padvinderij

De hopman was mank, had een ijzeren poot; de 1e vaandrig was verlegen & stotterde dat 't een lieve lust was; een hulpje van de hopman was ietwat ruw, bleef niet al te lang; weer een andere, een vaandrig in wording, was veel te streng, kon z'n handen niet thuis houden & is daardoor ook niet al te lang blijven hangen; & dan had je Herman.

Herman heb ik nooit begrepen. Herman was gewoon een sympathieke jongen. Een lange slungel van in de 20 (zo leek 't in ieder geval) temidden van allemaal mislukkelingen op middelbare leeftijd.
Je was voor iedereen bang, behalve voor Herman. Ook al kreeg je straf. Zelfs straf was leuk bij hem. Moest er een balk doormidden gehakt worden. Was je wel een uur mee bezig, je had na afloop blaren aan je hand, maar 't was tenminste een straf van Herman.

Nou ja, eigenlijk was ik ook wel voor Herman bang. Hij had vreselijk grote handen, die je plots vast konden grijpen. Dan kon je niet meer weg. Dan kon je een draai om je oren krijgen. Of stevig vastgehouden woden, zodat 't de rest van de dag van je armen was af te lezen. Of hij stopte me in een jutezak & sleepte me overal mee naartoe. Zonder dat ik iets kon zien. Ik was zo bang voor Herman dat 't elke keer een uitdaging was hem kwaad te krijgen. Zogenaamd.

Herman was groot & sterk. Hij snapte wat de jonge padvinders later ook wilden worden. Maar ik snapte niet wat hij bij de padvinderij deed.

Hij reed bijv motor. Dat deden padvinders over 't algemeen niet. Zeker niet in die tijd. De hopman & de vaandrig reden altijd in tuffende automobieltjes, deden er uren over om op de plek van bestemming te komen, terwijl Herman er in een poep & een zucht arriveerde.

Hij vond 't uniform niet leuk. Alleen bij officiële gelegenheden droeg-ie 't zoals de hopman 't graag wilde. Maar de hopman had niet zoveel invloed meer op Herman.

& Hij vond treintjes leuk. Op zijn zolder had-ie een volledige baan gebouwd, zo groot had ik 't nog nooit gezien, waar wel enkele treinen tegelijk konden rijden. Märklin-treinen. Over heuvels, rangeerterreinen, door steden, & over overgangen waar de slagbomen automatisch naar beneden gingen. De wissels waren vanaf 1 punt te bedienen, vlak naast de verschillende trafo's voor de locomotieven.
Dat had niks met padvinderij te maken.
Maar was wel veel leuker.

Herman ging echter varen. Waarom, vraagt een klein kind zich dan af. & Wat heeft 't voor zin om nog bij de padvinderij te blijven? De landverkennerij zou toch nooit meer zo leuk worden als ten tijde van Herman.
M'n ouders wisten daar wel een antwoord op. Een antwoord van wel 3 jaar lang. Een antwoord van elke zaterdagmiddag ergens anders onderdak hebben, m'n ouders een rustig huis voor zichzelf.

Volgens mij kon Herman geen vrouw krijgen. Hij had littekens van puisten op z'n gezicht, maar daar viel dankzij z'n lach nog wel mee te leven, had ik 't idee.
't Was meer dat er geen vrouw te vinden was die met een man wilde leven die bij de padvinderij zat & met treintjes speelde. Daarom is-ie maar gaan varen. & Heeft-ie ons verlaten.
Ik wist wel hoe 't zat.

Zijperspace bestond nog 3 jaar uit saaie zaterdagmiddagen.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Marc. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

oordelen

Stiekem beoordeel & veroordeel ik de mensen die met me in de trein zitten. Op uiterlijk, stem, conversatie, uitstraling, begeleidend gezelschap, of desnoods alleen maar op 't kapsel.

't Meisje schuin voor me, naast de deur van de coupé gezeten, was een uitgesproken voorbeeld van 't laatste. Ze droeg zo'n zogenaamd modieus in 2-en gedeeld kapsel. Of eigenlijk in 3-en: ze had in 't voorste zwart geverfde gedeelte nog een a-symmetrische scheiding zitten. Plat zat 't haar op haar hoofd geplakt. Daarachter stak de rest in een poging tot bordeaux-rood bovenuit. Met de nadruk op de vervoeging van 't werkwoord 'uitsteken'.
Terwijl zij blijkbaar 't idee had dat ik haar tersluiks zat te bewonderen, op momenten dat onze blikken elkaar kruisten, zat ik me elke keer weer af te vragen welke moeder haar dochter zo over straat durfde laten gaan. Bekrompen als mijn burgergeest inmiddels is geworden. De enige conclusie die ik uit deze gedachtengang kon trekken was dat we ooit allemaal jong & dwars zijn geweest. De 1 wat meer met de nadruk op lelijk & dwars, terwijl de ander zich meer bezighoudt met tegendraads & natuurlijk.

Vanwege mijn o zo natuurlijk drinkgedrag in 't plaatsje Den Helder zag ik mij genoodzaakt enkele malen gebruik te maken van 't minst populaire hokje van de intercity, waarvan ik altijd 't idee heb dat iedereen ziet dat ik er gebruik van maak. Dat is waarom ik op dit soort reisjes altijd zo onopvallend mogelijk deze gelegenheid bezoek, daarbij hopend dat zo min mogelijk mensen m'n bezoekfrequentie in de gaten heeft. Wat bij mij resulteert in een plasje aan 't begin van de tocht (vóór Alkmaar) & 1 redelijk tegen 't einde ervan (ná Alkmaar). & Onderwijl houd ik iedereen in de gaten die tegen dat einde van de rit 't toilet voor kortere of langere tijd bezet houdt.

Zo zag ik even voorbij Castricum een stoere sportieve jongeman passeren. Hij hield voor korter dan 2 minuten de gelegenheid bezet. Niets om mij ongerust over te hoeven voelen, besefte ik me achteraf. Meer onrust moest mij bekruipen bij aanschouwing van de oude dame, die doodgemoedereerd ging staan wachten toen ze bemerkte dat de deur niet opende als ze die naar zich toetrok.

Ik had op kunnen staan, haar kunnen vertellen dat de deur de andere kant op geopend diende worden. Ik had haar kunnen vertellen dat 't handiger was jezelf vast te houden aan de grepen bij de deuren. Ik had haar ook op gemak kunnen stellen dat de deuren, de tussendeuren van de coupé, zichzelf automatisch zouden sluiten. Maar ik was te lui. & Ik vond 't maar een vreemd verschijnsel dat een vrouw, op de leeftijd van m'n moeder, een houding aangenomen kon hebben, een verschijning te zijn, die niet geleek op iets wat ik normaliter associeerde met 't vrouwelijk wezen.
Daar stond ik zogezegd nog verbaasd over toen 't meisje gezeten tegenover 't modieuze kapsel besloot haar over de werking van de ns-toiletdeuren in te lichten.

Met een gezonde blos, een schaamtevolle blos over haar eigen onbenulligheid, misschien ook wel een blos veroorzaakt door 't meemaken van de tunnel onder 't Noordzeekanaal door, passeerde ze de nobele dame die haar de methode ter opening van de wc-deur had bijgebracht. Een schuchtere lach daarbij met zich meedragend.
Terecht, dacht ik.
& Ik stond enkele minuten later op, vlak na de stop op 't Amsterdam-Sloterdijk-station, om mij van een gemakvolle fietstocht huiswaarts te vergewissen.

Je staat verbaasd hoe schaamteloos mensen voor zich uit kunnen staren. Hoe men zogenaamd nonchalant een blaadje kan bestuderen, een zekere gestrengheid op 't gezicht kan toveren, als men zich bewust is van eigen wandaden.
Teruggekomen van 't toilet wilde ik eigenlijk een kort moment met m'n buren in de coupé converseren. Ik wilde tegen toevallige voorbijgangers iets korts meededelen. Ik had 't gevoel dat ik de conducteur wellicht kon verblijden met mijn kennis over de gang van zaken. Ik had 't idee dat ik de hele coupé kon versteld doen staan van afschuw.

Maar eigenlijk wilde ik 't liefst me keren tot de oude dame, ze zat er zo netjes & keurig bij met haar schotse rok, haar tijdschrift driftig lezend voor haar hoofd geheven, op haar toestappen & schreeuwen:
'Zo, dus jij denkt dat je zomaar alles hier kan onderschijten? Dat je alle keutels op de grond dient te deponeren & 't vloeiende gedeelte van je ontlasting op de muren van 't voertuig kan spuiten? Jij denkt dat niemand doorheeft dat jij degene bent die last heeft van spastische darmen, die naast dit euvel helaas ook nog 't talent ontbreekt om welgemikt in een rond gaatje te kakken?'

Tuurlijk houden we onze mond aan 't einde van de reis naar Zijperspace.

boterhamzakjes

100 Zakjes zitten er in. 100 Keer kan ik m'n belegde boterhammen er in opbergen. Beschermen tegen invloeden van buitenaf. Desnoods zou ik ze kunnen hergebruiken, maar ik waag me niet aan die gedachte. Hergebruik trekt me niet aan. Stel dat de economie instort, dan ga ik er anders over denken. Vooralsnog 1 maal, voor een bepaald stapeltje boterhammen.

Aan die hoeveelheid van 100 lijkt geen einde te komen. Ik kan me de dag niet heugen dat ik 't huidige doosje heb gekocht. 't Moet lang geleden zijn. & Toch gebruik ik bijna dagelijks 1 zakje.
Een mogelijkheid is dat men zich op de verpakkingsafdeling misgeteld heeft. Misschien dat 't meisje achter de telmachine dacht: 'Deze gaat vast naar een leuke jongeman. Ik stop er wat xtra in.' Anders zou 't ook nog kunnen dat de communicatie tussen de ontwerp- & de verpakkingsafdeling in 't verleden niet erg soepel verliep. Uit balorigheid heeft men op 't hoogtepunt van 't wederzijdse onbegrip de aantallen toen verdubbeld, dan wel gehalveerd.
Ik vaar daar wel bij.

't Geeft me een gevoel dat de dagen weliswaar voorbij gaan, elke dag een nieuw zakje, elke dag een stapje dichter naar 't eind, maar dat er nog veel voor me in 't verschiet staat.

Ik kon gister echter toch wel de bodem van de verpakking voelen. 't Overviel me een beetje. Zou 't dan toch? De luxe van de oneindigheid voorbij?

Om mezelf enigszins gerust te stellen heb ik me een nieuwe voorraad aangeschaft. Die staat nu gereed om bij te springen zogauw 't toch onverhoopt zover mocht komen. Ik heb 'm onder z'n voorganger geplaatst. Dan is-ie in ieder geval bij de hand.

Toch zal ik die oude verpakking niet licht vergeten. Net als 't scheermesje (m'n laatste held heet Mach 3) dat mij reeds 10 keer van haren heeft ontdaan. 't Voelt aan alsof ze grotere prestaties leveren dan je van dit soort produkten mag verwachten.

Ik ben een tevreden consument. Zeker als 't produkt mij waardig behandelt. Ik zal zo'n artikel dan niet verlagen tot eeuwige recycling. 't Heeft z'n hoogtepunt gehad; z'n lot dient niet te lang uitgesteld te worden.

Men krijgt de behandeling die men verdient in Zijperspace.

gehoorzaamheid

Ik wantrouw m'n lichaam momenteel. Zoals ik dat wel vaker tot nu toe in m'n leven gedaan heb. M'n lichaam is niet een instrument dat m'n geest volledig onder controle heeft. Eigen willetje. 't Probeert me weliswaar seintjes te geven, 't laat zich makkelijk beïnvloeden door humeurtjes & pijntjes van de geest, maar 't gaat daarbij wel z'n eigen gang. Ik kan 'm daarin niet makkelijk tegenhouden.

't Is eigenlijk een hufter, m'n lichaam. 't Werkt bijv nooit mee. Zeker op momenten dat ik denk recht heb op enige samenwerking te hebben. 't Vindt elke keer weer een andere manier om z'n stress bot te vieren. Vanuit een totaal onverwachte hoek valt 't me aan. Laat me krimpen, laat me kruipen. Totdat ik gehoorzaam.

Momenteel probeer ik spanning uit m'n hoofd & nek te bannen. Terwijl ik niet weet waar de spanning vandaan komt. Rollend & tollend met m'n hoofd, m'n hoofd ligt dan weer boven m'n rechterschouder, dan weer boven de linker, onderweg tussen beide haltes een tel boven m'n borstkas, probeer ik wat ontspanning te veroorzaken, wat meer soepelheid in m'n nekspieren, zodat ik in ieder geval weer recht vooruit kan kijken.

Ik heb ooit eens langs de kant van de gymnastiekles gestaan. Met een bonkend hoofd. Ik wist dat m'n hoofd niet gehoorzaamde, ik wist dat de pijn in m'n hoofd m'n wil dicteerde; m'n geest zou er niks tegenin kunnen brengen.
Ik stond op een bank, terwijl iedereen kunsten uithaalde met ringen, touwen, bokken & bruggen. Onder 't commando van Hans. Hans kon drillen. Maar hij had gezegd dat ik langs de kant mocht staan.
Ik legde m'n hoofd tegen de muur achter me. M'n hoofd moest voelen dat de muur harder was. Ik moest voelen wat pijn was. De pijn in m'n hoofd. Dat pijn nog erger kon zijn dan de pijn die ik op dat moment voelde. Ik moest proberen meer pijn te voelen. Ik moest de pijn zelf worden.
& Langzaam verdween 't. Ik zat in de pijn.

Terwijl ik m'n tekst op 't toetsenbord intik, verdwijnt 't gevoel in m'n enkel (die andere dwarse plek die langzaam tot m'n voortijdige dood zal leiden) & in m'n hoofd. Ik voel slechts 't tikken, de golvende beweging, van m'n vingers op 't toetsenbord. Maar ik voel me wel gedwongen m'n hoofd in een ideale positie, houding te drukken. Alle aders moeten openstaan. Er mag zich geen obstakel voordoen, wat de doorbloeding kan vermoeilijken.

Ondertussen denk ik dat ik een ernstige ziekte onder de leden heb. De laatste kwalen waar ik over gehoord, gelezen heb, manifesteren zich momenteel in mijn lichaam. Elk onverwacht teken dat m'n lichaam ter attendering dat 't leeft geeft, duidt voor mij aan dat ik een stapje dichter bij de dood ben. Ik sterf. Dit is een teken.

Ik grijp m'n hoofd. Ik wrijf m'n ogen uit. Blijf wrijven. Druk m'n ogen onderwijl in. De spanning moet weg uit m'n oogkassen.

Ik geloof m'n lichaam niet. 't Kan niet zo zijn dat 't mij kan dicteren. Ik heb verdorie weekend. Ik hoor ontspannen te zijn. & Vrij van alle problemen.

't Lijf probeert mij te dwingen rekening te houden met 't verleden. Verminkingen. Ongelukken. Die m'n lichaam gevormd hebben. Misvormd wellicht. Je ziet alleen de gevolgen niet aan de buitenkant. Maar de lijn staat strak. Dwingt me in 't gareel te blijven.

Ik vertrouw m'n eigen lichaam niet. 't Kan toch niet zo zijn dat mijn lichaam de dienst uit maakt.

't Is verdomme geen democratie in Zijperspace.

monumentje

Buiten 't voornemen dat ik wat van me moet laten horen, tov vrienden, vind ik de laatste tijd ook dat ik me wat meer dingen moet laten gebeuren. Ik moet er wat meer m'n best voor doen. Een plek opzoeken waar wat te beleven valt, waar mensen samenkomen, of de gebeurtenis al plaatsvindt vanwege m'n aanwezigheid. Ik kan wel dagen achter elkaar thuis blijven zitten, zo af & toe dezelfde café's bezoeken, regelmatig boodschappen gaan doen, maar dat geeft niet bepaald afwisseling aan m'n leven.

Dus besloot ik, na met m'n moeder & tante koffie gedronken te hebben (ik dronk bier), & onze eigen kleine avontuurtjes te hebben beleefd in hartje Amsterdam, maar 'ns een café te bezoeken waar ik doorgaans niet kwam. & Dan 'ns niet een 'bier'-café, waar mannen over 't algemeen de dienst uitmaken, waar mannen deskundig hun neus 't glas in tuiten, snuivend 't aroma tot zich nemen, de 1e slok langzaam laten kolken door de mondholte, om na 't subtiel doorslikken ervan de verwikkelingen mbt de verantwoordelijke brouwerij met de barman door te nemen.
Nee, 't was weer 'ns tijd voor een oerdoodgewoon amsterdams café, waar mensen na afloop van arbeid simpelweg een vaasje bestellen, desnoods er een kopstootje van maken, een spelletje backgammon met de buurman wordt gespeeld, de kachel aanstaat, & Truus van om de hoek de soep van de dag heeft bereid.

Kortom, tijd voor café 't Monumentje in de Westerstraat, waar niets van dat al plaatsvond, behalve dan 't spelletje backgammon. 't Koste me wel 10 minuten ronddralen langs div etablissementen in de Jordaan, stiekem glurend naar gezelligheid door de ramen, de juiste dosering drukte overwegend, de leeftijd van 't barpersoneel schattend op korrektheid, voordat ik deze beslissing spontaan kon nemen. Maar toen was 't dan toch tijd voor een middagje zien wat komen gaat. Als 't niet beviel kon ik na 't 1e biertje al vertrekken.

't Was een goede keuze, besloot ik na binnen een minuut geholpen te zijn door de accordeonist van de Virtuoze Matrozen, een plek, lekker koele plek, gevonden te hebben naast de deuropening, waardoor ik me niet van m'n jas hoefde te ontdoen, & in conversatie te zijn geraakt met de oudste bezoeker van 't dranklokaal.

'Je kan net zo goed je tas op die stoel tussen ons zetten; we zitten nu toch al met z'n 2-en aan deze tafel. Niemand die er dan nog bij komt zitten.'
& : 'Ik doe 't zelf ook altijd.'
& : 'Nou, dat was me wat, hè, afgelopen zondag?'
& : 'Ongelooflijk, toch.'
& Enkele goedbedoelde glimlachjes.

Men moet maar denken: die jongen is dat niet meer gewend.

Ik heb me ook voorgenomen mensen die ik al lang niet meer gezien heb, wiens naam me evengoed te binnenschiet, desnoods ook niet, ook in geval de herkenning niet onmiddellijk wederzijds is, te begroeten. Spontaan, enthousiast.
Zondag was 't bijv Desmond. Op 10 meter afstand riep ik 'm aan.
Zondag was 't ook Muriel. Die bij mij kwam bier drinken. Ik wilde wel weer 'ns zoenen met een mooie vrouw. Op voorwaarde dat ze me gedag zou zoenen kreeg ze 't biertje gratis. Goede deal.
Vandaag was 't Hugo. Vlak voordat we elkaar voorbij liepen was er herkenning & maakten we een praatje.
In 't Monumentje waren 't Dennis & Nosmo. Ze herkenden mij al voordat ze de deur open hadden.

't Oude mannetje maakte ruimte voor zoveel vriendschappelijkheid, zoveel verhalen over vergane tijden, zoveel informatie over hoe 't nu wel ging, hoe 't allemaal gekomen was, wat er nog aan gedaan kon worden, wie de schuldige was, hoelang dan in coma, of hij nu volledig z'n geheugen terughad & hoeveel bier Nosmo tegenwoordig kon drinken, & een kort moment van voelen waar 't gat in z'n schedel zat.
'Voel maar. Moet je je hand hier 'ns overheen halen. Daar heb ik gewoon geen schedel meer.'

Zijperspace bestaat vooral uit verhalen die nog niet volledig zijn.

burenbezoek

Goed. Men heeft mij ontdekt. Men is te weten gekomen hoe 't in elkaar steekt. Waar ik m'n geld mee verdien. Hoe ik m'n klanten behandel. Dan kan ik net zo goed open boek geven.

M'n 1e klant is de Surinamer. Hij komt bij me aan de toonbank terwijl ik aan de telefoon hang met Bierenco voor 't verlaat doorgeven van de bestelling. Bij wijze van uitzondering, vertellen ze me, zullen ze 't dinsdagmiddag komen leveren. Da's morgen. Tijdens 't telefoongesprek dat ik met Dave van Bierenco voer, scan ik 't flesje van de Surinamer, neem 't geld in ontvangst, geef wisselgeld retour & vraag ik me af waarom hij zo lang moet blijven staan. Ik vraag Dave of-ie aan de lijn wil blijven hangen & bekijk 't goedje dat de Surinamer aan 't uitpakken was.
'Wil je dat onmiddellijk opbergen,' zeg ik hem dwingend, 'dat wil ik hier nooit zien. & Meteen m'n winkel uit.'
'Ja, je hebt gelijk,' zegt-ie, terwijl-ie z'n pillen weer inpakt, die hij achter een grote fles bier verstopt had proberen te houden. Waarop-ie z'n fles meeneemt naar buiten.
Hij heeft een opgezwollen kop, een gladde waas over z'n ogen, z'n tong wil de hele tijd z'n mond uit als-ie iets zegt. Z'n schouders bewegen bij elke stap die hij zet mee met z'n lichaam.
'Je hebt gelijk, dat had ik niet moeten doen.'

10 Minuten later glipt hij opnieuw achter een klant langs naar binnen. Gaat achter 'm staan om door mij geholpen te worden. Hij haalt alvast een biljet van 20 tevoorschijn.
Niet weer, denk ik, hij heeft net al een groot gedeelte van m'n wisselgeld meegekregen.
'Als je daarmee wilt betalen, dan lukt 't niet,' zeg ik 'm.
'Ah nee,' reageert-ie.
'Nee, ik heb je daarnet ook al 2 munten van 2 gegeven. Betaal daar maar mee.'
'Nee, dat meen je niet,' zegt-ie, 'als een blanke man voor je staat, heb je altijd wisselgeld. Waarom doe je nou zo tegen me? Je bent een rascist.'
'Sinds wanneer ben ik een rascist? Ik heb gewoon wisselgeld tekort & jij haalt m'n kassa leeg voor die handel in pillen van je. Dan ben ik nog geen rascist.'
'Jij behandelt me nooit goed. Altijd heb je wat. Ik kom elke dag. Ik ben een vaste klant. Je verdient aan me.' Hij praat ondertussen met stemverheffing tegen me.
'Zeg, je kan ook wat zachter praten, ik heb meer klanten dan jij. Als je niet normaal met me er over kan praten, kan je meteen vertrekken.'
'Je bent niet de enige in deze buurt die bier verkoopt, hoor.'
'Nee, gelukkig niet.'
'& Als je me 't niet wilt verkopen, dan blijf ik wel buiten op je staan wachten.'
'Weet je wat. Zal ik gewoon de politie bellen, om te vragen wat zij van jouw oplossing vinden?'
'Ja, doe dat maar,' zegt-ie, maar hij liep al naar de uitgang.
'& Vergeet niet dat je hier niet meer welkom bent,' zeg ik 'm achterna.

Ik herken Luna al in de deuropening, haar gezelschap niet. Dat zou haar partner kunnen zijn, denk ik, & reik m'n hand uit om me voor te stellen.
'Ik weet wel wie je bent,' zegt VJ, waarop z'n identiteit me plotsklaps te binnen schiet.
'Ik mis de zonnebril van je nieuwe logo,' probeer ik me er uit te redden.
't Voelt een beetje onwerkelijk aan, zo plots overvallen te worden door 2 medewebloggers. Als een verrassing, een kadootje, maar ik weet mezelf nog geen houding aan te meten om 't kadootje netjes uit te pakken.

Gelukkig staan er 100-en soorten bier die Luna & VJ kunnen bewonderen & heb ik zo af & toe een vaste klant die z'n dagelijkse spoelmiddel in komt slaan.
'Mag ik je wat vragen?' zegt Speedy, hortend & stotend, z'n lichaam net zo erg als z'n stem.
'Tuurlijk mag je wat vragen.'
'Ik moet ff m'n pillen goed wegstoppen. Mag ik dat ff snel hier doen? Dan doe ik 't zo dat niemand buiten 't ziet.'
De 2e keer dat ik de pillen, waar 't allemaal om draait in deze buurt, vandaag zie. Want Speedy heeft ze al tevoorschijn gehaald voordat ik er toestemming voor kan geven. Weliswaar onopvallend, met de rug gedraaid naar de straat, maar toch.
'Eigenlijk wil ik daarvan niks in m'n winkel zien,' zeg ik 'm.
'Dat weet ik, daarom doe ik 't ook op deze manier.'
Hij is er al mee klaar. De pillen zitten keurig op een stapeltje in z'n andere broekzak.
Met z'n stoterige lichaamsbewegingen loopt-ie weer naar buiten. Ik vervolg m'n gesprek met de webloggers.

Enkele minuten later zien we 'm alweer terug. Voor 't statiegeld op z'n lege fles.
Dat kan ik snel afhandelen, denk ik. Maar Speedy ziet grote flessen staan. Daar wil hij meer over weten.
'Dat wil ik je allemaal wel uitleggen,' zeg ik 'm, 'maar ik heb nu een belangrijk gesprek. Dat doe ik de volgende keer wel.'
'Ok, is goed.' & Hij schuift de winkel weer uit.

& Midden in dat wereldje van junks & alcoholisten, die zich laten afwisselen door toeristen die zich van niks geen kwaad bewust zijn, praat ik met Luna & VJ over dat kleine landje waar wij deel van uitmaken. Als we niet met beide benen op de grond staan.
Hoewel ze al op 't punt staan om te vertrekken, in de veronderstelling dat ze me in m'n werk storen, weet ik ze nog wat langer binnen te houden.
'Ik vond 't net zo leuk dat jullie er waren,' doet ze nog wat langer blijven.

Ze zijn nog maar net een paar minuten vertrokken, na een verblijf van ong een ½ uur, of er komt een vieze zwerver langs. In een walm van weed. Met een sinaasappelnetje over z'n haar. Met een doffe blik, waar geen logische gedachte meer achter kan steken.
Hij zegt dat-ie een hele tijd in Joegoslavië heeft gezeten, dat-ie daarom niet wist dat 't oude 10-tje er uit was, waar-ie mee wilde betalen.

Waar moet je 't relaas van zo'n dag mee afsluiten? Als 't zich door alle gebeurtenissen niet al laat aanvoelen. Alle conclusies zijn overbodig, ik hoef geen overweging meer mee te geven.

Zijperspace heeft z'n plekje in Weblogland, & men is blij met z'n buren.

marsepein

Een kinderlijk genoeglijke glimlach verscheen op m'n vader's gezicht bij 't uitpakken van z'n kado. Hij wist al wat er in zat. Net zoals-ie wist wat er uit de daaropvolgende verpakkingen bij de anderen zou komen. Hij had tenslotte zelf voor de ruimhartige Sint gespeeld. Hij was zichzelf daarbij, net als andere jaren, niet vergeten.

Je kon (& kan wellicht nog steeds) 'm geen groter plezier doen dan door 'm een stuk marsepein voor Sinterklaas te geven. Tijdens 't ontrafelen van een dergelijke verrassing begonnen z'n ogen te stralen, z'n wangen rezen een blije cm omhoog, z'n neus ging ietwat vooruit staan & aan 't lichtjes trillen van z'n onderlip kon je zien dat-ie op 't punt stond z'n blijdschap te vertalen in een waardig dankwoord richting de gulle gever.
'Dankjewel, Sinterklaas,' begon-ie dan, terwijl iedereen z'n pakjes ff met rust liet. 'Ik zat al te denken dat je me dit jaar vergeten was. Of dat je je wat zorgen had gemaakt over de ontwikkelingen rond m'n gebit. Maar ik merk dat je, net als ik, hebt ingezien dat ik & m'n tanden 't wel weer aankunnen.'

De schoondochters smaalden mee. Er was altijd iets met z'n glimlach, waardoor de dames liever naar hem keken dan naar de op hun leeftijd afgestemde partner, naast hun gezeten. Waarschijnlijk tevens in de veronderstelling dat als ze meer lieve glimlachjes wierpen naar die oude man, schoonpapa geheten, de bal marsepein die nog moest komen wellicht groter zou worden.

Elk jaar kocht m'n vader via z'n school een bonk marsepein in. Die werd onmiddellijk na aankomst verstopt. Zodat alleen m'n vader stiekem kon voorproeven. Niemand die er voor de rest bij mocht komen.
Slechts als 1 van de schoondochters op bezoek kwam, werd er een uitzondering gemaakt. Dan kwam-ie plots met een klein bolletje aanzetten, zorgvuldig rond gerold.
'Wil je alvast voorproeven?' vroeg hij dan met z'n glimlach.
Er stak wat ondeugends in die lach. Hij sloot daarmee een pact met de dames, waar de broers geen invloed op konden hebben. & Met dezelfde glimlach, verleid, pakten de dames 't bolletje aan & staken 't in hun mond.
Als zoon & als partner kon je 't de rest van de dag wel vergeten. Bij conflicten met je vader zou je voorlopig geen gelijk meer krijgen.

Een paar dagen voor aanvang van pakjesavond begon m'n vader z'n bonk in partjes te verdelen. Hij gebruikte er zelfs een weegschaal bij. 't Moest zo eerlijk mogelijk. De gevormde hoopjes draaide hij tot strakke ronde bolletjes. De uiteindelijke stapel legde hij weer terug op de geheime verboden plek. Daarnaast de grote bol, die hij zichzelf als wintervoorraad had toebedacht.

'O, Sinterklaas is nog wat vergeten,' kon 't aan 't eind van de bewuste avond klinken vanuit z'n mond.
Hij zocht z'n geheime plek op, die inmiddels bij alle 6 jongens genoegzaam bekend was, maar ondanks die wetenschap toch niet betreden werd, & haalde de schaal marsepeinbolletjes tevoorschijn. Ieder kreeg z'n deel. Met een xtra glimlach voor z'n schoondochters.
M'n vader is een charmeur, besefte ik me toen, als 't gaat om schoondochters & marsepein.

Zoetigheid wordt sindsdien met argwaan beschouwd in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Theo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

tijdperk

Ik heb een jetlag van 1 uur. M'n ogen somberen. M'n wimpers knipperen treurig op & neer. M'n maag probeert nog steeds m'n eten te verteren, maar weet dat-ie er te laat aan begonnen is.

Ik dacht dat ik er gister voorbeeldig aan begonnen was, de wintertijd. Lekker laat naar bed, 's nachts nog wat gestommeld & pas om 10 uur op. Wintertijd dus. Ik was voorbereid.

Ik vroeg me nog af hoe 't nou zat. Hoe 't komt dat de tijdsaanduiding rechtsonderaan m'n beeldscherm 't steeds weer presteert achter te lopen. & Elke keer als ik de comp herstart weer geheel gelijk komt te staan. Hoe zou die tijd in m'n comp reageren als de wisseling van seizoenen weer zou gaan plaatsvinden, vroeg ik me af.
De videorecorder was geruisloos overgestapt naar de nieuwe tijd. Vlak voordat ik naar bed ging, waarschijnlijk 2 uur dus. De comp liet op zich wachten. Maar stond de volgende ochtend wel klaar met enkele vragen mbt de instelling van de nieuwe tijd. Na beantwoording van deze vragen ging 't gedwee mee in een blijkbaar nieuw era.

Bomen horen voor eeuwig in een tuin te staan. Ze horen de mens te overleven. Ik weet niet anders dan dat ze ouder worden dan de mens. Maar de japanse sierboom, zoals ik 'm inmiddels heb genoemd, bleek vanmiddag genoeg te hebben aan 1 menselijk leven dat 'm reeds had verlaten. De 1e de beste najaarsstorm onder mijn hoede legt-ie 't loodje & gaat-ie pontificaal hangen over de tuin van m'n buren. Die meteen hun tuin niet meer indurven.

Dit moet een teken van vergankelijkheid zijn, denk ik, terwijl ik onderdoor de pluk aarde kijk, die de boom heeft meegesleurd, waar-ie heel symbolisch z'n eigen wortels dmv z'n gewicht de grond uit heeft getrokken. Totaal geen houvast, totaal geen hang naar 't verleden meer.

Bepaalde elementen zijn niet goed voorbereid op de seizoenswisseling in Zijperspace.

fred

'Leg je schriften met 't huiswerk maar op tafel,' begon Dinkla de les in Handel, 'dan kom ik 't tussendoor bij iedereen controleren.'
Ik legde m'n schrift open op een willekeurige blanco blz. Dinkla begon z'n inspectietocht in mijn rij. Zoals ik verwacht had, dan was-ie eerder bij mij, z'n grootste oponent. 't Was een spel, waarvan ik de regels kende, maar waarbij Dinkla alleen niet wist dat-ie m'n enige tegenspeler was.

'Wat is dat?' vroeg-ie verontwaardigd, wijzend naar m'n maagdelijk witte blz.
'Da's een schrift,' glunderde ik naar 'm, 'dat weet je toch wel, Fred? Schriften gebruiken we om notities in te maken of 't huiswerk in te doen. Kijk,' & ik pakte m'n pen & hield 't voor z'n neus, 'dat doen we dan hiermee. Heet een pen.'
'Weet je wat jij doet? Je dondert maar op als je je huiswerk niet gemaakt hebt.'

Ik had vaak wel m'n huiswerk gemaakt, of in ieder geval een gedeelte ervan, maar 't ging me om de uitdaging. De minieme variaties die Dinkla & ik in ons spel konden aanbrengen wilde ik ontdekken. Ik wilde zien hoe ik 't spel tot op 't bot kon ontleden & binnen een minimaal tijdsbestek kon laten verlopen. Dus als ik na 1 minuut alweer buiten 't klaslokaal stond was dat een kick. Tenzij ik wist dat Küppers ergens rondliep.

M'n xcuus voor 't niet maken van huiswerk was dat ik de voorgaande les er uit gestuurd was. Vond ik een geldige reden. Dinkla niet. Hij stuurde me weer weg.
Dat was niet volgens de regels van 't spel, maar dat kon ik Dinkla niet kwalijk nemen, want die regels kende hij niet. Ik was gedwongen een paar dagen zijn spel te spelen. Eigenlijk was dat ook weer onderdeel van mijn spel: te bepalen wiens spel we speelden.

'Fred, mag ik je wat vragen?' begon ik de les.
''t Is Dinkla voor jou. Of eigenlijk Menéér Dinkla.'
'Je hebt gelijk, Fred. Maar mag ik wat vragen?'
'Weet je wat: je mag pas iets vragen als je je vinger hebt opgestoken. Dan geef ik je wel een beurt.'
Er gingen onmiddellijk 4 vingers de lucht in. Iedereen mocht z'n vraag stellen; technische vragen over de stof die we als huiswerk mee hadden gekregen. Ik kwam pas als laatste aan bod. Al die tijd hield ik m'n arm echter omhoog.
'Ben ik nu aan de beurt, Fred?'
'Dinkla. Ik wil dat je Dinkla zegt.'
'Goed Fred Dinkla, zal ik doen. Maar ben ik nu aan de beurt?'
'Zeg 't maar.' Hij kon er niet meer omheen.
'Waarom zie je er zo slecht uit vandaag, Fred? Wat heb je gisteren gedaan?'
'Sodemieter maar op, Zijp.'
Hij wees met z'n vinger naar de deur. Bleef stilstaan achter z'n buro & wees.

Er werd veel vals gespeeld in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Marc. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

wie

Wie ben ik?
Ik ben de man die rent. Kent u de film niet? Ik ben de man die rent over de sloten. Over weides die groen zien van snelheid. Die struikelt over de rand van de 3e sloot. & Stapt in de stront op 't weiland na de 4e. Dat doet me slechts sneller glijden over 't asfalt, dat de weilanden & de sloten met elkaar tussendoor verbindt.

Ik gebruik springplanken. Vlak voor de overgang van straat & groen laat ik de stoep werken. Ik zet me af. Spring omhoog. Zweef voor een kort moment. M'n ledematen golven alle kanten op. Zwabberen voor een tel door de lucht. Ze zeggen voor even niks. Men kan m'n zwenkende beweging volgen. Ik ga.
& Kom terecht.
Ik ren.

Ik heb geen rem. Daar is m'n lichaam niet op gebouwd. Dan trekken m'n wangen naar achteren. Of nee, naar voren. M'n speeksel loopt vervolgens uit m'n mond. Laat sporen achter in de lucht van voorbij. Dat zie ik niet. Liever ren ik door.

Ik ren over gazonnen. Door hofjes. Over siertuinen. Ik ren voorbij de vroege krantenbezorgers. Ren voorbij de mannen die vertrekken in 't ochtendgloren. Laat hun achter in verlegenheid van 't ochtendkloffie. (Hun stropdas hangt scheef).
Ik ren over de auto's die langs de kant van de weg staan. Ik ruk met m'n jas de spiegels er af. Niet moedwillig, 't gebeurt onderweg. In de vaart van m'n lichaam. De spiegels kunnen me gewoon niet bijhouden. Ik ren nl.

Ik ren verder. Ik ren door 't bos. Niet meer over de smalle bospaadjes. Ik sjees voorbij de takken van bomen. Passeer struiken, ze zien me amper. De vogels durven me niet na te fluiten. Ik hol m'n ouders voorbij. Ik ren de bladeren tot herfst.

Ik heb geen haar meer op m'n hoofd. Ze slijten terwijl ik nog maar net op gang begin te komen. Onderwijl sprint ik door een winkelpassage. Neem 't raam ipv de reguliere uitgang. Dat springt, dat zingt, dat splintert uiteen. Allen gaan opzij. Iedereen laat me voorbij. M'n haren laat ik onderweg achter. M'n huid schilvert erachteraan. Ik hop over fietsen, rollators, steppen & zebra's met blinde stokken heen. & Ren verder.

Ik ren de bergen van Nederland tot polders. De sloten tot rivieren. De sprongen worden tochten met een veerpont. De verlegenheid worden verhalen. 't Speeksel stuift m'n verleden achterna. Drijft als sliertende massa m'n wangen na.

Ik draaf voorbij de prikkeldadende lijnen, de behegte lanen. Stop geen moment. Buiten adem, buiten zinnen ga ik nog steeds verder. Ik ren in Noord. & Ga voor West. Maar weet dat ik via Zuid zal moeten gaan.

Ik ren. Men probeert mij te volgen.

Men weet blijkbaar niet dat 't sluitingstijd is in Zijperspace.

excelsior

Ik zal 't volgende volledig uit m'n hoofd moeten vertellen. De VPRO-gids ligt tenslotte maar liefst 2 meter van me vandaan. Veel te ver, veel te vermoeiend om daarvoor op te gaan staan.

M'n collega vindt, ze zei 't laatst, de VPRO-gids maar saai. Valt niets aan te beleven, zei ze.
'Hoe kom je daar nou bij?' vroeg ik verwonderd. 'Elk artikeltje in die gids kan je lezen zonder dat je uiteindelijk 't programma hoeft te zien. 't Zijn op zichzelf staande stukjes, zonder 't begeleidend programma zijn ze al interessant genoeg.'
'Oh, hmmm. Geef mij toch maar de VARA-gids.'

Ik nam altijd de VPRO-gids mee de trein in. Machtig interessant om 'm helemaal uit te pluizen. Onderweg van Amsterdam naar Den Helder had ik genoeg tijd om alle artikelen te doorgronden, te weten te komen wat er de komende week ging gebeuren & wanneer de noodzaak daar was m'n video-recorder te programmeren. & Ik werd er wijzer van. Hij was gevarieerder dan een opinie-weekblad. Beter aansluitend op m'n studie bovendien.
Ik ben altijd een talent geweest in 't nuttige met 't aangename te verenigen.
Tot vervelens toe, vonden enkele vrienden. Vermoeiend ook, vonden anderen. Die reken ik niet meer tot m'n vrienden.

Ik heb verhalen gelezen over dinosaurussen, die me normaliter de ballen interesseren. Over de secretaresse van Luns, die totaal overbodig was, omdat Luns veel sneller was met z'n steno; de wijze waarop men handen kan lezen; waarom cassette-bandjes uit de mode zijn geraakt; wie die schrijver toch was die tijdens 't boekenbal de voeten van beroemdere mensen kuste; waarom je beter je mond kon houden op 't moment dat een bepaalde dichter z'n gedicht verkondigde, ook al was-ie reeds dood; hoe stekelig een stekelvarken in werkelijkheid is; hoe ver 't geluid draagt dat wij hier op aarde gezamenlijk produceren, etc.
't Is een groot Kijk-tijdschrift, maar dan voor volwassenen. Vaak ook gerelateerd aan de aktualiteit.

Maar dat interesseerde me de ballen, toendertijd, de aktualiteit, laat staan dat 't me tegenwoordig iets doet. 't Ging me er om dat ik me uitstekend amuseerde, gezeten in de trein. Ik had 't idee dat vrienden van me 't blad gevuld hadden. Dezelfde vrienden waarmee ik 't blad van Film & Tv-wetenschap vulde. Ze hadden vast stiekem over m'n schouder meegekeken (& hadden, heel gluiperig, een goed-betaalde baan bij die gids), me bespiedend in wat ik nou leuk vond om te lezen. Met de trein onderweg naar de volgende bestemming. Zonder tv in m'n nabijheid. Die had ik immers niet nodig op dat moment.

Waar 't nou om ging. Waarom ik over de VPRO-gids begon.
Er stond een stukje over 't platenlabel Excelsior in, vanavond. Vrouw van eigenaar van 't label belde haar echtgenoot, zo werd erin verteld, vanuit een platenzaak. Ze was verontwaardigd dat de cd van Macy Gray alweer € 20,- moest kosten. Dat dat toch echt te ver ging. & Dat die eigenaar (men begrijpt: ik ben z'n naam vergeten & de tocht naar de gids is nog steeds een te grote opgave) toen besloot dat dat anders moest.
Die grote pief van Excelsior besloot dus zomaar dat zijn cd's, men weet wel, die van klassiekers als cd's van Johan, Spinvis, Caesar, Daryll Ann & Meindert Talma, voortaan niet meer mochten gaan kosten dan € 15,-. Omdat hij ook verontwaardigd was.

Nou zal men zich natuurlijk afvragen: wat heb ik nou aan dit verhaal? Zit er een boodschap in? Moet ik er dan iets mee?
Niets, nee, nee, zijn de achtereenvolgende antwoorden.
Ik ben echter wel meteen op de fiets gestapt, hoewel ik ietwat krap in tijd zat ivm m'n werk, om bij m'n cd-boer de 1e cd van Johan te kopen. Omdat ik 'm nog niet had. Omdat ik dat eigenlijk schandalig vond.

Kijk, zo komen de dingen dus samen, dacht ik, toen ik op m'n werk de nieuw aangeschafte cd draaide. Hoewel ik daar niet de beschikking over een VPRO-gids had.
De cd kostte me € 12,95, de VPRO-gids kost in de winkel € 0,90, maar ik heb een abonnement op de laatste, dus beding ik daar zelfs nog korting op.

Zelfs met korting kan men veel lol beleven in Zijperspace.

contact

Ik probeer weer 'ns orde in m'n leven te scheppen, maar dat doe ik op dezelfde manier als dat ik al zo vaak heb gedaan. M'n sociale leven moet op orde gebracht worden; ik moet weer aandacht besteden aan de mensen die ik gekend heb, nog steeds ken, waarvan ik weer wil weten hoe 't met ze gaat. 't Wordt tijd dat ik weer uit m'n schulp kruip. 't Wordt tijd dat ik me ga realiseren wat er met anderen gebeurt.

(Ik noem de namen nu eens ff niet. Gewoon de 1e letter, met een punt er achter; de personen in kwestie herkennen zich vanzelf wel in 'tgeen ik schrijf. Waarom zouden andere mensen moeten weten dat 't om hen gaat? Net iets teveel details om voor een buitenstaander namen bekend te maken.)

Ik moet weer met J. uit eten. Ik moet haar bellen om daarvoor een afspraak te maken, maar vergeet 't elke keer, of stel 't uit naar een geschikter moment, waarop ik 't alsnog vergeet. Of nogmaals uitstel. Ik had beloofd te bellen, nadat bleek dat ik later van vakantie terug zou komen.

Ik zal M. toch 'ns een meeltje sturen. Dat ik 't hartstikke leuk vind voor haar vriendje, maar dat 't niks is voor mij om zo'n website te linken. Ik verheug me er op meer kontakt met haar te hebben, wil haar veel vaker zien, maar kan haar niet uitleggen, durf haar niet uit te leggen dat ik 't een afschuwelijk programma ga vinden waar 't vriendje in op wil treden.

Dat zijn de negatieve kanttekeningen. Ik dacht: ik kan maar beter daar mee beginnen, ook al leerde Chiem van Houweningen me ooit dat je beter 1st positieve kritiek kan leveren, dan is de mens meer bereid 't negatieve te accepteren, maar ik heb 't tenslotte tegen mezelf, dus die les dringt momenteel waarschijnlijk toch niet tot me door.

Ik ga binnenkort bij S. op visite. & Ook bij M. Kijken hoe Culemborg er uitziet, & anders Breda. Wat zij er van maken. Hoe groot een huis in zo'n plaats is in vergelijking met 'tzelfde bedrag in Amsterdam. & Kijken hoeveel veiliger kinderen opgroeien. Zien hoe 't is op te groeien, verder te leven in een plaats buiten Amsterdam.

Ik ga bij P. langs. De afspraak is al gemaakt. Omdat zo'n 1e ontmoeting veel te snel gaat, ook al denk je elkaar uit & te na te kennen. Voordat je 't weet ben je 't gezicht alweer kwijt. Tast je je geheugen af naar een beeld, & raak je die kwijt doordat je juist te bang bent 't te verliezen. Alle zinnen raken vervlogen in een overpositief geheugen. 't Wordt tijd om elkaar te ontmoeten onder een geringere spanning dan die 1e keer.

B. gaat trouwen. Uiteindelijk, stond er op de aankondiging. Er stond ook nog iets op 't geboortekaartje van z'n 2e kind, maar die probeer ik al een ½ jaar te negeren, omdat ik me er niet toe kon zetten een afspraak te maken. Vooral omdat ik me doodschaam dat ik er niet toe kom. & 't Vergeet zogauw 't moment daar is om te bellen.

A. kwam plotseling langs. We hebben gepraat wat we beiden nou aan 't doen waren, terwijl hij mijn bezigheden meteen in ogenschouw nam. 't Was tenslotte op m'n werk. We hebben gepraat over vriendinnen die kinderen kregen, soms al hadden; over vrienden die gingen trouwen & ook al kinderen hadden. Over M. die overleden was. & Hoe. Over schuldgevoelens bij de overlevenden. Over M.

Een telefoontje van C. & Ik vraag me af hoe groot haar kleine is. Hoe haar huis er ondertussen uitziet. Waarom 't zoveel moeite kost geregeld contact te hebben.

Ik was afgelopen zaterdag op visite bij E. Ze had kanker. Daar kwam ze kort na m'n verjaardag achter. Meteen geopereerd, meteen verwijderd. Ik zat vanaf m'n verjaardag te wachten op een telefoontje. Ze had immers gezegd: 'Nu zal ik jou een keertje bellen.' Maar een ½ jaar later nog steeds niets gehoord. Tot S. 't me vertelde. Toen moest ik wel bellen. Toen moest ik zien of E. nog steeds E. was. Toen moest ik weer lachen met haar. Drinken ook. Toen wist ik dat 't goed was langs vrienden te gaan. Je gezicht af & toe te laten zien.

't Is ongelooflijk hoe je verleden terug kan komen als je in gezelschap bent van mensen van toen, hoe je gemak terugkomt, 't gevoel dat je thuis terugkeert, hoe alles in orde is.
Je maakt een grapje. De 1 lacht, de ander lacht. Alles is begrijpelijk. Alles is normaal. Je omhelst elkaar, geeft elkaar een zoen.

& Je keert terug naar Zijperspace.

zijperspace

zijperspace is een vak apart
zijperspace is
zijperspace is een zwart gat
zijperspace is dat geen bezwaar
zijperspace is uitgeschreven
zijperspace is het duizenste bericht aangekomen als een soort atoom
zijperspace is een tot dusver in onze optiek zéér ten onrechte ondergewaardeerd life
zijperspace is verhuisd naar tokelau


Moest ff tussendoor, zodat men 't weet.
(via Gaby)

b-11

We voelden ons belangrijk, daar in B-11. 't 1e Lokaal op de 1e verdieping van de Blauwe vleugel van 't Johannes College: B-11. Speciaal gereserveerd voor de leerlingen: een klein hok, volgeladen met vooral 3e-hands banken, waarvan de veringen dermate versleten waren dat 't perfekt hangen was, & een enkele kast. 't Hok was eigenlijk vooral bestemd voor de vergaderingen van de leerlingenvereniging, bestaande uit vertegenwoordigers van alle klassenvertegenwoordigers (van elk jaar 1). Maar 't was vooral een ontmoetingsplek voor degenen die zichzelf belangrijk vonden, dan wel ertussenuit sprongen. & Degenen die een grote mond op konden zetten, een bepaalde mate van creativiteit bezaten, er voor de rest niet bij hoorden, wegens alternatief. Of anderszins: vaak de les uit werden gestuurd. Ik ben bang dat ik vooral tot de laatste groep behoorde. Dat feit zorgde er echter wel voor dat er altijd een bakkie thee voor m'n medeleerlingen klaar stond, zogauw de lessen afgelopen waren.

't Was ook wel zo prettig, daar te vertoeven. Je kon elk moment van de dag thee zetten met 't koffiezet-apparaat, er waren heerlijk oude banken om op te hangen, niemand die je zag als je een uurtje spijbelde (tenzij je aan de overkant nederlands zou hebben in G-12), & er was altijd wel gezelschap. & In tijden van betrekkelijke rust aldaar, vond ik eindelijk de gelegenheid m'n huiswerk te maken.
Verder was 't de ideale plek om leerlingstakingen voor te bereiden, je op te maken voor de sinterklaasviering, verliefd te worden op de knapste meisjes van school, & je in een bepaalde mate uniek te voelen binnen de grijze massa van op elkaar gelijkende leerlingen van de middelbare school.

Evengoed was ik ervoor gewaarschuwd. 't Zou niet de juiste plek zijn om je te begeven, volgens Marco, m'n maatje in de 1e klas. Op leeftijd 12.
Zo vertelde hij me tijdens de muziekles, die plaatsvond in 't belendende lokaal: B-10. Vanuit een hoek van die ruimte konden we door de beider ramen nog net een stukje B-11 inkijken. Machtig interessant, vonden we die ouderejaars; veel groter & wijzer leken die al. Veel rustiger ook. Maar ook behoorlijk angstaanjagend, zo maakte Marco me wijs. Volgens z'n moeder, verhaalde hij aan mij, kwamen er na elk schoolfeest een 10-tal meisjes bezwangerd thuis. 't Was een Sodom & Gomorra, de feesten, & de leerlingen in B-11 spanden daarin de kroon.

De 1e 3 jaren durfde ik zodoende niet naar de schoolfeesten, afschuwelijke taferelen zouden er plaatsvinden, waar mijn kuisheid nog niet tegen opgewassen was. & B-11 rende ik voorbij, onderweg naar de muziekles. Ik schrok wild op zogauw iemand plots daar door de deur de gang in kwam lopen & drukte me onmiddellijk tegen de wand aan de overkant ervan. Rug tegen de muur. Geparaliseerd stuwde ik me langzaam verder richting les.
Mijn inbeeldingsvermogen was toendertijd ietwat te sterk.

Marco ben ik uit 't oog verloren. Die zou me vast hebben behoed voor de toetreding tot 't groepje van B-11. Maar op een gegeven moment zou 't ook met hem onafwendbaar zijn geweest: ik was uniek in de wereld, & hoorde daarom in B-11.

Ook al was die wereld niet groter dan Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Marc. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

sneller

Af & toe zou ik willen dat ik kort & kompakt kon schrijven, een gedachte niet meer dan een tel duurde om uit te werken, & m'n vingers de 200 aanslagen p/m ruimschoots overschreden.

Dan zou ik ook willen dat ik niet zoveel te vertellen had. Een woord een zin was, & een zin een verhaal, een dag een jaar, momenteel de zonsopgang zich afspeelt & straks 't moment aangebroken is voor 't slapen gaan.

Ik zou willen dat m'n baard nog langzamer groeide. M'n tanden vanzelf glanzend wit bleven, m'n zweet niet rook, m'n nagels niet groeiden. & Ik nooit hoefde te werken.

Dan ook maar gelijk dat ik geen behoefte had aan drank, eten een overbodige tijdsverspilling, sex iets van vroeger (hoewel, na ampel overwegen, die laatste 3 toch maar niet). Alles 'tzelfde bleef, nooit meer slaap.

& Morgen 't boek verscheen van Zijperspace.

dun

Stel dat ik een dikke man zou zijn, een omvangrijke kerel, dat ik een buik zou dragen, worstjes van armen zou gebruiken, me langzaam hupsend van 't ene op 't andere been zou voortbewegen, 't me moeite zou kosten m'n grote teen te krabben, & ik niet zou kunnen zien wat er onder m'n buik hangt; stel dat.

Ben ik dan nog steeds dezelfde. Ben ik dan onzeker. Ben ik dan een ander. Ben ik dan nog schuldig. Ben ik dan bevooroordeeld. Heb ik recht van spreken. Kom ik nog op tijd. Wijken de mensen dan voor mij. Of wijk ik voor de mensen. Wie luistert er dan nog. Luistert men dan juist wel. Waarvoor ben ik dan dik. Waarvoor ben ik niet dun. Wie heeft mij zo geschapen. Hoe lang blijf ik nog leven. Leef ik langer in dunne toestand. Waarom is de weg zo smal. Hoe breed is een deur. Hoe zwaar kan je worden wil de ondergrond je kunnen dragen. Hoe is sex. Wie heeft er vanavond sex. Hoe maakt men een fiets. Hoeveel meter bedraagt de remweg. Wat is maat houden. Wat zijn calorieën. Hoeveel bloed stroomt er door een lichaam. Hoeveel bier drink ik per dag. Kijken vrouwen naar me. Jeukt m'n lichaam of jeuk ik m'n lichaam. Waar zit de geest. Ben ik grappig. Wat is een grap. Hoeveel ml zit er in een glas. Hoeveel gram in een kilo. Hoelang duurt de dag. & Een reis. Waarheen gaat de reis. Heeft iemand anders ook die reis geboekt.

Hoe is de wereld anders als ik een dikke man zou zijn. & Hoe vaak zou ik mezelf de vraag stellen hoe 't andersom zou zijn.

Of zou ik mezelf geen vragen stellen. Ben ik dun, omdat ik vragen stel. & Niet kan stilzitten in de tijd dat ik op 't antwoord wacht. Komt 't doordat ik onnoemelijk veel zware boeken draag, die alle mogelijke vragen kunnen beantwoorden. Komt 't doordat ik kms fiets om vooral geen antwoord, geen per ongeluk antwoord te missen. Komt 't doordat ik loop, zoekend naar antwoorden, zoekend naar rust, maar omdat ik zo ongeduldig ben, alweer voorbijgelopen ben aan een deel van de oplossing. Wil ik niets van dat, wil ik alleen maar rennen & niks doorhebben. Wil ik dat de wereld zo snel mogelijk aan mij voorbijgaat & de schijn ophouden dat ik 't wel bij kan houden. Terwijl de tijd voorbijvliegt, zoals ik veronderstel ook aan de dikke man.

Stel dat ik een dikke man was, kon vloeken op ongepaste momenten, stuurs zou reageren op nederige verzoeken, dwars van andere inzichten m'n mening zou spuien, andere vrouwen zou durven bezoeken terwijl ik trouw ben, 't breed kan laten hangen, de horizon me na staat, 't verleden ver achter me, zou de vrouw dan van me houden?

Is er dan, is er in die toestand, op dat moment, eindelijk geen behoefte meer aan vragen over Zijperspace?

kaartenbak

Alles dat mogelijk vergeten wordt, dient opgeschreven te worden. Anders heb ik niks aan de gedachte; anders ben ik totaal afhankelijk van m'n eigen improvisatie-talent. & Ik geloof dat ook die beperkt is.

Ik draag tegenwoordig standaard een notitieboekje bij me. Pen ligt in de aanslag op div plekken van m'n dagelijkse bagage. M'n digital voice recorder zit steevast in 1 van m'n jaszakken.
't Enige nadeel is dat ik ze altijd vergeet te gebruiken als 't moment daar is. Of de gelegenheid leent zich er niet voor.

De volgende stap, bedacht ik vanmiddag, is 't aanmaken van een archief. Een kaartenbak. Waarin alles naar alles verwijst. Een onderwerp meteen een zinsnede oplevert, een gedachte wordt onderbouwd door een enkele frase of anders refereert aan een soortgelijk onderwerp. Ook weer vormgegeven in een zin, een citaat, een gedachte.

Ik hou van kaartenbakken. Ik heb er in m'n jeugd 2 van aangelegd. Uitgebreid, tot zeer uitgebreid. Stripboeken, lp's, cassettebandjes. Te vinden op titel, schrijver, tekenaar, uitvoerende.
Later een nog meer geperfektioneerde uitvoering van de kaartenbak gecreëeerd door m'n videobanden te ontsluiten. In een comp-programma.
Ik kon uren naar de kaartenbakken kijken, er in rondspeuren, zonder ze daadwerkelijk nodig te hebben op dat moment.

De 1e winkel was dicht. 'Wegens omstandigheden'. Welke omstandigheden? Wanneer zijn jullie dan weer open?
In de 2e winkel had men geen idee waar ik 't over had, want ik werd doorgestuurd naar de afdeling kantoormeubilair.
De 3e winkel lag ver weg. Ik had speciaal daarvoor een uur pauze ingelast. Zoiets moet gedegen aangepakt worden, ging nog door m'n hoofd, vlak voordat ik opnieuw op de fiets stapte.

'Ik had meteen naar jullie moeten gaan.'
Dat zei ik tegen de dame die me hielp. Waarna ik m'n eigen kaartenbak, heel wat anders dan 't kartonnen doosje waar m'n stripverzameling ooit inzat, onder de arm stak, lief glimlachte, betaalde, richting uitgang liep, maar totaal niet wist wat ik op 't 1e kaartje zou moeten schrijven.

Ik heb een kaartenbak, dacht ik slechts opgetogen. Ik zal weer moeten gaan schrijven met de pen.

Maar Zijperspace zal betere archieven kennen.

respijt

Is men wel 'ns middernachts, of beter nog, tegen 't ochtendgloren, of nog beter, op 't moment dat de 1e zonnestralen 't lichaam beschenen, nog steeds wakker geweest? & Wezen staren, met open ogen, wijd open ongelooflijk wezen staren, niet geloven, bewonderlijk observeren?

't Lichaam lag daar. Gerold in een kronkeling zoals je niet voor mogelijk had gehouden. Een knie omhoog. Een rug hol. Een bil een bolling makend van ongekende hoogte. 't Gezicht zijwaarts zodat je nog net kon zien dat 't leefde. Dankzij de minieme, bijna doorzichtige snorhaartjes die per ongeluk hun eigen leven toonden. De snorhaartjes die er niet hoorden te zijn, maar daardoor juist zo duidelijk er op wezen dat je te maken had met vrouw.

Hoe dat lichaam dan schijnbaar zweefde boven beddegoed, die 't liet zwieren op innerlijke belevingen, slechts af te lezen aan snelle bewegingen onder 't ooglid. & Een knuist die gebald stond tegen grote gevaartes, onzichtbaar, ongrijpbaar, maar de vuist die zo duidelijk strijdbaar links naast 't hoofd lag. Hoe de vorm van 't lichaam bewonderd wilde worden, in al z'n onnozele schoonheid, onwetend van de hoeveelheid ogen voor vele uren.

't Eigen lichaam stond slechts ten dienste van 't voyeurisme. Stijf werden de spieren gezeten in continue kleermakerszit, trachtend afstand te scheppen, wakend tot de tegenovergelegen ogen zin hadden wakker te worden uit de vermoeidheid van een lange nacht.

& Je wierp al je liefde in je blik. Al 't geduld dat je eigen lichaam nog bezat, streefde ernaar zolang mogelijk te genieten van 't uitzicht. Elk uiterst puntje van je bewustzijn moest open staan voor 't ervaren. 't Zien.

't Uiteindelijk ontwaken. De trilling in de bil. De verstoring van de holle lijn in de rug. 't Verlaten van de perfekte boog in beide benen. 't Begin van een beweging in de elleboog. 't Beroeren van enkele haren die geklemd zaten onder 't hoofd. 't Wrijven van enkele vingers. 't Schuiven van de heup. 't Openen van de mond. 't Sluiten van de mond. De geur die zich bewust werd van z'n aanwezigheid. De deken die z'n bescherming tegen de kou gewaar werd. De verontwaardigde tegenover de starende blik. De borst, 't glimpje van de borst, die de boel nog ff op 't laatste moment op de hak nam.
't Verbreken van de nacht liefde.

De laatste liefde. Die zich had aangekondigd.

Maar nog enkele uren respijt had gekregen in Zijperspace.

zeelucht

Er zijn niet zoveel steden die aan 3 kanten omsloten zijn door water. Zeewater. Dat wisten ik & m'n broers al vrij vroeg in onze jeugd. Er waren niet zoveel vissershavens, marine-havens, wisten we ook, zo belangrijk als die van de stad Den Helder. & Er was maar 1 weg naar Texel: via datzelfde Den Helder, de plek waar wij opgroeiden. Goh, wat waren we daar trots op.

't Liefst waren we zo snel mogelijk weg uit die benauwende stad. De sfeer werd vooral bepaald door de officieren van de marine, die 1 keer per jaar hun kinderen vertelden dat ze hun vader moesten eren & gehoorzamen. Dan waren ze net terug van een ½ jaar varen. & Xtra streng. 't Kind moest voelen wie de vader was.

We hadden alleen geen weg om te vluchten. Geloof maar niet dat verlangend naar de toekomst kijken de weg over zee als vluchtweg schiep. De zee was eerder een doodlopend spoor. Na de zee was er niks.
Ok, tuurlijk zagen we Texel liggen als we op de dijk stonden, met daarnaast de Razende Bol. Maar 't verlangen naar die 2 plekken was nog meer 't zoeken naar een doodlopende steeg, dan 't leven in Den Helder reeds behelste. We keken slechts naar de overkant, omdat de Razende Bol een fascinerende woestenij op veraf was, & Texel een zelfgekozen gevangenis voor toeristen, waar ook in Den Helder geld aan verdiend werd.

De zeelucht was steeds slechts de bevestiging, de herinnering aan 't besluit ooit de stad te zullen verlaten. Later, als niets ons meer vast hield. Als niets ons meer wurgend omklemde, een angstige omhelzing van een stad in paniek, omdat ze wist dat ook wij ooit met de zeelucht 't land in zouden waaien. & Daarmee de reuk zouden meenemen van de zee. Een geur die anderen nog steeds deed associëren met een leven van vrijheid.
Wij wisten wel beter.

Slechts een nacht in ontij kon 't gevoel van gevangenis doen bekoelen. Slechts dan voelden we gemorrel aan de celdeuren. Slechts dan beseften we ten volle, wandelend, schuin overhellend tegen de stormende wind, dat we ons ooit zouden laten wegblazen, weg met diezelfde zeelucht, die ons in verre steden zou doen blijven herinneren waar we vandaan kwamen.

Maar dat 't dan net zoveel moeite zou gaan kosten terug te komen als 't geploeter over de dijk tijdens de felle krachtige najaarsstorm.

In Zijperspace heerst altijd de najaarsstorm, op helderse sterkte.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Xindigo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

autoritje

Veelal resulteerden de ritjes op zondagmiddag in een bezoek aan 1 van de opa's & oma's. (Dat moet duidelijker: ofwel aan Oma Zegers, ofwel aan Opa & Oma Zijp) Daar moesten echter 1st 10-tallen kms rijden & wandelen aan voorafgaan. Anders was de dag niet welbesteed, zo vonden m'n ouders blijkbaar.

De zondag begon altijd met 't kleden in 't zondags pak. Een pak dat vreselijk veel erger jeukte dan de kleding van door de week. M'n ouders vonden 't echter uitermate geschikt voor de verschijning in de kerk. Waar we een uur lang stil moesten zitten in stijve houten banken.
Geen beweging. Geen gemor. Braaf meezingen. Veel jeuk aan m'n benen. Maar stil blijven zitten.
Vervolgens hostie ophalen. Bidden. Laatste liedje zingen. Naar buiten.

De volgende hel begon. De voorbereiding op 't ritje naar buiten. De stad uit.

Ik ben waarschijnlijk 't meest ondankbare kind geweest dat toendertijd in de Nederlanden rondliep. Ieder kind zou zichzelf de koning te rijk beschouwen met zoveel mogelijkheden tot xpansie van de eigen leefwereld. Welk kind wilde niet elke zondag meegenomen worden eropuit, de natuur in, naar vreemde dorpen, verre vertes, donkere bossen in, over zanderige heuvels, & was niet belust op dwaze avonturen? Hoewel dat laatste niet al te vaak gebeurde. Maar er viel genoeg te zien. Werd mij verteld.

Ik wilde bij m'n speelgoed blijven. Er moest toch iemand op 't huis passen. Probeerde ik. Ik kon toch zeker voor mezelf zorgen. Waagde ik. Ik was nog niet klaar met oorlogje spelen. Wanhoopte ik.

Ik hoefde gelukkig niet in dezelfde jeukende broek als tijdens de mis. De zondagse broek had ik onmiddellijk bij thuiskomst verwisseld voor een doordeweekse. 't Maakte de verleiding de auto in te stappen echter niet groter.
Zeker ook niet de verwachting dat m'n moeder wel weer een banaan te eten zou geven. Waarin een pilletje tegen reisziekte zat verwerkt. Ergens in 't midden. Ik proefde 't meteen zogauw ik 't in m'n mond kreeg. Net als m'n moeder hield ik dan heel schijnheilig 't pilletje een tijdje in de hand. Maar dan aan de andere kant van 't in m'n mond steken. Ik liet 't onderweg ergens ongemerkt achter.

M'n ouders hebben later vaak verteld dat ik uiteindelijk degene was die de meeste lol had. Ik geloof er niks van. Ik herinner me vooral de grote angst dat ik naar de wc zou moeten. Waarop m'n vader zei dat ik dan maar ff op een stokje moest zitten. De drol wegdrukken. & Anders gewoon ergens tussen de bosjes een poepie doen. M'n moeder was inmiddels wijs genoeg altijd wc-papier mee te nemen. Die wetenschap verhoogde ook al niet de reisvreugde. Wie wil er nou een autorit maken om uiteindelijk in den vreemde midden in een donker bos, of heuvelachtig open duinlandschap, of onbekend toilet in onbekend café in onbekend dorp, je billen bloot te geven? Bloot aan allerlei insekten die altijd veel talrijker blijken te zijn in een voor jou naamloos gebied. Insekten die waarschijnlijk ontzettend veel van jongejochiespoep hielden, & dat van kms ver konden ruiken.

We eindigden dus aan 't eind van de middag voor een laatste kopje koffie/glaasje limonade bij 1 van de grootouders. Daar hebben de kinders op de stoep behoorlijk wat sporen achtergelaten. M'n ouders stonden dan beschaamd om 't kind heen dat voorovergebogen tegen de auto z'n maag leeg stond te spugen in de goot.
Volgende keer maar 'ns kijken of er nog wat betere reispilletjes waren te verkrijgen, zag je ze dan denken.

De wens tot verkleining van Zijperspace was groot.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Theo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

koeken

M'n moeder probeerde ze op een gegeven moment te verstoppen. Ze waren al binnen een dag op. Terwijl iedereen beweerde er niet aangezeten te hebben. De enige die ze niet geloofde was ik. Ze kocht ze tenslotte speciaal voor mij.

'Ah, Moe, 't zijn de enige koeken die ik lekker vind,' smeekte ik toen ze dreigde de jodenkoeken niet meer in huis te halen. 'Ik snoep nooit ergens van; eet geen koek, hoef geen snoep; alleen die jodenkoeken eet ik graag,' ging m'n tranentrekkende smeekbede verder.

Ik nam de pot jodenkoeken wel 'ns stiekem in m'n tas mee naar school. Dan bleven de boterhammen onderin verschimmelen. Weggedrukt door de geringe trek in brood & de dikke leerboeken. Uiteindelijk ontdekte m'n moeder 't grijsgele goedje, dat ooit een zakje boterhammen heette te zijn, als ze m'n kamer schoonmaakte & daar meteen maar m'n schooltas in meenam (of controleerde ze me op 't achtergehouden van lage cijfers?).
't Voordeel van de jodenkoeken mee naar school was dat ik van m'n pennywafelverslaving afkwam. Een meer sociale verslaving. Net als de negerzoenenverslaving. Op een gegeven moment at iedereen pennywafels. Wilde je erbij horen dan at je er meer dan de rest.
Nu kon ik iets nieuws introduceren: een hele pot jodenkoeken mee naar school. Waar je dan op leefde de hele dag. Nog nooit vertoond. 't Zou vast bij m'n medeleerlingen aanslaan.
& Ook al sloeg 't niet aan: ik kon niet zonder. Als ik de ene ophad, dacht ik alweer aan de volgende. Dit in tegenstelling tot een bepaalde wet van Keynes, die m'n economie-leraar telkens weer probeerde uit te leggen. Volgens hem zou na 't 1e glaasje water voor een groot gedeelte de dorst gelest zijn & de behoefte aan een 2e minder groot. De behoefte naar meer werd minder naarmate daar meer in werd voorzien. In grafieken altijd een curve die schuin naar beneden liep.
Ging dus niet op voor mij & m'n jodenkoeken. Mijn curve was eerder een constante. Een rechte lijn. Leg dat maar 'ns uit aan een economie-leraar.

Als ik naar m'n moeder riep dat ik een jodenkoek nam, pakte ik er altijd minstens 2 uit de kast. Maar ik was in ieder geval zo eerlijk geweest 't te melden.
Wie die andere had genomen? Ik wist van niks. Zat boven huiswerk te maken, na te genieten van m'n jodenkoek. Of misschien wel 2.
De enige reden waarom ik vrijdags hielp de boodschappen uit de auto te laden, was dat ik dan controle had over de volgende pot. & Een legale reden had er alvast 1 te pakken. Als beloning. Maar ondertussen vond ik 't oneerlijk als iemand anders dat ook als beloning kreeg. De jodenkoeken waren van mij.

Ik ben er vanaf gekomen. Hoe, weet ik niet meer. 't Moet een traumatische ervaring zijn geweest; m'n geheugen heeft 't weggestopt.
M'n moeder kon de pot jodenkoeken op een gegeven moment gewoon laten staan in de kast. Net als al 't andere snoepgoed, zolang ze m'n broers tenminste goed in de gaten hield. De voorraden jodenkoek werden zelfs te oud om nog lekker bevonden te kunnen worden. Niemand die er nog trek in had.
Ik was veilig, in m'n moeder's ogen. 't Zinnetje, waarin ze zei hoe goedkoop ik wel niet was, kwam weer wat vaker over haar lippen: geen snoep, geen koek, geen gebakje was aan mij besteed. Een heel enkele keer een pennywafel.

& Af & toe werd er een neger gezoend in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Uniquehorn. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt. (Deze staat overigens niet aangegeven bij bovengenoemd stukje 'wachten', maar de opdracht was te schrijven over 'de koek der koeken', liet ze me weten via meel.)

bockbier

Zeer deskundig ben ik de div bockbieren aan 't proeven. Ik moet weten hoe ze smaken, ruiken, of ze in balans zijn, wat de kenmerken dit jaar zijn, hoe de diversiteit in smaak is. Thuis, op mezelf, ik & m'n glas, & ondertussen lees ik een boek in een stoel.

Maar onderin 't glas, ik merk 't pas bij de laatste slok, als m'n blik volledig gedoken in 't glas zit, zie ik een korrel. 't Zou van alles kunnen zijn, iets zachts, iets vlokkerigs, iets van 2 mm² ong. Maar zeker geen gist. Want dat zit niet in flesjes Amstel bockbier.

Hoeveel van die vlokjes heb ik al op? Doorgeslikt zonder er erg in te hebben. Waar komt 't vandaan? Ik heb m'n glas gespoeld voordat ik 't flesje er in leegschonk. Ik heb niks aangeraakt op 't aanrecht, behalve 't glas & de fles.
Ik wil er niet aan denken, hoewel 't me bezig houdt. Ik heb niks ernstigs, tot nu toe niks van gemerkt & 't glas is leeg. Behalve dan die laatste vlok in een klein plasje resterend bock.

M'n werkgever staat in 't Volkskrant Magazine dit weekend. Als deelnemer aan een bockbierpanel. Tezamen oa met een zekere Joep, die dezelfde achternaam als ik hanteert. & Ene Peter, die ik nog ken van 't bockbierpanel voor 't programma Kassa van 3 jaar geleden. Zij hebben blind bockbier zitten proeven, in 't bijzijn van een volkskrant-redacteur. Door die achternaam van Joep krijg ik 't gevoel dat ik er eigenlijk bij had horen zijn. 't Is een teken, zegt er iets in m'n achterhoofd. Hoewel ik niet in tekens geloof.
Nu drink ik Amstel bock met een vlok. Onderin m'n glas. Misschien zijn er veel van z'n soortgenoten al door m'n keel gespoeld. & Waarom heb ik 't gevoel dat 't 1 met 't ander te maken heeft?

Ik loop naar de wasbak. Gooi m'n glas leeg. Ik had 't vlokje nog aan een nader onderzoek kunnen onderwerpen, maar heb geen zin. Ik wil er vanaf. Zonder nadenken. Ik wil niet weten wat 't is. Want des te meer kennis over de identiteit van de vlok, des te meer angst me zal bekruipen dat er soortgelijke xemplaren door m'n keel gespoeld zijn. Twijfels bespringen me dan waarschijnlijk over de werkelijke smaak van 't bier.

Als ik nu aan Amstel bock denk, zie ik een vlok. Van een kleine 2 mm². Ik zie 'm drijven, zweven in 't restje bock. Ik denk aan m'n behoefte dat laatste beetje zo snel mogelijk weg te gooien. Door de goot moet 't. Ik denk aan de onwetendheid waarin ik mijzelf daardoor heb gemanoeuvreerd. Nooit zal ik te weten komen waar die vlok vandaan kwam.
& Ik denk aan 't Volkskrant Magazine-bockbierpanel. Hoeveel vlokken hebben die tot zich moeten nemen?

Men kijkt voortaan wat dieper in 't glaasje in Zijperspace.

stilte

De mooiste stilte ontstond eigenlijk toen ik 't deksel van de suikerpot voor een kort moment losschroefde. 't Ging wat stroef, maar toen de draaiende beweging in gang gezet was, floepte 't los & kwam er een kleine stortvloed suiker vrij. Een korte roffel van neerdalend suiker op t-shirt & broek ontstond. Ik realiseerde me opeens dat 't huis bijna geen geluid produceerde.
Stel dat er een mier onder m'n stoel doorgelopen was op dat moment, zou die dat dan ervaren als een oorverdovende lawine, vroeg ik me af. Zou hij zich snel uit de voeten maken, afgaande op 't angstwekkende geluid van inslaande suikerkorrels op 't tapijt?

't Deed me beter luisteren. Ik werd me gewaar van een ruis in de tv, terwijl deze slechts een blauw beeld gaf. De kachel produceerde zoemend gas dat continu geleverd werd voor verbranding. M'n comp had een hoge brom, door 't ventilatortje in z'n ingewanden. & De buurvrouw liep op hakken, maar welke buuv kon ik van deze afstand niet achterhalen.

Zou de zon ook geluid maken, maar kan ik die inmiddels door gewenning niet meer horen? Zouden er geluiden zijn die een mens niet registreert, omdat-ie dan gek zou worden van de veelheid aan info?

Er bestaan studio's waar geen geluid wordt geproduceerd. De wanden zijn volledig absorberend. Als je daar zelf een geluid maakt, raakt 't gelijk verloren. Als eierbakjes geplakt tegen 't plafond, maar dan beter. Volledige stilte kan daar heersen, want de muren zijn onnoemelijk dik, laten niks van de wereld in deze ruimte binnendringen.
Ik zou oordopjes meenemen. Ik wil de stilte, de echte stilte, niet horen.

Geef mij de stilte maar van de muziek die ik vergeten ben aan te zetten. Van de klok die plots irritant de uren verstoord door z'n hartverscheurend getik.

& Dan nog over die mier, die zojuist onder m'n stoel doorkroop: hoeveel geluid produceert die eigenlijk? Hoeveel mieren moet je bij elkaar zetten om de stilte te verbreken? Stel dat je alle mieren bij elkaar verzameld, ze in 1 keer uit hun kooien bevrijdt op de Dam, hoeveel stiltes heb je dan bij elkaar?

Net als blaadjes van een boom in de herfst. Die zie je alleen maar vallen. Zelden heeft hun aankomst op de grond mij uit m'n concentratie gehaald. Daar wordt de herfst dan kwaad om, & in een verrukkelijke orkaan van wisselende gemoedsstemmingen ontneemt-ie alle bomen van hun mogelijkheid rustgevend de zwaartekracht te demonstreren.

Vroeger liet ik keiharde muziek stilte in m'n hoofd creëren. Anders kon ik niet studeren. M'n moeder verklaarde me voor gek. Maar ik wist dat ik niet anders kon. Zonder geluid is er geen stilte. Je hebt opposities nodig, want anders bestaat iets niet. Ik had alleen wat meer geluid nodig dan anderen.

& Zijperspace is een zwart gat, waar geen geluid van naar buiten treedt.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Rachel. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

post

Ik krijg nooit post. Niet van die post waarvan je denkt: dit heb ik nou altijd al willen lezen. Tuurlijk wel abonnementen op tijdschriften, ik moet me ergens mee vermaken tijdens m'n eenzaamheid, & bankafschriften, dat heeft ook zo z'n noodzakelijke reden. & Soms, een enkele keer, vooral niet te vaak, stel je voor dat de mensen, de postbodes bedoel ik dan vooral, die ik allemaal van naam ken & zij mij, er iets van gaan denken, dat ik bijv populair ben (dan groeten ze me vast niet meer 's ochtends vroeg); soms dus, krijg ik een uitnodiging voor een feest, of een partij. Maar dat weet ik vaak al ver van te voren. Dat heeft men mij mondeling al een eeuwigheid geleden aangekondigd. Ik krijg dus een schriftelijke bevestiging als 't ware in de bus.

Best wel lief, hoor, dat laatste. Zo kreeg ik dus die hele mooie uitnodiging van m'n ouders. Voor 't 45-jarige (hij kan niet vaak genoeg getoond worden). Wist ik al ver van te voren. Maar daarentegen dermate vaak ook weer vergeten, dat 't me moeite kostte vrij te krijgen van m'n werk.

Andere categorie is 't bedankwoordje achteraf. Ik ken echter nog te weinig mensen die overleden zijn. Wellicht dat ik dan wat meer van dergelijk gevulde enveloppes in m'n bus krijg. Misschien dat ik ook wat meer m'n best moet doen m'n sociale kontakten te onderhouden. Zodat ik uitgenodigd wordt op de begrafenis, & 't er op volgende bedankwoordje terecht aan mij gericht is. Niet omdat ik toevallig in 't adressenbestand van de overledene stond.
Verrassend was dan ook 't bedankje van Stella. Dat ze 't leuk vond dat ik aanwezig was op haar laatste avondje uit in Amsterdam. Voordat ze naar Culemborg vertrok. Lag 1 week later in m'n bus. Voor de rest was de deurmat leeg, maar dat ben ik wel gewend.

Op m'n brievenbus hangt 'Nee/Nee'. Ik wil reclame noch huis-aan-huisbladen ontvangen. Deze mededeling wordt categorisch genegeerd door pizza-reclame-bezorgers. Ik ben wel 'ns achter 1tje aangerend (snel de sleutel gepakt, zodat ik niet buitengesloten kon worden door een plotse windvlaag); heb 'm 't foldertje teruggegeven, onderwijl uitleggend, in fatsoenlijk onverstaanbaar nederlands waarschijnlijk, waar die stickers voor dienden. Hij lachte lief naar me.

Daarom ben ik zo blij met m'n 'gerichte post naar Zijperspace'. Krijg ik tenminste af & toe een persoonlijk meeltje. Niet gestencild, geen prefab folder/afschrift. Zegt men tegen me dat ik aardig ben, of dat ik in ieder geval zo overkom als ik schrijf. Soms stelt men mij een vraag. Vind ik ook wel leuk. Want Ton weet altijd raad. Zolang 't over mezelf gaat.

Soms vraagt men aldus of ik aandacht wil besteden aan hun. Maar dan vraag ik me af: waarom zou ik aandacht besteden? Aan iemand die geen aandacht voor mij heeft? Er wordt geen aandacht besteedt aan mij, nu moet ik 't plots wel voor anderen hebben. Terwijl ik amper tijd heb om mezelf te kunnen doorgronden. Aandacht te geven. Tenminste, zo voel ik dat dan.

Toch neem ik 't ze niet kwalijk, hoor. Ik ben blij dat ik wat ontvang. Ik kijk dagelijks bij thuiskomst verlangend naar de meelbox. M'n humeur is goed als ik er iets in heb mogen ontvangen. Dan kan ik de mensen wel kussen. Maar helaas zijn die er dan weer niet. Dus zet ik de kachel maar weer aan.

't Is een kleine koude kamer, Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Website4all. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

twijfel

Ik heb er geen zin in. Geen zin om boodschappen te doen, geen zin om een film te gaan kijken. Ik zal u de rest van de opsomming van alle dingen waar ik geen zin in heb besparen; 't zou de tekst ellenlang & dodelijk saai maken. Waarna men er vervolgens ook geen zin meer in heeft. Deze besmetting kan ik de mensheid niet aandoen.

't Komt allemaal door gisteravond. Onder invloed van genoeg alcohol heb ik de dansvloer betreden. Jaren niet gedaan. Voorzover ik me kan herinneren was koninginnedag 2000 de laatste gelegenheid dat ik met m'n voetjes van de vloer ging, de straat, moet ik zeggen in dit geval. Onder 't mom dat ik ondertussen een oude man ben waag ik me er niet meer aan. 't Streven is dat ik me er niet meer aan waag. 't Idee van ouderdom roept beelden op van hippies die in de new wave-tijd (ik was de dj) de dansvloer betraden & met hun lichaam zwierend, de haren wapperend, ronddraaiden. Afschuwelijk anachronisme. Daar wilde ik later niet aan meedoen.

Maar terwijl ik dans zie ik mensen wijken, mij de ruimte geven, van de zijkanten kijken. Ik voel blikken bewonderen, of juist nonchalant net doen alsof 't ze niet interesseert.
Ik heb meegemaakt ('t is ondertussen wat jaren geleden) dat mensen applaudiseerden nadat ik een tijd op de dansvloer had doorgebracht.
Schaamrood op m'n kaken: had ik me zo erg aangesteld? & Lichtelijk gegeneerd voor de aandacht, ietwat overdreven aandacht, die ik kreeg.
Gisteravond kwam er een dame op me aflopen. Ze moest ff kwijt dat ik prachtig kon dansen.
Ik ging naar huis. Werd de volgende ochtend wakker met een kater. Ik had me aangesteld.

Ik kreeg van de week een ander compliment. Ik bedankte de dame in kwestie. Oprecht. Maar met de aantekening dat ik de volgende dag wel weer zou twijfelen over m'n kwaliteiten. Waarop zij vroeg wat ik zo leuk vond aan 't twijfelen.
Zittend op 't toilet (sommige mensen denken na terwijl ze rondjes om de tafel lopen, anderen tijdens 't poetsen van de tanden; vreemd genoeg komt er bij mij in beide situaties niet veel zinnigs uit) bedacht ik dat ik niet anders kan. Niet anders zou willen ook, inmiddels.
Ik moet toegeven, 't waren niet veel gedachtes die mij te binnen schoten, daar op 't toilet, weinig verheffend bovendien, maar ik merkte een bepaalde mate van genoegzaamheid in m'n eeuwige getwijfel. Ik moest er gewoon maar mee door gaan, dacht ik, terwijl ik de wc doortrok.

& Voorlopig dansen we niet meer de polka in Zijperspace.

tante geert

Tante Geert was nog ouder dan m'n opa. & Die was al oud. Ze liep ook nog wat krommer als ze opstond om uit haar kastjes wat tevoorschijn te halen. Maar daar had ze niet, zoals haar jongere broer, een stok voor nodig. Later pas, toen ze echt stokoud was, was voor haar ondersteuning noodzakelijk, & die kreeg ze in de vorm van een korte stok. Maar nog geen wandelstok zoals mijn opa.

M'n opa was daadwerkelijk de jongere broer. De oudere broers & zussen hadden niet veel aan opleiding gedaan, verdienden hun geld, & stonden dat gedeeltelijk af, waardoor de 2 jongsten konden studeren. Moest ook wel, want vooral de manke poot van m'n opa zorgde ervoor dat-ie anders niet veel zou kunnen betekenen voor de arbeidsmarkt.
Tante Geert had haar leven lang met 2 broers & 1 zus samengewoond. Tot ze 1 voor 1 overleden. Zij bleef over. & Die 2 jongere broers, maar die hadden hun eigen behuizing.
Ze kwam in een aanleunwoning van 't bejaardentehuis Ten Anker te wonen. Toen ook de mobiliteit van m'n grootouders verminderde, betrokken zij een soortgelijke woning om de hoek van Tante Geert. Konden we wat makkelijker bij Tante Geert langswippen als we op bezoek bij Opa & Oma waren.

Dat laatste was zeer interessant. We wilden maar wat graag bij de oudtante langs. Daar hadden we wel een kopje thee, opgewarmde restanten van de ochtendthee, voor over. & Tuurlijk lustten we wel een koekje. Vooral als 1 van de broers je een elleboog in je zij drukte, lustte je wel een koekje.
Waar praatten we over? 't Zal wel over school gegaan zijn. Of we vriendjes hadden. Of we lekker buitengespeeld hadden. & Hoe 't met Pappa & Mamma ging.

Tante Geert was een zuinig mens. De gehele familie verheugde zich daarop. Vandaar de opgewarmde thee. De snoepjes die we in de snoeptrommel vonden kleefden aan hun verpakking van ouderdom ('Neem nog maar een snoepje mee voor later,' zei ze. Die gooiden we bij Opa & Oma stiekem in de prullenbak). De deur naar de voorkamer ging nooit open, tenzij 't niet uit te houden was in de zomer, want dat kostte maar energie. Ze leefde temidden van allemaal oude meubeltjes, zittingen versleten, want niks mocht zomaar weggegooid worden.
(M'n vader heeft na haar overlijden de boel geïnventariseerd, geselecteerd, laten opkopen, verdeeld onder de familie. Hij kwam in 't huis de gekste dingen tegen. Kapitalen aan oude snuisterijtjes, maar ook stapels plateautjes waar de slager de plakjes vleeswaar op legde. Van alles werd om wat voor reden ook bewaard.)
Telkens als er iemand overleed van degenen met wie ze samenwoonde, had ze alles geërfd, ze hoefde vanwege de samenlevingsvorm niets af te staan aan successierechten. Grote kapitalen had ze waarschijnlijk op de bank staan, had men in de familie al uitgerekend. Niemand die daar van profiteerde, ook zijzelf niet. Er moest niet onnodig geld uitgegeven worden. Behalve dan aan haar lieve achterneefjes die af & toe langs kwamen wippen.

We stonden te springen als m'n ouders zeiden dat we wel weer 'ns bij Tante Geert langs konden. Lekker naar Tante Geert; daar wilden we allemaal wel heen. Elke week.
Maar dat vonden m'n ouders weer overdreven. 't Moest niet opvallen.

We belden aan bij Tante Geert. Zenuwachtig sprongen we heen & weer voor de deur, gluurden langs 't gordijntje of ze er wel was, stootten elkaar omstebeurt aan.
'Jaja, ze komt er aan,' siste 1 van ons dan opgewonden, waarna we netjes recht gingen staan.
We kregen allemaal een zoen. & Wij gaven er 1 terug, hoewel dat best wel eng was, vanwege de pukkel op haar wang. & Haar huid was erg oud.
Zoet dronken we onze thee op, aten we ons koekje, gezeten op de stoel die we zelf hadden mogen uitzoeken.
'Zit je lekker in die stoel?' vroeg Tante Geert dan, 'Jij houdt wel van grote stoelen met leuningen, zie ik.'
En: 'Lusten jullie nog een bakje thee?'
Nee, was 't dan. We moesten ook weer terug. Pappa & Mamma wachten misschien wel.

Dan moesten we met z'n allen in de gang gaan staan. Ze moest nog ff wat doen. Nog ff blijven wachten, zei ze dan vanuit 't huiskamertje.
We hoorden haar schuifelen, laatjes openen. We gniffelden naar elkaar, stootten elkaar aan, de oudste broer gebaarde dat we niet moesten lachen: serieus zijn.
Eindelijk kwam ze tevoorschijn uit 't kamertje. Stapje voor stapje kwam ze naar de oudste broer.
'Hier, stop dat maar weg. Eerlijk verdelen.'
Maar soms kregen we allemaal afzonderlijk een briefje van 100. Die moesten we dan ff later inleveren bij Pa & Ma. Die wisten gelukkig niet dat we er allemaal 1tje hadden gehad.

Er moest wel wat bewaard worden voor later in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Theo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

winkel

Ik speel winkeltje.
Zo omschrijft m'n werkgever 't als-ie weer 'ns de honneurs moet waarnemen, in geval er iemand ziek is. Alsof 't een vanzelfsprekend iets is. Alsof een dag die je in de winkel staat vloeiend verloopt, zonder strubbelingen, zonder obstakels. Hij speelt een leuk spelletje, nog uit z'n kindertijd, of doet 't zo voorkomen. Een fluitje van een cent. Niets gebeurt, er wordt alleen maar bier verkocht aan lieve aardige klanten.

Ik stel me de vraag niet meer waarom 't op mij niet zo overkomt. Ik maak dingen mee, terwijl ik in de winkel sta. Ik krijg iedereen over de vloer, van arm tot rijk, & iedereen van iedereen reageert anders. Van mij wordt verwacht dat ik de gebruiksaanwijzing van de volgende iedereen al geheel uit m'n hoofd ken zogauw iedereen de drempel passeert. Want iedereen is m'n klant, & anders wordt-ie dat binnenkort wel.

Ik speel geen winkeltje. Ik ben de winkel.

Hij stond al enkele minuten met een grimas voor 't raam van de winkel. Te staren door z'n dikke brilleglazen om z'n grijns te kalmeren. Een enkele keer wreef-ie z'n ogen onder z'n bril door. Daardoor kon je zien dat-ie bijna niks zag zonder.
Plots was-ie voor de etalage verdwenen & even plots liep-ie bij mij naar binnen. Recht op de koelkast af. Hij pakte doelbewust een Kanon & bleef toen twijfelend staan staren. Met de deur open.
'Wat zou hij nou willen?' hoorde ik 'm mompelen.
'Sorry, kan je de deur dichtdoen terwijl je kijkt?' vroeg ik 'm vriendelijk.
'Ja, ja, je hebt gelijk,' waarna hij onmiddellijk de deur toedeed, een stap achteruit, & verder ging met z'n vraag.
'Hij drinkt altijd Heineken,' mompelde hij nu wat verstaanbaarder.
'Dat verkopen we niet.'
'Wacht, ik vraag 't 'm ff,' zei hij, & terwijl hij richting deur liep, schreeuwde hij al: 'RIK, HÉ, RIK!'
Ik maande 'm ondertussen tot stilte, maar door z'n eigen lawaai drong daarvan niks tot 'm door.
'Hij fluit wel naar me, hij zoekt me, maar hij hoort me niet,' vervolgde hij richting mij. Ik hoorde inderdaad iemand fluiten. Hij ging in de deuropening staan. 'Hij weet niet waar ik ben. RIK! HÉ, RIK!'
'Nou is 't afgelopen,' zei ik, 'hier met dat flesje Kanon. Als jij zo gaat staan schreeuwen in de winkel dan kan je gaan.'
'Ja, wacht ff. Ik zal 'm betalen.' Hij haalde een briefje van 50 tevoorschijn.
'Dat kan ik niet wisselen. & Ik heb ook helemaal geen zin in klanten als jij.'
Hij stond alweer in de deuropening. Te schreeuwen om Rik. Of-ie wisselgeld had.
'Nou wegwezen,' zei ik, 'Ga maar ergens anders gillen, maar niet hier. & Wisselgeld regel je maar bij de Albert Heijn. Niet bij mij.'

10 Minuten later was de beste vriend van Rik er weer. Voordat-ie iets kon zeggen sprak ik 'm aan.
'Ok, als je niet meer in m'n winkel of vlak ervoor gaat staan schreeuwen wil ik je wel helpen. Maar anders donder je maar op.'
Hij sikkeneurde. Hij deed of wat ik zei niet tot 'm doordrong.
'Wat is er nou? Ik heb dat briefje van 50 gewisseld.'
'Als je je normaal gedraagt wil ik je wel een flesje verkopen. Dan beginnen jij & ik weer van voren af aan.'
Hij had z'n flesje al te pakken ondertussen.
'Ok, je hebt gelijk,' mompelde hij.
Ik sloeg 't flesje op de kassa aan.
'Ik ben een klootzak,' vulde hij aan.
'Da's € 1,15, alsjeblieft.'
'Ik ben af & toe zo'n klootzak. Je hebt helemaal gelijk. Sorry, ik zal m'n best doen niet meer te schreeuwen. Sorry. Ik ben gewoon de klootzak. Ik hoor andere mensen soms helemaal niet. Sorry. Ik zal 't niet meer doen.'

Terwijl hij z'n verontschuldigingen aanbood, hing er de hele tijd een sliert eten aan de rand van z'n lip. Die reikte bijna tot aan z'n kin. Hij merkte er blijkbaar niets van. Ik deed of ik 't niet zag. Waarschijnlijk had-ie toch niet door dat ik naar de sliert keek ipv in z'n ogen.

Dan zeggen ze dat we spelen in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Tweet. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

kringen

Ik wilde vanmorgen verder gaan met m'n serie schrijfsels in opdracht, maar ik kon me er niet toe zetten. Plots zat m'n neus gisteravond vol. & Dan bedoel ik ook écht vol. In 1e instantie dacht ik dat 't medicijn, dat ik dagelijks 2 maal m'n neus in spuit, er de oorzaak van was. Maar toen 't snot door bleef stromen & de bewuste Nasonex 's avonds laat een nare smaak achter m'n neus veroorzaakte, moest ik concluderen dat ik verkouden was. Ik ga een onrustige nacht tegemoet, dacht ik. & Ik heb daarin gelijk gekregen.

Waarom zou ik dat dan meedelen, vraag ik me meermaals af. Wat heeft de lezer er aan te weten dat ik verkouden ben, slecht geslapen heb, medicijn gebruik? Niets, fluister ik mezelf 't antwoord in, maar ik kan een poging ondernemen 't op een goede manier te beschrijven. Net zoals men er niets aan heeft iets te lezen over m'n vader. 't Moet echter geschreven worden, zegt 't in me.

'Hij is de laatste dagen wat in de war,' zei m'n moeder over m'n vader.
'Ja, ik merkte 't onderweg,' zei ik.

& Dat vertelde ik weer aan m'n collega, later die dag, op m'n werk.
'Treurig,' zei Myrte.
'Nou, treurig?' waagde ik te betwijfelen, 'Eigenlijk heeft-ie nooit een slecht humeur of zo. Hij lijkt er niet onder te lijden. Hij voelt zich alleen wat hopeloos als-ie in een vreemde omgeving is & m'n moeder er niet is. Dus 't huis, dat nu overhoop ligt, veroorzaakt ook een onveilig gevoel. Da's wel een treurig gevoel misschien, ja.'

Je loopt kringetjes in je eigen gedachtengang, realiseer ik me.

Terwijl m'n neus me dwong op m'n rug te blijven liggen, op straffe van 2 dichte neusgaten bij overtreding, passeerden allerlei scenes van de afgelopen dag de revu. Niet dat er veel gebeurd was, maar wat er gebeurde was veel. & Wat zich herhaalde in m'n hoofd ook.
Zou m'n vader zich realiseren dat-ie geen boek meer leest? Weet-ie dat-ie verandert is in een mens waarvan hij zelf nooit verwacht had dat híj zo zou worden? Beseft-ie zich dat-ie er genoegen mee neemt & niet meer strijdt? Wordt je daar gelukkig van?

We lopen nog een rondje in Zijperspace & beginnen vanavond weer waar we gebleven waren.

3e onderbreking

3e Onderbreking, zeg ik, omdat ik 't vorige stukje niet als zodanig zie. Misschien moet ik ipv 'zie' 'voel' zeggen. Ik heb dat stukje geschreven terwijl ik onderweg was naar Den Helder, & vervolgde dat schrijven een paar uur later bij m'n ouders thuis. Beneden werd gewerkt aan de redecoratie van 't huis, de huiskamer zag leeg van verwijderde meubels & vloerbedekking. Boven deed m'n vader z'n dagelijkse middagdut & ik typte ondertussen aan de tekst die niets met de dag zelf te maken had. We verwerkten beiden op onze eigen manier de wandeling over de dijk van Huisduinen naar Oud Den Helder.

'Ik herken die vogels niet,' zei m'n vader, z'n blik gericht op de vlucht die overging.
'Zijn 't geen rotganzen?' vroeg ik. Een vraag waar ik geen antwoord op hoefde te verwachten. M'n vader heeft alle namen reeds lang verloren. Hij heeft anderen nodig om zich die te herinneren.

't Grootste gedeelte van de tijd zwegen we. Zoals je kan zwijgen als je een wandeling maakt. Slechts een enkele keer is communicatie echt nodig, vooral als de omgeving zo weinig vertelt als een dijk bij slecht weer.
'We zouden de dode meeuwen kunnen tellen, Pa,' wees ik naar 't 2e lijk.
'Worden die dan niet opgeruimd?' dacht ik, niet anders dan de luxe van de vuilnisophaal, plantsoenendienst, & propjes verzamelende prikkers gewend. 'Deze heeft nogeneens een kop.'
'Ga jij de dode meeuwen maar tellen,' klonk m'n vader ietwat cynisch. Een lichte schok ging door me heen: dat soort opmerkingen was ik niet van m'n vader gewend. Maar een blik opzij vertelde me dat-ie er voor de rest niets mee bedoelde. 't Was eerder een verzuchting, zoals z'n mededelingen tegenwoordig wel vaker verzuchtingen zijn.

Hij wilde niet te lang lopen, vertelde hij al voordat we begonnen waren. Ik had niet anders verwacht. Vroeger kon een wandeling voor hem niet lang genoeg duren, tegenwoordig is-ie al moe als-ie denkt 't huis te moeten verlaten.
Maar 't huis is nu ff 't huis niet meer, zo zonder tapijt om op te lopen, zonder een bank die vrij is om te zitten. M'n vader heeft alleen z'n bed waar alles onveranderd is. Waar hij niks van hoeft te onthouden.

Ik nam m'n vader op sleeptouw, zoals m'n vader mij vroeger op sleeptouw nam. Hij hield de schijn op dat we slechts een klein stukje gingen rijden, waarna de urenlange wandeling door 't Robbenoordbos volgde, waarvan ik ondertussen totaal geen tijdsbesef meer had. Ik hield de schijn op dat we de bus konden pakken, of desnoods Ma zouden bellen om ons op te halen, als we er geen zin meer in hadden. & M'n vader had gelukkig niet al te veel besef van tijd meer om zich te kunnen realiseren dat-ie z'n vrouw al 2 uur miste. Dat is niet omdat-ie zich vermaakt, zoals ik vroeger per ongeluk toch deed, 't komt eerder doordat-ie gewoon 't besef niet heeft.

'Zullen we door de Martinus van der Hamstraat?' vroeg ik 'm. We stonden nu toch om de hoek van 't huis waar ik geboren was.
M'n vader twijfelde. Hij twijfelt over alles dat 'm misschien langer van z'n veilige thuishaven kan houden. 't Leek alsof-ie ging berekenen hoeveel xtra tijd 't 'm zou gaan kosten, maar 't zou ook kunnen dat-ie zich bedacht wat voor bezwaar hij ertegenin kan brengen.
Hij zei ja.
'Welk nr woonden we eigenlijk?' vroeg ik, na al eerder m'n verwondering uitgesproken te hebben over hoe klein de straat nu opeens lijkt. Voor m'n vader moet 't nog steeds even groot zijn, bedacht ik me. Hij was toen al volwassen. & Toch zie ik 'm bij die opmerking omhoog kijken naar de muren van de huizen. Hij liet de muren groeien, zo leek 't.
'Ik weet 't niet meer.'
'Nr 17 misschien? Dan zouden hier de buren Veenstra hebben gewoond & daar voor....' ik begin te twijfelen, 'Nee, dat kan niet.'
'We woonden op nr 19,' zei m'n vader nog net voordat we 't oude huis bereikt hadden.
'Eigenlijk is er niks veranderd,' zei ik, 'de huizen zijn 'tzelfde, 't grasveldje, de stegen achter de huizen. Alleen de mensen wonen er niet meer.'
Ik zag m'n broers met hengels naar de Singel lopen. Ik zag valse honden 't grasveldje onveilig maken. Ik zag een sneeuwballengevecht voor 't huis van Tante Bep & Ome Arie. Ik zag een jonge vader die achter de 1e fiets van z'n zoon aanrent.

'Jij mag kiezen, Pa. We kunnen van hieraf naar huis lopen, nu we de trein gemist hebben, of we kunnen de bus nemen.'
'Laten we maar de bus nemen.'

Ik schreef. M'n vader sliep. Beneden werkten m'n moeder & 2 schoonzussen. Ik zie 't als een verplichting alles op te schrijven. M'n schoonzus denkt daar iets anders over, voelde ik aan enkele stekelige opmerkingen. Maar ik vind dat ik net zo hard gewerkt heb als zij. Ook al schreef ik dan 't vorige stukje.

Wonen in Zijperspace is een vak apart.

mona

Voordat men 't onderstaande begint te lezen, dien ik de lezeressen onder u kort aan te spreken.
Wellicht dat enkele details van 't mannelijk gedrag die ik zodirekt zal proberen te beschijnen, de dames niet geheel & al zullen bekoren. Ik zou daarom kunnen voorstellen dat men om deze reden vanaf deze alinea niet verder leest, morgen is er weer een dag & dan staan er waarschijnlijk weer 2 nieuwe stukjes van mijn hand. Ik wil echter, voordat men overgaat tot dit besluit, er op wijzen dat aan 't eind van dit schrijven de problematiek ten volle tot uiting gebracht zal worden, waarbij men zal bemerken dat ook de vrouw niet gevrijwaard is van dergelijk euvel, maar dat zij, ook al zijn we reeds enkele stappen gevorderd richting de gefeminiseerde maatschappij, zelfs oplossingen aan kan reiken, waartoe ik de man, incluis ikzelf, niet zo snel in staat acht. Gelieve nu de keuze van wel lezen/niet lezen te maken, want de volgende alinea begint na dit punt.

Als ik zittend gebruik maak van ’t toilet, ben ik eigenlijk zeer achteloos in deze. Ter afleiding van de gedachten aan de bezigheden van m’n lichaam neem ik altijd iets te lezen mee. Tijdens de verstrooiing van de geest gaat de rest vanzelf. Aan ’t eind van de operatie trek ik door zonder bewust een blik op ’t gebeurde te werpen & leg de afsluitende klep op de wc-bril. Die klep hoort, heeft m’n moeder me geleerd. Dan komen er niet zoveel nare luchtjes uit de pot.

Ik word pas weer aan m’n gepleegde aktiviteiten herinnerd zogauw ik bril & klep beiden optil, om de weg vrij te maken voor ’t zorgvuldig kunnen plegen van een plas. & Net zoals men tegenwoordig op insekten kan mikken op toiletten van openbare gelegenheden, richt ik mijn straal op de plakkende restanten van mijn laatste boodschap. Een handeling die bijna geheel automatisch verricht wordt; ik denk er vaak niet eens over na. ’t Doel: ’t overbodige, niet als verfrissend ervaren panorama, wegplassen.

Tuurlijk kan men voor dat doeleinde ook een wc-borstel gebruiken. 1 Keer flink schrobben & ’t is weg. De borstel uitslaan boven de pot & klaar is kees.
Maar ik vind dat een beetje vies. Ik hou er niet van de pleeborstel te hanteren. Ik zie de deeltjes die zich aan de borstel gehecht hebben al in gedachten alle kanten opspetteren. & Wat er niet afgeslagen wordt boven de pot komt terecht in de wc-borstelhouder. Vind ik ook geen fris idee. Hoelang blijven die afvalstoffen van ’t menselijk lichaam daar aan hangen, vraag ik me dan af.
Dus plas ik met een ferme straal de remsporen weg. Wij mannen hebben tenslotte de mogelijkheid er vrij nauwkeurig mee te mikken, waarom zou men er dan geen gebruik van maken?

Geregeld gooi ik een hoeveelheid wc-verfrisser in de pot. Zo af & toe afgewisseld met glorix. Dat bijt lekker alles weg, denk ik dan. M’n familie zal niet kunnen klagen over vreemde geurtjes, mochten ze plotsklaps binnenvallen.

Maar, & hier ontstaat dus ’t probleem, des te vaker ik glorix de boel laat uitbijten, des te meer remsporen. Allengs worden deze remsporen moeilijker uitwisbaar voor mijn toch wel zeker krachtige straal. Alsof de ondergrond juist ruwer wordt, alsof er geen laagje afwerend spul (ik weet zelf ook niet wat ik me daarbij moet voorstellen, maar ik heb ’t idee dat er zich toch een bepaald goedje in wc’s zal bevinden die dit soort aanplakken van de ontlasting moet tegengaan) bovenop de emaille laag van de wc zelf zich meer bevindt.

& Dan: zo’n probleem stuur je toch niet als ingezonden brief naar Mona (mocht ze nog bestaan, maar zij wist tenminste altijd raad) of enig ander vraagbaak?

Dit probleem dient in Zijperspace opgelost te worden.

fiets

M'n fiets is een wapen. Ongevaarlijk op 't 1e gezicht, maar dodelijk venijnig zogauw 't er op aankomt. Mede dankzij degene die 'm hanteert. Hoedt u zich zogauw u een dergelijke combinatie tegenkomt.

Div onderdelen zijn reeds vervangen aan m'n 3 jaar oude Kronan. Ik ben vaste klant bij de nederlandse administratieve dependance van 't produktie-bedrijf, welke gelegen is vlak aan 't Vondelpark, voor 't verversen van de verschillende onderdelen van m'n fiets. Ze hebben zelden of nooit op voorraad, maar enkele dagen na bezoek ligt er een afhaalbericht van de PTT bij me in de bus.

De achterband houdt 't over 't algemeen 1 jaar met mij uit. Veelvuldig snel remmen doet de ogenschijnlijk dikke banden onvoorstelbaar rap slijten.

Ik heb sinds kort een nieuw zadel. Nog een ietwat onevenwichtig bevestigd, hij schommelt licht, maar in de toestand waarin m'n kruis zich nog steeds bevindt, is dat eerder een verademing te noemen. 't Oude zadel had vanaf de vroegste uren van zijn bestaan scheuren in de bedekking. Simpelweg veroorzaakt door een mes. Iemand die me niet gaarne zag. Of wellicht een onverlaat met een affectie voor 't gebruik van z'n verboden wapenbezit. Langzamerhand sleet 't sneetje uit tot snedes. Dwars & kruisend. Waardoor m'n zitvlak genoegen moest nemen met 't schuim dat 't zadel z'n zachtheid gaf, maar niet z'n waterafstotend vermogen.

'Fiets', een vaste klant van me, heeft al meerdere keren de ketting gespannen, ontdaan van overdadige, ontspannende schakeltjes. Hij heeft de achterband bij die gelegenheden ook meermaals strak & recht gezet.

Door de kwaliteit van de buitenband, de ogenschijnlijke kwaliteit zou je haast zeggen, zijn de binnenbanden reeds meermaals aan vervanging toegekomen. Ik heb dagen gehad dat er geen einde leek te komen aan 't plakken van de gaatjes. Totaal geperforeerde binnenband. Uiteindelijk gefrustreerd van de besteedde uren weggegooid.

Ik ben aan m'n 4e voorvork toe. De 4 ongelukken met auto's die ik dit jaar heb mogen beleven hebben de respektievelijke voorvorken geen goed gedaan. Ik hou de tel bij doordat ik elke keer een andere kleur krijg. Ik heb een helgroene Kronan, die tot nu toe gezelschap heeft gehad van een helgroene voorvork, een legergroene, een helgroene, & nu is-ie toe aan wat zwarts. Ik had gezegd dat 't me niet uitmaakte welke voorvork ik zou krijgen. Waarbij ik bedoelde dat 't me niet uitmaakte welke kleur groen 't zou zijn.

Ik wapper door de stad. Vooral door de Damstraat voel ik me wapperen: ik, m'n Kronan & m'n regenjas (die enkele beroerlingen weten te omschrijven als stofjas, jaloers als ze zijn op de precies passende groene kleur ervan). Ik glijd langs de paaltjes die de auto's moeten verhinderen de fietspaden te betreden. Ik laat m'n jaspanden klapperen tegen de ellebogen van toeristen die 't onderscheid niet weten te maken tussen fiets- & voetpad. Ik zweef op m'n groen vervoermiddel door de smalle corridor, die op zaterdagmiddag te vergelijken valt met de laatste kms richting top van de Alpe d'Huez.

Heroïsch overwin ik, aan 't eind van de straat, uitkomend op 't plein van de Dam.

Ook al kost 't wel eens een zinnetje als: 'You f*ing tourist, go f*ing walk in your own f*ing town, & f*k your own country with your stupid f*ing eyes, which don't see any f*k. F*ing assshole.'
Ik heb wel 'ns bijna een staande ovatie gekregen van de vrienden van bewuste sufferd. 't Was dat ik alweer uit zicht was verdwenen, ik & m'n groene Kronan, wapperende jas erachteraan, anders hadden ze zeker nog wat van zich laten horen.

Gezamenlijk zijn we de verschrikking van Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Tweet. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

1e keer

Wietske wilde bij Studenten-Tv. Maar daar moest ze wel voor gekeurd worden. Dmv een soortemet toelatings-xamen in de vorm van een zelf gemaakte kleine reportage mocht ze laten zien of ze geschikt was. Suzan mocht haar daarbij helpen door de camera vast te houden. Daar had Suzan inmiddels ervaring mee.

Voor m'n vrienden ben ik al snel bereid alle medewerking te verlenen, zeker als 't betekent dat ik iets 'zinnigs' in de camera moet zeggen. & Helemaal als 't tegen 't eind van een feest loopt. Een feest waar ik me weer als een dolle heb gedragen, een grote bijdrage heb geleverd in 't rendabel maken van de bar & de temperatuur door grote aantallen verhitte lichamen zorgde voor de juiste sfeer bij de juiste vraag.

'Kan jij je de 1e keer nog herinneren?'

Dan gaat m'n gezicht als automatisch op olijk staan. Een bepaalde spier in m'n gezicht is niet meer onder controle te brengen, die trekt vanzelf de hoeken van m'n mond omhoog; de koontjes van m'n wangen steken werktuiglijk een mm naar voren; een subtiele twinkeling doet m'n ogen nog sprankelender groen schijnen dan 't discolicht de afgelopen avond heeft kunnen realiseren; & m'n lichaamstaal vormt zich naar de meest nonchalante houding.

Ik wist waarvoor 't was. Wietske was er al een week mee bezig. Als we tussen de bedrijven door in 't hok bij Ben & Henny een bakje thee zaten te drinken (Ben: 'Ton, maak nou 'ns ruimte. Als ik klaar ben met thee schenken & broodjes smeren wil ik eindelijk wel 'ns zitten.' & FF later poeslief zegt-ie tot de binnenvallende Wietske: 'Zo Wiets, gaat 't een beetje? Hier, ga zitten. Heb je geen trek in een broodje filet americain? Hoe gaat 't met je filmpje?') vertelde ze 100-uit over de problemen die ze tegenkwam, & hoe moeilijk 't was een onderwerp te verzinnen voor zo'n kort itempje.

Je vrienden moet je helpen, bedacht ik me met de microfoon onder m'n neus, vergezeld door de camera die Suzan mijn openstaande porieën liet bestuderen, dus ik stak spontaan van wal over de probleempjes die ik met Mirjam die 1e, aller-1e keer tegenkwam. Net iets te gedetailleerd, net iets te privé, maar onder de juiste omstandigheden, met de juiste hoeveelheid alcohol, speciaal om een vriendin te helpen.

2 Jaar later zit er een gierende dikke negerin bij een gnuivende Ben & Henny als ik 't instituut op de Nieuwe Doelenstraat betreed.
'Kan jij je nog de 1e keer herinneren?' vraagt Henny, terwijl ze de tranen van 't lachen wegveegt met een zakdoekje.
Die vraag was me slechts 1 keer eerder gesteld, schoot me onmiddellijk te binnen. 't Waren ditmaal geen vrienden die tegenover me zaten; ik moest 't vertellen als een man, met rechte rug, zonder omwegen, straight, recht op de man af, gewoon, relaxt, zelfverzekerd. & Ik moest me zeker niet door de lachende menigte van maar liefst 3 man van de wijs laten brengen.
'We hebben 't verhaal al gehoord hoor,' zegt de studente Film & Tv-wetenschap. 'Voor een opdracht moest ik materiaal van Studenten-Tv bestuderen. Toen kwam ik jou tegen. Ik heb 't iedereen laten zien.'
Een lachsalvo doet 't Instituut op z'n grondvesten schudden.

Wat ik zei: de rug recht. Ik doe of m'n neus bloedt. Relaxt & zelfverzekerd kijk ik de 3 aan. Zo goed als ik voor mogelijk houd.
'Mooi verhaal, hè? Erg romantisch toch, voor zo'n stelletje dat 't voor 't 1st met elkaar doet?'
'Whaahaaha,' klinkt 't slechts uit de mond van de studente. Ze lijkt nog dikker te worden door de xtra ruimte die ze voor 't lachen nodig heeft. 'Whaahaaha, je wordt helemaal rood tot achter de oren.'

Wat doe je dan als man? Hoe kan je 't gevaar voor de volledige vernedering nog enigszins ten goede keren? Zonder dat je verhaal, een gevoelig,onthutsend, teder, naïef verhaaltje van 2 lieve pubers, volledig onderuit gehaald wordt?

''t Is dat je 't bij jou niet kan zien, maar volgens mij had je anders minstens zo'n rooie boei, toen je op dat moment terug dacht aan jouw 1e keer.'

& De tijd stond opnieuw stil, alsof 't wederom de 1e keer was in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Marjon. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

2e onderbreking

Ik word er eigenlijk ook een beetje lui van, begin ik te merken. Ik hoef geen onderwerpen te bedenken, dat laat ik over aan degenen die reageren op wachten. 't Gebeuren van 't dagelijks leven, de inspiratie van alledag laat ik gemakshalve rusten. Waarom zou ik moeilijk doen? Men draagt mij een onderwerp aan & ik put uit m'n eigen verleden, vindingrijkheid & fantasie om daar over te schrijven. Waarom zou ik nadenken over wat ik dezelfde dag nog meer meemaak?

& Toch wil ik 't niet als luiigheid omschrijven. 't Kost daadwerkelijk veel moeite een juist verhaal te vinden bij een bepaald onderwerp. Gistermiddag had ik net zoveel faalangst als toen ik de beslissing nam m'n scriptie voor Film & Tv-wetenschap niet te schrijven. Enkel omdat ik 2 onderwerpen in m'n achterhoofd had waarvan ik dacht dat ik er niets over zou kunnen schrijven.
Verdomme, dacht ik 't grootste gedeelte van de dag, over een 'zandbak' & mijn 'succes bij/met de dames'. Welke gek zou daar 2 op zichzelf staande stukjes kunnen schrijven? Ik niet.
& Toch gingen m'n gedachten bij 't geringste moment van geestelijke rust de kant op van de 2 onderwerpen. Ik moest er wel aan denken, anders zou ik nooit op een goed verhaal komen, bleef ik mezelf stimuleren. Ik zou nimmer kunnen bewijzen dat ik met een willekeurig onderwerp een verhaal, een sfeer zou kunnen creëren.

Vanavond heb ik bokbier geproefd. Gejureerd is een beter woord. 't Was de bedoeling dat de bokbieren die vanavond 't best beoordeeld werden door zouden gaan naar de volgende ronde van de verkiezing van 't beste bokbier van 2002. De ½e finale.
Ietwat vermoeid & bezweet van de snelle fietsrit ging ik op een willekeurige plek zitten. Maar wel zodanig willekeurig dat de dame die op dat moment 't proeflokaal betrad de mogelijkheid had naast mij te komen zitten.
Wat is belangrijker, vroeg ik me op gegeven moment af, de 6 bokbieren op hun kwaliteit keuren, of de borsten die bijna uit 't blousje stulpen op 't moment dat de dame vooroverbuigt om haar zakdoek te pakken?

Ik was weer terug in de realiteit, bemerkte ik. Terug in de vraag welke ervaring nuttig zou zijn om later verslag van te doen. Terug in de vraag op welke manier 't te beschrijven.

Ik was me juist aan 't verdiepen in die vraag, genietend van veel te veel bier, zeker na enige soorten bokbier geproefd & van cijfers voorzien te hebben, om enigszins nuchter verslag van m'n zieleroerselen op deze dag te kunnen doen, toen ik aangesproken werd door de grote man achter 't gebeuren: de man van de getallen & statistieken. De man die uiteindelijk als 1e zou kunnen zeggen welk bier als beste beoordeeld was, kwam naar me toe. Hij zei: 'Ik kwam er achter dat je een weblog hebt.'

Ik was met stomheid geslagen & praatte eroverheen. & Stelde hem tegelijkertijd vragen over hoe hij er achter was gekomen.

Oh, ik had over vorig jaar geschreven, vertelde hij. Via 't zoekwoord bokbier was-ie hier terechtgekomen. & Was-ie verder gaan spitten. Ik schreef filosofisch. Dat beviel 'm wel. Ik beschreef situaties zonder volledig te zijn. Dat liet ruimte over voor vragen die de lezer zichzelf kon stellen.

Godverdomme, dacht ik op de weg naar huis, moet ik nu over 'de 1e keer' gaan nadenken, of moet ik hedenavond in woorden zien te vangen?

& Hoe beoordeelt men filosofie in Zijperspace?

succes

Ik ben geen casanova, noem mezelf geen charmeur. Ik heb geen trukendoos, heb zelden een leuk snedig zinnetje paraat. Ik maak geen vlijende opmerkingen, complimenteer doorgaans niet rechtstreeks de vrouwelijke verschijning. M'n uitstraling is niet hoegenaamd masculien, m'n schouders zeker niet breed, m'n spieren onderontwikkeld, zo op 't 1e gezicht. Ik bezit daarnaast ook niet over de blouse uitstekende plukken borsthaar, 't verschijnsel van haargroei aldaar is bij mij op 2 handen te tellen, wat echter ook als pre kan tellen, naar 't schijnt. Ik hang misschien zelfs wel wat verlegen aan de zijkant op een avondje uit, kijk 1st de kat uit de boom, hoewel dat vroeger waarschijnlijk als interessant werd uitgelegd (zo voelde 't overigens lang niet altijd). Ik vraag de dames waar m'n voorkeur naar uitgaat niet mee uit, hang niet over de bar om m'n aanwezigheid nog wat xtra te benadrukken. Ik wacht tot zij mij benaderen & probeer me te onttrekken aan de jacht. In mijn ong 18 jaar funktioneren als barman heb ik slechts met 3 vrouwen aangepapt, in die zin dat 't resulteerde in een afspraakje, genoeglijk samenzijn, vrijpartij.
& Als ik begon te merken dat de dame me wel zag zitten, heb ik vaak genoeg gewaarschuwd dat ze waarschijnlijk met de meest saaie man van 't westelijk halfrond te maken hadden. Dat hielp niet. Gelukkig maar.

't Is een lastig onderwerp, vooral omdat ik niet als stoer &/of hartebreker bekend wil staan, vooral omdat ik dat geen van beiden ben. Ik wil ook geen sterke verhalen vertellen, van mannen onder elkaar, want ik ben niet een man van onder elkaar. In m'n leven heb ik 3 vrienden gehad. De rest was vriendin. De tel ben ik daarvan kwijtgeraakt.

We zaten altijd bij Geel Beneden. Een hoekje binnen school, waar ons clubje zich tijdens de pauzes, vrije uren & na afloop van de lessen zich verzamelde. Anderen hadden hun stek bij Groen, Rood of Blauw, maar wij zaten in ons eigen hoekje bij Geel. & Beneden mocht je roken.
De groep die zich daar verzamelde bestond uit louter meisjes, ik was de enige jongen. Mijn aanwezigheid was vanzelfsprekend, niemand die er bezwaar tegen had. Als er gebasketbald moest worden was ik de enige jongen in 't damesteam, samengesteld uit de groep van Geel Beneden. & Werden we in de herencompetitie geplaatst vanwege mijn deelname aan 't team. Niemand die zich daar iets van aantrok, zo had ik 't gevoel. Ik hoorde bij de groep van Geel Beneden, de leukste meisjes van de HAVO, 4e & 5e klas, & Ton.

Ik werd echter wel vreemd aangekeken toen ik 1maal bekende alle borsten van vrouwen in de gaten te houden. Wantrouwend hoorde 't meisje me aan over hoe ik door de blouses, de shirts, desnoods de truien, de vorm & de grootte van de borsten kon bepalen, & of daarvoor een bh werd gebruikt ('t was de tijd dat 't mode was niet altijd een bh te dragen). Oja, hij is een jongen, zag ik haar denken, hij behoort eigenlijk nog steeds tot 't andere kamp.

Maar misschien waren dit soort bekentenissen wel de grootste reden voor m'n succes. Bij vrouwen voelde ik me zo op m'n gemak, alles was zo vanzelfsprekend als ik mij in de direkte omgeving van vrouwen bevond, dat ik er wel 'ns wat uitfloepte. Dat was charmant, dan wel ontwapenend. Daar won ik de harten van de vrouwen mee. Zelden hadden ze zo'n eerlijke man meegemaakt, werd er gedacht, maar niet uitgesproken.
'Goh, Ton, ik had er nooit over nagedacht dat jij ook aan sex deed,' werd er dan de volgende ochtend verzucht.

Tegenwoordig wordt daar inderdaad niet meer aan gedaan, klinkt een andere zucht in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Puck. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

zandbak

Er zijn bijna geen zandbakken meer in Amsterdam. Ik heb er naar gezocht. Ik heb m'n ogen open gehouden, als ik speelplaatsen passeerde, parken kruiste, of binnenplaatsjes ontwaarde, maar niets wat leek op een volgevulde bak die deed denken aan een speelplek met zand. Schepjes ernaast, plastic figuurtjes, zandtaartjes op de rand, laat staan een kind.
't Kind moet zich tegenwoordig anders vermaken; zand is niet meer een speleding voor de peuter die opgroeit in de grote stad. Of 't moet willen uitwijken naar 't Vondelpark, waar zich binnen een omheining van hekken nog een bak bevindt. (M'n collega vertelde dat er ook nog in de Balistraat op 't binnenterrein van een school een zandbak moet zijn; ze heeft er zelf gewerkt, maar voor de rest konden we met z'n 5-en er geen bedenken).

De zandbak staat aan de rand van de afgrond van z'n bestaansrecht, zo lijkt 't voor deze ongehuwde kinderloze persoon. Als er geen zandplek in deze stad, toonaangevend voor ontwikkelingen in den lande, te vinden is, & daar geen ruchtbaarheid aan gegeven wordt, dan zal dat vast een teken des tijds zijn. (Vriendin Stella vertrekt naar Culemborg, met haar 3 kinderen, op zoek naar oa zanderige speligheden. Waarom zou ze 't Vondelpark daarvoor bezoeken? Een park dat overheerst wordt door inline-skating, een sport waar ze 3 jaar geleden nog volop aan meedeed, maar ondertussen een bedreiging vormt voor 't loslopend grut in de buurt van de speelplaats, annex zandbak.)

Ik speelde in de zandbak van de speeltuin. Vlak achter 't overdekt winkelcentrum Falga. Een zandbak kenmerkte zich, 't lijkt een eigenschap van 't verschijnsel, door de middelhoge (middelhoog voor de peuter/kleuter) dikke rand. Daar kon je je zandbakfiguurtjes op bakken, bouwen, & vaak ook platstampen. Of anders die van 't jochie waar je ruzie mee had, vanwege ongevraagd & ongestoord lenen van jouw gereeedschap. De hark werd er bij genomen & met enkele fikse halen werd zijn stapel omgekeerde emmers van zand, waar hij eigenlijk nog enkele verdiepingen bovenop zou bouwen, geplet.
Zandbakken waren oorlogsterreinen, waar je voor 't 1st kennis met territoriumdrift maakte. Er werden grote zielepijnen geleden, vanwege de voortdurende strijd in 't wel of niet mogen gebruiken van andermans speeltuig. De zandbak was de 1e kennismaking met 't echte leven van sociale controle of juist 't gebrek daaraan. 't Recht van de sterkste heerste, net als, zoals later zou blijken, op de kleuterschool.

Maar bovenal, schoot 't door me heen, juist toen ik op m'n gemak me comfortabel in m'n stoel had geschoven, hoofd achterover, benen languit, van plan nog 'ns te overdenken waarom ik me toch zo weinig van 't zandbakgespeel kon herinneren; bovenal was 't de plek waar 't meisje van de fregatstraat regelmatig een drol achterliet. Toen dat geconstateerd werd, aan den lijve nog wel, kon men mij niet meer bewegen zandkastelen te bouwen.

& Zijn de zandbakken geheel verdwenen uit 't beeld van Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Carin. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

onderbreking

Men is 't waarschijnlijk niet al te erg van me gewend; ik heb op gegeven ogenblik afgezworen 't medium an sich als onderwerp te hanteren, tenzij 't m'n gemoed op emotioneel nivo bezighield, 't mij dwong tot 't schrijven van enig epistel, & ik 't verstaanbaar kon maken voor de buitenlanders van Weblogland.
Nu zie ik mij gedwongen van deze langgeleden mezelf opgelegde maxime, devies zo men wil, af te wijken. Zie 't als een korte pauze van m'n serie stukjes in opdracht, niet alleen vanwege 't feit dat Carin & Puck (zie onderaan ,bij de comments, in voornoemde 'stukjes in opdracht') mij voor zeer zware taken stellen, maar tevens omdat er in mijn dagelijks leven ook nog andere aspekten zich doen gelden. Bij 't bespreken van deez & geen zal ik mij beperken tot 't verwijzen, 't linken in hedendaags webloglands, naar geschreven stukjes die slechts vallen binnen 't universum van Zijperspace. Zodat eenieder niet afgeleid raakt door de veelheid aan bomen die tezamen 't bos vormen, maar niet meer als die hoedanigheid waargenomen kan worden.

Iets langer geleden dan de tijdspanne van een week was iemand zo vrij zijn voet mijn teder kruis te laten visiteren. Waarschijnlijk had deze persoon kennis van de voetbalsport, 't enige tijd zelf gepraktizeerd, want de punt van z'n schoen kwam aan zoals een spits, een 10-tal meters verwijderd van 't doel, de bal een loei wil geven teneinde de keeper te kunnen doorboren.
Daar heb ik enige dagen last van gehad.
Ik dacht daar zelfs tot op vrijdag last van te hebben, zijnde 2 dagen geleden.
Mocht u niet op de hoogte willen raken mbt enkele details over 't mannelijk lichaam, waarover ik me genoodzaakt zie enige duidelijkheid te scheppen, wil ik u adviseren de volgende alinea over te slaan.

De ballen van de man moeten op hun plaats gehouden worden, zo heeft een arts mij eerder eens uitgelegd. Daartoe hangt 't aan een soortemet weefsel. Dit weefsel is op zijn beurt bevestigd aan de onderkant van de maagwand. De maagwand is zeer gevoelig, dus enige beroering van 1 der ballen kan 't door de man meest gevreesde gevoel van tegelijkertijd duizeling, een bepaalde mate van onwel, kramp & pijn veroorzaken. Ik weet inmiddels waar ik over praat, zoals u merkt.

Zoals gezegd, vrijdag meende ik nog steeds last te hebben van de gevolgen van de trap: krampen & gerommel vonden nog steeds plaats in m'n lage buik.
Ik bedacht echter dat ik eerder deze week, door vakantie van mijn delicatessenleverancier, gedwongen was salades te kopen bij een kaasboertje. Deze inkopen konden mogelijk ook de oorzaak zijn. Zo verwend als mijn maag inmiddels was door de gedrevenheid van Dhr Berkhout, die van de delicatessen, in 't aanleveren van kwaliteitsvoer, zo ontwend was dezelfde waarschijnlijk aan vettige salades gemaakt van mayo, vet, vlees, vet, groente (een heel klein beetje), olie, kaas, vet & wat kunststofprodukten die tegenwoordig op etiketten met E-waardes worden genoteerd. Deze onwennigheid hoefde echter niet lang te duren, bedacht ik me, want ik was gedwongen mij de hele week met deze produkten te voederen.

Ik ben hiervan teruggekomen. Ik heb mij gister naar een andere delicatessenzaak begeven, hoewel 't voelde als culinair overspel. Een delicatessenzaak met aanzienlijk hogere prijzen voor paté, zeer bevallige dametjes van ongeveer de studie-gerechtigde leeftijd (slecht voor de zaterdagochtend-gezondheid van de vrijgezel), een neiging om de salami's te snijden in veel te dunne plakjes, waardoor groot gedeelte van de smaak verloren gaat, & een bepaalde luiheid van de baas, die zich tentoonspreidde in 't consequent niet willen verwijderen van 't omhulsel van de salami.

Ik dwaal af, merk ik.
Ik ben er dus van teruggekomen. Ik heb de salades in de vuilnisbak geworpen, nadat ik reeds 5 minuten na verorbering van 't 1e broodje gezwind richting toilet moest vertrekken. Dit heeft zich in de loop van de dag nog een 5-tal keren voorgedaan, maar ondertussen had ik me in ieder geval aangesterkt met boterhammen bedekt met waarlijke delicatessen.

Ik zou dus mogen concluderen dat de direkt voelbare gevolgen van de trap gevoeglijk zijn verdwenen. Ik durf m'n benen weder over elkaar te leggen. De ademhaling lijkt ook veel beter te gaan. & M'n maag is ietwat verbaasd over zoveel luxe dat zij te verteren heeft. Maar hij heeft 't verdiend.

Na doorstane avonturen in Zijperspace.

sinterklaas

Sinterklaas bestaat. Zonder twijfel. Hij heeft altijd al bestaan. Ondanks dat de kinderen in de 3e & 4e groep beweren dat 't absoluut niet zo is. Vroeger, in mijn tijd, zeiden die zelfde teringkinderen dat soort onaardige 'vroegwijsheden' in de 2e & 3e klas. Kinderen hebben nou 1maal de neiging tot 't ontkennen van de waarheid. Kabouters bestaan bijv ook niet, zeggen ze, onder 't mom dat ze hun ouders op willen voeden. Met de lessen die hun zogenaamd wijzere klasgenoten, of kinderen ouder dan henzelf, hen geleerd hebben. Men moet maar denken: ze weten niet beter. Ze hebben nog maar net vieze woorden leren uitspreken.
Neuk. Pies. Poep. Hoer. Teringwijf. 't Ligt zo lekkerlijk makkelijk bij dit soort gedrochten in de mond.

Deze kinderen willen niet verder komen. Willen niet zien dat Sinterklaas meer is dan alleen maar die rode mijter, de witte schimmel, de pepernoten van Zwarte Piet, de volle maan.
Ze willen niet zien dat de goede man 't veel te druk heeft om verwoede pogingen te kunnen ondernemen z'n imago duidelijk over te brengen naar de jongere generatie. Goed, een enkel tv-optreden wil nog wel lukken tijdens z'n verblijf alhier in de Nederlanden. Dak voor dak de schoorstenen af gaan, vooral nog in de tijd van tv-antennes, slechte kwaliteit winterpeen, & beschikking tot een schrale hoeveelheid aan de donkere, vroegtijdige versie van de noord-europese padjakker, verhinderde de Goedheiligman tot een even efficiënte als doeltreffende bezorgwijze van de pakketjes zoals de koninklijke PTT heden ten dage ook kent.
Leg de kinders die toendertijd grootgebracht moesten worden dan maar uit dat Sint de daken afstruint op zoek naar schoorstenen om door te kruipen, een ontieglijke hoeveelheid hoeven slijt tijdens zijn veelvuldig betreden van slecht onderhouden dakpannen, & totaal geen zin heeft in een lekker spelletje als 'Age of Empires', juist op 't moment dat de massamedia 'HET KIND' probeert uit te leggen dat vóór de ochtend van 6 december ons aller goedzak klaar wil zijn met 't bezorgen van zijn presenten.

Wat bij mij resulteerde, reeds tijdens m'n vroege kinderjaren, in verwoede pogingen de jonge kinderen fanatiek & onaflatend te laten geloven in de goedertierendheid van elk persoon. Elk persoon naast de goeie zak himself. & Dat probeerde ik te bereiken door slechts allerlei onzin te verpakken in toevallig in dat seizoen ruim voor handen zijnde pakpapier. De kasten staken ervan uit. Staken uit van onzin & pakpapier tegelijkertijd, bedoel ik dan.

We pakten stenen in, fruit, chocolaatjes, prullenmanden, ondergoed van m'n ouders, knikkers, sigaren (vorige week uit de sigarendoos van m'n opa gejat; iedereen moest evenredig veel kado's ontvangen), een stekje uit de tuin, speelgoedautootjes, ministeckstukjes, singles, eetwaar, theelepels, etc. Kortom: allerhande kleingoed wat men een week lang absoluut niet kon missen in 't dagelijks leven, maar waar men des te meer verblijd van om was als men 't tijdens pakjesavond weer aantrof door 't te ontdoen van feestelijk sinterklaaspapier.

Mocht men toendertijd in ons gezin twijfelen aan 't bestaan van onze Goedertierendheid: de avond van 't ontdoen van allerlei ingewikkelde versies verpakkingsmateriaal geloofde men naar mijn oprechte overtuiging, & met mij m'n 2 jaar jongere broer, assistent in deze queeste tot 't ontstellend versteld verrast doen staan van onze familie, des te meer in de noodzaak van een centraal orgaan ten faveure van 't bevoegd verpakken & bezorgen van échte leuke kadootjes.
Met deze wijsheid in onze zak hebben wij onze aktiviteiten na 1 jaar reeds opgegeven.

Sinterklaas bestaat nl in Zijperspace, wisten we.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Ikke. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

roken

't Mocht niet. 't Was verboden. Zo had ik 't gevoel. Terwijl 't eigenlijk nogeneens écht verboden was. 't Was meer iets afschuwelijks waar je aan begon, probeerde vooral m'n moeder duidelijk te maken, maar door de lading die 't in onze opvoeding meekreeg ging ik 't ervaren als bijkans een doodzonde. 't Was dan ook beter 't geheim gehouden worden.

Hoewel er in 't begin niks belangwekkends geheim te houden viel. Zoveel was er niet aan de hand.
Ik draaide shaggies voor Do, m'n vriendin. Kreeg 't pakje in m'n handen geduwd met de opdracht: 'Draai jij maar ff een shaggie voor me.' Ik stak 't vervolgens aan & drukte 't in haar handen, terwijl zij doorging met haar telefoongesprek.
't Hoorde op een gegeven moment bij onze relatie, 't was tot een ritueel verworden die de relatie bleef bekrachtigen. Zij deed haar ding, ik draaide 't peukkie, stak 't aan, gaf 'm door aan haar, zij rookte 't op & deed nog steeds haar ding.
Soms was ze net ff wat langer bezig met iets dat haar concentratie & 2 handen vergde. Dan moest ik nog een trekje nemen om 'm niet te laten doven.
'Draai er dan nog maar 1,' was haar reaktie bij 't zien wat van haar peuk was overgebleven.
't Lag aan de omstandigheid, de toevallige omstandigheid dat ik 't lekker ben gaan vinden. & De doodzonde naar de achtergrond verdween.

't Was eigenlijk nog veel complexer.
We hadden een relatie waarvan we dachten dat-ie niet goedgekeurd werd. Zij was 23 & ik was 16. Ik was veel te jong voor zoiets, lieten m'n ouders doorschemeren.
Do woonde op zichzelf, een paar 100 meter van ons vandaan. Ik ging bij haar langs & nooit gebeurde dat andersom. Dan viel er minder goed te keuren.
Dus leefden we onze relatie buiten de wereld van 't gezin waar ik nog steeds deel van uitmaakte. Onze wereld behoorde niet tot de goedgekeurde wereld. Onderdelen van onze leefwereld konden zowiezo beter geheim gehouden worden. & Wat geheim is, dat weet niemand.
Dus rookte ik op een gegeven moment 1 sigaret per dag. In 't gezelschap van Do.

Dus rookte ik 1 sigaret per dag, toen de relatie uit was. Op school. Om te voelen of ik de ziekte van Pfeiffer nog onder de leden had. Waarna een ontzaglijke vermoeidheid over me heen kwam & ik onverwijld naar huis mocht vertrekken.

Dus rookte ik nog iets later enkele sigaretten per dag. Pfeiffer had m'n lichaam immers verlaten. 't Kon alles aan. & Dan had 't tenminste zin om bij m'n vriendinnen te zitten in 't rookgedeelte van de school.

Ik werd 18. Ik ontving 100 gulden van m'n ouders omdat ik tot dan niet gerookt had. Do zag ik al een ½ jaar bijna niet meer.

Zijperspace werd een volwassen universum, met een enkel zwart gat.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Pes. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

wachten

Hoe vaak heb ik afgelopen jaar al niet gedacht dat ik niet meer zou kunnen schrijven? Bij gebrek aan een onderwerp. Ik denk dat 't me minstens 1 maal per dag parten heeft gespeeld. Elke keer wist ik 't pas op 't laatste moment ten goede te keren.
Alsof een leven ervan afhangt. 't Moet geschreven worden, 't ongeschreven verhaal. Alles moet er uit.

Ik zit op 't randje van m'n stoel, te wachten tot 't verhaal zich aandient. 't Ligt soms op 't randje van m'n tong. 't Kan elk moment omhoog borrelen, ik hoef niet bang te zijn; 't komt vanzelf.
Maar ik wil zo graag. M'n 2 handen staan al paraat om over 't toetsenbord hun dansje op te voeren.

Terwijl ik vanavond aan 't schoonmaken was, ik was met een mop de vloer van de kelder van sporen van klanten aan 't ontdoen, schoot me een groots onderwerp te binnen. Niet getreurd meer, geen paniek meer nodig voor de rest van de avond, de combinatie van div onderwerpen kon samengevoegd worden tot 1 groot geheel. Zijnde een stukje van gemiddelde omvang (mijn gemiddelde omvang weliswaar, maar toch gemiddeld). Zijnde een stukje van groots belang, met verwijzingen naar alles & beginnend in 't grote niets. Dat zijn de mooiste stukjes, vooral als ze eindigen waar 't begin begonnen is.

't Is weg. 't Was plots verdwenen. Verdwenen in een poel van hersensluimers, die elke heldere herinnering aan spitsvondigheden mbt 't onderwerp angstvallig omsluiert. Ik mag niet meer in de buurt van 't onderwerp, van de reeds gevormde zinnen komen. Ik kom op verboden terrein van m'n geheugen.

Ik popel. Ik wil eruit. Ik wil achter m'n beeldscherm de zinnen zien verschijnen, m'n handen 't beeld zien dirigeren. Een orkest van tikkende vingers zien te manoeuvreren tot 't bewerkstelligen van een meesterwerk. Hoe bescheiden ook.

M'n onderwerp is weg. 't Heeft zich aangediend. Ik ben moedeloos lang op zoek geweest naar waar 't zou kunnen zijn gebleven. 't Heeft zich verstopt. Met 't uitwringen van de mop, 't wegspoelen van 't sop, heeft 't zich laten weglopen via 't afvoerputje. Ik moet geduldig wachten tot 't zich als gezuiverd drinkwater opnieuw aanbiedt.

& Hopen dat 't collectief geheugen van Zijperspace dan nog werkt.

Nawoord: Geachte lezers, doet er iets aan. Gij kunt een stilstand alhier doen voorkomen. 't Is slechts 't noemen van een simpel onderwerp waardoor m'n fantasie, m'n geheugen, m'n associatie-vermogen als vanzelf op hol slaat. 't Is dan nog slechts een kwestie van 't in de juiste banen leiden.
Ik wil u dus vragen een suggestie te leveren, in de vorm van een eenvoudig zelfstandig naamwoord, of 't voorleggen van een thema (ik moet er overigens nog steeds 1 terugkrijgen van Marti, nav 't aan haar voorgesteld thema voor 't schrijven over 't 'boek der boeken'), zodat ik mij ongehinderd, ongemoeid door 't zoeken naar, zal kunnen concentreren op bloeiende, woekerende, ontboezemende, & verzoekende, sorry: vergezochte resultaten.
Ik bedoel: ik eis 't recht op geholpen te worden in mijn zoektocht naar schrijfstof.

sentiment

De woensdagochtend na mijn schrijven over de peertjes heb ik plotseling besloten dat ik mezelf weer moest laten ervaren hoe dit fruit in werkelijkheid smaakt. Lopend over de markt, was 't dat deze gedachte mij te binnen schoot. Nee, herstel, ik zat op de fiets. 't Was nog erg rustig, enkele stalletjes waren zelfs nog niet opgebouwd. Ik fietste dus tussen de af & aan rijdende karretjes door, met in m'n hoofd de vraag of hier inderdaad peertjes te koop waren.

Ik kom bijna nooit op de markt. De Dappermarkt in dit geval. Ik ben beter in 't kruisen ervan. Ik schiet tussen de bezoekers ½erwege de markt door, die over 't zeebrapad de andere helft van de uitgestalde kraampjes proberen te bereiken. Ik ben zelf dan onderweg naar m'n bakker of delicatessen. Daar haal ik alles wat ik de hele week nodig heb, gezwind kan ik vervolgens huiswaarts keren.
Maar de heer Berkhout is op vakantie. Incluis z'n assistent. Tot 12 oktober. Veel te lang. & Veel te onaangekondigd bovendien. Ik zal m'n ontbijtgerief ergens anders moeten halen.

Aan de Dappermarkt staat een kaashandel. Jan 't Kaasboertje of zoiets. Verkopen al jaren veel meer dan alleen maar kaas. Alles wat de gemiddelde amsterdamse Truus nodig heeft voor 't ontbijt van haar man & 7 bloedjes van kinderen. Absoluut geen winkel voor mij, zeker niet als je op zaterdag een nrtje moet trekken. Maar ik ben er ooit per ongeluk achter gekomen dat ze salades verkopen die een kortstondige verslaving bij me opwekken. Gelukkig kortstondig. Ik zie me daar al wekelijks in de rij staan.
Ze hebben bij Jan-Peer de Kaasmeneer alles al voorverpakt. Voorgesneden, afgemeten, voorverpakt & opgestapeld ligt 't in de vitrine. Ik vroeg woensdag nog of 't mogelijk was een kleiner portie kaassalade te krijgen. Nee, 't is al voorverpakt, was de reaktie. Ik voelde een lichte verontwaardiging opborrelen. Wat moet deze armzalige eeuwige vrijgezel met een bak vol kaassalade? 12 Boterhammen consumeren ipv 6 per dag? De kortstondige verslaving zal dan van wel zéér korte duur zijn.

Onderweg naar Pieter-Jan de Kaasman kwam ik een groentestalletje tegen, geheel gereed voor verkoop aan de vroege klant. Daarbij waren ze niet vergeten de schutkleurige peren prominent op de voorgrond te plaatsen. Speciaal voor de klant met jeugdsentimenten & een gat in 't geheugen mbt hoe een goede peer er ook alweer uitzag.
Weloverwogen, in m'n hoofd een korte rekensom gemaakt, rasse pogingen ondernomen m'n impulsiviteit te beteugelen, bestelde ik bij de dame een zakje van 3 stuks. Loei-grote kreeg ik toebedeeld. Waarbij ik slechts de verontrusting kon bedenken of m'n maag wel bestand zou zijn tegen deze peren-cold turkey.
(& Voor de fanatieke huishoud-portemonnee-administrators: ik ben vergeten wat ik per pond moest betalen).

Je moet geduld hebben. Zeker als 't gaat om peren. Men verkoopt de peer nou 1maal niet op 't moment dat 't sappig door de mond kan vloeien. Ik heb ze derhalve meteen in de zon van 't keukenraam gelegd. M'n boterhammen met kaassalade belegd. & Geduld betracht. Reeds 3 dagen duurt dat geduld. M'n verslaving, die zeer kortstondig blijkt, is reeds voorbij. 't Gemis van m'n delicatessen wordt met de ochtend nijpender.
Ik dacht dat de zon wel zou helpen in hun wasdom richting zachte rijpheid. Zulks doet men immers toch ook met tomaten die nog groen zijn. Alles wat groen is heeft toch zon nodig?
De behoefte enig jeugdsentiment te beleven verdwijnt naarmate ik de peren vaker zie liggen in dezelfde onaangedane hardheid waarmee ik ze gekocht heb. Nog geen deuk van m'n vingers valt er in de huiden ervan te bespeuren.

Voorlopig geen hartverwarmende sentiment-opwekkende mondoverspoelende vloeistoffen verkrijgbaar in Zijperspace.

vaderschap

Ik neem op.
Hendrik.
'Ik stoor toch niet?'
'Wat bedoel je?'
'Je bent toch niet met iets bezig momenteel?'
Daar raak ik van in de war. Wat moet ik daar nou op antwoorden? Tuurlijk ben ik met iets bezig, ik ben altijd bezig, maar dat wil niet zeggen dat ik niet gestoord kan worden. Bezig zijn met iets is tenslotte tijdelijk, daarna volgt vanzelf weer een andere bezigheid.
Als ik deze gedachtes echter Drik ga meedelen, dan maak ik 't alleen maar ingewikkelder. Moet ik 'm zeggen dat ik bezig ben? Met bijv m'n ontbijt, of met een boek, of een stuk te schrijven. Dan krabbelt-ie helemaal terug.
& Als ik zeg dat ik gestoord kan worden, denkt-ie vast dat ik uit m'n concentratie gehaald ben. Dan maar meteen helemaal er uit, maar dat niet zeggen.

'Nee, vertel 't nou maar.'
Ik wil nou toch wel weten waarvoor hij belt. Zou hij me gaan vertellen dat.....?

'Ik wilde vragen of jij misschien op de 16e voor mij kon werken.'
De 16e. Wat is er op de 16e? Dat moet een woensdag zijn. Op woensdag ben ik altijd vrij. Da's dus geen probleem. Maar daardoor verlies ik natuurlijk wel een vrije dag. Niet te snel toehappen dus. Er moet wel iets tegenover staan. Niet zomaar een vrije dag opgeven.
'De 16e is mijn vrije dag.'
'Ja, dat weet ik, maar ik kan niemand anders vinden. Ik heb iedereen al gebeld; niemand kan. Roen kan ook al niet. Dus jij was m'n laatste hoop. Op Marieke na dan. Die heb ik nog niet kunnen bereiken.'
'Ja, probeer Marieke dan nog ff. 't Is voor mij hartstikke zonde van m'n vrije dag. Kan je er niet iets tegenover zetten?'
'Ik zal zorgen dat je er weer een vrije dag voor terug krijgt.'
'Dan zou je natuurlijk as vrijdag van me over kunnen nemen. Onee, waarschijnlijk ben je dan verschrikkelijk druk bezig met vader zijn.'

Of misschien is-ie dat al, bedenk ik me opeens. 't Kon elk moment gebeuren.
Nee, dat kan niet. Dan vertel je dat wel meteen. Dan ga je je niet zorgen maken over diensten die anderen zowiezo van je over moeten nemen. Je hebt zwangerschapsverlof, ook als vader, de diensten moeten door de collega's opgelost worden.
Drik is vast voorbereidingen aan 't treffen, denk ik dus, voor 't geval dat 't kind er uit gehaald moet worden, vanwege laat.

'Ik ben al vader. Afgelopen nacht.'
'Gefeliciteerd. Wat leuk. Is alles goed gegaan? Wat is 't geworden?'
& Nog 10-tallen vragen schieten me door 't hoofd. Alleen niet op 't juiste moment.
''t Is een jongen. Alles ging goed.'
'Maar de 16e zit wel ok,' zeg ik plots nonchalant. De meest coulante, de meest collegiale, toeschietelijke persoon ter wereld dient zich aan. Een collega waar iedereen op kan bouwen.
'Geniet jij maar van je vaderschap & maak je geen zorgen over de 16e. Die vrije dag regelen we later wel. 't Zou leuk zijn als Marieke de dienst kan overnemen, maar ik kan in ieder geval.'

Hoe leg ik m'n ouders uit dat ik op de 16e niet langs kan komen om een wandeling met m'n vader te maken?

Daar maakt men zich de hele dag al druk over in Zijperspace.

ooit

Ik heb 'ns iemand gekend die zei in staat te zijn mensen op straat neer te schieten. Willekeurig. Hij moest slechts 't juiste moment in z'n gemoed ervoor treffen. Hij keek fel uit z'n ogen. Een bleke felheid was 't wat z'n gezicht deed spreken.
Ik zei: 'Zou je dat nou wel doen?'
Ik moest zeggen: 'Weet je dat wel zeker?'
Z'n stem was ook schel, geëmotioneerd, terwijl je zou denken dat je dan niet aan emoties denkt.

Ik kwam ook iemand tegen die juist niet met emoties praatte. Misschien had-ie wel dat soort mechanismes in z'n hoofd, zei hij, maar hij merkte 't alleen niet. Alles was logisch, waarom zou je een wetenschap gaan studeren?
Hij had 't meest rechte gezicht dat ik heb gekend. Z'n kapsel was daarop aangepast. Blonde rechte stekels. Brede verticale kaken, recht onder z'n voorhoofd. Z'n woorden kwamen net zo recht, zo welgemikt, uit z'n mond. Geen emoties, zei hij.
Hij vond 't afschuwelijk dat wij over emoties praatten. Hij kon niet begrijpen dat wij wisten dat we 't bij 't verkeerde eind hadden. Hij begon te janken als we hem begrepen. Zonder tranen.

Ik kwam ooit in kontakt met een meisje dat haar hoofd tegen de muur wilde slaan. Haar hand maakte alleen de beweging niet snel genoeg. 't Hoofd had 't door voordat de hand zover was.
Ze droomde diepe dromen van haar uiteenspattende hersenen. Verlegen, droomde ze dat. Zacht, in 't diepste geheim. Ze vertelde me fluisterend welke kleuren haar daarbij verschenen. & Ze vroeg of ik niet wilde vertrekken, ik moest blijven, ze wilde niet nog een nacht tegen de muur aanplakken.
Ze droeg vaak een pyama, met bloemen zoals oma's nog versierd waren. Ze lachte, met een bruingekleurd fotolijstje eromheen.

Een ander las nooit 't nieuws. Ze verzonk in stilte, stilte als een oceaan, zogauw ze te weten kwam over roddels, achterklap, moord, oorlog & vernietiging. Ze kon geen dode baby's meer zien. Ze wilde geen krijsende krijgers, knallende kanonnen, gillende waarheid meer horen. Liever sloot zij zich op. Wij moesten haar naar buiten slepen. Wij moesten haar de zon, hallo, hier schijnt de zon, laten zien. We moesten haar 't zacht zwijgen van de gang van de golven laten horen. We woonden tenslotte aan de zee.

Ik heb mensen gekend die wilden versterven. & Slechts daar over konden praten. Hun mond stond niet stil. Ik heb ze een spreekverbod opgelegd. Ze luisterden niet. Dat pastte hun niet, zeiden ze, maar niet als antwoord op mijn verbod.

Sommige mensen liepen schichtig over straat. Van hoek naar hoek. Ze durfden de grote, drukke straten niet meer te nemen, niet meer te doorkruisen, omdat elke hoek een veelheid aan mogelijkheden creëerde. Liever keken ze vanaf 't zolderraam naar 't passeren van 't verkeer. 't Leven droop voorbij, zeiden ze, 't droop langzamer dan de lekkende kraan.

& Er was een hond. Die vertelde me dat hij 't prettig vond om uitgelaten te worden. Hij liep 't liefst over bospaden, van die onverharde. In 't gezelschap van een mens. Zo'n grote, liefst een tamelijke breedheid, met een grauwe stem. Daar hield die hond wel van.
De hond kromp ineen als je je stem verhief. Z'n haartjes zag je in koor trillen. Z'n staart stak dan onder z'n benen tot zowat in z'n bek.
Maar 't was een lieve hond. Hij had een schone bruine vacht. & 't Liet keutels in de goot.

't Was een puinhoop in Zijperspace.

weijers

Hardop lezen helpt. Voor mezelf hardop lezen. Dan dringt de inhoud van de lege zinnen weer tot me door. & Zie ik ze tot leven komen alsof een still van een dans verandert in een filmische opname, in opeenvolgende beelden, op 35 mm-formaat, 24 beeldjes per sec.

Elke keer schiet me dan weer de beeltenis van meneer Weijers te binnen. Hoewel ik niet zeker weet of-ie nou inderdaad Weijers heette. Hij heeft ons slechts een ½ jaar lesgegeven. & Dat nog wel in 't xamenjaar, waarin je bijna alleen maar in beslag werd genomen door tentamens, tentamens, tentamens & uiteindelijk de alom gevreesde finale xamens.

De heer Weijers liet me voorlezen, net nadat-ie de taak van onze vaste nederlandse leraar van Garderen had overgenomen, die thuis lag na een hartaanval. Hij kende me nogeneens van naam, op 't moment dat ik voor m'n voorleesbeurt bij hem moest verschijnen.
Ik las uitstekend voor, 't kon wat langzamer, & of ik nog een keer dat laatste stuk wilde doen, maar dan op wilde letten op 't verschil tussen de 'v' & de 'f' & de 'z' & de 's'.
Ok. 't Ging wat beter, was 't vervolgens, maar ik moest toch wat meer gaan oefenen op de 'v' & de 'f'.
De boeken die ik voor m'n lijst had uitgekozen waren overigens van hoog nivo, voegde hij er aan toe.

De slechtste beurt die ik gemaakt heb bij Weijers; ik zal 'm voorlopig maar zo blijven noemen. Er schiet me niks anders te binnen.
De slechtste beurt. De les die ik misschien 't beste ben blijven onthouden.

Ik kon niks fout doen. Voor alle onderdelen van Nederlands haalde ik bovengemiddeld. Of vaak zelfs 't hoogst. Ik kreeg soms 't idee dat ik voorgetrokken werd.

Na een ½ uur op een gedicht te hebben zitten werken, 't tentamen gedichten, waarbij enkele vragen over stijlfiguren & stromingen, waarna 't verzoek 1 van de 10 gedichten zo uitgebreid mogelijk te ontleden, verliet ik 't lokaal. Weijers kwam bij uitreiking van de resultaten enthousiast op me af: ik was de enige die 't gedicht van Rodenko had gekozen & had daarbij zelfs 't hoogste cijfer van de gehele HAVO gescoord.

't Boek van Literatuurgeschiedenis heb ik de avond ervoor uit verveling weggelegd. Ik had 't al gelezen, geen zin in nog een keer. & Bij 't tentamen verliet ik wederom na een ½ uur 't lokaal. Alle vragen goed, zo bleek.

Weijers wilde me geen 10 geven voor m'n literatuurlijst. 't Bestond volgens hem niet dat je iemand een 10 voor een verslag kon geven. Maar omdat ik een aantal xtra boeken had besproken, meer dan verlangd werd, had-ie toch besloten om z'n maximum-quotering met een ¼ te verhogen: een 9+.

Meneer van Garderen was al enthousiast over m'n prestaties, maar z'n vervanger spande de kroon. Hoewel ik vaak een twijfeling in z'n benadering van mij voelde doorschemeren. Hij was waarschijnlijk op de hoogte van 't feit dat ik bij Handel, Economie, Geschiedenis & soms ook Wiskunde een etter was. Tenminste: zo omschreven de docenten me, begreep ik. Ik had 't hoogste percentage uit-de-klas-gestuurd-worden van de gehele school, dat was reden genoeg voor enige gezonde twijfel.

Weijers zag er uit als de stereotiepe leraar Nederlands. Hij droeg een heuptas,inderdaad altijd hangend tot over z'n heupen, gevuld met boeken, lesmateriaal & mappen, z'n ene schouder daardoor kantelend tot net niet zielig voorover. Z'n scheiding & de lengte ervan waren blijven hangen in de helft van de jaren 70, benevens z'n ribfluwelen broek met veel te wijde pijpen, waarbij hij enthousiaste grote passen nam alsof hij in een anti-kernbom-demonstratie meeliep, maar de straat leeg was. Een man die je geen kwaad wenste te doen, zeker niet omdat-ie nog altijd kontakt leek te onderhouden met meneer van Garderen, de goedzak in de vorm van een iets te groot uitgevallen kabouter.

Eigenlijk was 't niet een man om te onthouden. Hij had niets speciaals. Alleen z'n onbenulligheid, 't in alles doorschemeren van z'n onervarenheid mbt 't voor de klas staan, deed je bewegen tot enig medelijden, 't geven van wat respijt.
& Toch weet ik me nog levendig te herinneren dat-ie zei dat ik de 'v' & de 'f' moest blijven oefenen, & dat-ie tijdens 't eindfeest opmerkte dat ik door moest gaan met literatuur. Iedereen was toen aangeschoten, zelfs enkele docenten, maar ik bovenal. & Toch zie ik hem nog vooroverbuigen om in m'n oor te schreeuwen, de band maakte een ganse herrie, dat ik door moest gaan, want dat 't later wel zou kunnen zijn dat ik zou gaan schrijven. Dat zei hij in slow-motion.

Aldus geschiedde in Zijperspace.

toelichting

Ik heb m'n familieleden een nieuw i-meel-adres gegeven. 't Leek me dat ze dat wel leuk zouden vinden. Vooral omdat ze tenslotte net als ik Zijp van hun achternaam heten. Wie wil er nou niet zo'n gemakkelijk te onthouden adres? Dacht ik.

Ik heb 't niet voor al m'n familieleden gedaan overigens; 't moet wel een uniek adres blijven. Ik heb 't alleen over m'n broers & m'n moeder. & Een nichtje, maar dat was omdat zij ook 'ns met haar vriendinnen wilde i-melen. Speciaal voor haar een hotmeel-adres aangemaakt & vervolgens op mijn domein een zijperspace.nl-adres gecreëerd. Zo'n beginnende i-meler moet 't gemakkelijk gemaakt worden, tenslotte. M'n broers & moeder krijgen hun meel via Zijperspace gewoon naar hun oude adres doorgesluisd.
Behalve Carel. Die leest m'n weblog toch niet. Die is er absoluut niet in geïnteresseerd. & Wil er ook niks over horen. Dan krijg je van mij ook geen adres.

'Wat heb ik er nou aan?' vroeg 1 van m'n broers.
Niets, zei ik. Behalve dat 't een makkelijk te onthouden adres is. Voor jezelf & voor degene waarmee je contact wil onderhouden. Tenminste, da's mijn gedachtengang.
Je hoeft ook niet meer je i-meel-adres achter te laten als je op 1 van m'n stukjes reageert. Mensen kunnen gewoon via 'gerichte post naar Zijperspace' zich tot je richten. Moeten ze alleen wel mijn naam vervangen door die van jou. & Bij Ma moeten ze 't vervangen door 'mam'. Krijgt zij ook 'ns post van mijn bezoekers. Vindt ze vast leuk.
Heb ik allemaal proberen uit te leggen aan m'n broer. Ik heb 'm erbij verteld dat 't tot voordeel heeft dat-ie minder snel last zal hebben van i-meel-adres-zoekers, die er voor kunnen zorgen dat je inbox overspoeld raakt met spam. Omdat z'n adres nergens meer vermeld staat, kunnen ze ook geen spam meer sturen.

& 't Leek me ook heel grappig dat m'n ouders gefeliciteerd werden met hun 45-jarig huwelijk. Door intelligente & voorkomende mensen, die bovendien beseffen dat ik 1 van de liefste moeders in de wereld heb. Om hun daartoe aan te sporen was ik van plan om een popup-plaatje neer te zetten van m'n ouders in trouwkostuum. We hebben 't dan over 1957 (maar dat hebben deze intelligente & voorkomende lezers natuurlijk allang al begrepen). Met daarnaast een plaatje van hoe ze er nu uitzien. Zodat de mensen, de lezers, een beetje begaan raken met m'n ouders. Dat men zoiets krijgt van: tja, die Ton schrijft niet voor niets zo veel over die 2 (over m'n moeder natuurlijk veel te weinig, maar dat halen we later nog wel in). Lief stel. Daar heb ik wel een meeltje voor over.

Maar we snappen helaas de ballen van popup in Zijperspace.

PS: Na veel zeuren & zeiken (sorry Ramon) heb ik 't uiteindelijk voor elkaar gekregen. Maar dan ook heel eg mooi. Dacht ik wederom. Tenminste: ik vind de foto's erg mooi. Misschien ligt 't eraan dat 't m'n ouders zijn (& dat ze dezelfde vanzelfsprekende mooiheid hebben die ik zie als ik in de spiegel kijk), misschien is 't 't feit dat 't zoveel moeite kostte ze gepopupt te krijgen (nieuw nederlands werkwoord).
Edoch, hier zijn ze dan: m'n ouders in & in . Mooi hè! (hier horen heel veel uitroeptekens achter, maar ik heb hier ooit gezegd dat ik nooit uitroeptekens gebruik, dus moet ik dit niet overdrijven)

peertjes

Prefereert u uw peren hard, zacht of in het geheel niet?

(ihkv een enquête van Puck)

Van jongs af aan zag ik m'n moeder alle peren voor de kinderen schillen. & M'n vader was 't grootste kind, want hij kreeg altijd de meeste stukjes van m'n moeder. Ze sneed 't nl zelfs in partjes. & Omstebeurt ontving ieder een partje, waarbij de wereld voor 't 1st ongelijk verdeeld bleek, zo ondervonden wij, want de grootsten, de mensen met de meeste autoriteit, werden voorgetrokken.
M'n vader een partje, m'n ene broer een partje, ik een partje, m'n vader een partje, m'n andere broer een partje, m'n ene broer een partje, m'n vader een partje, ik een partje.
We waren een nest van jonge kwetterende vogels, schreeuwend om net dat xtra stukje voer.
'Mam, Mam, nu ben ik aan de beurt.'
'Mam, Mam, Pa heeft net ook al gehad.'
'Mam, Mam, ik moet nog groeien.'

't Waren over 't algemeen ½-zachte peertjes, net hard genoeg om vloeiend de schil ervanaf te kunnen halen met 't mes, net zacht, sappig genoeg om 't vocht langs je kin je nek in te laten lopen.
Mochten ze niet zacht genoeg zijn, dan offerden we ons deel op voor de liefdesdans van 't ouderlijk paar. Waarbij m'n moeder m'n vader voederde. Wij wilden dan zo snel mogelijk weg van tafel. Een beetje naar harde stukjes peer kijken die onze niet al te kritische vader z'n keel in liet glijden, daar hadden we geen zin in.

M'n moeder kon op een hele zachte, liefdevolle manier controleren of de peren inmiddels geschikt waren voor consumptie. Zo zacht als ze onze huid inwreef met zonnebrand. Of m'n nek masseerde bij hoofdpijn. Een heel klein kuiltje drukte ze in 't peertje, je zag haar duim nogeneens bewegen zo langzaam zacht behandelde ze de peer. & Haar inschatting over de rijpheid was altijd korrekt.
Slechts een enkele keer mochten wij de duim er op drukken, om 't dmv een kuiltje te markeren voor gereedheid. Deden we 't zonder toestemming, dan kregen we al snel een gil van moeders.
'Afblijven. Straks zijn ze beurs voordat we ze gegeten hebben.'
M'n moeder had 1000 ogen. De fruitschaal stond in de keuken & zij lag op de bank in de woonkamer haar middagdutje te doen. Dat wilde in ieder geval zeggen dat ze om de hoek kon kijken. Soms nam ik alleen maar een slok melk rechtstreeks uit 't pak, wat overigens ook verboden was, als zij dacht dat ik de peren bevingerde, maar dat voelde bij die gil evengoed betrapt.
Onze vingers bleven afgedrukt staan in de bedoezelde peer. Dat zou m'n moeder niet gebeuren. Voor straf kregen we dan de meest overrijpe stukjes peer tijdens de maaltijd. Of we dat nou erg vonden, staat me niet meer bij.

De peertjes van eigen tuin (Soms was alles uit eigen tuin, als we Pa mochten geloven: 'Ah, bietjes!' riepen we als we de tafel bestormden, waarop Pa de euforie dacht aan te wakkeren met een opgewekt: 'Ja, van eigen tuin.' '& De gehaktbal zeker ook?' namen we 'm dan in de maling.) werden gebruikt om een vies drabbig zootje van te maken. Gestoofde peertjes noemden ze dat. Altijd werd dat bereid in 'tzelfde kleine pannetje, bij lange na niet toereikend genoeg voor de hoeveelheid groenten in een maaltijd die een groot gezin nodig heeft. Dat was dan ook niet de bedoeling. Bij stoofpeertjes werd er altijd heel luxe een 2e groente geserveerd. Tot genoegen van m'n vader.

Ik vond 't er maar vies paars uitzien. 't Enige leuke aan 't goedje was 't bereiden ervan. Want er kwam veel suiker & kaneel bij kijken, als ik 't me goed herinner, & wat bloem. Daardoor stolde de saus op een gegeven moment. Lekker om met m'n vinger in te zitten. Ook al was 't goedje dan niet m'n favoriete maaltijd, een lekkere lik ervan kon, zolang 't stiekem moest, geen kwaad.
't Voordeel van gestoofde peertjes was dat we 't nooit verplicht waren te eten. M'n vader was eerder teleurgesteld als er nog een andere liefhebber aan tafel zat. Had-ie liever niet, want dan was er te weinig voor de volgende dag over. M'n vader vond 't nl 't lekkerst als-ie de peertjes als lestje de volgende dag op kon warmen. Dan zagen de peertjes er nog viezer uit, naar mijn mening. Ik vertikte 't om 't pannetje de 2e dag uit de ijskast te halen. Vies ding.

Tegenwoordig eet ik helemaal geen peren meer. Ik kom ze eigenlijk nooit meer tegen als ik boodschappen doe. Of misschien vergeet ik ernaar om te kijken. Ik zou nogeneens weten waar je ze zou moeten kopen. Ja, op de markt, maar wanneer kom ik daar nou? Bij de groenteboer zie je me ook zelden. Ik moet eerlijk gezegd bekennen dat ik van de supermarktgeneratie ben, als die generatie zou bestaan. Alles wat niet in de supermarkt verkrijgbaar is, bestaat blijkbaar niet meer.
& Toch verlang ik wel terug naar die heerlijke zachte peertjes die in m'n mond smolten door slechts m'n tong erop gedrukt te houden. Waarbij m'n mond overstroomde van 't vrijkomende vocht.

Maar dan moet m'n moeder wel op visite komen om te schillen in Zijperspace.

rust

Ik heb besloten weer aan 't werk te gaan. Ik heb m'n werkgever wel van te voren duidelijk gemaakt dat ik 't rustig aan zal moeten doen.

Buiten 't bezoek aan 't feestje van m'n ouders heb ik de afgelopen dagen vooral slenterend doorgebracht. Kms in 't centrum afgelegd, op zoek naar niks. Rust waarschijnlijk, afleiding voor m'n getob. Maar naarmate de tocht duurde, werd 't gepeins & de somberheid groter. Ik besloot elke keer nog 1 blokje om te gaan, alvorens huiswaarts te keren. Tijdens dat blokje om zou ik vast de mensen tegenkomen die me zouden afleiden, die me zouden terugvoeren naar vroeger tijden, bleef ik maar geloven.
Ondertussen liep ik al die kms in m'n 1tje, zat ik aan een vreemde bar in m'n 1tje, praatte met de barman in m'n 1tje. Niemand die rond dit tijdstip al klaar was met werk, niemand die bereid was me per ongeluk te ontmoeten.

Op m'n rug droeg ik m'n rugzak, voor de zekerheid altijd gevuld met 2 boeken. 1 Waar ik in bezig was, de ander voor als ik de 1e plots uit zou lezen. Totaal overbodig, dat reserve-xemplaar, & toch nam ik 'm elke keer weer mee.
Als ik thuisgekomen de ene titel beëindigde, begon ik aan een nieuwe, liet degene die nog in de rugzak zat rusten voor de volgende wandeltocht.

Een bezoek aan de bieb leek ook noodzakelijk. Ik had immers boeken liggen die as woensdag teruggebracht moesten zijn. & Ik wilde wel weer wat nieuws in huis. De mogelijkheid hebben tot wat nieuws, moet ik zeggen. Want van de stapel die doorgaans 1 van m'n tafeltjes siert, wordt er meestal slechts 1 aangesproken, gedurende de uitleentermijn.
't Gaf me in ieder geval een doel, tijdens m'n rondgang door 't centrum. Ik had een reden om over de grachtjes te lopen, ditmaal richting Prinsengracht. De gezichten van dagjesmensen & toeristen begonnen me de 1e middag al danig te vervelen. Steeds weer diezelfde regenjassen, mensen vol goede moed (vanwaar die goede moed?), op een hun totaal vreemde fiets, klaar voor vertrek door donderbuien de stad & omgeving in. & Ontelbare hordes die slechts 1 ding leken te verlangen: met hun koker van 't Van Goghmuseum of 't Rijks banjeren over de bloemengracht, waarbij deze geschreven dient met een kleine letter. De gracht bij uitstek die gemeden diende te worden.

't Gaf me ook wat conversatie, 't bezoek aan de bieb. Een vraag waar boeken zich bevonden die volgens 't comp-systeem wel aanwezig zouden zijn, maar zich niet in de kast bevonden. De dame trok enkele planken boven de juiste plek onmiddellijk 't bewuste boek tevoorschijn.
'In de jaren dat ik in de bieb werkte, plaatsten we 'wien' altijd achter 'wieg',' kon ik niet laten op te merken, duidend op de 4 beginletters van de schrijver.

Ik had beter thuis kunnen blijven, me verdiepen in de boeken, me warmen aan de kachel, me geld besparen op drankgebruik. De rust is er echter nog steeds niet. Ook al was 't 'tgeen waarnaar ik op zoek was.
Ik ga maar weer aan 't werk, werkloos toezien zal voor mij nog wel jaren duren.

Vele kms dienen nog afgelegd te worden in Zijperspace.

afscheid (3)

Vandaag is Stella vertrokken uit Amsterdam. Weg, met haar gezin, naar Culemborg. Nu kan ze me niet meer de vraag stellen hoe 't met de liefde staat.
'Hé, Ton. Heb je al weer een vriendinnetje?'
Of: 'Zo, vuile vuns, ben je weer met allerlei vrouwen naar bed geweest?'

Bij 't afscheidspartijtje, met z'n allen naar de massa-uitgaansgelegenheid Panama, viel ik bij 't 1e moment van samenkomst meteen maar met de deur in huis: 'Vrouwen, daar doe ik niet meer aan.'
Dat kwam goed aan in 't gezelschap van 10 vrouwen & 1 man. In zoverre men mijn opmerking gehoord had.
Stella was op dat moment echter veel te druk in gesprek met 1 van haar vriendinnen. De hele avond eigenlijk. Terecht, 't was de bedoeling dat zíj in 't middelpunt van de belangstelling stond.
Alice kwam later op de avond echter wel bij me informeren.
'Waarom doe jij niet meer aan vrouwen? Daar schrok ik wel van, hoor.'
& Judith: 'Toen ik met je broer ging zag ik jou altijd als iemand die intellectueel geheel op zichzelf stond. Jij zou later iemand worden. & Toen ik hoorde dat je achter de bar stond, snapte ik dat niet. Iemand met jouw verschijning, met jouw vermogen, wat is er met 'm mis gegaan, dacht ik. Jij was op de middelbare school degene die elke vrouw kon krijgen.'
'Verdomme,' schiet er ff door m'n hoofd, 'dat had ik eerder moeten weten. Dan had ik ook 'ns lekker kunnen hoeren & sloeren.'
Waarbij de laatste uitdrukking van Stella afkomstig was. Dat maakte meteen duidelijk dat we een partner voor 1 avond wilden. Niet meer. Maar die uitdrukking gebruikten we pas jaren na de middelbare school.

Er kwam een jongen van de week de winkel inlopen. Knappe gozer, ½erwege 20. Snelle blouse, autosleutels in de hand, strak kapsel. Of ik kon aanduiden waar de 'nähest gelegen parkplatz' was.
Dat kon ik wel, maar niet in 't duits. Ik vroeg of 't in 't engels ook goed was.
Hij kon niet meer verkeerd rijden, na mijn uitleg. Hij moest echter nog iets anders weten, zei hij in gebrekkig engels. Je mag 't ook in 't duits zeggen hoor, ik versta 't evengoed wel.
Maar hij begon al fluisterend engels: waar of de buurt was waar hmmm, waar vrouwen hmmm, achter ramen, rood, etc.
Dat duurde mij te lang. Bij z'n fluisteren wist ik al welke kant hij op wilde.
'You mean the red light-district?' zei ik luid. M'n klanten in de winkel moesten 't toch ook meteen maar weten.
Voor ons is dat de normaalste zaak van de wereld. Die schijn hou ik in ieder geval op als ik zulke jongens voor me krijg. Die schijn hou ik zowiezo bij elke toerist op. Maar bij deze jongen deed ik nog ff meer m'n best om te laten blijken dat 't een doodordinaire bestemming was. Uitgebreid & geheel niet op fluistertoon legde ik breedgebarend de weg uit richting Warmoestraat & achterliggende steegjes.

Ik zal er nooit komen. Niet om m'n gerief te halen in ieder geval. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar tevreden weg zal gaan. Ik kan me niet voorstellen dat ik tevreden zal zijn als ik voor liefde (wat is liefde?) moet betalen.
Ik kan me al helemaal niet voorstellen dat zo'n jongen van pakweg 25 z'n geld er aan wil besteden. Ik lees er graag literatuur over, maar 't voorstellingsvermogen gaat er bij mij 't ene oor in, 't andere oor uit. Aan 't eind van 't boek ligt m'n andere oor.
'Zo'n jongen kan toch elke vrouw krijgen die hij wilt?' dacht ik toen ik 'm zag teruglopen naar z'n cabriolet.

Ik zal de vragen van Stella nu moeten missen. & 't Gesprek waarom ik weer niet aan de verwachtingen heb voldaan, waarom ik alweer 3 jaar vrijgezel ben. & 't Gesprek over welke vrouwen ik wel heb gehad. & 't Gesprek waarin we alle details van alle vrouwen die ik had veroverd doornamen. & 't Gesprek over ons hoeren & sloeren.
'Nou, Tóoon,' hoor ik haar zangerig zeggen, 'je moet nou toch 'ns beter je best gaan doen, hoor.'

Maar in Zijperspace houden we de schijn op dat we niet meer aan vrouwen doen.

verzwijgen

'Ik kom volgende week weer langs, Pa,' zeg ik bij 't afscheid nemen.
'Oja?' brengt-ie er wat verdwaasd uit, na de hele dag in de drukte te hebben gezeten.
Ik bedenk me dat ik niet alles moet vertellen, dan maakt-ie zich er alleen maar druk over. & Heeft-ie er uiteindelijk helemaal geen zin in.

't Huis van m'n ouders moet geverfd worden. Daar hebben ze 2 dagen voor nodig. M'n broer & schoonzus zullen daar zorg voor dragen. & Toevallige voorbijgangers, zeg maar. M'n moeder houdt de boel bij, terwijl de rest verft.
Dinsdag is geen probleem, dan zit m'n vader toch in de dag-opvang. Voor woensdag moest er wat verzonnen worden, want hij kan niet de hele dag in de weg lopen.
Waarom zou Pa niet een wandeling gaan maken, werd er door iemand bedacht. & Voor een wandeling met Pa werd ik 't meest geschikt geacht.

Ik wilde zelf nooit mee. Was altijd bang onderweg naar 't Robbenoordbos overvallen te worden door een grote behoefte de wc te bezoeken. Dus werd er van te voren niets over medegedeeld. (Net zoals de banaan, waar uiteindelijk zo'n vies reispilletje in bleek verstopt. Je had 'm al op voordat de smaak ervan de banaan ging overheersen.) & Reden we al lang & breed buiten de grenzen van Den Helder voordat ik door had dat we de stad uit waren om een wandeling te maken.
'Jullie hebben dan toch wel wc-papier meegenomen?' gaf ik me uiteindelijk over, hoewel ik me nog steeds benauwd voelde voor de mogelijke dreiging van een opkomende drol.

Dus zeg ik: 'Ja, volgende week woensdag. 't Was weer 'ns tijd om bij jullie thuis langs te komen. Vind je toch wel leuk?'
Ik ben al 2 weken bezig met bedenken wat voor wandeling we zullen maken. Zodat we zoveel mogelijk kunnen wandelen, de meeste mogelijkheden om onderweg te rusten, dan wel afgeleid daarvan te raken, & plekken zullen treffen waar m'n vader's geheugen zal beginnen te werken.
'Tot volgende week dan,' zegt m'n vader.

Niet alles wordt verteld in Zijperspace.

parkinson

Ik kwam eigenlijk net weer een beetje bij. 't Kleine hapje vlak voor vertrek had er voor gezorgd dat ik in slaap gevallen was. Door 't gesprek dat de jongen naast me voerde met 't meisje schuin tegenover me werd ik langzamerhand weer wakker. 't Zorgde er ook voor dat geen letter van m'n boek meer tot me doordrong.

M'n ouders vierden hun 45-jarig huwelijk voor familie, in 't eetcafé van m'n broer. Hun broers, zussen & aanhang gaven allemaal acte de présence, slechts uitgezonderd m'n vader's zus uit Canada, vanaf 11 uur 's ochtends. Om de bijeenkomst niet al te druk voor m'n vader te laten zijn, waren de kinderen pas vanaf 4 uur welkom. Wij hadden ons feestje al eerder gehad. Die drukte van kinderen & kindskinderen zou er slechts voor zorgen dat m'n vader 't overzicht zou verliezen & voortijdig terug naar huis zou verlangen.

M'n vader was dapper. Vocht zich door de dag, zonder schijnbaar vermoeid te raken.
Ogenschijnlijk was dat. Een leek zou 't niet opvallen. Wij zagen dat-ie langzamerhand meer de blik van m'n moeder zocht, meer de veiligheid van haar gezelschap zocht. Ze hoefde maar een minuutje een gesprek ergens anders in de zaal te hebben & hij keek al verlaten om zich heen. Lichtelijk radeloos, op zoek naar iets vertrouwds. Zonder emotie overigens, want z'n gezicht is niet echt meer in staat de emoties te tekenen. Wij zijn inmiddels gewend aan 't dieper wegvallen van z'n ogen, z'n vragend verlangen naar m'n moeder slechts afgetekend door een licht openvallende mond. Wij kennen inmiddels de ziekte van Parkinson.

Dan ga je naast 'm zitten. Legt je arm om z'n schouder, zoals je vader vroeger je arm om jouw schouder legde, & zegt: ''t Gaat wel, hè Pa?' & Knikt 'm bemoedigend toe, tegen beter weten in. Geef mij 100 van die onnozele glimlachjes voor zogenaamde bevestiging, ik lever in ruil een jaar van m'n leven in.

'Dames & heren, Prins Claus is zojuist overleden,' weerklonk de stem van de conducteur door de trein.
'Godverdomme,' was een zucht van iemand, ''t Was zo'n aardige man.'
& Vreemd genoeg trok ik m'n mond ook open.
'Hij had de ziekte van Parkinson. Net als m'n vader.'
'Jaja,' werd er beaamd door de jongen & 't meisje.
'Dan zie je zo'n man, of je vader, veranderen. Je ziet dat ze 'tzelfde meemaken. Dat ze door hun zelfde ziekte snel op dezelfde manier veranderen.'
'Ja,' zei 't meisje, ''t was zo'n aardige man.'
De intercom van de conducteur leek per ongeluk aan te gaan.
'Hahahahaha,' hoorden we 'm lachen.
'Da's ook vreemd,' zei 't meisje, maar voordat ze haar zin kon afmaken ging haar mobiel af.
'Ja, (...), ja,' antwoordde ze, 'We horen 't net van de conducteur hier in de trein. Maar die begon plotseling te lachen door de intercom. Gaf een heel raar gevoel.'

Thuisgekomen zie ik Claus in verschillende poses op tv, in verschillende situaties. Ik zie 'm met z'n zoons. Constantijn legt in 1 van de shots z'n arm om de schouder van z'n vader. Z'n vader toont schijnbaar geen emotie. Ik zie die van mij. Zoals ik de laatste jaren altijd mijn vader in de verschijning van Claus wist te herkennen.
Bij 't zien van 't gebaar van Constantijn ben ik blij onwennig de arm om m'n vader te hebben geslagen. Z'n fragiele schouders te hebben gevoeld. M'n eigen kracht te hebben overgegeven. Ik was nog niet te laat.

In Zijperspace wordt 't effekt gevoeld.

een trap in m'n ballen (2e vervolg)

Ik weet niet meer waar ik 't gelezen heb. De xakte strekking van 't verhaal ben ik inmiddels ook allang al kwijt. Ik geloof dat 't om zoiets ging als hoe groot je hersenen gevoelsmatig dachten dat de verschillende lichaamsdelen waren & hoe ze in relatie tot elkaar stonden.
Er stond ook een tekeningetje bij. Van een man. Maar dan afgebeeld volgens die methode, hoe de hersenen de lichaamsdelen ervaarden zogezegd. Een tekening van een man met een onnoemelijk groot hoofd, ontzettend lange armen & benen, klauwen van handen, & een geslacht waarbij vruchtbaarheidssymbolen uit Afrika kabouterpiemeltjes zijn. In slappe toestand.
Je zou bijna concluderen dat de hersenen in 't kruis zitten, nav die tekening, maar gelukkig was er ook nog dat hele grote hoofd. Een geruststelling voor alle mannenpraatgroepen, castraten, huismannen, vrouwenmannen, & eunuchen. Misschien ook wel voor de vrouw.

De piemel, 't klokkenspel, Bello, de lat, de knoert, 't mannelijk geslacht, 't lid, de lul, de tampeloeres, de leuter, de joystick, 't stratemakersstoeltje, 't vermaak, de zwengel, 't 3e been, de kleine jongen, 't potlood, de plasser, de fluit, de brandweerspuit, de jongeheer, de pik, de piel, de snikkel, hem, 't geweer, Jan zonder handjes, de rammelaar, de pook, 't roer, 't slagwerk, de zwager.

Op 't naaktstrand zei de moeder van een vriendin van me, dat ze blij was eindelijk een normale piemel te zien. Al die hangende zakken van mannen op middelbare leeftijd had ze wel gezien. Net als de kleine vooruitstarende 1-oogige pikkies.
Ik had nooit bewust naar andere piemels gekeken, zelden had ik met een andere man onder de douche gestaan, maar wist vanaf toen dat die van mij er in ieder geval wel mocht zijn. Hij was 'ooglijk'.

Afschuwelijke verhalen over honden die een plassende man hadden aangevallen werden in m'n jeugd al kleurrijk in m'n hoofd geprojekteerd.

't Moet ook een man zijn geweest die de broekzak heeft uitgevonden. Nonchalant ongemerkt kan hij sindsdien zodoende z'n edele delen ter hand nemen. Een soort van morele ondersteuning, men staat nog wat beter met zichzelf in kontakt. Men kan 't boeltje een beetje herschikken indien noodzakelijk, of misschien hooguit wenselijk. Of wellicht heeft 't instrument wat xtra warmte, wat xtra aandacht nodig. De vrouw is ondertussen onwetend van de conversatie van de man met zichzelf.

Tuurlijk kan ik ook ergens anders over schrijven. Maar m'n kruis is op dit moment wat meer aanwezig dan de rest van m'n lichaam. Misschien zitten m'n hersenen momenteel wel daar. Je draagt je goedje toch de hele dag met je mee. & Juist bij de bewegingen ben ik me er opeens zeer bewust van.
Dus maak ik maar ff geen gekke bewegingen. Geen onverwachte. Vermijd ik de aanwezigheid van mensen in m'n direkte omgeving. Meestentijds hou ik m'n lichaam gestrekt, benen ietsjes van elkaar. Vrij spel zodoende voor de zak, die nu wat xtra ruimte in beslag neemt.

& 't Vreemde is, maar tegelijkertijd zeer vanzelfsprekend natuurlijk, dat je op een totaal andere manier je kleren uittrekt, naar bed gaat, opstaat, gaat douchen. Vooral bij 't douchen wordt alles nog eens goed bestudeerd.

Kijken of alles er nog wel hangt in Zijperspace.

hedenmiddag

Wat is een dag als dit uiteindelijk? Behalve een dag lang de fiets niet kunnen gebruiken. Niet alleen omdat-ie nog steeds op m'n werk stond. Behalve dat ik niet achter de tram, de juiste tram, de tram die zou zorgen dat ik op tijd was, aan kan rennen. Behalve dat ik over straten slenter, ipv tijdig de zaal van voorstelling te betreden.

Wie ben ik, buiten een verhaal? Een verhaal van gister, een verhaal van woede, maar ook van angst waarschijnlijk, een uitzonderlijk verhaal. Wie ben ik, zonder de aandacht die ik vraag, altijd maar weer vraag, & soms, als 't zo uitkomt, bij hoge uitzondering, krijg?

't Is een slingerweg, ingezet door de tram, in stand gehouden door de geldigheid van de strippenkaart. De levensduur van de reis wordt erdoor bepaald. De mate waarin ik me opoffer de vallende druppels op te vangen. Iemand moet 't doen.
De confrontatie met 't overdagse huis moet uit de weg gegaan worden. In ieder geval uitgesteld.

Ik stel 't toetsenbord uit. Ik moet weten wat m'n vingers willen. Voordat ze aan de slag gaan. Voordat ze 't rikketikketik laten weerklinken. De muren, de 4 muren, hun funktie van weerkaatsing, holle weerkaatsing van geluiden, bewijzen. Hun twijfels, hun correcties, hun terugkomen op hun woorden, hun liefkozen, hun vergeten, hun vergissen. Die 10 vingers zijn verantwoordelijk voor een vrolijke dans van stilte die anders was ontstaan. Die 10 vingers doen hun dans van olijke pogingen tot een verhaal dat moet ontstaan.

& Ik. Ik loop over straat. Van markt naar markt. Te verlegen om de kroegen te bezoeken. Bang mezelf geen houding, letterlijk geen houding, te kunnen geven. Ik verzin komma's, desnoods punt-komma's, om zolang mogelijk de waarheid, 't verhaal te verhullen.

Ik loop langs een 50-er jaren-lampenwinkel, ik loop langs 't 2e handsgoed op de markt, bewonder geschriften van vroeger opgesteld in een stalletje, & zie gezichten van toen ongemerkt opdoemen. Ik ben de enige die ze signaleert. Ik doorkruis hele wijken, wijken waar ik al jaren m'n voeten niet meer heb neergezet, wijken waar liters drank door 't toilet zijn gespoeld. & Ik ben de enige overlevende die hier loopt.
Kom op, wil ik vragen, waar zijn jullie verhalen van vroeger? Waar heb ik al m'n tijd aan besteed?
Maar de enigen die ik zie, zijn de handelaren die verhalen van toen verkopen. Ze hebben hun eigen prijzen op de artikelen geplaatst.

Maar uiteindelijk wacht 't toetsenbord 't langst in Zijperspace.

een trap in m'n ballen (vervolg)

Ik blijf 't een vreemd verschijnsel vinden, internet. & Specifieker: weblogs.
Iedereen doet z'n eigen ding. Ik misschien nog wat sterker dan anderen, krijg ik af & toe 't gevoel. Maar men weet, íedereen die een weblog geregistreerd heeft staan bij de loglijst weet, dat men afhankelijk is van de community, weblogcommunity. Als je alleen gelezen wilt worden door vrienden & kennissen, misschien een enkele googlelaar, laat je je weblog niet meedoen aan de immer verversingen registrerende loglijst. Je bent deel van de internet-community die weblogland heet, maakt niet uit wat 't doel van je schrijven is, op wat voor manier je de lezer aanspreekt, je bent & blijft afhankelijk van je mede-webloggers. Tenzij 't grootste gedeelte van je lezers, een zeldzaamheid overigens, afkomstig is van buiten 't wereldje.

& Toch snap ik die webloggers niet. Of ik moet zeggen: soms snap ik de mens niet. Mezelf incluis.
Als er iets ergs is gebeurd, bijv een zeker iemand heeft een ander een trap in 't kruis gegeven, is daarvoor net niet gearresteerd, maar 't slachtoffer heeft er wel in bepaalde mate last van, wat hij middels een gegeven weg laat weten, op z'n eigen beperkte manier, dan zou je toch verwachten dat er tekens van medeleven worden getoond. Vragen verwachten hoe 't met de persoon gaat. Hoe 't gekomen is. Of 't al wat beter gaat.

Ikzelf verwachtte de andere situatie niet. M'n baas gaf me een zoen. Midden op de Dappermarkt. We kwamen elkaar daar tegen, op 't moment dat ik lopend m'n fiets naar huis bracht.
'Sterkte.'
Ik had eerder verwacht dat-ie zou zeggen dat ik weer buiten m'n boekje was gegaan. Dat ik m'n impulsiviteit moest zien te beteugelen.
M'n baas zei dat-ie zelf aangifte gedaan zou hebben. De man in boeien af had laten voeren. Hem niet de voldoening van z'n trap gegund zou hebben. Boeten moest-ie, volgens m'n baas.
Anderen dachten er vandaag net zo over.

Ik. Ik ben mild. Zo heet dat. Ik loop met een kruis over straat waarvan ik de ganse dag voel dat ik 'm met me meedraag. Maar aangifte heb ik niet gedaan.
'Fernando, je bent niet meer welkom hier,' heb ik 'm gezegd.
Ik heb 'm zelfs de hand geschud toen-ie z'n xcuus aanbood.
Ik heb me vergenoegd gevoeld op 't moment dat de agente Fernando vertelde dat-ie 't aan mijn mildheid te danken had dat-ie niet ingerekend was.

& Toch is 't een vreemd verschijnsel.

Hoewel men weet wat internet is in Zijperspace.

een trap in m'n ballen

Ik eet vanavond niet. Ik heb daarnet een 'lunchbreak' genomen. Voor 't 1st. Ik was van de week nieuwsgierig hoe dat zou smaken, kwam 't tegen in de supermarkt. Terwijl ik 't pakje aan m'n mond had, kreeg ik 't idee dat dat 't enige was dat m'n maag vanavond zou accepteren.
M'n maag reageert op alles. Op elke beweging. Zeker ook die van m'n benen. M'n benen moeten wijd hangen, vindt m'n maag. Zo wijd mogelijk uit elkaar.

Ik zal wel weer de schuld krijgen. Ietwat defaitistisch schiet die gedachte steeds weer door m'n hoofd. Hoewel de politie bereid was de man te arresteren. Maar ik zal wel weer de schuld krijgen.

Ik zie slechts shots. Klanten die op me afrennen. Flitsen van jassen die voorbijkomen. Een hand die m'n hand vasthoudt. Een Christa die aan die hand blijkt vast te zitten. & Opeens blijkt 't Robert te zijn die me zegt dat ik beter naar binnen kan gaan. Ik had 'm niet herkend, maar hij lijkt al 5 minuten op me in te praten.
Tijd is uit elkaar gerekt. Tijd is gecomprimeerd. Tijd is alles tegelijkertijd.
M'n collega's zijn er nu ook, zegt-ie, ik kan beter naar binnen gaan. FF weg uit de confrontatie.
'Hé, maar ik ben de barman. Ik ben de autoriteit voor hem. Dan ben ik niet degene die weg moet gaan.'

Er zijn vele fases waar je in terechtkomt, in dit soort situaties, weet ik me op dat moment al te realiseren. Ik ben me daar op dat moment zelfs zeer goed van bewust. Want alles wordt beredeneerd. 1st Alle gedachtes, mogelijkheden, standpunten van de tegenpartij de revu laten passeren voordat ik zelf een oordeel vel. Ik voel me verrot, m'n kloten zijn naar de ballen. Of m'n ballen zijn naar de kloten. 't Is maar net hoe je 't wil zien. Maar ik ga dat wel op een verstandelijke manier verwerken. Dit moet recht gezet worden, mij krijgen ze nu nog niet gek.

Maar plots voel ik me alleen. Al m'n collega's zijn bezig met de mensen buiten, met de politie, of anders doen ze 't werk dat we normaliter met z'n allen zouden doen.
GODVERDOMME! Zien jullie dan niet dat ik 't benauwd heb? Ik kronkel met m'n maag in m'n handen.

't Gaat om de belevenis dat ik dit opschrijf. Ik ben 't verplicht. Hoe vaak heb ik al niet op willen schrijven dat ik nooit wat meemaak? Dat 'tgeen ik opschrijf nooit de waarheid kan zijn. Want als ik iets beleef, beleef ik nooit een clou, of een conclusie. Ik maak iets mee zonder dat de boodschap er in zit. Die moet eraan toegevoegd worden. Maar dat maakt 't nog niet minder waar.
Nu is 't echter alleen maar waarheid wat ik meegemaakt heb.

& Toch zit er geen einde aan 't verhaal. Ik kan een zinnetje opschrijven dat 't geheel afsluit. Ik kan een zinnetje noteren waar 't woord Zijperspace in voorkomt, maar de belevenis is nog maar ½ gebeurd. Vanaf heden komt de herinnering, 't vervormen, 't beeld achteraf van 't gebeuren.

Ik heb op de grond gelegen. Alleen. In 't brouwhuis. Stoer evengoed, kalm, wachtend op de agenten.
Toen ze weer vertrokken waren ben ik wederom in m'n eentje in 't brouwhuis gaan zitten.

Ik weet niet waar ze vandaan kwamen op dat moment; ze waren er opeens. Ik probeerde ze tegen te houden, maar niemand die me daarbij hielp. Iemand omarmde me. Een ander liet me m'n gang gaan.
Je gaat je nu zeker schuldig voelen, dacht ik, of angst krijgen dat je de schuld misschien wel krijgt, of de spanning valt van je af, of je kan je plotseling 't moment herinneren & de hulpeloosheid, de onomkeerbaarheid, of is 't de hand op 't juiste moment die je parten speelt?

Ik eet vanavond niet. Ik heb een vasten ingesteld voor een kort moment.

Er is momenteel geen einde in Zijperspace.

lijflog 11

Ik kreeg de uitslag van 't CRANS lichamelijk onderzoek in m'n brievenbus. 't Was een mooie dag. De zon scheen 't huis in, de kachel hoefde niet aan. Ik besloot op een gegeven moment zelfs de deuren naar de tuin open te gooien. Dan kan de muziek harder, heb ik altijd 't gevoel.

M'n glucosegehalte is in orde (= 5.1 mmol/l). *
M'n cholesterolgehalte is in orde(= 6.3 mmol/l). **
M'n triglyceridengehalte is in orde (= 0.77 mmol/l). **
M'n nierfunktie is goed (geconcludeerd uit 't meegenomen beetje urine).
M'n bloeddruk is goed (bovendruk: 139 mm Hg, onderdruk: 83 mm Hg). ***
Ik heb geen overgewicht (lengte: 177 cm, gewicht: 65,5 kg, BMI: 21). ****
Ik heb niet te veel vetopslag rond de buik (buikomtrek: 79 cm). *****

Men moet weten: ik voel me goed in m'n lichaam. Ook al adem ik zo af & toe wel wat benauwd. Merk ik overdag overigens niet veel van, behalve dan wat vaker niezen dan een normaal mens.
Voor dat doel, de ademhaling, heb ik mezelf getrakteerd op een tochtje richting apotheek. Lekker nieuw flesje Nasonex. Kan ik weer een klein maandje m'n neus vol spuiten. Vindt-ie wel plezierig.
Maar als je m'n werkzaamheden beschouwd & 't weinige last dat ik daarvan lichamelijk ondervind, kan je best concluderen dat dit lijf zich kranig weert. Een stevige rakker, zogezegd.

Ik was dan ook verheugd dit bericht te mogen ontvangen. De zon scheen nog wat beter, hoewel hij reeds achter de wolken had schuilgenomen. Ik overstraalde 'm blijkbaar.
Ik bedoel: van dat cholestorol & triglyceriden merk je hoegenaamd niet zoveel. Dat schijnt er gewoon te zijn. Pas als 't de verkeerde kant op gaat zal je er last van ondervinden. Moet je maar net iemand vinden die je uit kan leggen dat je triglyceriden een beetje in opstand zijn gekomen & zich buitensporig hebben vermenigvuldigd. Of iets dergelijks.

Nog ff de sterretjes verklaren:
*: Suikerziekte is een aandoening waarbij 't glucosegehalte te hoog is. Glucose is te hoog als deze groter is dan 7 mmol/l.
**: De 2 belangrijkste vetten in 't bloed zijn cholesterol & triglyceriden. Te hoge vetgehalten in 't bloed kunnen op lange termijn problemen veroorzaken. De kans op aderverkalking, & dus de kans op een hartinfarct of beroerte, neemt toe als 't totale cholestrolgehalte of triglyceridengehalte toeneemt. Cholesterol is te hoog als deze groter is dan 6.5 mmol/l. Triglyceriden is te hoog als deze groter is dan 2 mmol/l.
***: De bloeddruk is te hoog als de bovendruk groter is dan 140 mm Hg &/of de onderdruk groter is dan 90 mm Hg.
****: Om te bepalen of men een gezond gewicht heeft, wordt de BMI berekend. De BMI is een maat voor de verhouding tussen lengte & gewicht. Er is sprake van overgewicht als de BMI groter is dan 25.
*****: Met de buikomtrek wordt gemeten of er te veel vetopslag rond de buik is. Er is sprake van te veel vetopslag als bij mannen de buikomtrek groter is dan 94 cm.

Verder kreeg ik een bevestiging van m'n pensioen-regelaar in de bus. 'Later begint nu' stond er bovenaan 't schrijven als leus van 't bedrijf. Vond ik wel grappig. Ik ben dus maar nieuwe boeken & cd's gaan inslaan. Je moet toch wat met je geld. Dat is: zolang je dat niet besteedt aan je pensioen-regelaar.

& Laat die zon maar schijnen in Zijperspace.

PS: Beseft u overigens wel dat u hier te maken hebt met de opperste vorm van lijfloggen, een primeur in de webloggeschiedenis? Ik geloof tenminste niet dat een Nederlandse logger de lezer ooit eerder een dergelijke uitgebreide kijk op zijn of haar lichaam heeft gegeven, met zulke details bovendien.

ijskast

Boekenman loopt door de regen voorbij. Hij werpt een snelle blik naar binnen, ziet me op 't laatste moment de trap afdalen & komt dan toch ff commentaar leveren.
Nou ja, commentaar. Hij deelt in 't voorbijgaan altijd ff iets mee, vaak in de vorm van commentaar, maar dat hoef je niet zo op te vatten. 't Kan alle kanten op met 'm.
Tijdens z'n monologen, een enkele keer geïnterrumpeerd door mijn uitleg van zijn woorden, kan hij kwaad worden, vrolijk gaan lachen, teleurgesteld raken over zoveel onbegrip, maar buiten dat is de uitkomst altijd verrassend.

'Dit is weer om te drinken, maar dan lekker binnen,' deelt Boekenman mee, terwijl-ie naderbij komt.
'Nou, ik heb anders nogeneens zoveel trek,' reageer ik.
'Als ik geld had, wat ik zo af & toe best wel heb, maar daar moet ik hard voor werken, dan wist ik 't wel.'
'Dan zou je jezelf een huis kopen?'
Boekenman kijkt me sip aan. Dat kan ik toch niet gezegd hebben?
'Je weet toch wel dat ik al 14 jaar in Oost woon?' vraagt-ie me van onder z'n wenkbrauwen.
'Onee, dat wist ik niet.'
'Je moet weten dat ik 5 jaar geleden helemaal geen gas, geen stroom, geen licht had. Maar ik ga er nu bijv aan werken dat ik straks een koud biertje uit de ijskast kan halen.'
Hij kijkt naar me. Z'n hoofd laat-ie licht achterover hellen. Van: moet je maar naar me kijken, of je 't gelooft of niet, ik ga 't doen.
'Ik ben jullie allemaal te slim af,' zegt Boekenman na deze korte stilte.
'Hoe doe je dat?' vraag ik.
'Terwijl jullie hard werken om bier te verkopen drink ik thuis lekker op m'n gemak een biertje.'

Boekenman laat een lach horen. Een korte kordate lach. Voldaan mij afgetroefd te hebben loopt-ie richting deur. Hij pakt buiten z'n spullen, z'n handelswaar weer op. & Gaat verder.
'Dan zal ik xtra hard werken,' roep ik 'm nog net na.

Iedereen een ijskast in Zijperspace.

lijflog 10

Eindelijk maakte ik 't mee, was ik me er bewust van dat 't gebeurd was, 't ging zomaar 'ns niet onopgemerkt aan me voorbij. Eindelijk kon ik daardoor schade voorkomen. Oftewel een wrevelig wrijven over de plek des onheils, waar restanten me de hele dag eraan zouden blijven herinneren (ik heb wel gehad dat ik ½erwege de dag dacht: wat zit daar toch? Dat ik de overblijfsels van 't plakken met m'n nagel weg kon krabben).
't Betekende wel dat ik langzaam, bedachtzaam moest handelen. Niks impulsiefs, niks met kracht. Traag moest ik 't ene deel van 't andere aftrekken. Waarbij ik alle beschikbare spieren zou moeten gebruiken. De ene spier om de andere spier in bedwang te houden, de 3e spier om 't ontplakken in gang te zetten.

't Kon echter ook zijn dat ik droomde. Ik lag tenslotte in bed. Happend naar adem, zoals wel vaker middernachtelijk, lag ik naar 't plafond te staren. Dat kon een kwade droom zijn. Zo van: 'Vannacht had ik een nachtmerrie! Ik droomde dat ik in bed lag.'
Maar goed, de wijze waarop ik dus middernachtelijk naar adem lig te happen, zou voor anderen al een nachtmerrie kunnen zijn.

't Was een kwestie van goed reageren. De juiste samentrekking laten plaatsvinden, de juiste spieren bundelen. Niet panikeren, gewoon rustig door blijven trekken, ademhalen, ontspannen & geloven dat 't goed zou komen. Achteraf wellicht nog een glaasje water drinken, neus snuiten & wederom te bed gaan.

Ik was er klaar voor.
Langzaam trok ik m'n tong los van m'n gehemelte.

Sterk spul hebben we hier in Zijperspace.

krassers

'Er is zo weinig werkelijkheid dat maar liefst zo'n twee miljoen mensen in Amerika, de zogenaamde 'cutters' (voornamelijk vrouwen) zichzelf met scheermesjes te lijf gaan om nog maar iets werkelijks te voelen.'

Lees ik in 'Nestor' van L.H. Wiener. & Hij heeft die uitspraak weer van Carel Peeters. Geciteerd uit een artikel in VN van 8 december 2001.

Die 'cutters' worden op z'n nederlands 'krassers' genoemd. Zo noemen zij zichzelf in ieder geval, of laten zich zo noemen.
Weet ik zelf ook nog niet zo lang. Nog maar kort eigenlijk. 't Werd me door iemand toegefluisterd die zichzelf ook wel 'ns bewerkte. Ik zat met open mond. Luisterend; ik luisterde alleen maar.

Nou ja, ik luisterde niet alleen, ik dacht ook terug aan toen. & Momenteel denk ik aan 't duitse meisje dat een ½ jaar geleden voor me stond met een linkerarm ingericht als scheermessenslijpmachine. Alleen haar linkerarm. Maar dan van boven naar beneden. Scheermessen. Dat kon je zien aan de lengte van de sneeën: ong 3 cm elk. Horizontaal & verticaal.

Mirjam nam me mee naar buiten, buiten school, weg van 't schoolfeest. Ik moest wel mee. Ze huilde. Ze kwam er niet meer uit. Ze ademde, maar 't ademen leek niet meer op ademen. Meer op een vuurtoren met geluid, of een brandweerwagen op nivo 1 van m'n versterker. Zacht, maar doordringend evengoed. Alarmfase in de centrale aan de andere kant van de stad. Hier diepdoordringende werkelijkheid.

Ik kon best wel goed praten. Iedereen kon 't met me vinden. Ton was er immers altijd, Ton was immers altijd bereid tot een praatje. Ton die ouwehoerde de loshangende stukjes wel aan elkaar. Deed 't pijn dan voegde ik een zalvend zacht stukje toe aan de conversatie, anders wel een schaterlach.

Met Mirjam lukte dat niet altijd even goed. Daarom vond ze me misschien nog wel aardiger. Daarom werd ze misschien ook niet verliefd, niet daadwerkelijk verliefd op me. & Misschien zat ik daarom wel veel te lang te wachten tot zij dat nou uiteindelijk wel 'ns werd. Kom op, hoe vaak kom je nog zulke lieve aardige jongens tegen als ik?
Maar ik kreeg geen antwoord, omdat ik zo aardig was die vraag niet te stellen.

Ik moest kijken, buiten. Kijken naar haar armen. Ik moest zien. Ik moest zien wat voor leed er in dat lichaam zich afspeelde. Begrijpen dat 't leed in dat lichaam zich wilde vertalen als krassen in haar armen.
& Ik ging begrijpen. Vooral begrijpen. Begrijpt u wel wat begrijpen is? Begrijpen begrijpen?

Ik ook niet. Ik deed maar wat. Ik keek naar de krassen & zei dat 't toch echt niet kon wat ze deed. Dat ik toch van haar hield. Daarom was er al een reden om 't niet te doen. Dat krassen, waarvan 't woord nog niet bestond. Ik omhelsde haar teder & liet me door haar afschudden. Teder. & Ruw. Ik benaderde haar. Ik liet me wegduwen. Ik pakte haar polsen beet.
& Ik zei: 'Van mij mag je 't doen. Ook al wil ik 't niet. Als je maar wel weet dat ik van je houd.'

Goh, zoveel heeft een vrouw nog niet opofferend van mij gehouden. Kwam ik later achter. Zoals ik al zei: ik deed maar wat.

Ze zwoegde & steunde, ze huilde & ze legde me uit hoe 't krassen ging. Niet met scheermesjes, maar met veiligheidsspelden. Hoe ze 't nu dwars had gedaan, maar dat ze zo'n zin had om 't in de lengte te doen.

& Nu? Als ik dat duitse meisje weer voor me krijg?
Ik kijk niet. Ik kijk niet als zij kijkt. Ik bewonder haar zonder met m'n wenkbrauwen te trekken. Ik tel de japen zonder de tel bij te houden. Ik denk aan Mirjam, zonder. Gewoon, zonder.
& 't Duitse meisje staat daar. Te wachten totdat Mirjam komt.

Zijperspace is al oud, werkelijk.

citatenlog

Goed. 't Is zover. Ik heb er nu genoeg van.

Als je een citatenlog opzet lijkt 't mij de bedoeling dat er citaten komen te staan. & Citaten zijn opmerkingen, zinsnedes, aanhalingen uit andermans teksten. Die er iets toe doen. Die op zichzelf kunnen staan.

Die laatste 2 zinnen zijn zeer belangrijk. Want citaten moeten nl iets weergeven uit 't gedachtengoed van de geciteerde, maar bovendien moeten ze afzonderlijk, losgekoppeld van de moedertekst, van dat gedachtengoed, waarde hebben.

Als ze dus uit de kontekst gehaald worden, uit de oorspronkelijke tekst, moeten ze evengoed nog steeds iets teweeg brengen. Ze moeten emotie creëren, verontwaardiging, lach, traan, weet ik veel wat, maar ze moeten zonder die moedertekst, zonder 't omhullend verhaal, er tóe doen. Waarde hebben dus, zonder dat de omgeving er invloed op heeft.

& Dus. & Dat. & Daarom:
Wil ik alleen maar zeggen dat ik Merel fantastisch vind schrijven. Ik vind dat er weinigen zijn binnen weblogland die zo goed kunnen schrijven als Merel. Ik lees haar elke dag & elke dag heb ik lol. 't Is smeuïg, 't leest, ze kan 't. Ze schrijft belevenissen & ondertussen lees je 't alsof je niet aan 't lezen bent, maar met haar 't avontuur aan 't beleven bent.

Maar, verdomme. Als je haar citeert, doe 't dan goed. Haal iets naar voren wat afzonderlijk geciteerd kan worden. Zoals 't er nu staat slaat 't nergens op. Je doet Merel geen eer aan. Mensen gaan eerder denken: 'Nou, iemand die zulke zinnetjes aan elkaar smeedt, die weet waarschijnlijk niet hoe ze met een man moet flirten.' & Dat mag niet de bedoeling zijn, toch? Van een citatenlog?

Allemaal goed & aardig, citeren uit andermans werk, maar ik verlang dan wel een zekere mate van aandacht van degenen die 't samenstellen. & Geen onbenullig gedoe van: 'Ik heb nu een leuke tekst gevonden, daar moet ik in ieder geval 't leukste zinnetje uit plukken.'

't Spijt me dat ik deze kritiek moet leveren, maar ik irriteer me de laatste tijd blauw aan de geciteerde stukken. Daarvoor ga ik geen citaten nalezen. De titel dient de lading te dekken. Dat is uiteindelijk alleen maar ten faveure van degene die geciteerd wordt.

& Anders komt er een verbod tot citeren van mededelingen in Zijperspace.

tijdelijk

Ton, & daarmee natuurlijk Zijperspace, is voor een wijle naar 7-Aar.

't Werd tijd dat Zijperspace vereeuwigd werd.

bouw

Ik bedenk me nu opeens, terwijl ik naar verf zit te kijken, verf van 2½ jaar geleden hard werk, terwijl ik veranderingen zie die zich in 2½ jaar hebben plaatsgevonden, dat ik niet kwaad hoef te zijn.

Er hoort een moment in de avond te zijn dat je gewoon slaapt. Geen ruzie meer wilt maken. Verontwaardiging weg. Ongeloof aan de kant.

Ik zie elke veeg. Ik zie de uren van 't alleen in een vreemd huis vertoeven, pogingen ondernemend elke veeg met verf mijn veeg te laten worden. 't Is mijn kleur, 't moet mijn woning worden. Elke glans die de kleur van m'n huis straks afgeeft moet mijn kleur zijn, mijn glans. Ik zie de kwast in de muur, de kwast op 't behang, de kwast loopt langzaam de wand af, de plank, de deur. De schaduwen tekenen de moeite, de reden waarom ik hier ben staat beschreven in elke haar die over de te beschilderen achtergrond ging.

Ik mag geen ruzie maken. Ik moet de lieve vrede bewaren. Men moet begrijpen dat de wanden zo geschilderd zijn omdat 't niet anders kon. De kwast maakte de dienst uit. De kwast wilde sporen achter laten. Mijn persoon kon niet anders dan gehoorzamen.

Ik heb geduld gehad. Dat is alles. De film speelde 't verhaal. 't Scenario was geschreven. De filter was reeds bepaald. Men had mij hooguit nodig om de decors te bouwen. Niets meer. Niets minder misschien ook wel.

Zijperspace werd gebouwd van buitenaf.

klutenwacht (4)

Eindelijk begint de zon te schijnen. M'n brakke lichaam hijst zich ½ omhoog om te zien of die rode gloed inderdaad van buiten komt. Ik gluur door 't provisorisch bevestigd gordijntje, veeg een stukje beslagen raam open voor zicht naar buiten & ril onmiddellijk weer de slaapzak om me heen als die in de beweging van de schouders afvalt. De lust om te kijken hoe laat 't is ontbreekt, maar een bang vermoeden, een weten dat 't bijna zover is, dwingt me de wekker te bestuderen. Dikke ogen ontwaren met moeite 't logge apparaat op de tafel tussen de 2 slaapzakken in. Eigenlijk hoeft de tijd nogeneens afgelezen worden: de kluten geven 't ontwaken van de wereld met hun hernieuwd gekrijs aan. Alsof ze dat geluid vannacht al niet genoeg hebben laten horen.
'Kluuut, kluuuuwiiieet,' krijst 't bij 't minste geringste zuchtje wind dat over hun nesten trekt. Elke beweging lijkt de kluten een hardverknettering te bezorgen, afgeleid uit hun zenuwachtig roepen & gillen. 't Is een kakofonie van slechts dat ene geluidje schreeuwend uit 100-en klutenkelen. De variatie die men er in zou kunnen ontdekken is 't moment dat de gil wordt ingezet & de afstand waarvan men zich van de bron van 't geluid bevindt. Als er vogels in de hel zouden zijn om 't lijden een xtra accent te geven dan zouden ze óf rechtstreeks overgevlogen zijn uit de film 'the Birds' van Hitchcock óf hiervandaan afkomstig zijn.

'Marc, we moeten opstaan,' zeg ik tegen m'n broer, 'Jan komt ons zo ophalen.'
Belachelijk dat degene die er 't minste zin in heeft de ander wakker moet maken. Een beetje om ½ 5 opstaan om vogels te kunnen gaan tellen.
We worden langzaam wakkerder, in zoverre dat mogelijk is op dit uur. We nemen een slokje water, trekken een t-shirt aan, stoppen wat spullen terug in de tas, zodat 't klaar staat voor vertrek, trekken gordijntjes open; & dat allemaal vanuit dezelfde positie ½-liggend in de slaapzak. Zolang mogelijk nog de warmte van 't bed vasthouden.
Maar verderop horen we al een auto aankomen. We moeten er definitief uit. Kleren aan. Slaapzak oprollen. Tassen inpakken. De caravan uit, de auto in.
Weg van de kluten, op weg naar 't volgende natuurgebied.

Als toegift mogen we mee vogels inventariseren in 't Zwanenwater. De vogels die deze ochtend zich kenbaar maken op een smalle strook bosschage tussen 't riet & de duinen moeten in kaart gebracht worden. Dat wil zeggen: aan hun zang moeten ze herkend worden, waarop hun naam genoteerd kan worden.
Aan mij heeft Jan niks, ik zou 't geluid van de kluut nog niet eens van een willekeurige meeuw weten te onderscheiden, maar 't is handig dat Marc er bij is. Die luistert vanaf z'n vroege jeugd al naar lp's & singletjes gevuld met vogelgeluiden. De hele kollektie vogelgeluiden op plaat binnen de familie zijn automatisch in zijn handen overgegaan.

We wandelen over een smal paadje onder lage bomen door. Een pad dat niet open is voor 't gewone publiek. & Zeker niet rond dit tijdstip van de dag. Bij 't horen van de oorverdovende hoeveelheid vogelzang begrijp ik waarom. Dit zijn zeldzame concerten die niet iedereen op waarde weet te schatten, dit is elitaire kunst, dit is muziek voor de high-brow. & Ik snap er nogeneens een fraktie van.

M'n broers wel. Ze steken meteen van wal.
'Daar een barmsijsje.'
'Een fitis. & Een tjiftjaf.'
'Sprinkhaanrietzanger.'
'Een waterral.'
'Veldleeuwerik,' wijst Marc met z'n pen aan.

Ik zie werkelijk niks. M'n broers ook niet. Ze doen 't op 't geluid. Ik sta versteld hoe ze die geluiden kunnen onderscheiden in deze orkaan van zang die in deze stilte kan heersen.
'Moet je goed luisteren. Daar bij die boom komt 't vandaan. Tuuuuhuuuttutututut,' terwijl Jan 't ritme met z'n vinger aangeeft.
Veel tijd om 't gezang uit te leggen hebben ze niet, want de zangvogels nemen 's ochtends vroeg ook geen rust.
'Baardmannetje.'
'Snor.'
'Hé, een zwarte roodstaart.'
'Een kleine karakiet.'
'Je hoort 'm wel,' zegt Jan erachteraan. Als ik er niet op reageer, vervogt-ie: 'Maar je ziet 'm niet.'
'Blauwborst,' gaat Marc gewoon verder.
'Bonte specht.'
'Winterkoning.'
't Duizelt me. Ik wist tot nu toe van niks. & Ondertussen geven ze hier elke ochtend een gratis voorstelling. Een euforische voorstelling.

Jan legt me tussen neus & lippen door uit wat er aan de hand is. We zijn in een uniek gebied voor West-Europa. (Dat wist ik al, we gingen niet voor niets als kind vaak met vader wandelen in 't Zwanenwater, maar dan altijd overdag). Er is geen ander gebied dat zoveel variëteit heeft in zangvogels als 't Zwanenwater, legt-ie uit, wel 200 soorten op een heel klein gebiedje. & 's Ochtendsvroeg moeten die vogels tegenover hun soortgenoten hun terrein afbakenen. Dmv zang.

We zijn in 't paradijs beland, denk ik af & toe, hoewel ik totaal niet weet wie 't paradijs orkestreert, wie de instrumenten bespeelt. Daar gaat nog een pimpelmees, weten m'n broers te vertellen. Achter 't riet zit een roerdomp. Verderop horen ze een wielewaal.

Kom mee naar buiten, zingt 't in Zijperspace.


PS:Een kleine wenk voor de minder goede verstaanders: dl 2 volgt over 't algemeen op dl 1, dl 3 op dl 2, enz. Vaak wordt er in dl 1 dus iets verteld waardoor dl 2 makkelijker te begrijpen valt, wederom etc. Nu kan men zich natuurlijk afvragen waarom die mededeling zo laat komt, pas aan 't einde van deze lap tekst. Beter gezegd: aan 't eind van deze lappen teksten.
Daarom zij 't gezeid: hier in Zijperspace poogt men altijd de mensen 1st te laten nadenken, voordat alles kant & klaar voorgeschoteld wordt.

klutenwacht (3)

Sven komt op een brommer aanrijden.
'Doe die moter uit!' roep ik 'm toe, 'We moeten rekening houden met de kluten.'
'Oja, hahahaha,' lacht hij, 'maar 't ging vanzelf. Ik kwam hier aanrijden & toen deed de brommer opeens: brrrrrrrrrrrrrroeemmmmm, broembroembrrrrrrooeemmm. Hahahahaha, & toen was ik er plotseling.' Z'n lach werkt ondertussen aanstekelijk, ik lach met 'm mee, terwijl hij verder gaat: 'Ik denk niet dat de vogels er zoveel last van gehad hebben hoor, behalve dan die ene op 't pad verderop. Maar ook die bleef rustig zitten nadat ik over 'm heen gereden was.'
We lachen ons rot. Dat kan niet anders met Sven. Je raakt als vanzelf in dezelfde lachbui als hij.
Bulderend van 't lachen weet ik er nog net uit te brengen: 'O nee, als die kluut niet opvliegt, geeft 't aan dat-ie geen last van je brommer heeft.'

De caravan is plots de gezelligste kroeg die er bestaat. We nemen alle misstanden in de wereld op de korrel. De vriendenclub van Sven pakken we erbij. We doen lekker mal over mijn studie. & Nemen Sven z'n eigenaardigheden ook nog ff onder de loep. We lachen ons de tranen in de ogen. Maar af & toe roepen we hard: 'Hoor!' We houden ons mond, wachtend op 't geluid dat de ander bedoelt. 'Wat zijn de kluten stil.'

Hoewel we wel ietwat weinig drank hebben. Ach, wie heeft drank nodig om gezelligheid te kweken op de meest verlaten plek van Noord Holland?
Wij dus.
Want we hebben 't zo gezellig dat we ongemerkt alle blikjes bier, toch allebei 4 meegenomen, na 1½ uur al leeg hebben.
Misschien dat 1 van ons 2-en wat xtra bier moet gaan halen bij 't hotel verderop in Camperduin?
We gaan allebei. Want Sven is op de brommer & kan geen bagage meenemen & ik ben op de fiets & heb geen licht. Dan kan Sven gelijk me ietwat voortduwen, dan zijn we er wat sneller.

In Camperduin hebben ze geen bier om mee te nemen. We zullen naar Groet moeten. Of anders naar Schoorl, want daar heb je meer kans op een kroeg die open is rond dit tijdstip. 't Is een mooie lente-avond, dus beter de lange risicoloze tocht maken, dan veel te lang droog staan in een dorpje dat Groet heet.

Zullen we er dan meteen maar 1tje drinken? Sven stelt 't voor. Of misschien ik. Maar degeen die de vraag niet stelt is al onderweg bier te halen aan de bar voordat de vraag beëindigd is.

Sven wordt verliefd. Midden in de kroeg. Midden in Schoorl. Midden in onze dienst als klutenwakers. & Juist op 't meisje dat met haar vriendje 't 1-jarig bestaan van hun relatie viert. Zij overigens ook op Sven, maar dat mag haar vriendje dan weer niet weten. Ze bevestigt 't echter wel door een lollige tongzoen.

Vergeet ik erbij te vertellen dat wij 2-en de grappigste mensen in de kroeg zijn. Ook al staat 't helemaal vol. Iedereen lacht om onze doldwaze grappen. Om onze rare stemmetjes. Om onze grove beledigingen. Behalve dan 't vriendje van 't meisje waar Sven mee heeft gezoend.

't Vriendje vind dat wij niet op 't feestje bij z'n moeder thuis mogen komen. 't Feestje dat volgt na sluitingstijd van de kroeg. & Als z'n vriendin dat wel vindt, dan zal hij die gozer ('Zo hé, Sven, sinds wanneer ben jij een gozer?' vraag ik. 'Oh, al een hele tijd, hoor. Toch zeker vanaf 't moment dat ik m'n tong in een Schoorl's gat wist te duwen.') wel ff een klap verkopen.

& Toch wil Sven. Sven is lichtelijk suïcidaal, vind ik. Ja, maar Sven is nu 1maal verliefd. Ja, maar Sven & Ton moeten ook nog op kluten waken. Ja, maar 't was toch een heel lief meisje. Ja, dat was wel waar, maar we moesten toch terug naar de caravan, voordat 't licht werd. Ja, maar als we nu heel ff gingen. Ja, maar dan kreeg Sven vast echt een tik op z'n bek. Ja, maar. Nee, man we zijn al hartstikke zat.
Ja, dat was waar.

Dus duwt Sven me terug naar de weide waar onze caravan voor de nacht staat gestationeerd. & Flikkeren we met z'n 2en ondersteboven zogauw we 't asfalt moeten verruilen voor een losse stenen ondergrond.

'Ssst, ssst,' sissen we naar elkaar, terwijl we lachend om onze kolderieke buiteling overeind kruipen, 'de kluten.'

't Was een traumatische nacht voor de kluten in Zijperspace.