om te laten zien dat ik ondertussen heus wel wist hoe de toverformules werkten.
Om 't xtra kracht bij te zetten had ik ook een truuk opgenomen waar slechts een enkeling van op de hoogte leek. & Slechts een enkeling gebruik van wil maken.
't Is nl een rottruuk. Je voelt je genomen, uitgezeken & in de maling genomen, nadat je slachtoffer bent geworden van de link-truuk zoals hierboven gebruikt. Waarbij de lezer ongemerkt, onbedoeld ergens anders terechtkomt, zonder ook maar ergens op te klikken.

Tijdens 't schrijven moest er ook gedronken worden. & Door 't drinken moesten er flesjes geopend. & Dankzij 't openen van flesjes ontstonden de stukjes over 't werpen van dopjes.

Uiteindelijk resulteerde dit in een ander stukje die, ondanks dat 't weer handelde over 't werpen van een dopje naar een uitlekbakje, dicht op de aktualiteit zat.

Overige gedichten waar ik achteraf m'n goedkeuring over kon uitspreken, heb ik door Arnoud bij elkaar laten zetten in Zinderend.
Daar zijn ook enkele verhaaltjes (als ze die naam mogen dragen) verzameld.

Lang niet alle stukjes die ik zelf de moeite waard vind, zijn verzameld aldaar. Zoals bijv 'soms' over 't zuchten van een vrouw.
Of anders 't verhaaltje over de reus, 1 van de vaste bezoekers van 't pleintje voor de Albert Heijn, die ik daardoor regelmatig zag (op dit moment is-ie gelukkig al een tijdje uit beeld).

Als de geachte lezer zich de komende dag nou 'ns bezighoudt met 't napluizen van fase 1, 2, 3, 4, intermezzo, fase 5, 't 2e intermezzo, fase 6 & uiteindelijk de epiloog, allen behorende tot de voor mij 1 van de belangrijkste dagen van afgelopen jaar, niet alleen blogwijs; dan ga ik in de tussentijd aandacht besteden aan de werkdag, die mij in staat stelt dit verblijf in www te bekostigen (inmiddels is de buit binnen).

In 't begin durfde ik niet over m'n vader te schrijven, over wat er met 'm gebeurde & hoe ik me er onder voelde. Dat was me net iets te na, te dichtbij, te emotioneel.
Maar op dagen beschreven als bovenstaand kon ik niet anders. 't Was een noodzakelijkheid.
Over Pim durfde ik me aanvankelijk ook niet uit te laten. & Juist door 't schrijven over m'n vader wist ik ook die schroom ook te overwinnen.

't Gekke was dat Westmalle door m'n blog m'n favoriete klant werd. Ik zag uit naar zijn bezoek, & ontlokte door naïeve, dan wel nieuwsgierige opmerkingen hele verhalen aan zijn mond. Die ik onmiddellijk in een notitieboekje noteerde zogauw hij de zaak had verlaten.
Grappig is dat ik meermalen van mensen heb gehoord dat ze 't jammer vonden dat ik de laatste tijd niets meer over zijn wederwaardigheden had te melden. Maar waarschijnlijk was 't een goed teken voor hoe 't met 'm ging, klonk vaak al snel de conclusie daaruit.

1 Van de leukste dingen om te doen was 't feliciteren van Luuk. Alles had met alles te maken bij die felicitatie.
Alleen vreemd dat-ie nog nooit van 't nr No More Heroes had gehoord.

Eigenlijk begon ik in een vervelende periode met m'n blog. Er waren altijd mensen die zo flink waren een ander af te zeiken. Dat gaat zo lekker makkelijk anoniem, was blijkbaar hun gedachte.
Ik ondersteunde dan ook al snel Ramon in zijn oproep wat liever voor elkaar te zijn door een bloem op m'n blog te plaatsen.

't Lijkt echter bijna vanzelfsprekend om op een oneerbiedige manier met elkaar om te gaan via 't medium internet, als een instelling als smallzine (ik plaats hier geen link; dat verdienen ze niet) een verkiezing uitschrijft voor de website die volgens hun lezers zo snel mogelijk zou moeten verdwijnen. Voor mij was 't nog niet geheel vanzelfsprekend.

Naast die woede, woede over misstanden die mensen doelbewust in 't leven roepen & daar schijnbaar nog van genieten ook; naast die woede heb ik ook andere basale gevoelens in m'n leven gekend.
Juist doordat 't lang geleden was & waarschijnlijk ook onbewust ver weggestopt, had ik een trigger nodig om 't me weer voor de geest te halen. Dankzij die trigger wist ik plots weer hoe angst ooit door mij beleefd werd.

Verder kon ik afgelopen 999 mededelingen u op de hoogte houden van m'n ergernissen, m'n wensen, m'n o zo onrealiseerbare wensen via vele delen van m'n verlanglijst & wat ik zoal kocht in de supermarkt dankzij m'n eigen initiatief: 't boodschappen-stokje.

Vooraleer ik de groeten ga doen aan m'n trouwe lezers (vooral hun) & de hoop uitspreek dat ik nog lang zo door mag gaan, moet ik toch ff nog wat mensen speciaal noemen.
Zonder Puck was dit niet mogelijk geweest. Zij was degene die mij ertoe aangezet heeft een blog te starten op een manier 'zoals 't dus ook kon'.
Zij was ook degene die een belangrijk gedeelte van 't technische gebeuren geregeld heeft, zoals een reaktie-ding toen alle reaktie-dingen 't begaven, zoals Pivot (ook dank aan Bob), zoals enkele aspekten van de vormgeving.
Ik mis Puck nog steeds, maar dat is niet om bovengenoemd.

& Ik heb dit te danken aan m'n ouders (die 2 daar rechts, niet die vrouw aan de linkerzijde), die me opgevoed hebben op een wijze die 't mogelijk maakte zovele verhalen te vertellen.
& Dan nog ff specifiek m'n moeder, die ik voor ogen heb op 't moment dat ik schrijf: zij zit op de voorste rij van 't publiek dat m'n blog leest.

& Veel dank ook aan de reageurs, want dankzij die spaarzame reakties merk ik dat ik 't niet voor mezelf alleen doe. & Durf ik weer verder.

De groeten vanuit Zijperspace.
(& ik hoop dat ik nog lang zo door mag gaan).

joegoslaafse

'Verkoop ook wijn?' vraagt de man.
Ik moet 'm vragen 't nog een keer te herhalen, want duidelijk verstaanbaar was 't niet voor mij.
'Een heel klein beetje,' antwoord ik vervolgens, 'maar 't gaat hier vooral om bier.'
'Bier?' reageert-ie niet al te snugger.
'Ja, bier. We hebben hier ong 950 soorten bier.'
'Ongelooflijk. Alles bier. Waarvandaan komt?'
'Vanover de hele wereld.'
'Ook van Joegoslavië?'
Ah, hij is joegoslaaf. Vandaar z'n rare accent.
'Nee, geen bier uit Joegoslavië.'
'Met bier Joegoslavië collectie kompleet.'
'Nou nee; de collectie is nooit kompleet.' Waarbij ik doel op de 1000-en andere soorten bier die niet in de winkel passen.

'Dit ook voor bier?' wijst de joegoslaaf op een bokaal waar 2 liter bier in past.
'Ja, dat is ook voor bier,' probeer ik geduldig vol te houden.
Vervolgens worden de aanstekers gemaakt van bierblikken aangewezen. & Natuurlijk de 6-literfles.
'Dit's ook bier,' concludeert-ie.
'Ja, alles is hier bier. Dit is een bierwinkel.'
'Ik kom hier zeker terug. Dan koop ik grote fles voor vriend. Dan moet m'n vriend drinken. Dat maakt 'm ....' Hij denkt na. '....Goed.'
Hij kijkt me aan. Streng. Een aggressie verschijnt in z'n gezicht.

& Plots zegt-ie, 't lijkt tussen neus & lippen door: 'Ik neuk z'n vrouw.'

Hij loopt naar buiten. Roept wat zinnen. 't Lijkt spaans.
Ik luister niet meer naar 'm; denk nog na of-ie nou werkelijk zei wat-ie zei.

In Zijperspace drinkt men liever bier.

link

Dankzij de ijver van Polter werd ik in de gelegenheid gesteld een goed stuk van Max Pam te lezen. Over Pim Fortuyn.
Ik kon 't mijn lezers niet onthouden, vandaar dat ik zomaar weer 'ns een link heb geplaatst.

Ik ben alleen bang dat juist de betreders van Zijperspace 't al wisten.

malieveld

Ik loop over 't Malieveld, te banjeren zoals 't wel wordt genoemd. Ik speur een beetje naar oude spullen, die passen bij de inrichting van m'n huis. 4 Dagen lang zou hier een vlooienmarkt plaatsvinden. & Waarschijnlijk maak ik nog net de laatste mee, te merken aan de uitgebluste gezichten achter de stands.
Bij de ingang heb ik € 3,- betaald, want anders mocht ik 't terrein niet op. 't Terrein dat omheind is met stalen hekken. Hekken waardoor je niet kan merken hoe de toestand binnen is.

Eigenlijk ben ik op zoek naar vroeger, naar toen ik met Odette & m'n Brabantse buurvrouw aankwam op 't haagse Malieveld. & We stilaan, stapje voor stapje, verder werden gedwongen, want de stoet moest tonen dat de grootste demonstratie ooit bezig was. Voor Nederland dan.

'wwwhhhhhhhhaaaahhoooooowwww WWWHHHHHHHAAAAAUUaaaaaaaauuuuu uuuuuuuoooooooooohhoohhoohhooohhooohhooooooooo hhhhhhhhhhhhhoooooohhhoohhhohh' ging de schreeuw over onze hoofden.
In 't begin lieten we 't ons gebeuren; angstig van wat voor iets ons overdonderde. Een iets waar we geen kontrole over leken te hebben. & Toch openden we onze kelen, want 't overdonderen dwong ons ertoe.

Bij de 2e schreeuw begon de schik bij ons er in te komen. Dmv de massa konden we ons kenbaar maken. Door erin op te gaan.

'wwwhhhhhhhhaaaahhoooooowwww WWWHHHHHHHAAAAAUUaaaaaaaauuuuuu
uuuuuuoooooooooohhoohhoohhooohhooohhooooooooo hhhhhhhhhhhhhoooooohhhoohhhohh'

't Geluid begon al te sterven op 't moment dat 't zich aankondigde. Weerkaatsend tegen de vele muren, ontsnappend aan de vele bochten door boven de gebouwen uit te stijgen.
We waren deel van de massa. & We lachten naar elkaar als we wisten dat 't zo was, mond wijdopen met onze eigen interpretatie van de schreeuw.

Uiteindelijk keerden we terug op 't Malieveld. Een Malieveld omheind door mensen, massa's mensen, die niet te overzien waren & niet te doorbreken. Slechts een enkeling die in een boom zat wist waar we waren. & Met hoeveel.

't Malieveld, waar ik opnieuw ben terechtgekomen. Om goederen uit een ver verleden op de kop te kunnen tikken.

Ik ben met lege handen teruggekeerd naar Zijperspace.

herkenning

Boekenman komt 't terras oplopen. Gaat direkt richting een groepje om de vulling van z'n tas te tonen.

'Hé, daar heb je Boekenman,' zeg ik midden in 't gesprek tegen Pes.
Pes gaat nog ff door met waar ze mee bezig was.
'Ken je hem? Boekenman,' vraag ik.
Pes kijkt op: 'Boekenman?'
Ze zou 'm nog net kunnen zien passeren.
'Ja, Boekenman,' noem ik nogmaals hoopvol.

Ik roep 'm aan terwijl hij voorbijloopt:
'Hé Boekenman. Hoe gaat 't?'
'Ha Ton. Ja, ik was ff zaken aan 't doen. Maar ik heb in ieder geval geen tas met boeken meer. Dus 't geld is binnen. Nu kan ik waaien op de wind.'

Sluiks kijk ik naar Pes. Of ze wel oplet. Of ze wel ziet dat Boekenman lijkt op de Boekenman van mijn verhalen.

'Oja, je schrijft wel eens over Boekenman,' zegt Pes te laat om de persoon nog te kunnen herkennen die reeds de hoek om is verdwenen.

Zodoende weten we nog steeds niet of Zijperspace realiteit is.

belangstelling

'Hoe was 't, Pa, die 1e dag?'
Hij kijkt in 1e instantie een beetje vragend om zich heen. Hij weet dat er een vraag aan 'm wordt gesteld, maar waar komt 't vandaan? Door de drukte dringt niet alles even snel tot 'm door.
'Hoe vond je 't afgelopen maandag?' herhaal ik daarom.

Ik weet 't eigenlijk al; ik heb 't reeds gedeeltelijk van m'n moeder gehoord. Ik had haar 2 dagen eerder aan de telefoon, waarbij zij vertelde hoe 't ongeveer gegaan moet zijn. Over 't 1e uur dat hij daar op de Koog zat wist ze uit eigen ervaring te vertellen: ze mocht een uurtje blijven om te kijken hoe 't er aan toe ging. & Waarschijnlijk om m'n vader in geruste stemming achter te laten.

Wat daarna heeft plaatsgevonden wist zij dan weer van m'n vader & van 't telefoontje aan 't eind van de dag. Dat laatste als korte rapportage van de begeleiders; lijkt noodzakelijk in 't begin van zo'n proces.

Pa ziet mijn ogen op zich gevestigd. Hij weet daardoor meteen waarover 't gaat.
'Oh, 't ging wel.'
'Was 't niet raar om daar te zijn?'
'Nou, ik zou wel graag willen dat er anders met me wordt omgegaan,' laat-ie blijken, 'soms was 't een beetje kinderachtig.'

Da's een opluchting, denk ik bij mezelf. Zolang-ie denkt dat de rest van de groep niet meer aan zijn nivo van geestelijke aktiviteit kan tippen is-ie goed bezig. Vooral omdat-ie niet een persoon is die zich normaliter boven anderen stelt. Hij voelt zich blijkbaar tekort gedaan als-ie met 't inmiddels lage nivo van andere dementerenden wordt vergeleken.

Hoewel ik probeer normaal tegen 'm te doen, probeer normale vragen te stellen die ik ook 2-3 jaar geleden gesteld zou hebben, merk ik dat ik 'm uit zit te horen. Uithoren op een manier zoals 't vroeger mijzelf gebeurde. Maar dan als kleuter.

Ik weet dat ik door m'n moeder naar de kleuterklas werd gebracht. Vlak nadat ik 4 was geworden, waarschijnlijk. M'n moeder bleef naar mijn idee alleen niet zo lang. In ieder geval niet lang genoeg.
Tranen met tuiten heb ik gehuild. Ik wilde niet alleen gelaten worden door m'n moeder. Die tot dan toe altijd in m'n nabijheid was geweest. Er bestond tot op dat moment geen leven zonder m'n moeder in m'n nabijheid.
& Vanaf 't moment dat ik thuiskwam werd me gevraagd hoe 't gegaan was. Moest ik plots alles vertellen over wat er allemaal gebeurd was in de kleuterklas.
Hadden ze dan niet eerder belangstelling kunnen tonen? & Mij daardoor behoeden voor de tocht weg van huis, weg van moeder.

Alles is eigenlijk 1st anders gebeurd in Zijperspace.

marvin gaye



Ik doe al een aantal jaren niet meer aan moederdag. Vind 't een te commercieel gebeuren, waarbij 't totaal aan spontaneïteit ontbreekt. M'n moeder weet 't intussen; ze verwacht niet meer dat ik speciaal daarvoor richting Den Helder vertrek.

Ik was echter wel op zoek naar een nr met een verwijzing naar moeder. Kwam 't nr van Marvin Gaye tegen, met de vermelding 'mother, mother'. Die kende ik niet, maar ik vermoedde wel dat 't met 'What's going on' te maken had. Na 't binnenhalen ervan bleek 't gewoon 't titelnr te zijn.

De plaat in z'n geheel is al jaren 1 van m'n favorieten. Ik had ooit gehoord dat 't 't beste album van Marvin Gaye was & heb 'm onmiddellijk gekocht toen ik 'm vervolgens in de uitverkoop zag staan. 't Is ook de enige die ik op cd gekocht heb ter vervanging van de onmogelijkheid de lp te kunnen draaien. & Vervolgens heb ik bovendien de 'Deluxe Edition' gekocht (& de oude cd weggegeven aan een vriendin).
't Is de enige plaat die ik door de jaren heen kan blijven beluisteren, zonder dat ik de gedachte krijg dat ik 'm al te vaak gehoord heb.

Voor de rest heb ik er niets over te vermelden (verwacht geen hoogstaand stukje over iets wat op zichzelf al verschrikkelijk mooi is). Men zou gewoon onmiddellijk de platenzaak in moeten lopen & de cd aanschaffen. & Bij 't beluisteren een paar keer bedenken wat er nu eigenlijk aan de hand is.

Dat vragen we ons in Zijperspace al een levenlang af.

oppas

Ze was in gezelschap van 5 mannen. Ik had slechts Roald bij me. 7 Mannen & 1 dame. Maar we hadden allemaal honger. & In die tijd kon je die honger nog na 4 uur 's nachts stillen in de Spuistraat. Bij een shoarma-tent.
Iedereen was luidruchtig & wilde graag 't woord hebben; 't was niet voor niets midden in de nacht. Aan 't eind van de baldadigheden & groot vertier moesten we allemaal nog ff ons ei kwijt onder 't genot van een laatste licht ontnuchterende hap.

Roald deed dat zoals gewoonlijk door de mensen vragen te stellen; mensen overdonderen dmv onnozele tot confronterende vragen. Terwijl hij ondertussen z'n tijd zat te verbijten op een luciferstokje.
Die vragen riepen al snel reakties op bij onze buren, die noodgedwongen gedeeltelijk aan onze tafel zaten, door gebrek aan een 3e tafel in 't kleine zaakje. & Die reakties leverde mij een gesprek op met Corrie. De ophef die wij 2-en maakten was tegengesteld aan de drukte die onze metgezellen veroorzaakten.

Ik wilde wel kinderen, vertelde ik Corrie, liefst, als 't ff kon, morgen al.
Verbaasd hoorde ze m'n verhaal aan & stelde ze de voor haar noodzakelijke vragen. Geen van haar meegenomen vrienden, zover zij 't tot dusver voor hen kon invullen, had daar tot nog toe een moment over nagedacht. Laat staan om daar midden in de nacht een gesprek over te beginnen. Met een wildvreemde nog wel. Wat mij dan bezielde dat in een shoarma-tent te verkondigen?

Ach, 't gesprek maakte niet van die grote sprongen; natuurlijk wel van de hak op de tak, maar er zat een logische volgorde in. & Tuurlijk was mijn specialiteit (ik was ten slotte bevriend met Roald) 't gesprek telkenmale een onverwachte wending te geven, maar 't leek heel natuurlijk Corrie te vertellen dat ik eigenlijk liever vader had willen zijn dan op dat uur op een krukje shoarma te zitten eten.

Na afloop had ik 't idee dat ik de persoon Corrie zeker zou onthouden vanwege die spontane olijke verwondering, die bijna leek op bewondering voor 't uitspreken van die wens.

12 Jaar later zit ik op de achterbank. Ik houd Sytze in de gaten, die ernstig verkouden is & daardoor amper heeft geslapen. Bovendien is-ie zwaar onrustig door 't gemis van direkt kontakt met z'n moeder. Die brengt ons nl naar Hoorn, richting een bloemenmarkt van een tuinvereniging, waar wij onze slag willen slaan. Een tip van m'n schoonzus, die daar zelf haar overtollig plantengoed probeert te slijten.

Ik houd in de gaten of Sytze zich vermaakt, draag 'm speelgoed voor, of anders een boekje met plaatjes, op aanwijzing van Corrie.
'Oh, in dat boekje staan liedjes,' ziet Corrie in haar spiegel, 'die moet je eigenlijk zingen.'
Hmm, dat weet ik nog zo net niet, of ik wel kan zingen waar een ander groot mens bij aanwezig is. Ik ben dus allang blij dat Sytze stopt met huilen nav 't zien van plaatjes. Anders zal ik m'n fameuze truuk van 'blblblblblblbl' met de vingers heen & weer over m'n lippen tevoorschijn moeten halen. Dat lukte bij m'n neefjes & nichtjes ook altijd.

Sytze is echter zwaar verkouden. Hij reutelt & pruttelt er danig op los tijdens de ademhaling. Z'n aandacht moet snel bevredigd worden, anders verzinkt-ie in zelfmeelij.
& Ik zit er ietwat onbeholpen bij. Ik moedig 'm slechts aan z'n ontbijtkoek te eten & roep 'Precies' als hij 'haaawwaaahaawwaaddaa' doet. Soms, voor de broodnodige afwisseling, weerklinkt m'n 'Jaja'.

'Aaaach, je wang zit helemaal onder de ontbijtkoek,' ziet Corrie, als ze uitstapt voor 't tanken.
Oeps, dat moest natuurlijk ook gecorrigeerd door de oppasser op de achterbank. Terwijl ze 't benzine-station binnengaat om af te rekenen, probeer ik er 't beste van te maken door een doekje over Sytze's wangen te halen, maar de restjes lijken al opgedroogd aan z'n wang.
Schuldbewust moet ik aanschouwen dat Corrie zelf de schoonmaak op zich neemt bij 't verlaten van de auto als we ons doel bereikt hebben. Ze doet 't ruwer, zoals een moeder gewend is, met een likje spuug.
't Kind ziet er vervolgens zo goed als nieuw uit.
Dat had ik niet aangedurfd, geef ik toe.

M'n broer moet ook ff op Sytze passen, terwijl Corrie & ik onze plantjes inslaan. Corrie is daar nog druk mee bezig als ik terugkeer naar de stek van m'n schoonzus. Ik zie nog juist dat Theo de wang van Sytze eens goed onder handen neemt, door z'n met speeksel bevochtigde duim erover te wrijven. Met z'n nagel krabt-ie een hardnekkig stukje weg.

Zijperspace is evengoed een veilige plek om klein grut in achter te laten.

werpen

Andere objekten die geworpen dienen te worden:

-'t flesje fris uit de ijskast maakt 1½ draai vanwege mooi,
-'t t-shirt hoort te zweven richting bank,
-'t mes, liefst zo scherp mogelijk, met 1st een hele draai, vervolgens nogmaals, maar dan een dubbele & wederom gevangen met rechts,
-'t onkruid naar onbekende bestemming, achteloos achter de rug langs,
-de post pleiterend richting tafel mislukt te vaak,
-m'n pet bij 't afdoen, waarbij de 1 wel bestemming haalt, & de ander juist vaak niet,
-gebruikte bierviltjes na sluiting van de bar in prullenbak, voor de verwondering als ze inderdaad terecht komen,
-de schoenen tijdens vakantie, aan 't eind van de dag, voordat ik de tent opzet,
-de fluim richting passerende prullenmand, hoewel dat eigenlijk niet werpen heet,
-'t pak jus of appelsap zo hoog mogelijk voor de neus van de klant langs,
-de pen, meermaals sierlijk zwiepend, steeds een rondje meer laten maken,
-'t glas dat bovenop de andere staat moet door een snelle beweging omhoog afgeschoten worden, zodat 't in andere hand terecht kan komen.

& Bij de meeste worpen verdient 't de voorkeur 't voorwerp te laten draaien tijdens 't bewegen door de ruimte.

Rondjes worden erg op prijs gesteld in Zijperspace.

uitdijen

Koek, al heet 't wafel of van een jood; chips, naturel noch pap; borrelnootjes, laat staan andersoortig ingepakte pinda's, maar minder nog de pinda's zelf, waarvoor tandenstokers of tandengepoer noodzakelijk; tosties niet, popcorn evenmin; chocolade, welzeker niet in de vorm van nuts, snickers, mars etc; m&m's & kauwgum heb ik lang gelee reeds afgezworen. 't Kost me geen enkele moeite van dat al af te blijven.

Haring in tomatensaus; met kaas gevulde pepers; patat speciaal of desnoods met minder saus; makreel, garnaal, paling, mossel & al wat naar water smaakt; div soorten paté, chorizo & salami, ook al tandenstoker-noodzakelijk; gehaktbal tijjdens de maaltijd of met saté-berehap-vorm, knackworstjes, ze mogen heet, maar 'mit senf' lost veel op; tapenade in div verschijningsvorm: ik kan mezelf ongans misselijk eten aan dit soort spijzen.

Gelukkig is Zijperspace geen uitdijend heelal.
(ik kan over 't algemeen voortijdig stoppen).

beest

'Wat is dat voor beest?' vraag ik wijzend op 't kleine draagbare kooitje. Een beest van wel 10 cm lang dribbelt erin rond tussen enkele takjes met bladeren. Dat laatste moet blijkbaar dienen als voedsel. & 't Dribbelen slaat op de vele pootjes die 't dier tot z'n beschikking heeft.
'Iemand zei al dat 't een Duizendpoot was,' antwoord de moeder met duits accent.
'Nee, een Duizendpoot heeft veel meer kleinere, ielere pootjes,' weet ik, 'dit lijkt eerder op een groot uitgevallen rups.'

Moeder & 2 dochters zien er op z'n minst ongewoon uit. Moeder loopt met krukken & lijkt haar kleren, die in enkele lagen over haar lichaam zijn gedrapeerd, daardoor niet recht te kunnen trekken. Dochters zien er uit als punkers, maar dan van die slonzige zoals je ze tegenwoordig nog zelden ziet. & Alle-3 in een lichaam dat zich lijkt te hebben aangepast aan de slonzige levenstijl. 't Hangt allemaal een beetje; 't lijkt er niet toe te doen dat 't 1 & ander er strak bijstaat. Ook 't gezicht & z'n uitdrukking heeft bij de dochters dezelfde hangende stijl overgenomen: 't doet er allemaal niet toe wat andere mensen vinden; 't doet er niet toe wat er om hen heen gebeurt; zo zijn ze al hun leven lang & 't is beter 't zo te houden.

'Maar hoe komen jullie er dan aan?' Ik begrijp dat 't voor hun ook een curiosum is. Niet zomaar een giftig beest dat nou 1maal bij de levensstijl past.
'We vonden 't in 't park,' vertelt de moeder weer. De dochters hebben geen behoefte te communiceren, hooguit via moeder in 't duits.
''t Liep opeens voor ons op 't pad.'
't Is wel groot voor een rups, vind je niet?'
'We hebben 't ook al gevraagd aan de beheerder van 't park. Maar die had 't beest nog nooit gezien. Hij vond 't een vreemde verschijning, maar wellicht dat 't door een verzamelaar van exotische soorten was uitgezet.'

Ik bestudeer 't beest van wat dichterbij. Ik durf nu wel: 't zit toch veilig afgesloten in z'n kooitje.
't Is een lange dikke kronkelende rups. Aan de bovenkant is 't donkergeel, aan de zijkanten bij de pootjes zwart. Maar vooral is 't een viezig beest, besef ik me opeens. Ik krijg de kriebels in m'n nek. Goed dat 't in een kooitje zit.
'Dat kooitje hebben jullie van de beheerder gekregen?'
'We hadden 't bij ons, vanwege de rat van m'n dochter.'
Tuurlijk: 't zijn slonzige punkers tenslotte, luidt de bevestiging van m'n vooroordeel.

De dames willen alweer verder, maar ik ben er nog niet over uit: 'Wie laat zo'n beest nou ontsnappen?'
'Oh, da's nog niks hoor. We vinden wel vaker wat. Laatst vonden we kikkers. Volgens een kenner waren dat gifkikkers. In datzelfde park.'
'In welk park vinden jullie dan dit soort dingen?'
'In 't Oosterpark.'

Een rilling gaat nogmaals over m'n nek. Ik bereken snel de meters die m'n huis van 't Oosterpark afligt. Ik stel me voor wat voor weg kikkers moeten afleggen om in m'n tuin terecht te komen. Bekijk nogmaals of 't kooitje hermetisch afgesloten is.
De reuzerups wil ik plots niet meer zien. & Voorlopig 't Oosterpark ook niet meer.

'Ah, je boft nog,' zegt de moeder, 'in Suriname kan je veel grotere beesten tegenkomen. Bijv kakkerlakken van 5 cm groot.'
'In Suriname wil ik al helemaal niet wonen,' beëindig ik bits 't gesprek.

In Zijperspace hebben in ieder geval de insekten geen toestemming groter te worden dan een cm².

rood

Als je in Amsterdam als fietser vóór 't stoplicht gaat staan, zodat je dus niet kan zien wat voor kleur 't aangeeft, vind ik ook dat je zo flink moet zijn te gáán als de mogelijkheid zich voordoet. & Niet lafhartig de kat uit de boom kijken.

Ik heb 'm laten schrikken. Ik vond 't een beetje dom gezicht, iemand die ijverig kijkt of 't verkeer 't toe zou kunnen laten over te steken, terwijl ondertussen al enkele tellen 't voor hem bestemde licht aanduidt dat 't veilig is.
Men mag zeggen dat 't een kinderachtige aktie was, maar ik kon 't nou 1maal niet laten: bij 't passeren heb ik 'm keihard 'GROEN' in de oren getetterd.

Hij bleef nog enkele tellen xtra beduusd staan.

In Zijperspace bestaat er geen onderscheid tussen groen & rood.

draaien

Ik zie de Winde zich wurgend manifesteren. In vergelijking met 't schijnbaar stilstaan van de rest van de tuin gedraagt de Winde zich opgewonden & overdondert 't z'n naaste omgeving. Zichzelf draait ze om weerloze plantjes die niet bedacht zijn op zulke verstikkende buren. Hij bundelt div soorten samen doordat z'n slinger ze toevallig samen op z'n weg vond. Zo haastig is de Winde aan 't aftasten naar een volgend steunpunt, dat 't niet kritisch daarin kan zijn. Doordat ze niet opgewassen zijn tegen de kracht van de Winde worden z'n slachtoffers nader tot elkaar gebracht. Ze zitten uiteindelijk bovenop elkaars lip; samengebonden door de stringen van de Winde lijken ze een gedwongen interraciaal huwelijk aan te gaan, 'till death do us part'.

Maar zou die Winde zich op dezelfde wijze manifesteren, zou de Winde dezelfde weg nemen, zou de Winde zich op dezelfde manier slingeren om van alles heen, als hij groeide aan de andere kant van de evenaar? Zou hij zich dan net als water gedragen dat in de gootsteen plots de andere kant op wegloopt?

Is links dan plots rechts in Zijperspace?

moe

't Moet niet echt prettig zijn met mij op een drukke dag als deze Hemelvaarts samen te werken.
Misschien wel helemaal niet. Ik ben te gedreven, weet van geen ophouden. & Ik verwacht ondertussen dat m'n collega's zich 'tzelfde gedragen. Kan me tijdens 't werken niet inbeelden dat ze niet 'tzelfde zien als ik, de dingen niet zien die gebeuren moeten, de klanten niet zien die staan te wachten.
Dan help ik maar 3 klanten tegelijk; tijdens 't tappen verwijder ik lege glazen van de bar; terwijl ik op betaling wacht vervang ik de natte viltjes, stop lege flesjes in een krat & 't vermoedde wisselgeld al klaar; ondertussen kijk ik alvast wie dan aan de beurt is, of men nog glazen in de hand heeft & of spoelen, dan wel halen reeds noodzakelijk is.
Dodelijk vermoeiend om daar naast te staan, maar ik zie dat op dat moment niet.

Of soms zie ik 't wel, zie ik wel dat andere mensen er niet tegenop kunnen, tegen dat tempo van me, maar ik kan dan al niet anders meer. Ik moet door blijven gaan.

Ik word ook moe van mezelf. Ik zou graag willen dat ik 't op een tempo doe dat m'n collega's 't bij kunnen houden. Dat ik normaal ben & niet alle dingen tegelijk wil doen, of in ieder geval zo snel & efficiënt mogelijk op elkaar volgend.

Ik denk dat ik zwaar vermoeiend ben voor hun. Ik ben niet bij te benen, ga aan 1 stuk door.

Vaak had ik gewild dat ik wat rustiger was. Maar iedereen weet ondertussen dat 't niet anders is.

Ik heb 't laatst voor een collega proberen te omschrijven. Zogauw 't druk wordt moet ik gaan presteren & raak ik in een roes terecht. Die roes van drukte heeft me ooit een kick gegeven. Vanaf dat moment komt die kick vanzelf tevoorschijn zogauw ik me maar ff wat xtra kan inzetten. De adrenaline stijgt me vanzelf naar m'n kop. Daar hoef ik voor de rest niets meer voor te doen.

M'n collega's zullen wel moe van me zijn. Ik ben 't momenteel zelf ook.

Wat minder onrust in Zijperspace zou wenselijk zijn.

ontkenning

Bij de armbeweging van de wasbak af, waar ik net een klein propje in heb gegooid om er vanaf te zijn, raak ik de deurpost. & Ik vraag me meteen af waarom ik nou perse dat propje weg moest gooien. Waarom nou juist daar? Ik kon toch net zo goed wachten tot ik in de kamer de prullemand tegenkwam. Daarnaast had ik ook wel ff op kunnen letten waar ik me naartoe bewoog.

Ik raak de deurpost met 't puntje van m'n elleboog. Precies dat puntje dat uitsteekt. Waarvan je je levenlang alvraagt waarom 't nou zo verdomd vervelend moet uitsteken.
Nu denk ik dat nog ff harder. Maar zelfs dat hardere denken wordt overstemd door vervloekingen, inwendig uitschreeuwen van pijn. Met een flits van een gedachte dat m'n buren me wel erg makkelijk zullen horen als ik schreeuw. Met alle deuren open. Dus inwendig uitschreeuwen.

De 1e pijn is nogeneens 't ergst. Pas als je volledig realiseert dat 't pijn kan gaan doen, begint 't erger te worden, waarna 't hoogtepunt zo'n beetje na 2 seconden plaatsvindt.
Op dat moment denk ik: ontkennen. De pijnscheut moet volledig genegeerd worden. Ik moet gewoon doorgaan met de handelingen waar ik al mee bezig was. Niets mag me belemmeren door te gaan waar ik gebleven was.

De vader van Pam schiet me te binnen. Van hem mocht ik geen pijn hebben, niemand trouwens. & Zeker niet laten blijken dat je pijn had.
'Niet zeuren, jongen. Je bent toch geen watje,' zei hij, toen ik al 3 dagen mank liep door een splinter in m'n knie. Zelfs toen de splinter tevoorschijn kwam & 2 cm lang vond-ie dat ik niet zo'n ophef erover moest maken.
Hij kon na 3 dagen niks anders te kunnen dan op de bank liggen met een verwrongen gezicht van de pijn in z'n rug volhouden dat er niks aan de hand was.

Nu laat ik niet merken dat de stoot op m'n elleboog me door de grond doen zakken. Wie zou ik 't moeten laten merken? Hooguit de buren die op hun balkon of in hun tuin zitten, zullen er iets van merken.
Ik zal mezelf 'ns laten merken dat ik pijn kan ontkennen.

Voor de rest weten we niemand in Zijperspace die ervan onder de indruk zou kunnen zijn.

zitten

Ik kan niet stilzitten.
Met m'n werk heb ik daar niet zoveel last van, want daar mag ik de hele tijd staan. & Vooral bewegen.
Als ik naar 't lunchconcert in 't Concertgebouw ga met Ramon & Astrid kan dat vervelend overkomen. Ik probeerde dan ook aan de buitenkant terecht te komen van de rij waarin we plaatsnamen, zodat ik net ff meer beenruimte zou hebben, zodat ik bij tijd & wijle net ff meer onopvallend m'n lichaamsdelen beweging kon geven.

't Begint pijn te doen in m'n botten, op een gegeven moment. M'n bloed lijkt niet meer door te stromen. Er ontstaat een kriebel die weggekrabt of -bewogen moet worden.
Ik doe verwoede pogingen 't te ontkennen: 't ongemak is niet aanwezig, probeer ik te denken, & anders verdwijnt 't wel als ik m'n lichaam gewoon in dezelfde houding handhaaf. Een simpel kriebeltje verandert dan echter snel in een zeurende pijn. M'n bloed lijkt te stollen in de aders van m'n benen. M'n knie lijkt een knooppunt te worden, waar al 't bloed zich lijkt op te hopen. 't Zweet op m'n voorhoofd jeukt niet meer op m'n voorhoofd; nee, 't brand als een druppel zoutzuur m'n schedel binnen. M'n pols lijkt geheel verkrampt, niet meer tot beweging toe in staat, zo geparalyseerd lijkt 't. Daardoor voelt-ie 2 maal zo groot aan dan normaal.
Alles wordt groter in m'n ongemak. Er moet bewogen worden, gekrabt, zodat de kleine irritaties tijdelijk verwijderd, ontkend worden.

Door een verkeerde manoeuvre kwam ik precies in 't midden van m'n gezelschap terecht, & dus niet aan de buitenkant, bij 't gangpad.

's Middags dacht ik naar de bioskoop te gaan & rustig te kunnen genieten, zonder dat iemand zou zien dat ik om de zoveel minuten van houding veranderde. Speciaal daarvoor kies ik altijd de rustige ochtend- & vroege middagvoorstellingen uit.
Pal achter me kwam onmiddellijk een jongen zitten. De voorstelling was net begonnen & door 't donker kwam nog een dame voorbijgestrompeld om schuin voor me plaats te nemen. Die verontwaardigd omkeek toen ik enkele minuten later haar stoel bewoog bij m'n noodzakelijke bewegingen.
't Was gedaan met m'n poging te ontspannen, op mijn manier ontspannen te genieten van de film.

Ik ga 't nogmaals proberen, vandaag. Op deze Hemelvaartsdag ga ik om 11 uur in Pathé de Munt van de 1e voorstelling genieten.

Een grote kans dat Zijperspace slechts door 1 persoon wordt bevolkt.
Update: Er zaten buiten mij nog 4 anderen in de zaal. Totdat, wederom terwijl de film al bezig was, er een stel binnenkwam.
Een bijna geheel lege zaal & zij gingen op de enige plekken zitten waar ik last van hun aanwezigheid had.
Ik ben maar verhuisd.

vaderschap

'Hoi Willem. Al een beetje aan 't idee van 't vaderschap gewend?'
'Nee joh. 't Is nog niet zover. Maar ik krijg wel steeds meer bewondering voor vrouwen die van een kind bevallen zijn. Ik zie nu hoe zwaar Sandra 't heeft. Ze wordt ook steeds humeuriger van dat gedoe. Dat reageert ze niet af op mij hoor; gelukkig niet. Ze heeft 't gewoon een beetje gehad met al die bijverschijnselen. Dat kind in de buik neemt zoveel ruimte in beslag, dan krijg je last van je darmen, van je blaas; alles wordt klemgezet.

'Om 't een beetje te begrijpen heb ik wel wat boeken gelezen. Dan snap ik tenminste wat er met Sandra & 't kind gebeurt. & Weet ik ook hoe ik me straks moet gedragen. 't Wordt wel steeds spannender natuurlijk. Ik moet wel m'n gedachten erbij houden.
'Ik bedoel: een vriendin van Sandra was 1 week eerder uitgerekend, joh. Die moest 2 weken geleden plots naar 't ziekenhuis & ploep, daar was 't. Nou, daar was Sandra wel van geschrokken. Dan komt die datum opeens veel dichter bij; kan 't bij ons ook zo gebeurd zijn.
'Maar ik dacht de hele tijd: oh, 't duurt nog 6 weken; 't duurt nog 5 weken; & toen was 't opeens veel dichter bij. Ik zeg tegen Sandra: "Ik ben minstens zo hard geschrokken, joh, want ik had me nog lang niet op 't moment voorbereid."

'Ik heb dus wel wat boeken erover gelezen, joh. Dan weet ik tenminste hoe ik me moet gedragen; wat Sandra mogelijk prettig vindt. Want uiteindelijk: mij gebeurt 't niet; 't is Sandra die alles moet doen.
'Dan zeggen ze wel dat je de vrouw erin moet begeleiden, maar je kan niks doen. Je kan niet helpen dat kind er uit te krijgen. Jij kan dat kind er niet uit persen.
'Volgens de boekjes vinden de meeste vrouwen 't bijv niet prettig dat je ze staat te pushen. Je moet niet staan te roepen van: "Kom op. & Persen!"

'Ik was laatst bij kennissen die ondertussen ook al kinderen hebben. & Die vriend van me die vertelt: "Nou, ik heb m'n 1e kind eruit geschreeuwd. Ik stond dat toe te schreeuwen dat-ie er uit moest komen. Dat heeft echt geholpen, man."
'Ik zeg tegen 'm: "Dat vinden de meeste vrouwen helemaal niet prettig, man, heb ik net gelezen."
'Zegt z'n vrouw: "Ik ben blij dat je 't zegt, Willem. Ik zit er nou al 16 jaar op te wachten om 'm dat te vertellen. Maar hij was er zo trots op dat-ie daar had staan schreeuwen & 't idee had dat daardoor 't kind eruit was gekomen. Nou: ik vond 't knap irritant. Nu jij 't 'ns een keer hebt gezegd, kan ik 't eindelijk 'ns kwijt."

'Ja, ik maak me best zenuwen d'rom, joh.'

Er is nog vooralsnog niets aan de hand om ons zorgen over te maken in Zijperspace.

libris

Ik heb alle genomineerde boeken gelezen, behalve net die ene. Die ene die dus vanavond de prijs kreeg.
Hij ligt wel al in huis: 'Een soort Engeland' van Robert Anker. Ik heb er zelfs 4 bladzijden van gelezen, vlak na aankoop. Ik had 't boek waarin ik bezig was ff niet op zak, dus kon ik net zo goed een begin maken in m'n nieuwe aankoop.

Ik had gehoopt dat Geertrui Daem met 'Koud' zou winnen. Eindelijk iemand met een zeer spontane schrijfstijl, alsof 't geen moeite kostte verschillende personen tot leven te brengen.
De rest van 't gelezene vond ik niet zoveel voorstellen. Slechts 'Siegfried' vond ik nog wel gaan, waardoor de angst me bekroop dat Mulisch er weer met de prijs vandoor zou gaan.

Vanavond begin ik dus maar aan een nieuw verhaal in Zijperspace.

2e dorpsgek

De Postbode was een cult-held, in beperkte kring. Vooral bij mij op de middelbare school, 't Joco, & dat dan ook nog onder een kleine groep. De groep die, zogauw 't weer 't toeliet, bij Joop Laan ijs ging halen.
Bij Joop ijs halen was een begrip. Tijdens de pauze stond-ie al met z'n karretje bij onze school goede zaken te doen. Maar voor de echte liefhebber was dat tussen-de-middag-ijsje nog niet genoeg.

'Hé, wat gaar jij heen?'
'Naar de stad.'
'Wat ga je daar doen?'
'Wat denk je?'
'Ok, dan ga ik mee. Ik ben wel weer aan een Joop toe.'

De Postbode liep regelmatig door de Spoorstraat. Waarin, naast 't kantoor van de Heldersche Courant, 't terrasje van Joop was gelegen, maar dan aan 't andere eind van de straat.
De Postbode stelde zich daar op de hoogte van 't wereldnieuws bij de Heldersche Courant, waar de laatste editie in 't raam stond geëtaleerd. Al mijmerend daarover wandelde hij dan door de Spoorstraat. & Als 't 'm teveel werd, begon-ie er plots commentaar op te leveren. Midden in de straat, tegen niemand in 't bijzonder, tegen de wereld in z'n geheel.

Hij was gekleed in een oude postjas. Zo'n zware leren jas, waar geen spettertje regen doorheen kon komen & die reikte tot de knieën. Waarschijnlijk heeft-ie ook wel bij de PTT gewerkt, maar hij werd vooral vanwege z'n postjas de Postbode genoemd.
Hij was oud aan 't worden, inmiddels al over de 70, & hij begon steeds meer in z'n eigen wereld te leven. Hij leek niet door te hebben dat de winkelstraat ook bevolkt was met andere mensen. Hoewel z'n gedrag wel zo opportuun was dat hij zich met z'n tirades tot een toevallige passant leek te richten.

Z'n commentaar ging vaak al snel over in een scheldkannonade op de heren politici & had als strekking hoe verdorven de 'huidige' maatschappij wel niet was.
De gewone burger liep met een boogje om hem heen, vanwege de aggressie die hij dan uitstraalde. Bij de Joop-gangers was 't juist een uitdaging hem nog wat uit te horen. Een enkeling ging zelfs zogenaamd met 'm in diskussie.

& Juist als-ie zwijgzaam passeerde:
'Hé Postbode, wat vind je nou van 't kabinet? Wordt 't niet 'ns tijd dat 't kabinet valt?'
Waarna we een kwartier lang konden genieten van zijn beschouwingen op dat 'uitschot', waarbij de spetters net niet de beker Joop bereikten.

Eric heeft uiteindelijk een foto van 'm genomen. De Postbode heeft er echt voor geposeerd, dat kon je zien aan 't resultaat. Hij stond er mooi op, zonder de aggressie van z'n uitspattingen. Met z'n leren jas & z'n alpino-pet. Tevreden lachend.

Na die foto was-ie plots uit 't straatbeeld verdwenen. Waarschijnlijk overleden.

De Spoorstraat is nooit meer er bovenop gekomen. Heeft z'n allure geheel verloren. Ook al bleef Joop z'n ijs maken.

We missen de levendige beschouwingen in Zijperspace.

gemakshalve

Ondanks de nimmer aflatende angst niets meer te kunnen schrijven, geen onderwerp meer te hebben, de angst voor een writers-block, heb ik toch continu de drang om verder te gaan. Elke keer dient zich weer een onderwerp aan, die ik de laatste tijd gemakshalve, of beter: ter verdere ontwikkeling ervan, laat doorstoven in m'n hoofd. Er zijn toch vooralsnog onderwerpen zat.

Ik zou 't echter wel wat vaker moeten doen: m'n mond houden, m'n impulsiviteit ietwat aan banden leggen.

Misschien bereik ik dan ooit de essentie van Zijperspace, of iets wat daar op lijkt.

fietsenstalling

Marc & ik namen de trein, zodat we onze fietsen mee konden nemen. Ervanuit gaande dat we ze zouden gebruiken in Vielsalm, waar we met de gehele familie een weekend in een appartement zouden verblijven.

We namen vanaf 't station de verkeerde weg omhoog. Behoorlijk vermoeiend, in de Ardennen, staand de pedalen trappend voor een 5-tal minuten, de bovenkant van 't dorp bereiken. & Er dan pas achter komen dat 't een andere straat had moeten zijn.
We moesten nogmaals de routebeschrijving bestuderen, op een a-4tje afgedrukt, met zeer summier een plattegrondje er op afgebeeld. Fiets ff aan de kant gezet, want dan konden we met z'n 2-en tegelijk kijken.

We hadden al eerder enige verklaring van 't plattegrondje gevraagd aan een wat oudere man, schoffelend in z'n tuin, maar zijn waals was ongrijpbaar.
Nu maar vragen aan de dame die 't huis uit kwam lopen waar wij onze fietsen tegen hadden geparkeerd.

Of we zo snel mogelijk wilden zorgen dat die fietsen niet meer tegen haar muur aanleunden. Anders zou ze haar man er wel ff bijhalen.
Tuurlijk, mevrouw, we begrijpen 't volkomen. Maar kunt u ons ook vertellen welke weg we moeten nemen om op dit adres te arriveren?
Wegwezen, moesten we, want haar muur was net van de week geverfd & ze zou haar man erbij halen.

Ik kwam afgelopen week op gegeven moment de fietsenflatstalling bij 't Centraal Station uitlopen. Mooi weer, lekkere zon, heldere lucht: perfekt foto-weer, leken een 5-tal toeristen te denken. Erg internationaal gezelschap bevond zich daar, zeer onder de indruk van ons wielerpark, of in ieder geval de mogelijkheid de 2-wielers bij 't station te stallen. Omstebeurt gingen ze ervoor staan, of knielen, om alle overbezette fietsenstallingen met 't geheel aan fietsen zo mooi mogelijk op de plaat te zetten.

Ik snapte 't 1st niet. Keek meermalen achterom om te kijken wat er nou voor bijzonders in de lucht hing, of dat die lucht misschien een zeer speciale sfeer uitstraalde vandaag. Of was er iets gebeurd even verderop? 5 Fotograferende toeristen zullen toch wel iets zeer bijzonders moeten zien, willen ze 't geduld opbrengen aan de zijkant van 't station er minutenlang met fototoestel die kant op te staren.
Ik werd mij niets anders gewaar dan gestalde fietsen.
Maar de fotograferende mensen keken er zeer voldaan naar. Olijk gezicht, leken ze te denken. & Ze namen nog maar een foto.

Parkeren is iets vanzelfsprekends in Zijperspace.

begrip

'Ha, Boekenman. Hoe gaat 't er mee?'
'Boekenman heeft pech vandaag,' antwoordt Boekenman ietwat sip. 'Ik mocht geen dozen ophalen. Ik kon daardoor geen geld verdienen.'
Ik hou me ff stil, ik weet niet wat voor humeur Boekenman heeft. Hij gaat ondertussen verder:
'Ik heb vandaag maar € 0,50 verdiend. Kan ik daarvoor evengoed een flesje Brand krijgen? Dan betaal ik de andere helft later vandaag.'
'Nee, je weet ondertussen dat ik dat niet kan doen. Je bent veel te vaak vergeten 't later te betalen. Je kan beter een goedkoper flesje kiezen, dan heb je tenminste nog wat.'
'Heb je dan een goedkoop biertje koud staan?'
'Nee, voor die prijs heb ik alleen maar lauw bier daar staan,' terwijl ik een kratje met 't goedkoopste bier van de winkel aanwijs, 'die kost € 0,60.'
Hij rammelt al z'n kleingeld bij elkaar.
'Ik heb maar € 0,55.'
'Als je dan later 't flesje terugbrengt plus nog 5 cent dan mag je 'm meenemen daarvoor.'
'Sommige mensen daar wil je op bouwen. & Als je niet op ze kan bouwen dan: Pffffffffffffffffffft. Naar buiten.'
Boekenman maakt met z'n armen een zwaaiende beweging naar buiten.
'& Alles wat ik wil is naar binnen. Pffffffffffffffffft.'
Hij maakt een zwaaiende beweging naar binnen.
'Ik dacht al dat je dat zou willen,' is m'n reaktie op z'n lichaamstaal.
'Dan begin je me eindelijk te begrijpen.'
'Nee hoor. Ik begrijp je al een tijdje.'
'Dank je.'
Verdwaasd loopt-ie zwaaiend met z'n biertje weer de straat op.

Gelukkig zijn de straten veilig in Zijperspace.

de worp (hoe 't ook anders kan)

De nacht nadat Pim Fortuyn werd vermoord
wierp ik. Een dopje.
Zoals altijd richting uitlekbakje.

Klitsklatsboem.

De nacht van de dag dat Pim Fortuyn overleed
viel een dopje op de juiste plek. Gek genoeg.
Precies in 't bakje.

Je zou 't niet geloven.
Hij deed een sprongetje omhoog,
Wipte nogeneens tegen de muur,
geen rebound, gewoon klits,
tegen 't randje,
klats,
in 't bakje,
boem,
lag stil.

Je zou 't niet geloven.
Ik gooide de nacht van de dag,
of na de dag van de dood
van Pim Fortuyn, een dopje.

Niet dat alles dan klopt. Nee, want
mensen horen niet dood te gaan.
Doppen horen wel in uitlekbakjes
terecht te komen.

Maar die uitlekbakjes zijn mensmaaksels,
in hun streven perfektie te bereiken.
Of iets daar dichtbij.
Zodat wij,
of uiteindelijk wie dan ook,
niet dood zullen gaan,
(ook al denken we dat dood perfekt is)
Maar dopjes blijven werpen.

Van heel ver,
nog veel meer ver.

Een uitlekbakje raken
& gewoon door blijven leven.

& Vervolgens afvragen waar alles is terecht gekomen, in Zijperspace.

over mensen die de ijzers keren (opnieuw)

Hoe toepasselijk, die titel op dit moment.

Hij is dood. De man die ik verafschuwde. De man waarvan ik dacht dat met hem 't nieuwe fascisme zou toeslaan, 't echte racisme Nederland binnen zou sluipen.

't Is belachelijk, & dat is een beperkt commentaar.

Je moet je vijand koesteren, slechts dan ben je een waar mens. Slechts dan kan je 'm de mond snoeren. Slechts dan ben je 't waard de strijd met 'm aan te gaan.

Dat geldt zeker in Nederland. Tot vandaag de dag.

Er is iets veranderd in Zijperspace.
(& Toch: ik hoop dat ik ook van hem over 20 jaar de naam vergeten ben).

over mensen die de ijzers keren

't Is eigenlijk vreemd dat ik de namen niet meer weet van de doden van lang geleden. Terwijl de omstandigheden waarin ik 't hoorde, de manier waarop ik de personen heb leren kennen & enkele kenmerkende dingen van die lang-geleden-doden me in 't geheugen staan gegrift.

Waar is de naam gebleven van de engelse leraar die de 'u' in sommige woorden verkeerd uitsprak; die van de welp wiens gezicht mij niet voor de geest is gekomen; hoe heette dat klasgenootje dat gebocheld & pruttelend ademhalend door 't leven ging; of die ex-junk, die alleen maar wilde schaken & zo'n zenuwachtig lachje had?

De naam van 't klasgenootje, dat eigenlijk geen klasgenootje genoemd kon worden, zal ik wel nooit kunnen achterhalen. Ze heeft te kort & te weinig bij me in de klas gezeten. Ik heb 'r niet vaak genoeg gezien om de mogelijkheid te hebben gehad haar naam in m'n geheugen te planten.

Ondanks dat weinige verschijnen op school weet ik me haar verschijning welzeker te herinneren. Haar kleine lichaampje kwam niet eens tot aan mijn schouders, terwijl ik tot dan toe de kleinste van de klas was.
Het kwam misschien doordat ze gebogen door 't leven moest, haar rug was ietwat gebocheld. 't Leek alsof haar longen zich daar achter in haar rug bevonden, door dat constante gepruttel & gezucht, de moeite die 't leek te kosten de lucht richting die longen te sturen, daar te laten aankomen. 't Leek een moeizame reis van de lucht, een zware taak van 't lichaam alle onderdelen te laten meewerken aan de tocht naar die vergelegen longen.

Vaak heb ik haar niet tijdens de les meegemaakt; ze was 't jaar dat ze aan onze klas was toegevoegd hooguit 1 dag in de week aanwezig. Ik geloof vooral bij de lessen Latijn.
We kregen haar plots voorgeschoteld, voorgesteld door de klasseleraar. Met 't verhaal dat ze een ziekte had, dat ze lang niet altijd aanwezig zou zijn, omdat haar ziekte dat niet toestond, maar dat ze wel haar best zou doen, net als de school, de leraren & hopelijk ook wij.

& Of ze haar best deed. Hoewel ze bijna bij geen enkele les aanwezig was, de stof dus slechts uit de boeken tot zich nam, zonder uitleg, haalde ze bij de spaarzame repetities die ze mee kon maken met gemak de hoogste cijfers.
Dan zat ze voorin de klas, voorovergebogen, haar bovenlichaam bijna geheel op de schoolbank gelegd, haar ogen bijna in 't repetitie-papier, te schrijven, continu te schrijven. & Te pruttelen, die zware ademhaling te verzuchten. & Na de repetitie werd ze opgehaald door iemand die haar tas droeg. Want als ze zelf die tas droeg, dan liep ze helemaal schuin.

Wij deden ook ons best. Wij lieten haar toe in onze klas. Wij zeiden bijna niks tegen haar. Wij wisten niet waar 't vandaan kwam, maar wij wisten hoe 't met haar ging. Wij vertelden elkaar hoe haar gezondheid er voor stond. Wij vertelden de leraar waarom ze er bijna nooit was. Wij waren toch geschokt toen ze er echt nooit meer was.
Terwijl ze nog steeds niet haar laatste 10 had ontvangen.

Maar de dood, 't is de dood die een naam heeft in Zijperspace.

droog

's Nachts ben ik de laatste tijd vooral bezig met 't happen naar adem. Fnuikend voor m'n nachtrust, want ik word wakker als gehemelte totaal verdroogd is.
Ik probeer 't wel; ik ben heus bereid de slaap weer te vatten zonder uit bed te stappen. Want door er uit te gaan schud ik de slaap uit m'n lichaam, alleen al door de concentratie die 't vergt 't trapje af te dalen. Maar ik heb ook te maken met de lichten die m'n ogen in schijnen; de kou die m'n huid doet ontwaken; de beweging die m'n lichaam uit z'n ligritme haalt.

& Dat alles omdat m'n keel om vocht schreeuwt. Smeekt zelfs.

M'n keel doet mij ernstig beseffen dat 't menselijk lichaam voor een groot deel uit vocht bestaat. Dat 't vocht behoeft, uit vocht is opgebouwd & vocht wil afscheiden. Als er slechts verdamping van 't vocht plaatsvindt & geen inname, protesteert m'n keel.
Dat proces zet tegelijk m'n mond, m'n wangen, m'n tanden, alle holtes, elke kier volledig droog. Waardoor ik geen gevoel meer lijk te hebben in de verschillende onderdelen van m'n mondholte. In die zin dat ik op een gegeven moment niet meer kan onderscheiden of m'n tong nu vastgeplakt zit aan de bovenkant van m'n gebit of rustig in 't zachte bedje ligt waar 't zich hoort te bevinden.

Er lijkt een immuniteit voor 't medicijn in m'n lichaam op te treden. Ik spuit m'n neus vlak voor slapen in met de flixonase-spray, maar reeds na 3 uur lijkt 't grootste gedeelte van de werking achter de rug. Terwijl ik nog de hele nacht doormoet, zonder nog een dosering. 3 Maal per dag is 't maximum.
Ik kan vervolgens minder lucht via m'n neusgaten tot me nemen, waardoor ik automatisch m'n mond ga gebruiken. Als ik wakker was, dan zou ik 't wel weten: stug door blijven ademhalen via m'n neus; dan maar wat moeizamer & sneller. Helaas kan ik dat niet zelf bepalen als ik me in 't land der dromen begeven heb. Blijkbaar open ik, zogauw de slaap me overmant, pardoes m'n mond & laat al 't vocht m'n mond uit verdampen.

't Medicijn werkt niet meer. In ieder geval niet meer voldoende.
& 't Duurt nog 2 weken voor ik m'n afspraak met de KNO-arts heb. Om te kijken of er nog aan wat valt te doen, medicijnswijs, of dat er andere maatregelen genomen dienen te worden.

't Wordt een beetje benauwd in Zijperspace

over mensen die de ijzers keren

Hij was de 1e die ik kende die dood ging, na m'n opa. Ik kende 'm alleen niet. Ik kon me z'n gezicht nl niet herinneren van de week ervoor.

''t Was die jongen die zo'n grote mond had & die je wilde pesten.'
& Dat nog wel op de 1e dag dat je naar de welpen gaat. Meteen gepest worden.
Ik kon 't me niet herinneren. Hoe goed ik nog m'n best deed, ik haalde 'm niet tevoorschijn in m'n geheugen. Waarschijnlijk waren er andere aspekten van die 1e dag bij de welpen indrukwekkender geweest.

De Akela vertelde de week erna, de 2e week van ons aspirant-welpenschap, hoe 't was gebeurd. 't Hele gezin scheen in de auto te hebben gezeten op 't moment dat ze 't water in reden. 't Gehele gezin verdronk.

& Ik probeerde me een gezicht voor de geest te halen. Een gezicht van een jongetje dat aan 't verdrinken was. Terwijl-ie in de auto zat met z'n ouders.

Aan div mensen gevraagd hoe de welp van vorige week er uitgezien had. Er was enkele weken later zelfs een foto van hem beschikbaar. Niets hielp om 'm tevoorschijn te halen.
'In welk welpennest zat-ie dan?' vroeg ik. Maar ook dat leverde geen resultaat op in m'n geheugen.

Ik had m'n 1e dode, maar wist niet wie hij was. Hoe 't gebeurd was, kon ik me levendig voorstellen: ik zag 't ongeluk in m'n fantasie zich afspelen. Op de Doggersvaart.
'Daar zijn wij die middag ook nog geweest, Pap,' om 't nog wat beter voor mezelf te illustreren. We hadden 't desnoods kunnen zien gebeuren. Of kunnen zien dat 't al gebeurd was.
Misschien moest ik die rit over de Doggersvaart herbeleven, misschien dat ik me dan daadwerkelijk iets van de jongen kon herinneren. Dat ik per ongeluk ergens die auto in 't water had zien hangen. ½ Onder water. Dat 't die bewuste middag niet opgevallen was, maar in m'n herinnering wel.

Die dode jongen had blijkbaar nooit voor mij geleefd. Hij was aan mij voorbijgegaan.
Dat kon niet kloppen: dan was ik ook aan hem voorbijgegaan. Dan had ik voor hem ook nooit bestaan.

De jongen is nooit meer teruggekomen bij de welpen.

Onwetend wat-ie heeft achtergelaten in Zijperspace.

dodenherdenking

'Dames & heren.'
Op de toon zoals ik normaliter de laatste ronde aankondig of roep dat de bar gesloten is.
Lang niet iedereen hoort me.
'Dames & heren.'
Ik hou nog ff stil & ga dan door: ''t Is Dodenherdenking. Ik zou willen vragen om 2 minuten stilte.'
& Meteen in 't engels: 'Ladies & gentlemen. Here in Holland, today is the national day for remembering the dead of the 2nd World War. I ask you for 2 minutes of silence.'

Er wordt nog wat ge-sssst tegen mensen die niet doorhebben wat er aan de hand is. De laatste klanten komen uit de kelder tevoorschijn.
'Wat is 't hier stil,' merkt 1 van hen op.
'Dodenherdenking,' sist m'n collega.
In een automatisch gebaar pak ik nog 2 lege glazen voordat ik besef dat ook 't personeel stil moet houden. Zoals ik 's middags Fret nog had toegebeten.

Ik sta stil. Kijk voor me uit. Onrustig, want ik ben niet gewend stil te staan. M'n blik gaat heen & weer: naar de klanten, naar de afwas, naar de bar, naar m'n collega's.
Denk ik nu wel aan de doden? Ik denk helemaal nergens aan. Behalve dat ik me druk maak over m'n blik. Iedereen kan zien dat ik me niet stil kan houden, me onrustig voel. & Er druppelt wat zweet over m'n voorhoofd. Terwijl ik me niet eens beweeg.
Hoezo dodenherdenking? Ik kan helemaal niet denken aan doden die ik niet gekend heb. Aan omstandigheden die ik niet heb meegemaakt.
Ik houd me stil. Kijk naar de klok. Die 1e minuut duurt lang. Wat moet ik straks zeggen als de 2 minuten voorbij zijn?
't Was vanzelfsprekend dat ik degene zou zijn om de mensen op te roepen tot stilte. Ik ben altijd degene die 't 1st z'n mond open trekt. Een beetje belangrijk doen, dat is waar ik mee bezig ben. Roepen om stilte & zelf niet weten waar je gedachten naar toe moeten gaan. De 2e WO is niets meer dan een woord voor me, een bonk grijze tijd waarin mensen dood schijnen te zijn gegaan. Ik kan m'n gevoel er niet in leggen.
Ik zie de klok verder tikken. Gelukkig gaat die 2e wat sneller, want nu kan ik aftellen.
Martha kijkt naar me. Ze kijkt vast naar hoe gewichtig ik sta te doen. Ze heeft 't vast door. Dat alles maar schijn is. Dat ik eigenlijk bijna niks voel.
Nog een paar seconden. Weet ik wat ik moet zeggen als 't zover is?

'Bedankt.'
Ik mag weer bewegen. Ik heb 't mezelf zojuist weer toegestaan.

'And let it never happen again,' schreeuwt Barrie door de kroeg, 'nowhere, never again.'

Belachelijk, denk ik. Een beetje gaan schreeuwen als mensen net uit 2 minuten stilte zijn gekomen. 2 Minuten slechts met eigen gedachten bezig zijn geweest. Ze dan ff wakkerschreeuwen.
Dan heb ik liever de ethiopiërs, die na mijn 'bedankt' applaudiseren. Da's tenminste een ontlading waarbij je anderen niet stoort.

't Proeflokaal moet leeg, we zijn gesloten, de mensen naar buiten. Ik ga schoonmaken. Onderwijl overdenken wat voor persoon ik eigenlijk ben.

Ook in stilte is Zijperspace in beweging.

metal box



Onze platenboer Selbach had slechts 2 xemplaren te pakken kunnen krijgen. Lange Ton had geen moment geaarzeld & de 1e gekocht. De 2e wilde Selbach wel ff voor me apart houden.
Maar dan moest ik wel aan geld zien te komen. Zo'n filmblik gevuld met 3 maxi-singles in beperkte oplage kostte natuurlijk een aardige duit. Daar was 't uitgavenpatroon van een schoolgaande jongere niet op berekend. Ok, die van Lange Ton wel, maar die deed niets anders met z'n geld dan platen kopen.
Met wat lenen van m'n ouders, die ik moest zien te overtuigen van de noodzaak van deze aanschaf, lukte me 't na een week. Ik was eigenaar van 'the Metal Box'. 1tje Met een deukje aan de zijkant, maar dat zorgde ervoor dat ik 'm onmiddellijk herkende & precies wist waar ik de 2 delen op elkaar moest voegen.
Eindelijk had ik iets zeer speciaals, een 'collector's item', met uitzonderlijk goede muziek bovendien.

Iets meer dan 10 Jaar later had ik weer geldproblemen. Dit keer had ik niet genoeg geld om rond te komen, eten te kunnen kopen, huur te betalen. Ik leek aan de grond te zitten. Een beroep op m'n ouders leek geen optie; dat was al vaak genoeg gebeurd.

Ik kwam vaak over de vloer bij Roald. Logeerde een enkele keer bij 'm als zich geen woonruimte voordeed. & Anders stonden er wel wat spullen van me bij hem. Zo ook een deel van m'n platencollectie.
Hij wilde me wel helpen. Hij zou Metal Box, waar hij idolaat van was, overnemen voor een symbolisch bedrag, 't bedrag waar ik mee geholpen zou zijn. & Dan zou hij eigenaar van 't filmblik worden. Tot 't moment dat ik weer genoeg geld zou hebben om 't bedrag terug te geven.

Hij staat nog steeds bij Roald. Ik heb 't geld wel, heb 't er ook best weer voor over, maar heb geen zin om een nieuwe pick-up aan te schaffen, zodat hij niet voor niets in m'n kasten staat te verroesten. Liever laat ik de platen de optie zo af & toe gedraaid te worden door Roald.

We missen echter wel de deuk die altijd op de juiste plek zat in Zijperspace.

dorpsgek

Als kind was ik vooral bang voor de dorpsgek, welke dorpsgek ook. & Dat waren er nogal wat in Den Helder. Maar naarmate ik merkte hoe andere mensen met zo'n persoon omgingen, werd hij een noodzakelijk onderdeel van de totale indruk van de sociale omgeving waarin ik leefde. Langzamerhand leerde ik omgaan met de onvanzelfsprekende gedragingen van de gek.

De 1e 'dorpsgek' die ik leerde kennen was Frits. Frits heette echter geen Frits, maar werd Pietje de Teller genoemd. Vooral omdat-ie 't niet kon laten alles wat-ie tegenkwam te tellen. De tegels van 't trottoir werden geteld, de planten in de tuin, de regelmatigheden in een dekoratie, de ramen van een huis. Alles wat uit meer dan 1 eenheid bestond, werd met z'n vinger aangewezen. Z'n vinger ging van objekt naar objekt om te duiden dat ze opgenomen werden in z'n telling. Onderwijl murmelde hij wat & uiteindelijk noteerde hij wat in z'n notitieblok.

Als je als kind op zo'n moment door hem gepasseerd werd, kreeg je plotseling een aai over je hoofd. Elk kind dat bij 'm in de buurt kwam moest vluchtig een veeg door 't haar krijgen. Je schrok je rot als je er niet op bedacht was, of als 't je voor 't 1st gebeurde. Pietje leek volkomen in z'n wereld van 't tellen van alle dingen op te gaan, maar de kinderen leken daar een onlosmakelijk deel van uit te maken.

Hij kon ineens voor je staan: hij ging overal naar binnen waar hij zag dat de deuren openstonden. Waarschijnlijk bevonden zich daar spullen die hij nog niet geteld had, was waarschijnlijk z'n gedachte. Dus de scholen waren vaak een visite van Pietje de Teller waard: daar stonden de deuren altijd open & in zijn opinie was daar veel te tellen. Bovendien waren er veel kleine hoofdjes aanwezig die hij kon aanraken.

De meeste onderwijzers lieten 't toe, kenden de goede man ondertussen, maar meneer van Balen, net nieuw als hoofdonderwijzer, werd vuurrood toen hij Pietje voor 't 1st aanschouwde.
Wat moest dat? & Waarom bleef de man midden in de klas staan? Hij wilde 'm liefst onmiddellijk verwijderen, met geweld desnoods, maar werd door z'n leerlingen overreed 't niet te doen.
De leerlingen van de 6e (8e groep tegenwoordig?) vonden de aanwezigheid van Pietje prima; ze kenden 'm al van jongsaf & lieten 'm al jaren gelaten toe. Slechts een enkeling wendde z'n hoofd weg voor de aai in 't haar.
Meneer van Balen kreeg zodoende onderricht van z'n leerlingen. Over hoe om te gaan met de plaatselijke gek.

Hij bleef echter onrustig als hij dit soort verschijnselen meemaakte. Maar meneer van Balen was nou 1maal een man die zich niet makkelijk aanpaste.

We hebben tegenwoordig slechts 1 bewoner & 1 dorpsgek in Zijperspace.

telefoongesprek (2)

'Brouwerij 't IJ, goedendag met Ton.'
'Goedendag, u spreekt met Tijmen Dons van Firma Van Zeem. Ik bel omdat ik u een nieuwe brochure wil sturen van ons bedrijf. Ik wilde de gegevens die wij van u in 't bestand hebben staan kontroleren.'
'Dat kan.'
Hij noemt alle gegevens.
Ik bevestig ze.
'Aan wie kan ik 't 't best adresseren?'
'Aan de heer Peterson.'
'Mag ik vragen wat zijn funktie is?'
'Hij is de eigenaar.'
'Is er misschien een afdeling binnen uw bedrijf die de xterne kontakten onderhoudt; een afdeling aan wie ik onze brochure 't best kan richten.'
'Nou, zo groot is deze brouwerij niet. Wij hebben geen afdelingen. De enige afdeling die we hebben is de afdeling Malversatie & Corruptie.'

Ik moest 'm een beetje voorbereiden op 't feit dat z'n brochure waarschijnlijk ongelezen de prullenbak in ging.

Voor de rest wordt er duchtig gemalverseerd in Zijperspace.

1e zoen

Frank & Peter komen aan de bar zitten. Peter heeft de Travel Manager aangeschaft. In boekvorm. Die kan nou 1maal beter aan de bar doorgebladerd worden.
Heel Nederland staat in de Travel Manager, alle straten & straatnamen worden op gedetailleerde kaarten getoond. & 't Geheel is gebundeld als een telefoonboek.
Peter is er uren mee zoet. Frank mag naast 'm zitten, toekijken & suggesties geven welke straat in welke stad opgezocht moet worden. Ondertussen bestellen ze omstebeurt 2 biertjes.

'Ton, waar ben je geboren?'
'Martinus van der Hamstraat.'
Een speurtocht volgt. 1st Moet ik op de grote kaart aanwijzen in welke stad ik geboren ben. Op een volgende kaart moet ik aangeven in welke buurt. Op de laatste, meest gedetailleerde kaart staan vervolgens de straatnamen.
'God, waar ligt die straat nou ook alweer?'
'Kom op, Ton. Je weet toch wel waar je geboren bent?'
'Ja, maar ik sta aan de andere kant van de bar; ik bekijk 't allemaal op z'n kop.... Há, hiero! Hier ben ik geboren.'

Petra moet haar geboortestraat ook aanwijzen. Nogmaals kunnen de heren zich vermaken, want Peet weet absoluut niet meer waar die straat zou kunnen liggen.

Voor zichzelf zoeken Peter & Frank alle straten op die in hun verleden een rol hebben gespeeld. Ik zie de plattegrond van Heemstede voorbijgaan, & van Haarlem, Breda & in een flits Tilburg.
Maar Peter is degene die bladert & bestudeert. Frank mag er slechts bij aanzitten. 't Is zijn boek niet.
'Ik zag 'm liggen voor € 13,-,' vertelt Peter, 'toen kon ik 'm niet laten liggen. Meteen meegenomen.'
Peter is er zichtbaar mee in z'n sas. Hij begint op een gegeven moment zelfs aan de bestudering van de inleiding.

Frank wil op een gegeven moment ook weer wat bemoeienis.
'Ton, in welke straat heb je voor 't 1st een vrouw gezoend?'
God, weet ik dat nog wel? Ik staar peinzend voor me uit.
'Zo'n belangrijke gebeurtenis herinner je je toch wel?'
'Ja, tuurlijk, maar ik weet zo snel niet meer welke vrouw als 1e was,' probeer ik me er uit te redden. 'Wacht. Dat moet in de speeltuin zijn geweest.'
'Ik bedoel natuurlijk wel echt zoenen. Niet een kinderachtig kusje.' Alsof Frank m'n gedachten kan lezen.
Oh, wacht ff. Bij Annet. Met haar heb ik bij haar thuis verschrikkelijk liggen zoenen. Als haar ouders niet thuis waren.
'Het Koggeschip,' luidt resoluut mijn antwoord.
'Nee, we moeten wel een straat hebben.'
'Dat is de naam van de straat. Hoewel straat: 't was meer een wijk.'
Maar dat kan helemaal niet daar zijn geweest, bedenk ik me ondertussen. Ik kwam pas bij haar thuis toen ik haar al een keer gezoend had. 't Moet eerder zijn geweest.

De klasse-avond schiet me te binnen. Waarbij ik bijna de hele avond met haar tegen de piano van 't muzieklokaal heb staan zoenen. Niemand in de klas had een relatie. We waren de enige die daar de 1e stap toe zetten. & Dat deden we meteen volledig in 't spotlicht voor de rest van de klas. Weliswaar op een schemerig verlichte avond, wat diende ter verhoging van de feestvreugde, maar iedereen zal ons ongegeneerd hebben zitten bekijken.
We lieten elkaar die avond niet los. Onze monden zaten aan elkaar vastgezogen.

'Of nee, 't moet op de klasse-avond zijn geweest,' probeer ik nog te veranderen.
Peter heeft Het Koggeschip echter al gevonden.

Ik vind 't al niet meer zo belangrijk; er schiet me opeens te binnen dat ik waarschijnlijk wel eerder haar mond had geproefd. Dat ik 't zo'n fascinerende ervaring vond dat ik 't tijdens die klasse-avond nog wel 'ns wilde meemaken & er vervolgens geen genoeg van kon krijgen. Ik kan me de situatie alleen niet meer voor de geest halen.
& De woorden van Frank spoken door m'n hoofd: Zo'n belangrijke gebeurtenis herinner je je toch wel?
Ik hou m'n mond.

Uiteindelijk zijn 't de spoken die de dienst uitmaken in Zijperspace.

boeken

't Boek is uit. De volgende moet uit de kast.

Ik zie mezelf lopen naar school. Met zo'n linnen tas, die iedereen toendertijd had, de lange hengsels hangend aan m'n schouder. Zodat ik m'n handen vrij had.
Lopen kwam toen ook beter uit. Dan had ik tenminste de mogelijkheid om verder te gaan. Al fietsend zou 't me waarschijnlijk niet lukken nog een 10-tal bladzijden te lezen van m'n boek.
Terwijl ik las keek ik af & toe op, vooral noodzakelijk als ik de weg afsneed, om te kijken of 't goed ging met 't verkeer. Maar eigenlijk had ik er niets te duchten: ik hoefde bijna niet over te steken door alle paadjes & steegjes tussen de lage flats & woonblokken door. Er lag slechts 1 bredere weg, de weg die 't terrein van de sportvelden doorkruiste, op m'n route. Zelfs die werd rond dat tijdstip bijna niet betreden door 't gemotoriseerd verkeer.

Dus ik las verder. Bezeten door veellezerij. Ik wilde liefst elke dag een boek uitgelezen hebben. Daardoor probeerde ik mezelf truukjes aan te leren als diagonaal lezen. Maar bij 't lopen over straatjes leverden pogingen daartoe weinig resultaat op.
Bovendien was ik verslaafd aan de werelden waarin ik terecht kwam. Zogauw ik 't boek ter hand nam, zat ik er alweer middenin. Met af & toe 't besef dat de reële wereld ook nog bestond.
Dan wierp ik een blik op de weg, voor me & achter me, & m'n oren spitsten zich, gericht op enig motorgeluid dat klonk als naderend.
& Ik las weer verder.

Ik moest me ondertussen wel haasten, want ik had meestal nog maar net genoeg tijd om de weg af te leggen. Elke hoek moest daarom zo efficiënt mogelijk genomen worden, de meest rechte lijn die getrokken kon worden wilde ik bewandelen. & Onverstoord, ondanks dat de takken van de struik aan 't hoekhuis door m'n haar strijkten, las ik verder. De drol aan de stoeprand werd op 't laatste moment gemeden. De stoeprand zelf werd zorgvuldig voorbedacht genomen. & Meteen bij 't passeren van de hoek werd de volgende ideale lijn getrokken. Waarna de blik zich weer op 't boek richtte.

We werpen ons continue op een volgende wereld in Zijperspace

processen

Bij dit weer kan ik in m'n tuin gaan zitten. De zon schijnt. Da's genoeg, ook al komt de temperatuur in de schaduw niet boven de 13 uit.

't Bloeit daar. Welig nog net niet, maar je kan zien dat alles de afgelopen week groter is gegroeid. & Ondanks de heftige aanslagen van de stormachtige platvallende winden lijkt alles nog overeind te staan.

M'n vader zei bij een regenbui altijd: 'Ha, da's goed voor de plantjes.' Bij hem leek alles goed voor de plantjes, maar bij regen wist-ie er een xtra positieve draai aan te geven.

Ik ben al m'n biologie-lessen vergeten. Ik weet niet meer wat de verschillende faktoren zijn die de groei veroorzaken. Ik zie 't slechts groeien, maar weet niet wat er zich binnen in zo'n plantje plaatsvindt.
Hoeveel effekt heeft 't licht van de zon op de groei? Er vindt een bepaald proces dankzij die zon plaats. Of anders dankzij de regen. Die regen, dat vocht; dat moet dan toch voedsel zijn, maar een plant leeft toch zeker niet alleen van water? Wat zit er eigenlijk allemaal in water?

& 't Vreemde is dat 't proces van groei & bloei weer een ander proces in mijn hoofd veroorzaakt. Of eigenlijk is dat niet vreemd; 't is eerder vreemd om te beseffen dat 't slechts een proces is.
Vast ook een proces waar ik nooit 't fijne van zal weten. Iets chemisch, zo lijkt 't wel, als je er over nadenkt. Net als dat een ontluikende liefde als iets chemisch wordt omschreven.
't Zal wel met receptoren ed te maken hebben, maar 't is allemaal leerstof uit een lang vervlogen tijd.
't Veroorzaakt in ieder geval een prettig gevoel als ik m'n tuin overzie. Na een week van aardig wat buien. Buien, die blijkbaar een prettig gevoel veroorzaakten bij de planten.

Nu moet die zon weer terug komen. Zodat ik in de tuin kan ontbijten.

't Wachten is op een wolkenvrij Zijperspace.

obsessie

Ik kan m'n boek niet loslaten. Zelfs de hitte van de kachel kan me niet dwingen m'n stoel te verlaten & 't boek neer te leggen.
1st Nog een regel van m'n boek. & Nog een regel. Daarna kan de alinea ook nog wel af. Misschien haal ik de bladzijde.
M'n hoofd druipt van 't zweet, maar ik kan m'n boek niet loslaten. Ik zit er middenin, dus mag ik niet, kan ik niet.
Ik kijk hoeveel bladzijden nog te gaan. Minder dan 50. Dan mag ik m'n boek niet loslaten.

Toch weet ik dat 't zal gebeuren, dat ik op gegeven moment afgeleid zal worden. Door iets, een gedachte, een geluid, misschien de noodzaak van de gang naar de wc. Vooralsnog ga ik gewoon door; 't moment dient zolang mogelijk uitgesteld.

Ik ben weer eens geobsedeerd. Voor een bepaalde periode zie ik mezelf gevangen door een obsessie. Ik kan geen minuut verloren laten gaan: elk moment probeer ik te benutten.

Soms denk ik bij mezelf dat 't nogeneens om de fascinatie voor 't boek in kwestie gaat; de bezigheid zelf is de verslaving. Alles moet ingezogen worden. De informatie moet tijdelijk m'n hoofd bezig houden. De beleving van wat de letters zeggen, onderdeel van mij.
Een waardeoordeel eraan verbinden is niet noodzakelijk. Als 't maar tot me gekomen is, geconsumeerd.

Ik blijf lezen, 't boek wil niet los. De kachel staat te branden op een veel te hoge vlam. 't Zweet staat al op m'n voorhoofd & m'n handen & voeten voelen klam.
Maar ik blijf lezen. Hoeveel bladzijden nog?

Tot de comp bericht dat er een meeltje voor me binnengekomen is.

Eindelijk ff normaal in Zijperspace.

stapels

Er vindt een grote chaosvorming plaats alhier.
't Is nog maar 2 weken geleden dat m'n ouders bij me langs waren & ik de boel helemaal aan kant gemaakt heb. Maar de stapels beginnen zich alweer te vormen. Stapels boeken, met daartussenin een enkele keer een a-4tje. Stapels kleren, die her & der verspreid door 't huis liggen.
Tot overmaat van ramp zie ik me verplicht de afwas te doen, de stapel afwas in de wasbak, omdat ik anders de spaghetti niet kan afgieten.

Maar ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet, dramt 't door m'n hoofd. Er zijn zoveel andere dingen te doen. Ontzettend veel dingen die ik allemaal tegeljk zou willen laten plaatsvinden, als ik daar de mogelijkheid toe had. Die net zo belangrijk zijn. Vind ik. (Ik hoor een moeder haar hoofd schudden op de achtergrond).
Zo ligt er een boek voor me klaar om uitgelezen te worden; de volgende wacht ook al ergens op een tafel.
& Starwars wil bekeken worden.
& Ik moet schrijven.
& Muziek luisteren.
& Wakker blijven, zolang mogelijk wakker blijven om zoveel mogelijk te kunnen doen.

Nu zal ik toch echt moeten stoppen met tikken. Ik zie me gedwongen naar de keuken te gaan.

Er wordt in ieder geval schone borden gegeten in Zijperspace.

telefoongesprek (1)

'Met Ton.'
'Goedendag, met Femke Wassenaar van de Volkskrant. Ik bel u omdat ik u iets aan kan bieden. U kent de Volkskrant, neem ik aan?'
'Ja, die ken ik inderdaad. Die wil je nu aan mij slijten.'
'Nee hoor.'
'Nou, je wil een proefabonnement aan me kwijt. Ik heb jouw werk zelf ook gedaan. Ik heb absoluut geen behoefte aan de Volkskrant. Maar ik wens je veel succes.'
'Dank u.'
'& Nog een fijne dag verder.' (Dit is heel belangrijk: beleefd zijn voordat ze zelf de mogelijkheid hebben beleefd te zijn).
'Ja, u ook.'

We houden van snel & efficiënt in Zijperspace.

geheim

'Wat wilden die twee oudjes van je?' vroeg Maria toen hij zich bij hen voegde.
'Die weten iets,' zei Herter, nadat hij het haar had verteld. 'Die weten iets wat niemand weet.'


('Siegfried', Harry Mulisch)

Ik werd met een schok wakker uit m'n boek. Weet ik zelf wel iets wat niemand anders weet? Behalve dan dat wat betrekking heeft op m'n eigen lichaam of m'n eigen geest.
Zijn er dingen, zonder in roddel & achterklap te verzanden, die de moeite waard zijn om als enige er kennis van genomen te hebben? Of zou er iets kenbaar gemaakt moeten worden, voordat ik 't met me meeneem? Weg in mijn vergetelheid.

Er schiet mij niets te binnen. Er is niets dat de in m'n leven tot nu toe verworven kennis bijzonder maakt.

Is mijn persoon dan wel de moeite waard? Niet tov m'n naaste medemens, maar als algemeen nut. Mijn persoon als geheel; zijn mijn lichaam, mijn hersenen, m'n vermogen tot denken & herinneren de moeite waard zoveel ballast mee te dragen, zonder dat zich daar een geheim bevindt? Een geheim wat zich tot mij beperkt.
Ik heb blijkbaar niets te verkondigen. Niets aanstootgevends, niets schokkends, niets ongelovelijks.
Niets.

Wie wel?

Of bestaat die vraag niet in Zijperspace?

smutandata

Fret & ik hebben 't vandaag nog even aan Nirvano gevraagd. Hoewel we allang al de betekenis wisten; 't is nou 1maal leuk om 't van een echte italiaan te horen. Te horen of 't klopte & daar nog eens hartelijk om lachen.
& Om te horen te krijgen dat de klemtoon anders moest.

Margriet droeg bijna nooit een slipje. Bloot ging ze haar broek in. & Liet 't daarbij. Had ze van een franse vriend geleerd. Dat dat lekker was.

Ik kwam 't woord een jaar geleden in de Volkskrant tegen, met de verklaring ervoor. Dat woord moest ik onthouden. Vooral voor achter de bar.

'Una giornata particolare,' riep Fret, terwijl hij de glazen spoelde.
'Brutti, sporchi e cattivi,' was mijn antwoord, & ik tapte een pils in.
'Minestrone.' Fret maakte er een verwijtend gebaar bij.
'Ladri di bycicletti,' reageerde ik met felle armbewegingen.
't Moest lekker hard. Met van die uithalen, zoals we wisten dat de italianen 't zelf ook deden. Zodat 't goed klonk.
'Otto e mezzo.'
De klanten moesten zich afvragen waar we mee bezig waren. & Wat 't te betekenen had.
'Rocco e suoi fratelli.'
Ik riep filmtitels, Fret zag zich vaak genoodzaakt een greep uit de italiaanse keuken te doen.
'Canneloni.'
't Betekende niets, tenminste niet voor ons. 't Moest er slechts zorg voor dragen dat we op gegeven moment in lachen uitbarstten. Vanwege 't onzinnige schreeuwen naar elkaar.
'Stromboli, terra di Dio.'

't Is heerlijk een vriendin te hebben die geen slipje draagt. Niet meer dan heerlijk. 't Heeft niet meer voordeel dan een kwestie van lekker. Bij 't elkaar vasthouden. Vooral 't stevig vasthouden. Als dat tot de mogelijkheden behoort.

Ik wist alleen niet dat er een naam voor zo'n vrouw bestond. 2 Jaar te laat raakte ik daarvan op de hoogte. Weliswaar in een vreemde taal, maar 't verschijnsel had een naam gekregen.

'Una smutandata!' riep ik op gegeven moment.
'Wat is dat?' vroeg Fret, want deze was nog niet eerder voorbijgekomen.

& Ik herinner me heuvels, volle heuvels in Zijperspace.

margriet

Zou Margriet weten dat 't vandaag 3 jaar later is? 't Is 3 jaar geleden dat we allebei behoefte hadden 't missen van koninginnedag in te halen. & Daardoor elkaar de dag erna ontmoetten aan de bar.

't Was vooral haar glimlach die bekoorde. Een brede glimlach, niet alleen dankzij de breedte van de mond zelf. Haar hele gezicht veroorzaakte die uitstraling. Haar wangen bewogen op instigatie van de lach langzaam omhoog, deden haar ogen toeknijpen & haar sproeten bollen, haar neus spitsen.
't Geluk was dat ze niet een enkele keer lachte. Ze lachte bij een leuke opmerking, een liefbedoelde aanmerking, een gewaagde veronderstelling, in een grappige, maar ook in een onzekere situatie; door van alles kon haar lachende betovering tevoorschijn geroepen worden.

Na 2 maanden kwam ik er achter dat 't ook haar manier was om haar waarheid, haar leven te verbergen. Om zichzelf niet te hoeven uitspreken, geen keuzes te maken, geen standpunt te hoeven innemen. Of om uitgestelde of vergeten afspraken te vergoelijken & haar diepste zieleroerselen te verbergen.
Ze kon zodoende altijd dezelfde blijven. Zij & haar glimlach: meer verklaring was er niet nodig. Vond zij niet nodig.

Ik was die 2 maanden verslaafd aan haar glimlach, vanaf 't 1e moment. Ook al was 't vaak een dronkemansglimlach, die op zelfdestruktie uit leek. Gelukkig kon ik goed meedrinken, hield ik 't net zo lang vol als zij.

Soms hoor ik haar nog wat zeggen, met dat fluisterend zachte, prikkelende stemmetje, waar een lichte ironie in steekt. Dat fluisteren kriebelt dan in m'n nek. 't Komt van vlak achter me vandaan. Ik kan 't gezicht niet herleiden. Er is geen spiegel die 't verleden weerkaatst.
Maar ik weet dat ze nog steeds lacht & dat zij 't is die de kriebel veroorzaakt.

Maar zou ze weten dat 't 3 jaar later is & weer behoefte hebben haar glimlach te laten schijnen in Zijperspace?

koninginnedag (1994)

Nee, dan in 't jaar 1994. Dat was nog eens een mooi koninginnedag-jaar. 't Weer was goed, zoals je zou denken dat 't altijd is op die speciale dag. Niet te koud & een lekkere hoeveelheid zon. Vooral zon lijk ik me te herinneren.

De avond ervoor was in 't centrum toen nog een ouderwets feest. Niemand wist echter waar heen te gaan nadat we bij 't Schuim hadden verzameld. Dus bleef iedereen daar hangen & de groep werd steeds groter. De rondjes bier konden niet meer door 1 persoon betaald worden, maar dat verhinderde de eeuwige klaploper niet om toch z'n beurt voorbij te laten gaan. Maar ach, we bemoeiden ons toch niet met hem. We besteedden onze aandacht aan anderen.

& 't Duurde, 't duurde tot ik weet niet hoe laat, & toch zijn we thuis gekomen.
De nacht die al snel dag werd & de beginnende dag werd middag.

We werden 's middags in de Jordaan verwacht. Bij de vrienden van Martine.
De 1e vonden we op een terras. Een goede reden om de kater weg te drinken. De volgende kwam al aanlopen, maar ondanks de zon werd 't te koud om te blijven zitten. Dus werd 't spoelen van de dag van gister onderweg voortgezet.

& Weer dijde de groep als vanzelf uit. Iedereen leek zich in de Jordaan te bevinden. & Wie er bij kwam, ging niet meer weg. Ook al leek 't weer uren te duren.
Er ging zeker niemand weg toen 't touwtjesspringen begon. Met 't snoer van een aangeschafte stofzuiger probeerden we een record touwtjesspringen te vestigen. Elke voorbijganger was daarbij nodig.

Daar krijg je pas koppijn van. Van touwtjesspringen op de dag erna, met weer net zoveel bier als die dag ervoor. Dat betekende uiteindelijk 't eind van 't feest.

Maar mooiere koninginnedagen waren er niet in Zijperspace.