klutenwacht (2)

Je zit dus in een caravan in een letterlijk weidse omgeving. Alles is plat aan 't omringende landschap, behalve dat wat de mens geschapen heeft. De dijk in de verte van 500 meter & de huizen van Camperduin op een km afstand, maar die zijn met 't blote oog amper te ontwaren in 't schemerdonker. Geen muziek, een beetje licht, een beetje kachelwarmte & 't gezelschap van een andere waker. Die moet ervoor zorgen dat je niet gek wordt van de stilte tussen 't gekrijs van de kluten & meeuwen door.

Plassen moet je plannen, & poepen moet je hopen dat 't je niet overkomt. Want alles moet in de direkte omgeving van de caravan gepleegd worden, meer overzicht heb je nou 1maal niet over 't terrein. Je weet waar 't pad richting fietsen loopt, maar zelfs daar zitten kuilen in, & zijn schapen ijverig geweest in 't op hun manier plaveiden van de wegen. Je bevindt je tenslotte midden in de weilanden. De plek van de caravan maakt deel uit van 't te begrazen gebied.
Slechts plassen dus, aan de achterkant van de caravan. De menselijke drol stinkt dermate dat 't niet collegiaal is tegenover latere wakers. Maar wie durft er in deze nacht z'n onderlichaam te laten hangen boven iets vaags onbekends? Een held, zo stel je je voor, met ontzag voor niemand & geen enkele situatie, durft z'n billen bloot in de lucht te laten schommelen om insekt-appetijtelijke dampen te produceren.

Je waakt. Je kijkt of er vreemde auto's onder de dijk vreemd lang blijven staan. Je tuurt met de verrekijker. Je luistert naar geluiden. Je wordt gek van de kluten. Je verlangt naar meer bier dan dat je meegenomen hebt. Je probeert te lezen, maar de stilte is te overweldigend, ondanks de kluten. Je probeert te slapen, maar je waakt.

& Plots weet je 't zeker: er bevindt zich iemand op 't terrein. Je hoort schuifelen, je hoort bewegen. Je hoort grassprietjes buigen. Je hoort kluten gealarmeerd opvliegen. Alles lijkt er op te wijzen dat er iemand is.
Hoor jij 't ook?
& Samen fok je elkaar op. 4 Oren maken overuren. & Proberen toch de schijn van rust op te houden. Des te langzamer de ander z'n hoofd beweegt, des te snijdender de spanning, want dan moet er iets te horen zijn, weet de 1 af te lezen aan de uitdrukking op 't gezicht.

Ik hoor iemand hoesten, zegt 1 van beiden, in de verte. De oren die net ontspannen waren, worden weer tot concentratie gebracht. & Inderdaad hoest er iemand, maar ditmaal al dichterbij. Hij hoest de hoest van een oude man, die steeds meer de caravan nadert. Maar buiten de schapen hoor je niemand bewegen.
Er moet iemand op jacht zijn naar de kluteneieren, constateer je met z'n 2-en. Maar waarom valt-ie aan vanaf de weide-kant? Waarom neemt-ie de weg langs de caravan, waar de hele tijd licht brand?
1 Van 2-en suggereert de aanwezigheid van de boer. Maar dat wordt als onmogelijk weggewimpeld. Die zou duidelijk hoorbaar met de auto komen. Die zou licht meenemen. Die zou....

Plots weet je 't. Je wist 't altijd al. Je was 't alleen vergeten. Zo gefixeerd was je op 't geluid van eierdieven. Zo gespitst op menselijke aanwezigheid.
Gerustgesteld hoor je een natte kuch naast de caravan, terwijl 't lichaam zich er aan schuurt.

Schapen hoesten ook in Zijperspace.

klutenwacht (1)

Net onder de dijk, ter hoogte van Camperduin & Groet, onder Petten, moesten de kluten bewaakt worden. Gedurende 't broedseizoen. Een klein natuurgebiedje hadden de vogels voor 't broeden tot hun beschikking, bestaand uit vooral brak water met kleine eilandjes, pollen net uitstekend boven de waterspiegel, aan de rand van de dijk: de Hondsbosse Zeewering. Een kolonie kluten streek hier elk jaar neer in de periode mei-juni om nest te maken.

De kluteneieren waren populair bij rijke japanse heren, die op hun grote buitens uitheemse vogels aan hun gasten wilden tonen. Voor veel geld zouden deze japanners de kluteneieren opkopen om ze vervolgens uit te laten broeden & de vogels op hun japans landgoed uit te zetten. De kluut deed 't goed bij de vermogende japanners. Ze vonden de vogel mooi, xotisch voor hun japanse standaard.

De kolonie kluten moest derhalve beschermd, bewaakt worden. Een caravan werd aan de rand van 't natuurgebiedje geplaatst om 's nachts mensen wakend de nacht te kunnen laten doorbrengen. Voor een kleine 'onkostenvergoeding' verbleef men daar van zonsondergang tot -opgang, 't tijdstip dat speciaal ingehuurde eierkapers op jacht waren.

Ik had met m'n 2 broers afgesproken. Jan was verantwoordelijk voor de organisatie van de wacht, & Marc zou me die nacht gezelschap houden. Vanuit Alkmaar was ik naar Groet gereden & volgens Jan z'n aanwijzingen verder gereden naar de caravan. Gelegen temidden van de weilanden & aan de rand van 't brakke water. Aan de andere kant van 't water lag de weg langs de Hondsbosse Zeewering, daarachter de dijk die er deel van uitmaakte. Ik zag langzaam de zon erachter wegzakken.

Ik was veel te vroeg. & Zoals gewoonlijk Jan veel te laat. Op een bepaald moment hou je rekening met 't late gedrag van andere mensen, vooral als je zelf altijd ruim op tijd aanwezig bent. Altijd dient voor dat soort situaties een boek in de bagage meegenomen te worden. Wat heb je echter aan een boek als je geen comfortabele plek hebt om 't boek te kunnen lezen?
Om de caravan heen lagen overal dikke plakkaten van schapenschijt. Zorgvuldig moest je je stappen plannen om niet tot aan je enkels er in weg te zakken. Er was nergens een plek om te gaan zitten behalve aan 't hek. 't Hek dat de schapen in hun graasweide moest houden. Maar ook die zat onder de strond. Van vogels in dit geval. Kluten waarschijnlijk. Of anders meeuwen, want ook die waren ruim vertegenwoordigd in dit natuurgebiedje. Ze lieten in ieder geval zeer luid van zich horen.

Ik inspecteerde de omgeving. Stelde me op de hoogte van de hoeveelheid plakkaten & waar ze gesitueerd waren. Liep naar de uiterste punten van 't gebied dat begaanbaar was rondom de caravan. Keek naar de zenuwachtig rondvliegende, toezicht houdende kluten & de lawaaierige meeuwen. & Ik bewonderde 't uitzicht richting dijk.
Die moest beklommen worden, besloot ik op een gegeven moment. Ik moest 'ns gaan bekijken hoe de zee er uitzag vanaf dit punt van de kuststrook. Den Helder kende ik ondertussen, enkele kms strand daar zuidwaarts van ook wel, maar ik kon me niet herinneren, of slechts vaag, ooit voet gezet te hebben op de Hondsbosse Zeewering.
'Waarom heette 't eigenlijk zo?' vroeg ik me af. Misschien dat ik dat te weten kwam zogauw ik de dijk wat dichter benaderde.

De route om de weilanden heen leek een te grote omweg, ook al zou ik op de fiets gaan. 't Was hemelsbreed over 't graasland van de schapen immers slechts 500 meter. Ik kon 't beter lopen, want met de fiets zou ik onderaan de dijk waarschijnlijk ook geen raad weten. Zonder slot om 't ergens aan vast te maken.
Ik besloot tussen de schapen door een wandeling richting dijk te maken, & wipte over 't hek. Meteen m'n handen onder de vogelpoep, die ik poogde af te smeren aan pollen gras.

De schapen keken me van een afstand al nieuwsgierig aan.
'Hé, jullie zijn geen koeien,' dacht ik, 'koeien horen nieuwsgierig te zijn, schapen niet.'
Ik was een waar natuurmens, zo voelde ik me, vooral met deze wetenschap in m'n achterhoofd & ik stapte weer ijverig verder tussen de vlaaien door. Daartoe moest ik af & toe flink m'n voeten optillen of een ferme sprong opzij maken. De schapen volgden nog steeds nieuwsgierig m'n manoeuvres. Ze waren blijkbaar benieuwd of ik hun opgelegde blokkades zou kunnen omzeilen.

Ja, altijd al wantrouwend tegenover de dierenwereld gestaan. Ik was zeker wantrouwend tegenover de dierenwereld die me met opengesperde ogen zat aan te staren. Van een afstand van 100 meter. Waarbij de kudde's volledige opengesperdheid inmiddels op mij gericht was.
Niet alleen de ogen waren op een gegeven moment op mij gericht: alle schapenlichamen stonden in mijn richting. De schaap die de spreekwoordelijke dam slechtte deed een stapje naar voren. De rest volgde z'n voorbeeld. Nog een stapje, & nog een stap. Allengs werden de stappen van de voorste schapen groter & door een groter gedeelte van de groep nagevolgd.

Ik huiverde voor een kort moment. Zou ik wel doorgaan naar een groep schapen die en masse mijn kant op leek te komen? Was 't niet beter ff stil te staan om te kijken wat de schapen van plan waren?
Maar veel tijd had ik niet om daar over na te denken. De voorste schapen zetten 't al op een rennen. Enthousiast kwamen ze me tegemoet. In zoverre ik een kudde van meer dan 200 eenheden schaap enthousiasme kan toedichten. 't Was eerder een golvende wollen zee die mij tegemoet trad. In volle vaart op 't moment dat ik besloot geen deel van deze golfslag te willen uitmaken.
Ik rende voor m'n leven, ik zou overspoeld worden door een zee van schapen die zich als een vloedgolf mijn kant op spoedde. Ik sprong van graspol op graspol, ondertussen pogingen ondernemend zomin mogelijk bruin goed aan m'n broek & schoenen mee te nemen. Af & toe achterom kijkend, om te constateren dat schapen zich veel sneller over weilanden kunnen voortbewegen dan een mens.

Ik klom over 't hek, verwijderde aldus weer wat vogelstront, & keek achterom naar de schapen die smeekten om voer van hun boer. Maar dat durfde ik pas een ½ uur later zo uit te leggen. Toen er ruimschoots xtra voedsel gedropt werd voor de hongerige schare schapen.

Ik zat tijdens de voedering inmiddels veilig in de caravan. Ik keek door 't raam met de verrekijker van m'n broer naar de dijk in de verte. Mooi uitzicht. Meer hoefde ik niet te zien.

De zee is toch altijd 'tzelfde in Zijperspace.

klantenservice

Op de Wijttenbachstraat hadden ze me verteld dat ik 't telefoonnr 0800-0416 moest bellen. Voor alle duidelijkheid omcirkelde de dame 't nr op 't papier dat tegelijkertijd afhaalbericht & -bewijs was. 't Gratis te bereiken telefoonnr, zoals zij xtra verduidelijkte.

't Nr bleek buiten dienst te zijn, op moment van bellen. Voor 't bereiken van de PTT Post Klantenservice diende een ander nr gedraaid te worden, zo werd door de opgenomen stem meegedeeld. Niet gratis, concludeerde ik bij 't horen van de 1e cijfers.

1st Moest ik m'n naam & adres opgeven, vervolgens werd ik verder ondervraagd. & Alle antwoorden werden door de telefoniste verwerkt in de comp, zo hoorde ik aan 't getik op 't toetsenbord.
'Wanneer kreeg u 't bericht in de bus?'
'Dinsdag.'
'Dan had u 't op woensdag de 25e dus op moeten kunnen halen. Staat dat op 't papiertje aangegeven?'
'Ja.'
'Waar had u 't af moeten halen?'
'In de Wijttenbachtstraat.'
'Staat er enigszins leesbaar aangegeven wie de bezorger was?'
'Gerard van Tol lijkt er te staan.'
'Voor welk bedrijf werkt hij?'
'Huh?'
'Voor PTT Post of voor TNT.'
'Oh, zo te zien voor TNT.'
'Welk nr staat er bovenaan vermeld?'
''t Begint dus met 3 S, vervolgens volgt Q D B F 1 2 3 5 8 1 0.'
'Ja, er staat niks aangegeven over dit pakket in de Wijttenbachstraat. Ik ga bellen met de Klantenservice van de PTT [ik dacht dat ik de Klantenservice al aan de telefoon had], dan gaan zij uitzoeken wat er met uw pakket gebeurd is. Binnen 5 werkdagen krijgt u van hen een telefoontje.'
'Ok, dankuwel.'

Ik ben de ideale klant. Vooral telefonisch. Ik kan zo verschrikkelijk beleefd zijn, dat ik af & toe 't idee krijg dat mensen xtra handelingen voor mij verrichten, omdat ze 't gevoel hebben dat ik zo meelevend met hun meedenk. Hun, als telefonisch medewerker van grote instanties & bedrijven. Hun, de uiteindelijke slachtoffers van 't totale disfunctioneren van de mallemolen van geluidsbanden (die inmiddels volledig geautomatiseerd je overal & nergens naar doorverwijzen dmv vaag omschreven diensten die achter in te toetsen nrs op de telefoon schijnen te huizen). Hun, de bereidwillige oren die beschikbaar staan voor gefrustreerde consumenten die in een wereld van veredelde anonimiteit eindelijk een stem tegenover zich krijgen, eindelijk een oor ook om eens lekker tegen te fulmineren.
Ik sta op een gegeven moment hún te woord, zij kunnen hun ei bij míj kwijt, in korte zinnetjes tussen neus & lippen door. Terwijl ik geduldig wacht tot zij de juiste schakel in de juiste richting zetten.

M'n GSM gaat op vrijdag.
'Met Ton.'
'Spreek ik met de Heer Zijp?'
'Ja, met Ton Zijp.'
'Met Jorrit Vermeer van de PTT Klantenservice. U had gebeld over een pakket dat niet op 't bewuste postkantoor was aangekomen?'
'Ja, dat klopt.'
'Vanochtend is uw pakket gearriveerd op de Wijttenbachstraat.'
'Da's wel een beetje laat, hè?'
'Ja, daar kan ik niks aan veranderen.'

Bij 't ophangen verlang ik pas een xcuus. Ik wilde helemaal niet dat hij er iets aan zou veranderen. Ik wilde slechts een xcuus. Namens dat hele grote bedrijf. Niet namens alle telefonische medewerkers. Niet namens de Klantenservice. Niet van Jorrit Vermeer. Niet namens Gerard van Tol. Gewoon xcuus voor 't vermist laten raken van misschien wel een heel belangrijk pakket.

& Toch gedraagt men zich ook de volgende keer weer zeer geciviliseerd & wellevend in Zijperspace.

2e reaktie

Beste Derk,

Wat een door en door sarcastische en teleurgestelde wereld is die weblogwereld zeg.

Ik ben bang dat je 't daarbij ook over mij hebt. Is voor de rest niet zo erg dat je dat over mij denkt, maar ik wil er wel wat bij aantekenen.

Je moet je beseffen dat de weblogwereld, weblogland zoals 't door de webloggers genoemd wordt, eigenlijk niets meer dan een internet-community is. Met minder stringente regels als elders weliswaar, maar de gedragsregels worden toch wel bepaald door de bewoners. Een indringer wordt niet zomaar geaccepteerd, zeker niet als die zomaar de vruchten van noeste individuele arbeid wil plukken. Men heeft zichzelf bewezen door consequent iets op z'n eigen weblog te publiceren, door duidelijk te laten zien dat men kán schrijven, door te bewijzen dat men kwaliteit kan leveren (hoewel ik aan dit laatste vaak twijfel). Langzaam maar zeker heeft de weblogger zich omhoog gewerkt in de waardering van de kijkcijfers, & de waardering van de mede-webloggers gaat daarmee op gelijke tred. Die waardering wil men niet zomaar afstaan aan een buitenstaander, die waardering maakt deel uit van 't self-esteem, die drukt 't gevoel van eigenwaarde meteen uit. Van onderop, vanaf 0 hits in den beginne van 't weblog, heeft men zich opgeklommen tot datgene wat men op een gegeven moment aan aantallen hits haalt.

Ik ben er ook deel van. Ik heb daarom ook grapjes gemaakt mbt jouw/jullie initiatief. Met de achtergrondliggende gedachte dat 't voor mij niks zou zijn. Ik ben schrijver, zo voel ik 't wel, maar ik ben absoluut niet geschikt voor 'tgeen jullie willen bewerkstelligen. Dat heb ik ook duidelijk proberen te maken in m'n stukje reaktie. Gelijk een trap erachteraan gegeven, want er moest toch wel afstand geschapen worden tussen de weblogschrijver & de indringer van buitenaf, waarvan jij de representant was. Ik was toevallig ook de 1e, dus kon ik lekker m'n eigen gang gaan in m'n stukje. Daarnaast: als ik 't niet als 1e op die manier geschreven had, dan had iemand anders dat wel gedaan. Ik schreef 't zonder noemenswaardige nuances aan te brengen, gewoon kijken wie 't op zou pakken. Dat is nl ook onderdeel van weblogland: 't geschrevene moet ook reakties van anderen opleveren.Jij hebt dat snel begrepen & volgens mij daarom je teruggetrokken van reakties via de weblogs zelf. Terecht, maar 't zal de webloggers niet weerhouden al je mededelingen toch te publiceren op hun blogs.

Doet er voor de rest niet toe. 't Gebeurt allemaal, & ik beschouw 't allemaal als niet meer dan logisch dat 't op een dergelijke wijze gebeurt. Ik hoop alleen niet dat je me (toch, hè, zie ik terwijl ik dit schrijf, toch moet ik mezelf xcuseren) als een teleurgesteld iemand beschouwt. Ik ben juist vol goede moed. Ik denk dat van de webloggers die je aangeschreven hebt, ik 't meest sta te trappelen om m'n schrijven in iets definitiefs, iets betaalds, om te zetten (sommigen verdienen hun geld reeds dmv schrijven), maar zal dat zeker niet doen op een manier die mij dwingt tot 't doen van concessies. Dan wacht ik liever gewoon af. Zoals ik ook mijn stukken zonder concessies schrijf. Dan zijn ze maar lang, dan leest men mij maar minder dan onbenullige blogs van anderen (hoor de opgekropte jaloezie), dan begrijpt men m'n stukken maar niet. 't Zijn in ieder geval mijn teksten & ik heb 't gevoel dat ze op een gegeven moment hun waarde wel zullen bewijzen. Ik ben niet teleurgesteld. Nog niet in ieder geval. Dat gevoel wil ik zo lang mogelijk in de wachtkamer laten staan.

Sukses met je initiatief. Ik hoop dat 't wat wordt (hoewel ik natuurlijk ook m'n kanttekeningen plaats bij de manier waarop jullie dat willen bereiken, maar ik vind dat ik daar niks over hoef te zeggen als ik me er niet mee in wil laten), & dat men in de toekomst meer gewend zal raken aan online verhalen lezen. Ik hoop ook dat jullie 't in de toekomst wel iets beter aan zullen pakken, maar beschouw 't geheel als beginnersfouten.

Oja, & ik heb een hekel aan 't veelvuldig gebruik van smileys. Vandaar dat je die niet altijd bij mijn reakties de afgelopen dagen kon vinden. Dan lijkt 't inderdaad misschien ook behoorlijk sarcastisch.

Maar men wil nou 1maal geen concessies doen in Zijperspace.

roadmovie

Ik ben een man van impulsen. Dwangmatige impulsen, als die samenstelling zou kunnen bestaan, daar twijfel ik ff over. Ik sta op, bedenk dat ik de dag ervoor een zeer positieve recensie heb gelezen over een boek, & besluit na m'n ontbijt 't huis speciaal daarvoor te verlaten. Ong zoals met 't Groot Synoniemenwoordenboek, u zult 't zich vast nog wel herinneren, maar dan niet met als uitgangspunt dat ik toch geld zat heb. 't Zou zelfs best wel kunnen dat pinnen geweigerd wordt; 't idee & de kooplust zitten echter al in m'n hoofd. Ik zal er op uit moeten.

Ik hanteer ook dezelfde volgorde van boekhandels als bij de synoniemenwoordenboekspeurtocht. 1st Ga ik dus naar 't zaakje om de hoek, waar de dame ditmaal metéén in de comp gaat staren.
'Hé, kijk uit hè,' denk ik, 'ik ben niet van plan te gaan wachten tot jullie de bestelling binnenkrijgen. Ik ben nl dwangmatig impulsief (ik heb besloten dat de samenstelling in ieder geval voor mij bestaat) & wil 't nú. Of anders zodirekt. Dan betrek ik 't van een andere boekzaak. Waar ze niet suffig voor zich uitkijken als ik de naam 'Wiene' noem.'

M'n hart gaat sneller kloppen als ik wederom 't zaterdagmorgense verkoopmeisje aantref in de winkel in de Utrechtsestraat.
'Niet naar haar kijken,' repeteer ik in mezelf, 'niet naar de glimlach kijken, niet naar haar stem luisteren.'
'Wiene?' vraag ik, ''Nestor' van Wiene.'
'Nee, die hebben we nog niet.'
Oh, 't is een heerlijke zaterdagmorgen-fietstocht op zoek naar een boek, denk ik tot mezelf te verzuchten, maar ik blijk 't al luidop als mededeling met glimlach tot 't meisje te richten. Ach, blijkbaar spreekt daar zo'n joie de vivre uit dat 't meisje haar gouden glimlach tevoorschijn tovert. Snel wegwezen.

Ik wil 't nog niet geheel bekennen bij mezelf, wederom zitting nemend op m'n fiets, maar 't begint een slepende kwestie te worden. In boekwinkels werken gewoon mensen die niet weten wat ze verkopen. Die te laat hun boeken bestellen. Geen idee hebben van wat er verschijnt & wie 't geschreven heeft. De boekwinkel bestaat bij de gratie van de klant die weet wat-ie leest, niet van de verkoper die er verstand van heeft. Dat laatste lijkt een contradictio in terminis.

Dan maar mezelf nog een stuk verder van huis wegslepen. Naar de winkel op de hoek van de Singel. Daar geven ze tenminste altijd toe dat ze een boek nog niet gelezen hebben, maar weten ze wel de juiste recensies tevoorschijn te toveren. Zonder 't boek overigens, in dit geval.
Maar de dame heeft een goed advies: 'Wij krijgen dinsdag pas weer geleverd. Bij Scheltema krijgen ze zelfs zaterdag nog een levering. Dus je hebt een goede kans dat-ie daar aanwezig is.'

De verkoper aldaar weet m'n vraagstelling eindelijk te verbeteren.
'Oh, u bedoelt 't nieuwe boek van Wiener. L.H. Wiener.'
Met de 'r' aan 't eind. Hoe vaak heb ik z'n naam vandaag al genoemd zonder 'r'? Hoe hard moest 't meisje lachen van de 2e winkel? Hoe vaak heeft men bij 't speuren naar 't boek de naam op de juiste manier tegen mij uitgesproken, zonder dat dat tot mij doordrong?

Ik & m'n boek, begeleid door m'n dwangmatige impulsiviteit, ondernemen de weg naar huis. Een lange weg. Toch zeker 10 minuten op de fiets. & Dan kies ik nog wel de kortste route: tegen de richting in over 't fietspad.
Dat laatste verwacht een vrouwelijke voetganger, die we onderweg tegenkomen, natuurlijk niet. Ze schrikt vlak voor ze wilt oversteken, terwijl ik op een afstand van meer dan 10 meter aan kom rijden, struikelt daardoor over de stoeprand, terwijl ze eigenlijk stil wilde staan, & versperd vervolgens met haar languitgestrekte lichaam de weg.
'Gaat 't?' vragen ik & een clubje toegesnelde voorbijgangers.
'Ik geloof dat 't er spectaculairder uitzag dan dat 't uiteindelijk voelt,' zegt ze laconiek terwijl ze opkrabbelt.
'Ha, ze heeft 't over boekenwinkels,' laat ik mezelf toe te denken.

Vervolgens was Zijperspace een tijd lang onbereikbaar.

brood-xpert

Als je er elke dag 6 van consumeert word je vanzelf een xpert in 't beleggen ervan, & niet alleen dat. Is mijn mening. Men mag er anders over denken, men eet er dagelijks bijv 10, men smeert bijv voor 't gehele 8-koppige gezin, maar op bescheiden nivo, op 't nivo van de zeg maar alleenstaande, zichzelf nog best wel goed verzorgende jongeman, durf ik toch best te beweren dat ik er een hoop van af weet.

Zo merk ik aan de struktuur van de boterham of-ie van 't ene brood of van 't andere afkomstig is. Niet elk brood heeft dezelfde vorm. Ook al zijn ze afkomstig van dezelfde bakker. Ook al zijn 't beiden broden van 't merk Waldkorn.
Ok, ik moet toegeven dat m'n kennis zich beperkt tot de Waldkorn-versie van 't verschijnsel brood. Ik eet nu 1maal slechts deze ondersoort. Maar juist op 't gebied van deze kan ik wel degelijk zeggen dat ik van alle ins & outs op de hoogte ben.

Over 't maken van brood weet ik echter niets. Ik ben van mening dat, wil men ten volle genieten van 'tgeen men eet, 't beter is niet alle details van 't produktieproces te weten. Ik wil geen krijsende varkens voor ogen krijgen op 't moment dat ik een lekker sateetje in m'n mond steek. Of een ijverig tokkende kip wiens kop verwijderd wordt tbv de kip tandoori die ik op gegeven moment tot mij neem. Laat mij gewoon maar consumeren, daar ben ik nl goed in. & Je talenten moet je proberen ten volle te benutten, is mij altijd bijgebracht.

Laten we onze aandacht dus vooral spitsen op 't gebruik van de boterham.
Er bestaat een onder- & een bovenkant bij een sneetje brood. De meeste mensen is dat nog nooit opgevallen, of staan er simpelweg nooit bij stil. Men pakt een paar sneetjes uit de broodzak, legt ze op 't bord & begint te smeren.
Ik pak dat anders aan. Ik kijk 1st welke kant boven moet. Daartoe leg ik 'm op de snijplank (inderdaad: ik nuttig m'n ontbijt van een plank, de geur & smaak van de boterham komen dan beter tot hun recht; men eet dan zeg maar de boterham zoals de bakker 't bedoeld heeft) & bestudeer de snee zorgvuldig. Naarmate hij verder verwijderd is van 't midden van 't brood is duidelijker te onderscheiden of je te maken hebt met een onder- dan wel bovenkant van 't je aanstarende sneetje. Dat klinkt misschien wat banaal, maar bij zorgvuldig kijken zal men 't onderscheid gewaar worden.

Oh. Ik geloof dat ik nu toch zal moeten stoppen. Ik meen te moeten constateren dat m'n brood zojuist ontdooid is.

Er kan begonnen worden met 't ontbijt in Zijperspace.

lijflog 9

Kijk, er zijn 2 omstandigheden. De 1e is natuurlijk 't schrijven van Charlotte. Zij brengt daarmee 't lijflog op een bijkans onbereikbaar nivo voor mij. Oftewel: ik heb geen scanner, laat staan röntgen-foto's van m'n lichaam. Ik heb nou 1maal nooit iets gebroken.
Verbaasde gezichten van m'n lezers alom, want ik heb afgelopen jaar toch maar liefst 4 ongelukken gehad met m'n fiets? Een dergelijke brokkenpiloot zal toch in z'n leven ooit wel wat gebroken moeten hebben? Helaas, in deze omstandigheid zeg ik helaas, mij is nooit een dergelijk drama overkomen dat 't noodzakelijk was mijn botten met schroeven & pluggen aan elkaar te haken. Wel zijn er een enkele maal scans van m'n hoofd gemaakt, vanwege hersenschuddingen, dan wel een scheurtje in m'n hersenpan, maar de resultaten waren blijkbaar niet van dien aard dat ik er een kopietje van mee naar huis mocht nemen.
Maar goed, dat is omstandigheid 1.

2e Omstandigheid is 't dames-topje dat ik vrolijk met de wind zag meedeinen aan m'n waslijn hedenochtend, bij 't opentrekken van de gordijnen.
Nee, Ma, ik had geen visite, heb dat al een tijdje niet des nachts gehad, & buiten dat is 't geen gewoonte heden ten dage om na zo'n nachtelijke visite 't ondergoed onmiddellijk vrolijk wapperend aan de buren te tonen.
Ik concludeerde dat m'n bovenbuurvrouw met de onvaste knijpervingers, dat zijn vingers die de knijper niet al te stevig vast knijpen, dat mijn bovenbuurvrouw Suze mij weer 'ns wilde laten zien dat zij heus wel zo af & toe de was doet. & Wat zij dan zoal daarbij schoonmaakt. Zoals daar dus hing, een topje van een vrouw, waarschijnlijk ook eigendom van genoemde Suze.

Ik heb heus wel vaker topjes, bh's of andersoortig lingerie van 't vrouwelijk soort in handen, voor m'n neus, in de nabijheid gehad. Ik weet hoe 't er uit ziet, ik weet in sommige gevallen hoe je ze hanteert (nooit beweren dat je alle sluitingen binnen de kortste keren weet te openen, is mijn advies aan alle mannen die dat nog moeten meemaken), & ik weet ook dat sommige bh's behoorlijk kunnen jeuken, maar dit terzijde. Maar ik heb ze ook vaak genoeg zelf op moeten hangen aan de waslijn. Ik heb tenslotte 2 jaar samengewoond met iemand van de vrouwelijke sekse.
Dit windgevoelige topje bracht mij dus niet in bepaalde staat. Doodnormaal: een stukje ondergoed van m'n bovenbuurvrouw is toevallig op mijn waslijn terechtgekomen. Die moet straks maar in een plastic zak door de brievenbus gedouwd worden.

Maar die 2 omstandigheden tezamen brachten me ertoe te beginnen aan dit stukje. Een soortemet lijflog-bekentenis stukje. Of een lijfbekentenislog. Of iets dergelijks.
't Is best ingewikkeld te beschrijven hoe je ertoe komt iets op papier (internet) te willen zetten. Bij deze heb ik 't voor dit stuk gedeeltelijk verklaard. Natuurlijk zitten er veel ingewikkeldere processen achter, maar om 't geheel nog overzichtelijk te houden heb ik me tot 't bovenstaande beperkt.

& Waar 't nu allemaal eigenlijk om gaat, hoe 't komt dat ik door bovenstaande omstandigheden ben begonnen met 't schrijven van dit stuk, waarom ik me gewaagd heb aan deze uitleg, waarom ik al de hele tijd om de hete brij heen draai, is dat ik best in m'n volgend leven een vrouw zou willen zijn. Lijkt mij wel 'ns leuk. Lekker borsten hebben.
De rest hoeft overigens niet van mij, hoor. Die borsten vind ik wel genoeg. Natuurlijk dan wel in een vrouwenlichaam, ik denk dat 't ook in de toekomst nog steeds vreemd gevonden zal worden dat een flink behaard lichaam met 2 van die bobbels op borstkas-hoogte rondloopt. Maar niet dat ik dan ook verliefd ga worden op een man. Nee, daar moet ik toch op dit moment niet aan denken. Ik ben best wel tevreden met m'n huidig 'man'-zijn, maar ik kan me toch niet echt voorstellen, 't is een gebrek in m'n inlevingsvermogen, ik geef 't toe, dat de helft van de wereldbevolking 't prettig vindt liefde voor dit geslacht uit te spreken.
Ik zei al: 't zou me alleen maar om de borsten gaan.

Vooralsnog maak ik natuurlijk 1st m'n masculiene levensloop in Zijperspace ff af.

reaktie

Beste Ton,

Allereerst onze complimenten voor je website. Je hebt een schrijfstijl die lekker leest vanaf het beeldscherm. Ook speel je het klaar om bijna elke dag een nieuw stuk te schrijven. Dit zijn twee redenen waarom je dit mailtje ontvangt.

Webroman.nl is bezig met een haalbaarheidsonderzoek naar een heel nieuw genre: de webroman. Met jouw schrijfstijl en -tempo ben je in principe erg geschikt voor het schrijven van een webroman. Lees onderaan dit mailtje meer informatie over webromans.

Behalve overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen het schrijven van een weblog en een webroman. Maar wanneer je het leuk lijkt om fictie te schrijven, dan zien we jouw manuscript graag tegemoet op manuscript@webroman.nl. We zoeken romans in de categoriën actie, avonturen, liefde, streek en detective.

Wellicht ga je bij ons een toekomst tegemoet als goedbetaalde schrijver. Aarzel niet om vragen te stellen via info@webroman.nl. We beantwoorden ze graag.

Met vriendelijke groet,

Derk Runhaar, projectleider
http://www.webroman.nl


Beste Derk,

In reaktie op bovenstaand schrijven zie ik me gedwongen je enkele dingen mede te delen.

Ten 1e hoef je me niet te complimenteren met m'n website. Had deze er mooi uitgezien, gelikt, vernuftig, dan had ik 't compliment op z'n plaats gevonden, maar deze weblog, mijn weblog, is niet meer dan een instrument teksten te publiceren. De vorm is niet belangrijk, de teksten wel. Daarom noem ik 't ook geen website, vind 't woord niet overeenkomen met 't doel.
Ik betwijfel of m'n schrijfstijl geschikt is voor 't beeldscherm. Ik schrijf veel te lange stukken, gebruik veel te lange zinnen, & kom daardoor af & toe in ingewikkelde zinskonstrukties terecht. Dat laatste weliswaar lang niet altijd. Ik streef ernaar de zinsopbouw zo simpel mogelijk te houden, maar 't komt zeker voor. Ik moet zeggen dat ik er soms ook wel op kick: een lekker lange zin met onverwachte wendingen & een bijna niet te herleiden struktuur. & Dat-ie dan toch klopt. Heerlijk vind ik dat.
Maar goed; ik betwijfel dus of mijn schrijfstijl geschikt is voor 't beeldscherm, zeker met jouw ideeën over hoe een tekst er voor een webroman uit zou moeten zien.

't Zinnetje waarin je schrijft dat ik 't klaar speel 'om bijna elke dag een nieuw stuk te schrijven' schoot me in 't verkeerde keelgat. Vooral om 't woordje 'bijna'. Ik speel 't nl klaar. 2 Keer per dag. Voorheen met een frequentie van 3 per dag, maar dat vond ik na bijna een jaar toch ietwat te vermoeiend, gecombineerd met 2 banen. & Nog is 't zo dat die 2 stukjes me veel tijd vergen. Minstens 3 uur per dag ben ik bezig met 't bedenken, voorbereiden, schrijven, corrigeren van m'n stukjes.
& Dan doe jij dat af met de constatering dat ik bijna elke dag schrijf. Ik schrijf verdorie elke dag. (oja, dat heb ik al gezegd). & Ik gebruik daarbij geheel geen uitroeptekens. Zelfs nu niet.

Maar waarschijnlijk irriteer ik me vooral aan de toon van je meeltje. 't Klinkt alsof 't zo veralgemeniseerd is opgesteld dat je 't tegelijk aan 13 andere personen kon versturen. Waarbij desnoods 't zinnetje met 'weblog' vervangen is door een andere internet-gerelateerde schrijf-aktiviteit, afhankelijk van waarmee de andere ontvanger van deze meel mee bezig is.

Edoch, ik beschouw mijzelf niet geschikt voor jouw doeleinden. Ik kan verschrikkelijk goed over mezelf schrijven, ooit komt m'n verzamelde autobiografie nog wel 'ns uit, maar zie me niet in staat om te schrijven in de stijl van een aktie-, avonturen-, liefde-, streek- of detective-roman. Zeker niet als 'tgeen ik opschrijf mij zelf niet overkomen is.

Laat mij ondertussen maar lekker verder dromen dat ik ooit wel ontdekt word door de juiste persoon, met de juiste intenties, de juiste ideeën, 't juiste begrip voor m'n talenten & teksten, dan wens ik jou veel sukses met 't produceren van flut-romannetjes. Die heb ik in m'n funktie als bibliotheek-medewerker te veel door m'n handen laten gaan om daar nog met genoegen aan mee te kunnen werken.

Vriendelijke groeten terug vanuit Zijperspace.

tellen

Getalletjes zijn fascinerend. Vooral als ze met z'n allen tegelijk een voorstelling geven & daarbij de hele tijd van waarde veranderen. Voor je ogen. Internet is daar heel goed in.

Ik had vanochtend bijv door kunnen lezen in m'n boek. Bijna uit. Lekker als ik 'm beëindigd heb vlak voor ik werkwaarts ga. Dat geeft voldoening. Beter dan vanavond weer 't boek ter hand te nemen & de herinnering van 't verhaal weer op te moeten roepen.
Maar 't was een o zo fascinerend gebeuren, 't downloaden van een programmaatje. Groot programmaatje, dat was, alsof ik nog niet eerder een groot programmaatje had meegemaakt. Fascinerend om te zien dat-ie 1st voorspelde er toch zeker een uur over te zullen doen, met 't kb-tellertje langzaam verspringend met 1heden van hooguit 4, & langzamerhand 't tempo opgeschroefd te zien worden & de prognoses over de duur zien veranderen in slechts enkele minuten. & Daarbij de hele tijd de klok in de gaten houden. Kijken hoeveel tijd er goed gemaakt is, gewonnen eigenlijk. Want volgens de 1e raming zou 't pas om 10.20 uur volledig binnengehaald zijn. Nu zou 't zelfs om 9.35 klaar kunnen zijn. Oh, wat spannend allemaal.

& Als 't gebeuren achter de rug is, vraag ik me pas af waarom ik de hele tijd die tellertjes in de gaten aan 't houden was. Had ik m'n tijd niet zinniger kunnen besteden?

Nu ik 't toch over tellertjes heb, & over internet, & over fascinerend, & over zinnig, & over staren naar cijfertjes; nu ik 't over al die dingen heb: ik stond bijna op 't punt de tellers 't raam uit te gooien. Veel te frustrerend, vond ik. Mensen die lang niet zo enerverend, fascinerend (daar heb je 'm weer), onderhoudend & nog wat andere zelfoverschattende bijvoeglijke naamwoorden, hun blog vullen als ik, hebben kijkcijfers van over de 100 of zelfs een veelvoud daarvan. Op dagen dat ik m'n mooiste stukjes schrijf, leest slechts een enkeling dit. 't Grootste gedeelte van m'n bezoekers komt hier doordat ze door een zoekmachine hierheen worden gestuurd, niet om de echte inhoud. Des te meer ik schrijf, des te minder mensen langskomen. Des te meer behoefte ik aan bevestiging heb, des te minder. Ik bedoel: 't is altijd minder.

Maar ik doe 't niet, hoor. Ik hou ze toch. Want ik weet dat de tellers er ook voor zorgen dat ik op moet schieten met nog een stukkie schrijven. Dat ik beter wil schrijven, omdat ik dan uiteindelijk nog betere lezers krijg. Dat de tellers er misschien voor zorgen dat de kwantiteit niet hoog is, maar de kwaliteit ten lange leste wel.
Als u begrijpt wat ik bedoel.
Nee, vast niet.
Nou, ik ben gewoon verslaafd aan cijfertjes & aan de tabelletjes, overzichten & scoringslijsten gemaakt van die gegevens.

We kijken kijkcijfers in Zijperspace.

ontmoeting

Je begint de vaste gezichten te leren kennen, zeker als je de voorkeur voor een bepaalde hoek in de zaal deelt. 1 Man suggereerde me vandaag al om dan maar op een uitklapbaar krukje te gaan zitten, aan de rand van de stoelenrij. Dan kon ik in ieder geval m'n benen kwijt, zei hij. Hij kon 't makkelijk zeggen, want hij had 1 van de 4 zitjes aan de zijmuur weten te bemachtigen. Daar heb je meer ruimte, daar ben je sneller weg, daar voel ik me niet opgesloten. Maar voor die plekken was ik te laat gearriveerd in 't Concertgebouw.

Daardoor hoorde ik de gesprekken die gevoerd werden in de rijen. Hoorde ik wat 't geroezemoes daadwerkelijk inhield. Een toevallige ontmoeting bijv van een vader met kind & een kunstenaar, zittend in de rij achter me. Waarbij de kunstenaar merendeels 't woorde voerde.

'Mijn ene zoon is nu 23. Helemaal grijs, maar met een zwarte baard. Precies 'tzelfde. M'n andere zoon is 21. Die begint ook grijs te worden. Heeft een zwarte snor. Hij heeft geen baard, maar die zou vast ook zwart zijn geweest.'
'Prachtig,' zei de vader van 't kind.
'Ik wist niet waar 't vandaan kwam. We schijnen al eeuwen in Amsterdam te wonen. Maar men is eens terug gaan kijken. Waarschijnlijk is mijn familie oorspronkelijk van russische komaf. Er schijnt een russisch dorpje te zijn waar de hele mannelijke bevolking grijs is & zwarte baarden draagt. Daar schijn ik verwand mee te zijn. Ze dragen daar andere baarden dan ik. Zij hebben veel langere pluizerige baarden. Heel onverzorgd. Mijn baard is kort & bijgeknipt. Daar hebben de kinderen van 17 al lange baarden. In plukken, op sommige plekken kaal, hangt 't aan hun kinnen.'
'Prachtig,' uitte de vader z'n bewondering opnieuw voor de baard van de man, 'Maar u bent kunstenaar?'
'Ja, ik schilder. & Ik ben architect. & Ik ontwerp allerhande dingen, zoals wandkleden. Woensdag is m'n vrije dag. Dan kom ik hier altijd met m'n vriendin. Maar die ligt momenteel in 't ziekenhuis.'

Op dit moment keek ik om. Ik moest toch 'ns weten wie er bij die stem hoorde. 't Was de man, inderdaad met grijze haren & zwarte baard, die de invalide dame regelmatig begeleidde. Zij zat met haar rolstoel vaak in de weg voor 't rijtje stoelen langs de zijkant. Waar ik graag zat. Maar haar licht geafaseerde glimlach (zo leek 't) die ze 't gehele concert droeg, maakte over 't algemeen veel goed.

't Kind kreeg tijdens 't concert een niesbui, begeleid door doffe kuchjes. Ze probeerde 't in te houden. Zo zachtjes mogelijk, alsof de verantwoordelijkheid zwaar op haar drukte, liet ze 't gebeuren. Maar voor de vrouw die 2 stoelen van me af zat, vlak voor 't kind, was 't op een gegeven moment genoeg.
Bij de 2e maal opschrikken uit haar concentratie siste ze: 'Is 't nou opgehouden?'
& Dat tegen een kind, dachten een 10-tal mensen in haar omgeving, midden tijdens een concert in 't Concertgebouw. Met een hoofdletter C. Dat dacht zeker haar vader. Hij probeerde onhoorbaar zacht z'n kind te verdedigen, maar hij werd gered door de kunstenaar.

'Pardon, stil nu.'

Monotoon, zacht, te horen voor slechts 4 mensen, maar effectief. De dame keerde zich gegeneerd weer om naar 't optreden van 't Kaleidos Strijkkwartet.
't Kind fluisterde haar vader in dat ze 't niet meer hield. Waardoor ik voor 't 1st mensen tijdens de voorstelling de zaal zag verlaten. Met spijt in de ogen. Bij beiden.

Ik kwam de kunstenaar bij de uitgang tegen. Grijs haar, zwarte baard, duidelijk te herkennen. Hij was na afloop eerder dan de rest opgestaan uit z'n stoel.
Hij stond verstild vlak voor de draaideur van 't Concertgebouw. Iedereen liep langs 'm heen, terwijl hij voor zich uit keek. Een blik in z'n ogen alsof hij z'n gesprek met de vader van 't kind nog voort wilde zetten. Hij had ook spijt in z'n ogen. Of dacht aan z'n vriendin.

Verstilde muziek speelde door de straten van Zijperspace.

weekend (2)

1e kerstdag '97
van Yoke


Dat staat op de 1e blz. Niet op de titelpagina. Erboven staat een soortemet paraaf, onleesbaar, onontwarbaar. & 't Geheel is onderstreept.
1st Heeft 't boek € 27,50 moeten kosten, zegt de potloodaantekening in de hoek van dezelfde pagina, maar dat vonden ze zelfs bij boek-antiquariaat Kok blijkbaar toch iets te duur, want er staat een dikke streep door dat bedrag. Iets verderop naar 't midden luidt de vervanging € 18,-. Heb ik er dus voor betaald.

Veel te duur voor 'De saga van de Völsungen', vertaling uit 't Oud-IJslands, zou je zeggen, maar ik denk niet dat ik snel aan een ander xemplaar zal kunnen komen. Bovendien is deze in zeer goede konditie. Buiten bovengenoemde krabbels valt absoluut niet op te maken dat 't boek in 't bezit van iemand anders is geweest.
Een ondankbare ontvanger dus. 5 Jaar geleden heeft ze 't kado gekregen, ze heeft 't bezoedeld met haar signatuur & aantekening van wie & wanneer, & vervolgens heeft ze 't niet gelezen. Integendeel: ze heeft 't gewoon na 4 jaar van de hand gedaan (ervan uitgaande dat de persoon niet overleden is).
Overigens onmiskenbaar een 'zij'. Buiten 't feit dat ze in 't boek aangeeft van wie ze 't ontvangen heeft, ik ken geen enkele man die zulks noteert, valt dit te herkennen aan haar handschrift. De open, ronde vormen van de letters. Daar hoef je geen handschriftgeleerde voor te zijn.

Mijn boeken zullen waarschijnlijk niet zoveel opleveren. Ze zijn gelezen, of zien er in ieder geval zo uit. Een groot gedeelte is 2e hands ingekocht, zou dan moeten overgaan naar een 3e eigenaar, misschien wel 4e. & Er staat in geschreven wanneer 't m'n eigendom werd. Met daarboven groot de 't' van Ton, gevolgd door een schuin weglopend streepje die de 'o' & de 'n' moeten voorstellen. & Zijp erachteraan natuurlijk.
Op de titelpagina komt aldus:

Ton Zijp
24 september 2002


Vind ik mooi. Iets soortgelijks staat in alle boeken die ik in mijn bezit heb.

Maar toch, hè, toch verdienen ze wel een boekenkast. Ondanks de verfomfaaide indruk die ze bij sommige mensen met hun verschijning zullen achterlaten. Zal ik die boekenkast nou achter m'n rug (tv-kijkende rug) of achter de tv plaatsen, overweeg ik al een aantal dagen.

't Is de 2e dag van 't weekend in Zijperspace.

zoektocht

Zo'n dag als vandaag is eigenlijk een soortemet zoektocht naar een bepaalde opwinding, in m'n hoofd verzucht als geluk. Of anders een zoektocht naar 't moment dat ik dat vergeet.

Maar vooraleer de zoektocht begonnen kon worden was 't noodzaak de boodschappen te doen. Hieronder versta ik ook de visite aan de bieb. & 't Per ongeluk struinen door 2e hands boekenbakken. 't Valt tenslotte in dezelfde ronde die ik op m'n fiets maak. & 't Heeft 'tzelfde resultaat als m'n bezoek aan de bieb: boeken.

Stel dat m'n huis gesitueerd was aan een verlaten paadje midden in 't grote donkere bos, zou ik me dan ook zo op m'n gemak voelen? M'n buurvrouw veroorzaakt plots wat gerommel, normaliter is ze er niet, waardoor ik denk: waar komt dat geluid toch vandaan? Ik kan uren ongestoord in m'n huis mezelf vermaken (natuurlijk met m'n eeuwige onrust van opstaan, zitten, opstaan, lopen, oppakken, zitten, paar blz lezen, opstaan, etc), zonder me ongerust te maken over de wereld buiten me. De tv hoeft niet aan, de radio niet, ik hoef geen nieuwssites te bezoeken. Maar zou die behoefte 'tzelfde zijn in dat grote donkere bos? Zou 't gemis dan de behoefte bepalend beïnvloeden?

't Is onbegrijpelijk hoe je vrije dag in beslag genomen kan worden door allerlei verplichtingen jegens jezelf, tbv comfort voor later. Boodschappen voor enkele dagen nemen al snel enkele uren in beslag. Alleen al 't bedenken van 't efficiënt indelen van deze ondernemingen buitenshuis vergt z'n tijd. Ik schat een ½ uur. Gelukkig kan ik dat ½ uur verstoppen tussen de onrustigheden die mij dagelijks overkomen. De onrustigheid vermom ik aldus door een ½ uur tijd aan struktuur te besteden.

Een film op 't grote doek, 't liefst in een lege zaal, maar dan moet je er vroeg bij zijn, niet gestoord worden door van te voren bedachte schema's over wanneer welke boodschappen, de 1e voorstelling dus. Een hoekje opzoeken, bij de 2e voorstelling, waarvan je denkt dat niemand die meer kan vinden zogauw de film begonnen is, tenzij struikelend over de donkerte & valse flitsen weerkaatsend van 't doek. & Dan 2 popcornpubers met familiezak moeten laten passeren die boeren bij elke slok van hun maandvoorraad cola. & Op momenten dat je je niet wil irriteren, slechts recht vooruit wil kijken, zie je je voorbuurman steeds weer geërgerd z'n hoofd naar achteren wenden.

Een stapje in de wereld van enkele jaren geleden. 't Bezoeken van de stamkroeg. Plots op de dinsdagmiddag. Net als toen ik de enige klant was op de dinsdagmiddag. Toen we, de barman, de keukendame & ik, de crypto van afgelopen weekend oplosten. De Barman schonk in de tussentijd 5 bakjes koffie, tapte 10 glazen bier, waarvan 5 voor mij, & 3 glazen fris voor 't dienstdoend personeel. 't Was 't 1e jaar van m'n stamkroeg. Ik was de 1e vaste klant.
Nu vraagt de bardame voor de 3e keer naar m'n naam. & Serveert ze m'n bier nog altijd met 't verkeerde glas.

De maaltijd. Daar heb ik tenslotte de voorbereidingen voor getroffen. 't Moet me doen verlangen naar vakanties. Of naar avonden keihard werken in de catering van de Rode Hoed. Afhankelijk van de slagingsfaktor.
't Wordt een vermoeiende strijd met de nukken van de combi-magnetron. Vakanties worden vergeten. Werk ook.

& Dan ontstaat 't ouderwetse verlangen 't huis te verlaten. Ik woon in een verlaten huisje aan 't einde van een pad een heel smal klein paadje van zand of misschien wel grind dat knarst in een donker o zo donker bos zonder lantaarnpalen & zonder zaklantaarn met rare geluiden. Ook al is 't m'n buurvrouw. Maar ginder wonen, drinken, praten alle gezellige mensen.
& Ik durf niet. Niet vanwege genoemde oorzaken. Want die zijn hier niet.

Men heeft zo z'n beperkingen in 't donkere bos dat Zijperspace heet.

kennis

Bepaalde dingen weet je gewoon niet. Kan je ook niet weten. M'n buurman heeft voor 't 1st een cv zelf geïntalleerd. In z'n nieuwe huis. De volgende keer weet-ie hoe 't moet. Maar tot voor kort wist-ie van niks.

Ik heb speciaal de tl-lamp opgemeten, voordat ik de deur uitging. Alle data die aangegeven stonden op de lamp zelfs uit m'n hoofd geleerd. Ik had 't ook kunnen opschrijven op een kladje, maar dat vond ik weer net te veel moeite.
'Hoeveel watt is de lamp die je moet hebben?' vroeg de dame in de lampenwinkel.
'18 Watt,' antwoordde ik, '& hij is 58,7 cm lang.'
Let op 't cijfer achter de komma, die vergde wat xtra aandacht. Ik wilde natuurlijk niet met m'n mond vol tanden staan.
'Hoef ik niet te weten,' zei de dame. 'Als ze 18 watt zijn, hebben ze altijd dezelfde lengte.'
'Oh, dat wist ik niet. Dat kan je ook niet weten als je 't nog nooit aan de hand hebt gehad.'
Ik wilde er aan toevoegen: 'Ik kan jou heel wat vertellen over bier. Stel een willekeurige vraag, & ik vind 't antwoord net zo vanzelfsprekend.' Maar dat doe je niet.

Thuis heb ik de lamp ingedraaid. De knop ingedrukt. Zonder resultaat. Ook niet na een 2e maal de trap beklimmen. Ik heb een kapje van de bedekking van de tl-balk er afgehaald; kon ik in 't binnenste kijken. Maar bij de welpen heb ik wel geleerd hoe je gewone lampen werkend moest krijgen, maar voor 't laten schijnen van een tl-balk bestond toen nog geen insigne.
Ik kreeg pijn in m'n nek. Ik stond niet in de ideale positie om 't geval te bestuderen. Dus gaf ik de moed maar op.

Een boekenkast moet waterpas staan. Anders stromen de letters de boeken uit. Dus horen de 2 rails tegen de muur, waar de steunen in komen te hangen, loodrecht te staan. Ik heb al een manier verzonnen om dat te bewerkstelligen zonder een waterpas te hoeven gebruiken. Vast ook nog geleerd bij de welpen. Of de landverkenners.
Maar bepaalde dingen weet je gewoon niet. Kan je ook niet weten. Vooral niet als je niet zelf in de kelder gaat kijken of-ie nog leeft.

Dus geven we wederom de moed op in Zijperspace.

maandag

'Mag ik je iets vragen?' vraagt Speedy zenuwachtig.
Waarschijnlijk is 't z'n bedoeling niet zenuwachtig over te komen, maar alles wat Speedy zegt komt er nu 1maal gejaagd uit. & Ik ga me dan automatisch op z'n 11 & 30st gedragen. Kan ik niks aan doen; ik wil rust in m'n tent. Als ik 't niet in m'n klanten kan vinden, dan moet ik 't in mezelf zoeken. Dus alles gaat net iets langzamer dan gewoonlijk.

Iets daarvoor kwamen 3 surinamers binnen. 2 Had ik al eerder binnengehad. De nieuwe maakte buiten veel misbaar met 1 van hen, maar zou blijkbaar getrakteerd worden op een biertje.
'Heineken,' schreeuwde hij naar degene die al binnen bij de ijskast stond.
'Ik heb geen Heineken,' zei ik 'm, '& ik wil dat je wat rustiger doet. Ik heb meer klanten.'
'Yoooohoooheeeeyoooohoooheeee,' met z'n armen omhoog joelde hij daarop de winkel in. Z'n ogen stonden dof, zag ik opeens. Rood omrand, gek, bulderende ogen. Ik moest oppassen.
Z'n maatjes kwamen de blikjes bier naar de toonbank brengen. Hij pakte er gelijk 1, maakte 't open.
'Heb je misschien een tasje? Of wat papier?' vroeg-ie nadat-ie een slok had genomen, 'anders krijg ik moeilijkheden met de politie.'
'Tuurlijk heb ik een tasje,' antwoordde ik langzaam, 'maar ík krijg moeilijkheden als jíj je niet gedraagt of als je in de winkel drinkt. Dus je krijgt een tasje, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Maar dat snap je ondertussen wel.'
Hij deed een stap achteruit richting deur. Stak z'n duim op.
'Ok, bedankt hè.'
Met een handbeweging hield ik de jongen die voor hun 3-en afrekende tegen.
'Ik vind jou ok. Ik ken je. Je mag blijven komen. Maar zogauw ik hem nog een keer hier zie is dat voorbij. Dan kom jij hier niet meer binnen.'
'Jaja, ik weet 't. Maar hij hoorde bij die andere jongen.'

'Mag ik misschien een flesje meenemen voor 90 cent?' vroeg Speedy. 'Dat ik dan straks 't flesje terug kom brengen. Als ik 't nu zonder statiegeld betaal, heb ik net genoeg geld. Want 1 flesje kost normaal toch € 1,-?'
Tuurlijk vind ik 't goed. Ik moet alleen een noodzakelijk moeilijk gezicht erbij trekken.

De kale marokkaan heeft een vriendje meegenomen. Ze willen bier, maar 't vriendje weet alleen nog niet op wat voor temperatuur. Laat me daarom 2 keer heen & weer lopen voor lauw bier uit 't schap, dan weer koud bier uit de ijskast. Dan blijkt-ie toch koud bier te willen. Vervolgens hoest-ie nogmaals demonstratief. Om te laten zien dat-ie misschien niet tegen die kou kan.
Als de heren moeten betalen gaan ze in discussie. Vanwege 20 ontbekende centen. In 't marokkaans. Niet te verstaan, maar wel luidkeels.
'Hé!' roep ik, om er tussenbeide te komen. Om aan te geven dat ik nog slechts 20 cent nodig heb & geen lawaai in de winkel wil. Geen reaktie. Wel lawaai van 2 ruzieënde marokkanen.
KLATSSSSSS!!!!!!!!
M'n hand komt plat op de toonbank terecht. De winkel trilt.
'& Nu luisteren jullie naar mij!'
Stilte.
'Of jullie betalen nu & houden onmidddellijk je mond dicht of jullie komen hier nooit meer naar binnen.'
Binnen 10 seconden 20 cent.

Speedy staat in de deuropening. Of eigenlijk net er voor. Hij lijkt zich verdekt opgesteld te hebben. Maar zonder effekt, want de politie-auto stopt toch voor de winkel. Hij wordt gesommeerd bij de auto te komen. Ik kan 't niet allemaal verstaan vanuit de winkel, maar 't blijkt duidelijk dat ze 'm een boete voor openbaar drinken willen geven. 't Flesje bier hebben de agenten al in hun handen.
Ik loop naar buiten, richting agenten.
'Dat flesje is van mij,' zeg ik ze. 'Hij kon toennet geen flesje kopen als-ie 't statiegeld moest betalen. Dus hij kwam 't flesje terug brengen.'
Ik reik m'n hand al uit naar 't flesje. & Ongemerkt gaat die via de handen van Speedy over naar die van mij.
'We vonden dat-ie zich raar voor de deur had opgesteld,' zegt 1 van de heren.
Maar ik loop al weer naar binnen. Gevolgd door Speedy.
'Ik zet je flesje hier neer,' zeg ik 'm, terwijl ik 't flesje naast de deur plaats, 'als de politie weg is, kan je 'm dan nog leegdrinken.'

Speedy komt nog een keer langs. Ditmaal met z'n duitse vriend. Ik vraag of-ie vandaag nog een bekeuring heeft gehad voor openbaar drankgebruik. Lacherig.
'Oh, was jij dat?' zegt de duitse vriend. 'Hij had 't er al over. Hij was helemaal over de toeren.'
'Ja, moet je weten,' zegt Speedy snel, zonder stoppen, bijna hyperventilerend, 'ik heb voor 8 jaar cel boetes uitstaan. Ik zou zo meegenomen zijn. Dan zou ik voorlopig niet terug zijn geweest.'

Momenteel heeft men de trillingen in Zijperspace weer onder controle.

weekend

Morgen begint m'n weekend. Een gebeurtenis die ik zelden meemaak: 2 aaneengesloten dagen vrij. Buiten m'n vakantie dan. Maar die opeenvolgende dagen vrij noem ik al vakantie, daar gooi ik de betiteling weekend niet nog 'ns bovenop.

Maar goed: weekend dus. & Ik zit me al 4 dagen (ik weet sinds 4 dagen dat ik morgen weekend heb) af te vragen wat ik nou met 2 aaneengesloten vrije dagen moet doen. Liefst combineer ik ze tot een 2-daags uitstapje. Bijv richting Bamberg (ben ik net geweest; ik kan geen auto rijden; er is niemand die die kant op gaat).

Dat idee van combineren verlaat echter al snel m'n hoofd, omdat ik me bedenk dat er nog wel wat andere aktiviteiten in huis moeten plaatsvinden. Waarvoor zeker 1 heel dagdeel gereserveerd dient te worden.
Men wil natuurlijk wel weten wat voor aktiviteiten dat kunnen behelsen; men leest tenslotte een lijflog & van dit soort wetenswaardigheden wenst men dan op de hoogte gehouden te worden. Let wel: dit kan in andermans ogen nietswaardige info betekenen, niemandalletjes op 't gebied van 't beleven van alledag, maar hier in huize Zijp kunnen futiliteitjes uitgroeien tot grootse avonturen of angstwekkende duizelende onoverbrugbare drempels.
(valt dan tegen, hè: 1st 3 van die imponerende adjektieven; daar gaat wat gebeuren, denk je; & vervolgens komt 't nietszeggende woordje 'drempel'; men moet maar denken: 't is voor de opbouw van de spanning).

Ik kreeg vorige week de mededeling van m'n moeder, eigenlijk zou Marc 't me melden, maar nog niks van 'm gehoord, kijken of-ie durft te reageren in 't reaktie-ding, dat Sinterklaas op 4 december alhier gevierd gaat worden.
'Ha, leuk. Oeps, shit,' zijn de achtereenvolgende 1-lettergrepige gedachten die op zo'n moment me te binnen schieten.
Ik bedoel: ik mag graag m'n 5 broers, hun 4 vrouwen, hun 6 kinderen, begeleid & aangemoedigd door onz vader & moeder, in m'n huis ontvangen. FF laten zien dat deze verstokte vrijgezel best wel z'n nederig stulpje heeft kunnen omtoveren tot iets dat overeenkomt met de vreemde karaktereigenschappen die hij met zich meedraagt. Zonder dat ze de puinhopen zien die daar ook onderdeel van zijn.
Bij dat laatste komen dus 'oeps' & 'shit' om de hoek kijken.

Dus wil ik pogingen wagen in ieder geval 1 dagdeel 't woon- & in dit geval minstens zo belangrijke visite-gerief te verbeteren.
Derhalve dient er een boekenkast gebouwd. Een 10-tal stapels boeken dient omgezet te worden in overzichtelijke staande rijen. Dit bekoort 't oog wat meer. Zeker in mijn familie.
't Materiaal hiervoor is reeds aanwezig, staat opgeslagen in de kelder. & Daar knijpt 't 'm dus.
Voor begeleidend begrijpen verwijs ik de lezer met veel plezier door naar teksten pad (1) & pad (2).
Natuurlijk heeft de vaste bezoeker dezes reeds volop begrip voor m'n aarzeling de bewuste spullen uit de kelder te halen. Wie weet leeft 't beestje nog. Wie weet komt 't beestje kwiek me tegemoet gesprongen op 't moment dat ik de boekenplanken verwijder & z'n geïmproviseerde gevangenis/begraafplaats ontdaan wordt van z'n wanden.

Goed. & Verder wil ik weer tl-licht in de keuken hebben; een ontvangst-vriendelijk lichtje herstellen in m'n anders zo donkere & derhalve onoverzichtelijke ontvangsthal; 't genoeglijk gepiep (zolang je op jezelf woont) uit m'n hoogslaper halen; kleur geven, overeenkomstig aan de verdere inrichting van 't huis, aan wat blank hout; de tuin ontdoen van restanten schilderwerk; de tuin herfstklaar maken. Om nog maar niet te spreken over 't opruimen van de troep.

Na 't weekend is men toe aan vakantie in Zijperspace.

lampje

Een 6-koppige lamp hoort 6 gelijke koppen te hebben. Koppen die 'tzelfde werken. Koppen die 'tzelfde reageren. Als de 1 licht geeft, hoort de ander dat in gelijke mate te doen. Als de 1 knippert, hoort de ander op een gelijksoortige manier te reageren. Als de 1 doorpiept, hoort de ander 't ook binnen niet al te lange tijd te begeven.

Ik denk dat m'n lamp, m'n 6-koppige lamp, alle 6 staand op 't uiteinde van 1 van de poten, maar schijnend op ongelijke hoogte; ik denk dat m'n lamp zich niet geheel consequent gedraagt. Hij benadert de verschillende lampsterktes niet op dezelfde manier.
1 Maand na aanschaf piepte 't 1e lampje al door, juist de sterkte die ik had aangekocht op advies van de verkoper, de 2e hands lampenhandelaar: een doffe lamp van 15 watt. 't 2e lampje volgde binnen de week. De 3e enkele weken later. Enzovoorts. In iets meer dan een maand tijd zag ik me genoodzaakt alle lampjes te vervangen voor 25 watts-lampjes. Omstebeurt piepten ze door, omstebeurt werden ze vervangen voor lampjes waar ik wél makkelijk aan kon komen. Voor de 25-watts-lampjes was geen speurtocht nodig. De nieuwe lampjes waren bovendien niet zo duur als die matte 15 watts.
Daarmee heb ik ze dus snel vervangen. Allemaal, op 1 na. Die blijft de muur nog steeds lichtjes geel beschijnen.

Nou is dit geen levensvraagstuk. Ik lig er niet wakker van. Ik schiet er weinig mee op, mocht ik 't antwoord te weten komen op de vraag waarom dit eigenwijze lampje gewoon door blijft branden, terwijl z'n soortgenoten 't allang begeven hebben. Ik denk ook niet dat de wereldeconomie zich ook maar iets aantrekt, zou ik m'n bevindingen, m'n getoetste & als feit bevonden bevindingen, wereldkundig maken. Ik denk zelfs niet dat ik er een leuk gesprek over zou kunnen beginnen op een feestje, een partijtje, een bijeenkomst, een reunie.

'Zo, Ton. Wat heb jij de afgelopen 20 jaar gedaan?'
'Nou, niet zo veel. Maar onlangs ben ik er wel achter gekomen waarom sommige lampen langer blijven branden dan andere. Waarom je op bepaalde plekken beter een 15-wattslampje kan indraaien dan 1 van 25. Kijk 't komt vooral door interrelationele geladenheid van (...........)'


Ik denk niet dat men op een dergelijk gesprek zit te wachten. Ik vermoed dat men mij vervolgens vergeet te kontakteren voor de reunie in oktober 2032. Vast niet met opzet, hoor. Zo achterdochtig ben ik gerust niet. Nee, gewoon: je denkt niet al te lang na over een persoon die de bestudering van die ene lamp in een 6-koppige konstruktie tot levensdoel heeft gemaakt.

& Toch maak ik me er al enige tijd druk over. Waarom, vraag ik me af. Waarom?

1 Van de onopgeloste vraagstukken van Zijperspace.

korps-meisjes

Maandagmiddag: 6 meisjes op 4 fietsen rijden voorbij. Ze dragen zwarte jasjes met rokjes eronder. Roze sokken bijna tot aan de knieëen. Gevlochten staartjes in 't haar. Ze kijken vermoeid, onwetend, jong, maar zeker niet ongeduldig.

Vrijdagmiddag: 2 meisjes komen vragen of een groep van 20 mee mag met de rondleiding. Aan de 1e, degene die 't meest haar mond opendoet, heb ik meteen een hekel. Bolle wangen, dikke lippen, onbenullige uitstraling. Een tut-student, waarvan 1000 in een dozijn, hier in Amsterdam.
Nee, zeg ik, 't is een gratis rondleiding voor mensen die toevallig komen aanwaaien, niet voor groepen. Die moeten betalen.
Als dan in ieder geval hun 6 meisjes meemogen, wordt gevraagd.

Ze vallen bijna om van de slaap, terwijl ik vertel over brouwen, gisten, lageren, schoonspoelen, afvullen. Ze lijken aandachtig te luisteren & dan vallen plots de ogen toe. Terwijl ze rechtovereind staan. 1tje Verliest bijna haar evenwicht tijdens deze staande slaap, maar schrikt wakker.
'Waarom draag jij grijze ipv roze sokken?' vraag ik haar.
'Ik had gister een te grote mond volgens 't bestuur,' antwoordt ze.

Ik heb 't korps altijd vermeden tijdens m'n studententijd. Elke studentenvereniging overigens. Altijd een zielige bedoening gevonden. Waarom moet je op een kunstmatige manier vrienden maken, waarom brallen, waarom in colbertjes lopen & mouwen scheuren?
M'n collega heeft dat gevoel nog iets sterker.

'Ik moet 't merkje van m'n rugzak afknippen,' zegt 1 van de meisjes tegen Drik, 'heb je misschien een mesje of een schaar?'
'Waarom moet je 't er afknippen?' vraagt Drik achterdochtig.
''t Moet van 't bestuur.'
'Ik heb geen mesje of schaar.'
Ik pak ondertussen de schaar van achter de bar & geeft 't aan 't meisje. Ze lacht lief.
'Ik geef geen schaar als 't van 't bestuur moet,' zegt Drik later, 'die korps-leden moeten eens zelfstandig nadenken.'

'Jullie hebben zeker weinig geslapen?' vraag ik tijdens de rondleiding.
'We hebben niet geslapen,' zegt 't meisje met grijze sokken. 'Afgelopen nacht helemaal niet. De avond ervoor 2 uur, daarvoor 3 uur. Ze zijn hartstikke gek. Je weet nooit wat er gaat gebeuren.'

Ik vind ze wel snoezig, zo met hun staartjes; aandoenlijk. Je zou er niet aan moeten denken zelf met van die ouderwetse jasjes over straat te moeten, roze sokken eronder. Tijdens de rondleiding heb ik meermaals de neiging om ff in lachen uit te barsten. Gebogen schouders, slaperige ogen, maar vooral de aanblik van de staartjes in 't haar voorkomen dat.
Jammer dat ze straks veranderen in die tuttebel, die op dit moment waarschijnlijk aan de bar zit te hangen. Of anders met haar mede-korpsleden aan de mobiel hangt om de volgende vervelende aktiviteit voor de meisjes te regelen. Als ze straks in die tuttebel veranderd zijn, herken ik ze vast niet meer. Hun haar strak naar achteren, samengebonden door een knip of een elastiek op 't achterhoofd.

'Jullie wisten dus ook niet dat jullie een rondleiding gingen doen?' vraag ik.
'Nee.'
'Ik hoop niet dat 't te saai voor jullie was,' zeg ik nog steeds uit licht medelijden. Ze worden immers van hot naar her gesleept. Een week, misschien wel een langere tijd, van onzekerheid maken ze mee. Ik zou willen dat ze 't zelf niet wilden.
'Oh, nee hoor,' klinkt 't meteen. 'Dit was 1 van de leukste dingen die we deze week hebben meegemaakt.'
Uit de slaperige gezichten fleurt iets van een glimlach op. Ze menen 't.
'Laten we teruggaan naar 't proeflokaal,' stel ik voor, 'dan kunnen jullie misschien een biertje drinken, als 't van 't bestuur mag.'
'Ja, daar ben ik wel aan toe,' zegt de grijze kous.
'Ik weet niet of ik dat wel binnenhoud,' klinkt 't minder enthousiast van de andere kant.

Ik weet wat later de kinderen in ieder geval niet mogen in Zijperspace.

rotop

Ik had helemaal geen zin om te schrijven. Ik had helemaal geen zin om in slaap te vallen. & Ik had al helemaal geen zin om wakker te worden uit die verdomd uitgestelde broodnoodzakelijke slaap. 's Avonds laat. Ver voor nachtrust.
Ik wilde een stok of bijl, een pikhouweel, een moker, een hamer of een mes ter hand nemen.
'Hé, wat moeten jullie? Heb ik iets van jullie aan?'
Kietelend onder de kinstrook 't scherp, de punt bewegen. Af & toe uitschietend, een straaltje bloed veroorzakend & dan m'n xcuus aanbiedend. Maar toch doorgaan. Want iedereen moest z'n smoel dichthouden.
'& Nu hou je wel je mond dicht, hè? Nu heb je er wel genoeg van, hè? Jezelf profileren, jezelf opdringen, niets ontziend, alles negerend.'

Ik zag mooie teksten, van mensen die ik als persoon niet weet te waarderen. Opeens. Ik zag dat wat ik niet kan, me xtra duidelijk voor de neus wordt weggekaapt. Werd weggekaapt. Ik was aldoor net te laat.

(Als ik wil rennen, slaap ik net iets dieper, droom ik weg van gaten. Gaten in m'n bed, gaten in de muur, gaten in wolken, gaten in de vluchtwegen. Niets houdt me tegen te blijven, of weg te gaan. Maar de gaten dwingen me tot stilstand.)

Hé! Ken je aggressie? Ken je de term van jezelf opneuken? & Ken je 't moment dat de pen niet van buiten komt?

Uit 't moment, net 't goede moment, haal je 't verhaal, 't stukje dat leidt tot 't overzicht, 't geheel. Maar soms zijn die momenten er niet. Loop je eeuwig je eigen kont achterna. & Die kan stinken. Alsof je in de diepe grochten terecht bent gekomen. Grochten die ruiken, te veel narigheid achterlaten.

(ik liep als jongetje door steegjes, langzaam, heel langzaam, zodat ze me niet zouden ontdekken, van speelplaats naar speelplaats, stilletjes langs de muur, in de schaduw, van achter 't huis waar ik woonde naar om de hoek, stak over de 1e steeg in, speelplaats, steeg, schaduw, oversteken, steeg, water langs de oever, & ik wist niet wat ik daar deed, voor wie ik me verstopte, wilde duiken, wilde stilstaan, wilde naar huis)

Ik heb een nek die me achterover trekt. Een nek die m'n hoofd liever aan de achterkant ziet dan dat-ie gewaarschuwd wil worden voor gevaar dat nadert. Een nek die m'n humeur doet zeuren. Er gaat een pen (heb ik die al genoemd?) door m'n hoofd. Van m'n nek naar m'n rechtervoorhoofd. Dwars door m'n slaap. Die verdomde koppijn (een schaar, een goede stevige schaar zou wonderen doen) wil naar buiten. Als een nageboorte wil-ie weg, 't zinkend schip verlaten. Niet de moeite waard, dat wat achterblijft.

Ik heb geen zin om te schrijven. Ik heb al helemaal geen zin om in slaap te vallen.

Nu niet meer in Zijperspace.

duidelijk

Nee, ik plaats geen links naar andere logs, gewoon omdat deze zo vriendelijk waren een link naar mij te plaatsen. Ik wens m'n eigen keuzes te kunnen maken in 't selekteren van de logs die ik waardeer, op prijs stel, waarvoor ik genegenheid voel, ik uitzonderlijk goed vind. Ik wil in die keuze niet beïnvloed worden door smeekbedes 'ajb een link naar mijn blog te plaatsen, want dan link ik jou terug'. Dus: Nee, ik plaats geen link, omdat iemand anders dat graag wil.

Tevens wens ik geen verzoeken te moeten honoreren mijn blog af te staan aan een zogenaamde gastlogger, onder 't mom van dat dat nou 1maal leuk is, dat 't afwisseling brengt, dat 't de mensen op een andere manier doet kijken naar de weblogger specifiek & weblogland in 't algemeen. Dat 't mogelijk goed zou zijn voor m'n kijkcijfers wil ik me al helemaal niet door leiden.

't Enige xcuus dat ik hiervoor heb is dat ik slechts kan schrijven voor m'n eigen ding, niet anders denk dan: ik wil schrijven voor m'n eigen ding; & me slechts tevreden voel als ik heb geschreven voor m'n eigen ding. 't Is ik & m'n eigen ding, kort gezegd.

Laat weblogland weblogland wezen, met al z'n eigenaaradige gedragingen van z'n bewoners. Ze mogen deze blog natuurlijk allemaal linken, opnemen in hun favorieten, maar ik ga er niet om vragen & stel er zeker niets tegenover.

Zijperspace blijft Zijperspace; niemand die daar aankomt, behalve z'n enige bewoner.

afscheid (2)

Ik zag Stella plots weer voorbijrijden. Ik zat in de tram, op weg naar 1 van m'n 1e colleges aan de universiteit. Zij reed op de fiets, of moest eigenlijk ervan afstappen vanwege te weinig ruimte door wegafzetting. Ik vroeg de bestuurder of ik uit mocht stappen, omdat daar een vriendin stond die ik in geen jaren had gezien. Eigenlijk mocht 't niet, & 't was een uitzondering dat-ie 't deed, maar we stonden nu toch stil voor een open trambaan, dus voor deze ene keer.
Zij vertelde over haar jaren in Engeland. Ik over m'n langzame jaren terug naar normaal.

Ik ging bij Stella langs in m'n gekke jaren. Nog in Den Helder. We praatten. Eigenlijk was ik vooral degene die praatte, & zij luisterde geduldig & had zinnetjes van kop op, begrip, & uitleg. Ik ging op de meest gekke momenten bij haar langs. Als 't slecht met me ging & ik dacht dat ik nooit meer normaal zou kunnen ademhalen. Ik belde aan bij een vriendin waar ze ½-bloot op 't balkon lagen te zonnen. Maar dan werden er wat kleren aangetrokken & geduldig m'n angstaanvallen besproken.

Ik zag haar nog een keer voorbijrijden op de fiets. Jaren later. Met een bobbel voor op haar buik. Haar 1e kind. 1½ Jaar niet gezien & Stella had een kind gemaakt. Vanaf 't moment dat ik niet meer in onderhuur bij haar zat, had zij haar leven omgegooid.
(Haar vriend Eric was de sleutel van 't huis komen halen, de dag nadat ik er uitgetrokken was. Hij vertelde dat-ie Stella na een ruzie z'n huis had uitgestuurd).
Hoewel ik haar nog niet als moeder had meegemaakt, zag ik haar al zinnetjes van begrip naar 't kind prevelen, zoals ze vroeger m'n gekte begreep. Of m'n liefdesverdriet. Stella, m'n biechtmoeder. De moeder die waarschijnlijk meer dan begrip had voor vieze luiers.
We riepen elkaar tegelijkertijd. Zij keerde om & ik liep dichterbij. We moesten elkaar weer 'ns zien, zeiden we. We moesten elkaar weer vertellen hoe 't ermee ging. & Ik moest me weer 'ns laten verzorgen door een maaltijd te komen eten.
'Zal ik dan ook maar weer 'ns biertjes in huis halen?' vroeg ze bij afscheid.

Omdat Stella in 't zelfde gebouw studeerde gingen we tezaam op vrouwenjacht voor mij. We wezen gezamenlijk geschikte kandidates aan. Stella deed achter de schermen 't voorbereidend werk. Niemand van de studentes Theaterwetenschap zou mij onaardig kunnen vinden. Dat soort verhalen bestonden niet over mij. Daar zorgde Stella wel voor.
Maar 't betekende ook dat ik me genoodzaakt zag onder te duiken bij haar. Omdat ik achtervolgd werd door een meisje waarmee ik 't net had uitgemaakt. Stella nam de telefoon aan, luisterde geduldig naar haar wanhopige mede-studente, & bleef bij hoog & bij laag beweren dat Ton toch echt niet bij haar was. Ondertussen druk gebarend dat ik in de keuken moest blijven zitten & nog een flesje bier uit de ijskast moest pakken.

& Stella knipte m'n haar. Rekende ze niks voor. & Voor die prijs van niks ouwehoerden we 1½ uur, bracht ze m'n kapsel weer in orde, ruimde ze zelf de boel op, maakten we afspraken voor 't volgende avondje uit, nam ik een douche, vertelde ze over haar vriend & knipte ze zo af & toe in m'n oor. Maar ook dat was in de prijs inbegrepen.

& Soms lagen we aan 't eind van de nacht bij elkaar in bed.
Teut.
Zo teut, dat Stella achteraf dacht dat we 't hadden gedaan. Die verhalen moest ik dan weer op volgende partijtjes ontnuchteren. Dan dronken we er nog een paar. & Lachten.

Want dat was waar we goed in waren in Zijperspace.

afscheid (1)

Stella gaat emigreren naar Culemborg, weet Judith me over de telefoon te vertellen. Er moet voor haar een afscheidsavondje van 't amsterdamse uitgaansleven georganiseerd worden. Juist omdat ze daar de laatste tijd absoluut niet meer aan toegekomen is. Komt door de snelle komst van haar 3 kinderen, weet ik zelf in te vullen.
Ik moet er ook aan meedoen, vindt Judith.

'Culemborg, waar ligt Culemborg eigenlijk?' vraag ik. 'In Limburg?'
'Nee, joh. In Utrecht.'
'Waarom daar? Waarom wil ze uit Amsterdam weg?'
'Dat vroeg ik me ook af. Ze hadden 1st een huis in Haarlem op 't oog, dat kon ik nog wel begrijpen. Best wel gezellige stad, in de buurt van Amsterdam nog steeds. Maar Culemborg.... Da's zo ver weg. Je bent gelijk in een andere wereld. Helemaal geïsoleerd met je gezin. Maar Stella wil niet dat haar kinderen in de stad opgroeien. Dáár krijgen ze meer kansen, zegt ze.
M'n man & ik wilden op een gegeven moment ook iets buiten de stad hebben, wat meer rust, wat meer ontspanning ook. Voor ons & voor de kinderen. We hebben toen een vakantiehuisje gekocht in Limmen. Dat ligt in Noord-Holland.'
Alsof ik niet weet waar Limmen ligt. Maar ik voel aan Judith's stem dat ze dat zich nog net realiseert.

Ik heb 1maal gevraagd of Judith mee wilde lopen. M'n eigen broer had daar geen zin in. Wat moest-ie nou lopen met een broer die leed aan hyperventilatie? Wat moest-ie zeggen tijdens zo'n wandeling? Wat moest-ie zeggen tegen iemand die dacht dat z'n hoofd straks zou xploderen, z'n hart 't spontaan zou begeven, z'n longen in elkaar zouden klappen? Bovendien zat-ie al dag in dag uit met m'n leed opgescheept.
Maar Judith was wel bereid. Ze wilde wel voor een ½ uurtje luisteren naar de ademsnood van de grotere broer van haar vriendje, luisteren naar wat de oorzaak daarvan was, praten over andere onbenullige dingen als dat misschien de oplossing was, gezamenlijk wachten tot 't kalmeringspilletje zou gaan werken.
& In de lichte zomeravond hebben we de hond uitgelaten. We liepen over de paden de avondschemer tegemoet. Wandelpaden door een beginnend bos. We konden nog de toppen van de bomen die nog geen bomen waren overzien.
Zij heeft gekwebbeld, gewacht, begrepen, gewandeld, geluisterd. Ik heb geklaagd, gelopen, gepraat, gezeurd, geademd: rustig blijven, rustig lopen, rustig adem halen.
Op een gegeven moment dacht ik zelfs niet meer na over rustig zijn. We stonden aan 't water. Te kijken naar 't niets dat water in een sloot kan zijn in de vallende avondschemering. Ik was er: de pil had z'n eindbestemming bereikt & ik was genezen voor een avond.

'Ik weet wel waar Limmen ligt, Judith,' zeg ik tegen m'n x-schoonzus.
'Ja, ik wist ook wel dat die plaats iets met jou te maken had.'
'Nee, Limmen had te maken met Mirjam. Ik moest opgenomen worden in Heiloo. Dat ligt aan Limmen vast.'

& In een mum van tijd hebben we een wereldreis gemaakt in Zijperspace.

staarrelatie

Joe loopt langs Westmalle om een flesje bier uit de koelkast te halen. Hij werpt een schuine blik naar Westmalle, die bezig is zijn biertje met me af te rekenen.

'Je moet uitkijken met die vent,' zegt Joe, als-ie voor me staat. & Westmalle inmiddels vertrokken is. 'Weet je nog dat-ie hier van de week was? Toen-ie stond te wachten tot je weer wisselgeld had. Weet je dat nog?'
Ik beaam dat ik dat nog wel weet.
'5 Minuten daarvoor stond-ie een vent met een fietsslot af te rossen. Voor de Albert Heijn.'
Joe heeft denkbeeldig een slot in z'n hand & slaat naar beneden. Met z'n andere hand lijkt-ie een kraag van een jas vast te houden.
'Zo deed-ie. Fietsslot in z'n hand. Waar iedereen bijstond. Politie komt er aan. Die gozer ziet er níet uit. Gezicht onder 't bloed. Maar die gozer zegt tegen de politie dat er niks aan de hand is. Dus doen ze niks. Dus die vent kan gewoon doorlopen.'
Ik vertel Joe dat ik altijd goed kan opschieten met Westmalle.
'Ja, maar hij is hier afhankelijk van je. Hij weet dat-ie jou niks moet flikken, want dan krijgt-ie geen bier meer. Nee, je moet 'm niet vertrouwen. Ik heb die vent hele rare dingen zien doen.'
Joe trekt een gezicht waarmee hij wil zeggen dat-ie weet waar-ie over praat. & Serieus, zéér serieus staan z'n ogen.
'Nou,' zeg ik, 'hier doet-ie in ieder geval niets verkeerds. Ik kan van 'm op aan als-ie binnenkomt. Dat kan ik van veel andere junks niet zeggen.'
'Ik heb een staarrelatie met 'm,' gaat Joe verder. Hij zet z'n ogen in een bepaalde stand. De staarstand. 'Je weet dat ik ook vaak genoeg voor de Albert Heijn heb gestaan. Daar was hij ook altijd. Dan zagen we elkaar staan. Maar ik hield afstand. Want ik wist dat hij mij ook zag. We hielden elkaar in de gaten. Ik wist dat als hij me op een gegeven moment niet in 't oog zou houden, dat 't dan mis was. Ik heb 'm rare dingen zien doen met mensen. Dat met dat slot van de week was nog niks. De politie doet niks tegen 'm.'
'Zolang hij zich hier gedraagt, vind ik 't goed,' zeg ik. 'Ik merk niet wat hij buiten mijn deur doet.'
'Als je 'm maar in de gaten houdt. Niet je rug naar 'm toekeren. Je kan 'm niet vertrouwen. Ik weet 't. Ik heb een staarrelatie met 'm. & Dat weet-ie.'

Er is zoveel dat men eigenlijk niet wil weten in Zijperspace.

standaard

Ik manoeuvreerde m'n fiets de stoep op, langs de broer & zus die op een hoopje zand aan 't spelen waren. Ik wilde de etalage van dichtbij bekijken. Ik stelde m'n fiets daartoe vlak voor de winkelruit. Om 'm niet te hoeven vasthouden zette ik 'm ff op z'n standaard.

'Kan hij ook echt rijden?' vroeg 't jochie. Hij stond plots schuin voor me.
'Ja, tuurlijk kan-ie rijden. Ik kom er toch net mee aanzetten.'
'Hoe beweeg je dan?'
'Gewoon: door te trappen.'
Z'n zus kwam er ook bij staan.
'Waar zit de motor dan?' vroeg zij.
'Nee, ik heb geen motor. Die heb ik niet nodig.'
'Is 't dan geen bromfiets?'
'Nee, 't is een gewone fiets.'
'Maar 't heeft een standaard voor motors.'
Ik keek ff naar beneden. Inderdaad, dat is een standaard voor zwaarder verkeer. Maar ik heb er met m'n fiets veel profijt van.
'Als jullie nou een stapje opzij doen. Dan zal ik jullie laten zien dat 't een gewone fiets is.'

Men moet 't deel begrijpen voor 't geheel van Zijperspace.

heroes

Ik wilde='wilde' helemaal geen='geen' plaatje van='van' Bowie plaatsen, men='men' heeft z'n beeltenis='beeltenis' al vaak='vaak' genoeg gezien. maar='Maar' ik kon='kon' niets uit='uit' de film='film' 'Christiane F' vinden. Tenminste: niets='niets' voldeed.

Ik droomde dat we net zo zouden rennen als in Bahnhof Zoo. Zoals de kinderen van Bahnhof Zoo. Ik zag een stoet vrienden op oorverdovende wijze beslag leggen op de metrogangen. Elkaar omduwend, voortstuwend, achternarennend, over elkaar struikelend, duikelend. Rennend naar niks. Naar 't einde, naar 't begin, naar iets waar geen van ons weet van had, maar toch bereikt moest worden. We hielden elkaar vast, we schoten los. We renden de toestand in ons hoofd. Hard, hard, harder, de slow motion in 't echte leven gekopieerd.
& De muziek zat van binnen. De tonen, 't gieren, 't gillen, 't rammen, 't schreeuwen, dreef ons voort. Terwijl Bowie zong.

Maar in werkelijkheid was 't een discussie over wat we nou zouden gaan doen. Zittend op een bankje op de Dam. Zouden we gaan winkelen, misschien op zoek naar andersoortig vertier, zouden we gaan praten, of zouden we gaan wandelen, langs de grachten?
De groep bestond uit een mengsel van 10-tallen verliefdheden, dat slechts resulteerde in apathisch afwachten. Wie schaakte wie, & hoe bereikte men die toestand van openheid waarin de verliefdheid zonder schaamte bekend kon worden?
6 Meisjes & 5 jongens, misschien net iets te veel voor een dagje Amsterdam. Net iets te jong om ongecompliceerd over de andere sexe & 't daarbij horende grote verlangen te kunnen hebben.
Niemand durfde initiatief te nemen, bang een verkeerd figuur te slaan als iemand anders een beter voorstel had. Dus bleven we besluiteloos zitten, wachtend op een goed idee. Wachtend tot de liefde vanzelf zou blijken.

Ik was verliefd op Mirjam. Maar desnoods ook op Suus, Tanja of Jetty. Je moest mogelijke gebeurtenissen niet uit de weg gaan. Hoewel ik 't moeilijk had, kon ik een zekere mate van opportuun gedrag bij mezelf toelaten. Zoals wij allemaal. Want Ilse had een hekel aan Loek, Loek had een hekel aan Ilse. & Toch hadden ze een maand later een relatie voor 't leven.

Besluiteloos zaten we op de Dam. Hopend dat er iemand in ons midden de rest op sleeptouw zou kunnen nemen. We waren met z'n allen te verlegen, te verroest, te afwachtend, door de dingen die nog moesten komen. Waarvan we wisten dat ze nog moesten komen.

Terwijl ik op 't bankje zat, zag ik de kinderen van Bahnhof Zoo rennen. Ik wist dat ik 't ook kon. De anderen zeker ook. Ik moest ze alleen nog vertellen dat we 't echt zouden moeten doen. Rennen. Want we waren voor 't rennen hier neergezet. Dicht bij elkaar, ver weg van waar we vandaan kwamen. We moesten nog ff een paar stappen verder. Vanaf nu zou alles vanzelf gebeuren. Als we maar verder gingen. Snel.
Er zou nog veel te weinig tijd overblijven als we zo door bleven gaan met zitten.

Men is blijven zitten in Zijperspace.

heup

Soms maak ik 't nog wel mee, de zachte handlegging, aan beide zijden, op de vrouwenheup. Niet meer zo serieus, niet meer zo sensueel, maar eerder vriendschappelijk, onontkoombaar, noodzakelijk lief.

Ik weet niet wanneer ik 't geleerd heb. Ik weet zelfs niet of ik 't geleerd heb. Soms liggen die handen daar. Terwijl we gewoon aan 't praten zijn. Of 't gesprek aan 't afronden. Op 't punt gedag te zeggen. Dan volgt er vaak nog een kus. Terwijl de handen nog teder zacht op de heupen liggen.

Ik ben me er ontzettend bewust van, vooral achteraf. Alsof ik m'n handen zal moeten wassen om 't gevoel van 't aangeraakte lichaam te vergeten. De tinteling lijkt in de zenuwen van m'n handen te blijven zitten. Net zolang tot ik de volgende aanraking aanga.

Slechts de geroutineerde aanrakingen verdwijnen uit m'n lichaamsgeheugen. Terwijl die juist zo belangrijk zijn. 't Is niet de uitzondering die bestendigheid levert, eerder de continuïteit zorgt voor gemoedsrust.

Ik ben een vrouwenman. M'n leven lang al. Komt door m'n moeder. Ik vond 't maar wat fijn bij m'n moeder te zijn als m'n vader op vakantie ging. M'n moeder hield net als ik van thuis blijven. De wereld hoefde niet zo nodig te veranderen. Die veilige gedachte werd door m'n moeder bevestigd. Ik kon naast m'n moeder op de bank in slaap vallen, in 't holletje van haar benen, m'n hoofd op haar heup.

Je zou ook kunnen zeggen dat ik al een vrouwenman was voordat ik m'n moeder kende. Zij was slechts de 1e uiting ervan.

Ik praat meer over m'n vader dan over m'n moeder. Terwijl ik m'n moeder al m'n leven lang nog veel liever heb. Dat hoor je niet te zeggen, net als dat m'n moeder nooit zei wie zij 't liefst van haar 6 zoons had.
Begrijp me niet verkeerd. Ik heb een mooie vader. Ik heb 'm leren kennen zo rond de tijd dat-ie bijna met pensioen ging. Ik ben nu langzaam bezig afscheid van hem te nemen. Veel te kort heb ik de tijd gehad.
Maar m'n moeder was er al. M'n moeder blijft ook nog een tijdje. M'n moeder is er.

& Soms leg ik m'n handen op de heupen van een vrouw. Weet ik veel op dat moment dat 't eigenlijk komt door m'n moeder.

Ik was aan 't schrijven & plots kreeg ik een reaktie van m'n moeder.

Probeer 't dan maar 'ns stil te houden in Zijperspace.

notify

Tegenwoordig hoor ik een vrolijk geluidje. 'Notify' wordt 't geluidje genoemd. Dan weet ik tenminste dat er iets is binnengekomen. Ik kan dan blijven zitten of onmiddellijk opstaan om te kijken wat er aan de hand is. Meestal doe ik 't laatste. Liefst zo snel mogelijk.

De 1e keer dat ik m'n eigen huis binnen stapte & op de deurmat een stapel, of misschien maar een enkele enveloppe, vond; ook al waren 't rekeningen, 't waren altijd kleine sensatietjes in de begintijd van zelfstandig wonen. M'n zelfstandigheid werd er door bevestigd. & Men vond blijkbaar dat ik belangrijk genoeg was om een postzegel aan te besteden. Grote bedrijven weliswaar niet, maar ze besteedden toch ook maar 'ns ff een enveloppe & een blaadje papier om me m'n banksaldo mede te delen.

Eenzelfde sensatie, met een andere dimensie, voelde ik toen ik m'n 1e telefoon met antwoordapparaat installeerde. Voortaan stond er een rood lichtje te knipperen bij thuiskomst. Als men vond dat ik aandacht verdiende. Als men vond dat ik kontakt moest opnemen. Als men belangrijke mededelingen had, die via post onnodige vertraging zouden oplopen.
't 1e Waar ik naar keek, zogauw ik de kamerdeur opendeed, was 't lichtje van 't antwoordapparaat. 'Há, aandacht,' ging er door m'n hoofd heen bij 't zien van 't vrolijk geknipper. 'Há, ik mag 't afluisterknopje indrukken. Hoef lekker aan niemand niet toestemming te vragen.' Ong net zo'n gevoel als dat ik in m'n jonge jaren op 't knopje in de bus mocht drukken, zodat we er de volgende halte uit konden.

& Heden ten dage dus 't notify-geluidje. Overal in huis dringt 't geluid tot me door. Alleen 's nachts wil 't me door diepe dromen wel 'ns aan voorbijgaan.

'Há, iemand reageert op Zijperspace.'

wisselgeld

Westmalle & de Turk staan voor me. Westmalle zou wel ff 't biertje van de Turk betalen. Met een 10-tje. Maar ik heb geen 5-jes meer. & Geen muntjes van 2.
Voor de 3e keer wend ik me tot Jos: 'Jos, kan je geen wisselgeld regelen? Ik kan de klanten niet meer helpen zo.'

Hij heeft al eerder z'n zakken ondersteboven gehaald. Er kwam € 1,52 tevoorschijn.
'Daar heb ik niks aan. Ik moet € 5,- & € 2,- hebben.'
Dus ging Jos weer verder met waar-ie mee bezig was.
De 2e keer vroeg ik 'm of-ie briefjes van 5 had. Nee, die had-ie niet. De klant ging met lege handen weg.

Achter de rij van Westmalle & de Turk staat een spaans echtpaar. Ze hebben al enkele bierglazen apart laten zetten. Met nog 2 flessen bier in de hand staan ze klaar om af te rekenen.
Westmalle & de Turk trekken zich daar niks van aan. In afwachting van de komst van Jos met wisselgeld praten ze gewoon hun taal van de straat.
'Dan krijg je nog € 1,- van me,' zegt Westmalle tegen de Turk. 'Hoeveel kost dat blikje bier?' vraagt-ie aan mij.
'Ik heb daarnet € 2,- geleend,' zegt de Turk.
'Wat bedoel je? Heb ik dat van jou geleend of jij van mij?'
Westmalle snapt 't niet helemaal meer. Hij staat evengoed wel rechtovereind. Z'n ogen willen echter niet de hele reis van 't verhaal maken. 't Wachten op wisselgeld lijkt een welkome rustpauze te zijn.
'Nee,' zegt de Turk, 'Ik heb daarnet geleend. € 2,-. Dus nu koop jij blikje bier voor mij. Je weet wel. Die man voor de Albert Heijn.'
'Je beduvelt me niet, hè?'

Ik wil de spaanse klanten in de tussentijd helpen. Ze halen € 20,- tevoorschijn voor een bedrag van € 15,50. Daar heb ik niet van terug. Ook niet als de man er een munt van 50 cent bijvoegt. Ze lopen naar buiten zonder hun spullen.

't Gesprek van Westmalle & de Turk wordt luider.
'Jongens,' terwijl ik met m'n handen naar beneden gebaar, 'sssst, rustig, rustig, als je bij mij in de winkel staat.'
'Ah joh, alles gaat goed,' zegt Westmalle, 'ik heb 't er alleen over dat als iemand me belazert, hij niet zomaar van me af komt.'

Mike komt achter de ruggen van de heren gelopen. Dronken, dat is zo te zien. Z'n oogleden zijn dubbel zo dik, z'n pupillen komen er nog net onderuit. Hij haalt 2 flessen 8.6 uit de ijskast & rekent die gepast met me af. Hij gaat met Joe buiten zitten, voor de winkel. Elke passant krijgt van hem commentaar, zodat ik naar buiten moet lopen om hem te zeggen dat-ie zich kalm moet houden.
'Jaja, alles in orde,' antwoordt Mike.
Joe heeft echter geen zin om bij deze Mike te blijven zitten & loopt weg.

Westmalle gaat verder: 'Desnoods sta ik tegenover 6 man met blote handen. Ik laat niet met me sollen.'
'Kom op, Westmalle. Doe nou ff rustig. Je bent bij mij in de winkel.'
'Ja, maar ik meen 't. Met m'n blote handen sla ik iedereen van me af. Zolang ik 't volhoud, zal ik blijven vechten. Ze moeten me gewoon niet belazeren.'
'Jajajaja,' beaamt de Turk, 'maar die jongen gaf jou. Dus moest al je kleingeld geven. Toen heb ik € 2,- geleend.'

Jos komt binnen. Een handvol € 2,-muntstukken. Ik geef Westmalle z'n wisselgeld. Ze verlaten de winkel, nog steeds in discussie over 't geld. Westmalle kijkt nog ff naar mij. Zwaar staan z'n wenkbrauwen. Hij zou kwaad op me kunnen zijn. Maar dat lijkt me onmogelijk.
'Je moet weten: ik laat me echt niet gek maken. Niemand krijgt mij zomaar te pakken.'
Terwijl-ie op z'n fiets probeert te stappen keert-ie de helft van z'n flesje bier leeg over straat. Westmalle merkt er niets van.

Mike komt z'n laatste flesje halen. Hij laat een reusachtige boer op 't moment dat-ie 't kleingeld overhandigt.
'Mike! Shit, je weet toch dat ik dat niet wil hebben.' Voor 't gemak ga ik maar over op 't engels. 'You should behave yourself when you're in my shop.'
'Yeah, but sometimes it's gotta go out.'
'But then you should be outside the shop.'
Hij pakt z'n flesje op, kijkt me donker aan & loopt lallend richting huis.

't Spaanse echtpaar komt onverwacht toch nog terug. Met een vergenoegd gezicht overhandigt de man € 15,50. Gepast.

Er gaat weer volop gewisseld worden in Zijperspace.

ogen

Ik heb snelle ogen. Zoals anderen langzame ogen hebben & goed zijn in de dingen laten gebeuren zoals ze zich voordoen, heb ik de neiging om de dingen te zien aankomen & ze te willen beïnvloeden. Of ze in ieder geval te registreren, niet onopgemerkt voorbij te laten gaan.
Dus haal ik een rondje tijdens de weblogmeeting, als bijna alle glazen leeg zijn, maar nog niemand bedacht heeft dat men bij de bar nieuwe voorraden vloeistof heeft. Ik hoef eigenlijk niet te vragen wat iedereen hebben wil. Ik weet dat Gaby & Mar10e genoeg hebben aan hun nog ½-volle glas cola light, Remco zal overstappen op iets anders dan bier, omdat-ie nog moet rijden, Emiel 'tzelfde idee heeft, Patrick waarschijnlijk z'n leven lang niets anders drinkt dan cola ('gewoon, die vette'), Tom, Roland, T-Jo, Bas & Staalin (hoewel deze een ietwat tegenstribbelt) zich aanpassen aan mijn tempo van drinken, de dames zo af & toe een rondje overslaan, Steffen z'n eigen drankje wel haalt, Omar niets anders dan Koninck drinkt. & Ramon onnavolgbaar voor mijn snelle ogen is. De ene keer chocomel, dan appelsap, plots fristi.

Ik heb snelle ogen. Terwijl ik me op de heenreis kostelijk amuseer om 't gesprek dat Roland, Sandra, Ramon & ik voeren, zie ik ondertussen heus wel dat onze buurvrouwen in de coupé schichtig de trui uittrekken. Bang dat hun vrouwelijke vormen te veel zullen worden begluurd. Terwijl ik naar uiteenzettingen luister over de vermeende homofiliteit van Ramon & z'n vader, zie ik heus wel in m'n ooghoek dat een nieuw t-shirtje ook nog ff gepast moet worden, & dat daarbij een blik wordt geworpen die betekent dat 't niet toegestaan is de pasprocedure te volgen. Terwijl Sandra & Roland over hun gemis, hun plotse gemis van de fiets, vertellen, zie ik wederom heus wel dat beide buurvrouwen ondertussen hun dikke trui weer aantrekken.

Ik heb snelle ogen, beweer ik te zeggen. M'n ogen schieten van hot naar her, de hele tijd afgeleid door onopvallend opvallende dingen. Een flits (die waren er volop om door afgeleid te worden), een beweging, een lach, een zucht.

Maar zittend achter de comp raak ik ontieglijk vermoeid van 't maken van alle links naar webloggers die in dit stukje genoemd worden. Terwijl ik waarschijnlijk nog wel een paar vergeten ben, die ook aanwezig waren. Linkloggen moet een vermoeiende bezigheid zijn, lijkt me.

Ogen hebben ook af & toe rust nodig in Zijperspace.
PS: Oeps, helemaal vergeten. Bovenstaande was vrij naar een stukje uit 'Familieziek' van Adriaan van Dis.

schoorsteen

Ik was goed in tekenen. Vooral in 't tekenen van huizen. Iedereen zei 't. Als ik m'n tekening bij Oma in de Jan van Galenstraat langsbracht, terugkomend uit school, was 't: 'O, wat mooi! Mag ik die hebben? Wat prachtig!'
& Iedereen die met Oma aan de de koffietafel zat, beaamde dit.
'Waar staat dat huis?'
'Is dat waar jullie wonen?'
'Ben jij die mooie jongen voor 't huis?'
'Jij verwent je oma echt, zeg, met al die tekeningen.'

'Hier, ga daar maar wat lekkers voor halen bij Mahieutje.'
Ik kreeg een stuiver toegestopt. Voor de snoepwinkel verderop in de straat.
Met m'n mond vol snoep keerde ik terug bij Oma. Daar zat Ome Carel ook ondertussen. Hij gaf altijd een hele stevige hand bij begroeting, maar 't deed niet zo'n pijn als de hand van Ome Rikus. Met Ome Carel was 't lachen.
(Jaren later zei hij tegen mij: 'Zo, dus jij bent 't tuig van de bovenste richel?' Daar kon ik me niks bij voorstellen, behalve een soortemet afvoerrichel bij een dakkonstruktie, met een afvoerpijp er aan hangend. Maar wat deed dat tuig er toch bij, vroeg ik me af. Ik antwoordde dus maar twijfelend 'Nee'. Je moest immers altijd je ooms & tantes antwoord geven. Dat hoorde. Ook al was dat wellicht 't verkeerde antwoord.)

'Zo, dus jij hebt die prachtige tekening gemaakt?' zei Ome Carel. 'Maar schoorstenen kan je blijkbaar niet tekenen. Schoorstenen staan nl recht omhoog. Niet schuin.'
Hij gaf me een tik op de billen & liet me nog een huis tekenen, nadat-ie aanwijzingen voor een rechtopstaande schoorsteen had gegeven op de oude tekening.
Ik tekende een nieuw huis. Een vrijstaand huis. Breed, groot. Wel 3 verdiepingen & 6 ramen aan de voorkant op de begane grond. Een hele grote tuin achter. Daar stond weer een mannetje. Waarschijnlijk was ik dat weer. Of misschien was 't m'n vader. Dat kon je toch niet zien. 't Huis had een mooi hoog dak, met allemaal rode dakpannen. Maar zonder schoorsteen.
'Hé, dat huis heeft geen schoorsteen,' stuurde Ome Carel me terug naar m'n tekentafel.

Men laat zich graag terugsturen naar Zijperspace.

theïne

Van oorsprong is 't een wit kopje. Afkomstig van Sphinx, Royal Sphinx staat er als stempel op de bodem, te Maastricht. Als 't enigszins mogelijk zou zijn, zou ik al m'n servies daarvandaan halen. Mocht 't nog gemaakt worden. Die heerlijk gewone 50-er jaren uitstraling, waar niks te veel aan is, geen opsmuk aan zit die storend oogt.
Ik heb er nog meer staan. Bovenop de ijskast. Ook meegekregen van Ben & Henny van 't instituut op de Nieuwe Doelenstraat.
'Gebruikten ze toch niet meer,' zei Henny, 'neem er maar een paar mee.'
Ben had er meer moeite mee. Ook al gebruikte hij de kopjes niet meer voor 't uitschenken van koffie & thee, hij wilde niet dat ze zomaar de deur uitgingen. Maar Ben was nou 1maal altijd wat moeilijker, vooral als 't jongens aanging.
'Hier,' deed Henny toen. & Ze pakte snel een stel kopjes in krantjes in, stopte ze in een tas. Ik moest ze snel wegbergen, voordat Ben terug zou komen. Ben miste ze later wel, wist meteen dat ik ze dus thuis moest hebben, maar zei er niks meer van. Hij gunde 't me evengoed wel, kon je zien aan z'n blik.

Maar ik gebruik er altijd slechts 1. Ik ben nou 1maal op mezelf. Slechts een enkele keer is er hier visite die koffie/thee drinkt. Dan pak ik een xtra kopje van de ijskast.
De mijne staat vies te worden. Te lui om 'm af te wassen als de ochtendthee er op zit. Ik gebruik 'm gewoon de volgende dag weer. Ben ik niet vies van. Waardoor er een bruine theïne-rand aan de binnenkant hangt. Boven 't nivo van inschenken. & Een bruine vlek aan de buitenkant waar ik m'n mond altijd plaats. Een lekvlek.

't Voelt vertrouwd, dat vieze kopje. Ik heb eigenlijk helemaal geen zin om 'm schoon te maken. Kwestie van een schuursponsje hanteren. 3 Harde vegen & de theïne is weg. Maar 't is míjn kopje, dramt 't eigenwijs in m'n hoofd. Niemand die bepaalt wanneer mijn kopje schoon moet zijn.

Ok, ik maak 'm wel 'ns schoon, met de gedachte dat er iemand langs zou kunnen komen. Dan kan die persoon dat kopje naast m'n comp-beeldscherm zien staan. Ik wil niet dat aan dat uitzicht verdere conclusies worden gekoppeld.
Dan krijgt de visite thee/koffie uit dat andere kopje, want mijn kopje is mijn kopje. & Een ander lepeltje, van mijn lepeltje blijft de visite ook af.

Er rust een smet op smetvrees in Zijperspace.

uitzondering

Heb ik de lezer ooit lastig gevallen met Shakespeare? Heb ik ooit overduidelijk laten merken dat ik bijna alles van Shakespeare (weliswaar over 't algemeen in nederlandse vertaling) gelezen heb? Dat ik vind dat eigenlijk eenieder dat zou moeten doen?
Door 't stellen van deze vragen bedoel ik slechts te zeggen: bij gebrek aan betere mededelingen, & aanwezigheid van een docu van Al Pacino over Richard III, van Shakespeare, op 't 5e net, zie ik mij gedwongen u hiervan op de hoogte te brengen. Ik ben er in ieder geval bijtijds voor thuisgekomen.

Voor de rest zal geen voortgeplante wijsheid zich verspreiden vanuit Zijperspace.

De volgende ochtend:
Eigenlijk ben ik vergeten erbij te vertellen dat ik 't grootste gedeelte van de inhoud van de stukken van Shakespeare vergeten ben. Ik zie me nog wel staan in de bieb voor 't schap met toneelwerken, ik zie me elke keer 3 werken van 'm meenemen & een week later terugkomen voor de volgende 3, maar wat ik toendertijd tot me heb genomen is bijna geheel weg. 't Wordt vooral overschaduwd door shots uit films, bewerkingen voor 't doek (Orson Welles & Kenneth Brannagh), of BBC-uitvoeringen (John Cleese in 'Taming of the shrew'). Gelukkig ben ik niet alles kwijt, denk ik dan. Maar ik zou niet zomaar de verhalen na kunnen vertellen.
Van 't verhaal van de docu gisteravond kan ik ook niet veel berichten. Binnen een ½ uur was ik vertrokken. Weliswaar zat ik nog steeds op dezelfde plek, maar dan in een dergelijke geestelijke toestand dat beelden & geluiden ervan niet onmiddellijk door mij konden worden opgenomen. Ik had me voorgenomen meteen de video-recorder aan te zetten mocht zich een dergelijke behoefte bij mij ontstaan, maar ik kan me 't moment van sluimering zelfs niet herinneren. Waarschijnlijk ben ik plots als een blok in slaap gevallen. Toen ik weer enigszins bijkwam op m'n bank was 't programma reeds 2 uur vervangen door veel nietszeggender beelden.

Ik heb al jaren 't verzameld werk van Shakespeare in m'n kast staan. Een enkele keer heb ik er een blik in geworpen; de ouderwetse engelse taal houdt me tegen me er verder in te verdiepen. Maar bij 't declameren door Al Pacino:

Now is the winter of our discontent
Made glorious summer by this sun of York;
And all the clouds that lour'd upon our house
In the deep bosom of the ocean buried.....


heb ik toch weer besloten dat ik nogmaals een poging moet wagen de inhoud tijdelijk onderdak te verlenen in m'n hoofd. Zeer tijdelijk misschien, maar 't zal een aangenamen verpozen zijn.

voetbal

'Is jouw voetbal wel 'ns doormidden gesneden toen je klein was?' vraag ik aan de man die de opmerking maakte. 'Alleen maar omdat-ie terecht kwam in de tuin van 1 van de buren.'
Er voetballen 2 kinderen op 't terras. Maar voetballen mag je 't nogeneens noemen. Een tik van vader tegen de bal & ze rennen er 5 minuten achter aan zonder de bal te kunnnen bereiken. Gewoon omdat-ie verder zwiebert sneller dan de beentjes kunnen hobbelen.

De buurman van onze buren had er op een gegeven moment genoeg van. Roodgloeiend kwam-ie door z'n garage naar 't achterpleintje lopen.
'Dit is de laatste keer dat jullie 'm terugkrijgen. De volgende keer kunnen jullie 2 helften op komen halen.'
We begrepen er niks van. Als we vanuit de slaapkamer van m'n broertje naar z'n tuin keken, konden we ons niet voorstellen dat-ie bang was voor schade aan z'n planten. 't Waren grootdeels tegels die z'n tuin sierden.
Maar bang waren we wel. We hadden maar 1 bal. & Pa & Ma hadden ons ook al gewaarschuwd.
'Jullie kunnen er toch voor zorgen dat de bal niet omhoog gaat. Dan kan-ie ook niet over de garages vliegen.'
& Toch gebeurde 't elke keer. Per ongeluk. Hoewel ik Carel ervan verdacht doelbewust tegen de bal aan te loeien. Dan kon-ie weer 't dak opklimmen om 'm eraf te halen.
De buurman van de buren zag er normaal altijd ontzettend aardig uit. Een gemoedelijke oude man, zou je denken, die veranderde in een norse vent die op 't punt stond uit elkaar te ploffen zogauw-ie een voetbal in z'n handen kreeg.
& Weer riep-ie: 'De volgende keer snij ik 'm aan stukken!'

De 2 kinderen bezitten nog niet de voetbalgerechtigde leeftijd. 't Lijkt zelfs alsof ze voor 't 1st een bal in levende lijve zien. Zo enthousiast als ze zijn over z'n plotse wendingen. Alleen maar doordat-ie tegen een been opstoot.
De heren zitten op enkele meters al uren met elkaar te praten. Zoals elke vrijdag. Nog net niet op leeftijd, maar 't vermoeden bestaat dat ze gedrieën vrijgezel 't leven zullen voltooien.
Baldadig van 't genoten bier roept 1: 'We rennen er op af, pakken de bal, & gooien 'm midden op de weg.'

M'n ouders waren nog maar net verhuisd. Vanaf de 1e dag kwamen er ballen in de tuin terecht. Mijn vader heeft zich altijd aan tuinen gehecht. Hij heeft ook altijd begrepen dat kinderen moeten spelen. Een speelpleintje nodigt er toe uit.
Hij gaf de ballen terug. Vroeg of de kinderen misschien een beetje wilden oppassen. Omdat er allerlei zeldzame plantjes in de tuin staan.
'Ach, ouwe vent. Zit niet zo te zeuren. Wij zijn hier alleen maar aan 't voetballen.'
M'n ouders zijn om die kinderen snel naar een ander huis gaan zoeken.

Op 't moment dat de baldadige opmerking wordt gemaakt, arriveer ik bij de tafel van de 3 heren.
'Is jouw voetbal wel 'ns doormidden gesneden?'
'Ach ja,' reageert er 1. Hij begint met z'n hand over z'n gezicht te wrijven. Plukt wat aan z'n sik. 'God. Nou!'
Z'n lichaamsbewegingen verraden veel wroeging. Z'n wenkbrauwen trekken, een grimas ontstaat. Hij knijpt z'n ogen dicht. Z'n armen gooit-ie los van de stoel. Beide handen heeft-ie nodig om de herinnering in z'n gezicht te bezweren.
De andere 2 zitten stil te kijken hoe de herinneringen bij hun vriend opspelen.
Die hebben vroeger zeker nooit achter 't huis gevoetbald, denk ik.
De 2 kinderen gieren voorbij, terwijl hun vader de bal alweer de tegengestelde richting op heeft gestuurd.

Zijperspace is een vat van tegenstrijdige belangen.

kinderboek

Ik wilde vroeger een boek schrijven. Een kinderboek. Ik heb 't toen aan Theresa verteld. Want ik dacht dat ik een verschrikkelijk leuk onderwerp had. Voor kinderen dan.

Ik vertelde 't Theresa toen ik bij haar in bed lag. Laat in de nacht was dat. Voor de rest niet belangrijk, zo lijkt 't, maar ze had me net een compliment gemaakt, midden in de nacht, & die opmerking deed me aan 't onderwerp voor 't boek denken.

Je moet bepaalde mededelingen plannen. Dat zou je eigenlijk met de paplepel ingegoten moeten worden. Is niet gebeurd in mijn opvoeding. Neem ik ze niet kwalijk hoor, die ouders van me. Is iets wat er toevallig net bij ingeschoten is. Als ze dat wel in de opvoeding hadden meegenomen, hadden ze vast iets anders over 't hoofd gezien. Net als elke andere ouder.
Maar toch was 't wel handig geweest dat ik dat geweten had, 't plannen van mededelingen, dan wel opmerkingen, tov een meisje waarmee je in bed ligt. Maar m'n ouders hebben nu 1maal nooit uitgelegd hoe je je moet gedragen tegenover een meisje met wie je in bed ligt voordat 't officiële ja-woord heeft geluid. Dat hebben wij broers allemaal zelf uitgevonden. & Daar hebben we zeker geen spijt van gekregen. Maar dan heb ik 't weer over iets te specifieke aspekten van de ontmoeting van elkaar in liggende toestand & niet over 't opendoen van de mond voor 't maken van opmerkingen.

Ik maak wel vaker verkeerde opmerkingen. 't Floept er wel eens spontaan uit. Of een bepaald onderwerp houdt me dusdanig bezig dat m'n mond geen vergrendeling meer kent. 't Sleuteltje dat zich ergens in m'n hersenen moet bevinden is zoek geraakt.
Vaak denk ik: had ik me maar op een ander moment geuit, had ik maar enkele tellen geduld gehad. Dat hebben m'n ouders me wel bijgebracht: altijd 1st tot 10 tellen. Meestal was ik die boodschap kwijt zogauw 't ging om 't maken van domme, stuntelige, onbeholpen & mogelijk kwetsende opmerkingen. Was ik in m'n wedijver net zo snedig te zijn als de clown van de klas al bezig mezelf voor de rest van 't schooljaar voor de klasselul uit te gaan maken. Hoefde ik slechts m'n mond voor open te doen op 't moment dat & de klasseclown & de docent tegelijk hun mond hielden. Dat zijn de verkeerde momenten om grappig te proberen te zijn.

Ik wilde dus een kinderboek schrijven. Door op zaterdag op de jeugdafdeling van de bieb te werken had ik ervaring met wat kinderen leuk vinden om te lezen. Tijdens 't uitlenen & inleveren gingen alle boeken aan mij voorbij, & anders wel bij 't opruimen van de rotzooi die de etters achterlieten. Dus ik moest 't ook kunnen. Zeker als ik zeker wist dat 't een goed idee was.

Zelden zo'n intieme nacht met Theresa gehad. 't Was 't goede moment om eindelijk ook 'ns wat intiems over mezelf te vertellen. Buiten 't gewone intiems waar ik haar mee had gewonnen.
Ze vond me mooi, had ze tegen me gezegd. Eigenlijk best wel mooi, had ze gezegd.
Ja, dat kan je nou wel zeggen, zei ik tegen haar, maar weet je dat je helemaal niks opschiet met mooiheid?
& Ik ging haar vertellen hoe kwetsend 't kon zijn om mooi te zijn, hoe makkelijk andere mensen een mening over je kunnen hebben, hoe je je houding moet aanpassen om volledig aan de wens te voldoen die mensen van je verlangen. Als je aangetrokken bent om ergens voor te modelleren ben je bijna altijd net niet mooi genoeg, moet je net een andere make-up gebruiken, net een andere pose aannemen, eindelijk eens spontaan gaan lachen, enzovoorts. Zelfs als je op je allermooist bent, kan er altijd wel wat aan je verbeterd worden. Perfektie kan nooit bereikt worden. Zeker niet voor iemand die mooi is.
& Daar wilde ik een boek over schrijven. Een kinderboek.

Theresa was erg blij dat ze me 't compliment had gegeven. Ze hoopte dat 't me zou lukken met 't boek. 't Kinderboek.
Maar nu had ze zin om te slapen. Of ik m'n mond voor de rest wilde houden.

Sindsdien erg veel de mond gehouden in Zijperspace.

vertrouwen

Hij fluit terwijl-ie door m'n gang loopt. Waarbij hij af & toe door m'n kamerdeur roept dat-ie ff spullen aan 't halen is. Dit ter verklaring van een open voordeur. Hij heeft in de tuin een radio aan staan, op een zender die men bij mij niet terug zal vinden. Nee, dat moet ik anders zeggen: die ik niet eens op m'n radio zou durven te vinden. Hij klaagt 100-uit tegenover de man (20 jaar jonger dan hij, 10 jaar jonger dan ik) van Woningbouwvereniging 't Oosten. Hij heeft 't tegenover de jongeman over de Arbo-wet, over dat hij 't risico niet wil nemen, dat z'n mannen 't heus wel zullen doen zogauw de stellage er staat, maar als er op een gegeven moment een lichaam op de grond ligt, dan is 't te laat, & daar gaat-ie dus niet aan beginnen. & Hij praat ook nog een beetje met mij. Hij herhaalt de klachten die hij reeds in mijn bijzijn tegenover 't Oosten heeft geuit, constateert tijdens z'n werkzaamheden luidop dat de muur zo toch wel opknapt, vraagt of ik wat spullen wil verwijderen & of hij dat houten schot tegen de muur mag verwijderen, alsook 't struikje bij de keukendeur.
Aan z'n manier van praten is te horen dat-ie van italiaanse afkomst is. 1e Generatie.

Ik hoor z'n fluitje zojuist weer door de gang terugkeren. Z'n schaduw staat weer afgetekend tegen de gordijnen die ik dichtgelaten heb. Om nog wat privacy te hebben.

De man is prettig. Hij zingt niet luidkeels mee met de radio, zoals z'n 2 werknemers van enkele weken geleden. Hooguit een mompelend deuntje hoor ik door de deur weerklinken. Hij is niet amicaal. Eerder voorkomend. Hij doet langer over de klus als die andere 2, waardoor ik weet dat 't dit keer zorgvuldig gebeurt. Hij zet z'n voeten niet ongevraagd in de tuin. Hij plaatste zelfs 't materiaal dat in de weg stond niet bovenop de majoraan & brunel, zonder daarvoor toestemming aan mij gevraagd te hebben.

'Ik weet niet of ik 't wel voor 1-en afkrijg,' zegt-ie, 'want je moest toch om 1 uur naar je werk?'
'Ja, zo rond 1 uur moet ik weg.'
''t Zou toch handig zijn als ik 't vandaag afkrijg. Kan ik misschien reserve-sleutels gebruiken?'
Hij haalt een bos sleutels uit z'n broekzak.
'Kijk. Ik heb ook de sleutels van andere buren.'
Hij wil graag vertrouwd worden.

Ik had ze niet aan z'n almeers amsterdamse collega's gegeven. Stipt om 1 uur zou ik hun hebben geroepen om te zeggen dat ik nou toch echt de deur uitmoet.

Maar toch hebben we een gordijn opgetrokken om Zijperspace.

morgenochtend

Ok. Morgenochtend ga ik weer ijverig schrijven, als er 2 schilders in m'n achtertuin de planten staan plat te stampen, veronderstellend dat God slechts de hemel geschapen heeft om aandacht aan te besteden, & de mens slechts bouwwerken ter meerdere glorie van hem of anders die bouwsels bekleed met muren & raampartijen die continu grondig veel verf nodig hebben, anders zou diezelfde god niets te eten kunnen verzorgen voor de nederigste discipel zijner volgelingen, gezien zijn visie op de economische struktuur van zijn creaties.
Morgenochtend laat ik de gordijnen gesloten, waan ik mij diep weggedoken in m'n eigen cocon & onderneem ik slechts stiekeme handelingen waarop geen enkel ander levend wezen een blik vergund is, zeker niet als deez persoon 't beroep van gluurder tot een broodwinning heeft verkozen.
Morgenochtend ben ik weer gevrijwaard van een allesoverheersende slaap veroorzaakt door de nachtelijke storing een etmaal geleden, die op zijn beurt zijn bron had in de aankondiging van de visite aan mijn achtertuin.
Morgenochtend zal ik weer de moeite nemen, de puf, de gelegenheid, de dwang, de neurose, de aandacht voor de bezoeker hebben om enige bites hier af te drukken.

Vervolgens zullen we 't betitelen als onderdeel van Zijperspace.

summier

Er lag een briefje van de bezorger in de brievenbus. Niet van de reguliere postbode, Harry, want die was ik op straat tegengekomen. Hij vertelde over z'n vakantie op Koss & niets over een poststuk dat niet door de brievenbus zou kunnen.
Misschien dat ik eindelijk 't biert-shirtje zou ontvangen uit Amerika, bedacht ik me. Al 3 maanden geleden is me dat beloofd, maar ik heb nog niets van de persoon die me die belofte deed gehoord.

Ik heb m'n ochtend er op afgestemd. Ben wat vroeger uit bed gestapt. Ben vrij snel gaan douchen. Heb de boterhammen belegd, & thee gedronken, alvorens 't huis te verlaten voor de bestemming postkantoor op de Nobelweg. Dit alles met in m'n achterhoofd dat 't daar veel langer kan duren dan verwacht.

Er staat tegenwoordig niet meer zoveel info op de papiertjes van de PTT. 't Enige dat vermeld staat is de datum waarop er aan de deur voor aflevering is aangeklopt. Voor de rest de automatische voorgetikte boodschap dat ik 't op 't postkantoor kan ophalen. Met een stempel van de Nobelweg.

'Ik kom post halen dat gister niet kon worden afgeleverd op mijn adres,' zeg ik tegen de baliemedewerker.
'Wat voor post?' vraagt hij.
'Dat weet ik niet. Er staat slechts summiere info op dit papiertje.'
Hij pakt 'm van me aan. Begint 'm meteen glad te vouwen. Hij moet blijkbaar door een machine, want hij legt 'm vervolgens voor een gleuf, waarin-ie weggezogen lijkt te worden.
'Ja,' zegt de man, 'er staat minimale uitleg op de papiertjes.'
Hij loopt ondertussen naar achter. Pakt iets van een stapel & overhandigt me de nieuwe telefoongids.

Soms houden we helemaal niet van spanning in Zijperspace.

verleden

Ik weet nu eindelijk wat er met de lichamen is gebeurd die vorig jaar naar beneden vielen. Ik heb 't niet gezien, ik heb 't slechts kunnen horen. & Ik heb de blikken op tv kunnen zien van de mensen die in de hal van 't WTC stonden. Ze schrokken op van 't geluid. Alsof ze dachten dat er een nieuwe xplosie plaatsvond. Een kleine xplosie, maar een xplosie. Totdat ze gerustgesteld werden door de blik die ze naar buiten wierpen. & Tegelijkertijd verontrust raakten van iets dat de kijker niet kan zien.

Ik heb vandaag zitten praten met Ed. Over Bart, over Leo, over Peter. Over jongens van vroeger. Ook over meisjes van vroeger, de vrouwen die nu de moeder zijn van hun kinderen. Ik vertelde Ed dat ik Bart, Leo & Peter, hun vroegere/huidige vrouwen zelden of nooit zag. Ook al wonen ze bij me in de buurt.
& Ik heb gepraat met Nel, de vroegere 'stationsdel', ondertussen kaartjescontroleur. Ze zag er bijna onherkenbaar dik uit, toen ze langskwam om m'n kaartje te checken. Maar ze verklaarde de omvang door te vertellen dat ze de moeder van een inmiddels 5-jarig kind was. Dan is de omvang geoorloofd, denk je dan. Maar ik kon me haar slechts voorstellen als 't meisje van toen.
Ik heb zitten praten met Quint, m'n broer. Die iedereen kent, mensen die ik allang vergeten ben. Die me steeds weer moet uitleggen wie ook alweer wie was. Of inmiddels is. Quint, de broer die alle namen kent van iedereen die in Den Helder heeft gewoond. Hij levert de achternamen daar gratis bij kado.

't Leven is dichtbij, 't leven is veraf. 't Leven is een mistige verre bank die je in de verte langs de duinen ziet hangen, als je met de trein voorbijtrekt. 't Is de oorzaak van een benauwd gevoel, een beklemming van een ganse dag.
't Leven is een donderwolk van witte stofdeeltjes die in een ander continent lichamen bedekt. Restanten van een toren, 2 torens, niets eigenlijk.

Ik moet naar Den Helder, zo af & toe. Ik leg uit aan mensen die ik tegenkom, dat ik m'n vader nog zo vaak mogelijk moet meemaken. Ik vertel dat er nog weinig over is van m'n vaders geheugen.
& Daarnaast luister ik naar m'n vaders reisverslag. Over de avonturen naar & van Lourdes. Ik hoor 't verhaal aangevuld worden door m'n moeder.
'Kijk, nou kan je ook zien hoe de Donkere Duinen er uit zien,' zei hij tegen de pastoor die de reis vergezelde. Terwijl ze uitzicht hadden op 't bos naast 't vliegveld van Eindhoven. De Donkere Duinen liggen echter aan de rand van Den Helder.
Hij beschouwt 't als een grove fout, zegt-ie, maar m'n moeder & ik vinden dat wel meevallen.

& Ik merk dat alles in omgekeerde volgorde plaatsvindt voor de mens. 1st Is er de gebeurtenis. Vervolgens de reconstructie. Waarin alles anders is, anders samenvalt als de werkelijkheid. Precies andersom.
De lichamen vallen omhoog. M'n vader beleeft z'n jeugd. Ik vertel over nu.

Zijperspace heeft ooit bestaan.

verwijzing

Een interne verwijzing lijkt noodzakelijk gezien 't feit dat opeens div stukjes verschijnen in Weblogland mbt wat de aktiviteiten waren precies een jaar geleden. Men zou 't er op kunnen houden dat ik er niet van hou om over onderwerpen te schrijven als iedereen over datzelfde onderwerp schrijft, of men zou kunnen zeggen dat ik voorvoelde dat er zoveel aandacht voor zou komen, men zou zelfs kunnen beweren dat ik vorige week reeds heftig geëmotioneerd was, desaltniettemin, bij deze: dat wat mij gebeurde vorig jaar.

't Zou ook kunnen dat 't jaar gewoon sneller voorbijgaat in Zijperspace.

vloer

Alsof ik een gouden sieraad uit m'n handen heb laten vallen, zo kruip ik plots tastend over de vloerbedekking. Ik leg m'n hoofd plat op de grond, om elke oneffenheid tegen de horizon van de muur in de verte te kunnen waarnemen. Ik wrijf m'n beide handen in cirkelvormige bewegingen wijder & wijder uit 't midden vliedend om enige stekeligheid met m'n tere gevoelige huid te kunnen voelen. Ik heb m'n nagel laten vallen bij 't afknippen.

Hoelang is 't geleden dat ik de vloerbedekking op een dergelijke wijze bestudeerde, maar 't nogeneens vreemd vond? Jaren geleden bracht ik 't grootste gedeelte van de tijd door op de grond, rondscheurend met m'n auto's, aanvallend met m'n legers, of verwoestende manoeuvres makend met de playmobieltjes van m'n broertje. & Als je je overbuurman, je broertje, je grootste vijand, moest bespieden, legde je je hoofd op de vloer neer. Om te kijken wat 't zicht was dat jouw mannetje had op de burcht van de tegenpartij.

Nu schoot 't me te binnen dat de vloerbedekking er alweer 2½ jaar ligt. Dat ik me al die tijd op sokken voortbeweeg, soms ook wel op schoenen, maar dat liefst niet te lang, op die ondergrond.
Dat 't daardoor slijtage ondervindt & platter wordt. 't Gaat niet snel, met die sokken, maar 't valt toch waar te nemen. De plek waar ik achter de comp zit, moet ik maar niet beschouwen, want daar was 't na een ½ jaar al grootdeels een mm ingezakt.
Dat 't vlekken vertoont. Kijk: daar ligt de witte vlek van de tandpasta, vlak voor m'n vakantie uit m'n mond gevallen. Onbewust zoek ik ook nog ff naar de plekken waar ik door onhandige bewegingen bier heb gemorst. Die vallen echter niet waar te nemen, hooguit te ruiken.

Hé, dit mag dan geen 1e kwaliteits-tapijt zijn. 't Is niet stevig, onslijtbaar, onverwoestbaar & makkelijk uitwasbaar. Maar dit is toevallig wel dat stukje ondergrond dat ik toendertijd, met 't laatste beetje spaargeld dat ik nog dacht over te hebben, heb laten leggen. Absoluut niet in de kleur die ik mezelf wenste, maar wel er 't dichtst bij in de buurt komend. Dit is wel 't symbool van 't net niet kunnen bereiken van 't volmaakte onderkomen, met de bijna, net niet, juiste zachtheid onder m'n voeten. 't Perfekte paradijs met al z'n onvolkomendheden.

Daar lig ik met m'n wang tegen die onvolkomendheid. 't Schuurt eigenlijk een beetje; ik kan me beter niet bewegen, want dan hoef ik me morgen net zo goed niet te scheren.
't Is evengoed wel zo dat niemand anders ooit op dezelfde manier op dezelfde plek met z'n wang heeft gelegen. Daar ben ik bijna zeker van. & 't Is toevallig wel zo dat ik me er al 955 dagen op voortbeweeg, of stilsta, of zit, of andersoortige dingen die me niet zo snel te binnen schieten.

't Was een sensatie als er op een gegeven moment een nieuwe vloerbedekking in 't ouderlijk huis kwam. Maar ik geloof alleen niet dat 't vaak gebeurde. Waarschijnlijk alleen als we verhuisden. Ik herinner me vooral 't rode pluizige tapijt, waarover 't moeilijk scheuren was met de matchbox-autootjes.
& We raakten daar ook wel 'ns spullen in kwijt. Weet alleen niet meer wat. Kleine objekten, dat is zeker, want daar heb ik de truuk van met de platte hand over de vloer aaien aan overgehouden. Elk obstakel voelde je vanzelf.

Vandaag werkte die truuk alleen niet. 't Objekt was niet te vinden.
Daarnet schoot de nagel echter met z'n scherpe punt op een onoplettend moment omhoog m'n sok in & werd ik gedwongen hinkend m'n weg richting keuken te vervolgen.

We zouden 't pad waarover we lopen in Zijperspace beter moeten onderhouden.

ondersteboven

Ze zijn nog kleiner dan de fruitvlieg, maar hebben 'tzelfde onvermogen (vooralsnog begrijp ik hun continue gefladder op & neer als onvermogen) tot in een rechte lijn vliegen. Daarom irriteren ze ook.

Let wel: ik heb geen centje pijn van de hordes fruitvliegen die opschrikken als ik een trap tegen de stapel kratjes geef, dit slechts om m'n rondleiding meer cachet, m'n verhaal over de problemen bij de produktie van bier meer illustrerend materiaal te geven. Die vloedgolf kleine zwarte verontruste beestjes doen me geen zier. Ze mogen vliegen waar ze willen, zolang ze maar niet plots beginnen te schreeuwen, vanwege een vermeende poging tot huisvredebreuk mijnerzijds.
Ik stel ze minder op prijs zogauw ze op m'n ander werk tevoorschijn komen op 't moment dat ik enkele lege flesjes op wil ruimen, een glas uit 't schap wil halen, of m'n portemonnee in m'n zogenaamde handtasje (op uitdrukkelijk verzoek ben ik best bereid om uit te leggen wat ik met deze uitdrukking bedoel) terug wil stoppen. Maar ik kan ook daar me weinig opwinden over hun schichtige bewegingen, hun kopschuwe ontwijkende manoevres of hun schijnheilig draaiend gedrag. Binnenkort staat 't volle kratje buiten, is 't onderweg naar de groothandel, wordt 't flesje schoongewassen in de spoelmachine & is 't fruitvliegje dood, denk ik dan altijd.
Nog minder ben ik van ze gediend als ik ze op zie doemen boven de randen van de lege flesjes die voor vertrek richting glasbak, statiegeld-machine van de supermarkt of eigen werk, klaarstaan in de keuken. Maar ach, die staan daar hooguit een week & dan ben zelfs ik zo gedisciplineerd om ze ter hand te nemen & op de juiste plaats af te leveren. Meestal stinken ze dan nog net niet te erg. & Komen er per flesje hooguit 2 vliegjes tevoorschijn.

Maar voordat men mij verkeerd begrijpt: 't vliegje waar ik 't over heb, is kleiner dan 't fruitvliegje. 't Fruitvliegje waar wij doorgaans bekend mee zijn, bedoel ik dan. Over de hele wereld bestaan er ook alweer 1000-en variaties op deze soort, waarvan in Nederland & België zo'n 250. 't Is maar dat u dit weet.
Dit vliegje, dat zelfs zo klein was, dat 't eigenlijk de benaming 'vlieg' niet waardig is, kon zich 2 maal voegen in 't volume van de mij als normaal betitelde fruitvlieg. Maar toch maakte 't die eerder al als irritant beschreven bewegingen boven m'n wc-pot. Terwijl ik dacht rustig te kunnen genieten van een kleine lozing.

Blijkbaar werden er tijdens m'n aktiviteiten aldaar dermate veel lucht verplaatst dat 't vliegje 't veiliger achtte enige beschutting voor een wijl te zoeken. Ze dacht dit gevonden te hebben op de verticaal geplaatste wc-bril. Vanaf dat moment begon ik na te denken.

Als ik de bril nu omlaag doe, dacht ik, men weet wel: zo'n bril die de pot afschermt, zodat de vervelende geurtjes, zo goed & zo kwaad als mogelijk, gedwongen worden in de plee te blijven hangen; als ik die bril nu omlaag doe, & 't vliegje blijft hangen, dan raakt-ie opgesloten in 't donker van mijn poepdoos.
Op z'n kop hangen lijkt me niet fijn. Ook al heeft God onze Heer 't beest de mogelijkheid gegeven dat een bepaalde tijdspanne vol te houden. De lol van op z'n kop de wereld bekijken lijkt me ook voor een beest met een dergelijk beperkt vermogen tot beleving & verdieping van z'n intellectuele vermogens, niet al te lang vol te houden. Zeker niet als een mens-achtige daar enkele van z'n afvalstoffen regelmatig in pleegt achter te laten. Dan wil je vluchten, lijkt mij.

Maar kan dat zenuwenbeest, dat geen rechte lijn kan trekken tijdens z'n vlucht door de lucht, zoals ik al eerder heb opgemerkt, 't dan voor elkaar krijgen om tussen de wc-bril & wc-rand z'n weg richting vrijheid te vinden. Ik bedoel, dat is een afstand van maar liefst 5 cm, waarbij een bewegingsvrijheid bestaat van een ½e cm in verticale zin. (Men mag bij mij langs komen om de voorgaande maten op te komen meten).

Of kom ik 'm straks gewoon weer tegen als de stoffen, die m'n lichaam niet al te lang wenst op te slaan van 't zojuist geconsumeerde biertje, door mij gedwee weer achtergelaten dienen te worden op voornoemde plek?

Zoveel geduld zou men in Zijperspace zeker niet hebben.

box

Dat plaatje is helemaal niet meer zo belangrijk. Ik heb al eerder een foto van Tom Waits geplaatst vanwege een nr dat ik gelinkt had. 't Gaat dan ook vooral om 't feit dat men dat nr kan horen. Simpel als dat.

Waar begint 't begin? Waar start de belangstelling voor & 't stokken van de adem?

't Begint in ieder geval bij 't overvallend lichte beroeren van de piano. Zo ook begint 't bij 't lenen van een nr, misschien wel een plaat van Rinus. Of anders van Guus. Je zet 't op tape, & vervolgens is 't een kwestie van spelen & spoelen.
Er zijn te veel namen, te veel herinneringen. De ene hersenhelft lijkt 't 1 te zeggen, de andere heeft een voorkeur voor 't ander.
Ik weet slechts dat ik plots in kontakt kwam met 'Soldier's things'. Daarna kon de wereld niet meer dezelfde worden die 't tot voor kort leek.

We kregen schorre kelen, m'n broertje & ik. Dat was de tijd dat Quint nog m'n broertje was, nog lang niet een broer. Beiden gezeten op de fiets, of anders in 1 van beider slaapkamers, zongen we onze stemmen hees, om vooral in de buurt van de rook & whisky van Tom Waits te komen.

Ik draai 't nr nogmaals, om weer die lichte toetsen te horen beroeren. & De verzameling artikelen die een soldaat blijkbaar met zich meedraagt.
Ach, ik begreep niks van de tekst. Ik kende delen van de tekst hooguit om de stem van Tom Waits te kunnen imiteren.

Maar terwijl Tom 'Ooooh, and this one is for bravery...' zingt, zie ik mezelf achterover geleund zitten bij m'n buro op zolder. Geen zin om verder te gaan met leren. Wel zin om uit de zolderkamer te kijken. Naar niks. Als er ergens niets te zien was, dan was 't wel uit een zolderkamer in Den Helder. Maar ik keek naar 't verlangen de deur uit te zijn. M'n pen lag naast m'n hand. M'n boek, m'n aantekeningen, m'n potlood; ze lagen versteend te staren naar waarom ik op me liet wachten.

Ik zie verloren vriendinnen, verloren liefdes. & De dwang om op m'n kamer te blijven, omdat ik toch echt m'n proefwerken, m'n tentamens moet halen. Ik zie verlangens naar vrienden, naar samenkomsten, naar gefrustreerde gesprekken waar ik ook weer niks van begrijp. Verwerpingen, ontkenningen, voorover leunen, huilbuien. De angst m'n vrienden voor altijd te verliezen.

& Een dagboek, waarin ik alles bewaar. Waarin ik m'n eigen dapperheid registreer.

Zijperspace is toe aan een nieuwe cyclus.

afspraak

Goed. Laten we 't zo afspreken:

Vanavond bij thuiskomst, als ik terugkom van m'n vermoeiende werkdag, wil ik vergenoegd naar m'n reaktie-ding hieronder kijken. Ik wil kunnen merken dat zeker een 10-tal mensen de moeite hebben genomen 't stuk tot de onderste regel te lezen, dat dezen tot de conclusie gekomen zijn nav 't gelezene mij een welgemeende felicitatie toe te moeten doen komen, & daarnaast wil ik een analyse van 't geheel hebben van minstens 3 a-4tjes.

Anders hoeft men vanavond geen bericht van mij te ontvangen.

Dan vieren we 't feestje met slechts 4 aardige oprechte & zeergewaardeerde, sterker: mij zeer toegenegen personen, die zich verwaardigd hebben mij op een simpele doch genoegzame wijze een aangename dag te bezorgen.

Naschrift:
Helaas.
Mijn werkdag was enorm. Binnen die 6 uur (de 6 uur die mijn werkgever me officieel uitbetaalt, zonder pauze, maar wel met een kwartier voor begin & een kwartier na afsluiten de noodzaak tot xtra werken, maar niet xtra uitbetaald krijgen) heb ik een 20-tal verschillende junks, pillenslikkers, alcoholisten, randdebielen, startende criminelen, schijnheilige oplichters, ongecontroleerde menselijke projektielen, vereenzaamde doemdenkende zelfkickers, gesjeeste, associale, nog maar net voor zichzelf zorgende bedplassers, begeleid door hun leveranciers van duistere waren, waarvan ik geen weet heb, in m'n winkel gehad. Zo af & toe afgewisseld door een horde toeristen, waarvan geen enkel van kop tot kont enig idee had over 't bestaan van de engelse taal, maar allemaal op zoek waren naar 'holland beer, you know holland beer, with that thing, yes that thing', waarbij ze de beugelopening bedoelden, zoals bijv grolsch hanteert. & Een leger toeristen, die die taal wel machtig was, maar elke keer weer net de verkeerde vraag stelde op 't verkeerde moment, of 't bier uit de ijskast spontaan over de vloer liet vloeien ipv af te rekenen, dan wel advies wilde hebben over lagers, lagers, lagers, the strongest lager you have.
Na die enorme dag, als ik een dag, een werkdag, zo mag noemen: enorm; na die enorme dag, merk ik dat geenszins aan mijn verzoek, 40 bezoekers later, waarbij Hotstat vermeldt dat er wel degelijk 30 'uniek' zijn, tot slechts een 10-tal felicitaties & 't verzoek tot analyse, beslaand slechts 3 kantjes a-4, voldaan is, sluit ik mij voor de rest van de dag op.

& Vier ik op private wijze, zéér private wijze, geestelijk feest met 9 mensen die Zijperspace na staan.

verjaring

Je doet wat om jezelf goed te voelen. Te voelen dat er iets te vieren valt. Je probeert jezelf enigszins te belazeren, want niemand die er ook maar een zweem van notie van lijkt te nemen. 't Is jij & je tekst. Niemand anders die je mist als er een ietsiepietsie veel minder tekst staat. Niemand die gemerkt heeft dat de teksten van een continuüm van 3 naar een verschijningsregelmaat van 2 per dag zijn gegaan. Niemand die merkt dat je anders schrijft. Niemand die merkt dat elke variatie die je aanbrengt in je schrijven een doelbewuste planning is, de wil te breken met de rest. Met je eigen gemakzucht bovendien.

& Toch kan je 't niet laten net als een jaar geleden je mond voorbij te praten, doelbewust je mond voorbij te praten dat 't vandaag je verjaardag is.
'Hé, ik heb een blog!' was de mededeling een jaar geleden.
'Wa's dah?'

Waardoor je doelbewust, wederom, je mond ging houden. Niemand hoefde 't te weten. Des te meer mensen 't niet wisten, des te minder cumulerende schaamte meegedragen hoefde te worden. Des te minder verantwoording, des te beter de teksten zich konden ontwikkelen. Tot de trots vanzelf wel zou komen. Vanwege goed. Ooit, misschien.

Een jaar van verslaving heb je ontwikkeld. Een onbekende verslaving, dacht je in 1e instantie, want niet gewend aan de kijkcijfers. Maar een bekende verslaving, toen je 't ging vergelijken met de dansjes die je deed voor de familie-camera, die de speciale gelegenheden in 't kinderleven registreerde. Oude verroeste films leverde dat op, waarin je nog steeds jezelf kan herkennen, de jongen die schreeuwt om de verkeerde aandacht. Van veel poeha & anderen vergeten.

Je hebt je jeugddroom gerealiseerd. Een schrijvend bestaan, een noodzaak lezers te hebben. Maar je bent nog niet tevreden.
& Je weet dat je nooit tevreden zult worden. Een lezerspubliek van 10 is net zo frustrerend als die van 1000, of een veelvoud daarvan. Er is een noodzaak tot bekoren, maar elke bekoring dmv mooi voorschilderen in pennenstreken tussen de schrijflijnen, betekent 't aanraken van onzekerheid. Een onzekerheid die je altijd met je mee lijkt te dragen.

Je hebt je leven veranderd. Niemand die dat terdege beseft. Misschien je moeder. Misschien een broer. Maar ook zij weten niet hoeveel avonden je je in alleenzaamheid opsluit. Omdat 't moet, vind je zelf. Omdat dit de enige mogelijkheid is. Omdat niemand kan schrijven zoals jij. Omdat niemand zo dicht komt tot jou als jij.

Dus drink je, voordat je naar huis keert, op jezelf. Probeer je te vieren, maar eigenlijk om eindelijk eens van de druk van 't moeten schrijven af te zijn. & Je nog meer te laten doordringen van 't feit dat 't schrijven vannacht dubbel zo belangrijk is. Zodat de zelfgestelde deadline een dwingeland wordt.

Je bent verslaafd, bezeten, geobsedeerd, maar vreest de blokkade. Je denkt een tot leven gewekt writer's block te zijn, maar schrijft de dood tot leven. & Vreest de dood, als-ie uiteindelijk komt.

Daarom viert men de 1e verjaardag in Zijperspace; gij moogt meegenieten.

berusting

M'n ouders zijn terug van vakantie. Donderdagavond zijn ze teruggekomen van een weekje Lourdes. Nog steeds is Lourdes een heilige bestemming in de familie. M'n vader was ontroerd toen m'n moeder 't 'm een kleine week voor vertrek vertelde.

Lourdes was voor m'n opa & oma ook al een populaire vakantiebestemming. In m'n herinnering gingen ze buiten Canada, voor een bezoek aan hun geëmigreerde dochter, nergens anders heen op vakantie.
Ik dacht altijd dat ze die kant op gingen om genezing van m'n opa's voet te laten bewerkstelligen. Dat ze hoopten dat God daar in Lourdes beter z'n best zou kunnen doen. 't Lourdes-water dat ze in kleine flesjes mee terug namen zag ik ze 's avonds laat sprenkelen over de horrelvoet van m'n opa. Zodat-ie uiteindelijk toch nog 'ns zonder wandelstok kon lopen. Ik stelde mezelf voor dat ze van Lourdes weerkeerden & Opa voortaan gewoon kon lopen. Wonderbaarlijk genezen in 't bedevaartsoord. Na 60 jaar kreupel te zijn geweest.

Eigenlijk was vakantie voor m'n vader heilig. Hij kon zich de vakantie niet voorstellen zonder op reis te zijn geweest. Minstens 1 keer per jaar moest-ie in 't buitenland zijn geweest. Liefst een 2e of 3e maal.
Hij sleepte ons overal mee naartoe. Maar vooral naar zijn favoriete vakantiebestemmingen. Dat betekende Zwitserland, & af & toe ergens anders heen. In Zwitserland kon-ie nou 1maal mooiere wandelingen maken. Daarin werden we ook weer meegesleept. Zeer tegen m'n zin.

M'n vader vond 't zonde om tijdens de herfstvakantie de hele week thuis te blijven. Dus stelde hij m'n moeder voor enkele kinderen mee te nemen voor een kort uitstapje. Een kort uitstapje naar Lourdes, was 't idee, waar vast ook mogelijkheden waren, of anders onderweg, om te wandelen. Hij kon moeilijk verwachten dat z'n zoons genoeg geduld zouden opbrengen de missen bij te wonen.
Ik zou dat geduld zeker niet hebben opgebracht. Ik kon me er niet eens toe zetten de auto in te stappen om de reis te maken. Liever bleef ik thuis bij m'n moeder.

M'n moeder vertelde dat ze een fijne tijd hadden gehad. Hoewel ze m'n vader wel de hele tijd in de gaten moest houden. ('De afgelopen dagen is 't ook al een paar keer gebeurd dat-ie niet wist waar de wc is. Maar dat komt misschien doordat we nog maar net terug zijn.')
Maar over 't algemeen ging 't wel. Ze hadden een goed hotel, goed eten ook. Ze zijn een enkele keer in de kerk geweest.

Die keer dat ze met z'n 2en naar Lourdes waren, dat was toch wel 't mooist. Toen waren ze met de tent. Zonder de kinderen. Dat was erg ontspannen.

'Je gaat er niet heen voor genezing,' vertelt m'n moeder. 'Tegenwoordig doet niemand dat denk ik meer. Opa toendertijd ook niet. Je gaat er meer heen voor iets anders. Je vindt in Lourdes eerder berusting.'

Ik zou naar Lourdes moeten, om te weten te komen wat 't is. Maar 1st eens bij m'n ouders langs. Dan wijs ik de wc-deur wel aan.

De rust komt later wel in Zijperspace.

stilte

3 Klanten aan de bar, op de vroege zaterdagmiddag. Over 2 uur past er niemand meer in, maar nu zit ik slechts in 't gezelschap van jarenlange vaste klanten. Barrie, die vroeger in z'n 1tje 't meubilair vormde, maar nu op de tram zit & enkele dagen per week aan zich voorbij moet laten gaan; Mompel ('Als ik later op de avond in een vreemde kroeg bestelde, konden de barmannen me niet meer verstaan. Dus dan zei ik dat ze maar een bonnetje van Mompel moesten maken. Mompel verstonden ze altijd onmiddellijk.') is druk doende de rol van Barrie over te nemen; & Fiets, na een korte afwezigheid wipt-ie nog altijd in 't begin van de middag langs voor 1 biertje, meestal tijdens z'n pauze, in 't weekend tijdens de boodschappen.

Hoewel Fiets niet meer mag roken, pakt-ie 't pakkie shag van Mompel. Met een zeer hese stem, door de operatie aan z'n keel is z'n stem grootdeels verdwenen, vraagt-ie of-ie er 1 mag draaien. Om z'n stem te sparen probeert Fiets dit verzoek vaak met gebaren duidelijk te maken.

Soms denk ik wel 'ns dat er eigenlijk niets is veranderd, sinds Fiets iets naars aan z'n keel kreeg (details bespaart-ie ons); vroeger was-ie ook al bedreven in gebarentaal. 't Liefst zei hij niets, door een draai van z'n hand probeerde hij duidelijk te maken wat-ie bedoelde. & Trok daarbij z'n gezicht in een begeleidende plooi. Een olijke plooi. Meestal wisten we dan wel wat Fiets wilde hebben.

Fiets heeft z'n peuk & gaat weer zitten. Mompel staart voor zich uit, de spoelbak in. Barrie staart naar buiten, naar de dingen die voorbijgaan. Ik staar in de krant, doe iets soortgelijks. Fiets rookt z'n peuk.

'Wat een rust, hè?' doorbreekt Fiets de stilte.
'Ssssst,' reageren Mompel & Barrie spontaan.
'Hahahahaha,' lach ik, 'degene die 't minste z'n stem mag verheffen maakt 't meeste lawaai.'
De anderen lachen mee.

't Is weer stil voor 5 minuten. Ik kan lezen hoe Sjeng Schalken 't heeft gedaan. Hoe Bin Laden Al Quaida heeft opgezet. & Amerika nog steeds onder de indruk van vorig jaar is. Barrie kan de fietsers tellen. Mompel wacht tot de glazen zich uit zichzelf gaan spoelen. Fiets dooft z'n peuk.

Fiets houdt 't tegenwoordig maar bij 1 consumptie in de middag. 1 Biertje begeleid door 1 shaggie. Dan gaat-ie weer verder met z'n boodschappen.
Hij trekt z'n jas aan. Zet z'n helm op z'n hoofd.
'Hèhè,' zegt Barrie, 'eindelijk rust.'

Alles is zo stil als een frons op een voorhoofd in Zijperspace.

rondleiding

Aan 't eind van een rondleiding zeg ik tegenwoordig: 'Hebben jullie nog vragen?'
Als daar slechts hoofdschuddend op wordt gereageerd, vul ik dat aan met: 'Nu hebben jullie de mogelijkheid om alle vragen over bier te stellen. Ik weet nl overal antwoord op.'
Lekker onbescheiden. Maar ik weet nou 1maal overal antwoord op. Als dat niet zo mocht zijn, dan is m'n verhaal vervolgens zo uitgebreid, dat men aan 't eind allang vergeten is wat de vraag ook alweer was.

Toch voel ik me altijd wat onzekerder als ik te horen krijg dat er specialisten in m'n publiek zitten. Zoals John & z'n groepje leraren uit Haarlem.
'Hoi,' zegt John bij binnenkomst, 'ja, er was gebeld, (.....)' maar voordat-ie een heel verhaal gaat afsteken zeg ik al: 'Jullie komen voor de rondleiding.'
'Kom jij niet uit Den Helder?' vraagt John, 'heb je niet in de bieb gewerkt?'
'Ja, daar heb ik 14 jaar gewerkt,' antwoord ik, 'ik dacht je gezicht al ergens van te kennen.'
Ik kon me alleen niet herinneren dat John vroeger zo zijig praatte. Bovendien blijkt-ie in tegenstelling tot toen aardig wat initiatief te kunnen nemen. Elke keer als ik op 't punt sta me tot 't zojuist binnengekomen publiek te wenden, neemt John 't woord. Daar gaat m'n introduktie.
'Ja, 't is een groep leraren,' legt John nog ff uit.
'Die kunnen erger zijn dan leerlingen,' weet ik, 'maar ik ben ondertussen wel wat gewend.'
Dat helpt niet, John is alweer luid bezig uit te leggen waar de groep verzeild is geraakt.

Een efficiënt hulpmiddel je onkunde te verbloemen is te verwijzen naar de kennis van anderen. Daar maak ik graag gebruik van. Dat snoert de mensen de mond & luistert men beter naar mijn verhaal.
'In de kiem van de gerstkorrel ontstaan er allerlei stoffen. Oa enzymen. Die zorgen voor een bepaald proces tijdens de bereiding van 't bier. Bevinden zich ook biologieleraren in deze groep?'
'Ja,' zegt John, 'ik doe biologie. & Henk ook.'
'Dan kunnen jullie de stukken die ik van dit proces oversla na afloop van de rondleiding bij John & Henk navragen.'

'Tijdens 't brouwen voegen we eventueel kruiden toe. Dat doen we alleen bij 't IJndejaars, 't Paas-IJ & 't IJ-wit. Mocht je de woordspelingen die wij gebruiken voor onze bieren niet onmiddellijk begrijpen, dan kan je zodirekt terecht bij de docent nederlands, die op dit moment te herkennen is aan z'n bulderende lach.'

'Na de vergisting wordt 't bier overgebracht naar de lagertanks.'
Ik wijs de ruimte aan, waar men de tanks door 't raam kan zien staan.
''t Gaat hier lageren. 'Lageren' is een oud-duits woord dat staat voor 'opslaan, bewaren'. Mocht je dit niet geloven; er bevindt zich vast wel een duitse leraar onder jullie, die hier 't 1 & ander over kan vertellen.'

'De hogere alcoholen ontstaan tijdens de lagering. Die worden zo genoemd, omdat ze een hogere moleculaire struktuur hebben. Ze kunnen makkelijker combinaties aangaan met andere stoffen, waardoor esthers ontstaan. Die kunnen 't uiteindelijke bier een fruitige smaak & een fruitig aroma geven. Jullie scheikunde-specialist geeft na afloop een uitgebreide uiteenzetting hierover.'

'Zijn er nog vragen?' vraag ik na afloop.
Geen vragen.
'Ja, mijn vader was vroeger ook docent,' xcuseer ik de zwijgzaamheid van de lerarengroep. ''t Onderwijzen is me met de paplepel ingegoten.'

De groep is alweer een paar minuten vertrokken als 1 van de docenten z'n vergeten tas op komt halen. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om mij nog ff de hand te schudden.
''t Was werkelijk een fantastische rondleiding. Je kan echt trots zijn op jezelf.'
'Dank je.'
Ik vind dat nogal wat, zo'n compliment van iemand die zelf dagelijks voor een groep mensen z'n verhaal staat te doen. Dus ik sta daar eigenlijk een beetje met m'n mond vol tanden.
'Nee, ik meen 't,' moet de docent nog ff bevestigen, 'je mag best een veer in je hmmm,' hij is een moment stil, 'in je bips steken.'
Ik ontdek nog net een guitige blik terwijl hij de deur opent om definitief te vertrekken.

We kunnen de leerlingen nooit helemaal in toom houden in Zijperspace.

poeh

Uhm.

Of moet je de dag erna 'Grrr' of 'Brrr' over je lippen proberen te krijgen in Zijperspace?

lollypop



Mocht men denken: wat schrijft die jongen (ik zie mijzelf nog steeds als jongen, vreemd genoeg; een 38-jarige jongen weliswaar, maar toch) weinig vandaag. Dat zijn we niet van die veelschrijver gewend. Dan moet men maar bedenken dat ik vanavond naar bovenstaand gebeuren ben (men kon klikken op 't plaatje, dan kwam men er vanzelf terecht).
Enkele collega's organiseren dat festijn geheel belangeloos. Dat verdient ondersteuning, dus zal men mij daar aan kunnen treffen.

't Staat eenieder vrij ook ff langs te wippen. Men levert door 't bezoeken van 't festijn een bijdrage aan een kinderkamp. 1 & Ander valt te lezen op de gelinkte site.

Een zwijgen volgt die natuurlijk niet al te lang kan duren in Zijperspace.

secondes

Ach, 't ging allemaal veel sneller. Tijd is niet te bevatten. Voordat je 't weet is er iets anders gebeurd, zijn de handelingen onvoorzien gebleken. 't Gaat er om dat je handelt op de manier waarop je handelt. & Niet achterom kijkt.

'TON!' riep m'n collega, op zo'n manier dat ik wist dat ik nodig was. Dat elke seconde die ik langer in de kelder stond fataal kon zijn. 'TON! Kom ff boven.'
& Ik kwam boven. Ik weet niet of ik nog iets in m'n handen had, op 't moment van besluiten, maar m'n handen waren leeg toen ik bij de halfgesloten voordeur stond.
'Gesloten? Waarom is die deur gesloten? Waarom deinzen m'n collega & dat meisje met de rugzak weg van de voordeur?'

Er bestaat geen overgang in m'n geheugen. Opeens stond ik buiten. Sommige dingen worden gewoon weggefade. Minder belangrijk. De rest neemt al te veel ruimte van je geheugen in beslag. Of overspoelt 't onbenullige.

Voor me stonden 3 mannen tegenover elkaar. Links van me had een man 1 van onze kratten in z'n hand. Klaar om ermee uit te halen. Met z'n andere hand hield hij de man voor me vast. Door de houding die deze man aannam & de manier waarop de 3e, ½ rechts van me, zijn lichaam vasthield, was er de grootst mogelijke afstand ontstaan tussen de 2, terwijl ze elkaar wel degelijk vasthielden.
& Ze schreeuwden tegen elkaar.
Ik weet niet wat ze schreeuwden. 't Was een mengeling van marokkaans, nederlands & engels. Ik weet niet of ze van elkaar wisten dat ze niet te verstaan waren. Ze leken te schreeuwen uit angst, zo stonden hun beider ogen in ieder geval (die 3e man hield ik niet in de gaten; is niet opgenomen in m'n geheugen).

Wat doe je op zo'n moment? Ik wist niet wat er aan de hand was. Ik wist dat m'n collega in paniek mij geroepen had, blijkbaar in de veronderstelling dat ik een oplossing voor de situatie zou weten. Dat ik de winkel wel ff zou beschermen. Maar wat ik moest doen? Wie deed wat? Waarom deed wie dat? Moest ik partij kiezen? Hoe gevaarlijk & onberekenbaar waren ze?
& Ik dacht nog veel meer dingen. Je denkt een hoop op dat soort momenten. Niemand die zo snel kan denken als ik, denk ik wel 'ns op zulke ogenblikken. Maar eigenlijk heb ik geen tijd om die gedachte bij me op te laten komen. Een seconde is niets. Er zijn 1000 maal zoveel secondes nodig om te bevatten wat er door m'n hoofd gaat. Je zou een zeer scherp mesje nodig hebben; een zo dun mogelijk plakje van de seconde af moeten snijden & die vervolgens plat onder een microscoop moeten bestuderen; volgende plakje, enzovoorts.
& Dan ben je alleen nog maar met mijn hoofd bezig. Overal om me heen zag ik mensen kijken. Op 100 meter afstand keken er mensen naar 't tafereel dat zich voor me afspeelde. Ik kon de regisseur zijn voor deze toeschouwers.

Opeens was er de Buurman. Stond plots tussen Man 1 met krat & Man 2 zonder krat, maar met dezelfde kwade bedoelingen & luide woorden. Buurman keek boos. Waardoor de mannen elkaar los moesten laten.
Oja, dat had ik moeten doen, dacht ik. Alleen ben ik niet zo goed in gemaakt boos kijken als Buurman.

Weer ondeelbare tellen deden zich gelden. Niemand die de tellen bij kon houden. Men kon ze alleen maar gezwind voorbij zien snellen. Zonder dat we beseften dat ze ons al gepasseerd waren.

Man 2 had met Man 3 de voorstelling verlaten. Had nog wel een keer willen uithalen naar Man 1, maar Buurman keek nog steeds boos. Man 1 mocht bijv niet aan de kratten van ons komen, vond Buurman.
Man 1 scheen dat wel te begrijpen, maar dook weg voor de blik, die echt heel goed gemaakt boos stond. In 't wegduiken raapte hij spulletjes van de grond op.

Ik stond mezelf af te vragen waarom ik niet ingegrepen had. Was blij dat ik niet ingegrepen had. Buurman leek de situatie immers veel beter in te hebben geschat. Baalde tegelijkertijd dat ik 't niet had gedaan. Ik was immers de aangewezen persoon om in te grijpen. Men kon toch zeker niet voor onze deur gaan vechten. Nog wel met gebruikmaking van onze spullen.
Die gedachtes duurden ook weer enkele secondes. Misschien wel ettelijke. Misschien wel enige. Misschien was er wel een minuut voorbijgegaan toen ik zag dat Man 2 terug kwam lopen.

'Heeft iemand m'n bril hier zien liggen?' riep-ie.
Waarop onmiddellijk een voorbijganger een bril met slechts 1 poot omhoog hield.
Dit kon wel 'ns uit de hand gaan lopen, dacht ik toen.

Op zo'n moment lijk je alle faktoren die invloed hebben op de situatie in 1 oogopslag te kunnen overzien. In 1 tel. In 1 seconde. Maar waarschijnlijk nog minder dan die seconde, want binnen die seconde ben je al te laat.

Hij schreeuwde dat Man 1 schuldig was aan 't molesteren van z'n bril. Maar dan in andere woorden. Dat-ie daarvoor straf had verdiend. Maar dan in andere woorden. & Toen wilde hij uit gaan halen met z'n rechtervuist. Buurman stond nog voor de rechtervuist.

De Held deed van zich spreken. Hij leek geen hinder te hebben van de vuist die onderweg was. Hij leek zich niets van vuist noch vijandigheid van beider heren te willen aantrekken.
Hij wilde alleen wat zeggen.

'& Nou ga jij doorlopen naar waar je naartoe ging.'
& Held duwde Man 2 richting de Dam.
'Hup, doorlopen,' zei hij nogmaals met ondersteuning van nog een duw.
'& Jij loopt die andere kant op,' zei hij tot Man 1. Duwde hem de andere kant op, richting de Singel.
Lichte zetjes waren 't. Maar effektief genoeg.
'Doorlopen,' zei Held nogmaals tot Man 1. 'Hup, je gaat nu weg hier.'
& Beide mannen waren plots van 't toneel verdwenen. Slechts Buurman & Held vingen de blikken van de 10-tallen toeschouwers. Maar beiden verdwenen al snel via de coulissen.

Want men moet immers ook nog ademhalen in Zijperspace.

stofdoek

Ik heb vannacht over stofdoeken gedroomd. Ik bemerkte dat vanochtend. Toen werd ik nl enkele spinnenraggen gewaar, in de hoek van de kamer (altijd maar weer in hoekjes, liefst buiten handbereik). Die doen me ergens aan denken, dacht ik. Ik kon me alleen niet herinneren wat ik gedroomd had.

Wel zag ik m'n buurvrouw van 1-hoog weer uit 't raam hangen. De buurvrouw waar ik de meeste last van zou moeten hebben. Maar slechts 1 keer per maand hoor ik haar rondstommelen (hé, ze heeft zeker ruzie met haar vriendje & wil nu in haar eigen huis slapen), de muziek hard zetten, & 't balkon schoon maken. Van 't laatste vang ik zo af & toe ook een glimp op.
Gister ving ik haar glimp terwijl ze uit haar keukenraam hing. Met een stofdoek maakte ze de vensterbanken van binnen & van buiten schoon.
Snel trok ik m'n hoofd terug. Stel dat ze me kon zien kijken! Moest ik haar gaan vragen waarom ze alleen maar haar huis schoonmaakte, waarom ze er niet gewoon in woonde.

Ik zou wel een schoonmaakster willen hebben. Of een buurvrouw die 'ns de échte troep ging opruimen. Die van mij. 1 Veeg met de stofdoek heeft in mijn huis meer zin dan een ½e dag poetsen & boenen op de 1e etage.
Maar waarschijnlijk is zij zo obsessief met stof bezig, dat ze nogeneens bij me binnen durft te komen. Ze is ook de enige buuv die niet op mijn verjaardag komt. Waarschijnlijk uit smetvrees.

Ik ben vannacht waarschijnlijk hard bezig geweest alle stofnesten weg te werken. Kan me niet herinneren of 't een nachtmerrie-achtig gebeuren was. Moet haast wel. Als ik nl aan stof denk, denk ik onmiddellijk aan alle boeken die dan omstebeurt uit de kast gehaald moeten worden. & De stofzuiger die richting plafond gemikt moet worden om alle spinrag, dat hele fijne, stoffige spinrag, weg te zuigen. & Ik moet dan denken aan alle prullaria die van de planken & randjes weggehaald moeten worden, teneinde de doek erover te kunnen trekken. & Ik zie m'n stofdoek al na 2 planken onwerkbaar onder 't stof zitten. & Ik denk aan niesbuien bij 't uitkloppen. & Aan 't commentaar dat ik evengoed van iedereen krijg, liefst moeders & schoonzussen, ondanks m'n verwoede pogingen 't huis er spik & span uit te laten zien, dat ik toch 'ns wat vaker een stofdoek in m'n handen zou moet nemen.

Ik wil een andere buurvrouw in Zijperspace.

ozu

'Hi there, Ton,' zegt Joe.
'Good mornin' gents,' reageer ik.
Ze pakken beiden een flesje 8.6 uit de koelkast.
'Betalen jullie apart?' vraag ik voor de zekerheid.
'Nee, ieder voor zich,' luidt de ontkennende bevestiging. Soms in 't engels, soms in 't nederlands. Soms door gebaren. Dan zijn ze te moe om 't uit te leggen. Maar ze weten dat ik 't begrijp. Mike doet nog ff z'n best om 'astublief' te zeggen.

Ik had geleerd dat Ozu een bijzondere regisseur was. Lang voordat ik de mogelijkheid had z'n films te zien. Gelukkig stonden er stills in 't boek dat deel uitmaakte van ons lesmateriaal. & Gelukkig bestond er zoiets als de BBC. Die plots 6 films achter elkaar van 'm uitzond.
Elke film ging over 'tzelfde. & Binnen de film veranderde er bijna niets. Er leek ook niets te gebeuren in z'n films. Geen aktie-scenes, geen diepgravende dialogen. Maar af & toe werd de 180°-regel doorbroken, werd er plotseling vanuit een andere hoek gefilmd. Geheel tegen de Hollywood-doctrine in (een doctrine die nog steeds geldt), die zegt dat je niet zomaar iemand van de andere kant kan filmen.

'Zal ik er 5 cent bijgeven?' vraagt Joe, terwijl-ie € 2,- op de toonbank legt.
Mike betaalt altijd met € 10,-. Heeft meestal ook geen xtra wisselgeld.
'Hey Joe, give me a dime,' roept-ie altijd naar buiten. Joe heeft z'n 1e slok dan al genomen. Zoekt vervolgens tegen z'n zin in z'n broekzakken naar een muntje. Mike heeft weer 'ns geld te kort, lijkt-ie te denken, hij probeert van mij te profiteren.
& Toch geeft-ie z'n muntjes.

Hoe de film ook heette, wie er ook in speelde, de film had altijd dezelfde strekking. 't Plot liet zich ook makkelijk voorspellen. Alles was opgezet in een allesoverheersende eenvoud. Alle shots waren ook op dezelfde manier gefilmd. Bijna altijd vanaf de grond. Zodat je op gelijke hoogte zat met de zittende mensen in de film.

'I just come to pick up some beers,' zegt Joe. Mike blijkt ergens anders in een rij te staan & pas later thuis te zullen komen. Joe haalt voor hen beiden de nodige flesjes 8.6.
'Hoeveel krijg je van me?' vraagt-ie. Hoewel-ie 't dondersgoed weet. De alcoholisten weten de prijs van hun favoriete bier beter dan ik. Maar nu moet Joe vermenigvuldigen met 4. Hij rekent meestal niet verder dan 2 maal. Soms verminderd door de lege flesjes die hij inlevert.

Alles was altijd 't zelfde in de films van Ozu. Zelfde sfeer, zelfde uitdrukkingen. Ik kon op een gegeven moment zelfs xact de dankwoorden van de vader meespreken. Zonder dat ik me bewust was van 't feit dat 't een zekere nederigheid betekende. Erg japans, leek 't me.

'Hoe laat ga je dicht?' vraagt Joe, terwijl-ie naar de openingstijden kijkt.
'Tot 7 uur ben ik open.'
'Ok. Later!'
Mike komt 5 minuten na Joe.
'Is Joe al langs geweest?'
'Ja, hij zei dat-ie bier voor jullie beiden had meegenomen.'
'Oh, than give me just 1 more beer.'
'Open asjeblief,' zegt-ie, nadat-ie heeft afgerekend. Ik haal de dop eraf. De laatste dop van de dag.

Ik weet niet meer hoe de films van Ozu afliepen. Je keek de films omdat de films films waren. Niet meer & niet minder. Als er iets belangrijks gebeurde, werden de regels doorbroken. Werd er opeens vanuit een andere angle, hoek, gefilmd. Of werd de 180°-regel doorbroken. Terwijl de conversatie op dezelfde monotone manier doorging. Maar dan wist je dat er iets belangrijks gebeurd was.

Men weet wanneer 't zover is in Zijperspace.

bijna vorig jaar

M'n moeder hing opeens aan de telefoon. Eigenlijk nogeneens zo opeens, ik had m'n moeder wel vaker tijdens m'n werk aan de telefoon, maar meestal was ik 't die haar belde. Nu zij mij.
Dat er een vliegtuig neergestort was. Inmiddels al 2. Of ik 't al wist. In 't WTC. De Twintowers. Die kende ik niet. Dat zijn die 2 wolkenkrabbers in New York. Dat New York in brand stond. & Er was ook een vliegtuig in Washington gecrasht.

Ik wist nergens van. Ik vertelde 't iemand anders die nergens van wist.
'Nee, dat meen je niet,' zei hij. Terwijl hij de flessen bier in z'n tas deed. 'Nee, dat meen je niet.'

Ik geloofde 't ook niet. Maar de straat in hartje Amsterdam leek zo stil opeens. Iedereen leek er al vanaf te weten, want niemand had een onnozel gezicht. Indien wel, dan had je de neiging om 't te vertellen. Maar iedereen wist 't al.

'Heb je 't gehoord?' vroeg Linda.
'Ja, ik had net m'n moeder aan de telefoon.'
'Ik bel je wel weer zogauw ik iets meer weet.'

'Er schijnt er nog 1 te zijn neergestort,' vertelde m'n moeder of Linda.
Ik weet 't achteraf niet meer. Ik stond slechts in contact met hun 2-en. & Iedereen die ik tegenkwam vertelde ik wat ik had gehoord.

'No, you can't mean that,' zei een amerikaans meisje. Ontkenningen werden die dag door iedereen verdubbeld. Zij deed daar ook aan mee. Terwijl ze daarvoor lacherig mijn telefoongesprek had aangehoord. Ze verstond 't nederlands voor de helft, begreep ik.
'No, you can't mean that. You're joking.' Ik had haar na m'n telefoongesprek verteld wat ik gehoord had.
'I can't believe it either. But my mother just told me. It sounds like war. They attacked the Pentagon. New York is on fire.'
'Oh god. I can't believe it.'
Ik rekende haar bier af & ze verliet zwijgzaam de winkel. She just couldn't believe it.

De echtgenoot van de alcoholiste keek naar buiten toen ik 't 'm vertelde. Hij pakte vol ongeloof z'n tas in. Alsof-ie nooit meer terug zou komen vanwege al die onzin die ik 'm wijs probeerde te maken. Hij hield z'n mond & vertrok.

Jos kwam terug.
'Heb je 't al gehoord?' vroeg ik 'm.
'Waarom denk je dat ik zo laat terug ben?' zei hij. 'We zaten aan de radio gekluisterd. Niemand deed nog iets.'

Ik heb m'n moeder nog een paar keer gebeld om te vragen wat er bekend was. Haar tv stond aan. Ze kreeg de hele tijd 'tzelfde nieuws te zien, vertelde ze. Aan 1 stuk door.
Linda had 'tzelfde verhaal. Op 't advocatenkantoor waar ze werkte stond de radio aan. De hele tijd 'tzelfde nieuws. Met af & toe een kleine verandering in de berichtgeving.
Of ik iets anders te horen had gekregen van m'n moeder?

We gingen allemaal meteen naar huis. De tv moest aan.

Dit, in enigerlei volgorde, heeft plaatsgevonden in Zijperspace.

stoppen

M'n collega, die zogenaamd de bedrijfsleider moest gaan worden, stopt ermee. Hij heeft 't per i-meel ons beider werkgever laten weten. Ben ik weer 'ns te laat, denk ik dan.
'Mensen zijn verbaasd dat jij 't zo lang weet vol te houden,' zei hij tegen mij, toen we 't er vanmiddag over hadden.
'Ja, ik doe 't niet voor 't geld,' zei ik, 'voor de werkgever moet je 't zeker ook niet doen, dat weten we inmiddels allebei. Laat staan voor 't winkeltje spelen. Ik doe 't alleen maar voor 't bier; nergens anders ter wereld vind je zo'n grote hoeveelheid verschillende soorten bier,' probeerde ik m'n eigen lafheid te verbloemen.
Maar m'n collega beaamde 't. Hij vindt 't bier-aspekt geloof ik wat minder belangrijk. Vandaar dat-ie 't maar een jaar heeft volgehouden. Ik inmiddels 5.

Eigenlijk wil ik m'n schrijven in geld omzetten. Ik wil leven van m'n woorden. Helaas ben ik ietwat laf. Durf de stappen daartoe niet te ondernemen.
Ik moet dan zeker de mensen laten zien wat ik geschreven heb. De mijns insziens beste stukken uit Zijperspace selekteren. Of duidelijk maken dat Zijperspace m'n 'portfolio' is.
Ik ben nooit zo goed geweest in leuren met eigen werk, eigen prestaties. Ik heb de film & tv-wereld vaarwel gezegd omdat ik niet kon retenlikken, geen zin ook had in netwerken.

Momenteel drink ik Kellerbier Dunkel van de Sternbräu te Elsendorf, vlakbij Bamberg. Ik heb van de week 2 flessen bier gekocht na bezoek van de brouwerij. De heer Gerhard Lindner, eigenaar van deze brouwerij, doet me weer beseffen waarom ik in 't vak zit. Ik wil alleen maar 't lekkerste van 't lekkerste. Ik ben altijd op zoek naar de uiterste ervaringen, 't grootste genot, 't nieuwste van 't nieuwste, dat wat anderen nog niet kennen. De ervaring moet totaal zijn. Kellerbier Dunkel komt behoorlijk dicht in de buurt. Zoals ik vroeger de nrs uitzocht die in de alternatieve disco van 't jongerencentrum gedraaid werden, wil ik er nu voor zorgen dat dat bier straks in Amsterdam verkrijgbaar is. Op beperkte schaal, slechts voor de echte liefhebber. Zoals de alternatieve disco.

& Toch wil ik stoppen met m'n werk. Ik heb genoeg van de klanten, de junks, de toeristen, m'n baas, 't bijvullen van de schappen & de koelkast.

& Bovenal wil ik dat men in Zijperspace leest.

logo

Lees ik weer 'ns veel te laat. Of ik 't weblogmeetinglogo wil plaatsen. Omdat ik er volgende week ook bij ben.



Dat moet genoeg zijn.

Niet te veel onderbrekingen in Zijperspace.

papiertje

Ik heb daarnet een papiertje opgeraapt. 't Lag op de grond, vlak naast de tafel die tussen bank & tv staat. 't Was dan ook van de tafel gevallen. Ik was eigenlijk bang dat 't tot zeker 2 november naast de tafel zou blijven liggen. Maar ik heb 't opgepakt. Teruggelegd op tafel.

't Was een foldertje. Uitgereikt tijdens de Uitmarkt. Daar was ik niet langsgeweest, want daar had ik geen tijd voor, die avond.
Marlies had 't me gegeven. Moest ik heen gaan, zei ze 's zondags, na afloop van de Uitmarkt.
Zij was op weg naar huis. Vlak daarvoor had ze een optreden met haar moeder bekeken. Op de weg huiswaarts waren Marlies & ik elkaar op straat tegengekomen.

't Papiertje lag op de grond. Sinds afgelopen vrijdag. 't Bleef me er aan herinneren dat er iets zou gebeuren op 2 november. Waar ik niet bij aanwezig kon zijn. Maar ik had 't toch aangenomen van Marlies. Daarbij opmerkend dat 't Bockbierfestival me waarschijnlijk zou ophouden.

Papiertjes, foldertjes, propjes, boodschappenlijstjes, stencils, kopietjes, artikelen, blaadjes, tickets, aantekeningen; 't had niet uitgemaakt wat er gelegen had. Ik had 't laten liggen op de grond. Om mezelf er aan te herinneren dat ik er niet aan herinnerd wilde worden. Maar de moed niet had dat definitief te maken.

Nu heb ik 't tijdelijke gevoel dat ik er een oplossing voor heb gevonden. Ik heb 't teruggelegd op de tafel, waar 't vanaf gevallen was. Of ik heb een tijdelijke oplossing voor m'n gevoel gevonden. In diezelfde handeling.

Overigens is 't een lichtelijk verfomfaaid papiertje. Ik had 't in m'n achterzak gestopt, zittend op de terrasstoel. Naast Marlies, pratend met Marlies. Af & toe stopte ik 't ongemerkt wat dieper weg. Zodat 't m'n achterzak niet zou ontglippen. Ik vond 't idee van de avond wel leuk. Jammer dat 't gelijktijdig met 't Bockbierfestival zou gaan plaatsvinden.
Thuisgekomen heb ik 't toen op tafel gelegd. Naast de tv-gids. Per ongeluk verdwijnend onder de tv-gids. Met alle vouwen die er in zaten. Toch wel een vouw of 5. Nog net viel de 2 van de datum te herkennen. Maar die stond dan ook levensgroot op 't foldertje.

Ik laat dingen verdwijnen, of ze tot vuilnis verworden. Deze verwording tot overbodigheid, nutteloosheid derhalve, heb ik uitgesteld.

Hoeveel folders zijn er eigenlijk uitgedeeld? Niet alleen van deze manifestatie verspreiden zich folders op die markt. Er zijn nog veel meer happenings die schreeuwend hun aandacht vragen. Misschien met een levensgrote M, of een megagrote Z. Misschien met een kale bladzij in vloekend geel.

Dat papiertje lag op de grond op een gegeven moment. 't Moet gevallen zijn doordat ik de gids nodig had. Ik weet dat ik 't heb zien vallen. Maar ik heb 't niet opgeraapt. Niet onmiddellijk.
Vanavond wel. Maar ik doe er voor de rest niks mee. Ik moet 't straks toch een keer wegdoen. Bij 't oud papier.

Maar dat zal wel na de 2e november zijn in Zijperspace.

geleidelijk

Zo vreemd dat alles dan nog 'tzelfde is. Hoewel 't een eeuwigheid geleden lijkt dat ik me eergisterochtend aan 't haasten was om op tijd te zijn voor vertrek.
Ik struikelde bij binnenkomst over de schoenen in de gang, ondanks dat ik bij 't verlaten van m'n huis bedacht had dat ik er wel 'ns m'n nek er over zou kunnen breken als ik terugkwam. Alle boeken, bladen & papieren vormen dezelfde stapels als 2 dagen geleden. M'n was hangt gewoon nog steeds aan de lijn. & Er moet nog steeds 'ns grondig gestoft worden. De restanten van een platgeslagen mug hangen tegen de muur geplakt. 't Water valt door de douche-kop naar beneden.

't Weer lijkt zelfs niet veranderd. Terwijl we op de heenreis een behoorlijk wolkendek hebben zien passeren. 't Zal wel kouder zijn geworden in Amsterdam, dachten we. Wij hadden 't nog redelijk behagelijk, was ons idee, want enkele 100-en kms zuidelijker.
Maar bij thuiskomst is 't wederom heerlijk buiten toeven. Temperatuur van een late zomer. Zon steekt nog lichtjes door een zacht-blauwe hemel.

Wat is 't toch dat tijd een andere dimensie krijgt zogauw je je naar elders begeeft? Dat later niets veranderd lijkt, terwijl je de verwachting had dat alles een evenredige hoeveelheid tijd had doorgemaakt. & Daar onderhevig aan zou zijn.

't Lijkt alsof de veranderingen bij thuisblijven geleidelijker plaatsvinden. Geen onverwachte wendingen, geen bruuske bochten, niets ongeplands.

Gewoon Zijperspace, zoals Zijperspace altijd is & zal zijn.

bamberg (ende)

Eigenlijk is 't een kwestie van zoveel mogelijk onbekend bier drinken in zo kort mogelijk tijd. Ook zoveel mogelijk onbekend bier meenemen, zover als de vervoerder dat toestaat. Voor de rest vooral een kwestie van stilzitten, verstijven, voor je uit staren, nadenken over de volgende reis & jezelf een bierbuik eten.

Es tut weh zurück zu sein in Zijperspace.

bamberg

Bijna een jaar geleden zat ik er de hele tijd over te zeuren. Ik zou samen met Tijn naar Bamberg gaan. & Ik bereidde me er al bloggend op voor. Maar ik had de smaak van 't bloggen nog niet helemaal te pakken. Ik was verslaafd, jawel, dat zeker wel. Maar ik had nog niet m'n eigen stijl te pakken. Een manier om m'n gedachten, verhalen in te verpakken.
Ik geef ook geen link naar de stukjes van toendertijd, want hoewel ze allemaal nog steeds in m'n archief zitten (voor de volledigheid), vind ik 't niet de moeite waard ze te laten lezen.

't Is toen niet doorgegaan. Tijn had ff wat anders te doen op 't laatste moment. Ik was zo goedaardig, begrijpend & vergevingsgezind om hem dat niet kwalijk te nemen, & 'm slechts in stilte te vervloeken vanwege 't verpesten van m'n eindelijke vakantie.

Morgen gaat 't wel door. Niet met Tijn, die zie ik bijna niet meer. Hij was op mijn verjaardag, ik was op die van hem. Voor de rest niet gesproken, niet gezien, hoe graag we ook zouden willen.
Morgen vertrek ik richting Bamberg met Kees. Omdat we bier moeten halen. Ik mag daarvan profiteren door eindelijk die stad te zien, met z'n authentieke brouwerijen.

Voor vandaag had ik me voorgenomen enkele dingen recht te zetten. Xcuses aan te bieden voor 't steeds maar weer uitstellen van enige reaktie op ontvangen i-meel. 't Feit dat ik buiten m'n blog gewoon niets laat horen. Dat ik te lui ben om ff een meeltje te schrijven & te versturen. Ik wilde dat allemaal ff uitleggen, voordat men ook al verontrust raakte omdat ik m'n blog ook nog 'ns 2 dagen niet zou updaten.

Helaas waren er belangrijkere dingen die al m'n aandacht opeisten. Die m'n gedachten van hot naar her lieten gaan. Die m'n algehele ondernemingszin op een slakkengang zette.
Wat me uiteindelijk een faalangst bezorgde. Angst 't schrijven te zullen voltooien, maar te horen krijgen dat 't geen bal voorstelde. Des te verder weg 't ontvangen van 't i-meel leek, des te moeilijker 't voor me werd hierop opnieuw een reaktie te geven.

Ik ben er ook vandaag niet toe gekomen. Maar ik beloof plechtig dat ik pogingen hiertoe zal nemen, zogauw ik terugkom van dit korte uitstapje.

Tot die tijd verblijf ik te Zijperspace; ik bedoel: niet. Of juist weer wel.