weersvoorspelling

'Wat wordt 't voor weer, morgen?' vraag ik aan de 'warden' van 't Youth Hostel, in de hoop dat 't wat koeler zal worden.
Ik ben nog niet eerder in een Youth Hostel geweest, waardoor ik 't gevoel heb dat ik al 100-en vragen op de warden heb afgevuurd. Hoeveel 't kost; waar ik nog meer terecht kan; hoe laat ik binnen moet zijn; of ik na 10 uur 's ochtends helemaaal niet naar binnen kan.
'Ach,' de warden weet 't eigenlijk niet, zo blijkt uit z'n reaktie.
'Ik hoorde onderweg dat 't misschien wel zou gaan onweren,' probeer ik in z'n mond te leggen.
'Ach,' is opnieuw z'n reaktie, 'dat gebeurt alleen als de wolken 't Kanaal over willen steken.'

De warden is een vrijwilliger. Ik zag 't op een bord staan, ergens in 't YHA.
'Our YHA-personnel are volunteers. Please be helpfull & wash you dishes. Leave stuff like you want to find it yourselves.' Of iets dergelijks.
Hij is gepensioneerd. Allang, want hij is zeker in de 70. Z'n lichaam is evengoed kwiek genoeg om warden te zijn.

De volgende ochtend heb ik besloten nog een dag te blijven. Ik informeer opnieuw naar 't weer.
'Ik denk dat 't ong 'tzelfde wordt als gister,' is zijn indicatie.
Waarna ik aan de voorkant van 't Youth Hostel ga zitten. De temperatuur lijkt aangenaam genoeg om daar m'n ontbijt te nuttigen. & De warden heeft er tenslotte vertrouwen in.
Als de warden z'n voorspelling komt peilen, vlucht ik naar binnen. Een kleine bui lijkt de tocht over 't Kanaal te hebben overleefd.

Ik voel me niet op m'n gemak bij de man. Hij lijkt niet op m'n opmerkingen te reageren. & 't Kost 'm moeite te antwoorden op m'n vragen.
Als ik 's avonds weer op 't YHA arriveer, lijkt-ie ook een stok te hebben gevonden waarmee hij mij kan slaan.
'Ik heb de douche niet schoongemaakt. 't Is de bedoeling dat je de spullen achterlaat zoals je 't zelf zou willen aantreffen.'
Ik begrijp z'n hint. Naast hem, was ik de enige man de afgelopen dag in 't YHA. Ik bied m'n xcuses aan & neem zo snel mogelijk een douche om de boel op te ruimen.

's Avonds maakt de warden een praatje met een duits stel dat net gearriveerd is. Daar kan-ie blijkbaar wel mee communiceren, bedenk ik me als ik me in de 'study' terugtrek om een boek te lezen. De wanden van de study zijn dik genoeg om me afgezonderd te voelen, & tegelijkertijd dermate dun dat ik delen van 't gesprek kan opvangen.

De warden heeft gevochten in de oorlog. Lang geleden. Hij heeft toen z'n broer verloren. Ook soldaat. 4 Dagen voor 't eind gesneuveld.
Vertelt-ie tegen duitsers, kinderen van de daders misschien.
De warden heeft nog meer dingen gedaan. Is bijv ook 5 maanden in Australië geweest, maar kon daar niet aarden. & Nog veel meer.
Ik hou me echter zoveel mogelijk bij m'n boek.
Of-ie ook weet wat 't weer gaat worden, vraagt de duitse vrouw. Hoor ik door de niet zo winddichte wanden heen.
'Ongeveer 'tzelfde als vandaag,' vertelt-ie. 'De buien zijn vooral in 't Noorden te verwachten. & Waarschijnlijk ook in Duitsland & Frankrijk. Hier zal 't wel droog blijven.'

Een ½ uur later begint 't te plensen. Ik realiseer 't me te laat om m'n was droog binnen te krijgen.
Ik besluit nog een dag te blijven.

Morgen is alles 'tzelfde als vandaag in Zijperspace.

regels

Ik blijf herhalen tegen mezelf: zo min mogelijk in de zon lopen, zoveel mogelijk in de schaduw.
Ik heb mezelf regeltjes opgelegd. Om vooral zo goed mogelijk de hitte door te komen. Bovenstaande is niet 't enige regeltje.

Indien mogelijk op 't midden van 't pad lopen. Daar is de weg 't platst; 't minst schadelijk voor de enkels.
Alle wegen moeten afgesneden. Elke meter te veel afgelegd is zonde.
Pauze nemen op momenten dat de zon op z'n felst is. Op een schaduwrijke plaats, waar veel vocht verkrijgbaar is.
Neem een pint, een full pint, als je er behoefte aan hebt. Niet alleen voor de dorst. Je bent tenslotte in Engeland op vakantie.

Regels die elke wandelaar zichzelf zal opleggen, onder deze omstandigheden.
Ik heb er echter 2 aan toe moeten voegen.
Niet op vochtige plekken lopen.
Niet tegen stenen trappen.

Dat was 't advies van de schoenmaker. Die heeft m'n vakantie daarnet toch nog kunnen verlengen. In 1e instantie zei hij dat reperatie onmogelijk was. Toen ik zei dat m'n vakantie dan afgelopen zou zijn, wist-ie toch een oplossing. Als ik me maar aan bovenstaande regels hield. & In Nederland zo snel mogelijk nieuwe schoenen zou aanschaffen.

In Zijperspace loopt men tussens de steentjes & druppels door.

geruststelling

Ik wou dat ik wijs was, & goed kon luisteren. Ik wou dat ik op kon volgen wat mensen me opdragen. Zovele goedbedoelde opdrachten, mededelingen, aanwijzingen. Kon ik maar een 10e opnemen van alle goede bedoelingen & daar een 10e van volvoeren, ik zou een beter mens zijn. Maar helaas staan m'n oorschelpen vooral naar binnen gekeerd. Ik zou willen dat 't anders was, ik heb pogingen ondernomen ze anders te spitsen, als radarschotels te richten naar de juiste intenties. & Die juiste intenties als boodschappen te weerspiegelen de verre ruimte in.
M'n oren funktioneren niet zo. In ieder geval niet de hele tijd. 't Grootste gedeelte van de tijd eigenlijk niet. Ik ben een beperkt mens. Met wonderlijke eigenschappen, dat wel, maar zeer beperkt. Ik hoop dat de meeste mensen mij dat niet kwalijk nemen.

Ik heb een straat in me wonen. Een straat van vele vensters. Zoals vroeger overal de gordijnen openstonden & je bij elk raam je buren gedag kon zeggen. Bij een enkele deur heb je zin om ff een praatje te maken. Maar ook weer niet elke dag. Hoewel je wel bij de buren elke dag een kopje suiker komt lenen. Ik heb zo'n straat. 't Zit er soms vol van de buurtbijeenkomsten. Hebben ze opeens allemaal tegelijk trek in een barbecue.

Duizenden verhalen, ik weet ze alleen niet allemaal te vertellen. Ik weet nog verhalen over Suus, Inge, Thirza, Paul, Erik, Suzanne, Annette, Annet, Bas, Bart, Peter, Luuk, Fred, Evert, Stella, Erik, Sanne, Paulien, & voordat ik ze allemaal ga opnoemen, nog veel meer over m'n familie zelf.
Ik heb alleen geen geduld. Alles moet onmiddellijk; nu; meteen.

Ooit leer ik 't wel. M'n vakantie is een poging 't geduld, een gedeelte van 't geduld, in handen te krijgen. Ik zal wederom pogen heimwee uit te stellen. Deze keer heb ik echter voordat ik ook maar de deur uit ben al last van heimwee. Ik wil niet weg. Weg is eng.
& O zo verleidelijk bovendien. Zonder weg heb ik niks om bang voor te zijn. Niks om van te genieten & niks om 't thuis zitten te relativeren. Bovendien niets om me te herinneren, & niks om de angst voor dood te verdonkeremanen.

Ik zou verhalen willen vertellen, maar tegelijkertijd wil ik de kans ze te beleven wegstoppen. Ik wil dapper zijn, maar me in die dapperheid verstoppen. Ik bén 't al, voordat de lezer 't ervaren heeft. Waarom verder dan dat gevoel?
Zonder de ervaring van uitzonderlijke ervaringen, de ervaringen van 't echte meemaken, kan er geen écht verhaal bestaan. Denk ik dan. Ik ben makkelijk in denken. Niemand die zo makkelijk denkt als ik. Zeg ik om mezelf te xcuseren.

& Over xcuseren gesproken: vele mensen krijgen nogeneens aandacht van me. Zeker niet de aandacht die zij in mij stoppen.
Ik bedacht me vanmiddag, mezelf voortbewegend over straat, anoniem wellicht, met een snee onder m'n oog & een zekere blauwe gloed eromheen; ik dacht: je moet niet die aandacht van een wond, een blauw oog wensen. Ook al wil je nog zo graag aandacht. Ook al schreeuw je er bij tijd & wijle om. 't Is slechts een verhaal, wat je keer op keer vertelt, niet een verhaal wat 1 keer geldt. Zich doet gelden.

Ik wil verhalen vertellen die 1 keer gelden. Doen gelden.

Nu ga ik weg. Om weg te ervaren zoals weg zou moeten zijn. Ver weg, droom ik vaak.

Zijperspace is waar de volgende comp staat.

kapper

De 1e keer dat ik m'n huidige vaste kapperszaak bezocht, werd ik door een donkere marokkaanse jongen geholpen. Razendsnel was-ie. De hele tijd klonk 't geluid van de schaar, als een mitrailleur ging 't tekeer. Elke keer pakte hij een stukje haar beet & verwijderde de uitsteeksels. 't Ene plukje was nog niet terug op m'n hoofd terecht gekomen of hij was al met de volgende pluk bezig. Alles met de gewone kappersschaar. Geen schaartje om 't haar uit te dunnen, geen mesje om haar weg te snijden, geen tondeuse. In een poep & een zucht was ik gekortwiekt. 't Interesseerde me niet hoe 't zat op dat moment ('t zat perfekt); ik was vooral tevreden over de snelheid waarmee hij 't karwei had gefikst.

Ik hou er niet van. 't Liefst heb ik dat ze van m'n hoofd afblijven. Daarnaast moeten ze er voor zorgen dat ik zo min mogelijk jeuk van prikkende haartjes in m'n t-shirt overhoud. Dan blijf ik terugkomen.
Maar 't meest vervelende vind ik dat ik in een vreemde omgeving zit. Ik liet me jarenlang door vriendinnen knippen. Stella heeft dat 't langst volgehouden. Niet altijd even goed, 1 keer heeft ze me zelfs in m'n oor geknipt, 't bloed stroomde er uit. Maar 't was in een vertrouwde omgeving. Ik voelde me op m'n gemak. Na afloop nog ff een biertje drinken met z'n 2-en. 'Ga maar ff douchen als je last van de haartjes hebt,' zei ze altijd nog. Veegde zij in de tussentijd de vloer bij, ook al had ik gezegd dat ik dat wel zou doen.

De man die me tegenwoordig onder handen neemt, gaat steeds beter nederlands praten, maar zelfs dat vind ik niet belangrijk. Als 't een beetje kapper is, ziet-ie vanzelf wel waar er wat af moet, wil 't uiteindelijk op 't vorige resultaat lijken. Van mij hoeft er ook niet gepraat te worden.. Al veel te vaak bij de kapper de politiek, 't weer, m'n werk & m'n vakantie zitten bespreken. Vermoeiende gesprekken vind ik dat; er moet veel te veel uitgelegd worden, wil de kapper 't verhaal een beetje begrijpen.
Ik weet dat deze man er elke keer is. Hij is er altijd voor de mannen, de dames lijken elke keer een andere kapster te hebben. Die spreken over 't algemeen nog slechter nederlands. Zo slecht dat ik van te voren denk: ojee, die krijgt vast niet wat ze probeert aan te duiden. Maar ook vandaag zei 't meisje dat gelijk met mij werd geknipt na afloop, dat 't resultaat precies was wat ze bedoelde.

De 1e kapper in m'n leven was meneer Davids. Vreselijke vent, maar dat besefte ik later pas. Hij bleef maar praten & koffie drinken. Hij praatte met m'n moeder, of, als m'n vader er was, met hem. Tegen ons zei hij hooguit hoe we ons hoofd moesten houden. Als hij met de tondeuse aan de gang ging, drukte hij 'm keihard tegen m'n schedel. De tondeuse was zijn favoriete instrument. Vooral achter m'n oor kon de tondeuse een warme trilling geven, die m'n hele lichaam doorging. Bij dat gevoel kon ik me voorstellen dat mensen de gang naar de kapper met blijdschap tegemoet zagen, maar da's ook alles.
Nee, kappers zouden eigenlijk van je af moeten blijven. & Dat zoveel mogelijk met de mond dicht. De kapper die ik nu heb, komt daar 't dichtst bij in de buurt.

Na een kwartier kon ik terug naar Zijperspace.

morgen

Ik kan me niet heugen dat ik ooit zo'n bevreemdend gevoel heb gehad bij de dag vóór vertrek. Vanmiddag voelde ik me nog opgelucht dat m'n laatste dag er bijna op zat. Ik werkte de laatste klusjes af die nog van me verwacht werden, maar deed 't vooral rustig aan. Dat hoort als je bijna op vakantie gaat. Je hoort afscheid te nemen van de dingen. & Daar neem ik m'n tijd voor.

Ik zeker. Ik ben er al weken, misschien wel maanden mee bezig. Zie bergen rijzen, af & toe ook weer in dalen veranderen, maar ze zullen genomen moeten worden voordat ik vertrek.
Ik maak me niet druk om 't materiaal dat m'n reis zal begeleiden, daar vertrouw ik wel op. Meer om de omstandigheden waarin ik zelf verkeer op 't moment dat ik vertrek. & Of ik 't wel ga redden, daar in verweggistan. Ik ben vooral een lafaard, denk ik dan. Altijd die hang naar 't huiselijke, wel verlangen naar 't vreemde buiten, maar 't niet durven ondernemen. Als wel, dan vooral niet te lang.

Morgen mag ik m'n rugzak inpakken. Morgen mag ik naar de advokaat om 't vorige ongeluk te beschouwen. Morgen mag ik de schade van 't ongeluk vandaag opnemen, mag ik kijken of ik toch op de fiets richting advokaat kan vertrekken, & of m'n oog blauw schijnt.
Morgen is al vandaag. Ik haat morgen; morgen vertrek ik.
Ik hou helemaal niet van 'morgen's. Ik zou willen dat 't altijd vandaag bleef.
Niets verandert tot 't u belieft, heer Zijp. De dood bestaat niet, u zal nimmer niet bestaan. Er zal geen gedachte aan u zijn die niet reeds aanwezig is.

't Wordt tijd dat ik m'n boek uit lees. Ik wil 't niet meenemen op vakantie. Ik heb wel een andere voor onderweg. Ik wil de ongelezen bladzijden niet enkele weken alleen laten. Zij hebben 't niet verdiend. Ik ook niet, maar ík kan 't zeggen, zij niet. Ik zal daarentegen weer enkele ongelezen bladzijden toevoegen aan m'n verhaal.

Er staat een verhaal geschreven in Zijperspace.

valreep

Tijdens m'n vlucht door de lucht denk ik: 't moet maar. 't Is nu gebeurd; ik kan er niks meer aan veranderen.

Ik laat me gaan. Denk nog snel aan afgelopen weken & de problemen die ik heb met 't vorige voorval. Daardoor treedt de ontspanning op. Ik kan niet anders dan de dingen laten gebeuren zoals ze gaan gebeuren.
& Opeens zit ik op de grond. Een natte grond, weliswaar, maar ik zit. 't Voelt niet aan alsof ik moet gaan liggen. Dat lijkt me nog minder prettig. 't Zitten geeft me de mogelijkheid om na te denken. Vooral over wat ik voel & hoe ik moet reageren. Wanneer moet ik bijv m'n volgende beweging gaan maken?

'Waar voel je pijn?'
Ik ben al snel vergeten wie de vraag heeft gesteld. Ik geef nuchter antwoord, zoals alles nuchter door me wordt behandeld. Alles stapje voor stapje. Niets overhaast, want dat zou gevolgen kunnen hebben. Niet alleen lichamelijk, maar ook in de relatie met de getuigen & degene die 't ongeluk veroorzaakt heeft. Ik moet alles overdenken. Geen emoties nog.
'Ik voel m'n hand,' zeg ik, 'de zijkant van m'n rechterhand. M'n rechterknie voelt een beetje pijnlijk. & Onder m'n rechteroog voelt 't aan alsof 't dik is.'
'Ja, daar loopt ook een straaltje bloed.'

Ik zie de hele tijd de taxi-chauffeur van 't vorige ongeluk voor me. Ik zie de rekening van meer dan € 800,-. Ik denk aan getuigen die eigenlijk helemaal geen getuigen zijn. & Ik denk terug aan 't moment dat ik dacht dat ik vlak voor m'n vakantie vast nog een keer onverzekerd een ongeluk zou krijgen. Advokaten, veel advokaten, & geld dat ik gewoon niet heb: 't spookt zo snel, dat ik nogeneens besef wat me bezighoudt.

Ook al is 't niet mijn schuld, ik vermoed dat de verzekering 't er toch weer op uit zal laten draaien dat de schade op mij verhaald zal worden. Ik denk niet meer aan 't ongeluk, ik denk slechts aan de verzekering. Ik denk aan getuiges die hebben gezien wat er is gebeurd. Ook al is de dame die de auto bestuurde bezorgd om me. Ik krijg meelij met haar; ik heb geen aandacht voor haar; ik speel de rol van slachtoffer niet goed.

Ik loop naar huis met m'n fiets in de hand. Totaal geen idee hoe ik er uitzie. Heel kort heb ik kunnen kijken in de achteruitkijkspiegel van de auto, maar dat gaf geen totaalbeeld.
Geen vakantie meer voor mij, denk ik. Ik wil niet meer. Zeker 2 weken weggaan, denk ik achterdochtig, terwijl een verzekeringsmaatschappij & een advokaat m'n zaken zitten te bekonkelen. De mallemolen van 't ongeluk dat zojuist heeft plaatsgevonden moet nog in gang gezet worden. & Ik weet niet hoe ik er uitzie. Misschien wil ik wel helemaal niet met deze kop op vakantie.
Ik kijk in de weerspiegeling van een raam met donkere gordijnen erachter. De linkerhelft van m'n hoofd kan ik zien, maar de rechterkant wordt door de schaduwval afgeschermd. Er vindt een algehele censuur plaats. De dingen werken tegen mij. Ik heb zelf echter ook geen zin om met de dingen samen te werken. Ik heb nergens zin meer in.
Ik wist trouwens niet dat ik een kater had, bedenk ik me. Maar die gedachte wordt snel gecorrigeerd. Ik loop niet voor niets met een fiets in m'n hand.

't 1e Wat ik doe bij thuiskomst is m'n zakdoekjes, m'n depdoekjes, weggooien. Weg herinnering. Zo snel mogelijk weg.
Vervolgens kijk ik in de spiegel bij de douche. M'n bril staat gedeeltelijk in m'n gezicht afgedrukt. Ik vermoed dat voortaan de afdruk van m'n bril daar altijd te zien zal zijn.

Ik ben thuis, alleen. Ik verlang mensen om me heen. & Wil tegelijkertijd dat iedereen oprot.

Er is niemand in Zijperspace.

waarheid

Ze hebben gewikt & gewogen bij de LPF, maar men kwam tot de conclusie dat ook zij er aan moeten geloven:

Iemand die niet de waarheid spreekt, moet opstappen. Zelfs als die van de LPF is.
(Minister Heinsbroek van Economische Zaken)

Bij gebrek aan zinniger uitspraken vanuit Zijperspace.

hallo

Vandaag kwam de man-die-denkt-dat-ie-aardig-is weer langs. Altijd een lach op z'n lippen. Altijd binnenkomend met de kreet: 'Hé, hallo. Hoe gaat 't?'

Ik wil 'm negeren. Ik wil niet zogenaamd aardig gevonden worden. Ik wil niet zomaar belangstelling krijgen van een man die denkt dat-ie populair is. Die de illussie heeft dat-ie door iedereen gewaardeerd wordt. & Zeker niet door iemand die de schijn ophoudt dat-ie door iedereen aardig wordt bevonden.
& Toch help ik 'm. Ik help 'm net als elk ander.

'Hallo,' zeg ik, zoals ik 't ook tegen toeristen of vaste klanten zeg. Soms zeg ik 'Hoi', als ik denk dat de klant uit Brabant komen. Niet te veel variatie, dat schept 't idee van voorkeursbeleid. Weliswaar varieer ik als er div klanten achter elkaar binnenkomen, maar meer dan van 'Hallo' naar 'Hai' gaan doe ik niet. Variaties in 't engelse dan wel nederlandse accent zijn daar in opgenomen.
Maar tegen hem zeg ik 'Hallo'. Altijd.

Ik ben eigenlijk net God. Ze komen bij me binnen & ze krijgen allemaal dezelfde behandeling. Totdat ze bewijzen dat ze 't niet verdienen.

Hij was vorige week vervelend. Ihkv koud bier in de koelkast. Ik zei dat de voorste blikken 't koudst waren. U weet wel: FIFO (first in first out). Dat wilde hij blijkbaar niet geloven, want hij haalde alle blikjes aan de voorkant weg & ging naar achteren wroeten.
'Hé! Ik zei toch dat de voorsten 't koudst waren?'
Hij luisterde niet naar me. Bij z'n speurtocht naar 't koudste biertje liet hij zelfs een blikje uit de koelkast vallen.
'Alles goed?' zei hij om 't voorval zo duidelijk mogelijk te negeren.
'Alles goed, alles goed? Je moet 'ns een keertje naar me luisteren. Ik zeg tegen je dat de voorsten 't koudst zijn. & Vervolgens haal je alles ondersteboven.'
'Ja, joh. Niet druk maken.'
'Ik maak me wel druk.'
'Hoeveel krijg je van me?'
'Luister je wel naar wat ik tegen je zeg? Ik vind dat je irritant bezig bent door niet naar me te luisteren; dat maak ik duidelijk & toch ga je door alsof er niks aan de hand is.'
'Sorry. Wat krijg je van me?' zei hij in 1 moeite door.
'Wacht ff. Als jij een biertje hier wilt kopen, dan gedraag je je zoals ik dat wil. De klant is koning, maar mijn wil is wet. Dus de voorste biertjes zijn 't koudst. & Dan haal je niet alles overhoop. Anders donder je maar op naar de overkant.'
'Maar daar hebben ze helemaal geen koud bier.'
''t Bier wat je net uit de koelkast hebt gehaald is ook niet koud. Maar dat komt omdat je niet naar me wilt luisteren.'

De man-die-denkt-dat-ie-aardig-is kwam vandaag dus weer langs.
'Hallo.'
'Hé, hallo.'
Hij pakte een blikje bier uit de koelkast.
'Wat krijg je van me?'

Voor de rest is alles nog steeds 'tzelfde in Zijperspace.

knoert

Ik krijg de bezoekers van 't pleintje voor de Albert Heijn regelmatig over de vloer. Ik gedraag me afstandelijk, zolang ik ze niet goed ken. Evengoed probeer ik net zo beleefd tegen ze te zijn als dat ik tegenover de gemiddelde klant ben. Zogauw ze over langere tijd hebben bewezen dat ze te vertrouwen zijn, sympathiek & vooral niet te vaak wanhopig, ga ik me anders tegenover ze gedragen. Terwijl ik me ondertussen allang over hun gehele gedrag heb verwonderd.
Ik ben gefascineerd door de gedragingen van de mannen van de straat. Ook wel de vrouwen, maar die zie ik niet al te vaak. Hoewel er laatst er 1 bij me in de winkel was.

'Hé, kerel. Alles goed?'
Ik had 'r nog nooit eerder gezien.
'Ja, ik was hier om de hoek,' ging ze verder, terwijl ze naar de Albert Heijn wees, 'nou joh, 1 & al kolerezooi. Maar ja, die gozer, hè...'
Ze ging nog een tijd zo door. Ik kon 't amper verstaan. 't Was echter prettig om naar te luisteren. Gewauwel om niks, met een zwaar junkenaccent. Terwijl ze doorpraatte liep ze naar de koelkast. Vroeg nog iets over bier dat er op een bepaalde manier uit moest zien. Wat ik niet verstond. Dus zei ik:
'Wat bedoel je?'
Waarna haar gebrabbel van voren af aan begon. Ze keek naar de inhoud van de ijskast. Af & toe schudde ze met haar leren jasje over haar veel te dunne torso. Om te laten zien dat ze zich op haar gemak voelde.
'Ah, je hebt 't dus niet,' zei ze schuddend. Ze wipte daarbij nog ff van de ene op de andere voet.
Hoewel ik dacht dat ze op dat moment gewoon niet wist waar ze naar toe moest. Haar stoere gedrag diende slechts om dat te verbloemen. Ze kwam weer voor de toonbank, tegenover me staan.
'Hé, knoert.' Die benaming voor flinke mannen heb ik al in geen eeuwen gehoord. ''t Is jammer, ik ga wel ff ergens anders kijken. Maar ik kom terug.'
Ik verheugde me er al op. Vooral toen ze bij de laatste zin haar jasje omlaag over haar schouders gooide. Doordat ze een halter-shirtje droeg werden die ontbloot. Net als mannen die in hun daapse hanengedrag tegenover elkaar komen te staan. Bij haar kwamen er geen spieren tevoorschijn. Slechts uitgeteerde spaakjes van armen. Nog maar net vastzittend aan haar borstkas.
Ze voelde zich echter stoer: 'Hé, later dan!' riep ze hard op haar weg naar buiten.

Ik hou van dit soort conversaties. Ik sta vol bewondering te luisteren naar wat dit soort mensen er uit weten te brengen. Terwijl ze verschrikkelijk aan de grond zitten. Ik probeer 't niet te laten merken. 't Gesprek moet echter wel zo lang mogelijk duren.

Vandaag ging ik voor 't 1st in lange tijd die tegenoverliggende Albert Heijn weer in. Vol met toeristen & 1-dagsmensen, waardoor er ellenlange rijen mensen voor de kassa stonden. Ook zij maken deel uit van 't leven in 't centrum. Ze overheersen zelfs 't straatbeeld. Eigenlijk zie ik liever de onbehuisden, de junks, de pillenfreaks, de alkoholisten, de Z-verkopers, de fietsendieven, de methadongebruikers. Hoewel 't over 't algemeen verschrikkelijke etters zijn. Maar er gebeurt tenminste wat. Alles is plots & onvoorspelbaar.
Ik zou misschien 'ns een hele dag daar voor de Albert Heijn moeten gaan bivakkeren.

Waarschijnlijk past dat relaas niet geheel in Zijperspace.

stappen

Toen ik thuis m'n tas met papieren weer neerlegde, noemde ik 't al in gedachten 't Paniek-Pakket. Tegelijkertijd vond ik de uitdrukking een ietwat overdreven, maar 't zat in m'n hoofd voordat ik 't door had. Ik zou 't pakket papieren in ieder geval de komende tijd vaker nodig hebben. Waarschijnlijk zou 't nog wel wat in volume toenemen.

't Nemen van stappen om ergens verder in te komen, of ergens minder last van te hebben, lijkt vaak onoverkomelijker dan dat ze uiteindelijk blijken te zijn. Ik moest vanochtend de stap ondernemen om juridische bijstand te verkrijgen in de zaak tegen de taxi-chauffeur. 't Zou me € 810,69 kunnen besparen. Ik moest daarvoor naar 't Bureau voor Rechtshulp, maar wat daar verder zou gebeuren wist ik niet.
Alleen al 't ondernemen van de gang naar dat bureau kostte me 3 dagen kopzorgen. 3 Dagen van te voren had ik al uitgedokterd hoe laat ik op zou staan, om vooral bijtijds aan de beurt te zijn. Ik moest tenslotte ook nog werken. Ik was zelfs van plan om 2 uur eerder dan normaal te ontwaken, zodat ik geheel & al wakker acte de présence zou kunnen geven bij opening van 't bureau op de maandagochtend.
Ik werd echter pas om ¼ voor 9 wakker. Ik haastte me m'n tanden te poetsen & kleren aan te trekken, verzamelde de papieren bij elkaar in een plastic tas (hoever moet deze zaak doorgevoerd worden, wil ik een aktentas ervoor gaan aanschaffen, vroeg ik me onderwijl af), om vervolgens als nr 4 in rij aan de beurt te zijn. ½ 10 was ik weer thuis.

Om mezelf voor te bereiden op een serieus telefoongesprek heb ik 1st de assistente van m'n huisarts gebeld, om haar te verzoeken een herhalings-recept naar m'n apotheek te versturen. Daarna voor 't 1st in m'n leven een advokaat gebeld. Ik wist niet dat 't leven zo eenvoudig in elkaar zat. Deze gedachte overviel me helemaal na beëindiging van 't volgende gesprek met de verzekeringsmaatschappij-meneer van de taxi-chauffeur. Ik moest 'm verzoeken de datum van uiterste betaling te verschuiven. Fluitje van een cent.

14 Jaar geleden had ik nog psycho-therapie nodig om mezelf stappen te laten ondernemen, zodat ik me voor studie zou inschrijven aan de universiteit. 4 Maanden lang kwam ik wekelijks bij dhr Müller om te vertellen wat ik wilde doen met m'n leven, welke keuzes ik daarbij dacht te gaan maken, welke stappen ik daartoe ging ondernemen, & ter controle of ik die stappen in 't verdere leven inderdaad al had gezet. Hij deed niks, behalve me foldertjes leveren van wat universiteitsstudies. & Praten. Maar dat laatste deed ik vooral. 1 Van m'n sterkste punten, had-ie al geconcludeerd na eerdere sessies. Mijn belangrijkste conclusie was dat 't leven helemaal niet zo ingewikkeld in elkaar zat als ik dacht. 't Was een kwestie van onnoembare angsten overwinnen.

Dhr Müller waart nog steeds ergens rond in Zijperspace.

brievenbus

Ik heb wel 'ns door een brievenbus staan schreeuwen dat ik m'n vriendin wilde zien. Ik lees 't net in een roman. Ik schreeuwde echter niet dat ik 't raam in zou gooien. Dat zou ook niet gaan, want de bewuste woning bevond zich op de 3e etage van een flat. Waarschijnlijk zou ik er ook niet dapper genoeg voor zijn.

Ik riep: 'Tineke! Ik weet heus wel dat je hier bent.'
Zo, die zat. Lag ze ondertussen te vrijen met een andere vent, die minstens 10 maal minder aantrekkelijk was dan ik, die geen ordentelijke beweging uit z'n lichaam wist te persen, & bovendien een inslikkende 'hm' produceerde zogauw hij dacht dat er iets grappigs aan de hand was. Een soortemet spraakgebrek, of anders een veel groter gebrek aan zelfvertrouwen. Ik dacht vooral 't laatste. Maar vrouwen vallen nou 1maal in tijden van crisis op mannen die ook hun zwakheden tonen. Ik weet daar alles van.

'Hé, Jeroen. Toon je een man & kom naar de deur.'
Ja, ik had de smaak van 't briefbussenschreeuwen te pakken gekregen. 't Was midden in de nacht, maar m'n lichaam zat vol energie. Jaloezie geeft een mens ongebreidelde energie. Ik heb daar zowiezo altijd al veel van, maar deze nacht zou ik dat wel ff omzetten in een oorverdovend tafereeltje van brievenbus-geschetter. De buren zouden 't zich heugen. De postbode zou de volgende ochtend de sporen ervan op de randen van de gleuf kunnen navoelen.

Jeroen kwam naar de deur. Hij vond 't een beetje kinderachtig van me dat ik alle buren bij elkaar zat te schreeuwen. Ik leunde nonchalant tegen de balustrade (van buiten de koelheid zelve, van binnen 1 grote stroom van jagende adrenaline), achter mij lag de afgrond van 3 verdiepingen. Ik hoopte eigenlijk dat Jeroen net te opgewonden zou zijn geraakt van m'n kannonade, & mij een zet zou geven, dan kon ik de martelaar spelen. Ik zou dan spelen dat ik Tineke niet meer terug wilde, als ik daar nog toe in staat was. Hoewel ik me achteraf weinig kans daartoe gaf.

Maar die slappeling wilde slechts met z'n vuisten in de deuropening staan. Met snel een broek aangetrokken & een blouse op ½-open. Vuisten die zeiden dat hij machteloos stond. Ik stond achterovergeleund tegen de balustrade (nog steeds dezelfde verhouding binnen/buiten), die m'n heldendom moesten gaan bewijzen, m'n rust, m'n integriteit, ondertussen m'n verhaal vertellend.
Ik wilde m'n vriendin terug. Ik vond 't belachelijk dat hij gebruik maakte van een zwak moment in onze relatie. Ik vond 'm een mietje, maar hij moest zich daar niks van aan trekken. Ik was nl ook geëmotioneerd. Maar ik wilde wel dat m'n vriendin zo snel mogelijk thuis zou komen.

Ver weg achter enkele scheef staande deuren hoorde ik m'n vriendin mee luisteren. Ademloos. Ik was m'n laatste smeekbede, ten overstaan van Jeroen, aan 't afsteken. Na dit zou alles afgelopen zijn.

Ik ging alleen naar huis. Een zeker genoegzaam gevoel rees in mij gedurende de rit. Ik had niet over me heen laten lopen.

Een kwartier later arriveerde m'n vriendin.

Op haar had allang al de banvloek van Zijperspace moeten rusten.

voorbereidingen

Ik werk niet met lijstjes. Lijstjes van dingen die ik nog te doen heb voordat ik op vakantie ga. Alles zit al tijden in m'n hoofd. Ik heb in gedachten een hele agenda opgesteld van wat ik wanneer moet doen, wil ik alles op tijd geregeld hebben. Ik denk altijd dat ik 't te krap indeel, maar uiteindelijk hou ik zeeën van tijd over. Waardoor ik 't rustiger aan ga doen. & Op 't laatste moment me toch nog moet gaan haasten.

M'n rugzak inpakken is een soortemet spelletje 'ik ga op reis & neem mee...'. Ben ik altijd goed in geweest. Ik stelde me de persoon altijd voor met 't artikel in zijn of haar handen & automatisch schoot me 't te binnen. Als ik daadwerkelijk op vakantie ga, doe ik dat 'tzelfde. Alleen stel ik dan mezelf in allerlei verschillende situaties voor. Gaat altijd goed, behalve de laatste vakantie. Toen was ik een aansteker (erg handig voor 't bereiden van maaltijden & thee) & een waterdichte zak voor m'n slaapzak vergeten. Dat laatste ging nog net goed, want toen 't daadwerkelijk ging regenen hoefde m'n slaapzak niet meer aan de buitenkant te bungelen, wegens genoeg ruimte.

Ik heb nog 3 volle dagen te gaan, maar ik heb nu 't gevoel dat ik me echt moet gaan haasten. Buiten 't feit dat ik de laatste accesoires voor m'n vakantie wil aanschaffen, moet ik ook 't huis gereed maken voor de mogelijke komst van m'n broer. Die mag van mij een aantal dagen in m'n huis bivakkeren. Dan moet ik 't natuurlijk wel een beetje schoon & gebruiksvriendelijk achterlaten. Met handwijzingen hoe bepaald apparatuur te hanteren. Hij is een nitwit wat dat betreft, zegt-ie.
Maar 't huis moet vooral schoon. & Om vooral geen tijd verloren te laten gaan, probeer ik bepaalde handelingen te kombineren. Zo heb ik de douche-ruimte schoon gemaakt met een sponsje & wat schuurspul (de aanslag zat er dik op, vond ik), terwijl ik me ondertussen aan 't douchen was. De wasbak kreeg een beurt, terwijl ik m'n tanden aan 't poetsen was. Na een korte plas heb ik de plee onder handen genomen. De vuiniszak is vervangen op 't moment dat ik wat afval er in kwijt wilde. De lege flessen dumpte ik in de glasbak, toen ik toch op weg naar m'n werk ging. Morgen gaan 't douche-gordijn & een dekbedovertrek voor een goede schoonmaak met wat kleren de wasmachine in. Da's efficiënt; ik verlies weinig tijd met dit soort gekombineerde handelingen. & 't Schoonmaken verveelt ook niet zo snel.

1 Gedachte stelt me nog redelijk gerust. 't Huis zal er redelijk opgeknapt uitzien als ik 1maal de vakantiespullen in m'n rugzak heb geperst. Al 3 weken ligt de grond hier bezaaid met dat soort artikelen. Nog enkele dagen & dat zal opgeborgen lijken.

Dan neem ik dat mee met de tijdelijke verhuizing van Zijperspace.

boterhammen

Ik vond 't nooit iets, ontbijten. Een verplicht nummertje, elke ochtend dat je opstaat. Brood smaakte naar niets, maakte m'n mond droog, waardoor er liters koffie (dat dronk ik toen nog) of thee (dat was vóór de tijd van de koffie) nodig waren om 't geheel weg te spoelen. 't Beleg voegde niet veel aan de smaak toe. Dus smeerde ik maar mosterd op de kaas. M'n latere vriendin spoot regelmatig wat tomatenketchup op de paté. Nam ik al snel over.

't Laatste beschouw ik tegenwoordig als godslastering. Dat doe je niet met paté. In ieder geval niet met de paté die ik betrek van Berkhout. Een belgische slagerij bereidt dat voor hem. Een slagerij gespecialiseerd in paté's. Alles wat daar vandaan komt is goddelijk, zeggen Berkhout & ik in koor. Ik gooi 1 keer in de week m'n vriezer vol met plakken paté. 1 Dag voor gebruik leg ik een stuk paté een verdieping lager in de koelkast.

M'n moeder stond 's ochtends vroeg vaak al onze boterhammen klaar te maken. Konden we ook zelf, maar ze was toch wakker, waarom zou ze 't niet doen? We hadden een praktisch ingestelde & efficiënte moeder in die dagen. Daar genoten we volop van. Ik geloof dat ik er indertijd 3 boterhammen meenam naar school. Een gedeelte daarvan vond ik enkele dagen later onderin m'n schooltas terug. Zo'n degelijke schooltas, waar je eigenlijk niet mee wilde lopen. Maar m'n vader was directeur van een andere middelbare school & vond 't zonde hoe de studie-boeken van zijn leerlingen elk jaar beschadigd terugkwamen. Een degelijke schooltas kon dat voorkomen: 1 gebouwd op 't a-4 formaat, waarin alle boeken netjes rechtopstaand in geplaatst konden worden. Naast die rechtopstaande boeken vond ik m'n zakjes brood terug. Vaak liet ik 't dan nog enkele dagen zitten, omdat ik niet altijd een prullemand voor handen had. Of omdat m'n moeder de inhoud van de prullemand voor ogen zou kunnen komen. Dan kon ze de groen beschimmelde boterhammen zien, waar zij 's ochtends zo hard aan gewerkt had.
Niet dat ik iets anders op school at. Ik vond dat brood gewoon niks. Alles wat we op school in de pauzes konden kopen, leek daar over 't algemeen op. Behalve dan de penny-wafels. Mijn zakgeld was niet toereikend genoeg om elke dag penny-wafels ipv brood te eten. Ik haalde 't bij de avondmaaltijd altijd wel in. Ik kon avondmaaltijden verorberen voor 2 of 3 schoolgaande kinderen, zonder daar lichamelijk enige uitbreiding van te ondervinden. Ik droomde van een land waar je 2 warme maaltijden per dag kon eten. Ik spaarde dan ook postzegels van Frankrijk.

Sinds ik meneer Berkhout ken (& 't meisje van de bakker, dat me Waldkorn-brood verkoopt) heb ik geen moeite meer met m'n boterhammen. Vooral ook omdat ik ze dik beleg. Als ik dat vroeger thuis deed, kreeg ik al snel de opmerking dat ik daar wel 2 sneetjes mee kon beleggen. Daar werd de oorlog bij betrokken als je zei dat je er anders geen trek in zou hebben. Die opmerking maakt niemand hier in huis. Hij wil me zelfs niet te binnen schieten als ik de lekkernijen 's ochtends uit de koelkast haal & alvast een plakje salami in m'n mond steek. Terwijl ik 6 boterhammen bekleed (zonder boter, da's zonde van de smaak), eet ik de 1e alvast op. Zo groot is de trek.
M'n ouders waren laatst op visite. Ik zeg tijdens de lunch tegen ze: 'Beleg maar lekker dik hoor. Dat doe ik zelf ook altijd.' Ik heb ze geen opmerking over de oorlog horen maken, die maaltijd. Pff, ze konden wel door blijven eten. Volgende keer moet ik maar 'ns een stuk paté van Berkhout voor ze meenemen. Ze zullen m'n hele jeugd vergeten. Net als dat verhaal over de lotusbloemen van Odysseus.

Maar dan anders & in Zijperspace.

oefelen

Nog wat meer over de muziekles. Ik kreeg dat na afloop van school, op een bepaalde middag in de week. Ik hoefde er niet ver voor te lopen, nog geen 5 minuten achter ons huis was 't schooltje gelegen dat voor de muzieklessen gereserveerd was.
Ong 20 kinderen stonden op 't pleintje te wachten tot de leraar de voorgaande groep had uitgelaten. Hij deed dan de deur open, de leerlingen stormden naar buiten & wij mochten naar binnen.

We waren allemaal klein, in mijn herinnering. Ik geloof dat we in de 2e klas van de lagere school zaten, 8 jaar oud dus. 't Kan ook de 3e zijn geweest, & wij een jaar ouder. De stoeltjes waren klein, de tafeltjes, de wc's. Alles was klein, behalve meneer van Oefelen.

Meneer van Oefelen straalde uit wat z'n naam leek te zeggen. Of ik heb vanaf dat moment die associatie bij de 'oef'-klank gekregen. Hij slofte. Op z'n sloffen. Daar had-ie geitewollen sokken ingestoken. Hij slofte óf omdat z'n voeten de sloffen niet in bedwang konden houden, óf omdat z'n lichaam niet anders kon. Hij had een buik die af & toe tussen de knopen van z'n blouse te zien was. Zweetvlekken onder z'n oksels, rommelige kleding. & Een slepende lijzige stem. Net als z'n manier van lopen. Hij leek tijdens de les in slaap te zullen gaan vallen. Misschien kwam dat door z'n eigen lijzige stem. Daar hadden wij nl ook last van.

Hij legde aan een meisje uit dat ze haar ene oor moest dichthouden terwijl ze zong. Dan zou ze minder vals gaan zingen. Want haar eigen stem vervormde 't geluid voor haar. Waarna we 't lied weer van voren af aan probeerden. 't Meisje hield verbaasd & licht verontwaardigd haar rechter-oor dicht. Maar ze zong niet meer oorverdovend vals.

We zongen veel. Vooral aan 't einde van de les. Dat vond meneer van Oeffelen een mooie afsluiting. Maar ik als jongen zong zo min mogelijk mee. In de kerk vond ik 't ook maar niks dat ik mee moest zingen. Bij meneer van Oefelen al helemaal niks. Tussen al die meisjes die ik niet eens van school kende. Er was in de hele muziekklas maar 1 meisje die net als ik op de Alphons Ariënsschool zat. Daar wilde ik niet voor zingen. Zeker ook niet voor die andere rare meisjes van de muziekklas. Dat meisje met haar ene oor dicht had een vriendin. Die praatte veel meer. Ook niet leuk. Later ben ik er achter gekomen dat dat soort vrouwen kenaus zijn. Veel later, was dat.

Meneer van Oefelen had geen zin in muziekles. Ik ook niet. Maar ik dacht dat hij dat wel van mij zou begrijpen. Ik dacht dat aan z'n slepende tred te kunnen aflezen. & Toch legde hij ons elke keer meer over muzieknoten & -balken uit. Daarnaast gaf hij ons ook nog huiswerk mee. Als we niks aan de theorie zouden doen, vertelde hij, zou 't ook nooit wat worden als we een muziekinstrument wilden gaan bespelen. Terwijl hij dat zei, tekende hij nog wat noten op 't bord. Hij kon erg goed 5 horizontale lijntjes trekken & daartussenin wat noten. Allemaal met stokjes eraan. Want de ½e & dubbele noten kregen we pas in de volgende klassen van de muziekschool. Hij kon alleen niet zo goed geanimeerd over die stokjes op lijntjes vertellen. Daar leek-ie niet meer de puf voor te hebben.

Ik vond 't heel logisch, jaren later, dat in een reclame op tv meneer van Puffelen ontslagen werd ('Meneer van Puffelen; u bent ontslagen!' deden we na op 't schoolplein). Dat kon niet anders met zo'n naam.
Ik stond er ook niet van te kijken dat meneer van Oefelen 't jaar daarna geen les meer aan ons gaf. Hij was ziek, werd door z'n vervangster verteld. Niet lang daarna is de man overleden. Hij had vast geen zin meer.

Men beheerst 't in Zijperspace wat minder goed.

onderdelenwinkel

Ik was al eerder in 't winkeltje geweest. Een wasmachine-handelaar had me ernaar doorverwezen. Ik was op zoek naar een haakje van een Zanussi DL200-wasmachine-deursluiting. Anders kon ik 't apparaat wel weggooien. Onbegrijpelijk vond ik 't eigenlijk, dat zo'n grote machine afhankelijk was van zo'n klein onderdeeltje. & Elke wasmachine-fabrikant gebruikte weer z'n eigen variatie op dat onderdeeltje, bij elke nieuwe versie een nieuwe uitvoering.
Ik liet 't afgebroken kunststof haakje zien. De man herkende meteen dat 't om een Zanussi ging. Oh, die had-ie nog wel. & Na een minuutje de bakken in de rekken langs de muur afgespeurd te hebben, trok-ie er 1tje uit de stellage & toverde een kopie van mijn xemplaar tevoorschijn. Voor 10 gulden of daaromtrent kon ik 't kleinood meenemen. M'n wasmachine zou weer enkele jaren mee kunnen.
Een onderdelenwinkel; ik had nog nooit van 't fenomeen gehoord. Maar bij de 1e kennismaking was ik meteen onder de indruk.

De Astro 1600 M was eigenlijk geen merk, hadden ze me verteld in de zaak waar ik m'n stofzuiger 1½ jaar geleden had aangeschaft. 't Viel onder een ander merk, maar die stofzuigerzakken verkochten ze niet meer. Ze hadden op dat moment vooral de grotere merken op voorraad. Geen ruimte om zo'n langzaam lopend artikel ook nog beschikbaar te houden. Ik zou 'ns naar de Onderdelenwinkel moeten gaan.

Vele weken later dwingt de overvolle zak mij tot 't bezoeken van de zaak. Voor mij zijn 1st 2 heren aan de beurt. De 1e is een volle tas met allerlei kleine goederen aan 't afrekenen. De man is zichtbaar tevreden. De verkoper ook. Hij kan niet stoppen met dankuwel zeggen, op de meest voorkomende manier. De volgende laat een onderdeel van z'n scheerapparaat zien. Zelfde ritueel als met mijn wasmachine volgt, alleen is deze heer nog wat sneller de winkel uit. Met veel dankwoorden.

'Ik heb stofzuigerzakken voor de Astro 1600 M nodig,' zeg ik. Ik heb de gegevens in m'n hoofd gestampt. Ik mag niet met m'n mond vol tanden komen te staan.
'Ah, ja. Dat is geen merk,' zegt de man & slaat onmiddellijk een boek met tekeningetjes van stofzuigers er op na. 'Ik heb er wel van gehoord, dus u hoeft zich niet ongerust te maken. Ik moet alleen ff weten waar 't een ondermerk van is, zogezegd.'
Hij slaat er wel 4 boekwerken op na. De 1 heeft de dikte van een ½e bijbel, de ander is niet meer dan een uitgebreide folder.
Hij komt de Astro echter niet tegen.
'Nee, ik kan niet vinden waar de Astro een onderdeel van is.'

Ik besluit stofzuigerleverancier nog 'ns te raadplegen. Zij moeten me kunnen vertellen welk merk gelijk stond aan mijn Astro.
'Astro? Hé Nick, wat was er ook alweer met die Astro?,' roept de verkoper achter de balie naar z'n collega.
Nick duikt ook in de boeken. Om 3 minuten later tot de conclusie te komen dat 't de 103 BOM 3 moet zijn.
'Die staat daar,' wijst-ie z'n collega aan.
'Oh?' zeg ik, 'De vorige keer is mij verteld dat jullie 'm niet meer zouden voeren.'
Ik reken € 6,35 af.

Ik had m'n zakken liever bij de man van de onderdelenwinkel aangeschaft, bedenk ik me op weg naar huis.
'Ik zie u graag terug,' zei hij toen ik onverrichterzake z'n winkel verliet. Dat heeft nog nooit een winkelier tegen me gezegd.
Terwijl ik m'n stofzuiger van z'n nieuwe zakken voorzie, denk ik 'tzelfde. & Stiekem hoop ik dat er weer een pietepeuterig onderdeeltje van een oud apparaat 't zal begeven. Ik stel me al voor hoe de man m'n volgende puzzel met goed gevolg zal oplossen.

Zou de man weten hoe 't kleinste onderdeeltje van Zijperspace heet?

wadlopen

'Ik hoef niet meer te zeilen,' vertelde ik m'n moeder. Onderweg van Den Helder naar 't Zand zagen we een boot met gestreken zeilen door 't Noord-Hollands Kanaal varen. 'Vorig jaar zijn we, ong rond deze tijd, met een personeelsuitje met een boot wezen zeilen.'
M'n moeder wist 't zich nog te herinneren: 'Dat was toch niets voor jou?'
'Nee. 't Enige wat ik uiteindelijk leuk vond, was toen we onszelf drooglegden op 't wad. We vaarden met een platbodem, dus we wachtten op een hoog punt van 't wad gewoon tot 't water daalde. Rond 10 uur 's avonds konden we van de boot af & over 't wad lopen.'
Ik overdreef enigszins; ik had wel meer leuk gevonden. Maar de harde wind op de 2e dag had voor mij de lol in 't zeilen bedorven. Ik voelde elke golf zichzelf vermenigvuldigen in m'n maag. Terwijl de anderen de schipper smeekten om nog een stukje verder te zeilen, wilde ik zo snel mogelijk aan wal.
Ik was meer van 't land onder m'n voeten voelen. Die nacht was ik degene die 't langst over 't wad aan 't zwalken was. 't Liefst had ik een nachtelijke wandeling gemaakt, maar ik was niet dapper genoeg om in m'n 1tje te gaan. Ik wilde de tochten die ik nooit gemaakt had, die nacht nog inhalen, maar wist dat je dat niet zonder gids moet ondernemen.

'Ben jij ook niet wezen wadlopen met Pa?'
Pa zat achterin de auto. Net als Opa & Oma vroeger achterin de auto zaten. M'n moeder heeft graag iemand naast zich die ondertussen met haar meekijkt. 't Heeft niet zoveel zin als m'n vader daar gaat zitten. & Ik zit nou 1maal liever voor.
Ik weet niet of 't tot 'm doordrong dat we 't over wadlopen hadden. Z'n reakties zijn niet zo snel tegenwoordig. Als je al lang & breed op een ander onderwerp bent overgeschakeld, blijkt hij nog op een opmerking te zinnen. Dat pruttelt er dan langzaam & bijna binnensmonds uit. 't Betekent vaak dat je nog ff terug moet schakelen naar een vorig onderwerp.

Ik zag foto's voor me. Lange rijen mensen die hun rugzakjes boven 't hoofd houden om tot boven hun middel door 't water voort te bewegen. Schoenen die onder de blubber zitten, grijs geworden doordat 't opgedroogd is. Zuigende voetstappen in 't wad. M'n vader in korte broek geflankeerd door 1 van m'n broers in een desolaat landschap waar geen boom groeit, slechts einder bestaat. M'n broer die z'n kleren na afloop probeert te verschonen. Een ondergaande, dan wel opkomende zon, lichtelijk weerspiegeld door 't laagstaande water, met wandelende mensen op de voorgrond.

'Nee, ik was eindelijk oud genoeg & toen had Pa geen zin meer.'
Wroeging weerklinkt door m'n stem. Ik probeer 't in ieder geval xtra nadruk te geven.
'Theo is geloof ik wel vaker meegegaan. & Carel mocht 't laatste jaar mee. Ik wilde altijd al ook een keer, maar toen wilde Pa niet meer.'
Ik keek ff achterom. Zat er een reaktie aan te komen? Kon ik m'n ouwe heer nog ff sarren met trauma's van weleer? Maar m'n vader keek vooruit, naar waar we heengingen.
'Ik dacht dat jij ook was wezen wadlopen,' zei m'n moeder.
'Nee. Net als een muziekinstrument bespelen. Iedereen mocht orgel spelen in 't 2e jaar van muziekles. Maar toen ik zover was, werd 't orgel verkocht.'
Zo, als ze nu geen spijt van hun manier van opvoeden hebben, dacht ik. Ik keek lachend naar m'n moeder. Ze lachte terug. Schuins keek ik naar m'n vader.
'Rijden we niet verkeerd?' vroeg-ie aan m'n moeder.
'Nee, we passen toch al 2 weken op 't huis van Jan.'

De echte wroeging bestaat allang niet meer in Zijperspace.

lol

Ik begon lol te krijgen in 't boek waar ik al een week mee bezig was. Ik hou niet van dikke boeken, zeker niet als er geen of weinig fasering in zit. Ik heb een grote behoefte aan 't kunnen streven naar de volgende episode. Een volgend hoofdstuk moet niet te ver weg liggen. Maar ik begon lol te krijgen in m'n boek, ondanks de droeve tendens, zo tegen 't eind aan. Ik had 't ritme te pakken, de sfeer, de toon. Bladzijden schoten voorbij, als de km-bordjes op de snelweg.

Ik begon lol te krijgen in m'n huis zonder geluid. Zo af & toe de buurvrouw luidruchtig plassend de zwijgzaamheid der dingen horen verstoren. In de stilte van m'n discman die ik wreed tot slapen had gedwongen door verkeerde plugjes in verkeerde gaatjes te willen drukken. In 't ruisen van de wind door m'n tuin, die soms veroorzaakt leek door 't voorbijsnellen van een trein aan de achterzijde van m'n huis. In 't ronken van m'n comp, m'n venster op de rest, alles wat buiten m'n eigen wereld van tastbaar bestaat.

Ik begon lol te krijgen in 't onbereikbare van een vrouw. 't Onbekommerd beweren dat m'n moeder de enige was die m'n afzichtelijkheid kon uithouden. Luid glimlachend ter flirt. Zodat de dame wel moest beweren dat zij m'n moeders kant koos. Zij & m'n moeder tegen de rest, zo flirte ik.

Ik zag er niet meer zo tegen op, tegen de vakantie die iedereen zo nodig schijnt te hebben. Waarschijnlijk ik ook, bedacht ik me. Ik wilde die gezichten ff niet meer zien. Ik wilde afscheid nemen, al was 't maar voor kort, van de gezichten die mij dwingen tot werk, niet overeenkomend met m'n vrijheidsgevoel. Hoewel dat ontheemde, dat niet thuis zijn, dat gevoel dat alles veranderd zogauw je een km verder bent, me verontrustte. & Me bijna dwong ervanaf te zien.

Ik begon lol te krijgen in 't creëren van een verkeerd beeld, die overeenkomsten vertoonde met de werkelijkheid. Lange stukken, die verhaalden over de kleinste emoties. Ik nam langzaam afstand van 't grootse, meeslepende. & Dacht dat ik 't maken kon. Ik ben niet zo, ik ben maar klein, ik heb alleen maar aandacht voor 'tgeen de ander niet ziet. Ik zag mezelf verblind worden door een illussie. Ik zag dat ik er lol in had.

Ik weet niet waar 't ophoudt. Ik mag niet te ver gaan van mezelf. Er zit een automatische snelheidsbeperking op m'n gevoelsleven. De overschrijding daarvan heb ik vanochtend nog maar net overleefd, toen ik door de geluidsbarrière ging.

& Ik dacht dat Zijperspace achter die geluidsbarrière lag.

terug

Opeens ligt de rekening in m'n brievenbus. Met de rapportage van 't xpertiseburo. & Bijhorende kosten.

Voor € 810,69 heb ik me laten afsnijden, bedreigen, bedonderd gevoeld & was m'n fiets beschadigd. Voor dat bedrag ben ik 't slachtoffer geworden van een valse weergave van feiten & daarmee samengaande valse getuigenissen. Een koopje. Zeker vanwege 't feit dat een amsterdamse taxi-chauffeur 't zover heeft weten te krijgen dat ik weer angst voel. Krijg ik er gratis bij.

Want echte angst. Ik durfde niet meer. Ik durfde niet meer te lezen, niet meer te werken. Ik durfde slechts m'n ogen op staren te zetten & m'n lichaam op ijsberen. Durfde de straat niet op voor 10 minuten. Ik werd bang van m'n eigen gedachten; ze zouden opnieuw in de knoop raken. Een onthutsend onontknoopbare knoop.

Ik besefte me hoe 15 jaar krabbelen, door een ogenschijnlijk kleine gebeurtenis plotseling teniet gedaan kan worden. Ik besefte dat de grens tussen geestelijk gezond & wrak niet zo dik is als tot nu toe gedacht. M'n pantser is een vliesje.

Ik zal dat vliesje goed moeten onderhouden.

't Is 't dikste pantser voor Zijperspace.

windorgel

Ik werd wakker rond 't tijdstip dat ik de helft van m'n leven geleden naar bed ging. Toendertijd ong rond dezelfde tijd van 't jaar. Daar moest ik aan denken toen ik bij ontwaken buiten een bepaald gefluit hoorde. Laag, hoog, sonoor, welluidend, ver weg, golvend dichterbij. Balancerend op de wind werd 't naar me toe gebracht. Dat kon 't geluid van 't windorgel zijn. 't Windorgel dat 1 zomer lang op de dijk van Den Helder stond.

't Windorgel bestond uit een 20-tal staande pijpen van hout, staande in 2 kringen op een soortemet vlonder. Waarbij elke pijp op een andere plek, andere hoogte ook, gaten had om de wind in op te vangen. & 't Te laten circuleren in z'n lichaam, zodat er geluid ontstond. Verschillende diktes, verschillende openingen veroorzaakten verschillende geluiden. Elke pijp stond anders gericht, alle winden moesten de mogelijkheid hebben opgevangen te worden. Zodat elke wind z'n eigen combinatie van geluiden produceerde.

Een ideale plek om aangeschoten aan 't eind van de helderse uitgaansnacht te hangen, te blowen, de zonsopgang af te wachten. De zon die elke keer op de verkeerde plek opkwam; we wilden 'm boven de zee.

't Weer was goed die zomer. Aangenaam om met slechts een dun jasje de nacht op een winderige dijk door te brengen. 't Waait altijd in Den Helder, 't waait altijd nog wat harder op de dijk. & We bevonden ons op de plek waar die wind hoorbaar werd gemaakt.

De stad ging om 4 uur dicht. Wij bevonden ons rond ½ 5 bij 't windorgel. Dick had jenever; Inge, Suus & ik hadden stuff. Dick had ook wel stuff, maar 1st moest de fles jenever op. Omstebeurt een dopje. Terwijl ondertussen gebouwd werd aan een lange joint. We moesten er zolang mogelijk over doen. We moesten weten dat 't licht geworden was.
De tijd vloog voorbij, wij vlogen op de wind. 't Geluid van de wind.

Soms waren er ook anderen bij. Vooral in 't weekend, als mensen terug waren gekomen van vakantie. Dan was iedereen verliefd. & Zaten we met 20 man op & rond 't windorgel. Ook de zomer vloog voorbij. Nog maar enkele weken & 't windorgel zou weggehaald worden, beseften we dan.

& Aan de nacht kwam ook een eind. Als de zonsopgang achter ons zichtbaar werd, drong dat tot ons door. De stad werd in 't licht gezet & begon te leven. De zee was nog steed 'tzelfde, zo ook de wind, maar we wisten dat 't gewone leven z'n aanvang nam. We moesten later op de dag aan de nieuwe dag beginnen. Suus, Inge & ik fietsten naar m'n huis, waar we met z'n 3-en op dezelfde kamer sliepen. In afwachting van de volgende nacht. Met 't raam open hoorden we de wind ons in slaap sussen.

Vanochtend werd de wind plots weer verstaan in Zijperspace.

mosselseizoen

'Misschien ben ik kippig,' zei opeens de man. Ik had 'm al eens eerder gezien, dat zag ik meteen, maar ik wist niet waar ik 'm dan van moest kennen.
'Misschien ben ik kippig,' zei de man opnieuw, toen-ie zag dat-ie aan de beurt was iets te zeggen, 'maar ik zie boven geen mosselbier staan.'
Z'n arm maakte een wijzende beweging naar waar 't mosselbier zich zou moeten bevinden. Een globale wijzende beweging was 't.
'U bedoelt Yersekes Mosselbier,' reageerde ik. Niemand kan mij verslaan in m'n bierkennis, zogauw ik op m'n plek sta. Mosselbier is niet zomaar mosselbier. Daar hoort wel een voorvoegsel bij.
'Ja, ik zie helemaal geen mosselbier daar staan.'
Weer die armbeweging naar boven. Denkbeeldig ziet-ie 't blijkbaar nog steeds daar staan.

'We hebben 't al een tijdje niet ontvangen, 't Yersekes Mosselbier. De groothandel is er blijkbaar mee gestopt.'
'U had 't altijd staan, dat mosselbier,' armbeweging wederom naar boven, 'ik haalde 't altijd hiervandaan. U heeft 't niet meer?'
'Nee, onze groothandel vindt 't blijkbaar niet interessant meer. Ik zou 't graag in huis hebben.'
'U heeft er niks meer van staan?'
'Nee, ik zou wel willen. Maar ik kan 't helaas niet meer krijgen.'
'Hoe kan dat nou? Jullie hadden vorig jaar toch ook mosselbier? 't Stond altijd daar aan de linkerkant.'
Armbeweging naar de denkbeeldige plek.
'Ja, maar ik denk dat de groothandel die ons onze spullen levert 't niet meer voert in z'n assortiment.'
'Maar de supermarkt heeft 't volgens mij wel.'
'Nou, de supermarkt heeft een andere groothandel dan wij. Dus ik weet niet waar zij 't Yersekes Mosselbier vandaan hebben.'
'Ik heb 't daar wel 'ns gehaald. Maar ik haalde 't liever hier. Want dan wist ik tenminste zeker dat ik 't had. Jullie hebben 't altijd daar staan.'
Weer een armbeweging in de richting van de vroegere plek van 't bewuste bier.
'Ja, dat weet ik, bij 't belgische bier. Maar ik heb 't al een hele tijd niet meer gehad. 't Staat er niet meer.'
'Jullie krijgen nog wel mosselbier?'
'Ik zou graag willen, maar onze groothandel levert 't niet uit.'
'Ja, want 't stond altijd daar,' zei de man weer wijzend. 'Daar kon ik 't altijd vinden. Krijgen jullie 't nog?'
'Ik heb er niks over gehoord de laatste tijd.'
'Ik haalde 't altijd van dezelfde plank. Tenzij ik geen tijd had om langs te komen. Dan haalde ik 't bij de supermarkt. Zou de supermarkt 't hebben?'
'Ik zou niet weten. Ik koop nooit bier in de supermarkt, want ik haal m'n bier hier vandaan.'
'Nou, de supermarkt had 't wel degelijk. Ik heb vaak genoeg mosselbier uit de supermarkt gehaald. Maar liever haalde ik 't daar vandaan,' hij wees weer naar de kast. 'Zouden jullie 't nog krijgen?'
'Dat durf ik niet te zeggen. Ik hoop 't wel.'
'U weet toch wel welk bier ik bedoel?' zei de man, armbeweging weer gene zijde aanwijzend.
'Ja, Yersekes Mosselbier. 't Stond inderdaad altijd daar aan de linkerkant. 't Had een blauw etiket.'
'Precies,' reageerde de man enthousiast, 'dat bier bedoel ik. Heeft u dat bier misschien?'
'Nee, dat bier heb ik al een tijd niet binnengehad.'
'Zal ik anders aan de overkant, bij de supermarkt gaan kijken naar mosselbier?'
'Zouden die 't wel verkopen?'
Ik raakte zelf ook in de juiste stemming voor dit gesprek.
'Ja, ik heb 't vroeger vaak genoeg gekocht in de supermarkt. Maar jullie verkochten 't ook. Dat vond ik prettiger. Jullie hadden altijd een bepaald soort mosselbier op voorraad.'
'Er bestaat maar 1 mosselbier & dat is Yersekes Mosselbier.'
't Was ff stil.
'Weet je wat. Ik ga ff aan de overkant bij de supermarkt kijken of ze 't mosselbier hebben.'

'Nee hoor,' zei de man een kwartier later. 'Ze verkopen geen mosselbier meer, zeiden ze. Ik kocht 't ook altijd bij jullie. Jullie hadden 't altijd daar staan, aan de linkerkant. 't Was een bepaald soort mosselbier.'
'Ja, Yersekes mosselbier,' durfde ik nog 1 keer te verbeteren.
'Weet je,' zei de man, 'ik kocht 't altijd om m'n mosselen in te koken. Aan 't begin van 't mosselseizoen. Zoals nu. Dan haalde ik een flesje bij jullie vandaan.'
Hij wees. Ik wist inmiddels waarnaar.

We kunnen geen mosselbier meer zien, dit jaar in Zijperspace.

strijd

In mijn nimmer aflatende strijd tegen de natuur & alle elementen daarin die mij willen belagen, heb ik vannacht een linke stap genomen. De natuur, vertegenwoordigd in de persoon van een mug, had mijn 'move' te laat door.

't Is een strijd van hart tegen hart. Rücksichtslos verwijder ik prikkende doornen & brandnetels, sla enge beestjes tot moes, of elimineer ze dmv verdrinking dan wel bestrooiing ('t inzouten van slakken moet u niet verwarren met 't plezieren dmv verstrooiing). De natuur slaat terug door m'n lichaam te voorzien van bubbeltjes & begeleidend jeuken, me angst in te boezemen voor onverwachte verschrikking in huis (gister probeerde een pad m'n huis te betreden; m'n onverschrokken reaktie met bezem wist dit te voorkomen), & nachtmerries waarin beesten & planten mij beurtelings naar 't leven staan.
De natuur deinst nergens voor terug. Maar ik zal me niet laten kennen.

De truuk die ik doorgaans toepas bij nachtelijke onrust veroorzaakt door 't geluid van de speurzin van de mug, is m'n hoofd & lichaam diep wegstoppen onder een hoeslaken. Slechts m'n neus & mond dient er onderuit te steken. Ademhaling is nu 1maal noodzakelijk, wil ik mezelf niet ongemerkt gedwongen zien de strijd met m'n tegenstander te staken. & De mug schijnt mijn neus & mond niet als aantrekkelijk objekt voor bloedafname te beschouwen.
Door de niet-aflatende 'zzzzzooooeemmm' van de mug kon ik echter niet in de slapende toestand weerkeren. Ik lag wakker. 't Enige wapen dat ik tegen de mug kon inzetten was m'n boek. Maar die was maar liefst 487 blz dik (ik heb deze opmerking vanochtend bij ontwaken nog maar ff op korrektheid gekontroleerd). Een kompakt dik boek dus, dat niet veel zin had in zwiepen, o zo noodzakelijk bij 't snel & meedogenloos pletten van een mug tegen de muur. Desnoods tegen 't plafond. Dat laatste hoort door de hoogslaper tegenwoordig ook tot de mogelijkheden. Maar goed, na 2 hopeloze pogingen kwam ik tot de konklusie dat mijn wapen geen effekt had in m'n nimmer aflatende strijd met de natuur. Zeker deze ronde niet.

Ik pakte m'n vakantie-selffloating-matje uit z'n verpakking, liet 'm selffloaten, haalde m'n dekbed van de hoogslaper, nam van de laatste afscheid ('Sorry, na 3 maanden nachtelijkse trouwe dienst, zie ik mij gedwongen, ik hoop dat je beseft dat 't maar voor een kortwijl is, je de komende nacht, zonder mijn genoeglijk gewicht & heerlijke lichaamsgeur, alleen te laten doorbrengen'), & installeerde me in de woonkamer. Na de slaapkamer door gordijnen hermetisch afgesloten te hebben.

Daar had de mug niet van terug. Totaal geïsoleerd heeft-ie 't zonder maaltijd moeten stellen. Ik geloof dat dat z'n dood & een tekort aan nageslacht heeft betekend.

De natuur is aan zet in Zijperspace.

lijflog 7

In 't kader van efficiënt & bij de hand staat de nasonex naast 't toetsenbord. 's Ochtends vroeg & 's avonds laat bevind ik me daar nou 1maal. Ik word er dan tenminste aan herinnerd dat 't klaar staat voor gebruik.

Eigenlijk is m'n huis op een efficiënte wijze ingericht. Hoewel je dat niet zou zeggen als je m'n huis onaangekondigd betreedt.
'Jemig, zou je 't hier niet 'ns wat opruimen?' zou voor mij geen onverwachte reaktie zijn. 't Huis is vooral voor mij efficiënt ingericht. Niet voor plotse opduikende visite.

Prrrikweg, 't zalfje dat de nodige jeuk wegneemt, als je te pakken bent genomen door een mug, of wat brandnetels ongelukkig hebt vastgepakt, staat bij mij op een tafeltje naast de bank. Ik heb in dit jaargetijde wat vaker last van jeukende verschijnselen, dus dient-ie op een centrale plek in de kamer te staan.
De zalf die de huid-irritatie, veroorzaakt door 't scheren, moet weghalen, staat er per ongeluk naast. De tube ziet er 'tzelfde uit. Ik was laatst al druk aan 't insmeren, toen ik bemerkte dat de geur totaal anders was dan ik gewend was. Ik moet de tube weer verhuizen naar de wasbak in de douche, waar m'n andere scheerspullen ook staan uitgestald.
Paracetamol & migraine-pillen (ik ben de naam van dat hopeloos niet-werkende middel alweer vergeten) liggen gewoon in de keuken in 't daarvoor bestemde kastje. Dat kastje is weliswaar ook een puinhoop, maar 't ligt allemaal bij elkaar: verband, pleisters, pilletjes, zalfjes, etc. Behalve de ibuprofen, die ik gister toevallig ook in dat kastje aantrof. Die heb ik onmiddellijk in m'n rugzak gestopt, zodat ik 't bij me had, tijdens m'n bezoek aan m'n ouders. Een ½ pilletje legde ik voor de zekerheid op m'n comp-scherm. Vanochtend daarvan weer verwijderd. Tot genoegzaam gevoel.
De SRL-gelei ging om dezelfde reden als de ibuprofen mee op reis.

U ziet: ik denk overal over na. 't Wc-papier leg ik daarom ook niet naast 't gasfornuis.

't Mag een rommeltje zijn in Zijperspace, maar daar is over nagedacht.

wagons

Er reed een goederentrein door 't Centraal Station. 't Zal vast wel vaker gebeuren, maar ik heb 't in 't station zelden meegemaakt. Ik besloot de wagons te tellen. Dat had ik lang niet gedaan.

We kampeerden enkele jaren achter elkaar in Luxemburg. Op een camping aan de rand van een klein dorpje. Er liep een spoorweg langs 't kampeerterrein. Tussen de camping & 't spoor liep een snelstromend watertje. Niet al te snel, want anders konden we er niet in spelen, dammen bouwen, pootje baden.
Enkele malen per dag kwamen er goederentreinen voorbij. We keken dan op van onze bezigheden in 't water. Er moesten wagons geteld worden. De trein kwam aan de linkerkant een tunnel uit, & in m'n herinnering ging hij rechts de volgende in. Over dat laatste ben ik niet zeker. In de tijd dat de trein met z'n wagons zich binnen ons spectrum bevonden moesten we ze tellen.
''t Waren er 40,' zei de 1.
'Nee hoor, 't waren er 41,' zei de ander.
't Maakte niet uit of m'n oudere broer telde of m'n neef, er was altijd een meningsverschil over de hoeveelheid wagons. & Eigenlijk had degene die de meeste geteld had 't meest gelijk. Want we moesten getuige zijn geweest van de langste rij wagons die door 1 trein getrokken kon worden. Konden we dan bij de tent aan de familie vertellen.
'Pap! Pap! Er waren wel 45 wagons bij de trein. Ik heb nog nooit zoveel wagons in 1 keer gezien.'
De treinen passeerden de camping stapvoets. Je kon je makkelijk vertellen, want de gebeurtenissen in 't water waren een makkelijke afleiding.

Daarnet hoorde ik 't geluid van een lange rij wagons achter m'n huis voorbijgaan. Ik zie ze bijna nooit passeren, want de bomen & bladeren sluiten 't zicht er op af.
Als we met alles klaar zijn drinken we op m'n werk altijd nog ff een biertje. Bij mooi weer gaan we met onze glazen buiten zitten. In de verte kunnen we dan ook wel 'ns een lange rij goederenwagons zien passeren. Soms blijft de trein stilstaan, terwijl een gedeelte van de grote hoeveelheid wagons zich nog midden op de brug over 't Lozingskanaal bevindt. Dan tel ik ze stiekem. M'n collega's merken 't niet. Ik ben me zelf er ook niet van bewust, want ik kan er niet meer tellen dan degenen die verstild staan tegen de horizon. Wachtend op hun rit 't duister in. Alsof er zich aan de rechterkant een tunnel bevindt. Een tunnel die naar de jeugddroom een record wagons-tellen loopt.

Ik moest bij 17 stoppen. Die stond recht voor me toen de locomotief vanwege een rood licht moest halt houden. 't Voorste eind stopte aan de ene kant van de stationshal, terwijl ik 't achterste gedeelte van de rij nog niet kon zien. Die wagons moesten nog een bocht over de wissel maken, zodat ze m'n gezichtsbeeld zouden betreden. Ik telde niet verder dan 17, want die was recht voor me tot stilstand gekomen. Bovendien & was-ie makkelijk te herkennen.
Langzaam, zeer langzaam, kwam de locomotief weer op gang. 't Piepte & kraakte ouderwets. 't Leek onmogelijk dat de locomotief weer de volle vracht op gang zou kunnen krijgen. Maar toch kwam nr 18 voorbij. & Nr 19, nr 20, 21....

30 Is geen record in Zijperspace, maar wel lang geleden.

retour

Ik kom uit 't land van velden vol bloemen, die zelden hun fleur vertonen, maar grotendeels grauwigheid geuren. 't Land van lange sloten groen, verzinkend in verre horizonten. Met huizenhoog blauw & cumulatief wit. Onhollands veel zon wordt er achteloos weggeblazen. & Als je toch te warm mocht worden, dan is er water, water, water. 't Land, dat beetje dat omsloten wordt, is er om elkaar te vermeiden. 't Beetje dat rest, wordt onder water gezet. Voor nog meer kortstondige bloemen. Niets mag beklijven, alles is tijdelijk.

Ik moet er niet te vaak komen, anders kijk ik 't mooi er vanaf.

Er is al zo weinig dat rest in Zijperspace.

vroegte

't Liefst zou ik nu nog wat gaan slapen, maar dat gaat vast niet lukken. Veel te weinig slaap gehad, maar als ik wil gaan liggen, gaat er weer een pijnscheut door m'n schouderblad. Ik blijf maar wakker, heb ik noodgedwongen besloten.

Van m'n broer Carel mag ik m'n moeder niet bellen als ik iets onder de leden heb. Maar ik moet wel; ik heb vanochtend een xcuus, want ik zou vandaag bij m'n ouders langs gaan. Ze moet wel gekend worden in de stappen die ik ga ondernemen ter verbanning van de pijn. Daarnaast is om 7 uur 's ochtends bellen totaal anders dan midden in de nacht (vindt m'n moeder ook niet erg, heeft ze me vorige keer verzekerd), want dan is ze allang al wakker.

Nu 't toch zo uitkomt, kan ik net zo goed alvast voorbereidingen treffen voor m'n vertrek naar Den Helder. Des te vroeger ik daarmee klaar ben, des te eerder ik die kant op kan vertrekken.
't Leven is alleen zo raar, als je vroeg opstaat. Je hebt een xtra jas nodig, die je ½erwege de boodschappen weer uit kan trekken; niet alle winkels zijn al open, gesloten deuren dienen vermeden te worden, een juiste planning van boodschappen doen vereist; & mensen bewegen zich op een andere manier over straat. 't Zijn ook andere mensen dan ik doorgaans gewend ben. Ik ben nog niet de deur uit of ik moet 2 mensen achter elkaar gedag zeggen die ik anders nooit op straat tegenkom.

& Er staat geen rij bij de kassa van de Albert Heijn. Een vreemde gewaarwording: ik ben de enige die de rij vormt. Dat mag je geen rij noemen. Ik ben daardoor xtra publiek voor 't verhaal dat de nederlandse dame voor me afsteekt tegenover 't turkse kassa-meisje. Ze nemen er beiden alle tijd voor.
'Ja, ik had veel eerder terug moeten gaan,' vertelt de dame. 'Ik kwam er veel te laat achter dat ik 't land miste. Lekker buiten zitten & lekker roddelen.'
't Meisje moet om de laatste opmerking lachen.
'Dat roddelen mis ik juist niet, hoor,' zegt ze, 'dat is hier ook wel.'
'Ja, maar in Turkije wordt er heel open & vriendelijk geroddeld. In Nederland gaat 't op een kwade manier. Heel venijnig.'
'Waar woonde u toendertijd?'
'In Oost-Turkije.' Ze noemt een streek.
'O, da's grappig. Daar kom ik vandaan.'

't Tempo in deze rij, die geen rij is, toont in snelheid waarschijnlijk overeenkomsten met de rijen die zich regelmatig in Oost-Turkije vormen, want de 2 dames zijn sterk op elkaar ingespeeld. Ze lijken niet van plan de 10 boodschappen binnen 5 minuten afgehandeld te hebben. 's Ochtends vroeg moet je je daar niet druk om maken, vind ik. Heb ik me net bedacht, want ik heb 't niet eerder aan de hand gehad. In een lege supermarkt heb ik opeens zeeën van tijd. 't Ibuprofen-pilletje, dat ik toevallig nog in huis had, heb ik een ½ uur geleden geslikt. Die heeft vast een bijdrage geleverd aan deze milde stemming.

Je moet 1st pijn lijden om geduld te krijgen in Zijperspace.

beestjes

Er zijn vele, vele insekten. In allerlei soorten & maten. De 1 heeft vleugels, de ander ook, maar daar zie je ze vanwege snel niet bij bewegen, de 3e valt me niet lastig in huis. Ik zou graag willen dat ik al hun namen wist.

De fruitvlieg kan ik herkennen. Dat zou je beroepsmatig kunnen verklaren. De fruitvlieg is klein, beweegt veel als-ie zich vliegend voortbeweegt, & houdt van de restanten van bier. Misschien heb je wel variaties in de verschijningsvorm, ondersoorten zogenaamd, maar ik herken er met m'n blote oog slechts 1. Verschijnt er dus een fruitvlieg voor me, dan noem ik 't een fruitvlieg. De benaming Drosophila melanogaster schiet mij op zo'n moment niet te binnen.
M'n wereld is eenvoudig. Ik moet wel; ik wil 't overzicht behouden. De vlieg met vleugels die dikker zijn dan die van andere insekten noem ik al snel mot. Zeker als 't een zeer onregelmatig vlieggedrag vertoond.
Rechtlijnige, soms stil in de lucht hangende, slanke zwart-geel gestreepten, krijgen bij mij de benaming wesp. Hoewel ik de laatste tijd neig naar de benaming 'sluipwesp' bij de vertegenwoordiger die de laatste tijd m'n woonkamer bezoekt, maar da's vooral omdat ik de stille sluiper niet hoor aankomen. Hij is er plotseling. Ik zie z'n vleugels ook niet bewegen. Ook al knipper ik niet met m'n oogleden, ik kan de snelle vleugels niet waarnemen. Als ik deze sluipwesp zie, wapper ik 'm weg met m'n hand. Sluipwesp weg. Blijkbaar bang voor m'n hand.

Zo eenvoudig is m'n wereld. Ik zou wel willen dat 't anders was. Dat ik alle beestjes & plantjes namen kon geven. Een soortemet late plaatsvervanger van Adam. Uiteindelijk ligt 't aan Adam dat niet iedereen de juiste namen van de juiste dieren weet. Hij was degene die als 1e mens namen voor de dingen mocht verzinnen (ja, de dingen waren toen nog letterlijk dingen), maar vergat daarin enig systeem aan te brengen. Tenslotte heeft Linnaeus dat probleem opgelost, maar zijn benamingen weten slechts klassiek-geschoolden & biologen te onthouden.

Nee, dan m'n vader. Ik vroeg m'n vader wat iets was, bijv een ding wat toevallig passeerde, 't had vleugels & 't deed 'bzzz', & m'n vader had een antwoord. Ik kon 't in die tijd zo gek niet bedenken of m'n vader wist er een antwoord op te geven. In die tijd had alles een naam. Daar kon Adam een puntje aan zuigen. Jammer dat ik zo vergeetachtig was.

Goed: de fruitvlieg, de mot & de sluipwesp waren vanavond in m'n woonkamer. Terwijl ik een film zat te kijken. Af & toe wapperde ik met m'n hand (sluipwesp), klapte ik m'n handen op elkaar (fruitvlieg), of werd slechts afgeleid door de slordige manier van vliegen (die ander). Last had ik niet. Van hun dan.

Er zijn ook vliegen, of insekten, of kleine teringbeestjes, die je niet kan zien. Die gaan in sokken zitten die je per ongeluk een maand niet hebt aangehad, die je al die tijd op een donkere plaats in een houten kast hebt laten liggen, & die groen zijn. Of voorgaande aspekten er allemaal iets mee te maken hebben, weet ik niet. Ik kan beter niets uitsluiten.
Ik had ze in ieder geval niet gezien. Achteraf ook niet. Zelfs de bultjes niet die ze veroorzaakt hadden. Maar dat laatste kan ook gelegen hebben aan 't feit dat m'n sokken de bultjes bedekten.
Plots was er jeuk. Plots waren m'n voeten rood. Plots zag ik bultjes. Plots kwam ik tot de conclusie dat hier insekten in 't spel waren. Ik wou dat ik ze verrot kon schelden. Maar God is vergeten ze via Adam een naam te geven.

& M'n vader was op dat moment niet in Zijperspace.

achtpuntzes/eightpointsix

11.25: De 1e keer dat de heren langskomen. Mike & Joe nemen allebei 1 flesje 8.6. Nee, Mike wil er nog 1 xtra.
'Ik moet gaan naar de Social Dienst,' vertelt Mike, 'I have to arrange some things. De Social Dienst in de Pijp, weet je wel.'
Hij kijkt me aan alsof ik zou moeten weten wat hij bedoelt. Alsof ik 'm uit ga leggen waar de Sociale Dienst in de Pijp te vinden is.
'Nee, ik zou niet weten waar dat is.'
'Well, I have to go there. Kan je openmaken?' vraagt-ie terwijl-ie z'n flesje naar voren houdt.
Die van Joe ook.

13.00: Joe in z'n 1tje. Voor 2 flessen 8.6.
'Let me pay for both of them, but 1 without the deposit. I'll drink it outside, & I'll return the bottle when I'm ready.'

13.05: Joe komt weer binnen om z'n lege fles terug te brengen.
'Shall i open the other one?' vraag ik 'm.
'No, no. I still got to have some breakfast. You see, I normally don't drink before breakfast. Especially when I have to do some things.'

14.20: Mike komt wat lege flessen brengen & neemt 3 flesjes 8.6 mee.
'Oh, it's beautifull weather. Ik hou van weer als dit, want alle vrouwen zijn dan mooi. Look, what beatifull things they're carrying with them.'

14.25: Joe komt met z'n italiaanse vriend. Hij een fles, z'n vriend een blik 8.6.
'Hey, isn't this Mike's bag?' vraagt Joe, wijzend op de tas die op de toonbank staat.
Die had ik nog niet zien staan.
'Could be,' antwoord ik. 'He was here the other minute. But there was another customer just after him.'
'No, this should be Mike's bag. He carried it with him the whole day. I know, because I was with him.'

14.45: Joe komt nogmaals met z'n vriend. Zelfde boodschappen.
'Yeah, it was Mike's bag,' zegt-ie. 'Sometimes he just don't know what he is doing. This morning, when we went to de Sociale Dienst, I told him where to go. But he said we had to go the other way. It turned out that we had to walk 1½ hour before getting at the place where I told him we had to be. He should know that I was right; I worked there for some months. Well, he just don't know what he's doing.'

14.55: Mike haalt 2 flesjes 8.6; Joe doet er ook nog 1.
'Oh, men, it's beautifull wheather,' zegt Mike. 'Did you see that girl passing by?'

15.00: Mike levert 1 van de flesjes in voor statiegeld.
'Well, ik heb genoeg,' zegt-ie, 'ik neem deze huis.'
'You don't want to get drunk in the street?' vraag ik met een ironische ondertoon.
'No, ik word nooit dronken. My body wil niet meer. Dan vreemde dingen gebeuren in m'n lichaam, if I continue. Ik drink 4, niet meer. That's not...hmmm.'
'Not healthy?' vul ik aan.
'My body won't take it. So I'm lucky, you could say, I can't drink that much. My body won't take it.'

15.05: Voor een aantal mensen is de dag alweer voorbij in Zijperspace.

hapje

Naarmate ik ouder word verdwijnt m'n angst steeds meer. Vannacht liet ik me bijten door een pitbull. Ik had een dikke jas aan & de pitbull mocht in de mouw ervan bijten. Vrolijk draaide ik rondjes met de hond aan m'n arm bungelend. Ik werd op een gegeven moment wel wakker van pijn bij m'n schouder, maar ik denk dat de droom eerder werd veroorzaakt door de blessure dan andersom. Ik voelde me veel te dapper om dat beeld bij te stellen.

Tijdens m'n krantenwijk werd ik door een klein keffertje aangevallen. Midden in een bejaardentehuis. Een plek waar je je toch veilig acht. Plots viel-ie aan, onmiddellijk grijpend naar m'n nieuwe spijkerbroek. Klein als-ie was, trok-ie toch maar ff z'n aangelijnde omaatje een meter mee, om mij te kunnen aanvallen. Zo wil m'n geheugen dat in ieder geval zien. Ik had 'm niets gedaan, behalve dat ik me niet bewust was van 't betreden van z'n territorium. Ik wist ook niet dat zulke kleine hondjes over zulke grote territoria kunnen beschikken. & 't Met zulke daadkracht kunnen verdedigen: m'n broek lag aan flarden & m'n been open. Dat moest behandeld. M'n geestelijke weerbaarheid eigenlijk ook, maar dat is er toendertijd bij ingeschoten.

Dus durfde ik jaren later niet de snackbar uit. Ik had al een xtra kroket besteld & de rest van de bestelling zo langzaam mogelijk, in fases aan de dienstdoende meegedeeld, maar ooit zou ik toch naar buiten moeten. De eigenaar van de 2 enthousiast blaffende & tegen de deur opspringende honden was ver ná mij aan de beurt. Misschien moest ik de maaltijd hier gaan consumeren, bedacht ik me. Hoewel dat misschien een beetje raar zou staan: voor 5 gulden patat & 4 fricadellen in je 1tje verorberen. & Dat nog wel zonder enige saus erbij. Roald had gezegd dat hij dat nl wel in huis had.
'Ah joh, die honden doen niks,' zei de baas.
Dat soort opmerkingen versterken alleen maar de fantasie. Je probeert je voor te stellen dat de honden inderdaad niks doen, maar 't enige wat je je kan voorstellen zijn die 2 honden. & Tegenovergestelde scenario's van wat de baas verteld heeft. Ze springen toch niet voor niets zo enthousiast tegen de deur. Ze zien een zaak vol lekkere hapjes. & Daarbij ging ik ervan uit dat honden niet van patat oorlog of een vega-bal houden.
De baas ging naast de honden staan. Hij zei: 'Down.' Daarna: 'Nu rustig.' & Als xtra toegift, om mij tevreden te stellen: 'Ga zit.' & Toen moest ik maar me door de deuropening zien te wurmen, die vernauwd was door 2 vooruitspitsende snuiten van schatjes van honden. Hun natte neus lieten ze een kort moment over m'n broekspijp gaan terwijl ik passeerde. Daarna likte 1 z'n bek af met z'n tong, zo'n lange, die bijna tot aan de neus kan komen, & keek vergenoegd z'n baas aan. Om de hoek durfde ik pas m'n tempo te versnellen.

Ik zie honden nog steeds van kms afstand aankomen. Onbewust hou ik nog steeds rekening met ze. Ik kies bijv de wegkant waar zij zich niet bevinden. Lijkt 't wat meer alsof ik niet in hun territorium kom. Maar vooral ga ik rechtop lopen, gedraag me alsof ik hun in míjn gebied duld & ontken de blik die mijn blik zoekt.
Behalve als ik pitbull-achtige honden zie, met bazen die halter-shirtjes dragen, veel te klein voor 't pakket aan anabole steroïden dat ze mee moeten dragen. In een park waar een groot tekort heerst aan stevige stokken om met de bek vast te pakken.

Dan duurt 't altijd ff langer voordat ik terug ben in Zijperspace.

liftlog 7

'You're dutch,' riep ik uit bij 't betreden van de touringcar. De jongen die me binnengeroepen had, had een blikje Heineken in z'n hand. Een duidelijk kenmerk van een nederlander, was mij spontaan te binnen geschoten. Ander kenmerk van een nederlander is dat-ie je verstaat als je 'm in 't engels aanspreekt.

Nee, ze waren geen nederlanders. Ze waren fins & dus lieten ze me delen in hun drankvoorraad. Daar kan je een nederlander niet aan herkennen. Als je 400 km met finnen mee mag rijden, betekent 't dat je veel mag delen.
Overal bleek hun drankvoorraad te zitten. Uit elke hoek bleek weer een fles drank tevoorschijn getoverd te kunnen worden. Ja, 't was niet toegestaan meer dan een liter alcoholische versnaperingen per persoon naar Zweden te nemen, legden ze me uit. Dus hadden ze 't maar verstopt. Had ik misschien trek in de nationale drank van Finland? Of had ik al 'ns courvoisier gedronken? Ze hadden ook een zelf-destillaat meegenomen, leek een beetje op wodka, maar dan fruitiger & sterker; moest ik ook proberen. Hier, een blikje bier om 't te blussen.

18 Finnen op weg naar Kristianstad. Waar ze een meeting zouden hebben met de scandinavische zuster-afdelingen van hun vereniging. 1 Afdeling uit Denemarken, 1 uit Noorwegen, 1 uit Finland; & de zweden organiseerden de boel in hun woonplaats.
't Was een club die eigenlijk nergens over ging. Iedereen mocht er lid van zijn, maar 1st moest je wel geïntroduceerd worden . 't Maakte niet uit hoeveel geld je had, als je maar je contributie kon betalen. & Je moest jezelf gedragen. Vooral op uitstapjes.

Alleen de vrouwen in 't gezelschap hielden zich daar aan. Ze waren te lang doorgegaan tijdens de nachtelijke overtocht op de veerboot. Waren ze moe van geworden. De mannen wisten echter van geen ophouden. Of ik nog wat wilde proeven? & Wilde luisteren naar de verhalen van Jari.

De buschauffeur liet 't maar gebeuren. Hij vond blijkbaar alles best. Werd waarschijnlijk goed betaald. Hij hield alleen de tijd in de gaten.
'Jongens, ik wil best gaan stoppen voor een duik in 't meer, maar dan komen we wel een ½ uur te laat aan.'
Dat zei hij dan in 't fins, wat ik niet verstond. Maar ik was deelgenoot in de drank, dus werd ik ook deelgenoot gemaakt van de gesprekken die gevoerd werden. Ook de huwelijksproblemen van Marti & Kari kwam ik zodoende aan de weet. Je wordt de beste vrienden tijdens zo'n tocht. Finnen zijn goede vrienden. Zeker als iedereen drinkt.

Ik moest ook m'n kleren uit doen bij de duik in 't meer. Alle mannen gingen bloot. De hollander moest ook. Maar god, wat was 't water koud. Dit was niet de juiste plek om een duik te nemen. Snel trokken we onze kleren aan & werd de bestuurder opgedragen op een andere plek de volgende duikpauze in te lassen.
Bij die 2e duik wist ik 't zeker: finse vrouwen zijn preutser dan nederlandse. Terwijl bij de mannen geen onderscheid in nationaliteit was te ontdekken. Behalve dat ik geen schunnige grapjes erover kon maken in 't fins.

Van zo'n duik word je overigens niet nuchterder. Zo'n verfrissende duik werkt alleen op temperatuur-nivo verfrissend. Voor de rest was iedereen nog even aangeschoten. Ik was nog niet eerder in m'n leven vanaf 11 uur 's ochtends aan de drank geweest; ik wist voor mezelf waar 't aan lag. De finnen waren sinds 8 uur de avond ervoor al bezig; zij wisten niet dat er een mogelijkheid bestond ooit weer nuchter te worden.
Medeweggebruikers wisten dat wel. Zij probeerden dat duidelijk te maken op een benzinestation. Aan degene die z'n blote reet onderweg door 't raam aan hun kleine kinderen had laten zien. De politie probeerde de argumenten van beide partijen in juiste banen te leiden. De fin met de blote reet probeerde handgemeen te maken. Z'n landgenoten probeerden 'm de bus in te sleuren & de politie op andere gedachten te brengen. De buschauffeur probeerde verder te rijden, al of niet met de blote reet.

Ik werd afgezet in 't centrum van Kristianstad, waar zij door de zweedse vereniging werden verwelkomd. Ik was op de heenweg ook al in Kristianstad geweest. Ik wist de weg naar de camping. Zelfs zo teut als ik was. Tijdens 't opzetten van m'n tent & mezelf registreren op de receptie werd ik nuchter. Ik probeerde nog wat te eten van wat ik in m'n rugzak had zitten, maar m'n maag was 't er niet meer mee eens. Ik had een kater toen ik in slaap viel.

Zelden sliep een tent zo heerlijk in Zijperspace.

gestreken

Ik heb er niet zo'n hekel aan als aan afwassen, stofzuigen, poetsen of stoffen. 't Is iets wat in een poep & een zucht gebeurd is. Ik ben nu bijv nog maar 15 minuten thuis & de hele was hangt al aan de lijn. Behalve 't in de wasmachine stoppen, 't van de lijn halen & opruimen is dat 't enige wat ik ervoor moet doen. & Dat nog wel in fases, taak voor taak; dan hoef ik niet zolang m'n gedachten er bij te houden. Die hebben wel wat anders te doen.

Gelukkig is 't tegenwoordig algemeen geaccepteerd dat niet alles gestreken wordt. Is ook niet noodzakelijk in m'n beroepstak. Ik pak een t-shirt 's ochtends & dat is 't.
M'n moeder denkt daar nog steeds anders over. Zij vindt dat ik in ieder geval alle t-shirtjes zou kunnen opvouwen na 't van de lijn te halen. Dat vind ik eigenlijk ook, maar ik kom er alleen nooit toe. Ik snap ook niet waar zij vroeger de tijd vandaan haalde. Waarschijnlijk voor een groot deel bij de kinderen, want ik weet niet anders dan dat we Ma in de avonduren altijd aan 't helpen waren de was te vouwen. Na enkele gezamenlijke vouwen werd 't weer op de plank gelegd, nogmaals met de bout erover, & verder helpen met vouwen. Terwijl je eigenlijk 't programma op tv wilde kijken. M'n moeder vindt misschien wel dat wij de strijk-uren die zij voor ons gemaakt heeft, moeten goedmaken door dezelfde uren aan onze eigen was te besteden. Praktisch onmogelijk, want zij had nu 1maal 6 kinderen. Daar kom ik niet aan. Ook al zou ik vanaf vandaag m'n best gaan doen. Daarnaast weet ik nogeneens waar m'n strijkbout staat. Ik heb er heus wel 1, maar ik heb 'm sinds de laatste verhuizing niet meer uit de doos gehaald. Ik heb zelfs een strijkplank, in 't verleden eens gekregen voor een verjaardag. Staat ook al jaren in de kelder. M'n strijkplank weet inmiddels niet meer hoe 't daglicht er uit ziet.

Tijdens 't ophangen neem ik een enkele slok van m'n biertje. Je moet je tijd nuttig besteden, bij dit soort onnozele noodzakelijke bezigheden. Ik denk na over wat voor muziek ik aan zal zetten, hoe laat ik zal gaan eten & maak ondertussen 't pad vrij.
Da's momenteel 't grootste obstakel: ik kom er bijna niet doorheen. De was hangt tegen de planten aan. 't Pad, dat 1 tegel breed is, wordt overwoekerd door de div planten in m'n tuin. & Ik wil niet rücksichtslos alles er uit trekken. Stel je voor dat ik per ongeluk 't enige xemplaar van de hele tuin verwijder. Dus van te voren maar ff voelen & ruiken. Inventariseren heet dat.
Ik balanceer tussen de planten & de waslijn in. Wordt achterover gedrukt door 't tegenwicht van de was & door mezelf de andere kant op gedwongen, omdat ik niet op de planten achter me wil staan. Ondertussen zo goed mogelijk de hogere planten & spinnewebben vermijdend, want dat blijft jeuken op m'n blote bast. 't Is warm, de was zal snel droog zijn.

Wie gebruikt er tegenwoordig nog een strijkbout, behalve mensen van m'n moeders leeftijd? Ik zie 't niet meer prominent in de huishoudens staan. 't Is niet meer zo dat je in de gangkast of achter de garderobe een strijkplank ziet weggemoffeld. Hoeveel kinderen staan tegenwoordig nog tegenover moeders, blik schuin naar de tv, om de andere kant van 't laken vast te houden?
1 Vouw, duimdikte van de rand af; in de breedte strak trekken, ½ stapje achteruit, in de lengte strak ('Vast blijven houden!'); 2e vouw, duimdikte van de rand; straktrekken, aanreiken; strijkbout.
Dat zo snel mogelijk, want dan had ik zo min mogelijk gemist van 't tv-programma.
'Ton, kan je weer ff komen,' zei m'n moeder een paar minuten later.
'Ah nee. Nou is Carel aan de beurt. Brigadier Dog is bezig!'

Niets is strak in Zijperspace.

almere

Ik kon me niet herinneren ooit in Almere te zijn geweest. Misschien dat ik op doorreis een moment op 't station heb gestaan, maar de stad kende ik hooguit van foto's. & Die beelden waren niet blijven hangen.
Ik ging dus maar naar Almere, er van uitgaand dat ik via een aangegeven route de Oostvaardersplassen wel zou bereiken. Ook al wist ik niet in welke richting ik die moest denken. 't Kleine kaartje had aangegeven dat zich enkele plassen noordelijk van Almere bevonden. Als ik in ieder geval die kant op zou lopen, dan zou ik vast wel natuur tegenkomen.

Almere is leeg op zondag. Op andere dagen misschien ook wel, maar 't was deze zondag opvallend. Ondanks 't mooie weer, bevond niemand zich buiten. Niemand die in een stoeltje voor de deur zat of ff een praatje met de buren maakte. ½ 2 's Middags, & ik hoorde slechts een enkele keer wat geluid uit een tuin komen. Iedereen had een tuin, maar bijna niemand 't bijpassende geluid. Zou deze stad de bevolking van de campings leveren?

Ik liep van wijk naar wijk, steeds gaven de bordjes aan waar zich plassen zouden moeten bevinden. Steeds weer dacht ik dat dat niet overeenkwam met m'n richtingsgevoel. Maar ik was de vreemde, ik moest me wel laten leiden door richtingaanwijzers.
Elke keer als ik dacht: hier begint de natuur, bleek ik slechts door een parkje te lopen, waarachter zich weer een nieuwe wijk bevond. & Werd ik opnieuw dwars tegen m'n richtingsgevoel in verder gemanoeuvreerd. Weer door een park, weer langs wat water, weer een nieuwbouwwijk.
Slechts af & toe was de wijk opgesierd met een kinderdagverblijf, of een kapsalon in een woonhuis, maar nergens kwam ik winkels of café's tegen. Ik vroeg me af wat voor mensen hier zouden willen wonen. Wie zou oud willen worden in een stad waar je alleen maar kan wonen? 't Volgende moment passeerde er een stel op de fiets.
'Hier woon je ook mooi,' hoorde ik de vrouw tegen haar man zeggen.
Ik keek met de man mee om me heen, maar zag slechts doodgewone rijtjeshuizen.

Op een gegeven moment heb ik de moed opgegeven. Ik was in een wijk terechtgekomen waar de huizen nog niet af waren. De toekomstige bewoners maakten van de vrije zondag gebruik zich op de hoogte te stellen van de voortgang van de bouw. Andere gedeeltes van de buurt waren afgesloten met hekken. Terwijl ik juist 't gevoel had dat ik achter de woningen moest zijn die daar in de verte lagen. Hoewel, als ik beter keek, dan zag ik, achter 't aangelegen bosje, een flat liggen. Nog net uitstekend boven de bomen. De volgende wijk.

Ik was al 1½ uur bezig de bewoonde wereld te verlaten, maar 't wilde me niet lukken. Waarbij 'bewoond' staat voor vakantie-lege & in aanbouw zijnde woningen, met zo af & toe een baas die z'n hond uitliet. Ik dacht aan een verhaal van Kafka. Over een man die ook de stad uit wil, maar zich steeds weer omgeven ziet door nieuwe flats. Dagenlang was-ie ermee bezig, maar ook hem wilde 't niet lukken.
Ik besloot de spoorlijn te volgen richting centrum. Aan de kant van 't fietspad stond een man over de sloot te staren. Ik vroeg 'm hoelang 't lopen richting centraal station was.
'Oh, binnen 10 minuten ben je er. Als je maar 't spoor blijft volgen.'

De natuur in Zijperspace is beter bewegwijzerd dan de stad Almere.

pleinen

Ik heb een speciaal talent voor 't oversteken van pleinen. Hoewel ik 't niet al te vaak doe. Maar ik kan 't. Ik zie zelden mensen die in de buurt van mijn gave komen, wat betreft 't oversteken van pleinen.

't Is een kwestie van je schouders recht. & Kijken waar je je voeten neerzet. Vooral kijken ook waar degeen die voor je loopt naar toe wil. Want dat kan onvoorspelbare situaties creëren. Bij een minieme beweging kan je overwicht verloren gaan. Rekening houden ook met de stenen waarop je je voeten neerzet. Want pleinen willen hun eigen stenen & voeging hebben. Dat maakt ze uniek. Pleinen willen uniek zijn.

Ik heb wel eens een plein gekruist met achter me een steekkarretje. Daar hadden de mensen niet van terug. Vooral als ik iemand passeerde kon ik vreemde reakties verwachten. Jaloezie, dacht ik dan maar. Had ik per ongeluk de schenen van 't meisje geraakt. Of haar schenen die van m'n karretje, zei ik dan. Maar ja, ik ben behoorlijk wat breder & imposanter met een steekkarretje achter me aan. Dat vond 't heerschap uiteindelijk zelf ook.

Goed je voeten optillen, heb ik mezelf bijgebracht. Vanaf 't 1e moment dat ik een plein betrad, had ik dat devies in m'n hoofd zitten. Goed je voeten optillen, want anders schuif je er niet soepel overheen. Over de richels, de randen, 't reliëf, dat een modern plein nu 1maal tegenwoordig dient te hebben. Zonder reliëf is zo'n plein nl niets. Een beetje modern plein heeft reliëf. 't Kost geld, maar dan heeft de gemeente ook wat. Zonder plein met reliëf, geen allure.

Terwijl anderen met moeite, met vermoeide benen vaak, zo'n plein kruisen, meestal van de ene straat die op 't plein uitkomt, naar de andere die ervan weggaat, weet ik me ogenschijnlijk moeiteloos, zonder een zichtbaar doel, dwars tegen de gangbare stroom van de massa, een weg te banen.
Geef mij een willekeurig plein, ik wijs u de weg.
Er is nl geen weg. Geen 1duidige weg. Je kan gaan waar je wilt op een plein. Dat is nou juist waar de gemiddelde pleinganger geen weet van heeft. Onbeholpen verlaten begeeft men zich op een plein. Onwetend van de onbegrensde mogelijkheden.

Er zijn nog vele pleinen te gaan voor mij. Veel mensen zullen zich in de toekomst nog voorbijgestreefd zien door een toevallige, schijnbaar anonieme passant, als ik mij begeef op hun stadse variant van 't fenomeen. Maar zogauw ik voorbij ben, zal men geen weet hebben van de professionaliteit waarmee ik over 't plein gestruind ben. Struinen, dat is misschien 't beste woord er voor. Ik struin voorbij de mensen, als ik 't plein doorkruis. Zoals andere mensen rommelmarkten afstruinen, zo benader ik een vreemd plein. Maar ook een plein dat ik al ken.
Men zal niet beseffen dat ik 't ben, als ik passeer. Dat ligt aan de rechte schouders. & 't Optillen van de voeten. Net ff dat beetje hoger met de wreef. Daar gaat 't om.

Soms droom ik wel van een plotse dans. Midden op 't plein, zonder dat iemand 't verwacht, een plotse dans van 10 personen. Een 10-tal personen die weten wat voor moeite 't kost 't plein 't plein te laten zijn.
Ogenschijnlijk onbekommerd steken zij 't plein over. & Ineens is daar een dans. Als een aanbidding van 't fenomeen.

Ik hou van pleinen. De pleinen houden ook van mij. Ze weten 't alleen nog niet. Daar ben ik te anoniem voor. Niets zo mooi als anoniem een plein te bewandelen. & 5 Minuten later nogmaals terugkeren. Om te kijken naar de sporen. De sporen die mijn voeten daar hebben achtergelaten.

Zijperspace is 1 groot agora.

ruis

De laatste tijd zit ik vaak slechts in 't gezelschap van m'n machines. M'n ruisende machines. Net als 't ruisen van de wind buiten. M'n machines zeggen niks, tenzij ik ze iets opdraag. Ik ben de enige die echt geluid maakt. Door 't tikken op 't toetsenbord. Of 't openen van een deur.

Als ik buiten zit zingen de vogels nog een deuntje mee. Soms hoor ik buren wat gerucht maken. Meestal is dat niet meer dan een gesprek; gisteren bij wijze van uitzondering een zangeres die haar stem aan 't oefenen was. Maar dat stierf weg in de leegte van 't ruisen. De bladeren schuiven over elkaar op commando van de wind. Al naar gelang de zin van de wind. Vandaag heeft de wind echter niet zoveel zin. De bladeren houden hun mond. De zangeres ook. Een enkel balkon verkondigt nog een klein verhaal. Onder begeleiding van een merel.

Ik heb zelf ook niet zoveel zin meer in 't geven van commando's. Ik laat de muziek maar uit als ik binnen zit; m'n hoofd is al druk genoeg. De telefoon rinkelt een enkele keer; hooguit 1 keer in de 2 dagen. De tv maakte gister overuren door een film voor mij te vertonen. Maar vaak staat-ie uren achter elkaar op 't neutrale blauwe scherm, waarbij ruis ontstaat. Die ruis hoor ik alleen als ik heel stil ben. Zelfs 't toetsenbord moet dan z'n mond houden, de verhalen mogen slechts in m'n hoofd afspelen.

Ik ben wel tevreden met de ruis. Hoewel 't vaak betekent dat 't stormt in m'n hoofd, geeft de ruis een relatieve rust. Als de deuren openstaan dringt de ruis van buiten nog een beetje tot me door, maar ook dat is slechts tot genoegen. Met zo af & toe een brom van een insekt. Die wapper ik tijdens m'n pauze naar buiten, zodat-ie niet in m'n mensendoolhof gevangen raakt.

Enkele jaren geleden, misschien moet ik zeggen: een jaar geleden, had ik niet kunnen denken dat ik zoveel rust zou kunnen vinden met de ruis die ik op de achtergrond meemaak. Als continue aanwezigheid. Vroeger had ik steeds een ander geluid nodig; was 1 geluid me niet genoeg.
Ik ben thuis, denk ik tegenwoordig vaak, bij 't horen van m'n ruis.

Thuis, dat zal wel Zijperspace zijn.

demonstratie

Ik moet 'm altijd ff demonstreren, als ik 'm bij me heb. 't Is toch ook een beetje een speledingetje. Betekent vaak dat je een gespreksonderwerp van zeker 5 minuten hebt.

'Zit er dan een bandje in?' volgt vaak de vraag.
'Nee, 't geluid wordt op op een chip opgeslagen.'
Hoeveel 't nou gekost heeft is daarop volgend. & Waarvoor ik 'm denk te willen gebruiken. Ondertussen zet ik de voice recorder aan, zodat-ie 't hele gesprek opneemt. Niemand die dat doorheeft, tenzij ik 't vermeld. Onderwijl gaat 't gesprek er over verder.

'Als ik op m'n werk loop,' zegt Sjaak, '& iemand van kantoor belt op: "Jongen, kom ff naar boven." Dan moet ik 't opschrijven. Want ik maak af waar ik mee bezig ben, loop ff rond. & Dan denk ik: "Iemand belde me op. Wat moet ik ook alweer doen?" Dan ben ik 't alweer kwijt. Dan kan ik 't met zo'n ding ff inspreken, dan luister ik 't af & weet ik 't weer.'

'Frank krijgt een nieuwe leraar,' vertelt Pes, '& die man die flipt af & toe, zeg maar. Dat is niet echt bekend. Ik had al bedacht: dan geef ik 'm gewoon zo'n recordertje & dan neemt-ie 't gewoon op, zogauw dat gebeurt.'

Zo raak ik de dag na 't gesprek ook weer op de hoogte van de schoenmaker, die de hele tijd in z'n raamkozijn naar buiten zit te staren. Hij hoeft slechts een klein stukje te stikken, hoor ik nogmaals, maar hij blijft liever daar staan, dan dat-ie z'n klanten snel helpt.
Interessante gesprekken, heb je tijdens zo'n middagje op 't terras. Daar heeft 't nageslacht wat aan, denk ik bij 't afluisteren.

'Wat wil je drinken?' vraag ik voor de 3e maal, vlak voor 't eind van de opname.

Uiteindelijk komen we toch bij de essentie in Zijperspace.

schemering

Eigenlijk moet ik er gewoon voor zorgen dat ik niet na 't avondeten in slaap val. 't Geeft een ontheemd gevoel. Ik weet nog net waar ik ben, zogauw ik wakker word, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

't Kan best gezellig zijn, ouwehoeren in 't t-shirt-dunne weer. Vooral als zich dat nog niet al te vaak heeft voorgedaan, dit seizoen. 't Geeft de mogelijkheid tot 't weerzien van een x-vriendin, 't in real-life bijpraten met een internet-vriendin, & 't visueel op de hoogte stellen van 't verder uitdijende heelal van een vroegere bedgenote. Heb ik daar een bijdrage aan geleverd? Vroeg ik me bij de laatste confrontatie af. Nee, daarvoor is 't véél te lang geleden.
De gezelligheid vertroebelt de gewaarwording. De wereld is nog wel de wereld, maar toch ietwat rooskleuriger dan de voorgaande ochtend, gemoedelijker dan de start van de middag. Alles wordt door een gekleurde bril gezien, zelfs als de zon niet 't terras beschijnt.

Op een gegeven moment moet er echter gegeten worden. & Liefst in de ontspannen omstandigheid die ook wel thuis genoemd wordt. Iedereen zwermt uiteen. Eenieder heeft z'n eigen plek van bestemming. Kusjes, tot ziens, we bellen, we melen, ik hoor gauw van je, prettige vakantie, &zovoort.

Eten bereiden, consumeren & in slaap vallen. Een logische volgorde. Gezien 't voorgaande.

't Is een vreemde houding waarin ik me bevind, als ik wakker word uit de after-dinner-dip. Wat is 't nog donker voor zo vroeg in de ochtend, bedenk ik me als ik enigszins bij kennis ben.
& Dorst, vooral veel dorst. Een neus die vol zit & een mond waaruit al 't vocht verdampt lijkt. Langzaam sta ik op, met m'n kilo's wegend hoofd. Tastend wijs ik mezelf de weg tussen de chaos van alledag, die in deze nog-maar-net-ontwaakt toestand bijna onoverkomelijk lijkt. Ik schrik op, doordat m'n blik die van de klok kruist: 5 voor 5! Vandaar die schemerige toestand, niet alleen in m'n hoofd. 't Minieme licht van buiten beschijnt m'n kamer, waardoor ik nog net kan zien wat ik doe.

't Is lang geleden dat ik de zonsopgang heb kunnen meemaken, 't is lang geleden dat ik de nacht heb oveleefd.
Ditmaal heb ik echter niet de nacht overleefd, laat staan dat ik de kans krijg de zonsopgang mee te maken. Maar dat besef ik me pas een ½ uur later, als ik bemerk dat ik in m'n slaapdronken, m'n middagdronken kop de kleine wijzer met de grote wijzer heb verwisseld.

We leven somtijds in een andere tijd in Zijperspace.

weblog

Ik wil een schrijver zijn zoals de schrijvers die boeken schrijven. Zo simpel ligt dat. Alleen ben ik niet geboren voor dat stramien. Ik ben geboren voor 't stramien van een weblog. Laat ik 't maar zo noemen. Ik zou meer willen, maar ik weet niet of ik meer kan. In mijn pogingen meer te willen, probeer ik dat in ieder geval hard. U heeft daar last van, lezer. Ik schrijf nl veel. Zodat er zo af & toe wat goeds uit m'n toetsenbord tevoorschijn komt. Maar veel vaker vooral veel.

Ik schrijf, dat staat vast. Ik schrijf geen boek; ik schrijf stukjes, die hooguit 't predikaat column in de betekenis van vandaag de dag zouden kunnen wegdragen. Ik schrijf ook niet voor iemand; ik heb niet een speciaal iemand op 't oog. Ja, ik heb m'n moeder als meetlat genomen. In die zin dat ik niet wil dat zij aanstoot neemt aan wat ik schrijf. Ik wil dat zij kan begrijpen wat ik schrijf. Ik wil dat 't haar iets doet. De rest zou me eigenlijk een zorg moeten zijn. Als ik daar toe in staat was.

't Liefst zou ik helemaal onafhankelijk willen funktioneren van 't publiek. Ik zou niet konstant de tellers in de gaten willen houden, geen complimentjes willen verwachten, geen reakties. De bezoekcijfers zou ik willen laten zijn voor wat 't was. Maar ik sta nou 1maal niet stevig genoeg daarvoor in m'n schoenen. Als dat een afdoende verklaring is voor m'n afhankelijkheid van de statistieken. Goed, ik ben altijd gek geweest van cijfertjes & bijbehorende tabelletjes & curves, maar m'n eigen kijkcijfers duidend, roept dat een xtra sensatie op.

Weblogs hebben de belangstelling van de media op dit moment. & Dan vooral enkele daarvan. Ik merk dat ik zelf momenteel continu moet uitleggen wat ik met m'n weblog doe, dat ik moet uitleggen wat ik ermee wil bereiken & waarom ik met m'n eigen stukjes in die belangstelling wil staan. In de belangstelling van 80 bezoekers per dag. Waarom ik steeds meer wil dan de bezoekers die ik op een bepaald moment trek. Waarom ik anders ben dan al die andere weblogs. & Waarom ik twijfel aan de kwaliteit van m'n schrijfsels als ik merk dat ik minder bezoekers trek dan andere blogs, die absoluut niet voldoen aan de criteria die ik mezelf stel; mijn kwaliteitscriteria.

Ik twijfel. Ik twijfel altijd. Ik twijfel over m'n zijn, over m'n persoon, & ik ben onzeker over de kwaliteit van 'tgeen ik produceer. Uren achter elkaar speelt dat door m'n hoofd. Als ik niet over m'n weblog zou twijfelen, als ik bijv geen weblog had, zou ik wel om iets anders onzeker zijn. Niets is normaal, niets is vanzelfsprekend. Alles moet zich bewijzen, alles moet bevestigd. & Indien iets bevestigd is dmv een compliment, begint 't moment daarop de zoektocht naar 't volgende compliment, want alles moet geconsolideerd.
Ik vind mezelf minstens zo vermoeiend als 't scherpste oordeel.

't Zorgt er wel voor dat ik uren, soms wel dagen achter elkaar m'n eigen teksten bekritiseer. Steeds weer moeten er kleine wijzigingen plaatsvinden. Steeds vloeiender dienen de teksten, steeds beter omschreven 'tgeen ik bedoel.

Ik heb een weblog. Of misschien moet ik zeggen dat 't weblog mij heeft. Ik ben degene die 't vult, met heel m'n persoonlijkheid. & Niet zonder trots kan ik zeggen dat er wat meer persoonlijkheid in lijkt te zitten dan in de meeste andere weblogs. Misschien moet ik zeggen dat ik wat meer intiem ben dan persoonlijk. Zonder daarbij af te willen keuren wat anderen doen. Ik kan nou 1maal niet anders dan sterk m'n persoon achter laten in 'tgeen ik schrijf. Sterk m'n hele zijn aanwezig laten zijn in 't weblog. Daarom heb ik 't gevoel dat 't sterk gelijkt op een boek. Men mag 't daarom wat mij betreft een dagboek noemen. Hoewel ik meer 't gevoel heb dat ik schrijf over dingen die zich laten voegen in een verhaal. Ook al is 't een verhaal op de vierkante cm. Dat heeft een dagboek niet. Dagboeken verhalen dagen die lijken op meters, misschien wel 10-tallen meters, in de lengte.

Ooit heb ik besloten dat ik romans wil schrijven. Ooit bedacht ik dat ik daar niet toe in staat was. Ooit kwam ik 't medium weblog tegen. Ik zag dat dat mij gegoten zat. Alleen wil ik meer dan gewoon een weblog zijn. Ik wil schrijven zoals schrijvers een boek schrijven.

& Dan de handtekening van Zijperspace achterlaten.

bierproever

Ik word genoemd in de laatste editie van 'Den Bierproever', 't blad van de belgische bierconsumentenvereniging OBP ('de Objectieve BierProever'). Daar zou ik trots op moeten zijn, want 't is 't meest serieuze blad over bier van België. Misschien wel van de Benelux.

Eigenlijk had ik liever niet in 't blad willen staan, na lezing van 't stuk dat handelt over de wederwaardigheden van een belgisch bierschrijver in Amsterdam. Vanaf 't moment dat m'n naam in 't artikel genoemd wordt stapelt de schrijver Jan Louies fout op fout. Terwijl ik 'm enkele dingen zelfs gedicteerd heb. 't Schaamrood stijgt me naar de kaken als ik lees dat wij ons bier 2 weken laten lageren nadat 't al op fles & in de warme kamer is geweest (voor de bierleek: dat gebeurt over de hele wereld over 't algemeen precies andersom). Daarbij wekt-ie de schijn dat-ie 't uit mijn mond opgetekend heeft. Vervolgens noemt-ie de naam van een bier, dat absoluut niet bestaat, zeker wordt 't niet gebrouwen door ons. Dat bier vergelijkt-ie met een stout, waar onze bieren in stijl mijlenver van verwijderd zijn.

De heer Louies fluisterde me na afloop van de rondleiding toe dat-ie m'n vergelijking van de aktiviteiten van 't biergist met die van de mens erg treffend vond. Hijzelf maakte die vergelijking nl ook wel vaker, bij rondleidingen die hij zelf in brouwerijen gaf, maar bouwde die dan wat verder uit. Zou ik ook moeten doen, was de gratis tip die hij me gaf.

Ik zal de tip opvolgen zogauw ik te horen krijg dat de heer een kursus journalistiek heeft gedaan & anderszins ontheven is van de bevoegdheid mensen iets te vertellen over mijn vakgebied.

Vooralsnog zie ik m'n naam liever verschijnen in Zijperspace.

lachebekje

(Hier stond een icoontje van blogchalk. De restanten ervan heb ik moeten verwijderen wegens puinhoop die ze veroorzaakten.)

Ik snap de strekking ervan nog niet helemaal. 'tGeen ze ter uitleg schrijven dringt niet tot me door. Maar ik ben nou 1maal ook een blogger. Dat gaf me een reden om mee te doen. 't Was in ieder geval geen testje, waar ik inmiddels een broertje dood aan heb gekregen. Wat ik er voor de rest mee opschiet weet ik niet. Er staat nu een lachebekje op m'n blog. Da's beter dan 't smoel dat ik op dit moment zelf trek. 't Is waarschijnlijk de bedoeling dat ik straks vrolijk ga kijken als ik andere lachebekjes tegenkom. Ik zal m'n best doen.

Ik schijn ihkv de juiste indexering van alle blogs, of ihkv de volledigheid, de volgende mededeling alhier te moeten plaatsen:

Google! DayPop! This is my blogchalk: Dutch, Netherlands, Amsterdam, Oost, Ton, Male, 36-40!

Wederom snap ik niet waarom. Voor de zekerheid, & voor 't onderscheid met m'n eigen bijdrages heb ik 't maar scheef gezet. Ik hoop dat de heren/dames achter dit initiatief me dat niet kwalijk nemen. Ze moeten maar denken: die jongen heeft er echt niets van begrepen. Dat klopt dan ook. Ik heb ze slechts een dienst bewezen. Ben voor mezelf slechts nieuwsgierig wat 't oplevert. Op dit moment echter niet nieuwsgierig genoeg. Ik doe maar wat.

Ik denk dat ik morgen ga wandelen. 2 Dagen achter elkaar, ergens in Nederland. Ik pak morgenochtend m'n rugzak in & ga ervandoor. Met tent & al. Op zoek naar een lachebekje in real life.

Of eigenlijk een lachebekje in Zijperspace.
Update: Dat gaat niet door. Ik blijf thuis, want ik krijg visite.

magnificent

Ik moest 'Magnificent 7' kijken vanavond. Ook al was ik te laat daarvoor uit m'n werk. Vond ik ook weer niet zo erg, want de aktie zou toch pas aan 't eind komen. Uiteindelijk, na enkele jaren film & tv-wetenschap, na altijd verkondigd te hebben dat de alternatieve film aandacht zou moeten krijgen, na jarenlang slechts filmhuizen bezocht te hebben, na slechts de 'intelligentere' films geprogrammeerd te hebben voor Filmhuis Zevenskoop, trekt de aktie-scene me 't meest.
Ik zit mee te tellen hoeveel van de bad guys worden neergeschoten. Ik voorspel voor mezelf welke van de good guys 't loodje zullen leggen. & Ik keer me af van 't tv-scherm zogauw de conclusie, de goede boodschap doorgegeven wordt. & Ik keer me af zogauw de liefdesscene gespeeld wordt.

Ik moest 'Magnificent 7' kijken op V8 vanavond, ook al heb ik 'm op video in de kast staan. Ook al heb ik 'm al 2 keer eerder gezien. Ook al vind ik de versie van Kurosawa ('7 Samouraï) stukken beter. Maar ik heb slechts fragmenten nodig, die me doen beseffen dat 't meesterlijk is. Ik besef me daarnaast weliswaar dat 't niet m'n favoriete western is, maar 't is een western.
Ik hou van westerns. Niets zo simpel als 't verhaaltje van een western. Juist als dat simpele gegeven goed wordt verwerkt, ontstijgt de western speelfilms in andere genres. Ik vind de platte vormgeving van de bad & de good guys heerlijk om naar te kijken. & Op 't juiste moment aktie. Precies op 't moment dat je 't verwacht.
Een goede western is een weldoordachte choreografie. Een choreografie van de verwachting. Waarbij elk lichaam beweegt zoals 't van te voren bedacht is, & waarbij de kleinste beweging bijdraagt aan de gehele indruk van de film.

'Magnificent 7' was vooral ook mooi omdat maar liefst 4 van de 7 helden dood gaan. & Je weet van te voren welke.

Er zouden meer 't westen uit de kast moeten trekken in Zijperspace.

regels

Ik stel regels voor mezelf op. & Ik houd me aan die regels. Daar ben ik zeer streng in. De meeste mensen hebben die regels niet door, zijn zich niet bewust van m'n angstvallig vasthouden eraan. Leven gewoon door & trekken zich niets van mij aan. Zoals 't hoort. Want dan kan ik me tenminste concentreren op m'n regels.

Norbert & Vincent waren in de tijd dat ik met ze omging op de hoogte van 1 van mijn regels. Daar trokken zij zich niks van aan. Ze zeiden dat ik gewoon mee moest gaan; morgen was er weer een dag om 't rustig aan te doen. Ze verdienen 't om hier met naam genoemd te worden, want zij hebben ervoor gezorgd dat ik die ene regel uit 't oog verloor. Nou ja, ik leefde er op een gegeven moment niet meer naar. Ik wist me 'm nog wel te herinneren. Er was een pre-Norbert/Vincent tijdperk & een post-Norbert/Vincent tijdperk. Tussen die 2 tijdperken in had ik weinig anderen naast hun waar ik mee omging. Ik voelde me aangewezen op hun gezelschap.

Zeer vervelend overigens. Norbert & Vincent waren nl mannen. Misschien dat 't noemen van hun namen dat al verraden heeft. Ze gedroegen zich ook als mannen, of in ieder geval: ze deden 't voorkomen dat ze 2 jongemannen waren die met elkaar omgingen. Jongemannen van rond de 22, die bevriend waren met elkaar. Ik was ietsjes ouder & mocht desondanks een poging ondernemen deel uit te gaan maken van deze male-bonding. Dan moest ik niet zeuren over dat ene regeltje. & Me willig slachtoffer tonen van menig zeikerig grapje. Dat hoorde er bij: wie opgenomen wilde worden, hoorde zichzelf als oetlul tentoon te stellen & eenieder uit te dagen zoveel mogelijk oetlullige grapjes over de gebreken van een oetlul te maken. Uitdagen deed je door je zo veel mogelijk ongemakkelijk te voelen, zeg maar oetlul te zijn.
Maar ik mocht wel mee. Bijv biljarten; of drinken bij Norbert thuis; of drinken bij Vincent thuis; of frisbeeën in 't park; of naar een feestje. Dat mocht. Ik kreeg al bijna 't idee dat ik vrienden had. Alleen dat ene regeltje zat me nog dwars.

Dus heb ik 't regeltje opzij gezet: ipv 1 dag wel, 1 dag niet, ben ik elke dag gaan drinken. Zodat er bij mij ook snel zeikerige grapjes in m'n hoofd ontstonden. Weliswaar nog steeds niet snel genoeg, maar de grapjes waren er wel.
Gelukkig verhuisde Norbert toen naar Utrecht. Snel daarop werd Vincent opgenomen bij de mariniers & kon hij vertrekken naar Curaçao. Ik was weer alleen in m'n vriendschappen & m'n regels. Daar kon ik weer xtra aandacht aan geven. Vooral 't pakket regels had die aandacht nodig. Behalve dan die ene. Die was niet meer opgenomen in 't totaalpakket.

't Pakket is sindsdien wel xtra voordelig in Zijperspace.

beeld

Ik lees in een boek over iemand die door 't park naar huis gaat, z'n fiets aan de hand. In 't park komt hij een meisje tegen. Onbereikbaar ver weg lijkt ze, in zijn beleving.
Ik zie 't voor me, zoals ik wel vaker beelden levendig voor me zie. Ik krijg echter 't beeld niet meer uit m'n hoofd. Alsof er een melodietje zich in m'n hoofd heeft genesteld, dat er niet meer uit wil. Dat eeuwige melodietje is nu een beeld, dat zich steeds maar weer herhaalt. Omdat 't herhaling nodig heeft.

In een vochtig Vondelpark liep er een meisje naderbij. Ze bleef me aankijken. Dat vind ik prettig, vrouwen die me aan blijven kijken. Zolang ik m'n gulp niet open heb staan, of zolang ik niet plots er achter kom dat ik al de hele dag naakt over straat ga. Dan hoeven vrouwen mij niet te zien.
'Waar ken ik jou nou van?' vroeg ze.
'Dat vroeg ik me nou ook al af,' xcuseerde ik m'n blik terug. Ik herkende haar natuurlijk ook wel ergens van, maar ik voelde me schuldig. Ik zat haar nl vooral aan te kijken omdat ik haar mooi vond. & Mensen die je mooi vindt, denk je altijd te herkennen. Er zit in je hersens ergens een schema die ervoor zorgt dat je knappe mensen onmiddellijk herkent. Puur instinktief, eigenlijk. Heeft ook iets te maken met de drift van 't wezen zichzelf te willen voortplanten. & Dat allemaal op een druilerige dag in 't Vondelpark, niet echt weer om met voortplanting bezig te zijn. Ik was per ongeluk onbewust bezig met 't voortbestaan van 't menselijk ras, op die druilerige Vondelpark-dag.

'Heb je communicatie-wetenschap gedaan?' vroeg ze verder.
'Nee, skandinavistiek. Zweeds. Maar misschien heb jij een vak bij film & tv-wetenschap gedaan? Daar ben ik op overgestapt na 2 jaar zweeds.'
't Leek me echter sterk. Ik moest haar van voor die tijd kennen. Alle vrouwen die ik bij film & tv was tegengekomen, kende ik in een bepaalde kontext. Bepaalde kontexten komen vanzelf tevoorschijn als je een bijbehorend gezicht tegenkomt. Zij kwam uit een andere kontext. Ja, oa uit de kontext van mooie vrouwen, maar daar moest ik toch ff vanaf. Dat zou betekenen dat ik hele tijdschriften vol kende.

'Ik ken je ergens anders van. Ben je misschien mijn mentor geweest?'
Kijk, zo oud ben ik al, dacht ik. Dat mensen meteen zien dat ik inderdaad ouder ben dan hun. Normaliter kon ik daar niet mee zitten. Op dat moment zou 't echter toch wat leuker zijn geweest als ze in mij niet een mentor-persoon zag. Als je 1maal een opvoedkundige, lesgevende, leidinggevende in iemand hebt gezien, krijg je dat er niet zomaar uitgeramd. Dan blijft die funktie bestaan in de beeldvorming, in de behoefte van die persoon. Ik was blijkbaar zo iemand in haar herinnering. Ik ben niet in de wieg gelegd om zo'n funktie uit te oefenen tov mooie vrouwen die zich aan mij willen binden. Mocht deze vrouw zich aan mij willen binden. In dit druilerige Vondelpark. Waar ik sta met m'n fiets aan de hand.

'Mentor? Ik heb geen communicatie gedaan.'
'Nee, dat weet ik nu. Maar heb jij misschien medeleerlingen begeleid ergens?'
'Oja, ik ben begeleider tijdens de Intree-week geweest. Ik had de leiding over groep 114.'
Ik ging haar herkennen. Was zij niet dat verlegen meisje dat niet zo goed in Amsterdam durfde te gaan wonen? Ze had nog jeugdpuistjes vrij rond wandelen op haar voorhoofd toendertijd.
'Ja, zie je: jij was m'n begeleider. Da's nu alweer 7 jaar geleden.'

Ja, & kleine meisjes worden groot. Zij durfde toendertijd niets. Met moeite kon ze overtuigd worden mee te gaan naar de Mazzo op de 1e avond van de Intree-week. Waar ze, net als de andere meisjes in de groep, slechts cola dronk. Ton haalde rondjes. 2 Bier, 1tje voor de enige jongen die mee was gekomen, de rest wilde bij 't korps, & 4 cola voor de meisjes. Oja, & 3 keer niks, voor degenen die 't met een 10tje de rest van de week moesten doen. Ik was blij als deze verplichte gebeurtenissen voorbij waren & ik me in 't ware feestgedruis kon begeven. Wat de Intree-week toch zou moeten zijn. Aaneengesloten feestgedruis. Meestal wisten slechts de organisatie & enkele begeleiders dat.

Nu was 't een druilerige middag in 't Vondelpark. Beginnende studente was verworden tot afgestudeerde mooie vrouw. Begeleider was naar z'n eigen bescheiden mening nog onweerstaanbaarder geworden dan toendertijd. Maar wist voor de rest niets te zeggen.
'Leuk je nog 'ns te zien.'
'Ja, leuk. Wat was je naam eigenlijk ook alweer?'
'Marion.'
'& Ik ben Ton.'
'Tot ziens, hè.'
'Ja, tot kijk.'

't Vondelpark is op druilerige middagen 't meest afschuwelijke park om jonge meisjes van vroeger, of mooie vrouwen van nu tegen te komen. Met je fiets in de hand. Wat deed die fiets daar eigenlijk? Wat deed die Marion daar? Of anders ik? Ze had eigenlijk best wel dat soort onderwerpen kunnen aansnijden. Dan had ik verteld over schema's in je hoofd & hoe je daar onderuit kunt komen. Hoe je je leven kunt veranderen. Ik had vast ook 't onderwerp aangesneden dat leidinggevende personen in hun eigenlijke leven best wel behoorlijk geen behoefte kunnen hebben aan die rol. & Hoe je je leven lang bepaalde plekken blijft herinneren, alsof ze altijd 'tzelfde zijn, ook al ben je daar vaker onder andere omstandigheden geweest. Maar dat ze toch 'tzelfde blijven, die herinneringen, vooral op druilerige middagen.

Dat beeld speelt nog steeds in Zijperspace.

druk

't Is druk hier. 't Is hier altijd druk. Ik zou 2 levens moeten hebben, met gebruikmaking van slechts 1 dosis hersenen. Dat is bij mij misschien nog net aan genoeg. Ik zie toch alles tegelijk in m'n enkelvoudige leven. 2 Maal enkelvoudig & 1 maal de registratie daarvan, da's hopelijk toereikender.
Helaas kan ik me momenteel slechts in 1 ding tegelijk verdiepen. Dat is vooralsnog niet voldoende. Ik heb 2 lichamen, 2 levens nodig.

Ik zou bijv 2 boeken tegelijk willen lezen. Nu ligt er altijd 1 op 't punt om verder gelezen te worden, terwijl een ander achter elkaar door mij verslonden wordt. Soms wil ik ook perse een film op tv zien. Ik begin soms wel aan zo'n film (een enkele keer neem ik zo'n film nog op) maar vervolgens besluit ik na ong een kwartier dat ik m'n tijd zinniger kan besteden. 't Is nl druk hier, er is nog zoveel te doen. M'n aandacht moet zich richten op meer dingen dan zomaar een film.

Zoveel gebruiksaanwijzingen die ik nog door moet lezen. Ik weet nog lang niet de combi-magnetron optimaal te gebruiken. De telefoon funktioneert, daar maak ik me niet druk om, verdere funkties hoef ik daarvan niet te ontdekken; ik kom er toch niet aan toe. Maar die magnetron, dat zou handig zijn. Kan ik misschien 'ns wat andere maaltijden produceren. Maar ik heb 't te druk. Ik heb nog veel meer dingen te doen.

Er stond een jongen aan de bar te wachten tot hij kon bestellen. Terwijl ik 'm uiteindelijk hielp, deed ik tegelijkertijd de bestelling van de man die naast 'm stond. De ene tap vulde 't laatste beetje van 't 1e glas, terwijl ik met de andere tap begon aan 't 2e glas. Da's handig, bespaart tijd. Ondertussen zette ik 't glas alvast neer voor 't glaasje fris & pakte ik de vieze glazen van de bar om ze bij de spoelbak neer te zetten. De bar hoort zo leeg mogelijk te zijn. & Aangezien ik een seconde de tijd had, terwijl de tap liep, maakte ik mezelf zodoende optimaal nuttig.
'Tjemig,' zei de jongen, 'ik heb nog nooit zo snel een barman bier zien tappen.'
Ach, voor mij is 't routine, denk ik dan. Ik heb 't nou 1maal altijd druk. Bier tappen is zodoende voor mij een verzetje, waarbij ik me kan ontspannen. Alles is tenslotte overzichtelijk. Er zijn niet al te veel aspekten die mijn aandacht kunnen afleiden.

Er zijn nog ontzettend veel bladen & boeken over bier die ik niet gelezen heb. Ik heb 't te druk. Ik heb in ieder geval te weinig tijd. 't Zou prettig zijn als ik ze gelezen heb, voordat ik richting Engeland ga. Ik ben echter bang dat ik er minstens 3 weken over zou doen, ook al besteed ik al m'n vrije tijd er aan (& lees ik stiekem in m'n baas z'n tijd).
Ik zou ook nog zo graag m'n comp begrijpen. Liefst Linux ook. Alle muziek downloaden die ik interessant vind. M'n meel ordenen volgens een logisch systeem. M'n huis schoonmaken. M'n hoogslaper afmaken. 't Laatste beetje blanke hout de definitieve kleur geven. Wat meer aandacht aan m'n maaltijden besteden. Zo af & toe nog 'ns uitgaan. Tijd hebben voor vrouwen. M'n tuin opknappen. Alle namen van plantjes & vogels uit m'n hoofd leren. Bij al m'n vrienden op bezoek. Nog 30 andere boeken lezen. Ik wil ze morgen uit hebben.

& 10 stukjes per dag schrijven over Zijperspace, maar 't leven is daar te kort.

bobbel

Er zat vanochtend een bobbel in m'n buik. 't Voelde in ieder geval zo. Als ik er naar keek, of als ik poogde m'n hand er over te laten glijden was 't er niet. Op momenten dat ik onnadenkend voorover boog opeens wel. Als een kleine opgeblazen ballon.

Ik ken m'n darmen ondertussen wel. Ik weet hoe ze door m'n lichaam lopen & waar ze 't liefst samentrekken. Al vaak genoeg heb ik gedacht dat ik dood zou gaan, omdat ik die ene bocht in m'n darmen over 't hoofd zag. De bocht die in de buurt van 't hart komt, waar zich ook veel opstoppingen voor kunnen doen. Waardoor 't lijkt alsof je pijn in je hart hebt, terwijl 't slechts een kleine ophoping in de bewuste bocht is. Een mens heeft veel darm, trouwens. Veel te veel, heb ik wel 'ns gedacht.

Die bobbel in m'n buik leek niks met m'n darmen te maken te hebben. Dacht ik eigenwijs.
Ik ging naar de wc & dacht dat 't wel over zou zijn daarna. Na de stoelgang bukte ik me om iets van de grond op te rapen. De bobbel zat er nog steeds, merkte ik toen.
'Ik moet weten wat 't is,' ging 't door m'n hoofd. 'Als ik weet wat 't is, hoef ik me niet meer ongerust te maken.'

Ik heb ook ervaring met dit soort gedachten. Rond de tijd dat ik m'n darmen beter leerde kennen, had ik vaak dit soort gedachten. Ik moest precies weten welke beweging, geluid, steek etc in m'n lichaam waarvoor stond. Alles wat niet logisch anatomisch verklaarbaar was, zou een aankondiging zijn van mijn waarschijnlijk vroege dood. Anders een zeer ernstige slepende ziekte. Ik maakte me zodoende altijd zorgen.
Als je je zorgen maakt, kan je last krijgen van je darmen, kwam ik later te weten.

Ik ging in m'n relax-stoel zitten. Die heeft z'n naam al enkele malen waardig getoond, behalve dan op momenten dat ik er op in slaap viel. Da's echter een ander verhaal.
Ik pakte er een boek bij. Dat doe ik de laatste tijd nl bij bijna alle handelingen. Nu kwam 't helemaal goed uit, want in m'n relax-stoel lees ik veel.
Ik ging m'n lichaam voelen. Kijken waar de bobbel zat.

Darmen kunnen verschrikkelijk veel lawaai maken. 't Kan zo krachtige borrelen aldaar, dat je met schaamrood op je kaken denkt je te moeten xcuseren tegenover je buurvrouw (idealiter zijn dat bij mij buurvrouwen). Meestal zijn dat dan ook spastische darmen. Zo wordt dat genoemd. De gastro-enteroloog vertelde me dat 't toch bekend stond als een vrouwenkwaal. & Die gastro-enteroloog weet alles over darmen, ontlasting & wat meer zoal in kontakt staat of 't resultaat is van de darmen. Hij moet dus ook weten wie er meer last heeft van dit soort verschijnselen. Vrouwen, wist hij me dus te vertellen.

Ik zat nog maar net & m'n darmen begonnen zich te roeren. Lekker ouderwets, zoals ik 't al jaren niet had meegemaakt. Ik kreeg ook een kleine steek bij m'n hart. Dat deed me deugd. Want die gastro-enteroloog had me ook uitgelegd waar de darmen zitten. Dat verhaal gold voor mannen & voor vrouwen.
Een goede gastro-enteroloog houdt ervan om te kijken wat er zich zoal in je ontlasting afspeelt. Hij maakt daarbij geen onderscheid tussen mannen & vrouwen. Daar kon ik in mee gaan. Hij wilde ook graag met een camera in m'n darmen kijken. Moest ik een dag nuchter zijn. & Dan zou ik bovendien een klisma krijgen.
Toen ben ik uit gaan zoeken waarom ik last van m'n darmen had. 't Komt vaak door stress, had die gastro-enteroloog me verteld; vooral vrouwen stoppen hun stress in hun darmen. Als ik ergens stress van kreeg, dan was 't wel die klisma. De andere stress in m'n leven heb ik meteen ook afgezworen, bij 't belletje dat ik toch niet voor dat camera-onderzoek wenste langs te komen.

Er zit nog steeds een bobbel in Zijperspace; we laten 'm daar zitten.

kijken



Ooit zei een vrouw dat er altijd gedacht werd dat slechts vrouwen er last van hadden. Dat dachten ze, dacht ik; mannen kunnen 't vast beter. Zoals mannen vele dingen beter kunnen. Mannen kunnen alleen niet ongesteld worden. Dus hebben ze er geen verklaring voor. Waardoor 't beter weggestopt kan worden.

Onzinnig zat ik te zitten voor de tv. Dat doe ik niet vaak meer. Tv is verleden tijd. Hoewel ik laatst bijna een breedbeeld had aangeschaft. Bijtijds mezelf ervan weerhouden. Want tv is verleden tijd. Wist ik nog.
Maar toch zat ik voor de tv. Ik had 'm aangezet, per ongeluk op de juiste zender. Mooie muziek weerklonk; muziek die ik grotendeels op cd heb. Maar dan live. Live op tv. Met de gebroeders Coen op de 1e rij als publiek. Ik zat naast hun, maar dan beter.

Zusje Cox had een wondermooie stem. & 't Leek net alsof ze tranen in haar ogen had. 't Kon ook zo zijn dat haar dikke wangen dat effekt veroorzaakten. Tranen in haar stem deden zich gelden door golven in 't timbre. Hoor je niet zo vaak. Hoor je ook niet op de cd. Ik zag alleen maar die tranen. Terwijl haar vader er naast stond. Niemand die iets zag in de zaal, ook haar vader niet. Ik zat op een speciale plaats, dankzij Pennebaker, Hegedus & Doob. Waarschijnlijk hadden die 't ook niet gezien. Was ik de enige.

't Is zo'n onzinnig iets, doelloos zitten zitten voor de tv. & Nog geëmotioneerd raken ook. Om niks. Denk ik dan.
Misschien was ik wel niet geëmotioneerd. Moest er gewoon wat vocht uit.
Ik keek verder naar de zusjes Peasall, die allemaal prachtige sproeten op hun gezicht droegen, grote zus lachend trots de grootste zijnd, de kleintjes schel, niet wetend van enig publiek behalve ouders. Ik keek naar Gillian Welch, stem op slepend & toch onschuldig. Alison Kraus, een koor overstemmend; ik wist niet dat dat kon.
Ik hoorde 't allemaal.

't Kan toch moeilijk zo zijn dat ik treurig zat te kijken omdat de muziek per ongeluk mooi was, vroeg ik me af..
Onzin. Ik ging dus weer door met zitten zitten kijken. Vooral niet aangedaan.

Er wordt gezocht naar een onzinnig afwateringskanaal in Zijperspace.

wreken

Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
(Romeinen 12)

Wraak. Op wraak zin ik.
Ik zou de kinderen van taxi-chauffeur Samane willen weglokken, wegbergen & pas dagen later weer vrijgeven. Als hij 't bedrag van de voorvork van m'n fiets & z'n valselijke opgave van zelf geleden schade aan mij heeft overhandigd. Niet om 't geld. Om hem te laten voelen wat onrechtvaardig is. Veel voelen.

Ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.
(Esther 7)

Ik fantaseer dat ik z'n brievenbus in lichterlaaie zet. Waarna ik een schrijven in 't lege zwartomrande hulsel van zijn bodes achterlaat.
'Bij deze zweer ik dat u binnenkort slechts de waarheid, niets dan de waarheid, al de waarheid zult durven spreken.'

Of ik zal een aktie-groep starten. Een zwartboek beginnen over misdragingen van taxi-chauffeurs. Waarin Dhr Samane als voorwoord wordt gebruikt. Alles online. Alle namen van taxi-chauffeurs online met hun gedragingen, misdragingen. Hun clanvorming, hun mafioos gedrag. Hun paniek om eigen portemonnee, hun verdraaiing van de waarheid, hun uitzuigen & besodemieteren van klanten.

Waarbij de gegevens (Mercedes 400 D; RP-48-TB; 0611397039) van Dhr Samane als 1e geplaatst zullen worden.

Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil; hoewel ik de getallen niet weet.
(Psalmen 71)

Maar ik werd bedreigd. Ik moest een paar tikken in m'n gezicht hebben, zei een vriend van de taxi-chauffeur. Ik wilde niet getroffen worden, dus ik riep keihard. Ik schreeuwde 't hele terras naast Krasnapolsky wakker.

Een held schijnt iemand te zijn die zijn principes boven de dood stelt. De meeste helden zijn dan ook dood of aan de bedelstaf & voor hun principes zijn monumenten opgericht waar je 's nachts tegenaan kunt plassen.
(Arnon Grunberg; 'De mensheid zij geprezen; lof der zotheid 2001')

& Via de verzekering, via 't schade-formulier weet Dhr Samane mijn adres. Via internet zal-ie weten waar mijn huis woont.
Hij weet ook 't adres van de mensen die plots aanwezig waren bij 't ongeval. Onderling weten zij allang van waar elkanders huis woont. Die mensen die plots precies wisten wat er gebeurd was. Hij zou 't ze later wel uitleggen, maar ze wisten 't al, want ze waren er toch voor hem. Hij kon hun namen meteen opschrijven voor 't proces-verbaal. Dat wist hij al.

& Dhr Samane moest vooral zo snel mogelijk m'n telefoon afpakken & weggooien. Zodat ik niet de politie kon bellen. Zeiden deze vrienden van Dhr Samane.

Ja, hun ongeluksdag is nabij, wat voor hen bestemd is, nadert snel.
(Deuteronomium 32)

Ik zal geduld hebben. Ik zal mijn dagen wachten. Mijn uren, mijn weken, mijn maanden. Mijn jaren zullen mij slijten, Dhr Samane ook. Hij zal vergeten, teren op gewonnen goederen, gewonnen gelden, & achteloos achterover hangen. Maar dan, juist dan, als hij niet verwacht.

Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking.
(Romeinen 12)

Ook al is dat slechts in Zijperspace.

aggressie

De enveloppe, die op de 's ochtends vroeg op de deurmat ligt, doet al 't vermoeden bij me ontstaan dat 't van die taxi-chauffeur afkomstig is. Die vent die plots midden op de Dam moest keren & daarbij geen rekening hield met 't andere verkeer. & Zeker niet met mij. Die al snel wat vriendjes om zich heen had verzameld, die bedreigingen mijn kant op uitten & schreeuwden dat ze wel zouden getuigen. Terwijl ze niets gezien konden hebben, want ze kwamen pas enkele minuten later aan. Die vent die op 't schadeformulier doet voorkomen alsof hij stilstond & zich op een andere plek bevond dan feitelijk 't geval was.
Ik word door z'n verzekeringsmaatschappij verantwoordelijk gesteld. Of ik de papieren zo snel mogelijk in orde wil maken.

Ik voel slechts woede: dat zo'n maffioos taxi-chauffeurtje gewoon in 't gelijk gesteld kan worden. Ik wil er ff geen aandacht aan besteden. Nog genoeg andere dingen te doen vandaag. Waaronder m'n ticket voor m'n vakantie regelen.
Ik pak een boek, zodat ik wat te lezen heb tijdens de lange wachttijd die er rond dit tijdstip altijd zijn bij de internationale reisboekingen op 't NS-station.

Na afloop rijd ik over de grachten om wat boodschappen te doen. Ontspannen: zo'n boek meenemen is essentieel bij zo'n lange wachttijd. Vergeet je de tijd. & De rest.
Zoals zo vaak staan er auto's geparkeerd midden in de smalle straatjes. Ik kan er nog net langs. Plots verschijnt er een man van de tegengestelde richting. Terwijl hij fietst zwaait-ie vrolijk naar boven, zonder oog te hebben voor 't tegemoetkomend verkeer. & Ondanks dat wil hij ook over 't smalle reepje weg dat de auto ons overlaat. Ik schiet nog net langs 'm; hij slaat tegen de auto; we remmen beiden een meter voorbij onze ontmoeting.
'Kan je nou niet ff uitkijken?' zeg ik tegen 'm.
'Ah man, jij scheurt opeens hier langs. Hoe wil je dat ik dan op jou let?'
'Ik reed heel rustig. Jij lette gewoon niet op.'

De aggressie is terug. Onrechtvaardigheid lijkt vandaag troef. De man blijft me afblaffen, terwijl hij fout gehandeld heeft.

Ik heb ff geen zin in de grote stad. Waar je rechtvaardigheid haalt door er groot & breed uit te zien, waar je vriendjes moet hebben die net zo vals zijn als jij, waar je een grote bek moet hebben om geen klappen te krijgen, of anders heel snel uit de voeten kunt.

't Wordt dringend geadviseerd geen pogingen te ondernemen Zijperspace te benaderen.

plat

'Wat? Is dat allemaal voor de duiven?' vraag ik verbaasd aan Jeffrey. Tegelijkertijd aan Max, want die heeft Jeffrey op sleeptouw genomen tijdens z'n vakantie.
'Iedereen gaat op vakantie, van de kinderen van Jeugdland. De 1 gaat naar Kroatië, de ander naar Korea. Jeffrey mag niet verder weg dan 't Oosterpark. Tenzij ik 'm meeneem. Ik wilde 'm volgende week meenemen naar Antwerpen. Je weet wel, dan heb ik daar een xpositie. Z'n moeder vond 't goed. Maar z'n vader wilde 't absoluut niet hebben.'

Ze hebben 4½ kilo surinaamse rijst gekocht. Voor de duiven op de Dam.
'Duiven, dat zijn de ratten van Amsterdam,' zeg ik tegen Jeffrey.
'Ja, da's waar,' beaamt Max. 'Ze brengen heel veel ziektes over.'
''t Is druk op de Dam,' zegt Jeffrey. 'Er staat een onwijs grote groep mensen in een cirkel om een man die met vlammen gooit.'
'Je moet duiven geen rijst geven,' zeg ik. 'Dat is veel te goed voor ze. Je moet ze pinda's geven.'
'Wat dan?' vraagt Max.
'Oh, da's beter.'
'Kunnen ze daar niet tegen?'
'Ja, ze gaan er aan dood. 't Vet blijft in hun lichaam hangen, of zoiets.'

Max begint te lachen.
'Heb ik je dat verhaal van die duif al eens verteld. Ja, dat heb ik je wel verteld. Die duif op de Nieuwe Markt.'
'Nieuwmarkt!' verbeter ik 'm in gedachten. 'Nee, dat kan ik me in ieder geval niet herinneren.'
'Hahaha,' lacht Max. 'Nee? Zal ik 't je dan vertellen?'
Ik ben veel te nieuwsgierig. Kom op, Max, vertel nou.

'Ik zat daar op de Nieuwe Markt (Nieuwmarkt!). Er waren ontzettend veel duiven op dat moment. & Een auto wilde er langs. Omdat die duiven op de weg zaten te eten van rijst die daar uitgestrooid was, reed die auto xtra langzaam. Heel rustig. Zodat de duiven niet onder z'n auto zouden komen. Af & toe maakte hij een kleine beweging om ze nog een beetje te ontwijken. & Omstebeurt vlogen ze op. Om ff later weer op dezelfde plek verder te eten, als de auto verder was.
'1 Duif zat rustig verder te eten. Die had niks door. Totdat-ie opeens merkte dat-ie tussen de 2 voorwielen zat. Onder de wagen was-ie al. Toen schrok die duif. Hij wipte ff opzij, een klein stukje. Gewoon van de schrik. Maar toen zat-ie precies in de lijn van 't achterwiel. & Terwijl die auto rustig verder reed, kwam de staart van de duif onder dat achterwiel. & Die auto reed heel langzaam. Die duif kon niet meer weg. 't Was 't geluid van een lucifersdoosje dat je platstampt. Kraaaaaakkkkkk. Zo'n dof geluid.'
Max begint weer te lachen.
'Ik gierde 't uit. Hahahahaha.'
''t Gebeurde terwijl je ernaar zat te kijken?'
'Ja, hahahahaha, een seconden later was-ie zo plat als een dubbeltje. 't Kwam doordat z'n staart was vast blijven zitten. & Hij had niet moeten schrikken. 't Was zo'n stom gezicht. 't Was echt net een lucifersdoosje.'

Men kent 't geluid van lucifersdoosjes in Zijperspace.

pelgrimage

Ik ben verliefd op een sambal. Ik heb al enkele weken de neiging om dat rond te spuien. Maar 't klinkt zo raar. Ik zou beter kunnen zeggen dat ik verslingerd ben aan een sambal. Wellicht dat dat beter overkomt. 't Dekt echter de lading niet. Ik ben gewoon verliefd. Een dergelijke liefde voor een levensmiddel heb ik nooit eerder meegemaakt.

Niet dat ik 't overal mee naartoe neem. 't Blijft gewoon thuis staan. Veilig in m'n koelkast. M'n sleutel van 't huis steek ik in m'n broekzak. Die komt er niet meer uit tot ik weer thuiskom. Ik ben als een jaloerse echtgenoot. Daarom heb ik ook meteen alle potten opgekocht die bij 't toko verkrijgbaar waren. 2 Waren dat er.

M'n moeder zei dat 't slecht voor m'n maag was. & Anders wel m'n darmen. Ik had toch zulke gevoelige darmen? Kwam allemaal door de sambal. Ze was niet de enige die dat zei.
& Waarom leven die indische mensen dan evengoed best wel lang? & De surinamers? Vroeg ik me af, terwijl 't commentaar zich opstapelde, waar ik me niks van aantrok. Ik hield nou 1maal van die hete smaak. Zogauw je aan sambal begonnen bent, raak je er aan verslaafd, wist ik. Ik in ieder geval wel. Bij elke hap warme maaltijd moest er een mespuntje sambal mee naar binnen. Anders was 't genot niet kompleet. Een maaltijd zonder sambal was als bier bereid zonder hop. Of de paus zonder geloof.

Sambal peteh
Ergepe
Singelsteeg 4
Tel: 030-2318315
Utrecht


Ik heb ooit een pelgrimage ondernomen naar brouwerij Achouffe in de belgische Ardennen. Lang geleden. Ze bestonden nog maar net een jaar. 't Was uiteindelijk een wandeling van slechts 10 km, vanaf de plek waar we bivakkeerden, maar 't was een pelgrimage. We waren helemaal devoot toen we er aankwamen. We hebben foto's genomen & een fles La Chouffe gekocht die nog niet uitgerijpt was. Zo diep ging onze bewondering voor 't bier. & Nog wel dieper.

Datzelfde gevoel heb ik met deze sambal. Ik moet zeggen: ik ben verliefd. Dat beweerde ik daarnet, dus dat moet ik dan maar volhouden. Sambal Peteh. Gekocht bij m'n vaste toko. Ik ga niet vertellen welke. 't Is niet dicht bij me in de buurt; ik moet er 10 minuten voor fietsen. Voor iemand die in de plaats woont waar 't verkrijgbaar is, staat dat ong gelijk aan een pelgrimage.

Ooit neem ik nog een keertje vakantie. Dan neem ik de trein naar Utrecht. Ergens op 't station werp ik een blik op een overzichtskaart, de plattegrond van Utrecht. Waarna ik op zoek ga naar de Singelsteeg. Lopend. Ik denk dat ik dan een pot sambal als aandenken mee terugneem. Ik kan er ook 2 meenemen. Geef ik er 1tje kado aan iemand die mij dierbaar is. Dan ga ik daar 'ns een keertje eten.

Men is in de vakantie-stemming in Zijperspace.

dankbaarheid

Als ik iets in m'n tuin tolereer, iets waarvan ik niet weet wat 't is, vind ik dat 't zich uit dankbaarheid best welig kan manifesteren. Vooral ook als 't al hoog boven de rest van de tuin uit torent. & 't Zich ten doel heeft gesteld 't centrum van 't groen te worden.
Dat is die 4 toortsen in 't midden van m'n tuin gelukt. Met slechts een enkel roze bloempje sinds een paar dagen. In dat laatste ben ik teleurgesteld.
Ik zou niet weten hoe ik de planten moet noemen. Ik ben eerlijk gezegd ook te lui om dat in een plantengids uit te zoeken. In 't begin van de lente begonnen ze plots te groeien. Enkele staken kwamen uit de grond. De hoeveelheid staken vond ik ietwat overdreven, dus heb ik er een 5-tal verwijderd. Misschien wel meer. Ik dacht: ik tolereer ze, totdat ze zich misdragen.
Vooralsnog niet. Maar ik vind wel dat ze wat meer weelderigheid kunnen uitdragen. De zomer is al enkele weken op gang & ze vertonen, op dat enkele bloempje na, slechts groen. Wat moeten m'n bovenburen wel niet denken.
'Hé, die tuin van de buurman, die is helemaal groen. Vooral daar in 't midden.'

Dan zien ze dus niet de padden, die onopvallend door m'n tuin heen hupsen. De 1 nog kleiner dan de ander. De kleinsten hupsen achter moeders aan, denk ik. Die zijn ook niet groter dan 't puntje van m'n pink. De pink van toen ik 12 jaar was, zeg maar.
Ik moet echt opletten, wil ik ze zien. 't Is net alsof er een windzucht de bladeren ff optilt, maar dat blijkt dan 't padje te zijn die op een blaadje is gaan zitten, argwanend omkijkend wat ik van plan ben met ze te gaan doen.
Ik ben allang tevreden met de familie Pad. Ik trap tenminste niet op ze. Hoef daar ook niet bang voor te zijn. Als ik 't doe, dan voel ik 't waarschijnlijk ook niet. 't Had net zo goed een blaadje kunnen zijn. Zo klein zijn ze.

De slak die ik van de week doodtrapte voelde ik wel. Gelukkig was 't niet een naakte, want dan had ik niet naar de onderkant van m'n schoenen durven kijken. Des te meer ik van die naaktslakken zie, des te meer kriebels ik van ze krijg. 't Is inmiddels zo'n woestenij in m'n tuin, dat ik 't pad bijna niet meer kan zien. Terwijl ik dat toch graag zou willen, want dan kan ik tenminste zien of een naaktslak zich daar bevindt. Ik gooi nl nog steeds liever zout over ze heen, dan dat ik ze met m'n schoenen verpulver.
't Verhaal van die andere slak: ik was de was aan 't ophangen. Leek me lekker 't tussen al dat groen te hangen. Er zouden zich vast geuren aan m'n kleren gaan hechten. Daar dacht ik aan, toen ik plots 'krak' onder m'n voeten uit hoorde komen. Dat was 't huis van de slak. Zo'n slak kan niet leven zonder huis. Heeft deze slak waarschijnlijk ook niet lang meer gedaan.

Ik vind dat die 4 toortsen snel verder moeten gaan bloeien. Ik heb hun zinloze aanwezigheid lang genoeg getolereerd. Uren heb ik aan de tuin besteed, misschien wel dagen. Daar wil ik op een gegeven moment ook iets voor terug. Zeker als je jezelf niet hebt voorgesteld, maar er plots gewoon was. Een beetje dankbaarheid tonen, dat heeft nog niemand kwaad gedaan, zei m'n oma altijd. Maar dan had ik de toffee al in m'n mond.

Zijperspace hoort meer te zijn dan groen alleen.

opname

'I see him every day. Every time I pass by, he's there.'
'He's the guy who just entered the shop?'
'No, no. He's about this tall. His teeth are going wrong. And he's got blond hair.'

Ik heb m'n voice recorder aangezet op 't moment dat ik dacht dat Joe een interessant onderwerp had. Dat wilde ik ook 'ns uitproberen. Kijken of 't op zou vallen, want ik moet toch dat ding uit m'n broekzak halen. Vervolgens klinkt er een piepje als ik de record-knop indruk.
Ik hoor 't niet, waarschijnlijk omdat ik bij de kassa sta. & Joe gaat gewoon door met z'n verhaal. Hij heeft de piep dus ook niet gehoord. Hij vertelt over de man die 'm uitgenodigd heeft mee te gaan inbreken.

'I told my daughter about it,' gaat Joe verder.
Ik ben druk bezig de opname af te luisteren. Dit zinnetje had ik niet gehoord tijdens 't gesprek.
'You just look like a burglar,' zeg ik.
We lachen allebei.
Ik hoor mezelf handelingen doen op de kassa, waardoor Joe minder goed te verstaan is. Nog steeds praat-ie over de man die wilde dat hij zou helpen inbreken. & Joe vertelt daarna over de homo die wel ff zou zorgen dat hij uit z'n problemen zou raken.
'He had a hand of touching me all the time. He's gay, you know. He came straight out and told me. He said: "Forgive me for touching you all the time." And I said: "I don't care. As long as you don't try." He was nice, but I didn't want him to touch me in a way I didn't want.'

't Is alsof ik naar een radio-documentaire luister. Ik heb 't zelf meegemaakt, maar doordat ik 't opgenomen heb lijkt 't gesprek opeens veel rijker.

Een verhaal over Zijperspace zit er echter niet in.

belevenis

Ik beleef ook niet zoveel. Dat wil me maar niet lukken, veel beleven. Lang geleden wel, zou je kunnen zeggen, toen er altijd wat aan de hand was. Ik wist alleen nooit met wie er wat aan de hand was. Achteraf bleek altijd weer dat dat met mij was. Niemand die me iets vertelde. Ik moest er zelf achter komen.
Je zou kunnen zeggen dat wat ik beleef vooral in boeken staat. Wat er nog niet in staat voeg ik er hier aan toe. Dat blaas ik een beetje op. Zodat 't nog wat lijkt. Iemand moet 't doen, zeg ik altijd maar.

Die vliegen die vandaag buiten onder m'n waslijn aan 't rondcirkelen zijn, die maken volgens mij ook niks mee. Ze moeten er iets van maken, & daarom vliegen ze maar de hele tijd 'tzelfde rondje razendsnel. Met plotse wendingen, zodat ze de hele tijd hun leefwereld van een andere hoek kunnen bekijken. Ze moeten wat, denken ze blijkbaar. Als zij een weblog of dagboek zouden moeten bijhouden, zouden ze 't waarschijnlijk de hele tijd hebben over de hoeken die ze gemaakt hebben. Of hoe ze die andere vlieg met fascinatie voor waslijnen ternauwernood hebben kunnen ontwijken.
'Vandaag heb ik een hoek van 136° gemaakt, waarna ik de waslijn van dat mensgedrocht (hij loopt er steeds onderdoor, waardoor ik m'n rondjes moet onderbreken) met een onwerkelijke glans kon bewonderen.'
Da's dan 't vliegenverhaal. Hij leeft niet zo lang, maakt niet zo veel mee. Maar wat-ie meemaakt, beleeft-ie intensief.

Net als Stephen Hawking. Die beleefde ook niet zoveel, zonder bewegingen, zonder mogelijkheid om te praten. Dus ging hij maar dingen buiten z'n eigen universum beleven. & Goed over die belevenissen nadenken. Hij had er de tijd voor. Bij gebrek aan avonturen in vreemde oorden.
Stel je voor dat Stephen Hawking wel naar 't Himalaya-gebergte kon. Om avonturen te beleven. Zuurstof-apparatuur gebruikte om boven op de top te komen & vervolgens over kms gletsjers naar beneden zou glijden. Dan was de ruimte niet zoals wij nu denken dat-ie is.
Hoewel er altijd andere mensen opstaan die niet zoveel meemaken. Die maken dan de ruimte weer een andere ruimte. Als ze tenminste goed zijn in 't er dik bovenop leggen.

Uiteindelijk wordt Zijperspace misschien wel de echte ruimte.

bloot

Ik weet allang niet meer hoe ze heette. 't Is al 12 jaar geleden. Ik heb 'r alleen maar tijdens de Intree-week van de universiteit gekend. & Een paar weken daarna. Maar toen ze vertelde dat ze een kamer op een zolder bewoonde, waar ze desnoods de hele dag in haar blootje rondliep, is ze opgeslagen in m'n geheugen.

Dat wilde ik ook wel. Naast in haar appartement aanwezig zijn op 't moment dat ze die neiging had, wilde ik ook wel de vrijheid hebben naakt rond te lopen in m'n eigen huis. Zonder dat iemand 't zou zien.
Sommige mensen vinden 't leuk om 't te doen als anderen 't juist wel zien, maar dat hoeft niet voor mij. Ik woonde nog maar net op de Albert Cuyp, toen m'n overbuurvrouw dat soort gedrag tentoonspreidde. 't Was een zondagochtend & zij had blijkbaar net een leuke nacht met haar gezelschap gehad, getuige de ontspannen wijze waarop zij beiden zich door de kamer begaven. 't Zou ook kunnen dat 't zijn huis was, want hij deed op een gegeven moment toch iets voor de ramen. & Haar gezicht, laat staan de rest van haar lichaam, heb ik niet meer gezien. Reken maar dat ik haar herkend zou hebben.

Van mij hoeft dat dus niet zo. Ik vind 't niet leuk als andere mensen er aanstoot aan kunnen geven. De vrijheid is heerlijk, maar 't moet niet belemmerd worden door de gedachte dat anderen genoeglijk of geschokt mee zitten kijken. Bij mij thuis kan niemand buiten zien wat zich binnen afspeelt. Aan de voorkant heb ik m'n gordijnen bijna altijd dicht; de achterkant hoef ik slechts ½ af te sluiten om zeker te weten dat niemand me kan zien.
Nou moet men niet denken dat ik hele dagen, al m'n vrije tijd naakt in m'n huis doorbreng. 't Is slechts dat die mogelijkheid er is. Ik sta 's ochtends op & trek nog niet meteen m'n kleren aan. Dat is 't eigenlijk. Binnen 5 minuten is dat wel 't geval, want dan heb ik trek in thee. Daarvoor moet ik in de keuken zijn. Waar geen gordijnen hangen. 't Is gewoon dat 't prettig is dat ik de mogelijkheid heb. Als ik de hele dag in een stom t-shirtje wil lopen, kan dat ook (totdat ik de straat op ga, want ik ga natuurlijk niet buiten rondlopen met stomme t-shirtjes).

Er zijn schilders aan m'n huis aan de voorkant bezig. Daarnet vroeg 1tje of ik de ramen schuin open wilde zetten. 't Zijn van die kantelramen. Dan kon-ie tenminste goed z'n werk doen. Vorige week dacht ik nog dat 't een buitenlander was, maar dat was blijkbaar op een moment dat ik 'm overviel met een vraag. Hij kwam toen niet goed uit z'n woorden. Nu sprak-ie opeens vloeiend nederlands. Dus ik begreep wat-ie bedoelde.
't Betekent wel dat nu m'n gordijnen open staan aan de voorkant. 't Betekent eigenlijk dat alles open staat, kan niet anders vanwege de tocht. Je kan nu door 't voorruit mij in de tuin zien zitten. Daar zit ik nl een boek te lezen. Met al m'n kleren aan, wel te verstaan.

Een vriendin had een keer dezelfde neiging als de overbuurvrouw op de Albert Cuyp. Na een heerlijke nacht gooide zij gewoon de gordijnen open. Terwijl ze net uit bed kwam stappen.
'Hé, iedereen kan je zien,' zei ik.
Ik moet toegeven, 't was een heerlijk gezicht om haar te zien. Ik kon er zelf ook geen genoeg van krijgen. Misschien was 't ook wel een bepaalde mate van jaloezie dat ik haar aanblik nu ook met anderen aan de overkant moest delen.
'Ach, dat kan me na zo'n nacht niet zoveel schelen,' zei ze.
Dat vond ik dan weer heel vleiend.

Toch voel ik me niet geheel op m'n gemak in een open Zijperspace.

scheef

't Is de eeuwige strijd die geleverd moet worden. De strijd tussen m'n hoofd laten hangen & wakker blijven. Vaak wint 't hangen een tijdje, maar wakker blijven neemt 't dan toch weer over. Toch zeker tot een uurtje of 1 á 2.

Als de slaap tijdelijk wint schommelt m'n hoofd tegen de rugleuning van m'n relax-stoel. De stoel waarin ik tegenwoordig 't prettigst in zit te lezen. Ik heb 'm nog maar kort geleden bij de Hema aangeschaft. Tussen alle huisvrouwen die met hun zwangere buiken of onstuimige kinders inkopen aan 't doen zijn. Een wereld die ik zelden betreed. Tenzij ik nieuwe scheermesjes nodig heb. Of trek heb in een ½e warme worst.
Soms denk ik dat meer mensen die ½e warme worsten moeten kopen, zodat de prijs weer op 't oude nivo terecht komt. Vroeger kocht ik ze, als ik boodschappen met m'n moeder aan 't doen was, voor 1 gulden per stuk. Kreeg je er een zakje mosterd bij, als je er om vroeg. Die mosterd is 't enige wat de laatste tijd verbeterd is. Je krijgt een lik aan de andere kant van 't zakje waar de worst wordt gestopt, zodat je altijd besmeurde vingers eraan overhoudt. Maar vies is lekker, zeker met die zoute, vette Hema-worst.

M'n hoofd schommelt dus als ik wegsuf. Ik merk 't niet. Op een gegeven moment nijgt-ie als vanzelf een bepaalde kant op. Richting schouders. Dat willen m'n nekspieren niet hebben. Die uitrekking vertikken ze sinds ik met m'n hoofd op straat ben gekwakt. De souplesse zit er niet meer in. Waardoor ik een kwartier later wakker word uit 't doezelen, met een nek die niet meer rechtgezet lijkt te kunnen worden. Dan zie ik de jongen met z'n kromme nek door Den Helder fietsen. Z'n hoofd hangend naast z'n lichaam. 't Leek altijd of-ie met moeite naar voren keek. Een veel te lange rechterkant van de nek had die jongen. De nekwervels waren niet goed, werd ons als klein kind verteld, als hij passeerde op z'n aangepaste fiets. Met 3 wielen, net als wij, kleine kinderen.
Ik heb ook zo'n nek als ik wakker word in m'n relax-stoel. Er zit wel beweging in, maar 't klopt niet meer. Hij wil niet meer definitief op z'n plaats blijven. Bovendien moet ik geweld gebruiken, wil ik er geen last van hebben. Dat kost pijn.

Of ik besluit op de bank te gaan liggen. Vaak nog de beste oplossing. Hoofd op de kussens. & Dan maar kijken wanneer ik wakker word.
Dat duurt meestal een uurtje, maar ben ik dan wel van m'n stijve nek af. & Van de slaap.
Ga ik weer lekker in m'n relax-stoel zitten. Pak m'n boek beet & wacht, al lezend, op 't moment dat slaap me definitief velt voor de nacht.

Die jongen heeft tegenwoordig trouwens een gewone nek. Hij kijkt de wereld nu recht aan. Niet meer hangend vanaf z'n schouder. Een kromme schouder, want die werd helemaal meegetrokken in de scheve houding. Z'n adamsappel valt ook niet meer zo op, want alles lijkt tegenwoordig te zitten zoals 't bij andere mensen ook zit. Waardoor je niet meer hoeft te kijken naar de vreemde verschijnselen van z'n lichaam. Zie je dus die grote adamsappel niet.
Alleen, als-ie een biertje drinkt, dan merk je af & toe dat z'n coördinatie nog steeds is ingesteld op een scheve wereld. Maar daar kan z'n spijkerjasje wel tegen. Ik weet niet op wat voor fiets hij tegenwoordig naar huis gaat. Doordat-ie meer bier kan drinken zonder al te veel te morsen zal z'n fietsstijl vast niet verbeterd zijn.

Zijperspace is een scheef universum, voor een bepaald gedeelte van de dag.

verveling

Onderweg naar 't feest rij ik iemand die op 't punt staat over te steken bijna van z'n sokken.
'Hé Ton,' zegt de man in kwestie me gedag.
Ik kijk om. Ik heb Roald bijna omver gereden. Hij is in gezelschap van Albert, maar die staat al aan de overkant van de straat. Roald zie ik nog wel regelmatig. Ik rij dagelijks langs z'n huis. Albert daarentegen heb ik zeker 5 jaar niet meer gezien.

'Zien jullie elkaar weer regelmatig?' vraag ik.
'Ja, eigenlijk wil ik bij Roald wonen,' grapt Albert met een serieus gezicht, 'maar Roald heeft daar niet zo'n zin in. Terwijl de liefde toch zo sterk is.'
Roald lacht mee. Albert kan goed grappig zijn, zonder z'n serieuze toon te verliezen.

'Je hebt een eigen site, hè,' merkt Albert op.
'Ja,' antwoord ik verbaasd. 'Hoe weet je dat?'
Ik kan me niet herinneren dat ik 't Roald heb verteld.
'Oh, ik typ altijd namen in van mensen die ik van vroeger ken. Dan kom ik vanzelf gegevens over hun tegen.'
'Dat doe ik ook altijd,' zeg ik, 'maar ik kom nooit iemand van vroeger tegen.'
'Er was ook een verhaal over buitenlanders bij de brouwerij. Toen ben ik met 't lezen gestopt.'
'Over buitenlanders? Een verhaal van 2 maanden geleden ong?'
'Nee, veel langer geleden. Wanneer zaten we nou bij Jelle aan de comp, Roald?'
'Dat moet een jaar geleden zijn,' zegt Roald.
'Ik ben nog geen 10 maanden bezig,' reageer ik, 'maar toen schreef ik totaal anders dan dat ik nu doe.'
'Op een gegeven moment ging 't me vervelen,' zegt Albert, 'daarom ben ik niet verder gegaan.'
'Ja, toen schreef ik ook al veel te lange teksten.'

We zeggen elkaar voor de plek waar m'n feest moet gaan plaatsvinden gedag.
'Wat gaan jullie doen?' vraag ik.
'Een feest van mijn opleiding,' zegt Roald.
'Ook hier in de buurt?'
't Kan overal zijn, bedenk ik me, want Roald legt altijd alles lopend af. In de tijd dat we elkaar dagelijks zagen was dat ook al 't geval.
'In de Stadsschouwburg.'

Ik herinner me opeens de nachten dat we bij elkaar zaten. Meestal Roald & ik. Soms iemand anders zoals Albert erbij. 't Was altijd nacht of 't begon alweer licht te worden.
Ik weet weer dat hun verhalen ook lang waren. 't Duurde een eeuwigheid voordat er to the point gekomen werd. Mooie verhalen evengoed, maar verschrikkelijk langzaam. Alsof we naar Tarkowskij keken, wat we ook wel deden. 't Kon soms de hele nacht duren. & Een fles tequilla. Daar hadden we altijd te kort van.

De nachten zijn sindsdien korter geworden in Zijperspace.

lijflog 6

De kapster zei dat ze haar bril niet meegenomen had. Kon de baas 't misschien ff doen? Want zij kon 't niet zien zonder mogelijk schade aan te brengen, beweerde ze.
't Kapsel was geheel geknipt, gedroogd & vormgegeven, voorzoverre dat nodig was bij de kalende man. Hij wilde echter ook dat z'n neus- & oorharen werden geknipt. Daar had de kapster zichtbaar geen zin in. Stond blijkbaar niet in haar kontrakt.

Ik moet er zelf tegenwoordig ook aan geloven. De laatste keer stelde de kapper 't zelf voor. Of-ie m'n oren ff mee moest nemen? Ik keek in de spiegel naar m'n rechteroor. Toen zag ik 't pas. Grijze haartjes die er uit steken. Juist door de kleur vallen ze op. Mij in ieder geval wel, sindsdien.
Ik vond 't een sympathiek gebaar van de kapper. Vooral omdat 't voorval met de weigerende kapster me nog scherp in 't geheugen stond.

Dat hebben alle mannen als ze ouder worden, vertelde m'n moeder. Dat wist ik ook wel. Ik vond 't alleen vervelend dat ik aan 't ijdeltuiterige circus meedeed door ze te verwijderen. Noodzakelijk vond ik 't wel: 't deed me te veel denken aan oud-docenten & hoogleraren die iets viezigs hadden, dat versterkt werd door 't haar uit hun oren.
Ik gebruikte de laatste tijd 't schaartje waarmee ik bij baardgroei wilde haren inkort. Een klein puntig schaartje, scherp tot aan 't uiteinde. Ideaal voor korte haren. Maar niet bestand tegen de stugge haren blijkbaar, want na 1 jaar dienst begaf-ie 't vorige maand. De 2 helften vielen spontaan van elkaar. 't Schroefje dat als bevestiging van de 2 diende, was nergens meer te vinden. Te klein.

Nu zie ik m'n haren gestaag m'n oren uit groeien. Voorlopig ga ik niet naar de kapper, dat stel ik altijd zo lang mogelijk uit. Een schaartje moet ingekocht worden bij een drogisterij, maar dat bedenk ik me alleen als ik voor de spiegel de aanwas sta te bewonderen.
Ik ben binnenkort grijzer in m'n oren dan erboven.

Volledige vergrijzing laat nog op zich wachten in Zijperspace.

cycles



Zoals alles terugkomt. Niets verdwijnt zomaar uit m'n leven. Herinneringen staan ergens te loeren om in ieder geval een echo te laten resoneren in m'n hoofd. Ook al liggen ze nog zo diep verborgen, m'n voorkeuren, m'n liefdes, m'n gewoontes van weleer, ze hebben de neiging ooit weer van zich te laten te horen. Vaak doen ze dat als ik denk ze lang vergeten te zijn.
Da's misschien wel de belangrijkste reden dat ik schrijf. Ik wil dat 't weerkeert; dat herinneringen, al is 't maar kort & vaag, hun gezicht weer laten zien. & Ik wil dat wat nu gebeurt niet dezelfde fout maakt, dat 't zich laat optekenen, beschrijven. Zodat 't voortaan voorhanden is. Niet slechts een vage plek, ergens in m'n hoofd, slechts opgeroepen als ik weerkeer naar een herkenningspunt.

I hear that rain in my heart,
of the tears that I hide,
and it tears me apart,
because I keep them inside

(uit 'Rain in my heart')

Ik hield al jaren van Frank Sinatra, maar wist niet welke cd ik van hem moest kopen. Z'n oeuvre leek zo incoherent, als jongeling terugkijkend op 't werk van de, toen al, oude heer.
Ik kende enkele prachtige nrs, maar die leken allemaal los van elkaar te staan. Een verzamel-cd bleek altijd weer tot een teleurstelling uit te draaien. 2 Toppers & 12 prutseltjes. Napster & consorten bestonden nog niet om je eigen verzamelaar samen te stellen.

Totdat in de Volkskrant de top-10 van Sinatra-must-haves werd gepubliceerd. Ik geloof samengesteld door de voorzitter van z'n nederlandse fanclub. 'Cycles' was volgens de man de mooiste plaat die Sinatra had gemaakt. 't Meest complete album. Gemaakt op een keerpunt van z'n leven.
Ik ben naar de cd-boer gerend. Of eigenlijk was ik op de fiets. Vervolgens heb ik thuis 3 dagen lang alleen maar 'Cycles' gedraaid. 3 Dagen lang heb ik aan vergeten liefdes gedacht.

Zo af & toe gebeurt dat nog wel 'ns in Zijperspace.

gratin de patat

Francoise introduceerde 't simpele recept in de familie. Rechtstreeks vanuit haar geboorteplaats Grenoble. Waarna 't een succesnr werd als er visite kwam, maar ook als die er niet was. Als ik niks bijzonders wist te verzinnen voor speciale gasten, kon ik altijd terugvallen op dit gerecht.
We noemden 't zoals Francoise 't ons geleerd hadden, maar de visite verbasterde onze uitspraak vaak tot 'kratten patat'. Ze wisten niet beter, dachten wij dan. Wacht maar, tot ze 't voorgeschoteld kregen. Dan durfden ze niet meer de naam van deze klassieker te verbasteren.

Eindelijk kon ik 't vandaag weer bereiden. Om 't gebruik van m'n combi-magnetron in te luiden. Helemaal voor mezelf alleen. Een ovenschaal vol. Wat natuurlijk veels te veel is voor 1 persoon.
Dat is dan ook de bedoeling. 't Wordt nl nog lekkerder als 't een nachtje heeft gestaan. Vond ik althans. De restjes van de maaltijd stonden vroeger niet veilig in de keuken. Elke keer als ik voorbij 't gasfornuis liep, waar 't in een klein ovenschaaltje met aluminiumfolie afgedekt stond, móest ik een hapje nemen. Waarna de volgende ochtend slechts een klein hapje over bleef.
Dat zal dit keer niet gebeuren, hoewel ik een ½e schaal apart heb gezet. Ik zit nl al 2 uur met een opgeblazen buik op de bank niets te doen. Uitgeput van wat ik voor & tijdens m'n diner gegeten heb.

Gratin de patat is terug in Zijperspace!

toeval

Tot 2 keer toe de verkeerde metro nemen, totaal de verkeerde kant op, dat moet iets betekenen. Als je bij de 2e maal, op de terugweg, zelfs besloten hebt dat je xtra goed zal opletten, & je zeker weet dat er 'Centraal Station' op 't aankondigingsbord stond. Bovenaan, wel te verstaan. & Als de tijd van aankomst precies overeenkomt met diezelfde aankondiging, als je dan toch wederom aankomt op station Overamstel.

Dat kan helemaal niet, dacht ik bij de 2e keer. Zouden ze dit station tussen Spaklerweg & Amstel hebben aangelegd terwijl ik ff niet oplette?
Ik bleef zitten. 't Klopte ook niet volgens de borden die in de metro zelf hingen, waarop aangeduid staat welke stations & overstapplaatsen er onderweg aangedaan werden. Dat was gewoon 't bord van de metro Gein-Centraal Station.
Iedereen bleef zitten. Alsof er niks aan de hand was. Ik ben dus maar bij Station Rai uitgestapt. Ik zou wel degene zijn die een fout had gemaakt.

Dat moet iets betekenen, dacht ik dus, hoewel ik nooit veel waarde hecht aan bijgeloof. Ik besloot niet de metro terug te nemen, maar op goed geluk te gaan wandelen. 't Station uit & ik zou wel zien waar ik terecht kwam. Verdwalen kon niet, want ik was in m'n eigen stad. Ik wist waar station Rai zich bevond tov m'n huis. Ik wist welke trams er nodig zouden zijn om me te ontzien van enkele kms wandelen. Niets was onbekend voor me, behalve metrostation de Rai. Onderweg kon ik me slechts laten verrassen door 't lot die mij hier per ongeluk, of xpres, gebracht had.

Er gebeurde me niets.
Ik kwam een poster tegen met de mededeling waar de Rai z'n ruimte dit weekend voor beschikbaar had gesteld. & Kwam zodoende te weten dat 't vanmiddag de beurt was voor herders- & drijfhonden. Ik kwam amerikanen op huurfietsen tegen. Ik dacht nog: zijn de nederlanders die fietsen leuk vinden op? Ik slenterde over de paden van 't Amstelpark, waar ik herinnerd werd aan de Parade die daar binnenkort weer moet gaan plaatsvinden & volledig mijn aandacht op zal eisen. Ik zag mezelf weer midden in de nacht zwemmen in de Amstel met Remco na afloop van de Parade. Ik zag mezelf op huizenjacht met Pim, tegenover de Febo, waar toen nog geen Febo stond & waar wij staarden naar de woning. Ik tuurde naar de overkant om 't luxe appartement gewaar te worden van de vroegere directeur van NL-net. Ik passeerde 't restaurant waar we met z'n allen gegeten hadden. & Hesp waar we nog wat dronken. Ik liep achter een dame aan de hoek om. Liet me door haar leiden, want 't zag er zo leuk uit van achter. Waarom niet? Ik kon 't toeval m'n richting laten bepalen. Toeval had me tenslotte hier gebracht. Daar moest een reden voor zijn, dacht ik nogmaals.

& Niets gebeurde. Ik was al bij m'n fiets die vast stond aan 't hek bij metrostation Wibautstraat. Zelfs m'n sleutels zaten nog in m'n rugzak.

Meestal gebeurt er gewoon niks in Zijperspace.

cresta

M'n Cresta-telefoon heb ik samen met Bas gekocht. Nu staat-ie voor 't 1st sinds die tijd afgesloten. Z'n taak is overgenomen door een draadloze. 't Draadloze tijdperk heb ik een tijdlang kunnen uitstellen door xtra lange snoeren te gebruiken. Had ik nog enige bewegingsvrijheid tijdens 't bellen.

Bas zei dat ik 'm toch echt nodig had. Dan zou ik eindelijk een beetje bereikbaar worden. Iedereen had een telefoon met antwoord-apparaat, om vooral zo bereikbaar mogelijk te zijn. Ik wist wel beter, want toendertijd had niemand in m'n familie iets dergelijks. Maar ik was 't wel met 'm eens.

We zijn er samen op uit gegaan. Dat leek me verstandiger, want wat wist ik nou van telefoons. Ik had alleen verstand van m'n eigen portemonnee. & Die was een slecht raadsman.
Bas was 't tegenovergestelde. Man, als ik er een 10tje bijlegde, dan had ik een ingebouwde. Aanbieding van de maand! Waarom zou ik 'm laten staan? 2 Jaar garantie.
Bas had verkoper moeten worden. Ik heb nl nooit geweten wat je met 2 jaar garantie moet. M'n apparaten haalden met gemak die leeftijd.

We hebben 'm naar m'n huis gebracht, m'n Cresta-telefoon met ingebouwd antwoord-apparaat, om nog ff een biertje te drinken op de aankoop.
Meteen aangesloten, met 't boekje ernaast. Dat ging niet erg overzichtelijk met Bas erbij, want hij zag elke keer dingen die hij niet op z'n telefoon had zitten.
'Ongelooflijk, man. Dat heb ik helemaal niet. Man, je moet onwijs blij zijn met dit ding. Ik heb 20 gulden meer betaald, voor zo'n simpel dingetje. Ik heb zelfs geen redial-toets.'
Terwijl ik ondertussen alleen maar geïnteresseerd was in hoe ik 't bandje er in moest steken. & Welk knopje ik in moest drukken om 'm stand-by te zetten.
Bas zat op de wc toen ik uitvond hoe ik de boodschap in moest spreken.

Toen zijn we heel ouderwets naar buiten gegaan. We zijn naar 't Gerard Douplein gelopen. Daar stond een telefooncel. 1st Maar ff patat gehaald, want van al dat speurwerk & geblader in de gebruiksaanwijzing wordt je hongerig. Nee, ik betaalde, want dankzij Bas had ik toch zeker 20 gulden bespaard? Ik wist alleen niet hoe. Bovendien zou de betaling van de patat me wisselgeld opleveren.
Want hoe ouderwets dat ondertussen schijnt: we hadden geen mobiel om onszelf op te bellen.

De 1e keer deed-ie niks.
'Ah joh, stop er nog een kwartje in.'
Dat kon toendertijd nog voor een kwartje.
't 2e kwartje deed-ie nog steeds niks.

Dus zijn we weer m'n huis ingegaan. Wezen kijken of alles wel op z'n plaats zat. De stekker er wel in?
Ik had nog 1 kwartje.
Dat was ik vergeten in te calculeren: de aankoop was niet alleen de prijs die ik in de winkel ervoor betaalde. De vele kwartjes om uit te proberen of 't ding wel deed, was een xtra kostenpost. Een grote post zou 't waarschijnlijk worden, vreesde de beheerder van 't studentenbudget.

Allebei stonden we met 't oor aan de telefoon. Ik draaide 't nr.
'Nee, zal ik 't draaien?' stelde Bas voor.
't Begon opnieuw. Ik las 't nr voor, Bas draaide, ik luisterde.

'Wat een kut-boodschap,' zei Bas. 'Die moet je snel veranderen, hoor.'

Ook Cresta heeft inmiddels Zijperspace verlaten.

dikkerd

Ik druk op de rec-knop & m'n Olympus neemt op. Druk ik daarna op de play-knop, dan krijg je onmiddellijk de opname te horen. De knop 'erase' zorgt ervoor dat alles weer weggehaald wordt. Simpel. Daar hoef ik de gebruiksaanwijzing niet voor te gebruiken.

M'n collega's begrijpen 't ook meteen als ik ze m'n nieuw speledingetje laat zien..
'Hé, Marien,' zeg ik, terwijl ik m'n voice-recorder voor z'n mond houd, 'zeg jij 'ns ff dat 't tijd is voor de laatste ronde, dan laat ik dat in de kelder aan San horen.'
Marien is maar al te bereid: 'Hé, dikke vette kop, we zijn gesloten!'
Daar kan ik niet mee aankomen bij San.
'Nee, nou ff serieus,' probeer ik Marien te bewegen, hoewel ik weet dat zo'n vraag averechts effekt bij hem kan hebben.
Ik druk opnieuw de opname-knop in. Tegen verwachting lijkt Marien nu bereid 't wat serieuzer aan te kondigen.
'Dames & heren, 't is tijd voor de laatste ronde,' roept-ie 't apparaatje in, net zoals we 't altijd zeggen.
'DIKKERD,' schreeuwt-ie er nog net achteraan.

'San, ik heb een boodschap voor je van Marien.'
Dat laatste moet ik er vooral bij zeggen, anders gaat-ie nog denken dat ik 'm een dikkerd noem.
Ik druk de play-knop in. De opname van 4 seconden speelt, maar door 't geroezemoes & de galm in de kelder valt moeilijk te verstaan wat Marien heeft ingesproken.
'Kan je 't verstaan?' vraag ik San na afloop.
'Nee,' zegt San verwonderd.
Ik speel 't nog een keer af. Ik merk dat ik zelf ook moeilijk gewaar kan worden wat er gebruld wordt.
'Kan je 't verstaan?' vraag ik weer, maar opnieuw dezelfde reaktie.
Nogmaals, maar nu hou ik de Olympus wat dichter bij z'n oren.
'En?' vraag ik na afloop.
Nog niet.
'Zal ik 't dan maar verklappen?'
'Ja, doe dat maar,' zegt San verwachtingsvol.
'Hij zegt: "Dames & heren, 't is tijd voor de laatste ronde. Dikkerd!"'

Oeps. Dat laatste had ik er niet bij moeten zeggen, hoewel 't er wel op staat.
''t Is wel een boodschap van Marien, hè,' verduidelijk ik nog maar ff.
San is stil. Gaat voorovergebogen naar z'n kryptogram zitten kijken.
Tsja, hij is inderdaad wel dik. Weliswaar nog lang niet zo dik als Ronald, maar hij is zeker gezet. Maar dat hoor je niet rechtstreeks tegen iemand te zeggen. Marien kan 't wel maken, want hij is ong net zo dik. Zogauw ik 't echter vertolk, lijkt de uitspraak uit mijn mond te komen.
'Ach, je moet maar denken,' vergoelijk ik, 'Marien is minstens zo dik als jij.'

2e Oeps weerklinkt in Zijperspace.

m734

De Space Cube 50, bijgenaamd M734, heeft z'n aktieve jaren er nu waarschijnlijk wel op zitten.
Hij begon z'n carrière genoegzaam vernieuwend, 't leven van veel gemak voorziend, in 't huishouden van Kaspar & Joke. Na ong 5 jaar genoeg te verdienen aan hun brouwerij, besloten zij hun huishouden te verplaatsen naar Monnickendam, waar zij een nieuwe keuken lieten inbouwen. Daar was geen ruimte voor M734.
Gelukkig was hun vaste arbeidskracht Rob nog niet draagkrachtig genoeg om zo'n modern apparaat 1e-hands te kunnen aanschaffen. M734 was ondertussen wel wat ouderwets, maar 't beestje werkte. Misschien kon 't nog dienst doen bij 't xperiment dat Rob ooit nog wilde uitvoeren. Ooit wilde hij te weten komen hoe een afgesloten fles Cola zou reageren op micro-golven. Voordat hij 't zover heeft kunnen laten komen, had ik al gezegd dat ik 'm graag overnam.
Ik had tot op dat moment nog nooit een magnetron in huis gehad. 't Zou bij mij goed uitkomen voor 't ontdooien van de maaltijden als ik na 10-en van m'n werk zou komen. Jammer voor 't xperiment, waar Rob al 8 jaar op had zitten broeden, maar nou kon 't apparaatje nog een paar jaartjes iemand van dienst zijn. Daar was ook iets voor te zeggen.

M734 heeft ondertussen een prehistorisch uiterlijk. Vooral vergeleken met de magnetron die zojuist 't huis heeft betreden. Maar daarnaast zijn de letters & tekens, die uit moesten leggen hoe 't apparaat bij de div mogelijkheden te instrueren, tot onduidelijke rotstekeningen weggevaagd. Een groezeligheid overdekt 't omhulsel dat ooit een glimmende crèmige uitstraling moet hebben gehad. De binnenkant lijkt overdekt met plekjes waar kruimels & spetters hun onverwoestbare afdruk hebben achtergelaten. Ooit is de kap dermate beschadigd dat-ie lichtjes omkrult, waardoor je 't binnenste van 't gigantische monster zou kunnen bestuderen, terwijl hij ondertussen 't hapje verwarmt.

Ik heb 4 jaar mogen genieten van m'n magnetron. De Samsung Combi C100 neemt vanaf heden de taak van de Space Cube 50/M734 over. 't Takenpakket van de nieuwe kracht zal tevens worden uitgebreid met 't bereiden van gegrilde kippen, taarten, gegratineerde aardappelen, ovenschotels & nog wat andere maaltijden.
Daartoe zal ik 1st de gebruiksaanwijzing, 't 'Kookboek voor de solo magnetron' (ze houden blijkbaar rekening met m'n vrijgezellenbestaan) & 't 'Kookboek voor de combi magnetron' moeten doorspitten.

Zullen zij wel 1st zelf de gebruiksaanwijzing van Zijperspace moeten begrijpen.

vakantietoeslag

Ik heb m'n werkgever bedankt.
Dat bedanken duurde niet te lang, want ik vind dat bepaalde dingen vanzelfsprekend moeten zijn. 1 Van die vanzelfsprekendheden is dat m'n werkgever me goed dient te belonen voor 't harde werk dat ik lever. Ik & natuurlijk ook m'n collega's. Hij vaart wel bij z'n goede beloning richting ons, want wij zeuren dan niet. Voor een tijdje, bedoel ik dan. Nee, voor de verandering zijn we op dat soort momenten zelfs redelijk tevreden.

Ik deed 't aldus:
'Hé, Kaspar!'
Ik leunde onderwijl schuin voorover, raakte 'm aan bij z'n elleboog, dat maakt 't xtra spannend, & zei: 'Bedankt.'
& Ik meen te geloven dat wat ik zei ook oprecht was.

Daar moet-ie 't dan maar weer een ½ jaar mee doen. Buiten de kerstbonificatie krijgen we nl niets tussentijds. Ik geloof ook dat-ie best tevreden is met zo'n reaktie. Ik heb 'm tot nu toe nog niet horen klagen. Ook niet over 't dankgedrag van m'n collega's.
Vandaag keek-ie bijv schaapachtig voor zich uit, tijdens m'n dankwoord, waarbij ik vaag een glimlach op z'n gezicht kon zien doorschijnen. 't Is een beste vent, die werkgever van me, dacht ik bij 't zien van die onzichtbare grijns.

't Betekent wel dat ik weer veel te veel geld heb. De magnetron zal er toch aan moeten geloven. Onzinnige aankopen helpen niet meer. Zelfs de draadloze telefoon hoeft niet te vrezen, in al z'n overbodige luxe. Die koop ik er gewoon tegelijkertijd erbij.
Ik moet alleen zien te voorkomen dat ik de breedbeeldtv's passeer. Die zijn funest. Ze zouden kunnen veroorzaken dat ik geen vakantie meer wil. Nou, die sirenen van 't breedbeeld kunnen dat wel vergeten. Ik bind me gewoon vast aan m'n missie voor de magnetron. & Laat dan kort 't touw vieren voor de aankoop van de telefoon.

Daarna zijn we weer volledig bereikbaar in Zijperspace.

liftlog 6

'Zet me hier maar af,' zeg ik tegen de chauffeur. Ik heb er genoeg van. Zo'n rit hou ik niet nog 'ns een 20 minuten vol.
'Je moest toch naar Den Helder?' vraagt-ie verbaasd aan me. Dat moet-ie nog 3 keer herhalen, want ik kan z'n gebrekkig nederlands niet verstaan.

Ik voel me niet op m'n gemak. Elke mogelijkheid die de jongen ziet, gebruikt-ie om andere auto's in te halen. Ook op de meest nauwe korte stukjes. Plotse acceleratie doet me tegen m'n rugleuning drukken. M'n handen grijpen in de stoelleuningen, die er niet blijken te zijn. & Toch weet ik zeker dat ik in de stoelleuningen grijp als we weer met doodsverachting de andere weghelft op duiken.

'Auto-coureurs, daar hou ik van,' vertelt-ie me.
'Ja, dat dacht ik al te kunnen raden,' zeg ik.
'Ik oefen op Zandvoort & elke keer als ik naar huis ga. Vind jij auto's ook mooi?'
'Nee, ik heb niks met auto's.'
'Je moet thuis komen. Dan moet je toch in auto rijden.'
't Is voor hem zo klaar als een klontje; 't leven zonder auto is niet mogelijk. Ik wil 'm graag steunen in zijn levensvisie, je moet mensen die je een lift geven nou 1maal een beetje te vriend houden. Pas aan 't eind kan je ze de waarheid vertellen. Maar ik ben op dit moment minder enthousiast. Ik wil liever dat-ie me afzet. Hoewel ik zodoende wel snel in Den Helder ben. Straks op de rijksweg langs 't Noordhollands Kanaal zal-ie wel wat rustiger gaan. Ik hou wijselijk m'n mond. & Bijt op m'n tanden.

'Ja, ik moet naar Den Helder, maar ik ga hier wel verder liften.'
Hij is niet voorzichtiger of langzamer gaan rijden. Hij lijkt alleen maar meer risico's te nemen.
'Laat me er maar uit.'
We zijn in St. Maartensvlotbrug. Een ideale plek om verder te liften. Mensen zijn hier gedwongen om stapvoets te rijden. & Terwijl ze voor 't stoplicht staan, kunnen ze mij al zien staan liften.
'Maar je rijdt met mij?'
Hij is oprecht verbaast. Dit is toch iets wat iedereen leuk moet vinden, lijdt ik af uit z'n toon.
Hijzelf zit er rustig bij. Meestentijds rijdt-ie met 1 hand aan de stuur. Als-ie wat woorden met me wisselt doet-ie dat met een oprechte glimlach op z'n gezicht. & Ondertussen rookt-ie een sigaret. Hij vraagt of ik er ook 1 wil.

'Ik zal rustig rijden,' biedt-ie me aan, 'ik vind niet leuk als jij niet leuk vindt. Daarom gaat 't rustig. Jij blijven zitten.'
Ook dat moet-ie 3 keer herhalen. Ik ben niet zo'n snelle verstaander als ik lichtelijk aan hyperventilatie lijd. Ik heb al 2 keer een tegenligger luid toeterend op ons af zien komen. Ik heb 't gevoel dat ik 't al 2 keer ternauwernood overleefd heb. Daar denkt de jongen wat milder over. Hij weet precies wat-ie doet. Zegt-ie. Hij legt z'n sigaret voor 'n moment in de asbak. Werpt een snelle blik in de spiegel.
Ik geloof 'm. Niet dat-ie weet wat-ie doet. Daar is-ie veel te roekeloos voor. In deze toestand weiger ik te geloven dat wat-ie ook doet met voorbedachte rade is. Dat kan niet, denk ik, als vanuit 't niets tegenliggers tevoorschijn komen.
Ik geloof 'm in z'n intentie rustig te zullen gaan rijden. Ik beding dat-ie geen auto's meer inhaalt.
'Is goed,' zegt-ie, terwijl-ie bij 120 km/uur door 't volgende dorpje scheurt. Geen andere weggebruikers te bekennen.

'Dus hier moet ik je afzetten?'
'Ja, da's 't dichtst bij m'n ouders huis. Maar hier kan je niet stoppen, dus stop maar op die parkeerplaats daar verderop.'
Te laat. We staan al midden op de weg. Op een witgeverfd gedeelte van de weg, vlak voor een vluchtheuvel die de bocht richting Den Helder afschermt.
'Jij houdt de knop van de deur vast. Ik zeg wanneer jij deur kan openen,' zegt-ie, terwijl-ie in z'n achteruitkijkspiegeltje naar 't achteropkomend verkeer kijkt.
Aan weerskanten van de auto scheuren de auto's voorbij.
'Ja, nu.'

Ik heb 'm niet bedankt. Vond-ie vast niet erg, hij had 't toch niet verstaan. Bij 't dichtslaan van z'n deur schoot-ie er als een komeet vandoor, nog net voor een auto langs. Ik kon niet de gehele manoeuvre zien. Ik moest rennen om tussen de auto's door op 't veilige fietspad te komen.

Men heeft toen tijdelijk liften in Zijperspace afgezworen.

pulk

Ik zat vorige week met een dame te praten. Of eigenlijk moet ik zeggen: ik kwam een stel tegen, waarvan ik de man kende, & daar maakte ik een praatje mee. Maar m'n aandacht werd getrokken door de dame. Niet om sexuele redenen. 't Was best een aardige dame om te zien, alles zat bij haar wel op de juiste plek. Op sommige plekken tamelijk meer dan 't ideale beeld ons mannen wil doen laten geloven dat perfekt is, maar 't leek in orde.
Misschien klinkt 't alsof ik haar aan 't keuren was, maar ook dat was er niet aan de hand. Ik zat doodgewoon naast haar, besefte me terdege dat zij de vriendin was van de man tegenover me, die ik reeds kende, & maakte een praatje. Zoals iedereen wel 'ns een praatje maakt met mensen die hij/zij toevallig ontmoet.

De 1 praat in zulke situaties wat meer dan de ander, voelt zich vrijer & heeft gemakkelijker gesprekstof voor de hand. Ik wil mezelf niet als prater omschrijven, maar op dat moment had ik geen moeite m'n mond te laten bewegen. 't Onderwerp was toevallig net van m'n gading. De man vulde de leegtes aan & de dame hield over 't algemeen haar mond. Ze stelde zo nu & dan een vraag & voor de rest keek ze vooral geïnteresseerd. Wist die houding in ieder geval goed voor te wenden.
Op zich een vanzelfsprekende situatie: de man & ik kenden elkaar, weliswaar vaag, maar in den vreemde nodigt dat als snel uit tot een gesprek. Zij zat noodgedwongen naast een wildvreemde, waarvan ze tot op dat moment niet wist dat ze iets gemeen met 'm zou kunnen hebben. Dat heeft invloed op je spontaneïteit. Waar ik volledig begrip voor heb, & ook op dat moment.

Hoewel ik me ogenschijnlijk er niet door liet afleiden, werden m'n ogen vanaf 't begin af aan afgeleid. Dat kwam door haar. Zij had in haar neus een pulkje zitten. Ik keek er recht tegenaan, elke keer als ik tijdens de conversatie haar in de ogen wilde kijken. 't Is toch een gesprek tussen 3 personen, dus eenieder heeft recht op een blik in de ogen. Maar elke keer werd m'n blik dat hele kleine stukje omlaag getrokken naar dat snotje in haar neus.
& Zoals ik al zei, 't was best een aardige dame om aan te zien, maar op dat moment vond ik haar neusgaten wel erg wijd opengesperd staan. Ik kon recht in 1 van haar, toch zeer private, lichaamsopeningen kijken. Om me daar geconfronteerd te zien met zoiets afschuwelijks als een snotje.

De gedachte schoot me ff te binnen dat ik haar op de hoogte moest brengen van haar euvel. Want zo zag ik 't op dat moment. 't Stelde mij in ieder geval niet toe in staat nog een normale conversatie met haar te voeren. Elke keer werd ik afgeleid door dat dingetje in haar neusgat. Haar linker, overigens. Voor mij rechts, voor haar links.
Ik kon me er niet toe zetten haar er op te attenderen. Dat zou alleen maar nog genantere situaties veroorzaken, dacht ik. Ik was bovendien de mening toegedaan dat haar vriend dat maar moest doen, zogauw ik 't terrein verlaten had. Daar had ze immers niet voor niets een intiemere relatie mee.

Toen ik eindelijk m'n glas bier leeg had, heb ik gezegd dat ik toch echt verder moest. Nee, nee, ik hoefde geen biertje terug. Ik moest echt weer 'ns gaan.
& Per ongeluk liet ik een papieren zakdoekje liggen op tafel. Die heb ik altijd bij me. Was toch 't minste wat ik kon doen.

In Zijperspace verlangt men naar een snotvrije horizon.

olympus

't Ding weegt slechts 60 gram, is 8 cm breed, 15 cm lang. Lekker licht & klein. Er zit alleen geen zakje bij waar ik 'm in kan stoppen. Dat vinden sommige mensen wel mooi. Daar ben ik laatst achter gekomen. Soms is 't zakje belangrijker dan 't artikel zelf. Sommige mensen vinden dat zakje mooier dan 'tgeen wat 't moet herbergen. Levert vaak een aandoenlijk gezicht op als zo'n emotie zich voor je afspeelt.
Ikzelf geef meer om 't kleine. Ik geef nog meer om 't lichte gewicht, want ik zal 't wel moeten dragen, denk ik er altijd bij. Des te lichter, des te meer ik mee kan nemen, luidt mijn devies.

't Zou ook kunnen betekenen dat ik geen aantekenboekje meer mee hoef te nemen. Maakt 't nog lichter. Hoewel ik daar nog niet meteen in geloof. Ik zal waarschijnlijk m'n gedachten ook in zinnen, vastgelegde zinnen willen vertalen. Zinnen die vast staan, waar je niks meer aan hoeft te veranderen. Daarvoor heb ik meer nodig dan alleen m'n stem. Die brengt toch slechts wat brabbelende steekwoorden voort. Ik blijf denk ik behoefte houden aan pen & papier.
Waarschijnlijk zal ik er ook aan moeten wennen. Vooral aan 't afluisteren ervan. Je eigen stem klinkt nou 1maal als de meest afschuwelijke stem ter wereld. & Omdat ik dat inmiddels weet, hou ik daar bij 't inspreken al rekening mee, heb ik gemerkt.

't Is op zich wel raar. Ik wilde slechts rondkijken in een mega-store. Multi-media heette die winkel. Of moet ik store ipv winkel zeggen. Maar goed, 't leek me een uitdaging. Prijzen bekijken. Prijzen gulzig tot mij nemen. Kijken hoe lang ik zou kunnen blijven rondkijken in zo'n mega-store.
Van te voren had ik huiswerk gedaan. Op internet had ik bij div online-winkels de prijzen van magnetrons vergeleken. Leek me handig om dat als achtergrondkennis mee te nemen, want dat is de machine waar ik de meeste behoefte aan heb. Hoewel je behoefte aan een breedbeeld-tv wel snel groter wordt als je in zo'n mega-store rondloopt.

Magnetrons zijn best duur, als je je volledig bewust bent van de waarde van de euro. Dat ben ik inmiddels. Vooral de magnetrons die alles doen wat je wilt zijn duur. Ligt meestal aan de hete lucht die ze kunnen produceren. & Ik wil graag dat m'n volgende magnetron hete lucht kan produceren.
Ik blijf in dat soort winkels niet te lang naar dingen kijken die ik te duur vind. Ook niet naar dingen die ik graag zou willen hebben, maar te duur vind. Dan kijk ik liever naar video-banden die per pakket van 4 in de aanbieding zijn. Of naar laptops die een prachtig beeld geven als ze op je schoot liggen, maar waarvan ik zeker weet dat ik ze nooit in m'n leven nodig zal hebben. Denk ik voorlopig nog ff. Of naar draadloze telefoons. Of naar digital voice recorders.

Ik droomde weg naar m'n volgende vakantie. Droomde me weer met een rugzak op, meimerend in mezelf, zoals 't een mijmerende wandelaar betaamt. Zwaar behoefte voelend m'n mijmeringen op papier te zetten, maar er op vertrouwend dat m'n geheugen bij deze belangrijke, o zo belangrijke mijmering, me niet in de steek zou laten.
Ik word vaak teleurgesteld. Vaak ook door mezelf. M'n geheugen heeft dat over 't algemeen op z'n geweten. Als m'n geheugen al een geweten heeft. Want hij is behoorlijk medogenloos.
Vanaf heden hoef ik geen rekening te houden met de eigenschappen van m'n geheugen. In ieder geval niet met een onbetrouwbare eigenschap ervan.

Ik zat laatst te denken dat de aanschaf van m'n schoenen toch wel 1 van m'n grootste investeringen ooit was, als je de prijs relateerde aan de grootte. Prijs per kubieke cm, zeg maar. Dat gaat sinds de aanschaf van de Olympus-digital voice recorder VN-900 niet meer op.
Zal ik 'm maar een digitaal geluids-opname-apparaatje gaan noemen? Hoef ik de naam mega-store ook niet meer te gebruiken.

Vanaf heden wordt er weer volop gemijmerd in Zijperspace.

goedmakertje

Eigenlijk is m'n hele dag bedorven door 't weer. Niet dat ik me er wat van aantrek als ik de straat op ga. Weer of geen weer, Ton gaat er op uit. Ik stel 't hooguit een paar minuten uit als een stortbui zich voordoet; 't is nou 1maal lekkerder werken in droge kleren. Fluitend doorsta ik de hevigste miezer & sneeuwbuien deren mij niet. Ook niet in storm-vorm. Daar geniet ik juist van.

Daarentegen laat ik me wel naar huis sturen als m'n droge kleren voor de rest van de vakantie op zijn, & er geen vooruitzicht is op enige droogte.
Waardoor ik hier zit. Al 2 dagen ben ik al thuis. 2 Dagen te vroeg dus.
Ik zie me gedwongen andere bezigheden te vinden, zodat ik de dag niet totaal verveeld hoef door te komen. Ik bracht de ganse dag afgelopen weekend met wandelingen door. Uren waren al voorbij eer ik m'n tent kon opzetten. Nog een uur verder ging ik aan m'n eten beginnen. Uiteindelijk hield ik gedurende de wandeldagen slechts een paar uur over om ontspannend lezend door te brengen.
Nu moet ik weer aan die vrije tijd wennen.

Gelukkig hebben we Wimbledon & 2 nederlanders die in de ¼-finales zijn doorgekomen, dacht ik maandag-avond. Helaas is 't daar 'tzelfde weer als dat 't hier is. Misschien nog wel erger. Waardoor ik uren zit te wachten tot 't spel wordt hervat. & Uiteindelijk gefrustreerd laat ga eten, omdat 't er niet meer inzit voor die dag.
's Ochtends zet ik de tv vroeg aan. Zo snel mogelijk wil ik op de hoogte zijn wanneer 't spel hervat gaat worden. Ik vergeet helemaal dat ik daarvoor internet kan gebruiken. Al weken kijk ik geen nieuws meer op tv, maar nu zie ik me meermaals gedwongen 't RTL-nieuws (Z-nieuws noemen ze dat, weet ik sinds gister) te volgen. Onbewust weliswaar, maar m'n blik blijft op de beeldbuis gevestigd.
Als ik besluit toch maar 'ns de deur uit te gaan, zie ik me vervolgens in m'n stamcafé gedwongen naar een onscherp beeld te kijken. Zonder geluid; dat zou de lunchklanten onnodig storen. Dus ga ik op gegeven moment maar weer naar huis, want deze tv kan mij niet meedelen of & hoe laat 't spel hervat gaat worden. Vlak voor 't punt dat er mogelijk gezelligheid aan de bar ontstaat. Nee, ik moet naar huis.

Want Kraai gaat de dag goed maken in Zijperspace.
Update: 't Was 't wachten meer dan waard.

de reis, niet 't doel

''t Is de reis, niet 't doel,' zei ik, in antwoord op de vraag of ik enig doel had met 't wandelen. Daarbij bedacht ik me meteen dat ik die woorden tijdens deze wandeling slechts 1 keer letterlijk door m'n hoofd had laten gaan. Ik zie 't beeld nog voor me van dat moment: op een voetpad; ernaast 't rode pad voor de fietsers; 't gras aan de kanten was groen; de hemel blauw. Kortom, 't kon overal tijdens de wandeling zijn geweest.

't Gaat tijdens de reis om me in m'n 1tje te begeven door de natuur, waar bijna geen ander mens zich laat zien. Slechts een enkeling heeft weet van dat ik daar aan 't wandelen ben. Terwijl verderop iedereen massaal anoniem over de wegen scheurt, begeef ik me stap voor stap traag door 't landschap. Elk levend wezen langs 't pad ziet me voorbijtrekken.

Soms gaat 't ook om schoonheid, die ik maar niet denk te kunnen ontdekken. Waarvoor al die moeite, denk ik dan, als m'n hoofd niet kan bedenken dat de natuur in al z'n simpelheid die schoonheid is? Maar ook dat doet een schoonheidservaring niet beleven. Totdat ik plots bedenk dat ik langs de plaats loop waar kabouters & elven zouden moeten kunnen bestaan. Als er ergens ter wereld een plek zou zijn waar dat mogelijk is, zou dat deze plek moeten zijn. & Terwijl ik dat denk, loop ik gewoon door.

't Gaat om de pijn die 't kost de hele dag veel zwaarder te lopen dan ik in 't dagelijks leven gewend ben, maar waarbij die pijn zo'n vast onderdeel van 't ritme van de beweging wordt, dat ik me de dag niet meer anders kan voorstellen. Zoals ook de kreun die de rugzak bij elke stap maakt, een vast onderdeel wordt. Dat ritme dwingt me de volgende stap te nemen, steeds dichter bij, steeds verder weg van 't doel.

Elk jaar bedenk ik me dat tijdens m'n vakantie. 't Past ook wel bij me, 't streven naar de reis & niet naar een uiteindelijk doel. & Bij m'n manier van vakantie vieren. Ik ben niet echt een persoon die rustig op 1 plaats kan bivakkeren. 't Reizen, cq wandelen, geeft me een reden om niet te lang op dezelfde plek te blijven hangen. 't Camoufleert m'n onrust.

Ik liep verder nadat die vraag me gesteld was. Tegen beter weten in, want ik bedacht me dat 't hoogtepunt van de reis al achter de rug was. Dat ik mensen ontmoet had & de wandelroute die in 't boekje beschreven stond aan z'n eind liep. Ik zou een nieuw boekje moeten kopen om de vervolgroute te kunnen lopen. Mensen die ik wilde ontmoeten zou ik niet meer ontmoeten. In ieder geval niet als ik verder zou gaan.

Net als toen ik liftend naar Åland ben getrokken. De hele tijd onderweg, de hele tijd bezig mezelf een lift te bezorgen, of anders een plek om m'n tent neer te zetten. De hele tijd in mezelf herhalend dat 't de reis was, niet 't doel.
Totdat ik op Åland aankwam & al snel besefte dat ik geen doel meer had. Want de reis was over.

Er was geen reden meer om te blijven. Ook niet meer om verder te gaan. De regen die door bleef spetteren versterkte dat gevoel. Vooral omdat de tent nat & zwaar de rugzak in moest, ik geen schone droge sokken voorradig had & de handdoek niet meer geschikt was om af te drogen. Dat maakte de beslissing gemakkelijker.

De reis was ten einde, 't doel voorbijgestreefd.

Maar wat geven wij om doelen, uiteindelijk in Zijperspace?

vliegjes

Er zitten kleine vliegjes in de lucht, die plots tevoorschijn komen. 't Zou ook kunnen dat ze zich de hele tijd tussen 't gras begeven & dan omhoog springen. Dat weet ik niet. Ik zie 't niet gebeuren. Ik zie ze alleen telkens weer op m'n boek terecht komen.
't Ene moment is m'n boek leeg, kan ik alle letters lezen die zich voor mij tentoon spreiden aldaar, 't andere moment zitten er opeens 2 vliegjes op m'n boek. Altijd 2. Die 2 letters gedeeltelijk bedekt houden. De 1 is groot, de ander de helft. Je zou kunnen zeggen: een hele & een ½e.

Ze lijken ook zo plompverloren daar op m'n boek terecht te komen. Alsof ze van bovenaf er op worden gesmeten. Whhaaaaaaapppp (zo'n geluid stel ik me er dan bij voor): daar zitten ze. Opeens.
& Allebei zijn ze groen. Moet ook wel, want anders had ik ze eerder kunnen zien. Als ze tenminste uit 't omringende gras afkomstig zijn. Gelukkig zijn ze niet wit, of erger: gebroken wit. Dan had ik nogeneens hun aanwezigheid op m'n boek waar kunnen nemen. Wat een rare typografie, had ik dan misschien gedacht.

Ik blaas & ze zijn weg. Een minuut later doe ik dat bij de volgende 2.

Vakantie is een aaneensluitend avontuur in Zijperspace.

bingo

Ik heb trek in een blikje bier. Dat schijn ik op deze zaterdagavond nog te kunnen halen bij de snackbar, die onder 'tzelfde dak als 't café-restaurant zit. Waaronder ook de grote zaal zich bevindt.

'OTTO 35.'

't Geheel ziet er lekker ordinair uit. 10 Snorren & 5 mollige dames op pantoffels minder & ik had er heel anders over gedacht. Nou ja, als ook die stem wat minder in m'n oor knetterde.

'NICO 18.'

Een dikke jongen (met snor) bedient de klanten van de snackbar. Hij is ijverig in 't voorlaten van de reguliere bezoekers. Vooral dan de mannen die hun vrouw net hier hebben afgezet & in 't naastgelegen café zich te goed doen dankzij de goedkeuring van 't vrouwtje. 't Is zaterdag, ze hebben allebei vrij. Die mannen roepen hun bestelling door de afscheidende tralies & krijgen een minuut later hun snack aangereikt. De rest wacht.

'GERARD 19.'

Zou niemand door hebbben dat die mikrofoon veel te hard staat? Ik kwam aanlopen & buiten schelde haar stem al in m'n oren. & Terwijl de versterker al op een te hoog nivo staat afgesteld, lijkt ze de nrs er ook nog eens in te moeten schreeuwen.

'ISAAK 23. BINGO VOLGT.'

FF rust. De dames kunnen afgunstig kijken naar 't meisje dat 't podium mag beklimmen, waar de dikke omroepster de kaart controleert. Ze neemt er de tijd voor. De dames moeten immers de hele avond beziggehouden worden.

''T WAS EEN GOEDE BINGO. WE GAAN NU VOOR DE VOLLE KAART.'

Later op de avond heb ik trek in nog een blikje bier. Buiten hoor ik de stem van de omroepster niet schallen, 't lijkt rustig. Een heel verschil met mijn kant van de camping, waar de boxen van een auto lijken te kunnen fungeren als die van een disko. Ik kan 't bij 't café-restaurant nog horen. Toch 100 meter verder, schat ik.
Zogauw ik echter 't recreatie-gedeelte van de camping betreed, begint de dame met haar schelle stem weer te gillen.

'WE GAAN BEGINNEN. KUNNEN DE DAMES HUN GILLENDE KINDEREN VASTLEGGEN. DAN KAN IEDEREEN MIJ VERSTAAN.'

Ik ben 't systeem van bingo allang al vergeten. Welke nrs onder welke letters horen, weet ik niet meer. 't Is lang geleden dat ik met kinderbingo mocht meedoen bij de speeltuin. Dat was toch een aardige man. Een man met een zeer rustige stem. Zodat wij kinderen ons volledig konden concentreren op de bingo-kaart.
Dat was ook altijd op zaterdag. Was m'n moeder een tijdje van ons af.

'WE GAAN NU VOOR DE 'N'. DUS DE 2 ZIJKANTEN & DAN VAN LINKSBOVEN NAAR RECHTSBENEDEN DE SCHUINE LIJN.'

Volgens mij deed die man in de speeltuin 't ook zonder mikrofoon. Hij kwam vanzelf wel boven de kinderen uit. Die waren toch rustig door de spanning.

'NICO 45.'

Vakanties & speeltuinen dienden vroeger voor de rust van de mens in Zijperspace.

trip

Ik zit nog steeds op de 4 balkjes als m'n 3 belgische buurjongens 't toilet uitkomen. Ietwat wanordelijk doen ze dat. De 1e loopt meteen richting tent, de andere 2 lijken hun meningsverschil ter plekke te moeten oplossen. Op een meter afstand van mij. Zodat 't lezen van m'n boek moeilijk zal gaan.
Björn (hun namen kom ik later te weten) probeert zich los te rukken van 't vermanend gepraat van Pascal. Die houdt 'm op een gegeven moment zelfs vast.
'Nee, ge moet niet over de camping heen gaan & uzelf voor iedereen te aap zetten.'

Een ½ uur eerder was Björn al op mij afgekomen, toen ik hun tent passeerde.
'Heer, ik moet u iets persoonlijks vragen. Ik hoop dat ik u er niet mee ontrief. 't Is nl dat mijn moeder een ongeneeslijke bloedziekte heeft. Daardoor vindt er teveel stolling in haar aderen plaats. Mijn lichaam is met 'tzelfde door erfelijkheid belast. Daarom heb ik medicijnen nodig, zodat er wat vedunning kan plaatsvinden. Ik wil u verzoeken mij met de auto naar een apotheek te brengen.'
'Sorry, maar ik ben hier lopend gekomen.'
'Ah, u heeft geen auto. Dan zal ik mij tot de receptie moeten wenden.'

Ze lijken mij in hun discussie te willen mengen. Terwijl ze praten vallen hun blikken geregeld op mij. Björn heeft in ieder geval de neiging om naast mij op 't bankje te gaan plaatsnemen, maar draait zich 1st om. Hij houdt z'n polsen onder een straal water uit de kraan. Ondertussen praat-ie verder. Pascal neemt 't bankje aan de andere kant van de toiletdeuren in beslag.
'Hij heeft een bad trip,' vertelt Pascal mij. Oja, vandaar die ogen gericht op mij, bedenk ik me.
'Daar had ik ook last van,' gaat Pascal verder, 'maar ik ben er weer uit gekomen. Hij denkt dat-ie ernstig ziek is. Maar hij is gewoon moe van de afgelopen dagen. Net als ik.'

Dat heeft Pascal me al eerder uit de doeken gedaan. Toen ik 'm vanavond om een vuurtje voor m'n brandertje vroeg, begon-ie als vanzelf te verhalen over hun reizen van stad naar stad & hun tekort aan slaap. Ik had blijkbaar een verkeerde vraag gesteld, of niet door gehad wat voor effekten 't stellen van vragen kan hebben in de vlaamse conversatie, want hij stak meteen daarmee van wal. Ze waren in wel 5 steden geweest in 3 dagen tijd, div festivals bezocht; nu zouden ze eigenlijk ook nog naar Kopenhagen trekken, via een stad in Duitsland. Maar ze zouden hier 1st gaan rusten; 't was misschien een beetje te veel geweest. Waarschijnlijk zouden ze Kopenhagen laten zitten. Duitsland ook.

'Zou je niet wat suiker nemen,' stel ik voor, 'dat ontnuchtert als je te veel geblowd hebt.'
Ah, toch een luisterend oor, denken de jongens, want ze luisteren een tijdje naar me.
'U blowt ook?' vraagt Pascal.
'Nee, niet meer. Maar waarschijnlijk heb ik vroeger meer geblowd dan jullie tot nu toe met z'n 3-en.'
Toch raken de ogen van de jongens weer door elkaar afgeleid. Björn zit in z'n angst, Pascal in z'n missie Björn te overtuigen van z'n waanbeeld.
'Kom,' zegt-ie, als ik langs ze sluip om naar m'n tent te gaan, 'ge moet gewoon naast ons komen liggen. Er is niets aan de hand. Als u morgenochtend wakker wordt, zal alles in orde blijken.'

'Gaat u rustig slapen, meneer. Er is niets aan de hand.'
Er is wel iets aan de hand. Anders staat die politie-agent niet midden in de nacht met z'n zaklantaarn in m'n ogen te schijnen. & Anders zouden ze m'n buurjongens ook niet ondervragen of ze drugs bij zich hebben.
Ik moet m'n tent weer in, van de agent. Komt ook wel goed uit, want dan kan ik me beter op 't gesprek concentreren.
De jongens worden ondervraagd over hun drugsgebruik & de toestand van Björn voordat-ie 'm gesmeerd is.

Op gegeven moment trek ik toch maar m'n broek aan om naar de wc te gaan. In m'n onderbroek voel ik me niet op m'n gemak met die uniformen in m'n nabijheid. & Tegen een boom pissen kan je beter niet doen als er 2 agenten & een beheerder enkele meters van je af staan.
Ik maak van de gelegenheid gebruik om m'n dorst te lessen op 't toilet. Met een droge mond zal ik toch niet meer in slaap kunnen vallen.
Ik passeer op de terugweg opnieuw de tent van de belgische jongens. De agenten doen de jongens verslag van de laatste info die op de receptie is binnengekomen.
Björn zat daar. Al een tijdje. 't Zou goed met 'm komen. Z'n vader was al vertrokken vanuit Kortrijk om 'm op te komen halen.

We konden gerust gaan slapen in Zijperspace.

bewaking

'Is dit bewaking?'
'Sorry?' is mijn reaktie. Dit soort opmerkingen versta ik nou 1maal niet spontaan, als 't op mij slaat.
'Is dit bewaking?' herhaalt de dame in haar gang naar de deur van de toiletten.

Ik zit op 4 dunne stalen balkjes, die tezamen iets van een bankje moeten voorstellen. Tegen de muur van de toiletten aan. Voor me is de was-gelegenheid gesitueerd.
De 4 balkjes vormen niet de meest ideale ondergrond voor m'n billen, maar zodoende zit ik in 't schijnsel van 't buitenlicht van 't toiletblok. Kan ik de letters van m'n boek lezen. Dat valt voor m'n tent niet vol te houden, liggend op de grond met slechts een minuscuul zaklantaarntje.

'O, nee, nee,' haast ik me te zeggen. 'Dit is de enige plek op de camping waar ik normaal kan zitten.'
'Oja, je hebt hier licht,' merkt ze ondertussen zelf op.

'Voelde je je een beetje veilig?' vraag ik de dame enkele minuten later, op 't moment dat ze 't sanitaire blok verlaat.
'Oh, ja, ja,' ontwaakt zij uit haar gedachtes, 'ik heb heerlijk ontspannen zitten plassen.'

Ongemerkt hebben we zo onze verantwoordelijkheden in Zijperspace.

ideaal

Ik probeer 't 1 keer uit te leggen. 1 Keer, daarna niet weer een keer.
Mocht men 't niet begrijpen, dan is 't jammer. Ik heb m'n best dan gedaan; meer kon ik niet doen. Vooral niet in deze ingewikkelde materie.
Eigenlijk is 't dodelijk simpele materie, zolang je er niet over nadenkt. Ik ben erg goed om ogenschijnlijk simpele dingen ingewikkeld te maken. & Omgekeerd. Of zo men 't uitleggen wil.
Mocht men 't toch willen begrijpen, is 't aan te raden 't nogmaals van voor af aan te lezen. Niet dat dat iets oplost, maar de illusie is dan voor jezelf geschapen dat je er alles voor hebt gedaan.

Als je wandelt & er fietst iemand voorbij, dan heb je punt A. Punt A is op zich al een uniek punt. Speciaal geval, van rechtruggende grassprietjes, verdorrende helmstengels, legers stampende mieren. Tezamen op 1 punt, in dezelfde straal gelegen als de fietser-voetganger, oftewel: in 't verlengde ervan.

Punt B ontstaat op soortgelijke manier, maar ditmaal door 't passeren van een volgende fietser. Andere fiets, ander persoon, misschien zelfs ander uiterlijk, maar dat is niet ter zake doende.
Enig speciaal gevoel kan men ook hechten aan punt B, maar gewenning ontstaat reeds. Bovendien moeten we verder.

Punt A1 is 't punt waar de 1e fietser uit beeld verdween voor de voetganger. Hierbij is concentratie vereist, wellicht een bril, om juist te constateren waar dit punt zich bevindt.

Tussen punt A & punt A1 ligt een aantal stappen. Stappen door de voetganger afgelegd. Die stappen zijn geteld. Als 't goed is heeft de voetganger dat zelf gedaan. Wie moet zich anders bezighouden met deze zinnigheden, slechts een voetganger, men moge hem ook wandelaar noemen, toebedeeld. Tijd te veel, gedachten lichtelijk op hol, door een overdaad aan onzinnigheid onderweg ontstaan.
Goed, stappen zijn dus geteld.

Punt B1 wordt op dezelfde wijze vastgesteld als punt A1, maar nu natuurlijk mbv de 2e fietser.

Daarnaast worden de stappen tussen punt B & punt B1 geteld. Ook de stappen tussen punt A1 & punt B zijn noodzakelijk voor 't bepalen van de unieke plek C.

De unieke plek C, vanaf hier punt C genoemd, kan bepaald worden door vanaf punt A1 de stappen te tellen totdat fietser 2 inhaalt (dat is punt B). De stappen die geteld worden vanaf punt B tot aan punt B1 zijn noodzakelijk voor 't bijwandelen vanaf punt C. Want dat levert 't meest ideale plekje D op. Daar zou 't allemaal gaan gebeuren.

Waarom weet ik niet. Maar dat had ik bedacht tijdens 't wandelen. Ik wist ook niet wat ik ermee moest. 't Hield me in ieder geval een tijdje zoet. & Ik keek weer 'ns op een geheel andere manier naar de voorbijtrekkende fietsers.
Ik was 't alweer vergeten voordat ik 't meest ideale plekje D bereikte. Ik snapte eigenlijk zelf al niet meer wat de bedoeling & de werkwijze ervan was. Gelukkig maar, anders had ik er misschien nog wel geloof aan gehecht ook.

Vooralsnog geen meest ideale plek in Zijperspace.

thuis

Ja, ik ga zo eten, ik ga zo eten. Maar 1st nog ff dit. Een klein stukje schrijven. Schrijven & drinken. Want met drinken denk ik beter, denk ik wel 'ns. Meestal heb ik gedronken als ik dat denk.
Dus nog ff, & dan ga ik eten. Stop ik ook met denken. Val dan lekker te pletter op m'n bank. & Ga ik eten.

Vanaf ½ 4 heb ik de klok in de gaten gehouden, om te kijken of ik nog op tijd thuis zou zijn om in ieder geval nog een cd te kunnen kopen om m'n plotse thuiskomst te vieren. Aangezien 't lukte, kon ik net zo goed meteen 't boekje met de routebeschrijving van de volgende wandeling aanschaffen. Die winkel was ook nog net open. Dan is die er in ieder geval, dacht ik, mocht ik binnenkort aan de volgende tocht willen beginnen.
Daarna nog meer geld uitgegeven: 't gevoel enkele dagen op een minimaal budget geleefd te hebben, moest gespiegeld worden in 't moment van thuiskomst. Tussen een kwartier vóór sluitingstijd & 5 minuten erná was dat gevoel bevredigd.

Ik probeerde ook 't moment van de 1e aanraking met m'n comp uit te stellen. Dat maakt 't leuker. Net als dat ik vroeger thuis kwam & m'n deurmat onder de brievenbus een heuveltje van post was. Dat ik dat pas ging bekijken als de vervelende dingen zijn gedaan, om 't genot te vergroten, na afloop van die liefst gemeden taken. Natuurlijk met de veronderstelling dat er geen onverwachte rekeningen bij zaten.
Dat is bij meel tegenwoordig niet zo snel 't geval. Ook niet met de kijkcijfers. Of reakties op schrijfsels. Daar zitten meestal geen nare connotaties bij. Wat bij post nog steeds wel 'ns voor kan komen.

Naast die geneugtes van 't weerkeren thuis, schieten er me ook momenten van de afgelopen dagen binnen. 't Waren er slechts een paar, maar bij mij zijn een paar dagen altijd zo intensief dat ze minstens weken lijken.

Waarom ik 't ging doen, zo'n wandeling, vroeg de moeder van Puck. & Er kwamen hele verhalen m'n mond uit getoverd. Belachelijke dingen, oa over mezelf kastijden; over de reis, niet 't doel; over grijs haar, van m'n neef, & te weinig bij mij; misschien ook nog wel over m'n vader. Ik zat opeens in m'n praatstoel, voor de comp van Puck, eigenlijk met 't doel een korte impressie over m'n wedervaren op m'n blog te plaatsen. Daar kwam ik niet aan toe, m'n mond had de taak van verteller overgenomen van m'n vingers.

& Momenten van niet adem kunnen halen door m'n neus. & Natte kleren. & Vermoeide benen. Maar we zijn sterk, dramt 't door m'n hoofd, sterker dan de elementen. & De spieren willen doen laten geloven.

't Niet denken tijdens 't wandelen, geen belangrijke dingen denken. Terwijl ik 1000-en malen m'n ene voet voor de andere plaats. M'n gewicht torsend & dat van m'n rugzak. Een totaal leeg vat zijn gedurende de wandeling. Veel zinnigs komt er in, weinig zinnigs komt er uit.

Maar bovenal 't elke keer weer m'n rugzak inpakken. 't Proppen; 't meten wat waar 't best past; 't straktrekken; 't herzien & opnieuw ergens anders stoppen; 't vergeten & er weer uit halen.
Vooral dan op 't moment dat Puck naast me zit. Terwijl ik er om moest denken, had haar moeder gezegd toen ik haar tegenkwam bij de deur, want tijdens m'n afwezigheid had ze geslapen & ze was nog maar net wakker. Doe maar voorzichtig, voegde ze er aan toe. Ach, ik kom m'n rugzak ophalen & ben direkt weg, zei ik.
Dus Puck die naast me zit toe te kijken hoe ik alles herschik. Spullen er uithaal, t-shirts wegstop, & 't geheel toedruk. Hoe ik onhandig bezig ben, eigenlijk.

Ze lacht naar me. & Ik vind 't opeens leuk ff onhandig & slordig te zijn.

Zo'n moment dat je denkt: dit ga ik onthouden.
Maar elke keer dat ik er aan terugdenk, lijkt 't vager te worden. Elke keer lijkt er iets van 't beeld weg te slijten. Des te meer ik 't koester, des te verder 't weg lijkt.

Zijperspace is thuis, weg is lang weg.