synoniemen

Omstandigheid 1:
Ik heb de hele maand zonder geld gezeten. (Enigszins overdreven: ik had nog wel geld voor eten & drinken, kreeg zo af & toe wat fooi & doordat ik alleen maar werkte, had ik bijna geen tijd om dat beetje geld uit te geven. Uiteindelijk bleek ik bovendien de mededeling van de pin-machine verkeerd geïnterpreteerd te hebben: € 150,- is áltíjd 't maximum bedrag dat ik in 1 keer via pin op mag nemen. Aldus heb ik de laatste week de schade van niet spenderen redelijk in kunnen halen. Maar 't gaat om 't gevoel dat ik die andere weken had.)

Factor 2:
Tijdens m'n zelf-opgelegde studie van de literatuur die Ronald Giphart tot dusver schreef, kwam ik een mededeling tegen waarin Giphart beweerde dat 't Groot Synoniemenwoordenboek onontbeerlijk was voor een zichzelf respecterend schrijver. Ik moest toen denken aan 't Synoniemen Handboek van Jef Anthierens, dat mijn boekenkast akelig duidelijk schamel siert.

Gebeurtenis 3:
Ik heb enkele malen in een boekwinkel gestaan. Zonder geld. Alsof ik de hongerwinter had meegemaakt & de etalage van de banketbakker niet kon passeren zonder 5 minuten smachtend de gebakjes visueel af te lebberen.

Oorzaak 4:
Ik heb xtra veel gewerkt. Ik heb daardoor gister xtra veel geld mee naar huis kunnen nemen. Ik kan in 't weekend niet naar de bank om m'n geld veilig weg te leggen.

Aanleiding 5:
Ik passeer altijd een boekwinkel als ik brood ga halen.

Ik wist waar ik moest kijken. Dat soort boeken plaatsen boekhandels nl altijd achter de toonbank. Achter de rug van de verkopers. Naast 't van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal in 3 delen. Naast 't Chronologisch Woordenboek. Naast de van Dale Idioomwoordenboek.

'Nee,' zeg ik, 'jullie hebben 't van Dale Groot Synoniemenwoordenboek niet in huis.'
& Alsof ik niet zou weten hoe 't er uitziet, niet zou weten waar 't normaliter zou moeten staan, kijkt de dame in dienst achter haar rug naar de boeken uitgesteld in de wand.
'Nee,' zegt ze dan, 'hij staat niet in de kast,' waarop ze richting comp beweegt.
'Jammer,' zeg ik snel, voordat ze me opdringt dat ze 'm voor mij zal bestellen, 'dan zal ik 'm ergens anders vandaan moeten halen. Ik heb 'm vandaag nodig.'
't Is tenslotte een kwestie van leven & dood.
Maar 't trouwe boekendienstertje blijft staren op haar beeldscherm. Ik zie mij gedwongen nog een minuut in afwachting van welke mededeling zal gaan komen te blijven staan. Ik ben nou 1maal een beleefdheidsrakker.
'Nee,' volgt eindelijk de conclusie, 'we hebben 'm momenteel niet.'

Vervolgens heb ik 2 straten, oftewel 200 meter, de tijd om na te denken of ik m'n ontbijt nog 20 minuten ten dienste van de lekkere lettertrek zal uitstellen. & De dichtstbijzijnde betere boekhandel op zal gaan zoeken.

Wederom zelfde situatie. Achter de toonbank moet ik m'n blik werpen. & Me vooral niet af laten leiden door 't aangename uitzicht dat 't nog net de minderjarigheid ontgroeide helpstertje mij kan bieden.
'Kan ik u helpen?' luidt haar vraag.
'Ja, ik wilde 't Groot Synoniemenwoordenboek hebben,' zeg ik resoluut.
Wat een heerlijkheid om 's ochtends in de vroegte zo'n verzoek van € 72,- te doen. Alsof 't iets heel vanzelfsprekends is.
't Meisje zoekt. Ik wijs aan met de mededeling, de ook al zo vanzelfsprekende mededeling: 'Naast 't van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal. & Naast 't Chronologisch woordenboek,' waarbij ik een teder-vrolijke glimlach lach.
Ik reken met haar af, m'n portemonnee met veel te veel geld tonend. Ja, 't is zaterdag vroeg in de ochtend & ik heb veel geld op zak; daarom ben ik bij jou, lijkt m'n portemonnee uit te stralen.

Ze stopt m'n 1209-bladzijden-tellende boek in een tas.
'Lekker zwaar, hè?' zegt ze, terwijl ze me 't overhandigt.
Als ik later groot ben, wil ik zo'n vrouw, bedenk ik me. Een vrouw die weet wat opperst genot is.
'Daarom voel ik me ook zo voldaan als ik met dit soort boeken op huis aan ga.'
Ik leg 'm voor in m'n bakje op de fiets. Naast 't verse Waldkornbrood.

Hoe schoon de ochtenden kunnen wezen in Zijperspace.

beloven

& Ik beloof: ik zal m'n leven beteren. Ik zal trachten een beter mens te worden. Aandacht voor anderen zal vanaf heden hoog in m'n vaandel staan. Vergeetachtigheid is iets dat toebehoort aan vroeger tijden. Waarachtig, oprecht, bezorgd, teder & voortvarend in 't beantwoorden van een ieders wensen zal vanaf nu m'n doel, m'n streven zijn in 't bejegenen.

Of zoals we vroeger zeiden, zacht & genegen tot de dames: 'Ach, ik ben niet zo moeilijk.....

MAAR IK BEN ZEKER NIET MAKKELIJK.'

Waarna we de rug toekeerden. & Wachtten tot de tuut in de oren & andere lichaamsdelen afgelopen was.

Maar meestal zagen we ze dan niet meer terug.

Of we zeiden dat we de zoons van de slager waren.
'Jullie kwamen altijd bij ons langs. Woonden jullie niet op 't 4e huis vanaf de hoek?'
'Nee, de 5e,' werd er dan geantwoord, 'op nr 11.'
'Ja, naast jullie woonde die vrijgezelle dame. Wij gingen nog wel 'ns bij haar op bezoek.'
'Nee, dat was 2 deuren verder.'
'Ja, toch. Jij moet dan Pieter zijn. Of Peter. Nee, Peer.'
'Nee, Pierre was m'n oudste broer.'

'In welke stad was dat eigenlijk, toendertijd?' vroegen we dan na afloop. 'O nee, dat kan niet. Daar hebben we nooit gewoond.'

Maar ik beloof, zonder wederom af te gaan dwalen. Ik beloof, zonder onoprecht over te willen komen. Ik beloof, zo 's avonds laat, de mooiste tijd om de dag ervoor te vergeten. Ik beloof, ik heb helaas geen onderpand om 't beloven kracht bij te zetten. Ik beloof, klaar & helder. Je weet dat ik beloof & er zelf gelijk in geloof.

'Mag ik ff met je dansen,' vroegen we dan, terwijl ik lichtelijk verontrust m'n blik over 't lichaam van de vrouw liet gaan. Zeer licht verontrust. Zou ze 't wel uithouden?
Maar daar ging haar lichaam al. Haar benen schoten onder haar voeten vandaan. Of was 't andersom?
'Maat houden!' werd er geroepen.
Gierend gingen de vrouwen meestal tenonder. Niet laten kennen dat er geen maat te houden viel. Terwijl 't lichaam al de andere kant op werd gegooid. Of achterover. Keurig in de houding evengoed. De hand op de juiste plek, de schouder tegenover de schouder. Maar ze kon geen maat houden. Geen enkele vrouw zou dat kunnen. Terwijl de heupen opnieuw een oplawaai kregen om de benen nogmaals stereo van de grond te krijgen.
'Ik zei toch: maat houden!'

Ik ga vanaf nu... Ik doe 't voortaan beter.... Ik weet dat 't anders kan...

U hoort van mij. Ik beloof. Ik zal volhouden te gedragen alsof ik beter kan. Ik zal niet spugen, liegen, vuilspuwen, vloeken, afbekken of beschimpen.

Ik ben eerlijk. Al veel langer dan 't begrip zich uitgevonden heeft. Ik zal je niet verlaten, noch mezelf. Ik weet wat goed voor ons is.

Of soms ook. Stond de broek ons op de knieën, achter de draaitafel, terwijl we luisterden naar wat men wilde horen.
'Welk nr?'
'Hoe spel je die naam?'
'Wacht ff. Ik vraag ff of die misschien net is aangeschaft.'
'Is dat 't nieuwe nr van the Smiths?'
'Is jouw moeder dan ook zo dik?'
Dan vonden we 't weer tijd worden de broek op te trekken. & Hadden we 't singletje plots gevonden. Onder in de bak.

Ik blijf voortaan thuis in Zijperspace.

efficiënt

Ik heb tegenwoordig de kwalijke neiging zo min mogelijk & liefst eigenlijk helemaal niet perse de deur uit te willen. Dit gelukkig gecombineerd met de eeuwige drang per dag toch een wijl buiten te zijn geweest. Klinkt misschien ietwat tegenstrijdig, maar ik leef m'n leven lang al met die laatste neurotische afwijking, dus voor mij niet meer dan logisch.
Maar als ik weet dat ik 's middags vanwege werk gedwongen ben 't huis te verlaten, heb ik geen zin m'n boek neer te leggen om des ochtends bijv boodschappen voor 't avondeten te gaan doen. Dat doe ik liever 1maal wekelijks. In grote hoeveelheden. Zodat ik bijna niet meer op m'n fiets kan plaatsnemen. & Anders wel bijna 't evenwicht verlies. Dat noem ik efficiëntie.

Toonbeeld van efficiëntie werd me van de week in de deuropening van de bakker getoond. Een man stond bij een prullenbak moeilijk te doen met schoenen. Hij haalde nieuwe schoenen uit een doos, trok de schoenen aan z'n voeten uit. Kwestie van er uitschuiven, in dit geval. Vervolgens trok hij, leunend tegen de openbare prullenbak, de nieuwe xemplaren aan. Ogenschijnlijk waren ze gelijk aan de oude.
De man was gekleed alsof-ie op 't punt stond aan z'n werk te herbeginnen. Ik weet nl niet of 't een gewoonte is buiten werktijd een afzichtelijke blauwe stropdas te dragen bij een groen colbert. Dit gekombineerd met een grijze pantalon & een veel te dikke jas voor de warme zomerochtend. De aanblik deed mij beseffen dat ik gezegend was nog nooit stropdas/colbert/pantalon te hebben hoeven dragen.
De oude schoenen propte de werknemer ('t leek me sterk dat je met zo'n kombi mensen onder je hebt) met moeite in de prullenbak. De doos besloot-ie mee te nemen. De doos besloot-ie toch maar niet mee te nemen. Dus propte hij de schoenen nog wat dieper & met vereende krachten van beider armen duwde hij de doos er achteraan.
Dit was efficiënt, bedacht ik: tijdens je koffiepauze nieuwe schoenen zonder passen kopen, & op je werk wederom achter je buro plaatsnemen zonder dat iemand iets aan je verschijning veranderd ziet. Zonder afval mee te zeulen bovenal.

De man was overigens ook heel goed in 't op efficiënte wijze begroeten van een kennis. Daarvoor legde hij z'n volle gewicht in een zwaai richting die kennis & gaf een opdoffer zodat kennis 't gehele fietspad gedwongen was over te steken. Gelukkig had kennis een zeer efficiënte lach die de hele straat, met al z'n verkeer, wist te overstemmen, waardoor de schoenenman wist dat z'n amicaal gebaar juist was geplaatst.

Ik hou van efficiëntie: uit zo min mogelijk beweging zo veel mogelijk profijt trekken. Daarom rijs ik op uit 't zadel wil ik een brugje beklimmen, haal ik op m'n werk zoveel mogelijk glazen op voordat ik naar de bar terugkeer, schreeuw ik oorverdovend hard dat de bar gesloten is, zodat de overburen niet meer 't plan opvatten nog een biertje te buurten, & begin ik te schrijven over van alles wat me te binnen schiet mbt efficiëntie als ik de titel al bovenaan 't stukje heb gezet.

't Zou teveel moeite kosten titels te veranderen in Zijperspace.

plas-o-meter

Ik zou natuurlijk ook een plas-o-meter kunnen starten, waarbij ik niet aan ga geven hoeveel minuten van de dag ik besteed aan 't lozen van m'n overtollig vocht, maar meer wanneer ik daarmee bezig ben, wat de aanleiding was & hoe tevreden ik me ermee voelde. Div interessante aspekten van de meer dan dagelijkse handeling zullen aldus belicht kunnen worden.
Daarnaast zal men in de toekomst dankzij 't verzamelen van zulks materiaal veel wijzer worden over de mens & z'n noodzakelijke toilettage gedurende 't begin van de 3e millennium. & Genoeglijk zal men knikken vanwege zoveel herkenbaarheid over de behoefte aan, de neiging tot, 't uitstellen van & 't uiteindelijke lustig lozen. Daar heeft de hele mensheid later wat aan, denk ik dan.

Ik zou mogelijk ook de kleur van de dagelijkse ontlasting de staven & lijnen in m'n grafieken kunnen laten bepalen, de duur van 't gebeuren de breedte, & de voldaanheid de algehele welzijnscurve kunnen laten beïnvloeden. Legio mogelijkheden met deze plas-o-meter. Desnoods de hoeveelheid spoelwater erin kunnen verwerken om die af te zetten tegen de hoeveelheid vocht dat mijn lichaam heeft verlaten.

Dat bedacht ik me allemaal toen ik vanavond voor 't 1st in uren m'n toilet bezocht. Vlak voor 't moment dat ik eigenlijk in bed wilde gaan liggen, maar 't me o zo belangrijk leek m'n inspiratie opgedaan tijdens 't staren naar m'n eigen straal eenieder deelachtig te laten worden.

Over laatstgenoemde toiletgang deed ik om precies te zijn (we zijn nu statistisch bezig natuurlijk) 53 seconden. Dat was incluis 't openen van de broek & wat daar zoal bij een man te pas komt, 't lezen van een gedicht op m'n scheurkalender, 't peinzend rondkijken vanwege 't afwachten op een goed moment de gulp in oude hoedanigheid terug te brengen & 't definitieve afscheid nemen van stoffen die ooit deel waren van mijn lichaam (míjn lichaam!; soms moet ik mezelf dat goed in de hoofd stampen: dat kleine beetje molekuultjes die zomaar op een gegeven moment toevallig deel uitmaakt van 't biologisch systeem dat mijn lichaam heet & plots weg wordt gebonjourd).

't Uitzicht was geel, uitgezonderd de tekst van de scheurkalender. 't Verliet m'n lichaam zonder horten of stoten. Ik kon geen noemenswaardige vervuiling van de wc-rand waarnemen (ingrijpen met een doekje leek vooralsnog niet nodig).
Ik trok door & in een fraktie van de er op volgende seconde stond m'n duim al klaar om de vallende waterstroom een halt toe te roepen. Volgende keer zal ik daar een stopwatch voor gebruiken. Nauwkeurigheid is geboden.

Oja, & men was tevreden in Zijperspace; doen we nog een keer.

giant

Goed. Ik leg 't nog 1 keer uit. Als men nu op dit plaatje klikt, begint vanzelf de muziek, indien Realplayer aanwezig. Anders begint 't downloaden van 't nr Giant. U bent gewaarschuwd.

In de Utrechtsestraat had je de Plak. Een café opgezet als werkelozenprojekt, waar 't bier betaalbaar was voor m'n 20-jarige portemonnee, & de muziek goed genoeg, beter dan elders, om op te dansen. Dat kon in de kelder (of misschien was 't wel de begane grond, & 't café-gedeelte 1e etage), waar 't na 12-en langzaam vol begon te stromen met 't alternatieve publiek.

Ik kwam er met Pim; zij had me in de Plak geïntroduceerd. 't Was ook de bedoeling dat ik met haar de Plak 's nachts weer verliet. Hoewel ik daar niet altijd zin in had.

De Plak was de enige plek waar ze begrepen dat de B-kant van 'This is the day' van The The stukken beter was. Hoewel ik 't wel elke keer moest aanvragen. Waarna ze toch de verkeerde kant vaak draaiden. Maar 't was in ieder geval de plek waar een dj spontaan op een gegeven moment 'Giant' draaide. Zonder dat ik 't had aangevraagd. Toen besloot ik dat de Plak ok was.

Toen besloot ik dat iedereen in de Plak ok was. Hoewel er vreemde snoeshanen rondliepen. Maar ja, ik was in de grote stad; ik kon niet anders verwachten. 't Was eigenlijk een leuke bijkomstigheid dat de mensen vreemd gekleed waren. Dat gaf aan dat ik op dé juiste plek was.

Ik kon dansen. Rond de tijd van Giant besloot ik dat ik wel kon dansen. Ik danste anders dan anderen, dynamischer, levendiger, sneller, rythmischer, maar vooral beter, had ik besloten. & Op 't nr Giant kon ik dat 't best ten toon spreiden. De andere nrs waren eigenlijk niet meer interessant. Pim trouwens ook niet.
Alle andere mensen waren interessant, dat wel. Ik wilde met zoveel mogelijk mensen in kontakt raken. Ondergedompeld worden in de aanwezigheid van andere interessante mensen.
Dus nam ik geen aansteker mee. Of ik had plots geen vloei meer. Kon ik mensen aanspreken voor dit soort rook-attributen. & Met ze in kontakt treden. Ook al was 't slechts gedurende 't verzoek om een vuurtje, of een vloeitje.

Aan 't eind van de avond was ik volledig in de ban van 2 jonge meisjes. 18-19 Jaar moeten ze zijn geweest. Jonger dan ik. Veel te jong, zo leek 't. Maar ik vond ze zo heerlijk onschuldig er nog uitzien.
'Ze wonen vast nog niet in Amsterdam,' zei ik tegen Pim. 'Kijk, hoe ze bewegen, hoe ze een sigaret roken. Kijk, hoe ze in kontakt komen met die stoere macho (ook binnen de new wave-scene had je macho's, kwam ik achter), & zich naar de mond laten praten. Kijk, zijn ze niet betoverend. Zo jong, zo onbedorven. Ze hebben nog kleren aan die niet binnen de new wave hoort, maar 't staat ze zo verschrikkelijk leuk. Bijna onbeholpen. Kijk, hoe ze over straat naar huis lopen, achter die stoere macho aan. Zouden ze een vuurtje hebben?'

Ze hadden geen vuurtje. & Pim vond 't tijd om door te lopen richting koude krappe zolderkamer.

Ik had m'n dansje al gehad in Zijperspace.

smaak

Wild gaan m'n kaken op & neer. Ze onderhouden een moordend tempo. Gelukkig is 't vlees al eerder 't leven ontnomen. Ze lijken de haast hebben toegestuurd gekregen van m'n centraal zenuwgestel. 'Genieten, genieten, genieten,' klinkt er als boodschap door 't gangen/buizenstelsel dat ze gebruikt om 't over te brengen. M'n kaken laten dat geen 2e keer zeggen.

Hoe lang blijft smaak in de dingen zitten? Waarbij 't ding dat momenteel van zich doet smaken beenham, voortreffelijke beenham, afkomstig van Berkhout, is. Waarom ga ik automatisch sneller kauwen als ik in de beenham van Berkhout bijt? Waarom poog ik de smaak ras uit de delicatesse te ventileren, door m'n kiezen 't vernielend werk van openrijten, kapotscheuren, lossnijden, platmalen, te laten doen? Zou de smaak langer blijven hangen, zou ik 't moment van genot langer kunnen vasthouden, als ik de kaken langzamer liet walsen?

De hostie in de kerk, die we aangereikt kregen bij de communie, liet ik liefst zolang mogelijk op m'n tong liggen. Vooral bij de dunne uitvoeringen. 't Moesten niet van die krokante nepkoekjes zijn. Nee, dunne, platte schijfjes. Met soms een soort van een stempel in 't midden, in m'n herinnering een kruis.
Ik voelde 'm langzaam deel worden van m'n tong, zich er in vastzuigen. Tot-ie zo zacht was dat-ie eigenlijk niks meer was, dan een wasachtig, bijna vloeibaar sponsje. Hap, slik, weg.
Smaakte naar niks. Misschien licht zout, misschien licht zoet. Niet noemenswaardig genoeg om te onthouden blijkbaar.

De thee gaat ook in 1 moeite door richting keel. Nog gloeiend heet maakt-ie de tocht. Da's 't lekkerst.
Ik weet niet waar ik meer van geniet, van de temperatuur van de thee, of van de smaak. Ik laat slechts af & toe de thee door m'n mond spoelen. Maar drink daarentegen dermate veel 's ochtends, dat ik 't zeker ook voor de smaak zal doen. Waarom zou ik 't anders zonder suiker niet te pruimen vinden?
Maar wat kunnen die smaakpapillen registreren? Benut ik ze wel ten volle?

Ik had vroeger haast tijdens 't eten. Vooral op zaterdag. Patatdag. Achter elkaar bewoog ik de patatten m'n mond in, onderweg nog snel een lik mayonaise meeslepend. M'n ouders probeerden me te bewegen wat rustiger aan te eten. Dat duurde 2 happen lang. Daarna schoten de patatten weer als kogels uit een mitrailleur richting mond.
't Was de heerlijkste maaltijd in de week.

Ik sprak de jongen van Berkhout kort, terwijl hij m'n boodschappen afsneed, inpakte, opstapelde. Hij had me een stukje hongaarse worst laten proeven.
'Da's lekker 's ochtends vroeg, zo heet,' zei hij.
'Dat vind ik altijd 't lekkerst, op m'n nuchtere maag.'
Hij gnuifde, zoals alleen de jongen van Berkhout kan gnuiven.
'Ja, dan staan alle smaakpapillen nog helemaal open.'
'Dat zou je eigenlijk ook met bier moeten doen,' zeg ik, met m'n gedachten bij m'n vak, ''s Ochtends kan je veel beter bier proeven.'
'Tijdens m'n vakantie drink ik altijd 's ochtends bier. In Venezuela. Maar dat doe ik vooral vanwege de grote dorst.'

Er wordt zeker niet getwist in Zijperspace.

reiken

Ik zie nog steeds mezelf de handen omhoog steken. Reikend naar 't plafond, of reikend naar de vering van 't bovengelegen bed. Waar m'n broer altijd in sliep. Reikend naar de rest van de wereld; alles wat groter was. Als ik m'n handen omhoog deed, leek 't alsof de dingen dichterbij waren. Als ik ze spreidde, leek 't alsof ze me als vanzelf raakten.

Ik telde de tegels van 't ziekenhuisplafond. Ik probeerde er de struktuur in te vinden. Ik probeerde struktuur te vinden in 't rauhfaserbehang naast m'n liggend hoofd, in 't licht van 't nachtlampje. 't Nachtlampje dat eigenlijk allang al uit had moeten zijn.
Ik kon gezichten herkennen in de vormen, de lijnen die de struktuur in de rauhfaser beschreef. Terwijl ik keek, ontdeden de figuren zich van de vorm, die zich in mijn hoofd had gevormd. Alsof 't wolken waren die aan 't firmament voorbijgleden. & Ik achterovergelegen m'n bewondering verkeek op de vele variaties die de natuur aanbood. De grote variatie die m'n fantasie toeliet. Grote monsters, vuige snoodaards, snoevende kooplieden met stand & al op de markt, verlegen suffige meisjes op 't schoolplein, een rotspartij op 't punt van instorten, een orkaan, een wolk. Ik kon alles waarnemen in de vorm van de rauhfaser. Als ik maar lang genoeg keek.

Ik telde de tegels. Steeds opnieuw. Ik probeerde de lijnen van de tegels te beredeneren. Door te zien welke rechte & schuine strukturen er in waren te vinden. Ik hypnotiseerde mezelf in koorts & staren. Ik had toch niets anders te doen. Ik wachtte hooguit op m'n moeder die de volgende thermometer zou brengen. Of was ik nog steeds in 't ziekenhuis?
& Op m'n zij, m'n billen bloot, gestoken onder de dekens, een thermometer ertussenin, zag ik weer 't rauhfaser, altijd dat rauhfaser. Soms leek m'n buurman rauhfaser de koorts & 't ijlen te bevorderen. Terwijl ik wachtte op m'n moeder die beneden nog een kop soep, of een kop thee bereidde.

Ik strekte m'n armen. Op zoek naar een andere beleving. Ik keek of m'n handen nog leefden. In afwachting van een andere tinteling.
Zachtjes mompelend bezwoor ik de toestand van m'n lichaam.
'Mmmmmwaaaaah, mmwaaahhhhaaahhhh. ohmm iiiemm oohmmmiiee. Ik bennnnn ohmmm wwwhhiiiiieeeee.'
Dan kwam m'n moeder. & Ik wist dat ik nog een dag moest blijven liggen. Staren. Wachten tot niets veranderde in iets.

Door 't staren wist ik niet meer in welke toestand ik was. Was ik thuis, was ik ziek? Morgen weer naar school?
Ik strekte m'n handen uit naar alles dat groter was. Dat zou helpen. Ik gleed met m'n hand door de tralies die 't bovengelegen bed mij vormde. Nagel door de samengeperste stukken ijzeren draad die de vering van 't bed vormde. Gloeiende vingers. Gloeiend punt. Ik moest m'n ogen dicht doen. & Alle olifanten & neushoorns de wegen laten platstampen. Maar 1st nog ff wijzen naar 't verre wegge, strijken over 't grootse dat er vast weer anders uit zou zien als ik m'n ogen open deed.

Wie durft er nog de hemel van Zijperspace te beschouwen?

passanten

Ik ben nog niet open of de 1e junk staat al voor de deur. Hij wil eigenlijk meteen naar binnen lopen, maar wordt tegengehouden, teruggedreven, door de kar die ik achteruit de winkel uit rijd.
'Sorry, nog ff 5 minuten.'
Om 11 uur geef ik 'm 't teken dat 't ok is om binnen te komen.
'God, man, ik wist niet dat 't nog geen tijd was,' zegt-ie met haperingen. 'Ik ben al zolang in de weer, dan let ik niet meer op de tijd. & Iedereen zit aan me te trekken.'

Nog geen 5 minuten later de volgende.
'Ja, man. Ik mag geen drank van de dokters. Mag niet vanwege de verdovingen die ze me hebben gegeven. Ja, ze hebben 't weg gesneden. Je weet dat ik lymfeklierkanker heb?'
Nee, wist ik niet, maar van een mogelijk antwoord trekt-ie zich niks aan.
Hij pakt z'n borst beet & knijpt 't naar voren: 'Dit hebben ze 7 jaar geleden al weggesneden. Gister aan de andere kant. Man, 't doet pijn! & Dan mag ik niet drinken. Ik ga thuis op de bank liggen; doe de rest van de dag lekker niks. Ik ben duf, man. Ik kan amper op m'n benen staan. Maar ik neem wel ff dit biertje mee.'
Hij wil betalen met € 50,-.
'Sorry,' zeg ik, 'maar dat kan ik in 't begin van de dag niet wisselen. Zoveel heb ik nog niet in de kassa.'
'Oh shit. Wat moet ik dan? Ik sta helemaal te trillen van de spullen die ze me allemaal toegestopt hebben. Weet je wat! Ik kom zo wel terug met kleiner geld.'
'Zal ik je biertje dan maar weer in de koelkast zetten? Dan blijft-ie lekker koud.'
Ik weet dat-ie toch niet meer terugkomt.

Ik hoor iemand schreeuwen van buiten: 'Hé, is er iemand?' zonder dat de deurbel een geluid geeft.
'Ja, je mag wel binnenkomen, hoor,' zeg ik 'm.
Hij komt met een leeg krat Staropramen binnen.
'Heb jij hier iets aan? Kan ik hier iets voor krijgen? Ik had 't thuis al een tijdje staan, maar 't moest een keer weg. 't Is lekker bier, hoor. Verkoop je dit? Of kan je 't innemen? Ik weet niet meer waar ik 't vandaan heb. Volgens mij heb ik 't bij jou gekocht.'
Teveel info in 1 keer. Dan vertrouw ik 't al niet meer.
'Nee, we verkopen geen Staropramen. Dus dat krat, daar kan ik niets mee. De flesjes misschien wel, maar dan moet ik er wel ruimte voor hebben.'
'Ah, nou ga je toch niet moeilijk doen? Je kan toch wel wat met deze krat? Je hebt zoveel soorten bier. Dan hoef je me toch niet te laten staan?'
'Ok, als je zo begint, dan wil ik de flesjes ook helemaal niet meer. Dan kan je gaan.'
Ik maak wuivende gebaren dat-ie de winkel uit kan. Doe een stap dichter bij om m'n woorden & gebaren kracht bij te zetten. Maar net een stap te dichtbij, voel ik meteen.
'Wat? Ga je nou lullig tegen me doen?' vraagt-ie.
'Nee, jij doet lullig tegen mij. & Daar heb ik geen zin in. Als jij je niet normaal kan gedragen tegenover mij, dan neem ik geen flesjes van je aan.'
'Je moet uitkijken met me, hè. Ik ben van de politie. Je moet uitkijken met me. Als je mij dingen flikt, dan moet je uitkijken.'
'Ga nu maar m'n winkel uit. Ik heb geen zin in je. & Zeker niet in je krat.'

Terwijl-ie naar buiten gaat, passeert-ie een oudere vrouw. Die stil staat in de deuropening. De eigenaar van de krat roept nog wat bedreigingen naar me, terwijl ik de dame bekijk.
Ze lijkt ietwat te bibberen, niet bewust van de dingen die om haar heen gebeuren. Haar hoofd ietwat schuin. Haar rug naar mij toegekeerd.
Die is wereldvreemd, denk ik.
Ik besluit gewoon maar verder te gaan met m'n werk, maar ff later zie ik dat ze kleren aan 't uittrekken is.
'Mevrouw?'
Geen reaktie.
'Mevrouw? Waar bent u mee bezig?' vraag ik allerliefst, nog wat dichter naar haar toe neigend.
Ze doet een stap dichterbij. Ik zie voor 't 1st haar gezicht. Een broodmager oud gezicht, met een waas van dwaas.
'Wat zegt u?' vraagt ze met een zoetzachte stem.
'Ik vraag wat u daar aan 't doen bent.'
'Oh, ik was een trui aan 't uittrekken. Want 't is zo warm.'
Opeens lijkt ze normaal. Een doodgewone vrouw die haar jas uit moest doen om zich van een te dikke warme trui te ontdoen.
Maar waarom deed ze 't in de deuropening van m'n winkel, vraag ik me af als ze uit beeld verdwenen is.

Boekenman komt enthousiast binnen.
'Ik moet boodschappen doen,' vertelt-ie.
'Oh, je moet weer voor de dames aan de gang?'
'Jaja,' & hij laat de lijst zien. 'Cola, 3 flessen. Een pak schuursponsjes. Thee. Wc-eend. & Natuurlijk glassex.'
Bij de laatste laat-ie z'n grijns zien.
'De dames hebben ook hun dagelijkse boodschappen. & Ik krijg er iets leuks voor.'
'Ja, dat heb je me wel 'ns verteld.'
'Zij willen straks ook rustig voor 't raam zitten. Hihihi. 't Is hartstikke leuk om in Amsterdam te wonen, weet je. Er gebeurt altijd wel wat. Elke seconde kan je iets meemaken. Je moet alleen goed opletten. 't Zijn vaak kleine dingen die er gebeuren. Daar moet je oog voor hebben.'

Buiten passeert er een lang bebaarde man. Slonzige jas, rafelige spijkerbroek. Hij zingt, ik hoor 'm daardoor aankomen. Daardoor wordt m'n aandacht op hem gevestigd.
'Godverdomme,
Krijg een kromme,
Dan kun je om 't hoekje komme.'
De passanten trekken zich niks van de man aan. Ook al schreeuwt-ie z'n lied nog zo luid. Ze verstaan de taal niet. Ik duik snel weg. Ik versta de taal wel. Ik heb geen zin in zo'n lied in de winkel.

De dag is begonnen in Zijperspace.

kind

Ik heb een hekel aan dode mensen. Ze slepen te veel weg van me. Ik sta stil, maar zij blijven trekken. De enige reden waarom ik ze dat kan vergeven is omdat ze 't niet weten.

Ik zie mezelf als jong kind. Op de lagere school, oefenend aan de musical. Alles lijkt altijd 'tzelfde, maar we moeten allemaal ons best doen voor de finale voorstelling. Sommigen zijn beter, minder bleu dan anderen. Sommigen houden hun mond. Anderen staan altijd vooraan. Ik voeg me. Ik wacht af. Maar liefst had ik de riskante hoofdrol gehad.

Sommigen gaan dood, anderen laten op zich wachten. Ik ben goed in 't laatste. Ik laat mezelf niet ouder worden.

't Zijn meestal de ouderen die doodgaan. Opa's & oma's. & Vreemde mensen, die alleen m'n ouders hebben gekend. Misschien een enkele keer oudtantes/oudooms.
Vroegere buren van inmiddels 80 jaar; toen kwam 't wel heel dicht bij. Hadden we voortaan geen lekkere gratis vis meer. Rook 't huis ook niet meer zo vaak naar vis, naar de buren.
Maar 't was al begonnen toen de hond van diezelfde buren dood ging: Itam. Toen deed de dood al van zich spreken. De honden in de buurt konden voortaan rustig hun gang gaan. De ouwe hond, de waker, kon niet meer van zich doen gelden.

Ik herinner me geen eerdere dood. Ik herinner me geen eerder lichaam dat naar dood rook. Tuurlijk wilden we Itam wel aaien, maar we moesten daarna meteen onze handen wassen. Dat wilden we zowiezo wel uit onszelf, want Itam rook viezer dan de dode vis die we van de buurman kregen. & Dode vis was lekker.

Ook de buren zijn allang al dood. Ik weet alleen niet meer wanneer ze weg zijn gegaan.
Ook opa & oma zijn dood. Ook lang gelee.
De oorlog is voorbij. Ik weet nu zeker dat 't veel langer geleden is. Er zijn nog slechts enkelen die daar over weten te vertellen.

Waarom stelde ik die vraag dan niet? Waarom vond ik 't gister dan niet interessant? Misschien wel interessant, maar niet geschikt toen ik met m'n vader 't bos inliep.

Ik hoorde een toespraak van m'n vader. Alleen aan mij gericht.
Hij zei: 'Je moet ouder worden. Je moet je haar grijs laten worden & je jeugd laten gaan. Je wordt jonger naarmate je ouder wordt.'
& Hij zei: 'Ik word leger. Ik heb 't me laten vertellen. Je hebt me daarnet gezien. Terwijl ik de film van vroeger zat te bekijken. Toen ik 5 jaar jonger was als jij. & Toen jij nog maar 1 jaar geleden geboren was. Vanaf dat moment weet ook jij dat ik leger word.'
& Hij zei: 'We lopen door 't bos. We houden de schijn op dat we op zoek zijn naar een jonge hond. Maar ondertussen ben ik je aan 't vertellen hoe 't leven is. Hoe de dood. Hoe de weg daarnaartoe. Jij weet nog niks. Je weet alleen dat je straks kan wachten. Je weet alleen maar hoe je moet wachten.'
& Hij zei: 'Weet je eigenlijk wel hoe leeg leeg is? Weet je dat ik niet zomaar meer met jou een gesprek aanga? Weet je dat ik voor me uit kan staren & de dingen kan laten gebeuren? Weet je dat ik tegenwoordig momenten heb dat ik niet nadenk, me dingen laat gebeuren? Ipv de dingen mij.
Weet je dat ik ooit naar Zwitserland ben gefietst? Weet je hoe vaak ik naar de wc moet op een dag? Weet jij zonder nadenken te zeggen hoeveel kleinkinderen ik heb? Weet je wie ik ben?'
Hij zei daarna: 'Ik heb je leven laten delen. Ik heb je misschien laten ervaren. Ik heb je water laten zwemmen. Of 't water jou. Ik heb je moeder leren kennen. Of je moeder jou.'

Ik ben je opa, voegde hij er als laatste aan toe, de opa van je kinderen. Je zult 't moeten doen met mij. & Zij die lezen, zij moeten 't doen met jou.

& Langzaam trekken wolken samen, maar ja, dat doen die wolken nou 1maal vaker in Zijperspace.

pad (2)

Hoe leg ik 't uit? Hoe kan ik mezelf verantwoorden tegenover degeen die dit leest? Ben ik zo schuldig als dat ik mezelf voel? Of bepaalt de lezer dit, in z'n wijsheid, met inzage van slechts 'tgeen ik hier meedeel?
Ik voor mezelf heb besloten dat ik schuldig ben. Ik weet alleen nog niet waaraan. Ik weet zeker niet hoelang ik dit schuldgevoel aan de oppervlakte van mijn geweten zal kunnen houden. 't Zal vanzelf weer weggedrukt worden. Ik zal vanzelf wel weer in de ontken-mode terechtkomen.

Ik ben de kelder in gedoken. Stap voor stap. Tree voor tree. Op 't moment dat ik de looplamp kon ontwaren & er naar kon reiken, heb ik die opgepakt. & Schielijk ben ik daarmee, 't snoer & stekker achter me aan trekkend, weer naar boven gegaan. Zodoende kon ik wat xtra licht creëren, om in de kelder rond te speuren naar tekens van aanwezigheid van de pad.

Elke stap die ik nam, elke handeling, werd vooraf gegaan door een spieden naar alle kanten. Ik moest zeker weten waar de pad zich bevond. Of-ie niet plots tevoorschijn zou kunnen springen. Waardoor ik overvallen kon worden door de schrik.
Alles leek veilig. Zo leek 't vanaf de 2e tree. Nergens een beweging te bekennen. & Ondanks dat ik wist dat de pad goed stil kon zitten, dat vorige week ook wel degelijk getoond had, stelde dat me gerust.

't Was nu slechts een kwestie van nadenken hoe ik de magnetron op zou pakken. Dat massieve ding, een prehistorisch xemplaar noemde ik 't tegenover visite, was niet gemakkelijk op te tillen. & Ik zou geen overzicht hebben over de dingen die zouden kunnen gebeuren, terwijl ik voorover bukte om 't op te tillen.

Op 't moment dat ik voor 't 1st een bukkende beweging maakte, om m'n 1e overweging kracht bij te zetten, werd mij plots aan linkerzijde een grijs verschijnsel gewaar. Bovenop een dwarse plank van een kleine pallet.
Mager, stukken kleiner dan vorige week op de trap, zat, nog steeds onbeweeglijk, de pad daar. In afwachting van wat ging gebeuren. Werkelijk: alleen maar in afwachting.
& M'n adem werd afgesneden; ik merkte niet dat ik naar boven vluchtte & daardoor m'n hoofd tegen de stutbalk stootte. Ik stond opeens weer 2 tredes hoger.

Nuchter nadenken, schoot me te binnen. Ik moet ervoor zorgen dat die magnetron boven komt. Ademhalen, dat helpt ook misschien.

Ik dacht aan reddingsoperaties, waarbij ik dapper de pad in m'n handen nam, om 'm buiten de vrijheid opnieuw te gunnen. Ik dacht aan verpletterende voetbewegingen. Ik dacht aan honger. Maar eigenlijk dacht ik nergens aan, want ik liet me slechts leiden door m'n angst. Die nergens op sloeg, bedacht ik me nog net.

Ik liep de tuin in, van plan om een emmer te pakken. Wist alleen niet hoe ik de emmer zou moeten hanteren. Dus pakte ik m'n tuinhandschoenen. Die zou me in ieder geval beschermen tegen mogelijk aanrakingen. & Ik daalde, aldus gekleed, weer de trap af.

Er stond een stapel boekenplanken tegen de keldermuur aan. Die hebben me uiteindelijk verleid tot 't snode plan. Die liet ik uiteindelijk funktioneren als eeuwige gevangenis van de pad. Hoevele gevangenen zijn ooit overleden in vochtige kelders? Hoe verhongerd kijken die gevangenen door hun tralies, waar ze, als ze nog fit genoeg zouden zijn, misschien wel doorheen zouden kunnen vluchten? Hoe slim moet een pad zijn om uit deze precaire situatie te ontvluchten? Een situatie die hopeloos is, zolang er geen sprake is van een menselijk ingrijpen.

Ik heb de boekenplanken rond de pallet gezet. 1 Voor 1 kaderden ze 't gezicht op de pad af. Ik durfde niets te ondernemen zolang de pad z'n ogen op mij gericht had. Ik moest 'm insluiten. 1 Plank voor, dat gaf de meeste geruststelling, 1 plank naast, nog 1 plank dáárnaast. Hij kon nu alleen nog maar via de onderkant van de pallet ontsnappen. Dus ook 1 plank voor die ontsnappingsmogelijkheid. Alles om mijn angst op een negeernivo bij te stellen.

Er zit nu een pad gevangen in m'n kelder. Hij is er niet alleen maar per ongeluk in terecht geraakt; hij is er nu daadwerkelijk gevangen. De pad kon weliswaar niet meer weg, maar nu heb ik definitief z'n leefwereld drastisch ingeperkt. Ik heb een graftombe voor 'm gecreëerd. Een tombe van rechtopstaande boekenplanken. Groot genoeg voor 1000-en dode padden.

Er leven momenteel nog steeds 2 wezens in Zijperspace.

pad (1)

Ik heb me ertoe verplicht. Ik kan moeilijk verlangen dat Sas & Mar ff m'n kelder induiken om de oude magnetron tevoorschijn te halen. Ik hoor gewoon te zorgen dat-ie voor ze klaar staat op de begane grond, als ze 'm komen halen.

Maar ze weten vast niet dat vorige week er een pad zat op 1 van de onderste treden van de trap naar de kelder. Enkele dagen achter elkaar (ik controleerde 't elke dag ff).
Ze weten vast ook niet dat die pad plots verdwenen was. Net op 't moment dat ik dacht dat-ie vast dood was. 3 Dagen roerloos op dezelfde donkere plek zitten houdt geen pad vol, dacht ik. Ik had al bijna m'n moed bij elkaar verzameld om de pad, de dode pad, ter hand te nemen (flink behandschoend, stoffer & emmer mee) & weg te gooien.
De pad was niet meer op de trap. Dat maakte 'm erg levend. 't Betekende dat-ie zich kon bewegen. 't Betekende dat-ie zich overal in de kelder kon bevinden. 't Betekende dat-ie me plots van achter aan kon vallen als ik me in de kelder zou begeven.
Want padden vallen natuurlijk geregeld mensen aan die hun angst voor hun laten merken. Straks ben ik daarvan 't levend bewijs. Als ik 't overleef.

Ik wist helemaal niet dat ik bang voor padden was. Ik schrok wel 'ns als 1 van die kleine padjes angstig van me wegsprong, als ik met m'n reuzenpoten door de tuin walste. Maar dat schrikken van mij was vanwege de plotse beweging, die ik waarnam in de hoek van m'n blikveld, uit 't niets. Een instinctieve reaktie, dacht ik. Kijk, wat snoezig die kleine pietepeuterige padjes springend tussen de takjes & blaadjes.
Ik heb ook wel 'ns een wat groter xemplaar met een bezem bevolen niet m'n huis te betreden. Hij wilde wel luisteren naar m'n zwiepende bezem.

Daar schrok m'n broer van. Wist ik zeker dat die pad niet in m'n huis was? Want hij had 't niet zo op padden.
M'n broer zou op m'n huis passen, maar als er zich padden bevonden, moest hij er toch vanaf zien.
Nee, die pad heb ik linea recta de tuin in gestuurd (& ik dacht nog ff aan m'n heldendaad met de bezem, die had nu nog wat meer waarde gekregen). & Tuurlijk kon-ie de tuindeuren gesloten houden. Ik snapte z'n angst wel. Ik was zelf vaak ook een schijtlijster, vertelde ik 'm, als 't om beesten ging. (Maar padden daar was ik toch niet bang voor, dacht ik).

Ik ben me nu geestelijk aan 't voorbereiden. Binnen 1½ uur moet dat voorbereiden hebben plaatsgevonden. & Dan zal ik mij richting kelder begeven.

Ik ben nu stelselmatig alle scenario's aan 't aflopen. 't Scenario dat ik 'm dood aantref (erg populair, blijft hoopvol door m'n hoofd gaan); 't scenario dat-ie gegroeid is (onmogelijk, hij heeft geen eten); 't scenario dat-ie kwaad is (kan niet; padden kunnen niet kwaad worden op mensen; bovendien kan-ie niet weten dat ik 'm moedwillig heb laten verhongeren); 't scenario dat-ie me aanziet voor een maaltijd (dan lijdt-ie verschrikkelijk veel honger & aan hoogmoedswaanzin); 't scenario dat ik 'm verpletter aan 't eind van de trap (hele dikke schoenen aantrekken & de tuinslang klaarleggen om de viezigheid weg te wassen); 't scenario dat-ie onder de magnetron vandaan komt (dan moet ik Sas & Mar vertellen dat de magnetron helaas niet meer te gebruiken is, vanwege een ongelukje).
Nog 1½ uur om me op andere scenario's voor te bereiden.

We hebben 't scenario van Zijperspace nog niet klaar.

zoen

M'n moeder, da's 3 zoenen. Net als m'n vader, maar dan moeten we er nog ff over nadenken, want m'n pet moet af. Waardoor een ½e misser.
Quint: 3 zoenen. Net als Ilse. Laura 1.
Shinn, m'n neefje, 1 zoen, ook op de mond. Dat hoort bij kleine kinderen.

Jan 3 zoenen, Leny ook. Luka dezelfde zoen als Shinn.
Daar is opeens Jana: voor de 1e keer haar ook 3. Zij is ook ouder geworden tenslotte.
Yvon 3 zoenen. Theo ff later ook. Jet duikt weg, wil me niet kennen.

Carel komt binnen met z'n gezin. 3 Zoenen voor hem. Zo ook Franchet. Lola 1. Billy heb ik ook geprobeerd, maar dat had geen zin. Te jong.

Bij afscheid nogmaals 'tzelfde. Behalve dat ik geen tijd had voor Jan, Theo, Yvon & Jet.
Bedenk me achteraf dat ik Marc totaal geen zoen gegeven heb, maar dat lag aan de omstandigheden van in- & uitstappen van de auto.

Marlies wilde ik onderweg gedag zeggen. 1 Zoen. Iets te vroeg. Later herkansing bij echt afscheid. Ietwat onduidelijk waar ik moest stoppen, welke de juist gemikte.

't Record staat vandaag op 4 in Zijperspace.

feest

Ik kreeg gister nog een telefoontje van Theo. Of er voor mij nog een mogelijkheid bestond 10 speciale biertjes mee te nemen. In m'n rugzak. Misschien in een gewone tas. Of dat zou kunnen.
Stom. Normaal denk ik er zelf al weken van te voren aan. Voel ik me later bezwaard als er niet enthousiast op gereageerd wordt. Alsof ik 't bier opdring, m'n smaak, m'n werk.

We moeten 't dit jaar maar vieren, was de gedachte. 't Zou heel goed mogelijk zijn dat Pa 't over 5 jaar niet meer mee kan maken. Geestelijk dan. Misschien de laatste kans dat we aandacht aan 't zoveel-jarig huwelijk van ze kunnen besteden. Bovendien werd Pa afgelopen woensdag 70.

Ik belde woensdag. Ik moest Marc hebben. Die was niet te bereiken op z'n mobiel, dus zou hij wel bij m'n ouders zijn.
't Wilde niet lukken met 't kado dat we voor Pa wilden kopen. Je zou denken dat dat soort dingen makkelijker verkrijgbaar zijn in Amsterdam, maar 't was nergens te vinden.
Ik begon er al over toen ik m'n moeder aan de telefoon kreeg.
'Ook gefeleciteerd met je vader,' onderbrak ze me.

Tijdens m'n vakantie had m'n moeder al geprobeerd me te bereiken op m'n mobiel. Misschien dat ik zin had hun te feliciteren met hun 45-jarig huwelijk, was haar vraag, toen ik uiteindelijk 2 dagen later verontrust terugbelde.
De dag na m'n vaders verjaardag vergat ik de 1e verjaring van m'n nichtje. Nog een dag later die van Marc. Maar die kreeg ik ook per ongeluk aan de telefoon. Wederom om te informeren wat we nou zouden doen met 't kado voor Pa.

Alle broers, schoonzussen, kleinkinderen & natuurlijk Pa & Ma komen in de eendenkooi van m'n broer bij elkaar vandaag. De rest van de familie, kennissen & vrienden volgen later wel. Of niet. Ze willen 't niet zo groot. Daar kan m'n vader toch niet meer tegen. Hij zal evengoed wel 't overzicht verliezen als z'n 6 kleinkinderen om 'm heen hupsen & hollen. & De broers hun best doen de leukste grap te maken om een ander. Dan zal-ie zich wel af & toe afvragen waarom we daar toch met z'n allen bij elkaar zijn. & 1 Van ons antwoord vanmiddag dan geduldig dat 't vanwege 45 jaar is.
'Oja, oja,' hoor ik m'n vader al zeggen.

& Ik denk dan dat ik alles moet vasthouden. Ik mag niks vergeten.
Eigenlijk denk ik er dan ook bij dat ik 'm nog altijd wil vragen hoe zijn avonturen in z'n jeugd waren. Of 't eten in de oorlog wel smaakte. Hoe 't was op 't cruise-schip. Hoe hij m'n moeder heeft versierd. Hoe de jaren in Schoorl waren. Waarom ze hem als directeur hebben gekozen. Hoe 't was om 5 dagen in de week 100-en meisjes om zich heen te hebben. & 6 Zonen als de meisjes er niet waren.

Maar waarschijnlijk vind ik 't ook te druk. & Wil ik net als m'n vader een wandeling maken door 't bos van de eendenkooi.

Dan maken we nog een rondje door Zijperspace.

geluid

Als alles stil was begonnen ze. Tineke sliep dan altijd al. Ik was gedwongen er in m'n 1tje getuige van te zijn. & Zolang 't duurde leek de slaap me ook niet meer te kunnen vatten.
De nacht werd voor een wijl gekenmerkt door 't zachte geluid dat m'n buren maakten; ze leken hun best te doen 't niet door de wanden & vloeren te laten dringen. Maar tocht werd mijn slaapkamer gevuld met 't geluid van de buurvrouw & een klein beetje piep van hun bed. Heel regelmatig & langzaam opzwellend. Als je 't de hele dag zou horen zou 't gaan funktioneren als 't getik van een klok, maar omdat ik volledig doordrongen was van 't feit dat 't iets anders was & slechts tijdelijk, hield 't me wakker. Deed 't me beseffen hoe verkeerd de plek was waar ik me op dat moment bevond.

Ik lag in een 2-persoonsbed. Naast m'n vriendin Tineke. Die bewoog niet; ik hoorde haar slechts ademhalen. Zeer regelmatig. Ze zat er al diep in. Zelfs als ze bewoog, hing over haar de sluier van diepe slaap. Er was geen mogelijkheid meer te communiceren. & 't Licht aandoen voor 't lezen van een boek deed ik ook niet. Want ik moest m'n best doen haar ademhaling niet te verstoren. De ademhaling van iemand die totale rust geniet.

't Was niet alleen 't geluid van m'n buurvrouw, haar stille piepjes, die steeds iets meer omhoog gingen in toonhoogte; niet alleen 't bed dat kreunde van genoegen, genot dat 't werd gebruikt waar 't zich op had ingesteld. 't Was ook de vloer die langzame druk uitoefende op de afscherming tussen de buren & ons. Eigenlijk moet ik 'mij' zeggen, want ik was de enige die er getuige van was. De vloer, waarschijnlijk parket, liet zich niet onbetuigd. Ongemerkt drong hij zich op de voorgrond.
M'n bovenbuurman gaf als een dirigent 't ritme van 't geluid aan. & Geleidelijk aan ging-ie wilder met z'n dirigeerstokje zwaaien. De kunstmatige afscherming die mij van de bovenburen scheidde, werd allengs heftiger in z'n toonaarden, z'n snelheid van opvolgende geluiden & gewaagder in 't hoorbaar maken van 't ritme dat opgeschroefd werd.
& M'n buurvrouw piepte door.

Ik voelde me eenzaam in m'n niet-kunnen-slapen. De nacht was over me heengevallen & hield me gevangen in een ijzeren greep, waarin ik niet anders kón dan 't aanhoren. Wachten tot 't over was. Wachten tot ik weer aan de beurt was. Wachten tot ik ergens anders zou zijn.

't Gebeurde ong 1 keer per maand. Dat ik er getuige van was. In de loop van m'n verblijf in die woning werd de frequentie opgeschroefd naar 1 keer per week. & Steeds mocht ik er als enige getuige van zijn. M'n hoofd verborgen in de kussen, de donkere nacht als verbod om meer te zien om me heen gedrapeerd. Dat duurde dan meestal 15 minuten. De piepjes werden aan 't eind zachte gilletjes, 't kreunen van 't bed lichte bonzen tegen de muur aan, 't ritme van de dirigent als een trage drumsolo.

& Dan was 't over. Ik hoorde niets meer. Hooguit wat plakkerige voeten over de houten vloer. Ik bedacht dan dat ik zelf ook moest plassen. Klom over m'n vriendin heen & liep door de gang.

Jaren later kwam ik m'n vroegere buurman tegen. Hij had nog steeds dezelfde alleenstaande blik in z'n ogen. Maar ze waren naar Amsterdam verhuisd, vertelde hij me, ze waren getrouwd & hij was psychologie gaan studeren.
Maar op 't moment dat ik hem zag, zag ik geen geluiden. Ik hoorde geen gepiep. 't Bed zag ik niet bewegen. & Ik stelde me vloerbedekking bij hem voor. & Zelfs dat zonder slijtplekken.

Blijkbaar was dat de grootste stoorzender van nachtelijk Zijperspace.

ochtendplas

Vanochtend heb ik 't mooiste stukje geschreven tot nu toe. Beter kon ik niet, dacht ik, hoewel ik beter wist. Maar 't was een fantastisch goed stukje, dat was zeker.

Ik werd gewekt door m'n ochtendplas. Of eigenlijk m'n behoefte er aan: m'n blaas stond op knappen. Net als elke andere vroege ochtend (ik zou hier een Ochtendplas-O-Meter moeten neerzetten; dat zou pas interessant zijn: dan kan men zien hoe regelmatig mijn leven eigenlijk wel is).
Ik maak van m'n tocht richting wc altijd gebruik om een hengst tegen de muis te geven, zodat 't beeld weer op 't comp-scherm verschijnt. Teruggekomen kijk ik dan of er nog belangwekkende dingen zijn verschenen op m'n comp dan wel internet. Ik lees een meeltje, neem m'n eigen teksten nog 'ns door & verbeter hier & daar nog wat. Die handelingen zijn inmiddels een soortemet ochtendritueel, lang voor opstaan, geworden.
Ik ga daarna weer in bed liggen, val snel weer in slaap & wordt enkele uren later defintief wakker.

Vandaag echter niet. Ik ging verder met m'n boek. Was 't plan.
Ik raakte al lezende meer & meer bevangen door een stuk tekst die zich langzaam in m'n hoofd ontwikkelde. Zin voor zin vormde zich. 't Leek een onontkoombare struktuur te hebben, alles volgde als vanzelf op elkaar. Ik hoefde niet echt na te denken; de associaties deden zich aan als logische gevolgen.
't Enige wat ik hoefde te doen was opstaan & teruglopen naar de comp. Ik was nu weer fit genoeg. Ik kon enkele blz van m'n boek lezen, dan kon ik ook een tekst in getypte woorden omzetten.

In gedachten zette ik nog ff de puntjes op de i. Liet 't geheel zich nog ff door m'n hoofd afspelen. Bedacht me dat 't wel een verschrikkelijk goed stuk schrijven zou worden. Beter had ik tot nog toe...

Toen brak fase 2 van de nachtrust aan in Zijperspace.

lelijk

Astrid heeft gelijk. Als je een lelijk mens ziet, ga je meteen denken van: 'God, zou ik er ook zo uit kunnen zien?' Of: 'Zouden mensen die indruk van mij ook kunnen hebben?'
Waardoor wij knappe mensen, mensen die er op welke leeftijd ook er best wel mogen zijn, lekker van lijf & leden, je krijgt meteen trek in zoenen als je mensen als ons in 't vizier krijgt; waardoor wij knappe mensen dus aan onszelf gaan twijfelen. We worden onzeker, of anders krijgen we wel 't gevoel dat we de andere lelijke mensen moeten helpen. Waarom denk je anders dat al die anti-rimpel-crêmes zijn uitgevonden? Niet voor de knappe mensen. Die waren al knap. Die moeten slechts dmv advertenties & filmpjes de lelijke mensen ervan overtuigen dat 't echt een goed idee is om die lelijke rimpels weg te werken.
't Zou dus beter zijn dat er minder lelijke mensen op de wereld waren. Dat gaat minder ten koste van 't humeur van de knappe mens & dat zal uiteindelijk ook behoorlijk kostenbesparend blijken te zijn. Want wie heeft er dan nog dure anti-rimpel-crêmes nodig? Of psychische begeleiding vanwege een minderwaardigheidcomplex?
Wij niet in ieder geval. Hè, Astrid?

graffitti

Holle vaten klinken Ton

Bovenstaande zinsnede was regelmatig te lezen op de muren van de heren-wc op de begane grond.
Je weet dat je er mee te maken krijgt als je in de horeca werkt. Bij de ene klant ben je ongemeen populair, bij de ander kan je nooit ook maar iets goed doen.
& Ondanks die kennis trok ik 't me toch aan. Ik wist bij wie 't vandaan kwam, hoewel we 'm nooit konden snappen op 't hanteren van de stift. & Juist omdat ik wist wie de dader elke keer was, wist ik ook dat ik 't gewoon over me heen moest laten gaan.
Maar 't had iets van een campagne. Als de schoonmaakster de muren weer 'ns had geboend, stond 't er enkele dagen later weer.

Totdat m'n collega met Frank een praatje maakte.
'Frank, we weten allemaal dat jij 't elke keer schrijft.'
Hij ontkende 't.
'Je moet 'ns ophouden met dat kinderachtige gedoe,' zei Fret er achteraan.
Frank ontkende 't nog een keer.
Vanaf toen hoefde de schoonmaakster de muur van de heren-wc echter niet meer te schrobben met een ruwe borstel.

We hebben sinds kort een nieuw wc-blok. Nieuwe wc's, nieuwe pisbak, nieuwe lokatie binnen 't gebouw, nieuwe deuren, niewe tegels. Alleen nog niet helemaal afgewerkt. Alles moet nog een 2e laagje verf krijgen. Maar de bouwvakkers zijn nu ff met iets anders bezig.

Tijdens m'n vakantie zijn alle nieuwe deuren beschreven.

We love Ton (zien we je zondag?)

Ton is the best

I love Ton, afz Jojanneke & Jasmijn


Dat mag nog wel een tijdje blijven staan, heb ik besloten. Weer 'ns wat anders. Van mij hoeven de heren verbouwers nog niet aan 't xtra likje verf te beginnen. Ik vind 't eigenlijk een aanwinst voor de brouwerij. Misschien kan ik voorstellen dat 't zo blijft.

De laatste tijd krijg ik regelmatig van dames te horen:
'Heb je gezien wat er op de dames-wc staat?'
'Ja, mooi hè. Maar dan heb je nog niet gezien wat er op de deur van de heren staat geschreven.'
Waarna ze bij de volgende plaspauze de heren stiekem proberen te bezoeken.

Gister vroeg Annette aan mij:
'Wat heb je met die vrouwen gedaan dat ze zulke dingen op de deuren van de wc schrijven?'
Ik keek haar ff aan. Rustig, gecontroleerd. Ik had de situatie in handen, zo liet ik door m'n gezichtsuitdrukking doorschemeren, maar liet met een vage glimlach ook merken dat ik ervan genoot.
Ik ademde ff wat dieper dan normaal.
'Annette, als je dat zou weten,' zei ik langzaam, 'dan zou je zelf ook mijn naam op de wc-deur gaan schrijven.'

't Was een tijdje stil in Zijperspace.

toiletpapier (3)

't Kost me verschrikkelijk geen moeite om over bepaalde dingen te schrijven. De zinnen vloeien als vanzelf uit m'n handen, 't toetsenbord op. Soms heb ik 't gevoel dat m'n vingers al golvend zich voortbewegen over de toetsen. Waarbij ze slechts een enkele keer de del- of backspace-knop hanteren.
Maar dat gevoel is vaak onderwerp-afhankelijk. Over de meest onbenullige objekten in m'n huishouden kan ik meters woorden aaneenrijgen. Iets dat een ½e meter van 't onderwerp verwijderd is, iets dat vaker door mij wordt gebruikt, & bovendien een grotere bijdrage levert aan 't algemeen comfort van 't leven alhier, kan mij niet eens tot een gedachte aan 't voorwerp zetten. Alsof 't niet bestaat, buiten 't moment van gebruik.

Neem nou de vuilniszak. Ik erger me regelmatig aan 't feit dat-ie in een mum van tijd weer gevuld is. 't Moment van vervangen stel ik zolang mogelijk uit door elke keer weer de troep nog eens flink toe te stampen. Tot de nok toe is de zak dan gevuld met allerlei spul dat ik niet waardig vind te bewaren, maar waar blijkbaar ook geen verhaal aan vast zit.

De pannenlappen. Als ik aan 't koken ben, beginnen ze altijd in de positie vlak naast 't gasfornuis, bovenop de magnetron. Ik roer wat in de pan, gebruik makend van 1 van de 2 xemplaren, & ben 'm vervolgens kwijt. Ik heb er gelukkig nog 1 liggen, maar na de 2e handeling is ook die foetsie. Ik vind ze weliswaar weer terug, maar ik moet er altijd naar zoeken op een moment dat 't eten bijna staat aan te branden.
Maar om daar nou een stukje over te schrijven. Langer dan de dubbele lengte van bovenstaande alinea zal 't waarschijnlijk niet worden. (Inderdaad: te kort voor opname in Zijperspace).

Belangrijke papieren raak ik ook altijd kwijt. Op momenten dat ik ze nodig heb, moet ik vaak 't hele huis doorzoeken.
Ik moet er bij vertellen dat ik eigenlijk bijna nooit iets kwijt raak. Alles heeft zo z'n vaste plaats. Datzelfde geldt voor m'n belangrijke papieren. Maar omdat ik veel als belangrijk papier omschrijf, niet zo snel de neiging heb iets weg te gooien, & ik daarnaast de afwijking heb om de inhoud van belangrijke papieren na opruiming onmiddellijk te vergeten, kost 't me moeite om 't juiste papier op 't juiste tijdstip terug te vinden.
Die papieren vormen waarschijnlijk een te grote frustratie om daar met voldoening een stuk tekst over samen te stellen.

Zo zijn er meerdere objekten in m'n huis die een groot gevoel van onvermogen leveren zogauw ik alleen maar over ze na moet denken. Zoals daar zijn: de discman, m'n telefoon, de afwas, de was, de stofzuiger, stofdoekjes, de rugzak, de inhoud van de rugzak, ontvangen ansichtkaarten & briefjes, & natuurlijk m'n ongevouwen t-shirts.

Nee, dan 't toiletpapier.
Als kind was ik al gedreven (& bedreven) in 't maken van toilet-rijmpjes, plee-dichtsels, wc-geneuzel. Die kon ik achterlaten in een soortemet 'Plee-boek'. Daar moest ik mee stoppen, vond m'n moeder. Wat moest de visite wel niet denken als ze een rijmpje over de kleur van een drol onder ogen kregen?
Dus werd m'n broer, gelegen in 't bed boven me, slachtoffer van m'n verhalen over m'n wc-avonturen. Niet in rijmvorm meer, ik was geen sneldichter, maar wel in saillant detail.
Later kregen m'n vriendinnen de rol van toehoorder toebedeeld. Kon ik vertellen hoe een goede scheet welluidend kon klinken & hoe je poepte als je 3 dagen achter elkaar alleen maar patat had gegeten. Dit al smeuïg & behoorlijk opgesmukt.

Maar goed, ik zal 't hier niet nog 'ns over toiletpapier hebben. Bovenstaand schrijven was een poging 't onderwerp te mijden.

& U toch een kijkje te geven in de wereld die Zijperspace heet.

interviewer

Roald was een interviewer. Hij kon niet anders. Niet omdat-ie perse interviewer wilde zijn; 't kwam door z'n niet-aflatende stroom aan vragen die hij eenieder die hij tegen kwam te stellen had. Tot vermoeiens toe. Ik liet 'm maar z'n gang gaan, zo kwam ik nog 'ns wat te weten, & intervenieerde wanneer de geïnterviewde een vijandelijke houding aannam. Roald wilde gewoon van alles weten. Z'n gedachten maakten andere sprongetjes dan dat 't geval was bij andere mensen. 't Leek alsof hij dmv de vragen zijn gedachten aan de rest van de wereld probeerde aan te passen.

't Gekke was dat Roald ondanks z'n soms wel botte vragen toch vaak eerlijke antwoorden kreeg. Sommige mensen vonden de aandacht leuk, anderen beschouwden 'm na de 1e vraag al als een gek, maar meestal antwoordden ze allemaal naar waarheid.
Iedereen in mijn omgeving werd vroeg of laat slachtoffer van Roald z'n vragen-manie. Dus ook de vrienden die ik door m'n nieuwe studie had leren kennen. De meesten daarvan ondergingen z'n spervuur van schijnbaar onbenullige vragen gelaten.

Ik was er al aan gewend. Ik zag Roald bijna elke dag. Al 4 jaar lang. Alleen een vrouw zou daar tussen kunnen komen. Maar ook daar had-ie genoeg vragen over te stellen.

'Waarom wil je een vrouw?'
'Komt 't door je broers?'
'Wat voor vrouw zie je dan voor je?'
'Jij houdt dus eigenlijk alleen maar van blonde vrouwen?'
'Hoe komt 't dat er dan niemand homo in je familie is?'
'Ken je je broers eigenlijk wel?'
'Zou een vrouw Den Helder wel mooi vinden?'
'Wie zegt dat ze in Amsterdam wil wonen?'
'Komt 't doordat je groot geschapen bent?'


't Kostte me wel 'ns moeite om Roald in te lichten over de feesten waarvoor ik uitgenodigd was. 't Betekende geheid dat-ie meeging. Alsof 't vanzelfsprekend was. Ik had niet altijd zin m'n nieuwe vriendenkring met Roald op te zadelen. Ik kon 't prima met 'm vinden, ik kon tot diep in de nacht met 'm ouwehoeren, maar 't was wel 'ns vermoeiend te zien hoe de confrontatie met anderen uit de hand liep. Want 't waren vaak confrontaties die hij bewerkstelligde.

Ook op mijn verjaardag viel-ie mensen lastig met z'n vragen. Hij had die avond een zeer groot publiek van willige monden tot z'n beschikking. Hij wist dat mensen maar wat graag over zichzelf praten. Daar maakte hij gebruik van. Om z'n nieuwsgierigheid te bevredigen, maar meer nog deed-ie 't om z'n theoriën te testen. Theorieën over hoe de menselijke psyche in elkaar zat. De psyches van mensen die met mij omgingen.
De avond van m'n verjaardag was voor hem alles toegestaan, want iedereen kende hem tenslotte als de beste vriend van Ton.

Hij heeft zich die avond uitstekend vermaakt. Pulkend & draaiend aan z'n sigaret die hij niet aanstak (de beste methode voor Roald om niet opnieuw te beginnen met roken) nam-ie 't ene na 't andere interview af.

'Waar kom je vandaan?'
'Heb je daar lang gewoond?'
'Hoe komt 't dat je niet kan horen dat je daar vandaan komt?'
'Zijn je ouders misschien gescheiden?'
'Dan heb jij zeker de Kameleon als klein kind gelezen?'
'Wie vond je leuker: Sietse of Hielke?'


Uiteindelijk was ook ik weer aan de beurt. Hij had blijkbaar de hele ronde van gewillige respondenten gemaakt.
'Met welke vrouw zou je 't liefst vannacht willen slapen?'
'Met Martine,' zei ik, terwijl Martine schuin voor me zat.
De wangen van Martine kleurden rood. Roald hield z'n mond.

't Kostte me die nacht zomaar 'ns geen moeite om Roald bijtijds de deur uit te krijgen.
'Martine blijft slapen,' was m'n poging 't Roald uit te leggen, terwijl ik 'm uitliet.
'Ja, ik snap 't. Ik zie je morgen.'
Hij liep de trap af. In z'n mond de onaangestoken sigaret.
Ik zou 'm de 7 daaropvolgende maanden weinig zien. De dag erna heb ik 'm in ieder geval helemaal niet gezien.

Er was een vrouw verschenen in Zijperspace.

aanraking

Ik lees een passage in een boek, over iemands 1e lichamelijke kontakt met een vriendin. Waardoor ik me probeer te herinneren hoe de 1e aanraking met 1 van mijn vriendinnen zich voor heeft gedaan. Er schieten me wel x-vriendinnen te binnen, maar niet de 1e momenten van kontakt. Niet de 1e aanrakingen. Wel aftastende & gewaagde zinnen, maar niet 't moment suprême.

& Akelig vervelend nestelen beelden zich op m'n netvlies van een treinreis. Een treinreis die minstens een nacht duurde, gezeten in een coupé voor 8 personen. Waarbij alle 8 plekken bezet waren. Waarbij alle coupé's in dergelijke mate bezet waren.

Tegenover me zat een meisje. Ze werd vergezeld door 2 vrienden, die net zo onverstaanbaar duits spraken als zij. Ik wist dat 't duits was, maar verder reikte m'n kennis over de duitse taal opgedaan aan de middelbare school niet.

Met 8 man in een coupé voor 8 man. Hoe zou 't in godsnaam mogelijk zijn hier te slapen, vroeg ik me af. Allemaal rechtopzittend in de stoel? Dat leek mij onmogelijk.

Tot de onverstaanbaren omstebeurt hun voeten onder de leuningen van de overbuurman stopten. & Langzaam schoven ze op hun zij, in een oncomfortabele, maar slaapbare houding. Daarvoor had je veel bagage of truien onder je hoofd voor nodig. Maar dat had iedereen, dus dat kon 't probleem niet zijn.
't Werd tijd dat ik me ook aan die manier van liggen ging wagen. Ik kon moeilijk de hele nacht door de gangpaden van de trein gaan wandelen, af & toe plaatsnemend op m'n stoel om naar 't gesnurk van m'n medereizigers te luisteren.
Ik besloot m'n voeten net als de rest van de coupé-bevolking onder de leuning aan overzijde te steken. Dat was die van m'n onverstaanbare overbuurvrouw. Dat moest geen probleem zij, want zij had ze tenslotte al links van mij gestopt.

Maar naarmate de nacht vorderde kwamen de lichamen van de toevallige coupé-genoten dichter bij elkaar. 'tZelfde gebeurde met die van m'n overbuurvrouw. Op een gegeven moment voelde ik zelfs haar benen tegen m'n onderbuik. Op onverantwoord gedachte plekken, ware 't niet dat zij sliep. & Haar 2 vrienden met haar.

Ik kon niet slapen. Dit was teveel voor mij. Ik voelde de benen van een totaal onverstaanbaar meisje tegen m'n buik. Ik kon haar voeten door haar sokken ruiken. De o zo nette witte sokjes. Terwijl haar schijnbaar vriendje 't moest doen met haar schouder op een afstand van 20 cm, mocht ik ruiken aan haar zweetgeuren aan de onderkant van 't lichaam. & Mocht ik met haar een omgekeerd lepeltje/lepeltje vormen. Zonder enige ervaring in deze. Zonder haar te kennen. Zonder haar te verstaan.

Plots bedacht ik me dat ik ook een slaapzak bij me had. Ik ritste die tevoorschijn, legde die stilletjes onder alle overhangende benen, midden tussen de banken, & legde me daar neer. Nu kon ik alle voeten ruiken. Maar alle warmte straalde niet meer direkt m'n lichaam in. Alles steeg nu naar boven. & Ik sliep onder. Inderdaad, ik sliep. Uiteindelijk.

& Droomde verder over hoe lichamen elkaar werkelijk naderen in Zijperspace.

toiletpapier (2)

Ik had 't toiletpapier nog maar net gekocht, ik wilde 't op een geschikte bij-de-hand-plek plaatsen, zodat ik niet met neergestreken broek de keuken in hoefde te strompelen, toen ik opgeschrikt werd door een levensgrote mot. Van circa 3 cm lang. Spanwijdte was ong van dezelfde lengte.

Zwiep, ging ik bij signalering ervan onmiddellijk met m'n handdoek, kledderend in de nattigheid van de douche die ik vlak voor de boodschappen had genomen. Mot bleef echter zwalkend vliegen. Nog meer in paniek dan mijn menselijk bewustzijn, zo bleek uit de onverwachtse wendingen & 't dwangmatig gezoek naar 't felste licht.
Ik pakte er nog een handdoek bij, benauwd als ik 't kreeg van 't monsterachtig beest, dat zeker als levensbedreigend beschouwd mocht worden.
Klats, ging 't daarmee tegelijkertijd met de andere handdoek tegen de muur, vlak naast de spiegel, die bij aanraking zeker naar beneden zou zijn gekletterd. Maar ja, de angst was dan ook kompleet: ik kon binnen enkele sekonden levenslang verminkt raken door dit vileine beest.

Uiteindelijk kwam de mot dodelijk vermoeid van 't onstuimig fladderen op de koude vloer van m'n douche-ruimte terecht. Vlak achter de wc-pot, waar ik net de nieuwe papier-voorraad had geplaatst.
Ik moest van deze situatie profiteren, dacht ik, wist alleen niet hoe. Ik kon geen wc-papier van de closetrolhouder halen, die was immers leeg. De nieuwe voorraad stond vlak achter 't moorddadig beest; als ik die opnieuw zou oppakken zou de mot vast met door de beweging opgewekte adrenaline een nieuwe aanval wagen.

Dus zette ik 't hele pakket in een flukse beweging bovenop 't beest. Zodoende uit beeld, bovendien overladen met wc-papier. Een mooiere manier van sterven kon ik me niet wensen voor de mot.

Vanochtend heb ik de wc-rollen van 't kadaver opgetild & op de reguliere plek teruggezet. 't Lichamelijk overschot zou ik wel opruimen zogauw ik daar emotioneel weer tegen opgewassen was.

Toen ik vanmiddag thuis kwam & 't toilet wilde gebruiken, ontwaardde ik de mot bovenop de oude wc-rol, hangend aan de closetrolhouder. Terwijl ik toch zeker wist dat ik 'm de dag ervoor geplet had. Schijnbaar hing-ie daar als herinnering aan m'n aktie van gister. De mot wilde blijkbaar genoegdoening door me een mottentrauma te bezorgen.
Ik pakte onversaagd wat wc-papier uit 't pakket & plette daarmee de lastige indringer. Ik spoelde zodoende 't 1e beetje nieuwe wc-papier vergezeld van een mot door de pot.

Elke dag is 't een kunst te overleven in Zijperspace.

toiletpapier (1)

Ik werd er van de week door Cockie op geattendeerd. Ik moet eigenlijk zeggen: ik realiseerde me daardoor plots weer hoe mensen ongegeneerd, en plein public, met een wc-rol kunnen lopen. Iets wat vooral op campings plaatsvindt.
Dat zal men mij niet zien doen. Heimelijk haal ik 't toiletpapier uit m'n rugzak tevoorschijn, frommel 't nog ff weg, om andere benodigdheden bij elkaar te verzamelen, & stop 't vervolgens onder m'n trui of moffel 't weg in een handdoek.
Ik zou een beetje gaan etaleren dat ik van plan ben een grote boodschap te gaan doen in dat hok, de sanitaire ruimte, waar ong 100 mensen dagelijks gebruik van moeten maken. Ik wil nog een beetje privé houden op een plek waar middernachtelijk iedereen iedereen kan horen ademhalen, je de buren van 10-tallen meters verderop een nrtje hoort maken, & je al snel een grote drinker lijkt zogauw je rond datzelfde tijdstip je ritssluiting laat horen.

'Dames & heren vakantiegangers,' weerklinkt de luidspreker vanaf de receptie, 'de jongeheer die zich zojuist heeft ingeschreven op uw aller camping Weltevree, genaamd AFB Zijp, herkenbaar aan z'n groene outfit & 1-persoonstentje, heeft zojuist z'n wc-rol in de hand genomen & is op weg naar toiletblok C. 't Laat zich raden wat voor geuren hij daar achter zal laten. Dit delen wij u mede, opdat u niet kunt zeggen dat wij u niet gewaarschuwd hebben. Wij wensen u nog een genoeglijke dag toe.'

Dat lijkt me ong van dezelfde strekking.
Ik loop liever naar 't sanitair gebouw om de schijn op te houden dat ik een douche neem, m'n kapsel opkalefater, of een frisse mond poets. Ik heb geen zin om vreemde blikken te ontmoeten van mensen die denken: 'Zo, die stank die ik me moest laten welgevallen tijdens 't scheren, was dus afkomstig van jou. Jij, wc-rol-drager.'

Afgelopen maandag was 't weer noodzakelijk dat ik een nieuwe voorraad in huis haalde. Ik bedacht 't me voor de 7e maal in 3 dagen; nog maar een paar stoelgangen & 't zou te laat zijn. Dus besloot ik wat vroeger de deur uit te gaan om nog net ff heen & weer naar de supermarkt op de hoek te kunnen.
Ik trof een handig verpakt 12-stuks Perfekt (zelf ook nog nooit van gehoord, maar 't zag er 't meest milieu-vriendelijk, onopgesmukt met blaadjes/tekentjes/voetballetjes, dik genoeg uit). Handig verpakt, omdat ze 2x2x3 gerangschikt waren, wat een kompakt gevoel gaf. Bovendien, maar daar kwam ik tijdens de wandeling richting kassa pas achter, hadden ze er een plastic draag-reepje bovenop bevestigd, zodat je 'm gemakkelijk kon meezeulen.

& Toch vond ik 't een raar gezicht. Een vrijgezel (volgens mij weet de hele straat hier dat op 166-hs een alleenstaande jongeheer woont) loopt met 12 rollen wc-papier. Hoelang zou hij er over doen om al die 12 rollen op te vegen aan z'n achterwerk? & Als je 'm ernaar zou vragen, zou hij dan beweren dat-ie 't ook gebruikt om z'n neus te snuiten, of viezigheid op te ruimen? & Waarom heeft-ie een potje mosselen in z'n andere hand?

Ja, dat potje mosselen kon ik niet laten. Na er van de week 2 aangeboden te hebben gekregen van een klant, droop 't kwijl me van m'n mond bij 't binnentreden van de supermarkt. Recht voor me stond meteen een pot mosselen in wijnazijn.
Absoluut geen kombinatie met wc-papier. Dus hield ik ditmaal de mosselen ½ verstopt in m'n zij ('t was een hele warme dag; een trui zou nog verdachter hebben gestaan) & kwasi-nonchalant 't bungelende '2-lagen zacht & sterk 12 x 200 vel toiletpapier' in m'n andere hand.

Vanochtend kwam ik bij m'n voordeur een jongen, zeker 8 jaar jonger dan ik, tegen, met 't zelfde hangende pakketje in z'n handen. Doodgemoedereerd passeerde hij m'n huis, alsof-ie mij erop wilde attenderen dat-ie mij van de week heus wel schielijk had zien lopen. Kijk 'ns hoe dapper & zonder gêne hij de buurt wist te doorkruisen, leek hij met z'n houding te willen zeggen.
'Pfff,' dacht ik, 'je bent pas stoer als je mosselen daarbij weet te kombineren.'

't Gaat er maar net om of je de rol aandurft in Zijperspace.

meeëters

Pam.
Die was erg lichamelijk. Alles wat er gebeurde tussen ons 2-en was lichamelijk. Zeer lichamelijk. Of 't nou mosterd was die plots van d'r lepel richting mijn oog schoot, of de blauwe plekken die ze op ons beider lichaam wist te creëren. Dat laatste vooral door gewoon plotseling de andere kant op te lopen dan onze voeten aanwezen. Als zij dat niet liet gebeuren, dan was ik er wel de oorzaak van. Maar de beurse plekken konden ook veroorzaakt worden door de stenen ondergrond die we genoten in de steeg achter 't huis van haar tante, waar zij voor de nacht haar fiets had geparkeerd.

Ze was zich zeer bewust van dat lichaam. 'Dat', dat was mijn lichaam. Bovendien vond ze dat dat lichaam zich ietwat moest aanpassen aan haar normen. & Binnen die normen bestonden geen meeëters.

Ze nam m'n gezicht onder handen. Plaatste haar 2 duimnagels op m'n wang & bracht ze langzaam tezamen. Ik wist tot op dat moment niet dat ik meeëters had. Wist ook niet dat ze er zo uitzagen. Dat veranderde snel dankzij m'n omgang met Pam. Ik ging voelen dat ik meeëters had. Ik voelde in ieder geval dat ze er uitgedrukt werden.
Op zich was 't niet zo erg als ze m'n wangen onder handen nam; dat was een pijntje van hooguit enkele sekonden. M'n wang zag na de behandeling er hooguit wat roodgloeiend uit. 't Grote voordeel was dat Pam & haar moeder onmiddellijk konden zien dat de meeëters verwijderd waren. Ik moest niet zeuren over die pijntjes. Binnen de familie van Pam werd er nooit gezeurd over pijn. Pijn bestond gewoonweg niet.

Minder prettig was echter de neus. De huid over de neus staat strakker dan de huid van de wang; er staat meer spanning op. Op de neus barstte 't van de zwarte puntjes die ik met m'n blote oog niet kon waarnemen, maar Pam wel.
Op de neus bevinden zich ook veel meer zenuwen. Zenuwen die ik moest ontkennen, zolang ik Pam wilde blijven kennen als mijn vriendin.

Ik schreeuwde 't uit, terwijl Pam zei dat ik een mietje was. Ik bewonderde 't resultaat, terwijl Pam me de zwarte pit liet zien. Ik verwonderde me over die zwarte pit, terwijl ik dacht dat m'n neus nooit meer dezelfde vorm terug zou vinden. Ik liet haar haar gang gaan, terwijl ik met m'n gedachten al bij de volgende vrijpartij was.

Ik keek van de week weer 'ns aandachtig in de spiegel. Er zaten kleine deukjes op m'n neus. Kleine kuiltjes eigenlijk. Zonder dat ik zwarte pitten kon waarnemen. Die waren waarschijnlijk allemaal verdwenen. Dat heb je als je ouder wordt, dacht ik. Of misschien moest ik ze laten aanwijzen door iemand als Pam.

De kuiltjes vormen de kraters van Zijperspace.

lay lady lay



Ik had een woning nodig. Ik ging voor de 2e keer in m'n leven een poging ondernemen in Amsterdam te wonen. Maar waar haalde ik onderdak zo snel vandaan?

Pam was nog maar net terug van vakantie, maar zij had al een methode om aandacht voor haar zoektocht te verkrijgen. Ze zou samen met haar vriendin Deborah in de etalage van de American Discount gaan zitten. Moest ik ook gaan doen. Gezeten achter een buro mocht je een paar uur lang de voorbijgangers kenbaar maken dat je woningzoekende was. Kreeg je nog een boekenbon voor bovendien.

Terwijl ik daar zat, papiertjes ophoudend met 'Kijk 'ns wat voor leuks u tijdelijk in uw huis kunt zetten', werd ik opgemerkt door de x-vriendin van Maarten, die ooit in m'n jongerencentrum in Den Helder had opgetreden. Maarten trad vervolgens in kontakt met mij & ik kon 2 weken op zijn huis passen. Vanuit Amsterdam zelf was 't altijd makkelijker zoeken, was de gedachte.

Dus kwam Pam gedurende die 2 weken af & toe bij me logeren. Als we met z'n 2-en waren zochten we in de gigantische platenverzameling van Maarten naar leuke muziek. Dat gebeurde niet vaak, want Deborah was er natuurlijk ook regelmatig. 't Waren tenslotte vriendinnen, die maar wat graag 't uitgaansleven in Amsterdam wilden ontdekken.
Daarnaast hadden we 't erg druk met elkaar; Pam was net terug van vakantie, had opnieuw de vrijheid geproefd, & was niet van zins zich sterk aan mij te binden. Daar moest veel over gepraat worden. Tijdens die conversaties was 't moeilijk zoeken in de platenkollektie van Maarten.

Op 't moment dat we de conversatie hadden afgerond & onze tijdelijke conclusies aan 't testen waren, de kwaliteit van Maarten's tapijt op ruwte controleerden, mijn knieën & de billen van Pam op reakties met dat tapijt bestudeerden, konden we opnieuw moeilijk tijd vinden voor de muziekkeuze.
Dus draaiden we de hele tijd 'tzelfde nr.
'Kan je erbij?' vroeg Pam.
'Ja, als je ff meebeweegt, kan ik nog net bij de naald. Snel, anders begint dat vervelende volgende nr weer.'

& Ze vlijde zich opnieuw neer in Zijperspace.

gesprek

Ik moet 1 van m'n broers bellen, bedenk ik me vanavond, want zonder zijn toestemming mag ik 't stukje niet schrijven dat ik in m'n hoofd heb zitten. Niet dat ik z'n naam wil noemen, hooguit benaam ik 'm als 'broer', maar goedkeuring is noodzakelijk.
Tuurlijk kan ik 't evengoed wel schrijven zonder zijn toestemming. Desnoods plaatsen ook. Maar ik heb geen zin in verontwaardiging.

Ik keek gister een film (The big kit) over een huurmoordenaar die door de grond ging als mensen 'm niet aardig vonden. 'Je bent misschien wel een borderline-geval,' zei 't meisje dat-ie ontvoerd had.

M'n broer reageert laconiek.
'Je moet gewoon schrijven wat je wilt, je hoeft je niets van mij aan te trekken.'
'Ja, dat ben ik ook wel van plan, maar ik wil niet dat iemand er onder lijdt. Van de week was ik ook een stuk aan 't schrijven, waarvan ik dacht: "Als m'n broer dat leest, dan schrikt-ie zich vast rot."'

& Gek genoeg komen we dan in gesprek. We zijn niet zo van 't praten, kom ik plots weer achter. We komen uit een broeder-gezin, waarin 't verstandelijke hoogtij viert. Hoewel we graag anders hadden gewild.
Hij vertelt geheimen waar ik nog nooit van gehoord heb. Hoewel hij zelf 't misschien niet zo als geheimen beschouwt. Doordat we 't er echter nooit over gehad hebben lijkt 't echter wel alsof 't ongelooflijke geheimen behelsen.

We zijn ontspannen. Ik kan me geen ontspannender gesprek heugen met m'n broer.
Maar ondertussen verlies ik 't verhaal dat zich al 2 uur in m'n hoofd aan 't ontwikelen was. 't Schiet andere kanten op. 't Vervluchigt, 't voert naar elders. Op deze warme zomeravond lijkt 't te verdampen & nergens heen te voeren. Niets meer dan een zomeravond-gesprek met m'n broer blijft over.

Ik sta leunend in de deuropening van de keuken. Terwijl ik praat kijk ik, staar ik, naar de tuin, de tegels, m'n stoelen in de tuin. & Niets daarvan dringt tot me door. Af & toe schiet er nog een klein padje uit 't tuinafval, als ik me plots beweeg, weg naar veiliger oorden. Soms stop ik met leunen & loop ik naar de woonkamer, maar daar komt lawaai van een radio-programma vandaan, dus keer ik terug. Ik heb stilte nodig voor dit gesprek. Ik praat met m'n broer.

Zijperspace is verzonken in stilte, & soms klinken geluiden van nooit-gehoord.

medaillon

Ik zag 'm gister opeens weer liggen. 't Kwam onder een zakdoek vandaan. Ik had 't blijkbaar zorgvuldig onbewust verstopt, om er niet meer naar te hoeven kijken.

Mike had 't meegenomen vanuit India, waar hij enkele van de wintermaanden had doorgebracht. Daar zou hij een restaurant hebben, alles ging daar meer dan fantastisch met de zaken, verdiende hij bakken met geld, & liep-ie dag in, dag uit in z'n blote bast rond. Dat laatste wilde ik wel geloven. & Dat 't regenseizoen was begonnen & daarom weer in Nederland.
'Oyeah, Ton. It was great,' vertelde hij toen-ie voor 't 1st weer in de winkel stond. 'Such a beautiful wheather. Oh, and there are such beautiful women too.'
Ik luisterde naar z'n verhalen tussen de klanten door. Hielp 'm af & toe met een brief van de sociale dienst of andere instantie vertalen. & Lachte om z'n grappen. Zoals voorheen.

'O hey, Ton,' zei hij, 'I brought something for you too.'
Bier, dacht ik.
'No no no. I brought something beautiful. You will love it. But I forgot to bring it with me.'
Hij zou 't nog een 10tal keren vergeten.
'Joe,' zei hij dan tegen z'n huis- & drinkgenoot, 'you should remind me when we're leaving home.'
Joe trok z'n gezicht van 'jajaja, 't zal wel'.
'It's a great thing,' voegde Mike er aan toe, 'a picture of their god.'

Een medaillon dus, bedacht ik eigenhandig. Daar zat ik op te wachten. Maar ach, je kan mensen gelukkig maken door hun giften te accepteren. Hij had tenslotte de moeite genomen om aan mij te denken, terwijl-ie in India was. Dat doe je niet met elke willekeurige verkoper.

Na 2 weken kwam Mike eindelijk met de medaillon aanzetten. Hij was zo lelijk als ik verwacht had. In de vorm van een hart zaten 2 afbeeldingen van Vishnu Krishna, aan beide zijden 1, met er omheen een goud randje. Geheel van plastic. Krishna heeft op de ene afbeelding 8 armen & wordt-ie begeleid door een sabeltijger. Op de ander staat een portret, waarbij hij omhuld is door stralen. De ene afbeelding is nog lelijker dan de ander.
'You should wear it. It gives you luck.' Ik kan 't om m'n nek hangen dmv een bevestigd goedkoop touwtje.
In plaats daarvan stopte ik 't in m'n broekzak. Ik vond dat ik 'm al gelukkig genoeg gemaakt had door 't kleinood te accepteren. 't Speet me dat-ie 't niet was blijven vergeten.

& Toch ligt 't daar nog steeds. ½ Verstopt weliswaar, maar zodanig dat-ie steeds weer tevoorschijn zal komen.
Ik weet dat Mike me er nooit meer naar zal vragen, misschien is-ie al vergeten dat-ie 't aan me gegeven heeft. Zoals-ie bijna alles vergeet, met z'n lekkend alcohol/drugs-geheugen. Maar ik durf 't niet over m'n hart te verkrijgen 't weg te gooien.

Vandaag kwam Krishna weer ff tevoorschijn in Zijperspace.

strijd met de mug & andere prikkeligheden

Pes merkte vanmiddag op dat m'n bovenarmen onder de muggenbeten zaten. Ik ontkende 't. Dit kunnen geen muggenbeten zijn, dacht ik. Ze jeuken wel, maar ze voelen anders aan. Bovendien was ik me er niet van bewust dat ik de strijd met de mug verloren had. De bulten zouden volgens mij zijn ontstaan op een moment dat ik zeker wist dat er geen mug aanwezig was.

Ok, op die van m'n voet na dan. Die is van gisteravond, toen ik in 't volle lamplicht buiten een boek zat te lezen. Waarschijnlijk heeft de mug door m'n sok heen in m'n voet gestoken. Is daar rustig op gaan plaatsnemen & heeft, tijdens m'n verkeren in onnozelheid, tijdens m'n algemene onrust wegens de onmogelijke hitte tot 's avonds laat, toegeslagen.

Er zijn heel veel verschillende muggen, vertelde Pes.
Ja, dat weet ik ook wel. Minstens 10.000 verschillende ondersoorten, las ik laatst. Maar de mug die zich in onze regionen begeeft, weet ik van geluid te herkennen. & 't Gevoel dat de bulten geven ken ik ook m'n leven lang al. De bulten die zich momenteel manifesteren op m'n bovenarmen zijn anders.

Ik voer een strijd met de mug. Een strijd om wie 't slimst is. Ik denk elke dag dat ik gezegevierd heb. (& Toch heb ik die bulten op m'n elleboog, zegt Pes). Want ik ben daadwerkelijk slimmer.
Ik doe de deuren dicht zogauw de temperatuur boven de gewenste temperatuur uitstijgt. Laat ze ook dicht; dan blijft 't in huis bovendien koeler dan buiten. Pas als ik 's avonds alle lichten heb uitgedaan & m'n gordijnen richting slaapkamer gesloten, waag ik me de tuindeuren weer te openen. Ook dat nog met de gordijnen erover heen gedrapeerd.
De deur in de keuken staat open. Die dient voor de nachtelijke toevoer van frisse, koele lucht. Maar dat betekent wel dat m'n kamerdeur (richting gang, die loopt naar de keuken) consequent gesloten dient te zijn. & 't Licht in de keuken zo veel mogelijk uit.

Ik denk overal over na, al m'n handelingen dienen ter voorkoming van de binnenkomst van de mug. Hij is hier niet gewenst, ik hou niet van z'n behoefte aan bloed. & Zeker niet met de gedachte dat dat bloed ervoor zorgt dat 't beest zichzelf voortplant.

Eergister ging ik een kort moment in de woonkamer liggen, omdat ik in de slaapkamer een gezoem als die van een mug gewaar werd. In de woonkamer hoorde ik 'tzelfde geluid al snel opnieuw. Ik sloot de slaapkamer met nog een gordijn af (nu hermetisch geen licht doorlatend), & keerde terug in 't bed aldaar.
Volgende ochtend geen muggenbeet. Strijd gewonnen.

Gisteravond bevond de mug (waarschijnlijk een andere, want ik had gelezen dat muggen slechts 1 dag met de winning van bloed bezig zijn) zich wederom in m'n slaapkamer. Die had ik echter al reeds hermetisch afgesloten, dus heb ik de reis terug naar woonkamer ondernomen, de tuindeuren snel opnieuw toegedaan, m'n self-floating matje neergelegd & m'n lichaam tot aan m'n kop in 't dekbedovertrek gestoken. Bijna hermetisch, heet dat.
Vanochtend mocht ik mezelf wederom tot winnaar uitroepen.

Er is echter nog steeds geen mug dood. Ik durf op dit moment nog niet de slaapkamer in. Terwijl de hitte ook in dit huis toeneemt. Straks kan zelfs ik niet meer in een laken of dekbedovertrek gewikkeld slapen.
Maar ik geef de moed niet op. Ik zal de strijd zegevierend afsluiten. Ik zal 't volk der muggen blijven misleiden.

Ze zullen straks weten wie de dienst uitmaakt in Zijperspace.

motieven

Ik heb me onderweg meermaals afgevraagd wat de dieren nou beweegt om de dingen te doen die ze doen. Zijn ze zich bewust van hun beweging, dan wel stilstand? Is die beweging/stilstand een drang of een welbewuste keuze? Of instinkt wellicht? Zijn ze zich wel bewust van hun motieven? Is honger dan een motief? Of angst?

Een stoet vliegen die op 't heetst van de dag mij & m'n rugzak (ik weet natuurlijk dondersgoed dat 't hun om m'n zweet te doen is) achtervolgt, bovenop 't pad van de Downs. Kilometers lang zweeft er een zwerm vliegen tot een meter hoog boven me. Als ik m'n hoofd naar ze omkeer zie ik ze heen & weer schieten, balancerend in hun eigen snelheid, teneinde toch zo dicht mogelijk bij me te blijven.

Een koe blijft staan. Zo lang mogelijk. Slechts een nog lekkerder polletje gras kan de koe bewegen z'n standplaats te verlaten. Er zit geen sprankje verlangen in 't beest 't omheind stuk land te ontvluchten. Als ik 't hek openhoud om me toegang tot 't volgende weiland te verschaffen zie ik geen enkele neiging mij te volgen. Geen lust voor vrijheid.

Slakken bewegen zich 't liefst als de ondergrond vochtig is. Dat glijdt nou 1maal prettiger voor dat naakte slijmerige lichaam. Dus zie je ze in 't ochtenddauw dat over de paden ligt zichzelf een weg banen. Maar altijd staat hun neus dezelfde kant op gericht. Ze lijken allemaal díe kant op te moeten waar alle soortgenoten ook heen gaan.

& Nu zit er een pad in m'n kelder. Op de 1 na onderste tree zit er een pad. Groter dan de kleintjes die ik regelmatig uit 't tuinafval zag springen. Ook minder beweeglijk. Gisteravond bij thuiskomst zat-ie precies 'tzelfde als vanochtend, toen ik z'n aanwezigheid wilde dubbelchecken. 12 Uur zaten er tussen. Zonder beweging.
Hij moet uit de tuin zijn gekomen, door de luchtgaten gekropen, & naar beneden gekukeld, bovenop de kratten Rochefort, & vervolgens nog een smak van 5 kratten omlaag hebben gemaakt. In 't donker heeft-ie zich toch een weg weten te banen richting de trap. Daar wacht-ie. Als meneer pad tenminste weet wat wachten is. Want als-ie dat verschijnsel niet kent, bestaat 't ook niet voor 'm.

Ik zou me ertoe moeten zetten de pad te bevrijden. Met een emmer zou ik 'm kunnen vangen. Ik weet echter van mezelf dat ik dat niet zo goed durf.

We laten de boel de boel in Zijperspace.

mosselen

Coen & z'n vriendin zaten aan de waterkant. Geheel & al met z'n 2-en. Daar kon niemand tussenkomen, wist ik ondertussen wel. Niemand, behalve de glazenophaler.

'Mag ik de lege glazen alsjeblieft,' zei ik dan ook. 'Jullie hebben mosselen?!' liet ik daar snel verrast op volgen.
Ik was totaal niet meer geïnteresseerd in de lege glazen. Ik zag nog slechts 't potje mosselen in zuur tussen hen in staan. 't Figuur van de vriendin scheen me plots ook niet meer te boeien (ik moet bekennen dat ik in 't verleden meermaals onopvallend opvallend haar lichaam visueel heb afgetast).

Om m'n aandacht voor hun potje mosselen enigszins te verklaren vertelde ik over m'n vader. Die was ook altijd al gek op mosselen. Ik geloof dat-ie voor Sinterklaas van m'n oma ook meermaals een pot mosselen kado had gekregen. Die egoïst at dat helegaar in z'n 1tje op. Zonder mij een enkel mosseltje te gunnen.
M'n moeder kocht 't een enkele keer voor aan de ontbijttafel. Maar ook dan werd ons verboden daar royaal van te nemen. Want de pot stond eigenlijk alleen maar voor m'n vader op tafel.

't Is een lijdensweg, een kind te zijn in de groei, & van lekkernij te houden waarvan ouders denken dat 't slechts voor hen bestemd is. Omdat over 't algemeen ouders denken dat slechts zij dit soort delicatessen op juiste waarde weten te schatten.
Nou, anders ik wel. Ik streed een grote strijd om alle mossels voor de kinderen beschikbaar, uiteindelijk in míjn mond, & nergens anders dan in mijn mond te krijgen.

Bij mosselen was dat makkelijk. Gewoon duidelijk laten zien wat je aan 't eten was. Zéér duidelijk, indien noodzakelijk.
't Voordeel van mosselen is dat ze er erg naakt uitzien. Glad huidje, zacht indrukbaar, met een zekere neiging naar weeïg. Daar houden mensen al bij voorbaat niet van. Maar als dat de medetafelgenoot nog niet ver genoeg vond gaan, moest 't mosseltje aan nader onderzoek blootgesteld worden. Was niet erg, voor mij bleef de mossel dezelfde smaak houden. Alleen ietwat anders in z'n verschijning.
't Meest effektief was deze methode van ontleding als ik 't begeleidde met een verslag van wat ik zoal tegenkwam. Zo smeuïg mogelijk.

'Kijk, nu doe ik 'm open. De lippen wijken uiteen. Dan zie je al snel een bruin uitstulpseltje tevoorschijn komen. Men zegt dat dat de afvalzak van de mossel is. De strontzak zogezegd. Die slik je dus ook door als je de mossel eet. Misschien is 't wel iets anders, ik weet 't niet, wellicht z'n geslachtsoorgaan, maar 't ziet er wel merkwaardig bruin uit voor een geslachtsoorgaan. & 't Steekt ook zo raar uit. Maar dan in z'n binnenste. Zou 't geslachtsoorgaan van een mossel binnen in z'n lichaam zich bevinden?
Kijk, aan die strontzak steken ook nog wat draadjes. Keiharde draadjes. Misschien moeten we dat wel beschouwen als 't bewijs dat dit de strontzak is. Want met deze draadjes hecht de mossel zich aan een vaste plek in zee. Hij lijkt alle afvalstoffen te verzamelen uit dat bruinige zakje, & daar een stug, hard kluwen van te fabriceren om zodoende zich te kunnen hechten aan een steen. Moet je niet in bijten, want dat smaakt absoluut niet lekker. Misschien wel slecht voor je tanden ook.
Als je de mossel eet, voelt 't lekker wee in je mond. Alsof iemand anders z'n tong in je mond heeft achtergelaten. Of alsof iemand z'n blote billen tegen je tong aanduwt.

'Hé, heb je geen trek meer in jouw mosselen?'

Maar meestal at m'n vader alle mosselen op. Tenzij ik per ongeluk de mosselen in tomatensaus had gekocht. Dan was ik de enige in de familie die z'n boterham dik met mosselen bedekte.

Maar 't liefst werden ze stiekem gepikt.

Want dat smaakt 't lekkerst in Zijperspace.

tegenstellingen

Ik heb buren die binnenkort vertrekken, buren die al of nog weg zijn, & een buurvrouw die er nooit is.
Ik ben omringd door bindende stilte. In zoverre ik die tot me door laat dringen.

Terwijl 't heet is, iedereen zegt 't, laat ik overdag m'n deuren dicht. & 's Nachts open. Maar dat laatste pas als ik 't laatste licht heb gedoofd. Niemand mag 't merken. Ik wil geen indringers.

Overdag laat ik m'n slaapkamer luchten. 's Avonds sluit ik 'm zo veel mogelijk af. Tot 't licht zich weer doet schijnen via de weerspiegeling van de zon in de ramen van m'n overburen.

Ik draai muziek als ik in gezelschap ben. Lekker hard. Zodat 't tot ze doordringt hoe goed muziek kan zijn.
Bij mij thuis is 't meestal stil. Omdat ik geen behoefte aan verstoring heb.

Ik voel me prettig in de drukte. Geef mij een massa mensen om me heen & ik bedien ze met m'n aanwezigheid. Communicatie wordt door mij tot 't minimum beperkt. Ik wil slechts weten wat men drinkt. Dan geniet ik pas van de massa.

Ik kies de paden die mij om de civilisatie heen leiden. De kronkelwegen, de onverwachte wending, de omweg, 't afwezige, 't onverharde pad. Er bevinden zich meer bobbels, meer heuvels in die wegen, maar ik weet dat dat de enige wegen zijn die ik kan bewandelen. De eenzaamheid bevind zich daar ook. Ik kan me daar meer verheugen op een ontmoeting met een medemens.

Ik trek op sokken m'n tuin in & dump al 't klittend spul ff later boven m'n vuilnisbak. Schraap 't van m'n sok af.

Ik lees. Ben na beëindiging van 't boek de inhoud alweer vergeten.

Ik laat mensen vrezen. Lachend schreeuw ik mezelf zwijgend.

We bevinden ons in de schemering van Zijperspace.

haat

Ik wilde dat-ie zich eindelijk 'ns normaal tegenover me zou gaan gedragen. Ik wilde dat-ie niet z'n vriendin een trap gaf, als zij de lege glazen me aan wilde reiken. Maar hij begon bij de 1e zin er alweer doorheen te blaten.

Bij elke zin die ik hierover zeg, besef ik me dat er al een kleuring in 't verhaal optreedt. 't Is mijn versie van 't gebeuren. Elke keer probeer ik me 1st voor te stellen hoe 't er uit kan zien vanaf de andere kant, & poog ik die mee te laten tellen in mijn beschrijving van 't konflikt, maar als ik me realiseer hoe gekleurd zijn visie op mij al jarenlang is, ontgaat mij alle begrip.

Ik heb te maken met een man die me al jarenlang afwisselend probeert te denigreren, te kwetsen, te negeren, zwart te maken. Veel variatie zit daar dus niet in.
Als-ie fooi geeft aan 1 van m'n collega's voegt-ie er aan toe: 'Niet voor Ton hoor.' Op zo'n manier dat ik 't kan horen. Als ik vraag of er glazen aangereikt kunnen worden negeert-ie me volkomen (of geeft-ie z'n vriendin een trap). Als ik voorbij loop terwijl-ie met z'n vrienden zit te praten, hoor ik 'm kankeren op mij. Al 5 jaar duurt dat gekanker. Misschien nog wel langer.

Ik heb m'n xcuses aangeboden aan een dame die vanmiddag deel uitmaakte van z'n groep, wel vaker in z'n gezelschap zit, nadat ik 'm had gezegd dat-ie beter kon vertrekken. Als-ie 't inderdaad niet voor elkaar kreeg fatsoenlijk naar me te luisteren, mij voortaan fatsoenlijk te behandelen, zoals ik hem ook behandelde, dan kon-ie beter gaan & kreeg-ie geen bier meer van mij, noch van m'n collega's. Ik bood haar m'n xcuses aan, omdat ik zag dat ze zich gevangen voelde tussen 2 kampen.
''t Geeft helemaal niet hoor, voor de rest. Je blijft toch m'n favoriete barman.'
Waarom heeft hij dan zo'n hekel aan me, vraag ik me op dat moment des te sterker af.

Daar bovenop moet ik me tegenover m'n collega's verantwoorden. Ze hebben nog nooit met hem een konflikt gehad, zeggen ze. Ze zien alleen maar dat hij op een dergelijke manier op mij reageert. Dat moet een oorzaak hebben, denken ze.
Dat denk ik ook. Alleen vind ik niet dat die oorzaak de hele tijd bij mij gezocht moet worden, probeer ik ze duidelijk te maken. Ik heb m'n gebreken, ik ken ze ook voor een groot deel, maar ik hoef me toch niet eeuwig & altijd te laten kwetsen door een persoon die toevallig een hekel aan me heeft? & Toevallig niet aan m'n collega's. Als ik een hekel aan een klant heb, laat ik dat toch zeker ook niet bij elke handeling merken?

Ik zink. Ik zink diep in een wantrouwen tegenover m'n persoon. Ik heb m'n gebruiksaanwijzing, ik heb m'n tekortkomingen. Maar doordat iemand de nadruk legt op 1 van die tekortkomingen, waarschijnlijk omdat die 5 jaar geleden bij hem op 1 of andere manier tentoon werden gespreid, moet ik lijden.
Ik moet praten als Brugman om te duiden wat er verkeerd is in de man z'n benadering van mij. Hoe totaal anders z'n gezelschap op mij reageert. Ik moet alle voorbeelden uit de kast halen om nog enigszins m'n gelijk te kunnen halen.
Maar ik zie aan de schokschouderende bewegingen van m'n collega's, hoor aan de laatste snerende opmerkingen, dat ik beter zal moeten bewijzen dat ik gelijk heb dan hij. Hij heeft bij voorbaat gelijk; mij kennen ze ondertussen.

& Terwijl ik Brugman speel, voel ik dat elke zin waarmee ik de man z'n gedrag, z'n handelingen probeer te illustreren, evengoed gekleurd wordt door een verwondering over zoveel haat tegenover mijn persoon.

& Voelt Zijperspace aan als een mens-onvriendelijk universum.

lijflog 8

Vroeger gebruikten we zeep. 't Was een kwestie van 's ochtends vroeg goed je handen insoppen & 't resultaat ervan door je haren smeren. Sommigen onder ons droogden 't vervolgens met een föhn, maar daar wilde ik niet aan beginnen. Met een beetje geduld droogde 't vanzelf wel tot harde stekelige puntjes.
Voordeel was dat de kussensloop redelijk lekker rook (als m'n moeder tenminste de juiste zeep had ingekocht).
Een nadeel kon 't zijn als ik tijdens een bui naar buiten moest. Dan kwam 't zeep in prikkelende stralen over m'n voorhoofd m'n ogen lastig vallen.

Daarvóór gebruikten we ook nog een tijdje brillcream. Dat was vooral vet & glad. Je kon je handen niet door je haren bewegen, want daarna was alles wat je aanraakte vet. Daar zijn we redelijk snel mee gestopt. Alleen Carel bleef 't nog iets te lang gebruiken. Gelukkig is-ie op een gegeven moment ook overgestapt. 't Zou anders een schande voor de familie zijn geweest.

M'n oudste broer gebruikte op een gegeven moment Murrays. Dat was een behoorlijk stug plakkerige substantie in een oranje potje. Met moeite kreeg je de restanten na insmeren weer van je vingers af. Ik vroeg me altijd af hoe kappers dat deden, hoe gingen zij door met de volgende klant knippen als ze net een nieuw kapsel van Murrays hadden voorzien?

Ik ben op een gegeven moment overgestapt op Murrays soft of Murrays light formula (de juiste benaming weet ik inmiddels niet meer). Die moest je ver voordat je 't huis verliet in je haren gesmeerd hebben, anders viel je voorbijgangers lastig met een sterke kokosgeur. Er waren grote hoeveelheden jojoba aan dit goedje toegevoegd. Dat rook je al als je je neus boven de gele inhoud van 't gele potje met paarse deksel hing.

Maar ze stopten met de import van dat produkt, zo vertelden ze me in de van Woustraat. Er was de laatste tijd gewoon niet meer genoeg vraag naar, wist de verkoopster me te vertellen. Maar misschien moest ik 't volgende alternatief 'ns proberen?
Vanaf toen gebruikte ik 't alternatief, maar vergat ik steeds de naam van 't produkt. Elke keer als ik de winkel betrad, vroeg ik naar Murrays soft, waarna ze me weer moesten uitleggen dat dat niet meer geïmporteerd werd. Door wijzen naar 't licht oranje potje kreeg ik uiteindelijk toch altijd waarvoor ik was gekomen.

Na zovele malen die vergissing gemaakt te hebben zou je toch zeggen dat ik op een gegeven moment toch beter moest weten. Maar 1 maand geleden stond ik weer met m'n mond vol tanden.
'Nee, meneer. Murrays soft verkopen we al een aantal jaren niet meer. Er was op een gegeven moment gewoon te weinig vraag naar.'
Ik bedacht ditmaal niet dat ik maar ff naar 't potje moest wijzen dat de oranje kleur van mijn merk 't meest benaderde. Ik liet me onmiddellijk 't volgende produkt aanprijzen. Ze hield 't me nl al voor.

Ik heb een keer eerder op zo'n wijze een haarprodukt gepresenteerd gezien. Ik weet dus hoe ik in dat soort situaties moet reageren. Met de handen op de rug. Zodat je niet de neiging hebt om je vingers in de pot te stoppen. Want dat mag niet, weet ik nav die eerdere poging.
'Nee, meneer. U kan niet zomaar 't produkt uitproberen. Dan kan ik 't niet meer verkopen. Stelt u zich 'ns voor dat alle klanten zouden doen. Wat voor enge ziektes men dan allemaal zou krijgen.'
Sindsdien stel ik me dat voor. & Dus kon ik heel braaf analyserend 't spulletje in 't potje bekijken. Ik moest aldus oordelen of 't soepel genoeg was voor 't smeren op de handen & stug genoeg voor 't juiste resultaat in m'n kapsel. Voor de beoordeling van de geur mocht ik m'n neus wat dichterbij brengen.

Ik gebruik aldus sinds kort Murrays Wavine. Gestoken in een perzikkleurig potje, bedekt met paarse letters.

Daarom ruikt 't in Zijperspace tegenwoordig 's ochtends een kwartier lang naar ingesmeerde baby-billetjes.

spinnenweb

& Dan nog ff over die tuin.

Geleidelijk aan is m'n tuin behoorlijk verwilderd. Teruggekomen van m'n vakantie kostte 't me moeite door de wildernis de achterkant ervan te bereiken. Ik heb me toen tot 't linkerpad moeten beperken; een pad van 1 tegel breed. 't Pad aan de rechterkant was een ondoordringbare jungle van winde, passiebloem & wat uitgeschoten guldenroede, knopig helmkruid, bowles munt & andersoortig goed, dat door de voornoemde slingeraars bijeen gebonden werd.

Links hou ik vrij. Dan kan ik m'n was tenminste kwijt in de zon, zodat 't snel droogt in deze tijd van 't jaar. Ik knip de snel uitstekende vlinderstruik regelmatig, zodat m'n pad redelijk begaanbaar blijft. Doe ik momenteel met veel plezier, want zittend in de Londonse underground ('t bovengrondse gedeelte) heb ik genoeg van z'n paarse bloemen gezien. Als je iets als onkruid welig ziet tieren, bederft 't 't uitzicht ook als je 't in andere omstandigheden ziet.
Nadeel alleen is dat de spinnen zich in grote getale manifesteren. Op mijn tocht richting achterkant tuin (wat moet ik daar eigenlijk, vraag ik me wel 'ns af; slechts om ff te kijken hoe de vlierbloesem 't doet, of dat rare goedje van m'n achterburen verder groeit, waar die rare uitstekende staken vandaan komen, om die hardnekkige prikkende staken van m'n andere achterburen weg te knippen; daar onderneem ik een reis van 8 meter voor) raak ik geheel bedekt met jeukende plakkende lijntjes, draden, met 8-potige beestjes er aan hangend, die over m'n huid kriebelen & nachtmerries bezorgen.

Ik heb besloten dat de spinnen mogen blijven. Ik verwijder voortaan alleen maar een web wanneer die zich op mijn pad bevindt.

Vanochtend kwamen de schilders bij hun fanatieke ruiming van m'n achterdeur een andere spin tegen; zo 1tje die geen web maakt; grote wijde poten, harig & spits. Ik had er al 'ns eerder een xemplaar van in m'n huis. Toen die door mijn jacht op hem van boven 't plafond viel op de vloer, hoorde ik een harde 'Kwak'. Zoals alleen maar zulke spinnen 'Kwak' kunnen zeggen, was meteen mijn associatie bij dat geluid.
De schilders manoeuvreerden deze spin met hun schoenen naar 't rooster van m'n kruipruimte. Ik weet nog steeds niet of ik dat een geruststellende gedachte vind.

Die spinnen met webben mogen dus blijven. Onder een enkele conditie: Ze moeten van m'n waslijn afblijven. Ik wil niet dat m'n was onder de webdraden komt. Laat staan dat ik 't risico wil lopen dat als ik een gedroogd t-shirt spontaan aantrek kriebelende pootjes zenuwachtig over m'n rug voel lopen.

Dus ben ik een ontmoedigingscampagne begonnen. Daarbij vernietig ik steeds weer 't web van dezelfde spin. Dan moet-ie 't maar afleren. Mijn waslijn is mijn waslijn. Lijkt niet op een ragfijn spindraadje. Moet-ie dus vanaf blijven.
Na mijn vernietigingsaktie, mijn kleinschalige kraakpand-ontruiming, vlucht de spin haastig via z'n verticaal uitgezette lijntjes naar boven. Wachtend op 't moment dat ik vertrokken ben naar m'n werk. Om wederom een bolwerk op te zetten.

Vanochtend had-ie wijselijk restantjes brunel als steunpunt gekozen, een meter verder de tuin in, ipv mijn waslijn. Ik liet 'm daarom hangen.
De schilders hebben m'n genereusiteit 't web ditmaal te sparen vanochtend geheel teniet gedaan.

Waarna de spin aan z'n 10e verhuizing begon binnen Zijperspace.

schilders

& Dan nog ff over die schilders.

Schilders weten toch wel wat tuinen zijn? Ze zullen toch wel op de hoogte zijn dat er met veel moeite in een tuin plantjes zijn gezet, vertroeteld vaak (ok, ik ben niet van 't vertroetelen, ik ben meer van laat de natuur maar z'n ding doen; als 't me niet zint, dan trek ik 't wel weer weg), aangemoedigd, gesaneerd (daar krijg je mijn aanpak)? Zodat 't geheel van de tuin een uitstraling krijgt zoals je denkt dat-ie klopt, mooi is, natuurlijk, misschien wel evenwichtig, overeenkomt met 't karakter van de bezitter van de tuin. Zodat 't je eigen ding is, een uitbreiding van je eigen huisgevoel.

Vooral als schilders een amsterdams accent hebben, ga ik er van uit dat ze een tuin hebben. Want alle amsterdamse accenten zijn inmiddels verhuisd naar Almere, waar volgens mij iedereen een 1-gezinswoning heeft, al dan niet in een rijtje, maar zeker de beschikking heeft tot een tuin. Dan mag je vaak niet over 't gras lopen met je schoenen aan, nadat 't net geschoren is. Of je mag slechts door 't raam de tuin inkijken, om de bloemenpracht van de viooltjes te bewonderen.

Ik heb ook al eerder loodgieters in m'n tuin gehad. Een hele massa. Die bouwden in no-time een stellage, omdat op 3-hoog een uitlaat gerepareerd moest worden. Vervolgens verlieten ze allemaal m'n woning (dus ook m'n tuin), met achterlating van 2 collega's die 't klusje moesten klaren, & een platgewalste 1½ m².
Ze hadden allemaal een amsterdams accent.
Volgens mij hebben x-amsterdammers er de pee in dat ze uit moesten wijken naar steden als Almere. Als wraak trappen ze bij elk huisbezoek op de begane grond de tuin plat. Op de 1e & hogere etages zullen ze wel wat anders doen.

Mijn schilders hadden alle spullen die bij m'n achterdeur verzameld stonden plompverloren in de tuin geplaatst. Midden tussen de majoraan stond de ene stoel, de groene munt werd beschaduwd door de 2e. De aardbeien die aan de buitenvensterbank van de keuken stonden, waren nu de brunel aan 't pletten, enkele verfpotten deden dat met 't kruipend tijm; stoffer & blik dienden nu blijkbaar om de resten van de blauwe onschuld bijeen te vegen.

'Amsterdam voor de amsterdammers' hoorde ik lang geleden een burgemeester zeggen, vlak nadat ik begonnen was met m'n studie.

& Mijn tuin voor niemand meer dan de bevolking van Zijperspace.

slaap

Ik hoorde ze voor m'n deur converseren.
'Ik denk dat die meneer op vakantie is. Ik heb 'm afgelopen dagen totaal niet gezien.'
Ze hadden 't over mij. Terwijl ik de schilder die de voorgaande woorden uitsprak de dag ervoor me nog gedag gezegd heeft. De andere schilders kende ik stuk voor stuk van gezicht. Gewoon door ze op straat tegen te komen, op 't moment dat ik m'n huis verliet.
De schilders waren aan 't doornemen welke huizen ze nog moesten doen. & Dat om ¼ over 8. Voor míjn deur, degene die in dit blok over 't algemeen 't laatst opstaat.

Ik had al een spelletje verstoppertje achter de rug. Dat spelletje had bijna de hele nacht geduurd. De mug wist weliswaar waar ik me bevond, dat kon ze duidelijk gewaar worden, ze wist alleen niet waar ze een opening in m'n dekbed zou kunnen vinden. Ik wist zeker dat 't een 'zij' was, want halstarrig bleef ze me belagen. Ik had me echter geheel in m'n dekbed gewikkeld; slechts bij m'n neus had ik ruimte gelaten om te kunnen ademen.
Toch liet ik me op gegeven moment verjagen naar de huiskamer. Gelegen op de bank kwam ik er achter dat ook daar zich een mug bevond. Ben toen maar weer teruggegaan naar de mug rond m'n bed. Rond 6 uur gaf die mug de moed op.

Nav 't werkoverleg besloot ik er maar uit te stappen. Als ik ze had binnengelaten & ze in de achtertuin aan de gang waren, zou ik met de gordijnen dicht vast nog wel ff slaap kunnen vatten.
't Volgende moment ging de bel & nog geen 5 minuten later had ik een draagbare radio op een commerciële zender met veel jingles in m'n tuin staan. De 2 luidruchtigste schildermannetjes, ik had ze al bij andere buren horen 'werken', zouden de boel wel ff bij me komen opknappen.

Ik heb 't geprobeerd, maar met zo'n geluidsachtergrond wilde 't niet lukken. Toen ik de moed opgaf & maar alvast wat brood uit de vriezer haalde voor m'n ontbijt, stonden zij ook op 't punt de moed op te geven.
'Alles is gedaan, behalve dat raam. Da's helemaal rot. Moet vervangen.'
't Had geen zin meer om nog wat slaap in te halen. De penetrante verflucht drong de kamer in, ook al had ik alles dicht staan.
'Heb jij de tijd opgenomen?' vroeg de ene dikke schilder aan de andere dikke schilder.
'Ja. 3 Kwartier. Dus bij elkaar 1½ uur.'

Da's precies 't tekort aan nachtrust in Zijperspace.

burendag

't Was een succesvolle burendag vandaag. 't Succes meet ik dan niet af aan de kwantiteit, hoeveel ik van m'n buren zie & spreek, maar vooral aan de kwaliteit; hoeveel diepgang in de ontmoetingen met m'n buren zit, hoeveel wijzer ik van hun, zij van mij word(en).

Van de week had ik per ongeluk 't telefoongesprek van m'n naaste buurman Ingmar afgeluisterd. Ik kon niet anders: ik zat in de tuin & hij vond 't prettig om in zijn tuin z'n kennis/familielid te vertellen over zijn & z'n vriendin op handen zijnde verhuizing. Daar moest ik 't fijne van weten, want je gaat niet zomaar verhuizen van de buurt waar ik nu woon, naar de buurt waar ik tot 3 jaar geleden gewoond heb (ik heb goed meegeluisterd: ik kon bijna aanwijzen waar hun toekomstig huis woont).
Dankbaar maakte ik dus gebruik van zijn aanwezigheid op straat vanmiddag. Dankbaar nam ik zijn mededeling in ontvangst dat de schilders desnoods via zijn tuin mijn huis wilden bereiken.

Dit behoeft uitleg: woningbouwvereniging 't Oosten heeft een schildersbedrijf ingeschakeld om alle huizen in deze straat, eigendom van 't Oosten, een likje verf te geven. De voorkant is gebeurd, hooguit de voordeur of 't raam hoefde hiervoor een uurtje open te staan, nu moest de achterkant plaats gaan vinden. Daarvoor moet men door 't huis. Daarvoor dient de bewoner thuis te zijn.

Als ik morgenochtend om ½ 9 (de afgesproken tijd met buurman Ingmar) stemmen achter m'n huis hoor, bel ik de politie (of iets dergelijks), heb ik al besloten. Ze kunnen wel een voorgedrukt kaartje in m'n brievenbus stoppen met de mededeling dat ze aangebeld hebben, maar 't lukt ze niet er op te noteren dat ze ivm de werkzaamheden graag een afspraak met me willen maken.

Ik hou van m'n buren. Ik nodig ze graag uit voor m'n verjaardag, elk jaar. 't Is net of m'n beste vrienden langs komen. Ik hoef ze niet elke dag te groeten als ik 't huis verlaat, maar 't is wel prettig om zo af & toe een praatje met ze te maken bij een ontmoeting voor de deur. Ik merk dat er altijd een glimlach op de lippen van beide partijen staat in zo'n geval. Sterker: als ik nu de gezichten van m'n afzonderlijke buren voor de geest haal, zie ik ze allemaal met een glimlach.

Vervolgens kwam ik Nienke tegen. Ik was net vrij van m'n middag vrijetijdsbesteding, waardoor ik van nature ('t is de alcohol, kan ik eerlijk zeggen) een lach op m'n gelaat bestorven heb liggen.
'Hé,' riep ik net voordat ze op haar fiets wilde stappen. 't Had effekt, ze stopte. Vol aandacht van wat voor belangwekkends ik wel niet te delen had. 'Ik heb een bloempot van je in m'n tuin staan.'
'Oja,' zei ze, 'dat kwam door die storm. Dat was een klap zeg.'
Verder praatten we over haar vakantie vanaf as zaterdag, de woningbouwvereniging, haar aangetekende brief die kant op, Panos in Griekenland, de hitte/koelte in huis, de woningbouwvereniging, de tuin, de schilders, de woningbouwvereniging, haar afspraak van 7 uur (een ½ uur te laat), & vergeten uiteindelijk mijn 'Hé': de bloempot.

Wie nodigt tegenwoordig nog al z'n buren uit voor z'n verjaardag? Na 2½ jaar wonen hier kan ik m'n verjaardag al niet meer als volledig beschouwen als niet in ieder geval 3 van m'n buren hun gezicht ff laten zien. De laatste verjaardag waren ze er allemaal, behalve Panos van 3-hoog, de vriend van Nienke. Maar die had me 's ochtendsvroeg als 1e een kado gegeven: griekse oregano. Speciale import.
Oja, Hanneke was er ook niet. Van 1-hoog. Recht boven me eigenlijk. Maar die beschouw ik niet als buur. Ze is er bijna nooit. Hooguit 1 keer per week hoor ik wat gerommel. 1 Keer per maand muziek in de ochtend. Op de verjaardag van Suze klaagde ze over geluidsoverlast, omdat er muziek uit een box dreunde vlak boven haar slaapkamer. Terwijl ze juist nu haar slaap nodig had. Terwijl Suze slechts 1 keer per jaar jarig is, verweerde Suze zich. Nee, de muziek moest uit.
Dus dat vind ik geen buurvrouw.

Suze kwam ik tegen toen ik 't tuinafval aan 't verslepen was richting ondergrondse vuilcontainer. Speciaal voor haar legde ik 't vuil nog ff op de stoep. Kon ik haar op de hoogte brengen van mijn gesprek met Nienke. Kon ik haar ook uitnodigen voor 't gesprek dat ik met Nienke zou hebben in mijn tuin bij mooi weer, bij Nienke boven indien 't zich slechter liet aanzien. 't Zou dan moeten gaan over de woningbouwvereniging, hoewel ik dat niet zeker meer wist. Tsja, dat heb je als je aangeschoten een gesprek aangaat. Maar 't zou plaats gaan vinden als Nienke terug was uit Griekenland.
'Oh, dan ben ik ondertussen op vakantie,' zei Suze.
'Alweer?'

Ik zie m'n buren eigenlijk alleen maar als ze op vakantie gaan, of net terugkomen. Of als ze plannen hebben zeer binnenkort te vertrekken, & ik ze vervolgens niet meer voor de deur tegenkom.
Ingmar & Marit van hiernaast zie ik weliswaar onder andere omstandigheden, bijv als ze een telefoongesprek voeren dat ik dan af kan luisteren, of als we gelijktijdig de tuin aan 't bewerken zijn. Maar dat is binnenkort ook afgelopen.

Ik hou van m'n buren.

Ze zijn als verre vrienden, maar ik weet dat er suiker is buiten Zijperspace.

bureaucratie

Daarnet moest ik verschijnen voor de banenmarkt,' zegt Boekenman. 'Iedereen met een uitkering moet daarvoor verschijnen. Maar ik moest bellen dat ik wat later kwam. Nou, dan krijg je zo'n bandje met de mededeling dat er nog 10 wachtenden voor me zijn. "Meneer, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen," klinkt 't dan.
'Toen was ik aan de beurt & weet je wat er dan gebeurt?'
Hij stopt ff, maar z'n blik zegt dat-ie 't antwoord meteen zelf zal geven.
'Dan krijg je weer zo'n stem: "U wordt doorverbonden met 1 van onze medewerkers." Wat krijg ik te horen? Alleen maar: "Tuut, tuut, tuut, tuut."'
Om 't geluid kracht bij te zetten tikt Boekenman met z'n vinger tegen de koelkast, waar we naast staan.
'Opgehangen dus. De verbinding was verbroken,' zeg ik.

Boekenman houdt een korte spannende pauze, waarin z'n blik verdonkert & langzaam mijn kant op schuift.
'Nu moet ik zeker weer m'n kaart er in stoppen & opnieuw bellen? Nee, weet je wat ik ga doen?'
Hij komt een stapje dichterbij.
'Ik ga naar ze toe, maar neem nu een pistool mee.'
De manier waarop Boekenman 'pistool' zegt, klinkt lekker ouderwets. Meer 'piestol', met een lange 'ie' in 't begin. Zoals iedereen vroeger op 't speelpleintje ook altijd pleegde te doen.
Z'n getrokken vinger gaat richting mijn hoofd.
'& Dan schiet ik ze 'Pfieuw, Pfieuw, allemaal door hun hoofd. 1 Voor 1.'

Ter geruststelling: bij z'n demonstratie op 't droge schiet Boekenman er ook 1 door z'n eigen hoofd.
'Want daar worden wij dus hartstikke niet goed van: ze nemen gewoon een lopie met ons. Met hun godverdommese regels.'
Z'n gezicht ziet rood. Z'n hoofd hangt voorover bij z'n laatste zinnen. Ogen puilen uit van woede.
'Inderdaad,' zeg ik, 'maar je wilde dus 1 flesje bier kopen? & Je had 2 flesjes terug.'

Voorlopig wordt er niemand geraakt in Zijperspace.

grijsaard (3)

Ze stond al in 't minuscule postkantoortje van Washigton. Een kantoortje dat tegelijkertijd dienst deed als een winkel van sinkel, kreeg ik de indruk door 't allegaartje wat elke cm² ervan in beslag nam. Daardoor pastte er maar 1 klant tegelijk in 't zaakje & moest ik, zeker met m'n rugzak op, buiten wachten. Als 't geregend had, was 't ook geen probleem geweest, want 't kantoor vormde de achterkant van de plaatselijke pub. De toegang tot de pub was slechts 1 meter van 't lokale postkantoor verwijderd.

Maar de oude dame leek maar niet klaar te komen met de mededelingen die ze aan de dienstdoende beambte moest doorgeven. Als 't al mededelingen waren. Uiteindelijk vroeg ze toestemming om haar boodschappen, een grote tot de nok toe gevulde tas, daar achter te laten. Daarbij sprak ze de man bij z'n voornaam aan. Dat moet kunnen in zo'n klein gehucht, dacht ik. De tas werd in een onmogelijk hoekje van 't kantoor gedrukt, nog ff nagedouwd door de man met de post-pet, toen de dame de pub al binnengetreden was.

Ik vroeg 'm of er een pinmachine in Washington was: nee. Of er een pinmachine in 't volgende dorp was: ja. Hoeveel de treinreis Midhurst-Woking zou kunnen kosten: hij had geen idee. Zou ik 't met nog £ 20,- redden: dat moest kunnen.
Dus besloot ik 't geld meer dan die £ 20,- op te maken aan een pint in de pub.

De dame stond al aan de toog met een ½-pint Guinness. Iedereen zei haar gedag of vroeg waar ze de afgelopen dagen was geweest. Ik hoorde de gesprekken een beetje aan, terwijl ik wat achteraf was gezeten om m'n kleddernatte rug (door 't dragen van de rugzak) niet onder ogen te hoeven brengen.
De man van 't postkantoor kwam erbij, ditmaal zonder pet, zodat ik niet meteen doorhad dat hij 't was. Hij informeerde kort bij z'n buurman aan de bar, keerde zich naar mij om & zei: 'Deze heer zegt dat 't niet meer dan £ 14,- kan zijn.'

De dame was een prater. Ze praatte met iedereen, maar 't liefst met de postbeambte. Daarbij legde ze haar vuist op z'n rug, hoger kwam ze niet, & wendde keer op keer haar gezicht naar hem, om haar woorden kracht bij te zetten. Hij had daar echter niet de hele tijd zin in, wat leidde tot kolderieke situaties & grappige opmerkingen. Ik zat grinnikend in m'n stoel 't boeltje te aanschouwen.

Ze vroeg hoe oud ik was. 38 Antwoordde ik.
'Hm,' dacht ze na, 'dan ben ik bijna 60 jaar ouder dan jij.'
Ze begon verhalen af te steken over haar leven op mijn leeftijd. Hoe ze boekjes tegenkwam met plaatjes. Plaatjes van naakte vrouwen. & Ze net deed alsof er niets aan de hand was. Terwijl andere mannen zagen wat voor blad ze in handen had. Over een ontmoeting van haar & haar man met een ander echtpaar, die in porno bleken te handelen. Dat ze nog nooit beelden had gezien als die ze toen zag. Maar dat ze zonder blikken of blozen door bleef praten. Alsof er niets aan de hand was.
& Ze vroeg of ik iets te drinken wilde van haar. Ze pakte haar portemonnee.
O nee, 't was beter als ik 't zelf bestelde, want anders had haar echtgenoot 't door. De heer van de post bleek haar man. Geheimzinnig drukte ze een 2 £-stuk in m'n hand. Ik haalde een ½-pint & wilde 't wisselgeld teruggeven, maar dat kon niet. Dat zou haar man merken, begreep ik door haar gebaren. Ze wapperde 't weg. Ik legde 't op tafel voor me.

De gesprekken gingen door. Af & toe legde de dame haar vuist ook op mijn schouder. Af & toe begreep ik geheel niet wat ze allemaal vertelde. Af & toe maakte haar ega grappen met z'n collega-barzitters, af & toe over haar. Maar zij beet net zo hard terug.
't Was een gezellige middag in de plaatselijke pub. Iedereen was bezig met z'n lunch, de 6 mensen rond 't barretje deden dat slechts in vloeibare vorm.

Maar ik moest na m'n ½-pint verder. Ik wilde nog bijtijds in Woking aankomen. Ik stond derhalve op, snoerde m'n rugzak weer vast & groette de man van de post & de dame. Wees heel snel stiekem naar de munten die op tafel lagen. Dat ik ze niet kon accepteren.
'Ohohohohw,' zuchtte ze, 'geef je 'ns een keer iets, willen ze 't niet hebben.'
't Volgende moment liet ze haar brede grijze glimlach weer zien, terwijl ze me gedag zei.
'It was nice meeting you,' zei ik, voor 't 1st dat ik die zin vlekkeloos zonder gewetensbezwaren uit m'n mond kreeg.
'Yes, it was sure nice meeting you,' zei zij.
Hoewel ik 't idee had dat ze me na 't verlaten van 't pand alweer vergeten was.

Maar alles wordt tijdelijker naarmate de grijsheid toeneemt in Zijperspace.

zoektocht

Soms moet je wel op zoek naar geluk. Stug volhouden, luidt dan 't devies. Want een zoektocht naar zo'n produkt levert over 't algemeen niet zoveel op. Men zegt wel 'ns dat je er beter niet naar kunt zoeken, of op wachten. Door de boel de boel te laten, zal geluk je vanzelf deelachtig worden.
Pff, onzin denk ik dan. Waarom niet zo af & toe zoeken naar mooier, beter, gelukkiger, boeiender? Geeft je wat te doen: je bent onderweg, bezig met een queeste, oplossingen aan 't zoeken voor de vraag, 't verlangen naar 't hogere. 't Houdt je hoofd onder druk. Schijn je ook oud mee te kunnen worden.

Ik kwam vanavond een kort moment 't geluk tegen. 't Was een ware zoektocht geweest. Hij duurde al enkele dagen. Steeds weer opnieuw proberen & van voren af aan beginnen. Want er moest meer zijn.
Er zijn andere methodes om er achter te komen. Andere ingangen om 't paleis van schone kunsten te betreden. Misschien koos ik de lange hallen, de grote hoge holle voorportalen, de trage pages.

& Als je 't dan vindt, dat kort moment van geluk, van opperst weltevree, van genoeglijk verkeren & achterover leunen, vraag je je plots af of 't misschien slechts met gemoedsstemming te maken heeft. Als gister 'tzelfde zich had aangekondigd, was de ervaring, de zinnestreling wellicht anders geweest. 't Moment van geluk afwezig.
& Onverstoord gooide ik die twijfel over m'n schouder achter m'n stoel & continueerde m'n zelfgenoegzaam verkeren.
Want eigenlijk is 't zelfgenoegzaam, 't verkeren in dergelijke toestand. Je moet wel uiterst tevreden zijn met jezelf op zulk moment om totaal van niets anders op de hoogte te zijn, niets in de omgeving doet er toe, de rest van de dag al zeker niet, dan slechts 'tgeen er tot je oren doordringt. Waarschijnlijk niet alleen de oren, maar daar ben ik niet deskundig genoeg voor; zo'n ervaring moet een beroep doen op meer dan dat ene zintuig.

Aldus had ik ff schijt aan de rest van de dag. Schijt aan 't gebrek aan geld, de grootte van m'n schuld, 't beetje dat me restte voor slechts maaltijden tot 't eind van deze maand. Schijt aan 't gemis van de Parade dit jaar, schijt aan de mensen die ik daar zou kunnen hebben ontmoet. Terwijl 't woordje schijt, of enig ander woord voor afkeer dan wel desinteresse, me niet te binnen zou schieten in de toestand die volledig bezit van me had genomen.

Ik las een boek in m'n stoel. M'n relax-stoel, zoals de Hema 'm noemde. & Luisterde BBC radio 3. The coronation of King George II was bezig, zo bleek mij later.

Informatie is niet altijd belangrijk in Zijperspace.
PS: & 't Boek dat ik aan 't lezen ben, zegt plots: "Over geluk valt niet te filmen."

straksje

Boekenman komt met een rieten kinderwagentje aanzetten. Een ouderwetse, waarin kinderen vroeger hun poppen mee vervoerden.
'Ooooh, ff aan de kant,' roept-ie, 'want hier kom ik met m'n pasgeboren baby aanzetten.'

'Mooi hè,' zegt-ie ff later, als ik z'n laatste aanwinst sta te bewonderen. 'Mag ik 'm hier een klein momentje laten staan terwijl ik m'n dozen ga ophalen? Ben straks terug.'
'Als straks maar niet te lang duurt,' zeg ik, want zo'n wagentje staat al snel behoorlijk in de weg in de winkel.'
'Ik heb in de scheepsbouw gezeten,' vertelt Boekenman, 'daar duurde straks minstens 60 minuten.'
'Doe dan maar hooguit een ½ straksje.'
'Ja,' schreeuwt Boekenman er al doorheen, gesticulerend met z'n vinger van dat-ie dat belooft, 'ik ga een heel klein straksje doen.'

'Dit wagentje is tenslotte m'n inkomen voor de hele dag,' zei hij vlak voordat-ie de deur verliet, 'dus niet per ongeluk een trap er tegenaan geven.'

Er zouden meer dingen verkleind moeten worden in Zijperspace.

giftig

Ik word tegenwoordig aangesproken op de stukjes die ik geschreven heb.
'Hé, ik heb nog steeds niet op internet naar je site gekeken. Maar ik hoorde dat je vinger in je mond gestoken hebt om diarree te krijgen.'

'tZelfde schaamrood stijgt me naar de kaken als in de begintijd van m'n blog. Toendertijd had ik 't enkele mensen verteld. Vervolgens durfde ik er niet meer met hun over te beginnen. Als ik bij ze in de buurt was, gedroeg ik me alsof ik verschrikkelijk druk met iets bezig was, iets wat al m'n concentratie vergde, zodat 't onderwerp vooral niet aangesneden kon worden.

'O nee, ik probeerde 't bloed dat uit de snee in m'n duim komt te stelpen. Die diarree kwam doordat ik in een stal bier stond te verkopen. Normaliter zou die stal waarschijnlijk volledig gevuld zijn met koeien. Dat was ik op dat moment ff vergeten.'

Ik probeer mezelf te verontschuldigen voor 'tgeen ik geschreven heb. Probeer 't een xtra duidelijke verklaring te geven. Probeer mezelf te xcuseren voor 't feit dat ik schrijf. Ik weet dat men 't maar vreemd vindt dat ik 't onmiddellijk openbaar maak. In andermans ogen plaats ik plompverloren allerlei intieme zaken op 't internet.

Ik wil 't niet meer vertellen aan iedereen. Men zal er ooit vanzelf wel achterkomen. Als 't geslaagd is, indien m'n verhaal goed verteld, zal 't uiteindelijk wel bekend worden. Maar niet nu. Niet nu ik nog niet zeker ben.
Want dat ben ik nog altijd niet. Daarom wil ik eigenlijk niet dat m'n klanten 't weten. Een enkeling gaat nog wel, maar zeker niet de mensen met 't hart op de tong.

Dat vertel ik. Ik vertel dat ik 't verschrikkelijk vond in 't begin. Ik vertel dat ik de confrontatie bijna niet aandurf met mensen die 't wel gelezen hebben.
& Ik heb 't nogeneens over de mensen die ik 't wel verteld heb & die me al eerder van commentaar hebben voorzien, of complimentjes. Mensen die ik in levende lijve vaker tegenkom. Waarbij ik bijna niet naar ze durf te luisteren. & Uiteindelijk gerust gesteld achterover zak. Maar bij wie elk zwijgen mbt m'n blog door mij met achterdocht wordt benaderd. Elk verzwegen commentaar wordt omgezet in een bevestiging van m'n falen.
Daar heb ik 't nogeneens over.

'Waarom schrijf je dat allemaal op?'
'Waarom worden er romans geschreven? Waarom streven mensen naar 't schrijven van literatuur? Waarom doen sommige mensen onderzoek?'
'Ja, maar ik word betaald voor 't doen van onderzoek.'

Ik durf me niet te verdedigen. Ik durf me slechts van een zwakke kant te laten zien. & Dan maar hopen dat men niet schiet.

'Ik word er níet voor betaald. Ik probeer iets goeds te schrijven. & Ik pretendeer niet dat ik 't doe: dat 't goed is, of ooit goed zal worden. Maar ik probeer goed te schrijven. Voor niks. & Als iemand me confronteert met de twijfel waarom ik 't doe, weet ik niet of ik er wel mee door moet gaan. Want dan schaam ik me dood.'
'Je weet dat ik een giftige tong heb.'

& Er wordt driftig doorgeschreven in Zijperspace.

grijsaard (1)

Ik pas me gemakkelijk aan de gewoontes van een land aan. Vooral als er drank met zo'n gewoonte is gemoeid. 't Betekent in de praktijk dat ik mezelf toesta bij openingstijd van een pub aan te komen waaien voor 't lessen van de dorst. Ik beschouw dat zelfs als een zeer belangrijke gebeurtenis indien ik reeds met volle bepakking 10 km over enkele heuvels heb afgelegd. 't Moment dat de noodzakelijkheid van 't vroegtijdig ledigen van een pint volledig tot me doordringt.

Ik was nogeneens de 1e die de 'garden' van de pub betrad om in de koelte van schaduw & lichte bries 550 ml real ale te nuttigen. Daar zat reeds een man op leeftijd tussen de glazen die verspreid over de tafels stonden, als herinnering aan de drukte van de avond ervoor. Z'n hond kwam me enthousiast vermoeid begroeten. & Liet zich meteen weer neervallen. Geveld door de hitte tijdens de wandeling, vertelde meneer.
Hij hield van wandelen, vertelde hij verder. Hij kende de hele buurt op z'n duimpje; elk wandelpad had-ie wel betreden.
Hij woonde dan ook in een prachtige omgeving om te wandelen, vond ik. Was-ie met me eens. Had ik de Seven sisters ook bewandeld?
Ja, maar volgens mij zijn 't er meer dan 7. Hij was er gister langs gevaren. Over 10 km hadden ze 5 uur gedaan.
Ha, dat klopt wel, zei ik, want er voer een boot met 2 zeilen ('that's all I know about sailing boats, that they can have more than just one sail,' voegde ik er aan toe) gelijk op met mijn vorderingen te voet.

In de zomer wandelde hij in de buurt van Seaport, de plaats waar-ie woonde; als 't kouder werd ging-ie verder weg. 't Liefst zo ver mogelijk, om andere culturen te leren kennen. Hij was afgelopen herfst in Peru geweest, vorig jaar China. Overal ter wereld vond-ie 't prachtig om te wandelen.
Mijn vader ging ook wandelen toen-ie gepensioneerd was, vertelde ik 'm. Hij heeft de pelgrimage naar Santiago de Compostella afgelegd. Nu gaat 't echter niet meer.
Hij kan niet meer wandelen?
't Wordt belemmerd door de ziekte van Parkinson.
God, hijzelf bofte maar, zei hij, hij wandelde nu alweer 10 jaar. Vanaf z'n pensionering. Elke dag zo'n beetje. Ik zou ook moeten proberen ver weg te komen. Je staat verbaasd wat je allemaal tegenkomt.
Ik ben bang dat mij dat niet lukt, zei ik.
Hoezo?
Ach, ik krijg na 2 weken al last van heimwee.
Oh, dan blijf je toch dicht bij huis. Dicht bij huis zijn er vaak ook genoeg dingen te zien. Als je maar 't eenvoudige waardeert.

We leegden onze pints & liepen ieder zijns weegs.

Zijperspace is niet ver van hier, besefte ik.

yellowhammer

Bovenop de Southdowns stond er een schaap buiten 't hek te grazen. Hij behoorde onmiskenbaar bij de omheinde kudde ernaast, want hij had 'tzelfde rode kruis op z'n vacht als herkenningsteken. Ik zou 'm daar hebben laten staan, als niet tegelijkertijd van de andere kant een camera-team aan kwam lopen.
De cameraman wees z'n collega's een heg aan de andere kant van de kudde aan. Die kant moesten ze schijnbaar op, begreep ik zonder op gehoorsafstand te zijn. De aandacht van de geluidsman, zoals de cameraman z'n camera met zich meedroeg, hield hij de lange stengel met microfoon in z'n hand, werd echter afgeleid door de schaap. Die hoorde daar niet, was gelijktijdig met mij z'n conclusie.

Met z'n 5-en stonden we ff later met de armen gespreid de schaap op te jagen. Of eigenlijk met z'n 4-en, want 1 moest 't hek openhouden, de rest van de kudde op afstand houden & zich zo min mogelijk angstaanjagend tegenover de bewuste schaap gedragen.
't Schept een band, wijdbenig & wijdarmig met z'n allen over de weilanden van de Downs bij de engelse kust een schaap opdrijven, zodat-ie zich weer bij z'n kudde voegt. 't Is in een poep & een zucht gebeurd, maar die enkele 10-tallen seconden van nadenken, impulsief reageren & op elkaar inspelen, doen je beseffen dat je ff een gesprekje met elkaar wilt hebben.

Wat of ze van plan waren te gaan filmen, informeerde ik. In dat hegje, bosschage was misschien een betere omschrijving, zou zich een 'yellowhammer' bevinden, vertelde de cameraman. Je kon 'm regelmatig horen. Hij tilde daarbij z'n vinger op, in afwachting van 't geluid.
'Oh, dat "triiiiiiiiitikketikketikketikketikketikketik", bedoel je?' vroeg ik.
Ik had 't net daarvoor voorbij horen komen. Door z'n aandacht voor 't bosschage was 't geluid me opgevallen.
'Precies,' zei hij, 'je hebt er verstand van?'
Ik stond eerder verbaasd over m'n vermogen 't geluid van de vogel te kunnen imiteren. Ik zag m'n jongste broer voor me die met gemak vogelgeluiden kon nafluiten ('Moet je horen. Daar tussen de bomen.' Marc wees naar iets tussen de takken, iets wat niet te zien was. 'Fllluuwiiiiiiiiiiiiettt rrrrriiieewiiiiieet' floot-ie na. & Ik maar staren naar 't geluid, dat ik niet thuis kon brengen).

Waar ik vandaan kwam?
Uit Amsterdam. Ik zeg nooit 'Holland' of 'the Netherlands'. Ik heb liever dat ze meteen kunnen plaatsen wáár in Nederland. Levert meer gesprek op &, hoewel ook vooroordelen, ook meer animositeit.
Daar was de cameraman geweest toen-ie jong was. Dat was inmiddels lang geleden.
'Dat is te zien,' grapte ik om z'n grijze haren.
'Je dacht zeker dat we zouden geloven dat 't vorig jaar was?' De geluidsman pakte z'n collega nog ff harder aan.
Maar de cameraman moest binnenkort toch weer 'ns naar Nederland. Er was een mooi natuurgebied in Flevoland, wist-ie.
'Jullie hebben 't zelf gecreëerd, maar de per ongelukke natuur zo gelaten.'
'De Oostvaardersplassen?'
Daar moest-ie toch 'ns heen gaan om opnames te maken, als-ie in Nederland was.

Ze moesten nu toch 'ns aan de gang met de yellowhammer. 't Was niet gemakkelijk zo'n vogel te vinden. Zeker niet om 'm in 't vizier te krijgen.
'Hoor!' zei de cameraman weer, z'n vinger bewoog mee op 't ritme van 't getik. Hij zag de vogel niet; hij hoorde 'm zien, zoals m'n broer deed toen. Z'n camera gebruikte hij blijkbaar om andere mensen te laten zien wat hij ervaarde.
Ze pakten alle 4 hun spullen op om richting bosschage te lopen. 't Zou zeker een uur gaan duren voordat ze de juiste opstelling hadden gevonden, vertelden ze me nog. & Dan was 't nog maar de vraag of de vogel wilde doen wat zij wilden.
Ik pakte mijn rugzak ook weer op. 1st Nam ik nog wat slokken water; 't zou een lange afdaling worden in de hitte.

50 Meter verder hield ik stil. Een vogeltje vloog me voorbij & ging schuin voor me zitten in de afscheiding voor 't vee. Geen geluid. 't Keek me aan, met een hijgende snavel. Ik had geen verrekijker nodig, geen bril zelfs. 't Vogeltje gaf een gratis presentatie van zichzelf op een afstand van nog geen 2 meter. Zonder geluid.
Ik had nog nooit een yellowhammer gezien, ik had tot vandaag er zelfs nog nooit van gehoord, maar ik wist 't zeker.

't Was een hete dag in Zijperspace, leek de vogel 't met me eens.

diarree

't Zouden de olijven kunnen zijn, suggereerde ik laat in de ochtend. Nee, want Hugh had er ook van gegeten & die had nergens last van. Gijs had er ook nog van geproefd, dan zou hij 't ook moeten merken.
Misschien te veel olie. Olijven met olie & een groot stuk salami, doordrenkt van 't vet; dat waren m'n darmen wellicht niet gewend.
Nee, 't water kon 't niet zijn. 't Water op Merton Farm gebruikte ik slechts om me mee te wassen. Geen enkele slok ging door m'n keel. Daar had ik amsterdams leidingwater voor meegenomen.

Ik was net een etmaal in Engeland & ik bracht 't grootste gedeelte van de tijd door op 't toilet. Terwijl iedereen sliep, toen iedereen was opgestaan, toen men aan 't ontbijt begon (ik wilde er liever niet aan denken), toen de voorbereidingen op de 2e dag van 't festival plaatsvonden, op 't moment dat 't festival heropende: ik was onderweg naar, gezeten op, terugkerend van 't toilet. & Anders dacht ik er wel aan.

Ik hou niet van de engelse wc-potten. Alles komt rechtstreeks in 't water terecht. Bespaart heel wat geuroverlast, maar veroorzaakt daarnaast behoorlijk wat gespetter. Waar ik eigenlijk zelf al mee bezig was. Ik liep aan 2 kanten leeg, al 't vocht werd door m'n lichaam afgestoten. De pot zou waarschijnlijk niet veel meer vocht kunnen herbergen; dan zou 't overlopen. & Net zo hard als dat 't bij mij er uit liep, had 't de neiging om tegen m'n billen terug te spetteren. Ik heb 't niet zo op die wc-potten.
Bovendien moest je 1st helemaal naar binnen, je naast de pot wurmen, voordat je de wc-deur kon sluiten. Ik stelde me er elke keer die dikke dame, deel van de festival-organisatie, bij voor. Hoe zou zij zich naar binnen wringen? Zou de ingang zelf wel toereikend genoeg zijn voor haar gestalte? Misschien had ze haar eigen chemisch toiletje meegenomen. Uitklapbaar tot grote proporties.

't Draaide vooral om wc-papier. Ik was gedwongen Gijs z'n wc-papier op te maken. Die van mezelf was al snel niet meer dan een noodrantsoen. Ik moest op zoek naar nieuwe rollen. Voor Gijs & voor mij. De festival-organisatie moest aangesproken worden.

Soms kwam er iemand naast me zitten. Hoorde ik 1st geschuifel op de gang (vooral 's ochtends vroeg heeft de mens geen zin om z'n voeten op te tillen), de piepende deur ging open, men betrad de nevenstaande toilet (ik zat altijd op dezelfde wc; zogauw ik op een bepaalde wc ga zitten, wil ik daar op terugkeren; hij is me vertrouwd, ik heb m'n bilafdruk er achtergelaten), & onder de afscheiding door zag ik sandaaltjes plaatsnemen.
'Zou dat die dikke dame zijn?' dacht ik dan & ik luisterde of ik kon horen dat ze dik was.
Pas dan viel de piepende deur dicht. Erg vervelend was dat, verontrustend; steeds dacht ik door dat geluid dat er weer iemand richting wc's kwam. Ook als ik zelf een minuut daarvoor de piepende deur was doorgegaan. Hoorde ik de klap van m'n eigen schaduw, waarvan ik was vergeten dat-ie zo langzaam was.
Vervolgens bleef ik zitten totdat m'n buurvrouw, een enkele keer buurman, weer was vertrokken. Liefst poepte ik ook niet in haar/zijn aanwezigheid. Dat soort geluidjes zijn mij te intiem. Ik kneep m'n billen samen om knetteren te voorkomen. Zeker in de toestand waar m'n darmen zich op dat moment in verkeerden.
Ik bleef dus zitten, in afwachting van een eenzaam moment om 't wc-papier te gaan hanteren. Een geluid van mezelf, van mij alleen, daar heeft niemand voor de rest iets aan. Ik vind 't prima als mensen horen dat ik m'n broek weer omhoog trek, 't geluid van een tingelende broekriem, 't kletteren van verschonend water in de wasbak, maar 't ritselen van wc-papier hou ik voor mezelf. Dat is van mij.

Ik had mezelf in de vinger gesneden. Terwijl Hugh op zoek was naar een pleister, stelpte ik 't bloeden door m'n duim in de mond te steken. De viezigheid van de schuur van Merton Farm, waar 't festival gehouden werd, zat grotendeels aan m'n vingers. Op die grond, op die viezigheid liepen normaliter koeien rond. Of varkens. Een 10e van die vingers stopte ik in m'n mond. Om 't bloed weg te zuigen. Dat vuil moet er weer uit, maar daar dacht ik op dat moment niet aan.

Na 24 uur was de diarree over. Voldaan zag ik m'n avondmaaltijd in normale toestand de volgende ochtend m'n lichaam verlaten. Na aanschouwing hiervan hief ik m'n hoofd weer op. & Sloeg daarbij de wc-rol om. Die rolde onder de afscheidingen door naar enkele wc's verderop. 't Zou een list vergen de rol weer terug te krijgen zonder dat iemand me zou zien.

Blote billen zijn ook privé in Zijperspace.

straks

't Heet een pedo-meter. 't Telt de passen die ik afleg. & Doordat ik zelf m'n gemiddelde pasafstand heb gemeten & dat gegeven vervolgens in 't apparaatje heb ingevoerd, vertelt 't me ook hoeveel meters, kms, ik heb afgelegd. Hoe groot de daadwerkelijke afstand was, die ik op een dag afgelegd heb. Desnoods van meerdere dagen achter elkaar. Desnoods van m'n hele vakantie.
Als ik iemand vertel dat 't ding op m'n heup, vastgeketend aan m'n broekriem, een pedo-meter heet, wordt er minzaam tot bulderend gelachen.
''t Meet zeker de kinders die je onderweg misbruikt hebt?'

Ik gebruik 'm niet meer zoveel ter inzage van de afgelegde meters. Ik kijk meer hoe laat 't is. Hoelang ik nog kan doorlopen. Ik weet ondertussen wel hoeveel km ik per uur, per dag ong afleg. 't Klokje is belangrijker geworden dan de funktie waar 't eigenlijk voor dient. Bij de volgende vakantie heb ik die ook niet meer nodig; kijk ik alleen nog maar naar de zon. Of voel ik hoe warm 't is.
Meestal raadpleeg ik 'm aan 't eind van de dag. Als de vermoeidheid gaat toeslaan & ik wil weten wat nog haalbaar is. Misschien moet ik nog boodschappen doen in 't volgende dorp; misschien moet ik maar in dit dorp blijven; misschien wordt 't tijd m'n tent op te zetten.

De afstanden zijn niet meer zo belangrijk. Ik merk 't eindelijk bij mezelf. Ik kan 2 dagen stilzitten, zonder de dwangmatige roeping 't pad zo snel mogelijk te beëeindigen. Af & toe ben ik de heuvels aan 't tellen, vooral als 't kliffen zijn die 'The seven sisters' worden genoemd. & Ik bij nr 8 weer een hoogte voor me zie oprijzen. Soms tel ik de plekken waar ik had kunnen genieten van schaduw, & besluit ik toch door te douwen. Bovenop de top is 't nou 1maal mooier uitrusten. Daar staat ook vast meer afkoelende wind. Een enkele keer sla ik aan 't calculeren met de mogelijke nachtelijke verblijfplaatsen. Wat is nog haalbaar; wat is nog efficiënt? & Ik besluit nog 1 klein stukje door te lopen.

Vandaag heb ik de pedo-meter veelvuldig gebruikt. Ik moest weten hoe 't ervoor stond. Ik moest weten of ik nog op tijd zou zijn; hoelang 't nog zou duren. Zittend in m'n stoel, in de underground, dan wel de eurostar, dan wel de trein brussel-amsterdam.
De afgelopen weken bestonden opeens niet meer voor me. Alle stappen die zich hadden opgeslagen in een tel, een xtra eenheid op de meter, deden er niet meer toe. Ik dacht slechts aan de tijd & wat daarmee haalbaar was. & Ik dacht aan de tijd die m'n pedo-meter straks zou aangeven. Aan 't moment dat ik terug thuis zou keren. Op 't moment dat alles over zou zijn. Zonder dat ik op dat moment dacht aan wát er over zou zijn. Straks, daar ging 't me om, & of ik wel op tijd zou zijn voor straks.

De teller staat weer op 0 in Zijperspace.

hier

Mensen fietsen hier nog over straat, zonder helm, zonder stoplicht. Zonder ontzag, zonder angst.

& Dezelfde buikdans van balkonleunen vindt nog altijd plaats. Gratis mag ik meekijken. De dikke buik wordt over de leuning gelegd & men ziet wel wat er gebeurt.

Patat bestaat.
& Mayo, dan wel speciaal.
Ze kennen daar de berehap niet. Laat staan dat je dat tegenwoordig met een xtra 'n' schrijft.

Nee, spellen is daar geen big issue. Er heerst een eeuwig verwondering over de uitspraak, 't vermogen tot 't spreken van de taal als je vreemd bent. Maar spellen is geen issue.

Bier is hier eerder een ¼ dan een ½, of misschien iets meer. Schuim mag weer. Verontschuldigingen hoeven niet.

Groen is vanzelfsprekend. Hier snap ik 't groen weer. Ik hoef niet meer te wachten op de verrassing. Een zeldzame verrassing opduikend uit de struiken. Flier of kleur.

& Plots ontstaat er hier ook weer een verlangen naar de verre billen die voor me uit fietsen. Geen angst voor 't bleek kantoorverschijnsel dat secretary heet. Ik voel me weer vertrouwd met verweg gelegen geneugten, die zich laten opdoemen als een ontwakend horizon.

Niks is te breed, noch te smal. Ook al zal men 't overthere ontkennen. De wereld heeft z'n eigen proporties weer herkend.

Hoewel men nog wel de maten van Zijperspace aan 't meten is.

Under Construction

Goedemorgen beste lezers, this is Puck speaking.
Ik ben op dit moment bezig Tons Pivot te updaten; dus mocht u nou ineens niets meer zien (jaaa.. dan heeft een postje als dit ècht zin..), of niet meer kunnen reageren of iets dergelijks, dan weet u waar het aan ligt. Er wordt aan gewerkt.