wassen

In de serie over mensen die ik heb gekend wil ik 't nu kort hebben over de man die z'n handen waste met zand.
't Was een grote man. Met blond kort haar. Z'n armen waren lang. Zo lang dat ze me altijd bij m'n nekharen konden grijpen. Soms deed-ie dat zelfs ongewild. Z'n handen moesten iets, zei hij dan achteraf. Hij xcuseerde zich ervoor. Niet te lang, slechts een kort xcuus. Van: 't gebeurde gewoon. Moet je maar niet zo snel & plots bewegen. Maar ondertussen greep-ie me beet & gaf-ie me een ferme tik op de handen. Handen die niet hadden gedaan wat zijn wil daarvoor had opgedragen te doen. Wat dat ook mocht zijn.

Achteraf denk ik: was die man wel oud, of zou hij 't ooit wel worden? Waar zat dan de baard, die mijn vader toch zeker wel had? Wie haalt 't in z'n hoofd z'n schenen te betasten met 't blad van de bijl? Wie haalt 't in z'n hoofd z'n wond vervolgens niet te verzorgen? & Bovenal vroeg ik me af waar z'n vader eigenlijk was. Hij kon toch niet alleen maar met z'n moeder op een camping verblijven.
Hij liep hinkend, met een gapende wond, langzaam helend, onder z'n broekspijpen over 't terrein de kinderen te vermanen zich te gedragen. De wond moest open blijven, want dan zou de genezing eerder plaatsvinden, zo was zijn overtuiging. Misschien dat ik 'm verkeerd begreep. Wij kregen daardoor in ieder geval zo af & toe de gelegenheid zijn wond te aanschouwen.

Hij hield dus de kinderen in de gaten, terwijl de ouders afwezig waren.
Er mocht niet met zand gegooid te worden, er mocht niet met de kegels gesmeten worden, er mocht niet met de tentstokken geworpen worden, er mocht niet hard tegen de bal getrapt worden. Graven mocht ook al niet. Maar ondertussen vond-ie kinderen leuk. Als ze maar eerlijk speelden bij blikkietrap. & Niet te diepe kuilen graafden.

Nu moet ik mijn verhaal een korte wending geven. Om wat meer duidelijkheid te scheppen in 't gevoel die wij kinderen hadden tegenover deze man. Of misschien was 't nog maar een jongeling. Wij beschouwden 'm echter als man.
Een korte wending dus.
Ik liep daarnet naar de keuken. 't Licht had ik zo-even uit gedaan; ik zou toch niet voor slaaptijd terugkomen aldaar. Maar plots had ik bedacht dat ik een nieuw pakje zakdoekjes nodig had. Altijd ruim op voorraad, maar ook altijd op de plek waar ik me niet bevind.
Ik dacht: ik kan de grote pak zakdoeken makkelijk op de tast vinden: ze liggen achteraan 't kastje onder de wasbak, ergens in 't midden. Licht is niet nodig.
Ik bedacht echter ook: stel dat er zich een rat in die kast bevind, wat doe ik dan? Krijg ik dan spijt dat ik 't licht niet heb aangedaan?
Dus ik heb 't licht aangedaan.

In zo'n soortgelijke situatie zaten wij mbt de man die z'n handen waste met zand.

Hij sprenkelde wat water over z'n handen & pakte een handvol zand. We zaten midden in een bos. Overal tussen de bomen & langs de paden was zand te vinden. Dat zand wreef-ie over z'n handen. Alle hoeken & gaten. Daarna spoelde hij z'n handen met nog wat water. Z'n handen waren schoon.
'De beste manier om je handen schoon te krijgen.'

Ik was alleen maar bang dat er een drol in 't zand zou zitten.

Zijperspace ligt vol met drollen, verstopt in kasten.

voegen

't Jeukt, 't kriebelt; ik krijg zin om m'n broek te openen & 't goedje 'ns strak te trekken. Hoewel 't niet gepast is om 't op een willekeurig welk moment te doen. Stel dat mensen zien dat je een beetje zit te sjorren? Dat geeft geen pas, vind ik gelukkig zelf.
Nee, men hoort keurig te blijven staan. Zeker in openbare funkties. Geen aandacht geven aan 'tgeen zich onder de gordel afspeelt. Negeren. Ook al is de jeuk, de kriebel, 't ongemak, ondraaglijk.

Ik loop altijd in een t-shirt rond. Vroeger waren 't blousjes, tegenwoordig t-shirts. M'n handelsmerk tegenwoordig, zogezegd. Altijd een biergerelateerd t-shirt, elke dag een ander. Mensen kennen me niet anders.
& Ergens in m'n puberteit heb ik besloten dat ik m'n t-shirts in m'n broek hoor te dragen. Niet erbuiten. Dat stond te slonzig, vond ik toentertijd. Bovendien hoorde 't niet bij de new wave-scene van die tijd.
Nu weet ik inmiddels niet anders meer, of durf mezelf in ieder geval niet tot anders dragen te zetten. T-shirt gaat altijd in de broek. Hooguit thuis, een wereld op mezelf, maak ik daar een uitzondering op. Naarmate mensen ouder worden beginnen ze steeds meer op zichzelf te lijken. Ik ben daarin geen uitzondering.

Je moet er echter wel de tijd voor nemen. Daarbij doel ik op 't stoppen van de t-shirt in de broek. Niet veel tijd, maar wel genoeg. Zodat je zeker weet dat-ie goed zit. Zodat je weet dat-ie niet verdraaien zal zogauw de riem aangetrokken wordt, of er voorovergebogen dient te worden. Gewoon een klein beetje aandacht voor 't aankleed-ritueel.

Vanmiddag had ik blijkbaar net ff te weinig tijd. Of ik was naar de wc geweest & had onderweg naar boven te nonchalant m'n shirt teruggestopt in m'n broek. Of ik had m'n riem al aangetrokken & besloot 't shirt nog wat verder weg te stoppen.
Ik bedoel: ik weet niet meer wat de reden voor 't gevoel van onbehagen kan zijn geweest. 't T-shirt zat scheef, er zat ergens een kreukel, juist op de plek waar-ie m'n broek inging, dat was duidelijk, maar hoe dat zo gekomen was? 't Was totaal langs me heen gegaan.

't Vervelende is dat 't vervolgens een uur, of misschien wel langer kan duren voordat 't model zich weer heeft gevoegd naar de wensen van de drager. Zijnde mij. 't Kost sjorren, trekken, krabben, stiekum naar achteren lopen (publiek mag me niet zien, collega's eigenlijk ook niet), broek open, herschikken.
Je komt terug, na je fatsoenlijk buiten beeld te hebben teruggetrokken, & bij de 1e beweging bemerk je dat 't nog steeds fout zit. Nu aan de rechter- ipv de linkerkant. Probeer dan maar 'ns onopvallend 't t-shirt, de broek, op de juiste manier naar je lichaam te zetten. 't Ene model (t-shirt) moet vloeiend vallen over 't andere model (lichaam). Meer vraag ik niet. Een grotere, zwaarder wegende funktie heeft 't t-shirt eigenlijk ook niet.

Ik ben nog 1 keer naar achteren gelopen (we hebben achter de bar een hok, waar de noodzakelijke spullen voor 't funktioneren van de bar opgeslagen staan, & waar niemand je kan zien), m'n broek wagenwijd opengegooid, m'n t-shirt eruit, m'n onderbroek in 't plan van herschikking meegenomen, & omstebeurt heb ik de verschillende kanten van broek & shirt op elkaar in laten werken. Daarbij af & toe voelend of 't aantrekken van de riem hierin geen verstoring zou kunnen veroorzaken. Zachtjes heb ik enkele plukjes shirt er vervolgens weer uitgetrokken, niet helemaal, subtiele bollingen vlak boven m'n broek veroorzakend. Een klein stukje de broek weer opgetild, niet meer dan een ½e cm, een ¼ cm weer omlaag door aan m'n broekzakken te trekken. Een stukje naar rechts, stukje naar links. Pulkje aan m'n schouder. Pulkje aan m'n zij.
Alles recht?
Alles recht.
Jeuk?
Geen jeuk.
Ik deed de klapdeuren open & betrad de bar opnieuw.

Een goede voorbereiding is de ½e film van Zijperspace.

niet

Ik doe er niet aan mee. U krijgt van mij zelfs niet de link richting BNN Blog 40. Ik heb me weliswaar aangemeld, maar ik weiger voor de rest er nog aan mee te werken.
Vooral ook niet omdat ik per ongeluk een fout in m'n introduktie-tekst heb opgenomen. In de laatste zin gebruik ik nl 2-maal 'niet'. Staat absoluut niet niet. Alleen al daarom wil ik iedereen ontmoedigen die vermaledijde Blog 40 te bezoeken (& zeker al helemaal niet op mij te stemmen). Waarom schrijf ik 't eigenlijk nog met een hoofdletter? Dat verdienen ze nogeneens met dit initiatief.

't Dient uiteindelijk slechts om de haat & nijd binnen weblogland op een nog wat hoger nivo te brengen. Iedereen moet afgunstig kijken naar degene die zogenaamd nog beter gewaardeerd wordt. Vooral degenen die niet opgenomen staan in de blog 40 zien argwanend de 'top-gewaardeerden' aan. Ze weten hoe 't komt dat die zo hoog staan. & Denken er 't hunne van. Volgende keer zullen ze nog beter hun best gaat doen nog meer mensen/comps te stimuleren voor stemming op hun persoon & weblog. Terwijl 't zo dodelijk simpel is hiermee vals te spelen. Ook dat valsspelen zal steeds beter worden aangepakt. Men moet immers in die top 40 terecht zien te komen. Kost wat kost.

Alle blogs staan ondertussen vol met verwijzingen als: 'Stem op mij', 'Ga naar de blog 40', 'Laat je waardering spreken', 'Hou van mij', 'Doe me niets tekort'; allemaal richting een systeem dat stinkt. & Als ze die verwijzing nog niet hebben geplaatst, dan zal 't binnenkort wel met grote letters opgenomen worden.
Ik doe daar niet aan mee, zoals men inmiddels wel begrijpt. Ik ga een beetje afhankelijk zitten zijn van 1-, hooguit vakje nr 2-stemmers, die mijn blog anders nooit zouden hebben gelezen. Laat zij maar bij hun eigen porn-blogs blijven.
Ik bedoel: als ik m'n blog opnieuw aanmeld, stel ik die mensen in staat op mijn weblog te stemmen waarvan ik vind dat ze niks met m'n weblog te maken hebben. Laat ze ajb oprotten. Ik ben blij dat ze hier nooit zijn.

Mag ik u allen verzoeken mijn weblog niet meer aan te melden voor een dergelijk fenomeen dat slechts lage driften bij de mens oproept. Hoe goed men 't ook bedoelt met zulk een gebaar.

Zijperspace is een fenomeen op zich, laat 't daarbij blijven.

kortom

Hoewel 't totaal niet mijn schuld is, bekruipt mij toch 't gevoel dat ik m'n xcuses aan moet bieden. Voor 't feit dat ik afgelopen dag helemaal niets geschreven heb. Tevens omdat men vandaag zelfs niets nieuws is tegengekomen hier. Daarnaast ook nog omdat 't een groot gedeelte van de dag onmogelijk was een reaktie alhier te plaatsen.

Van 't laatste werd ik op de hoogte gesteld door Marloes. Bij een poging vlak daarna m'n teksten te corrigeren, kwam ik erachter dat die correcties niet doorkwamen. Een test-tekst werd ook al niet geaccepteerd. Er was iets mis.
Maar de mensen van m'n hosting-provider Protagonist (ik ga ze verdomme niet linken) beweerden dat zij niets hadden gedaan. Dat beweren ze overigens nog steeds. Ook na de ruzie die ik over de telefoon met 1 van hun medewerkers heb gemaakt.

Ik ben niet iemand die makkelijk ruzie maakt; daar heb ik geen talent voor. Ik krijg zeer negatieve gevoelens over mezelf ervan. Hoewel ik zeker weet dat ik wat betreft de woede volledig in m'n recht sta, ga ik mezelf als minderwaardig zien. Ik moet vooral zien te zorgen dat alles weer zo wordt als dat 't was, of anders moet alles wat ermee te maken heeft volledig genegeerd.
Ondertussen staat m'n gehele dag in 't teken van de woede. 't Valt niet meer weg te stoppen.

Puck heeft, ik geloof ism Bob (ik was ondertussen op m'n werk), de boel weer op orde gebracht.
Puck heeft gepoogd mij telefonisch uit te leggen wat er mis was. Waarom de werkzaamheden bij Protagonist de oorzaak van 't euvel was. Ze heeft de puinhoop die zij veroorzaakt hebben handmatig, stukje voor stukje, tekst voor tekst (meer dan 1400), in orde gemaakt.

Protagonist beweert nog steeds dat zij van niets weten. Ook niet nadat ik 't verhaal voor de 4e maal heb uitgelegd. Zo goed & zo kwaad dat bij mij gaat.

Ach, dit is een wazig verhaal. Ik ben woedend op m'n hosting-provider.

& Dat zorgt ervoor dat ik niet kan schrijven.

't Maakt de algehele woede nog groter in Zijperspace.
(kortom: mijn xcuses)

financiën

Als ik z'n hand schud ter afscheid, vind ik 't alweer zinloos. Ik was er tenslotte de gehele dag van overtuigd dat ik binnenkort zou overlijden. Zijn grote worstvingerige hand doet me beseffen dat mijn uiterlijk niets is; 't leven dat in mij zit is iets nietigs vergeleken bij dat wat huist in 't forse lichaam van mijn financieel adviseur dhr van Dijk.

Afspraak met dhr. Zyp op 25-11-2002 om 2100 uur. Reden dat deze afspraak zo laat is ingepland, is omdat meneer alleen in de avonduren kon wegens werk en uw agenda is erg vol. Meneer is vriendelijk, maar wilt niet iets aangesmeerd krijgen. Meneer vond het wel interessant om zijn persoonlijke situatie door te nemen, voor omtrent pensioen, omdat hij zich hier totaal niet mee bezig houdt en zelf nooit de krant leest, etc. Hij staat er dan ook voor open dat als er iets geregeld moet worden, dat hij dan met u wilt kijken wat de mogelijkheden zijn. Goed gesprek gehad. Veel succes iig en voor verdere gegevens zie het relatierapport.

't Is toch aardig van dhr van Dijk dat-ie 't afspraakformulier heeft laten liggen. Zie ik ook 'ns hoe ik als klant via de telefoon overkom. Ik wist dat 't in de tegengestelde situatie uitstekend beviel bij mijn toenmalige respondenten; ik werd niet voor niets elke keer redelijk snel bevorderd in die tijd. 't Is prettig te bemerken dat 't ook andersom werkt.
Jammer evengoed dat dhr van Dijk succes gewenst wordt. Toch alsof ik een te veroveren objekt ben.
Ander minpunt: ik word Zyp genoemd. Net als in de telefoongids. Dat bevalt mij niet. Ik wil die oerhollandse 'ij' terug in mijn naam.

Ik had evengoed 't idee dat-ie niet wist wat-ie kwam doen. Ik was degene die uiteindelijk 't gesprek begon & de zogenaamd 'prangende' kwesties voorlegde. Ik suggereerde m'n maandelijkse inleg te verdubbelen, hij had daarvoor geen enkele daad- dan wel overredingskracht, vertegenwoordigersvernuft, financieel inzicht of ook maar enigszins talent nodig tot 't overtuigen van de noodzaak hiervan. Ik was blijkbaar dermate hopeloos verloren in de toekomst, die met mijn inzichten van die bewuste dag niet meer zo lang zou bestaan, dat ik besloten had dan maar alles op safe te spelen.
Dat klinkt tegenstrijdig, maar zo liepen de zaak & m'n gedachtengang nou 1maal.
28 Jaar lang leg ik elke maand € 45,- apart. Nou ja, mag er van dat geld druk gespeculeerd worden. Waarna ik 't weer terug mag eisen. Met rente. De wereld is oneerlijk verdeeld, maar ik voel me er behoorlijk tevreden bij. Zolang ik leef. & Niet hoef na te denken.

Ik begon pas na te denken toen ik bij de deur die dikke vingers weer moest omklemmen. Dat lukt een fatsoenlijke hand niet, dacht ik. Mijn hand paste met moeite in zijn palm. Hoe kan een mens zo worden & hoe komt-ie dan vervolgens in zo'n vak terecht?
Ik maak me overal druk om.
Hij zag er voor de rest best gezond uit. Zoals-ie gebruik maakte van mijn zitbank. Heel netjes voor iemand met zo'n omvang.
Maar 't gekke is dat ik niet weet waar ik me druk over maak. Ik zie alleen maar die vingers. Die hand die niet te omvatten valt. Z'n rustige, o zo rustige uitstraling van een ouder geworden Dik Trom gezeten op m'n bank ipv achterstevoren op een ezel.

'Zal ik 't maandelijkse bedrag dan € 45,- maken?' vroeg-ie concluderend. 'Of misschien is een afgerond bedrag van € 50,- beter?'
'Nee, doe dan maar € 45,-. Dan voel ik 't net niet zo verschrikkelijk erg maandelijks in m'n portemonnee uiteindelijk.'
Dat was een ingewikkelde hoeveelheid woorden achter elkaar om uit te spreken, maar zo heb ik 't 'm gezegd.
Je moet wel een kutsmoes verzinnen om toch 't gevoel te blijven houden zelf de touwtjes in handen te hebben.

Ik keek 'm na, toen ik 'm buitenliet. Hij zou ook een biertje gaan drinken zogauw-ie thuis was. Had-ie nog net in de gang gezegd. Maar op 't moment dat-ie buiten was keek-ie niet meer om.

Zijperspace is in ieder geval financieel verzekerd van een lang bestaan.

treurig

't Notify-geluidje op m'n comp kan me elk moment van de dag attenderen op 't binnenkomen van meel. Ik heb tenslotte de comp de gehele dag aan staan, incluis de verbinding met 't internet. 24 Uur per dag wordt er elke minuut gekeken of er meel voor me is. Zodat ik niet te laat op de hoogte raak van 'tgeen ik gemist zou kunnen hebben.

Dus ook 's nachts. Ik zou 't geluid vanuit m'n slaapkamer kunnen horen, ware 't niet dat ik meestal door 't notify-geluidje heen slaap. Tenzij er zo rond ½ 8 wat binnenkomt. Ik bevind me op dat moment waarschijnlijk vaak in een lichte slaap, of ben anders al wakker, want 't arriveren van 't gedicht afkomstig van Laurens Jz Coster registreert m'n gehoor de laatste tijd bijna altijd.

Ik ben dan echter nog lang niet klaar om geheel wakker te worden. Ik moet nog wat schoonheid erbij slapen. Ik ben elke keer weliswaar nieuwsgierig naar wat er in m'n meelbox is binnengekomen, maar de nog lang niet verwerkte vermoeidheid van gister overmant me meestal toch iets meer.
Ik neem 't notify-geluidje als waargenomen op in m'n geheugen & keer m'n hoofd om op de kussen.

't Laat me echter niet los. De laatste dagen begin ik na de notify in m'n slaap 't meeltje te lezen. M'n fantasie vult zelf de inhoud ervan in. Zo kreeg ik meerdere meeltjes tegelijk met verwijzingen naar latijnse uitdrukkingen mbt de toestand waarin ik mij bevond. Ik kreeg uitnodigingen eens een keertje langs te komen in een verweggelegen dorp. Of mij werd 't gezelschap aangeboden van een charmante jongedame. Zeer zeker geen spam; 't was een dame die ik in 't dagelijks leven ken & wiens gezelschap ik zeer op prijs zou stellen.
't Speelt zich echter alleen maar af in mijn hoofd. Mijn slapend, dromend hoofd. 't Geluidje dat de droom teweeggebracht heeft, blijkt elke keer weer afkomstig te zijn van zo'n gedicht van Laurens Jz Coster.

Vanochtend, wederom rond 'tzelfde tijdstip, kreeg ik een lijst per meel binnen met allerhande vragen betrekking hebbende op muziek. 't Leek een soortemet popkwis. Waarvan ik onmiddellijk alle antwoorden wist. Ik zou eer behalen & roem.
Groot was m'n teleurstelling bij ontwaken, toen bleek dat alles wederom berustte op een droom. Enige troost vond ik in de gedachte dat er in ieder geval een meeltje was binnengekomen. Waarschijnlijk weer slechts een gedicht, maar 't feit dat er iets in m'n meelbox zat & ik nog niet zeker wist wat, droeg net als alle voorgaande keren weer bij tot een genoegzame nieuwsgierigheid.

Helaas had ik ook 't notify-geluidje gedroomd, bleek ff later.

't Wordt een beetje treurig met je, zei ik tegen mezelf (ik begon gelijk in mezelf te praten, zoals dat schijnt te horen met eenzame vrijgezellen). Je droomt dat je meel krijgt, maar ondertussen houdt de notifier zich stil. Zelfs een gedichtje van een anonieme vreemde, die 't tegelijkertijd aan 100-en andere mensen verstuurd, vindt 't niet interessant genoeg meer om jou 's ochtendsvroeg te verrassen.
Laat staan dat mensen 't leuk vinden om op je teksten te reageren (ha, daar komt de aap uit de mouw, denkt de lezer die 't tot hier aan toe heeft volgehouden). Ergens anders gaat men wakker liggen als de reakties op een stukje tekst onder de 10 blijven steken; hier droom jij al enkele dagen van 1 per dag. Er zijn zelfs mensen die de wereld alleen maar hoeven gedag te zeggen & ze krijgen een stortvloed van groeten terug.
Buiten dat: er wordt elders meer over je gesproken dan dat er hier gereageerd wordt.

Ik heb een boek gepakt & ben weer in bed gaan liggen. 't Boek stond vol gedichten. Ik heb ze mezelf voorgelezen. & Ben aldus opnieuw in slaap gevallen.

Men is in Zijperspace voor de spiegel 't groeten aan 't oefenen; zodoende is er in ieder geval respons.

klokslag

'Ik moet zowiezo een boel kaarten kopen,' vertelde ik m'n moeder. 'Morgen doe ik 't, als ik er eindelijk aan toekom. Er zijn ondertussen al een paar kinderen geboren in m'n kennissenkring. Ik heb hun nog altijd geen kaartje gestuurd om ze ermee te feliciteren.'
''t Leven gaat gelukkig gewoon door,' verzuchtte m'n moeder.

M'n moeder denkt momenteel meer aan 't leven dat eindigt. Ze had m'n tante in 't ziekenhuis gebeld. Om te vragen hoe 't ging na de dood van haar zoon Carlo.
Deze slag zou haar nooit meer los kunnen laten, had Tante Tiny gezegd.
Tante Tiny is zelf aan 1 kant verlamd. Ze ligt nu 2 weken in 't ziekenhuis vanwege een herseninfarct. Langzaam was ze aan 't opknappen daarvan. Ze kon de linkerkant van haar mond inmiddels weer wat beter gebruiken.

De pakweg 30 huizen die deel uitmaakten van mijn krantenwijk lagen verspreid over heel Nieuw Den Helder. 't Noordhollands Dagblad was niet al te populair. Voor deze kleine hoeveelheid abonnees reed ik een uur rond & betrad ik bijna alle kleinere buurtjes van de wijk. 't Kostte me geen moeite onderweg een gratis krant, 1 van de reservekranten, bij de tantes langs te brengen. Ik kwam toch bij ze in de buurt. ½Weg wipte ik aldus bij Tante Tiny aan, & aan 't eind bij Tante Wil. 't Leverde me altijd een jodenkoek & een bak thee op. Op beide adressen. Als m'n rapport net binnen was, nam ik die mee (in de tijd dat die nog iets voorstelde), zodat ik er soms zelfs wat rijker van werd. Voor de rest moest ik 't slechts van 't praatje hebben. Maar 't was altijd een welkome afleiding gedurende de saaie tocht.

Beide tantes heb ik voor 't laatst gezien toen m'n ouders hun 45-jarig huwelijk vierden. Dat is nu ong 2 maanden geleden. Met Tante Tiny was nog niks aan de hand. Ze keek even streng als dat ik van haar de laatste jaren gewend ben. Alsof ze een zuurtje ingeslikt had, zouden m'n tantes vroeger gezegd hebben. Maar ze zoende me evengoed enthousiast bij 't feliciteren. Ze leunde schuin achterover in haar stoel, begon te lachen, trok me lichtjes bij de nek naar haar toe & gaf me 3 zoenen.

'Kijk maar uit,' zeiden m'n tantes vaak tegen mij, 'als je zo kijkt als de klok slaat, dan blijft je gezicht voortaan altijd zo staan.'
Ik denk dat dat 't is. Op een gegeven moment blijft je gezicht gewoon op een bepaalde manier staan. 't Kost steeds meer moeite 'm uit de plooi te halen. Dat wil niet zeggen dat wat er onder 't gezicht zit, 'tzelfde is als dat 't uitstraalt.

Diezelfde dag was Tante Wil vooral aan 't huilen. Ze moest ook vroeg de festiviteiten rond m'n ouders verlaten. Vlak voordat ze wegging had ze me met treurige ogen gefeliciteerd. Zachte zoenen, waar geen kracht achter stak. Ze was moe. Van alle bestralingen die ze had ondergaan. 't Had tot nog toe niet afdoende geholpen, want van de week moest ze weer naar 't AMC voor een behandeling. Ze wist niet of ze 't wel zou halen.
Dat laatste zei ze niet. Ze huilde alleen maar. M'n moeder & tante (Tante Diny ditmaal) hadden 't idee dat ze 't inderdaad niet zou halen als ze zo mistroostig bleef.
'Ome Jan was toch niet zo,' zei ik.
'Nee, Ome Jan was sterk tot 't eind.'

Tante Wil lijkt nu altijd te huilen. Zolang ik haar niet zie zal ik me dat vooral blijven herinneren. De laatste behandeling is echter goed gegaan. M'n moeder had vanavond zowaar een positief ingestelde zus aan de telefoon.
Tante Tiny met een scheefhangende mond kan ik me nog niet voorstellen. Ik ben bang dat 't verdriet om haar zoon niet makkelijk zal verdwijnen. Dat verdriet zal zich vast ook aan haar gezicht gaan hechten, dat gezicht dat langzaam de infarct te boven moet komen.
Je hoort je eigen kinderen niet te overleven, zei men altijd.

'Je zou eens een keertje wat kaartjes moeten sturen,' zei m'n moeder.
'Ja, ik moet eens wat minder slordig daarin worden,' beaamde ik.

Al is 't maar voor de levenden in Zijperspace.

stoornis

Ik ga dood. Vannacht wist ik 't weer 'ns zeker. De vraag was alleen nog wanneer. Dat heeft me enkele uren wakker gehouden. Van die tijd heb ik geprofiteerd door een zekere mate van onderzoek op m'n lichaam uit te voeren. Dat is overigens ook niet bevorderlijk voor de nachtrust.

In de loop van de jaren ben ik aardig wat te weten gekomen over m'n darmen. Vooral de wetenschap over waar ze zich bevinden is in deze belangrijk te noemen. Moet ik niet vergeten erbij te vermelden dat kennis over 't reaktievermogen van de darmen ook mooi meegenomen is. Ik wil niet zeggen dat ik er bijna dagelijks profijt van trek, maar 't is zeker handig dat ik gebruik kan maken van deze in m'n hoofd opgeslagen info. 't Doet me wel 'ns realiseren dat ik niet onmiddellijk hoef dood te gaan.

Op 1 of andere manier is 't idee in m'n hoofd ontstaan dat er iets niet klopt aan m'n hart. Hij klopt wel natuurlijk, maar niet regelmatig genoeg, zo lijkt 't, als ik bezig ben hard te fietsen.
& Als ik fiets dan fiets ik hard. Ontegenzeggelijk.
Dus heb ik een hartritmestoornis. Misschien komt 't doordat Büch zaterdag is overleden aan een hartstilstand. Maar meer nog dat de dag erna een neef aan dezelfde weigering bezweek. De 1e van de kleinkinderen van m'n oma. Slechts 5 jaar ouder dan ik.
Nou was zijn postuur behoorlijk anders dan mijn verschijning (zeer juist uitgedrukt: hij had postuur; ik ben slechts een verschijning bij hem vergeleken). Ik zou me met mijn gezond ogend lichaam nergens zorgen over hoeven maken, zo klinkt 't ergens zeer verstandelijk achterin m'n hersenen. Die gedachte heeft echter geen overwicht. Nee, de hartaandoeningen hebben hun intrede gedaan.

Toch aardig wat uren vannacht doorgemaakt waarbij ik m'n hartkloppingen probeerde te tellen, maar vooral wilde betrappen op onregelmatigheden. Daartoe meermaals m'n hand op 't hart gedrukt, mezelf bevoeld om te onderzoeken waar de telling 't best bijgehouden kon worden & onrustig geïnspecteerd of m'n hals dan wel pols wellicht een betere plek voor deze registratie was.
Toen kwamen de darmen. Ze waren er natuurlijk al, maar ze lieten op een gegeven moment, midden in mijn onrust, merken dat er wel degelijk rekening met ze gehouden diende te worden.

Weet u overigens dat een deel van de darm een akelig vervelend bochtje maakt? Je zou zeggen dat de darm gewoon van rechtsonder naar rechtsboven (ribbenkast) loopt, vervolgens de linkerkant bezoekt & naar beneden duikt. 't Is echter net wat ingewikkelder. Weet ik dank zij de geduldige uitleg van de gastro-enteroloog. Een bekwaam man als 't gaat om spastische darmen.
Aan de linkerkant maakt de darm plots een bochtje naar boven. Hij duikt onder de ribbenkast. Heel vervelend. Er zit zodoende een stukje darm ong ter hoogte van 't hart. Zo voelt 't in ieder geval. & Door de xtra bochten aldaar, kunnen er ook meer opstoppingen plaatsvinden. Een zeer akelig gevoel. In geval van spastische darmen zeker.

Nou zal men veronderstellen dat ik daardoor nog onrustiger werd. Maar niets is minder waar. Ik was eigenlijk wel opgelucht. Blij dat m'n darmen vanaf dat moment de schijn van hartstoornissen creëerden. Ze waren dermate aktief dat 't me geenszins meer lukte concentratie op te brengen voor de telling van de slagen. Al spoedig heb ik dat dus opgegeven.
& Al luisterend naar & meevoelend met de aktiviteiten in m'n darmen ben ik weggedoezeld.

Natuurlijk wel in de wetenschap dat ik dood ga.

Dat was dan weer een slechte droom in Zijperspace.

(g)wnt

Vanaf heden mag er niet meer ingebroken worden in m'n huis. Dat mocht daarvoor ook al niet, maar tegenwoordig zie ik die inbreuk in mijn leefomgeving met nog meer vrees tegemoet. Ik geef u enkele voorbeelden.

zijp, Da's dus een wetering, afwatering, alsook een goot of riool, daarnaast een kleine sloot in boezemland. Als bijvoeglijk naamwoord betekent 't zoveel als dat iets van vocht doortrokken is, zijnde sappig. Men zou wilgentenen zijp kunnen maken.

Dat was 't 1e voorbeeld. Daar schiet men natuurlijk niets mee op. Maar toch een korte onderbreking. M'n springerig brein vond 't daar tijd voor. Anders wilde hij weer dat ik richting keuken zou lopen. & Daar word ik over 't algemeen toch alleen maar dronken van. Men weet wel: die keuken van mij, tot aan de nok volgestouwd met bier. Sommige lezers houden daar nu 1maal niet van.

Ik probeerde 't vorige week uit te leggen aan Rachel. Ik zat met haar aan een tafeltje bier te drinken. Een normaal mens kijkt dan de ander in de ogen, vooral op 't moment dat de ander praat of aangesproken wordt door de ik-persoon. Ik niet. Dat probeerde ik dus meteen uit te leggen.
Die uitleg volgt een volgende keer wel voor de lezer, nu heb ik daar ff geen tijd voor. Bovendien moet je 't spannendste altijd voor later bewaren. Heeft de lezer uiteindelijk alleen maar baat bij. 't Enige wat voor nu onthouden dient te worden is dat ik 't in ieder geval een keer aan iemand heb proberen uit te leggen.

Ik geloof dat 't ondertussen tijd wordt voor een volgend voorbeeld. Maar wel een ingekorte. Anders raakt de lezer alleen maar afgeleid.

ton, Dat kan oa een gekuipt houten vat zijn, net zoals 't een boei is, een maataanduiding (haha, er staat als voorbeeld: een ton bier), alsook voor schepen, maar ook in gewicht & financieën; een kinderstoel; trommel met stiften die een klokkenspel ed moet spelen; een trommeltje waarin de veer van een uurwerk opgesloten zit & desnoods betekent 't een fles. Verder wordt er verwezen naar 't franse gebruik ervan, waarbij ik de uitdrukking ton sur ton u niet kan onthouden.

Zijn toch mooie voorbeelden. Al zeg ik 't zelf. Daar laat je een inbreker je deur niet voor forceren. Dat hou je liever voor jezelf. Ik tenminste wel.
Ik was helemaal verguld met de gratis houder die ik erbij heb gekregen. Waar alle 3 delen naast elkaar inpassen. Was erg handig, vooral tijdens 't vervoer naar huis. Dat hield die 6 kilo (ik heb 't op m'n werk nauwkeurig gewogen) anders vast niet vol, met al die hobbels & kuilen in 't amsterdamse wegdek & 't roekeloze (zo noemen andere mensen mijn rijgedrag) fietsen van mijn persoon. Daarnaast zorgt 't er voor dat ik geen boekensteunen ervoor nodig zal hebben. Laat staan een boekenkast, die ik, zoals 't zich momenteel laat aanzien, voorlopig toch niet zal weten te realiseren.

Een andere zeer prettige bijkomstigheid is, ik heb 't nog maar net ontdekt, dat je er per deel 2 gratis rode lintjes bij krijgt. Die kan je dan bij de bladzijde stoppen waar je een woord hebt opgezocht. Voor dat soort lintjes bestaat vast een woord, maar dat heb ik echter nog niet kunnen vinden. Andere woordenboeken hebben, zo is tot nu toe mijn ervaring, slechts 1 lintje. Vaak helemaal niks geen lintje. & Zeker niet rood.

Goed. Er mag dus vanaf heden niet meer ingebroken worden in m'n huis. Grappig evenzogoed is dat ik bij wijze van voorzorgsmaatregel vanmiddag, vlak voor 't verlaten van 't huis, de radio heb aangezet. Ik dacht: dat schrikt de dieven af. Als ze ondanks alle sloten toch binnen komen, denken ze bij 't horen van de muziek vast dat er nog iemand thuis is.
Dat dacht ik dus. Terwijl ik m'n aanschaf nog niet gedaan had. Maar ik wilde goed voorbereid zijn.

Daarnet heb ik m'n aanschaf uitgepakt. Hij keek tevreden. Was blij dat-ie onderdak bij mij had gevonden. Hij had al een tijdje in de voorraadkelder van de boekhandel in de Utrechtsestraat gelegen. Voorlopig wil-ie bij mij niet meer weg.

Zijperspace is geenszins te klein voor zijne eerwaarde heilige driedeligheid (straks kijk ik wel of dat woord wel bestaat).

lijflog 12

Ik zou 't kunnen omschrijven als een langlopend onderzoek. Waarbij ik geen woordspeling probeer te maken. M'n lichaam is beschadigd geraakt & poogt langzaam maar zeker de schade te herstellen. De beschadigde delen worden afgestoten & dienen vervangen te worden door nieuwe.

Nou is dat bij nagels altijd 't geval. Nagels zijn van zichzelf al dode cellen. Niks levends aan; ze zijn dus zelfs niet in staat iets af te stoten. Ze zijn eigenlijk onderweg zelf afgestoten te worden. Dat doet de huid die eronder ligt. Tenminste, als men datgene wat onder de nagel ligt, dat wat afgeschermd wordt door die laag dode cellen, al huid mag noemen. Ik ben nou 1maal geen bioloog; toen men mij op de middelbare school in de gelegenheid stelde biologie te laten vallen, heb ik onmiddellijk van de gelegenheid gebruik gemaakt. Alles wat ik dus van de bloemetjes & de bijtjes weet, is puur proefondervindelijk.

Ik moet me bij m'n onderwerp houden.
Tijdens de wandeling die ik eind juni maakte, heb ik een blauwe grote teennagel opgelopen. Wederom geen woordspeling geïntendeerd, maar wel mooi meegenomen. Nou kan je natuurlijk niet van een blauwe nagel spreken, omdat 'tgeen dat blauw ziet, de huid (voor de zekerheid, om onduidelijkheid te voorkomen spreek ik dus toch maar van huid) onder de nagel is.
M'n teen zat waarschijnlijk ietwat gekneld in de schoen & was 't wandelen nog niet gewend, zeker niet met een xtra gewicht drukkend vanaf de schouders naar beneden, waardoor de kneuzing is ontstaan. Geheel zonder pijn overigens (dit om betuigingen van deelneming te voorkomen).

't Was een fraai resultaat van een 120 km lange wandeling, afgelegd in 4 dagen tijds. Echter slechts te bewonderen 's avonds laat & 's ochtends vroeg, & enkel door mijzelve. 't Begon als lichtjes rood, grijzig aan de buitenkant, vervormde spoedig tot zacht-blauw met donkerroze tinten overlopend in paars, & resulteerde uiteindelijk in gothisch zwart, met aan de buitenkanten nog wat restanten donker-paars. Slechts de hollandse meesters zouden deze kleurenschakering, gelijkend 't nederlandse wolkendek in al z'n seizoenerige wispulterigheid, kunnen evenaren. & Ik had 'm hangen aan m'n teen.

Waar 't me nu eigenlijk om gaat is de traagheid waarmee zo'n nagel groeit. Dus eigenlijk niet groeit, want iets wat dood is kan ook niet groeien. 't Gaat me om de snelheid, of juist 't ontbreken ervan, waarmee de blauwe plek door m'n lichaam werd afgestoten. Hij zit er nl nog altijd. 't Is inmiddels eind november; we zijn 5 maanden verder.
De plek is wel opgeschoven. Richting uiteinde teen. 't 1e Stukje donkerblauw heeft reeds de teen verlaten. Maar de onderkant is nog maar net over de helft. Ik zal de snelheid van groei, die geen groei is, niet voor gaan rekenen, maar men kan van mij aannemen, hierbij m'n grote teen voor een moment in ogenschouw nemend, dat 't verrekte langzaam is. In de tussentijd ben ik al 2 keer naar de kapper geweest, m'n handnagels stuk voor stuk 6 keer geknipt, de teennagels 3 maal. 't Uitbaggeren van m'n neus zal ik fatsoenlijkheidshalve hierbij overslaan.

Tot overmaat van ramp, & hier kom ik op 't punt waar ik al die tijd naar toe wilde, is een deel van de nagel, een stukje van 't blauwe gedeelte, 2 weken geleden ontsnapt. 'Ontsnapt' zeg ik, omdat ik 't niet heb meegemaakt. Ik was er niet bij met mijn aandacht. Vandaar ook de 'overmaat van ramp'.
Gaarne had ik, net als bij andere delen van mijn lichaam die mij verlaten, erbij geweest, bewust erbij geweest, op 't moment dat 't tabee zei. Dan had ik 't stukje nog wat kunnen bestuderen. Kunnen bekijken waar die blauwe kleur vandaan kwam, hoe dik de laag nagel was, waar 't zich hechte aan de onderliggende huid & waarom 't zo onregelmatig groeide. & Vervolgens waardig afscheid kunnen nemen boven de prullenbak. Of desnoods de vuilnisbak.

Voor de rest doet 't geen pijn hoor, de huid die tegen m'n sok aanschuurt, terwijl 't normaliter een laag nagel ter bescherming heeft. Ook hiervoor hoef ik geen steunbetuigingen te ontvangen.

Ik wilde u gewoon deelachtig maken van langlopend onderzoek in Zijperspace.

liftlog 8

Ik stond op een raststätte (dat schrijf je met een hoofdletter, maar omdat we in Nederland zijn, weiger ik daar aan mee te werken). Ik was er afgezet door de vrachtwagenchauffeur die me uit Nederland had meegenomen. M'n 1e lift 't buitenland in had ik achter de rug. Nu nog zien verder te komen vanaf een onmogelijke plek: vlak voor een grote stad. Op een onmogelijk tijdstip: 2 uur 's nachts. Onder onmogelijke omstandigheden: 't regende & er bevond zich geen afdak. De vrachtwagenchauffeur moest onderweg wel een heel grote hekel aan me ontwikkeld hebben. De sjachrijn.

Voor 't 1st liftend op reis, voor 't 1st alleen in 't buitenland, & ik stond op een kale raststätte met slechts een pompstation & een cafetaria. Ik was nog niet ervaren genoeg in 't liften om te weten hoeveel geld de reis me uiteindelijk zou gaan kosten. Ik was slechts student, met een miniem budget, maar gelukkig in 't bezit van een vooruitdenkende geest. Waardoor ik niet meteen de 1e nacht m'n portemonnee aan wilde spreken. Ik was echter nog vol goede moed (hoewel ik waarschijnlijk deze nacht kleddernat geregend zou worden & tot de vroege ochtend op deze raststätte zou staan koukleumen, zo was m'n verwachting); ik zou geen concessies doen & doodgemoedereerd iedereen die voorbijkwam vragen of ik misschien mee kon rijden.

De bezitter van de mercedes, de auto die stopte nog maar net nadat ik voorgaande beslissingen had genomen, keek me kort aan, zei dat 't ok was, maar verontschuldigde zich wel voor een kort moment, want hij wilde met z'n vriend nog ff koffie drinken.
Ik geloofde 'm niet. De man had zo ontspannen gereageerd op mijn verzoek, dat 't gewoon niet waar kon zijn. Door de ramen van 't cafetaria keek ik schielijk naar de 2 koffiedrinkende mannen. Ze lachten nu vast om mij, dacht ik. Straks zouden ze naar de auto lopen, gaan zitten, de motor starten & mij laten staan. Buiten dat: ik had nog m'n duim niet omhoog gestoken. Dit was te gek voor woorden. 't Kon niet waar zijn dat liften zo gemakkelijk was.

De mannen kwamen naar buiten & ik kon achterin plaatsnemen. Achter de bijrijder. M'n rugzak achter de bestuurder. De motor werd gestart & ze hadden me niet laten staan.

Of ik ook een kauwgompje wou, werd er gevraagd terwijl we inmiddels 150 km/u reden. Zenuwachtig nam ik 't aan, m'n blik op de km-teller gekluisterd.
160 km/u. De mannen hadden hun gesprek hervat, dat ze blijkbaar binnen waren gestart.
170 km/u. Wat of ik deed? Waar ik naar toe wilde?
190 km/u. Ze vertelden waar zij zelf heen gingen. Dat 't misschien 't beste was mij voor die plaats af te zetten.
200 km/u. De heren vermaakten zich met elkaar. Mij lieten ze met rust.
150 km/u. De auto's doken op als in een comp-spelletje. Niet de tegenliggers, de auto's die we inhaalden. De bestuurder moest plots afremmen als 2 voorliggers in de verte besloten hadden elkaar te passeren.
210 km/u. De man voor me viel in slaap. Ze hadden een lange werkavond gehad, vertelde de bestuurder. Ze waren geluidstechnici & waren net klaar met een voorstelling. Hij wilde terug naar z'n vriendin, voordat ze op vakantie ging.
220 km/u. De bestuurder leek ook slaap te krijgen. Hij wreef zich konstant in de ogen. Ik kon niet anders dan angstvallig de km-teller te bestuderen & door de achteruitkijkspiegel de slaperige ogen van de man in de gaten houden. Bewonderend keek ik toe hoe hij 't comp-spelletje zelfs ½-slapend leek te beheersen.
120-230 km/u. We zaten in een achtbaan. Ik leek de enige te zijn die dat besefte. De auto's schoten voorbij, & die flitsende beelden werden afgewisseld door plots remmen. Ik wilde naar huis, maar praatte nonchalant verder, zover m'n kennis van 't duits dat toeliet. Ik was verantwoordelijk voor ons lijfsbehoud.

4 Uur in de ochtend. 250 Km verder. Ik werd afgezet op de 2e raststätte in m'n liftersloopbaan. Ik legde mezelf in m'n slaapzak neer op een bank, m'n rugzak onder m'n hoofd, touwtje ervan bevestigd aan m'n pols. Ik vertrouwde de wereld niet meer. Maar regenen deed 't niet.
Ik sliep 1 uur & ging verder liften.

Zijperspace was toen al een comp-spelletje.

teringhond

Ik zag 'm zitten op 't pleintje voor m'n huis. Hij schold z'n hond uit. & Hij schold op de buurman die zich inmiddels teruggetrokken had. 3-Hoog, verborgen achter z'n gordijnen inmiddels. De man op 't pleintje schold in 't luchtledige. Ik zag dat-ie tegen z'n fiets aan wilde leunen, maar dat 't 'm niet lukte. Z'n hond verleende niet genoeg medewerking. Die trok aan z'n lijn die om de pols van de man gewonden zat. De hond liet duidelijk merken dat-ie niet ging doen wat z'n baas van plan was. Wat 't ook was.

Ik kwam net thuis. Na middernachtelijk vertier. Ik dacht dat ik aangeschoten genoeg was om de slaap te vatten. Buiten dat: de kroegen waren inmiddels gesloten. Men had mij er overal al uit verwijderd. 't Zou niet lang meer duren of de zon kwam op.
Ik had m'n fiets al aan 't hek vastgezet, m'n deur was van 't slot, toen ik bedacht dat ik best wel aandacht aan de man met de fiets kon besteden. Ondanks de drank voelde ik me sterk genoeg om te vragen wat er met 'm aan de hand was.

Z'n fiets zag er uit als die van een zwerver. Helemaal volbepakt. Ondefinieerbare artikelen, tezamen een ½e meter hoog. 't Rinkelde in 1 van z'n tassen. Z'n houding werkte ook niet mee. Voorovergebogen, alles afwerend, achterdochtig voor wat er zich achter z'n rug bevond. Z'n handen zagen zwart & tanig. Met moeite kon-ie z'n vingers dwingen een shagje te rollen.

Of ik ergens mee kon helpen, vroeg ik de ogenschijnlijke zwerver. Hij reageerde weer afwerend, begon bijna weer te schelden.
'Ik vroeg alleen maar of ik je kon helpen,' zei ik, 'als je dat niet wil, dan ga ik gewoon naar binnen om te slapen.'
Hij krabbelde terug. Hij kwam me tegemoet door te vertellen waarom hij op mijn pleintje zat. Onderwijl z'n hond ruw naar zich toetrekkend als die een meter verder zich te ruste wilde leggen.
''t Komt allemaal door die rothond. Die is te moe. Hij wil niet meer. We zijn naar Utrecht geweest. Ik zag een advertentie over een rommelmarkt. Dus zijn we naar die rommelmarkt in Utrecht gegaan. Maar op de terugweg wilde hij niet meer. Misschien ben ik ook wel verkeerd gereden. Moet je nagaan: we zijn om 7 uur 's ochtends vertrokken. & Hoe laat is 't nu?'
'Oh, 't zal iets van 5 uur zijn.'
'We zijn toenet uit een kroeg gezet. Terwijl ik daar alleen maar wilde vragen of zij wisten waar ik was. & Ik wilde dat m'n hond een beetje kon uitrusten. Ik kon niet meer dan 1 biertje drinken. Terwijl ik genoeg geld heb om een rondje voor de zaak te betalen. Maar ik werd op straat gezet. & M'n hond wil niet meer.'
Hij gaf weer een ruk aan de riem. 'Ja, rotkaffer. Heb ik je de hele weg meegenomen & nu wil je niet meer. Hufter.'
'Waar woon je dan?' vroeg ik.
'In Oost.'
'Daar ben je nu. In welke straat?'
'Bij die brug richting Noord. Richting Schellingwoude. Hoe heet 't ook alweer?'
'Maar da's dichtbij. Da's niet meer dan 10 minuten lopen.'
'Ik rij al de hele tijd hier rond, maar niemand wil me vertellen waar ik ben. Die vent daar begint op me te schelden.' Hij wijst naar 't balkon op 3-hoog.
'Ik breng je wel die kant op,' stelde ik 'm voor.

Met moeite & na enig aandringen stond-ie uiteindelijk op. Daar is meer bier in terecht gekomen dan dat ene glaasje, dacht ik. Hij verloor zelfs bijna z'n evenwicht. Meteen gaf-ie een ruk aan de lijn van de hond, alsof die de schuld was van z'n onevenwichtigheid, onderwijl moeizaam z'n fiets vasthoudend.
'Zal ik die fiets vasthouden anders?' vroeg ik 'm.
20 Meter verder stelde ik voor ook z'n hond aan de lijn te houden. Hij zwalkte te veel om niet door de hond uit balans gebracht te worden. Bovendien zouden we minder de aandacht trekken als-ie wat minder de hond kon vervloeken.

We waren nog niet ½erwege toen-ie de omgeving begon te herkennen.
'Ik kan vanaf hier zelf wel verder. Geef me de hond maar weer.'
& De fiets. Hij reikte z'n hand er al naar uit.
'Je gaat toch niet fietsen?' vroeg ik.
Dat ging-ie wel. Hij gooide z'n ene been over de stang. Of ik ondertussen de riem nog ff vast wilde houden. Wankelend bracht-ie de fiets in balans: de tassen aan z'n stuur, de baal achterop. Wederom reikte hij z'n hand uit. Voor de hond.
'Kom hier hufter. Vuile teringhond. Door jou komt 't allemaal.'
Ik keerde me om & liep weg. Ik wilde m'n goede daad niet teniet gedaan zien worden.

Ik ben er een paar keer voorbij gelopen. De houten barakken die aan 't eind van de Zeeburgerdijk stonden. Ik kon 't niet laten om over de hoge hekken & heggen te kijken. Ik wilde de nachtelijke ontmoeting wel 'ns bij daglicht zien. Enkele tuinen lagen vol met rotzooi, rommel, puin. 1 Van die tuinen moest bij zijn woning horen. Ergens blafte een keer een hond.

Al een tijd had ik de houten gebouwen niet gepasseerd toen ik van de week zag dat er inmidddels geen sprake meer was van enig hout in de behuizing aldaar. Alles was vervangen door nieuwbouw. Dure koopwoningen, zo leek 't. Er was niets over van rommelige tuinen, waar fietsen buiten stonden, onkruid welig tierde & een hond blafte.

Toen sliepen we niet voordat 't licht werd in Zijperspace.

de staf van sinterklaas (opnieuw)

De oplossing is gevonden,
De beslissing genomen,
De staf is wederom verzonden,
& Inmiddels ook al aangekomen.

Hij ligt bij de weblogger die ik steeds onverwachts,
Maar vaak ook wel gepland,
Overdag, maar zelfs eens middernachts,
op straat of in 't station heb herkend.

& Door wiens gezelschap,
Alsmede dat van z'n lief,
Ik telkens weer aan de sleur ontsnap
& M'n stemming verandert in positief.

Dames & heren, mag ik uw aandacht,
Alsof ik er niet omheen kon,
Heb ik de staf dit keer ondergebracht
Bij Sandra & natuurlijk Ramon.

De staf herrees in Zijperspace.

aanleiding

't Is niet zomaar 1 ding. Er is niet zomaar een aanleiding aan te wijzen. Ik heb van m'n geschiedenisleraar, de gevreesde man, maar goede verteller, heer Talsma, geleerd dat er altijd een aanleiding is, maar daarnaast ook een oorzaak. Ik ga op zoek naar de oorzaak. & Probeer die uit te schakelen. Ook de kleine details moeten daarbij worden aangepakt. Zodat de aanleiding zich in geen geval kan vormen. Een volgende keer.

Ik wil bijv vrij kunnen ademen. Mijn neusschotten, aan de binnenkant van m'n neus, staan te dicht bij elkaar. Elke nacht lig ik wakker. Vanwege 't feit dat er te weinig lucht door de gaten kan. Ik spuit m'n neus vol met nasonex. Volgens m'n huisarts bevat dat pretnison; volgens de specialist kan 't levenslange gebruik ervan geen kwaad.

Ik kwam thuis & wilde m'n handen afdrogen in de douche. M'n handen moesten schoon, vanwege vuil. Ik weet niet meer waarvan. 't Zou ook kunnen dat ik een slokje water nodig had. M'n mond moest z'n droogheid verliezen. Ik wilde in ieder geval de handdoek pakken die aan de deur hing, vanwege de druppels die vielen.
De schroeven schoten aan 1 kant uit de deur. De schroeven waarmee 't hangrekje aan de deur is bevestigd. Ik probeerde 't terug te drukken, maar 't rekje hing vervolgens alleen maar nog schever.
Dan maar er helemaal uit. De witte vlekken waar de groene verf 3 jaar geleden niet heeft kunnen reiken kwamen tevoorschijn.
Terwijl ik wist dat volgende week m'n gehele familie langskomt, terwijl ik al weken bezig was m'n huis in geest schoon te krijgen voordat 't zover is, terwijl ik me daar al die weken al op heb voorbereid, trok ik 't rekje woest van de deur. De stof negerend. De afwas negerend. M'n familie negerend. Alles negerend wat beter moest, wat mooier moest, wat niet gezien moest, wat wat wat wat wat wat wat.
't Gevoel negerend waarbij ik me normaliter prettig voel.

Ik heb gister meisjesbuikjes zitten kijken. Ik heb ze beoordeeld op 't feit of ik ze nou de moeite waard vond om onder 't shirtje te zien tevoorschijn komen of niet.
& Ik vertelde Jojanneke dat ik niet wist of ik 't altijd wel zo mooi vond. Ik vind die vrouwenheuvels over 't algemeen prachtig, als ik ze naakt voor me zie, vertelde ik, ik wil er m'n oor luisterend op leggen & zien welk leven er nog meer bestaat, maar zo uitstulpend onder t-shirt & boven broek; nee, ik wist niet of ik dat wel mooi vond. Dat vertelde ik. Ik wist niet hoe ik 't anders onder woorden kon brengen.

M'n mond staat niet stil. Alles wat ik niet kwijt kan via 't toetsenbord haal ik dubbel & dwars in. Vrouwen zijn daar 't slachtoffer van. Ze lachen schaapachtig. Wie zou dat niet doen?
Als je er maar guitig bij kijkt, heb ik Fret uitgelegd. Als je maar een glimlach trekt waar niets uit te begrijpen valt. Maar Fret weet beter. Fret lacht.

Vanavond was de vraag: beschrijf je zelf 'ns zoals je denkt dat je er uit ziet, dat je overkomt & hoe je bent.
Dat zijn 3 vragen.
Ik kwam niet verder dan m'n uiterlijke verschijning. 't Onderwerp was al verschoven. Ik had mezelf al naar 't volgende onderwerp gesleept. Niemand die zo kon praten als ik, afgelopen avond.
Ze vroeg of ik op zou schrijven waar we 't over hadden gehad. Ik zei dat ik dat niet zou weten.
Alles komt tegelijk, dacht ik eigenlijk. Ik krijg zoveel info binnen dat ik niet meer weet waar 't verhaal ligt. Ik ben xtravert, maar zei 1st introvert. Ik geloof dat ik xtravert moest zeggen, maar introvert moest bedoelen. Niemand die zo introvert is als ik, had ik haar moeten uitleggen. Dan zou ze me misschien begrepen hebben. Ze zou begrepen hebben dat ik xtravert ben in m'n schrijven. & Van de meeste vrouwen hou, maar vooral van degene die recht tegenover me staat.
Ze geeft haar leerlingen maandag een zoekopdracht op & een uur later hebben ze me gevonden. Nee, 5 minuten later, zei ik.

& M'n nek. M'n nek, die me naar achteren wil trekken. Alle spieren die daar m'n houding overeind zouden moeten houden, laten 't er bij zitten. Ze zijn stram, stijf, & weigeren iedere samenwerking.

Ik zou willen stoppen, maar terwijl ik schrijf weet ik dat ik 't voor m'n vingers niet zou kunnen laten. Want ik weet dat er overal een aanleiding voor is, maar er moet ook een reden zijn.

Er bestaat uiteindelijk geen oorzaak van Zijperspace.

de staf van sinterklaas (update)

De staf zal opnieuw gelanceerd moeten worden. Maar aangezien ik me zojuist verslapen heb, & ik zodoende te laat kan komen op m'n werk, zal 't tot de avond gaan duren voordat dit gerealiseerd is. U kunt ondertussen van de gelegenheid gebruik maken door te oefenen in 't rijmen, te verzinnen wie 't in Weblogland verdient door u op een sinterklaasrijm gefêteerd te worden, & natuurlijk om weddenschappen af te sluiten over waar de staf ditmaal terecht zal komen.

Dit bericht verdwijnt zsm uit Zijperspace.

de staf van sinterklaas

Ik ben gewoon een moeilijk mens,
Alles moet steeds weer perfekt,
Bedenk ik eindelijk weer 'ns leuke nonsens,
Wordt ik door dat streven zelf genekt.

Ik besloot daarom maar 't metrum weg te laten
Bijna geen enkel rijm krijgt immers dat ritme mee,
Ik laat 't gewoon klinken zoals de mensen praten,
& Geef 't daarbij 't schema ABAB.

Ik had op een gegeven moment bedacht
Dat men in Nederland gewend is om rijmpjes te verzinnen,
Er wordt alhier nu 1maal van iedereen verwacht
Dat men alle aspekten van pakjesavond kan beminnen.

Welk kind heeft er niet
Genoten van 't samenzijn met 't gezin
& De aanwezigheid van Sint & Piet
In de vorm van veel kado-gewin.

Naarmate men allengs iets ouder groeit
Komt steeds meer van de waarheid naar voren,
Raakt men soms op een andere manier geboeid
& Gaat men pogen zelf de medemens te bekoren.

Een kado van Sint, daar hoort een gedichtje bij,
Met een verpakking om bij weg te dromen
De totale surprise dient als leuke pesterij,
't Kado is misschien slechts mooi meegenomen.

Met een sinterklaasrijm iemand anders aandacht geven,
Ik dacht, dat moet toch ook in Weblogland kunnen,
We roepen gelijk 't fenomeen 'stokje' weer tot leven,
Om omstebeurt elkander wat rijmelarij te gunnen.

Wacht! We kunnen 't geen 'stokje' noemen,
Want wat is Sinterklaas zonder staf?
Dat is als Holland zonder bloemen,
& Een uitvaartcentrum zonder een graf.

Sint is zonder staf niet compleet,
Zoals de paus zonder God niet gelooft,
Een timmerman doet ook geen reet,
Als hij van z'n hamer is beroofd.

Zodoende kwam de staf van Sint in Zijperspace tot leven,
& Werd 't vervolgens weggesmeten, maar niet op goed geluk,
Want 't kwam uiteindelijk niet voor niks aanzweven
Op 't podium van de bovenstebeste lieve Puck.

Zijperspace zou zonder Puck misschien ook wel hebben bestaan,
Maar ze werkte als een soortemet katalysator,
De pen/'t toetsenbord was door haar niet meer te weerstaan,
Ze werd door haar teksten de grootste inspirator.

Dus haar is de eer als 1e gegund,
Na hiervandaan wat gestuntel & beuzelpraat,
Om te laten zien dat zij ook in rijmen uitmunt,
& De staf vervolgens over te dragen aan een volgende kandidaat.

De staf begon z'n race in Zijperspace.

achteraf

Had men mij niet van te voren kunnen vertellen dat de vermoeidheid na afloop van 't weekend groter is dan ervoor? Of is dat een regel die zich slechts bij mij doet gelden? Uit gebrek aan ervaring hiermee.
Ik begon net in de stemming te komen. M'n verlangen naar vrijheid was dermate gegroeid dat ik reeds dromen had over eeuwige opsluiting in m'n eigen huis. & Dan maar wachten tot iemand over 't hek m'n tuin in zou klimmen om bruusk m'n huis binnen te vallen. Dat men ihkv een nieuwe oorlog pas er achter komt dat ik lekker ongemoeid m'n eigen leven leidde (zoals die japanners die teruggevonden werden in 't oerwoud, jaren later, de oorlog was allang afgelopen; maar dan zonder angst). Dat was de heerlijke droom aan de vooravond (eigenlijk de ochtend voor) van opnieuw naar m'n werk moeten.
Verder had ik ook geen zin meer om geld te verdienen. Laat de boel maar de boel. Van mij mochten ze allemaal, maar ik hoefde geen xtraatjes meer.
& Ik wilde weer ziek worden. Om dagen achter elkaar onder totaal geen druk de dagen door te komen.

Kortom, ik kan niet zeggen dat ik opgeknapt ben van 't weekend. Ik wil alleen maar meer van 'tzelfde.

In Zijperspace heeft men 2 weekenden nodig om bij te komen.

migraine

Dankzij Els weet ik dat 't de week van de hoofdpijn is. & Dat er zelfs in 't kader hiervan een testje is ontworpen. Zodat men te weten kan komen aan welk soort hoofdpijn men lijdt.
Met in m'n achterhoofd de zeer specifieke kenmerken van aura's die mij een enkele maal per jaar lastig vallen & de daaropvolgende scherpe steek die ong een uur lang in m'n hoofd blijft hangen, kwamen de test & ik tot de volgende conclusie:

Uit deze test wordt niet meteen duidelijk waar uw hoofdpijn vandaan komt. Misschien zou u de test nog eens kunnen doen om na te gaan of u andere aanwijzigen wellicht beter herkent.

Enigszins teleurstellend evengoed. Slechts 4 vragen mocht ik beantwoorden & dat was 't resultaat. Moest ik in de antwoorden m'n geslacht veranderen om tot een eenduidiger conclusie te komen? Mijn hoofdpijn/migraine wordt niet erkend, zo lijkt 't.

Vanavond opnieuw de test gedaan. Ik had plots hoofdpijn zoals ik 't alleen maar vanuit m'n jeugd wist te herinneren. Na een genoeglijk ochtend rustig aan, een middagse wandeling in de frisse lucht over de strekdam 't IJmeer in & enkele afsluitende biertjes, dit al in 't aangenaam gezelschap van Rachel, barstte de pijn totaal onverwachts los. Scheel, bonkend, de kop scheef trekkend. Ik werd geveld voor enkele uren.
Tijd om de internetdokter wederom raad te plegen. Dit echter pas op 't moment dat m'n ogen 't weer aankonden 't computerscherm te aanschouwen. Zou mijn pijn ditmaal wel serieus genomen worden, zo was mijn vraag.

Uw klachten wijzen op migraine. Aangenomen wordt dat 15% van alle vrouwen en 6% van alle mannen last heeft van migraine.

't Vreemde vind ik echter dat de hoofdpijn, de migraine die mij al sinds een 10tal jaren 1maal per jaar overkomt, niet herkend kan worden als zodanig. Terwijl een plots wederkeren van de hoofdpijn uit m'n jeugd wel gedefinieerd staat. Als migraine.

Ik schaamde me dood indertijd. Mijn vader schreef briefjes voor conrectrice Küppers ter uitleg van mijn afwezigheid. Migraine, zo liet hij weten, dwong Ton ertoe afwezig te blijven, de dag van gisteren.
Kom op, Pa, dacht ik toen, 't is alleen maar hoofdpijn. Ma heeft migraine. Ik slechts een milde vorm van hoofdpijn.

Evengoed frappant dat de week van de hoofdpijn door mijn hoofd mede gevierd kon worden.

In Zijperspace is 't altijd feest.

sint schrijft

Uitnodiging voor m'n neefjes & nichtjes:

Lieve Jana/Luka/Shinn/Jet/Lola/Billy,

De regel-Piet is weer druk bezig geweest (hij was er zo'n beetje het hele jaar mee in de weer). Hij heeft een rooster gemaakt, zodat alle kinderen dit jaar weer door ons bezocht kunnen worden. Iedereen wil tenslotte pakketjes van mij ontvangen. Helaas kunnen ik & m'n Pieten niet overal op dezelfde dag tegelijk zijn. Ik ben ondertussen de jongste niet meer, moeten jullie weten.

Eigenlijk waren we van plan om jullie dit jaar maar over te slaan, omdat we gewoon geen gaatje konden vinden, maar op 't laatst bedacht Piet dat jullie ook een oom in Amsterdam hebben wonen. Precies in de buurt waar we op 4 december van plan waren ons op de daken te begeven.

Willen jullie dus dit jaar kadootjes hebben, dan adviseer ik jullie om op 4 december de middag door te brengen bij jullie Ome Ton. Heb je daar geen zin in, dan kan ik helaas de spullen niet achterlaten die ik voor jullie uit Spanje heb meegenomen.

Groeten,

Sint.


Als de neefjes/nichtjes nu niet durven komen richting Zijperspace....

PS: Verdorie, wat is 't schrijven van dit soort stukjes vermoeiend. Vooral als 't 6 maal opnieuw op papier gezet dient te worden. De laatste 2 heb ik dus maar uitgeprint. Met de handtekening van Sint als troost. & Natuurlijk ten teken dat 't een serieus te nemen bericht is.

wakend

't Weekend is geen succes. In ieder geval niet tot op dit moment. 't Ritme klopt niet. Ik ben wakker als ik hoor te slapen, & ik slaap als ik wakker hoor te zijn. Nachtmerries & dorst zorgen voor 't omkeren van de tijd. & Anders keert een bepaalde hoeveelheid geruststellende drank de boel wel om. Vanaf 't begin van de avond is er een xtra faktor bijgekomen: maagkramp. Sambal, eigenlijk.

Vanochtend bedacht ik me opeens dat ik al volwassen was toen m'n jongste collega geboren werd. Ik lag nog maar 3 uur in bed. Ik zou slaapdronken moeten zijn, ging er door m'n hoofd, & me met niets anders dan slaap moeten bezighouden. Ik zou me zeker niet druk moeten maken over dit soort zaken.
Maar 't hek was van de dam. De gedachtenstroom was al op gang gekomen. De sluizen geopend. M'n gedachten lieten terugkeer naar kalmer water niet meer toe.

Spookbeelden gingen er door m'n hoofd. Van hoe 't vroeger was. Flarden. Toen ik dezelfde dingen deed als m'n collega. Ik zag mezelf pogingen ondernemen een skateboard te besturen, mezelf voort te bewegen op 't plankje met wielen. & Tegelijkertijd zag ik mezelf zo oud zijn als m'n vader nu.

De slaap die ik vannacht tekort gekomen ben, heb ik vanavond ingehaald. Ik heb 't niet tegen kunnen houden. Opeens werd ik wakker. Tegen 't eind van de avond aan. Ik wist me niet eens te herinneren dat ik was gaan liggen.

Momenteel word ik wakker gehouden door de turkse pizza. Elke 15 minuten dwingen de krampen me de wc te bezoeken. & Ik weet inmiddels weer hoe hete sambal voelt. Slechte sambal vooral.

Ik sukkelde vanochtend af & toe in. Speciaal daarvoor had ik de radio aangezet. Monotone muziek afgewisseld door een blèrende dj gaf me de gelegenheid afwisselend kalm weg te dutten & obstinaat wakker te zijn.
Maar vaker nog werd ik strakgetrokken door de gedachte dat ik ooit zou sterven. Als m'n jongste collega die leeftijd had, dacht ik, dan zou ik datzelfde aantal jaren ouder misschien wel dood zijn. Of anders zou ik tegen die tijd zijn vergeten wat ik nu allemaal denk. 20 Jaar verder & dood zou niet meer dan een normaal verschijnsel zijn. Ik was zeker al op de helft van m'n leven. Of er overheen.
Rillingen liepen over m'n rug. Ik moest ergens anders over nadenken. Liever helemaal niet.
Dus wenste ik mezelf dood, dacht ik automatisch verder.

Dat houdt je wakend. Anders verkrampingen in je darmen wel. Ik voel momenteel 't hete vocht langs de wanden ervan kruipen. Elke slok die ik neem aktiveert een kramp. Waardoor ik gedwongen word de wc in rap tempo te bezoeken.
Amper m'n ogen open houdend lees ik verder. M'n boek ligt open voor me op de wasmand. Voorovergebogen hang ik boven de plee.

Ik wacht tot de slaap de overhand krijgt in Zijperspace.

noodzaak

Een weekend vergt een vooropgezet plan. Anders werkt 't niet. Anders word ik achternagezeten door gevoelens van jammer, spijtig, helaas, & 'ik had toch beter kunnen weten'.

Ik probeerde voornoemde gevoelens vanmiddag een beetje te ondervangen door wat voor mezelf te kopen. Een cd, een boek. & Alvast info in te winnen over m'n geplande grote aankoop. Mocht 't zo zijn dat 't alternatief aantrekkelijker is, dan zou ik zo overschakelen, indien nodig. Niet dat 't inwinnen van info resulteerde in meer duidelijkheid omtrent de uiteindelijke aanschaf. 't Werd er eerder onoverzichtelijker van. Zoals m'n hoofd onoverzichtelijker werd naarmate de uren verstreken.

Ik liet me leiden door impulsen. Koop-impulsen. Impulsen om rechtsaf te gaan. Impulsen om een biertje te gaan drinken. Impulsen om m'n boek toch maar thuis op te halen, want eenzaam in de kroeg vergt een boek. Oftewel een vooropgezet plan.

De stad is grauw voor mensen die zichzelf geen doel hebben gesteld. Elke pui staat er om gepasseerd te worden. Geen enkele etalage lonkt. De kroeg is leger dan 't achtergelaten huis. 't Hoeft nogeneens te regenen om de herfst tot in 't bot aan te voelen in een grauwe stad.

't Helpt niet je gemoed te sussen door ipv de reeds in huis gehaalde boodschappen om te zetten in een maaltijd, jezelf te trakteren op een turkse pizza. Niet bij mij in ieder geval. Zeker niet als de turkse bakker, die de hulpvaardigheid van 't reguliere meisje moet opvangen, doof is. Al helemaal niet als 't plots verschijnende meisje vervolgens de sambaltube leegspuit op de koude pizza. De dove bakker had m'n hint niet begrepen. 't Meisje kon de hint dus ook niet overnemen.
Zelfs planning helpt daar niet tegen. Nooit meer pizza kopen misschien wel. Een mens dient drastische maatregelen te treffen indien de omstandigheden niet meewerken. Ook al is 't slechts achteraf.

Men had wellicht beter kunnen weten in Zijperspace.

klak

M'n grootste ergernis, bedacht ik me vanmorgen, moet toch wel de deur naar de tuin zijn. Die van de keuken naar de tuin. Misschien moet ik zeggen: de vuilnisbak & de tuindeur. Of eigenlijk ben ik 't gewoon zelf waar ik me behoorlijk aan kan ergeren.

Ik heb nooit last van een ochtendhumeur. Voor mensen die daar wel onder gebukt gaan ben ik tijdens die ochtendlijke uren waarschijnlijk een afschuwelijk vrolijke verschijning. Stralend, alsof ik de morgenzon zelve ben. Zeker in zulk gezelschap.
Tuurlijk heb ik wel 'ns te lijden onder een minder tevreden gemoed, maar dat spreidt zich dan uit over de gehele dag, niet slechts de morgenstond. Daarnaast zal dat mij niet aanzetten tot 't afsnauwen van anderen. Mijn humeur is dan meer introvert.

Dat wil niet zeggen dat ik me niet zou kunnen irriteren. Ook 's ochtends vroeg. Juist 's ochtends vroeg. Zeker bij 't verwijderen van afvalmateriaal.

Laat ik 't simpel illustreren.
Ik smeer 's ochtends enkele boterhammen aan de aanrecht. Op een gegeven moment ontstaat er restmateriaal. Spul dat de vuilnisbak in kan. Ik heb weliswaar een prullenbak naast de koelkast staan, maar die gebruik ik liever niet. Ik ga niet uitleggen waarom; is niet belangrijk voor 't de rest van 't verhaal. De vuilnisbak staat buiten. Ik draai derhalve de sleutel van de deur om, haal de schuif er af, duw de klink naar beneden, geef vanwege klemmen een ferme tik met m'n linkervoet tegen de onderkant van de deur & hel over om de vuilnisbak te openen. Afval weg.
Weer naar binnen. De deur sluit ik opnieuw af. Uit angst dat ik 't anders vergeet.

Klinkt niet zo erg. Dit kan geen irritatie veroorzaken bij een normaal mens, zou men kunnen veronderstellen. Zo ook bij mij niet. Ook niet 't achtereenvolgend geluid dat erdoor veroorzaakt wordt. Waarbij vooral de schuif een karakteristieke 'KLAK' veroorzaakt. Zelfs dat roept geen ergernis op.

Ware 't niet dat ik deze handelingen elke ochtend toch zeker 3 keer verricht. Steeds in de veronderstelling dat 't deze keer toch echt de laatste keer zal zijn. Er zal zich niet meer afval gaan vormen; ik zal niet meer naar buiten hoeven neigen voor 't verwijderen ervan. 't Is tenslotte in de keuken al koud genoeg; men wil zo min mogelijk de koude buitenlucht op de huid voelen.
Bij de 1e keer denk ik dat al. Bij de 2e keer denk ik dat net zo sterk als bij de 1e, maar 't feit dat ik een foute vooronderstelling had gemaakt, irriteert. Maakt me kriegel.
Bij de 3e maal dezelfde handelingen verrichten, geef ik de deur een welverdiende gemene trap. Precies dezelfde trap als daarvoor, maar nu is de intentie erachter anders. Naast 't willen openen van de deur (vanwege 't klemmen heeft-ie nog steeds wat stimulans nodig), wil ik nu ook gemeen zijn, 'm 'ns lekker laten voelen dat ik 't niet pik.

Vanochtend zag ik door 't keukenraam dat een kat in mijn tuin bedachtzaam om zich heen aan 't kijken was. 1st Lekker snuffelen, zo ong op de plek van 't Kattekruid, z'n achterste manoeuvreren, & vervolgens z'n blik op oneindig, ten teken dat hij in de dumpstand stond.
Op dat moment heb ik m'n irritatie omgezet in een weldadig gevoel. Begeleid door 't oorstrelende felle geklak van de schuif, 't draaien van de sleutel & de trap tegen de deur, bezorgde ik de kat een hartverknettering. Een plantenspuit zou minder effektief zijn geweest.

Tot zover de avonturen tijdens 't vrije weekend in Zijperspace.

sweater

M'n moeder vroeg me laatst waarom ik nog steeds die sweater had. Die zag er toch niet meer uit? Ja, maar hij is groen, zei ik, & hij zit zo lekker.
Ze had die vraag al eerder gesteld. Ik was bij haar langsgekomen met 't verzoek of ze enkele gaatjes wilde dichten. De 3e of 4e keer dat de sweater de operatie onder de naaimachine moest ondergaan.
Dat ding is toch niks meer, zei ze.

Ik zie de gaatjes in m'n rechtermouw ook heus wel. De gaatjes die m'n moeder niet meer op een onzichtbare manier kan wegwerken. 3 Minuscule gaatjes zijn ze echter in mijn ogen. Ontstaan in de periode dat ik nog blowde. Er zat meer stuff in de joint dan dat er tabak in zat. Dat veroorzaakte wel 'ns een kruimelende askegel. Die op zijn beurt brandgaatjes in de bekleding van de bank, vloerbedekking of trui kon bewerkstelligen. Maar dat was bij de huisdealer; m'n moeder had er, naast de gaatjes in de sweater, geheel geen last van. De gaatjes gaan ondertussen al 15 jaar mee. Minstens. Indertijd was-ie al oud aan 't worden. & Ik was al even hardnekkig in 't weigeren 'm weg te gooien.

Lang geleden heb ik 'm bij C&A gekocht. 't Was rond de tijd dat ik straalverliefd op Mirjam was. Dat moet 20 jaar geleden zijn.
Bij C&A kocht ik nooit wat, maar deze sweater was meteen goed. Precies de juiste kleur. Dat zag ik al vanaf een afstand. We haalden 'm uit 't rek & rekenden meteen af bij de kassa.
Ik moest alleen zorgen dat ik onopvallend 't winkelpand kon verlaten. Niemand mocht me zien. Zeker niet met een tas van dit mega-concern, de grootkapitalisten. 't Zou als politiek incorrect gedrag beschouwd kunnen worden.
Ik had gelukkig m'n moeder bij me. Men zou vast niet vreemd opkijken als zij een C&A-tas droeg. Helaas vond m'n moeder dat ik de kleren die ik had aangeschaft ook zelf moest dragen. Ik heb me toen ontzettend gehaast om zo onopvallend mogelijk weer bij de auto te komen.

Er zitten vele dierbare herinneringen aan deze sweater. Waar m'n moeder geen weet van heeft. Ik denk er zelf ook nooit bij na, maar 't zorgt er misschien wel onbewust voor dat-ie zo lekker zit. Ook al hangt-ie aan alle kanten.

Ik heb in deze sweater bijvoorbeeld liggen vrijen met Mirjam. Waarschijnlijk wel vaker dan 1 keer. Veel te warm. Daarom nooit te lang gedragen in een dergelijke situatie. Hij moest al snel uit. Ook aan kleren die uitgetrokken worden kan men zich gaan hechten.
Daarnaast had ik 'm bijna elke dag aan in de periode dat ik net in Amsterdam kwam wonen. Vaak met Bob in de kroeg gezeten in die periode. Veel rook heeft-ie in zich opgenomen. Dat was te ruiken. Ik rook de volgende ochtend vooral de peuken die Bob van mij gebietst had.
Ik heb 'm meegenomen op vakantie in de Ardennen. Zittend voor 't kampvuur om aardappels te poffen, met deze sweater tegen de avondlijke kou. Maar ook om kinderen aan me te laten sleuren. Hij werd gemangeld onder de sleurende kindervingers. Ik was nou 1maal populair bij de nederlandse kinderen. Waarschijnlijk de enige vrijgezel. Met een lekker sweater om aan te hangen.
De laatste jaren gebruik ik 'm 's winters als xtra laagje, zodat ik geen dikke winterjas aan hoef. Dun laagje tussen andere dunne laagjes. Maximum aan bewegingsvrijheid.

& M'n moeder wil dus eigenlijk dat ik vele herinneringen weggooi.

M'n moeder verbood me ooit de boeken van m'n opa weg te gooien. Verkopen mocht al helemaal niet. Die boeken staan nog steeds in m'n boekenkast. Ergens in 't boek kan je zien dat 't van m'n opa is geweest. Ergens in een hoekje. Bovenaan. M'n moeder had dat nooit hoeven te benadrukken.

Nee, m'n sweater gaat niet weg. Ik heb al te veel kleren weggegooid. Er staat ergens in m'n sweater aangegeven dat 't ooit van mij is geweest. Je zou 't kunnen ruiken. Misschien moet je 't zien.
Ondertussen is de sweater me veel te groot. Helemaal uitgerekt door alles wat-ie heeft meegemaakt. 't Lubbert lang over m'n lichaam heen.

Buiten dat: 't is zo lekker warm, 's avonds laat in Zijperspace.
(& hij is groen)

stiekum

Vroeger schreven we 't woord stiekem als 'stiekum'. Dat was heel gewoon. Iedereen deed 't. Je kon je niet voorstellen dat er een andere mogelijkheid was. Stiekum. Zo schreef men 't, op 't moment dat je leerde lezen & schrijven, simpel als wat.

Ik weet niet meer wanneer men, of eigenlijk: wanneer ik besloten heb om 'stiekem' te schrijven. Wanneer heb ik 't besluit genomen me te voegen naar de rest? & Wat deed de rest besluiten dat 't niet meer anders kon?

Wellicht stond 't te baldadig. Kum. Dat laatste stukje 'kum'. Daar kon de nette burgerbevolking niks mee. Daar werd te veel fantasie mee aangesproken. Of een broeinest van ongehoorzaamheid. Want zo zie ik 't uiteindelijk: stiekum is pas écht stiekum.
Je gehoorzaamt niet aan de regels dmv stiekum. Je hoort er net niet bij. Je bent net te klein, te uitzonderlijk, te dwars; er wordt nog niet naar je geluisterd als je stiekum hanteert.

Maar plots merkte ik, zonder dat ik 't in de gaten had gehad, dat ik ook overgestapt was. Ik was blijkbaar ook een grens overgegaan. Een stapje te veel naar volwassenheid had ik gezet. Ik mocht blijkbaar niet meer van mezelf stiekum schrijven.
Ik kwam er alleen pas jaren later achter. Toen 't al te laat was. Stiekem was inmiddels stiekem. Ik kon al niet meer anders.

Men conformeert. Men wordt ertoe gedwongen te conformeren. Als men niet conformeert, wordt men gezien als moeilijk. Dwars. Kinderlijk. Eigengereid. Maar vooral moeilijk.
Zo werd 't van de week letterlijk 'voor de wind' gezegd. Door iemand die zelf de schijn ophield niet te willen conformeren. Hij stelde zichzelf voor als kunstenaar. Maar kende de spelling van 't woord stiekum niet meer.

Alles moet 'tzelfde blijven, vooral voor hen die niet kunnen begrijpen van hoe te ontsnappen aan een harnas dat knijpt, lucht wegneemt. Zulke personen willen dat iedereen dezelfde gevangenis beleeft als dat zij meemaken.

Ik schrijf stiekum. Ik heb besloten dat weer te doen. & Ik schrijf &. Net als dat ik 't schrijf. Ik kan niet anders. Ik kan me niet voorstellen dat ik nog kan leven als ik niet de mogelijkheid heb de tijden te herbeleven dat ik nog stiekum kon zijn.

Anders heeft Zijperspace geen recht van bestaan.

herfstblaadje

Ik heb 't gehad. In 2 weken tijd 6 avonden de deur uit is een beetje te veel van 't goede. Dat hoeft van mij niet meer zo zeer. Ik trek me liever weer terug in m'n kluizenaarsbestaan: alle avonden in m'n 1tje thuis. & Slechts de wijde wereld tijdens m'n werk.

''t Is echt ongelooflijk,' zei ik vrijdags tegen m'n collega, 'hoeveel mooie vrouwen je kan tegenkomen op een donderdagavond in Paradiso.'
'Tsja,' zei ze potteus, 'waarom denk je dan dat ik zo vaak uitga? Zou je ook vaker moeten doen. Misschien kom je nog 'ns iemand tegen.'
'Nee, ik blijf liever thuis. Ik wil er geen moeite meer voor doen.'

Na afloop van 't optreden dat ik op maandagavond in 't Concertgebouw bijwoonde, zat ik met de altviool wat na te drinken.
'Wat meteen opvalt als je in de zaal zit, is dat ik met m'n 38 jaar zo'n beetje de jongste ben van 't voltallige publiek,' zei ik 'm. Hoewel ik bij mezelf moest bekennen dat ik 2 personen had gezien die zeer duidelijk jonger oogden. 'Voelt 't niet vreemd dat je op zo'n avond, eigenlijk elke keer als je met je kwartet optreedt, voor een groep bejaarden speelt?'
'Daarom vind ik 't ook zo'n verademing om met Morcheeba op te treden,' antwoordde hij, 'dan komen al die 10-ers na afloop op me af om me te complimenteren met m'n spel. Al die jonge meisjes willen dan opeens een handtekening. Da's heel wat anders dan de bejaardensoos in de kleedkamer van 't Concertgebouw.'

Gisteravond had ik als afsluiting van deze roerige periode een feest van Judith. Mensen van mijn leeftijd waren over 't algemeen uitgenodigd. Ofwel iets ouder. Eindelijk zou Judith een groots feest geven, zo was de bedoeling. Maar slechts een enkeling kwam opdagen. & Die enkeling had zich enorme moeite moeten getroosten om oppas voor de kinderen te regelen.
Er werd wel gedanst, maar zelfs dat vond te laat plaats. Toen 't zover was, waren enkelen reeds op huis aangegaan, vanwege 't ontbreken van sfeer. De vloer was zelfs tijdens 't dansen leeg te noemen.

Al enkele dagen hangt er een herfstblaadje buiten. Als ik door de achterramen de tuin in kijk, hangt-ie in de rechterbovenhoek van 't totaalbeeld. Alsof 't aan moet geven welke omroepvereniging mij dit voortovert.
Ogenschijnlijk lijkt 't nergens aan vast te zitten; de spinnewebdraden zijn door 't tegenlicht niet te ontwaren. 't Wappert daar op de wind, totaal los van 't balkon er vlak boven & de muur ernaast. 't Hangt, meer dan meedeinen op de natuurelementen doet 't niet. Eigenlijk had 't allang al op de grond moeten liggen, net als alle andere herfstigheden, maar 't vertikt 't om zich over te geven aan die vergetelheid. 't Lijkt alsof 't liever ergens tussenin wil blijven hangen.

Zo voelt 't ongeveer in Zijperspace.

druk

Vanaf heden heb ik weekend. Maar liefst 2 dagen achter elkaar vrij. Elke week dinsdag & woensdag. M'n weekend valt midden in de week. Ik zal er vandaag nog ff voor moeten werken (& voortaan elke zaterdag), maar dan heb ik voor 't 1st weekend sinds m'n jeugd. Op regelmatige basis dan.

Ik heb me wel 'ns zitten afvragen of kinderen 't niet drukker hadden dan ouders. Op momenten dat ik over m'n boeken gebogen zat. Pogingen ondernemend op 't laatste moment rijtjes engelse woorden in m'n hoofd te stampen, wiskunde-opgaves uit te werken, of 3 hoofdstukken voor economie te bestuderen.
Ik had natuurlijk een krantenwijk. 't Bezorgen van kranten begon al op m'n 8e met 't dagelijks 2 kranten aan de overkant in de brievenbus stoppen. 2 Adressen die bij de wijk van m'n broer hoorden. Bouwde zich steeds meer uit, tot ik elke dag een uur lang m'n ronde moest doen.
's Zaterdags naar de padvinderij. Verdienden we niks aan, maar we moesten wel elke week heen. Eindelijk wat rust in huis voor m'n moeder.
Op maandagavond gym. Een uur lang lichamelijke oefening in je vrije tijd. Eeuwig zonde, vonden we, maar we moesten iets aan lichaamsbeweging doen van onze ouders.
Dan hadden we nog tussendoortjes als folderwijken. Verdienden we goed snel geld mee. Op woensdagavond de hobby-club. Was niks voor mij, heeft dus niet lang geduurd. & Natuurlijk de kerk op zondag. Daar konden we niet onderuit.
Vanaf m'n 16e werkte ik in de bieb. Verdiende goed. Daardoor kon ik stoppen met de krantenwijk, maar de zaterdagochtend was voortaan wel altijd bezet.

Elke dag van de week was ik wel ergens mee bezig. & Als ik niet op school zat, moest ik er ook nog 'ns voor zorgen dat ik m'n huiswerk gedaan kreeg. Men had 't wel over weekend, maar als kind had je 't te druk om je daarmee bezig te houden. Weekend betekende nog ff wat xtra werken, & dan zo snel mogelijk naar de clubs waar je ingeschreven stond. Voordat 't weekend aanving moest je al gezorgd hebben dat 't werk voor school klaar was. Anders kon je daar zondagavond nog 'ns aan beginnen. Dat betekende dan 't toppunt van stress.

Maar vanaf heden heb ik dus weekend. Weliswaar als iedere andere nederlander werkt, maar dat kan bij mij de pret niet drukken. Ik zou echter niet weten wat ik met dat 1e weekend moet doen. Waarschijnlijk heb ik er uiteindelijk te kort tijd aan.

De Sire is momenteel bezig met de campagne 'Kinderen hebben het druk'. Ik had daar misschien wel in gepast, toendertijd. Maar mij hoorde je vroeger niet klagen. Behalve dat de docenten 'ns wat minder huiswerk moesten opgeven.

Dan hadden we meer tijd om geld te verdienen in Zijperspace.

spruiten

Vanavond heb ik zomaar weer 'ns spruitjes gegeten. Kant & klaar-maaltijd van de Albert Heijn: 'Spruitjes stamppot met rookworst'.
Die rookworst hoort er eigenlijk niet bij te zitten. 't Hoort zelfs geen stamppot te zijn. Hoewel we dat later wel wisten te waarderen. Dat werd er in gebracht, omdat we steeds meer behoefte kregen aan variatie. M'n vader had daar niet perse behoefte aan. Die wilde net als vroeger spruitjes, gewoon met aardappelen, liefst daarbij klapstuk met veel vet eraan, zoals we 't vroeger allemaal 't lekkerst vonden.

Volgens mij waren de 1e spruitjes van 't jaar 't best te genieten. Nog niet te wrang, lichtjes zoet van smaak. De kroontjes, de kontjes van de kroontjes, moesten nog een klein beetje knapperig om in te bijten zijn. Net niet helemaal gaar. & De spruitjes hoorden niet uit elkaar te vallen. Maar wel net zacht genoeg om te kunnen prakken. Geprakt met de aardappelen bedekten ze 't bord. Met in 't midden een kuiltje. Voor de jus.

Naarmate 't seizoen vorderde werden de spruitjes kleiner. M'n moeder hield bijna niks over van een kilo bij de groenteboer. 't Werd uiteindelijk een klein pannetje vol, waar m'n vader 't 1e recht over had. & Als je vroeg genoeg op de dag had gezeurd dat je ook een hapje wilde, had je kans dat je de andere helft kreeg.
'Ja, ik heb 't Ton beloofd,' zei m'n moeder dan tijdens 't opscheppen, 'de volgende keer ben jij aan de beurt.'
Juist die kleintjes konden verrassend lekker zijn. In tegenstelling tot wat de verwachting was. Al 't genot van de spruit leek geconcentreerd in een klein groen kogeltje. Heldergroen. Met een lik mosterd erop zag de spruit temidden van de aardappelen, tezamen geprakt, er perfekt uit. Mooier kon m'n bord eten er niet uit zien.

M'n vader dacht daar iets anders over. Die at spruitjes 't liefst de dag erna. Kon 't opgewarmd worden. & Lichtjes aanbranden. Waardoor 't een bruin korstje kreeg. Niemand anders die 't dan nog lustte.
M'n vader had de mosterd & peper naast z'n bord staan. Hoewel er al genoeg peper op zat, volgens m'n moeder. Maar ook al hoorde m'n vader 't, hij verstond 't niet, wilde 't niet verstaan. Peper moest er op. 't Ging 'm alleen al om 't gebaar van 't strooien van de peper. & Daarnaast dan nog de mosterd.

Ik stopte m'n maaltijd vandaag in de magnetron. In 6 minuten klaar. Gloeiend gelijkelijk verdeeld heet. Ik weet niet of m'n vader wel jaloers op me zou zijn. 't Zou 'm veel te weinig moeite hebben gekost. & 't Werd bovendien nogeneens knapperig bruin. M'n vader weet vast niet wat een magnetron is, heeft 'm in ieder geval nooit gebruikt. De spruitjesstamppot heeft-ie waarschijnlijk uit z'n geheugen gebannen.

Er wordt geprakt, niet gestampt, in Zijperspace.

leeg

't Voelt leeg, zo'n hoofd. Een hoofd van gister, teveel aan gister heeft sporen achtergelaten in m'n hoofd. Die moet eigenlijk gevuld worden met vandaag. De dingen van vandaag zullen dat vervelende gevoel wel 'ns overstelpen. Tenminste, dat zouden ze moeten.

Ik merkte 't ook niet terwijl ik naar muziek stond te luisteren die me overdonderde. Ik moest me dwingen langzaamaan te drinken, steeds in m'n achterhoofd houdend dat de maaltijd slechts uit heel veel boterhammetjes & bolletjes tussendoor had bestaan; beslist geen goede bodem. Maar als ik mezelf wilde dwingen daartoe, moest ik m'n gedachten er bij houden.
Dat lukte me niet tijdens 't optreden van 2 bands, gisteravond. Een geluk was 't nog dat ik m'n plek, m'n riante doorkijk naar 't podium, niet wilde verliezen, zodoende geen gelegenheid had me naar de bar te begeven. Pech daarentegen dat ik daar van te voren aan had gedacht & een dubbele portie bier had ingeslagen.
Dus elke keer als ik dorst had, nam ik een slok.
Ik had veel dorst, zoals ik altijd veel dorst heb.

Pas onderweg naar 't toilet merkte ik 't. Niet tijdens 't gesprek met een kennis in de grote zaal. Girls Against Boys walste dat gevoel oorverdovend weg. Ik moest xtra hard schreeuwen om mezelf verstaanbaar te maken. Waardoor ik m'n evenwichtsoorgaan overschreeuwde.
Wat is er met me aan de hand, dacht ik kort staande voor de pisbak, maar ik herinnerde me 't volgende moment de hoeveelheid bier die door m'n keel was gegaan. Nog 1 biertje & dan naar huis.

Gek genoeg merkte ik 't ook niet toen ik op de fiets zat. Zogauw ik 1maal de gang te pakken heb, 't plaveisel schiet onder me door, de medeweggebruikers laat ik al snel ver achter me, verdwijnt elk gevoel van beneveling uit m'n hoofd. Of 't zou dat gevoel moeten zijn dat me ertoe aanzet steeds harder te gaan fietsen, adem moet bij elke keer in/uit optimaal benut worden, m'n beenspieren mogen geen moment rust hebben.

Thuis aangekomen was ik door de inspanning schijnbaar dermate ontnuchterd & m'n keel verdroogd, dat daarvoor nog wel een biertje ter compensatie uit de ijskast gehaald kon worden.
't Is altijd dat laatste biertje dat 't lege gevoel de volgende ochtend veroorzaakt. Die heeft 't gemis teweeggebracht, wat geleid heeft tot een grote bel lucht in m'n hoofd, die er perse uit wil. Uit m'n schedel. 't Bonkt tegen de binnenwand. Lijkt alleen maar groter te worden.

Voordat 't zover was, werd ik echter 1st midden in de nacht wakker. Helder, nog geen koppijn, nuchter genoeg, maar ook met nog ruim voldoende alcohol in m'n lichaam om niks te voelen.
Ik heb iets geschreven voordat ik ging slapen, schoot me te binnen op dat moment.
Ik ben uit bed gestapt & heb 't onmiddellijk vernietigd. Zulke lege teksten hoefden niet gelezen te worden. Meteen gecontroleerd of iemand dat toevallig in de tussentijd wel gedaan had.

Maar in die enkele uren tijds was niemand langsgeweest in Zijperspace.

(ver)zoeken

Als ik de kijkcijfers mag geloven, komen er op elke 100 bezoekers ong 30-40 dankzij zoekmachines bij mij langs. Neemt u vooral ff een kijkje. Mocht dit geen duidelijkheid scheppen, dan kan men natuurlijk ook nog bij m'n andere teller poolshoogte nemen. Uit die gegevens zou men zelfs kunnen afleiden dat de verhouding tussen geïntendeerde & gedirigeerde bezoeker nog wat meer in de richting van de laatste neigt.

Vind ik niet zo erg. Blijkbaar gebruik ik ontzettend veel verschillende woorden & gevarieerde zinsconstructies, waardoor men gelooft dat men juist hier kan vinden wat men zoekt. Of 't nu over lantaarnpalen gaat, afscheiding, marokkaanse meisjes of gothic jassen, men denkt de oplossing bij mij aan te kunnen treffen.
Ik vind 't slechts jammer dat ik de mensen moet teleurstellen.

Ik betreur 't echter ook dat de mensen blijkbaar niet kunnen zoeken. Dat ze de logica van de zoekmachines niet begrijpen. Gaarne wil ik dan ook van 't schrijven over dit onderwerp profiteren door te verwijzen naar Voelspriet. Daar wordt in de nederlandse taal, op een intelligente manier uitgelegd hoe de div zoekmachines werken & hoe men er uit kan halen wat er in zit. Men heeft mij daarbij niet nodig.

't Wordt weer Sinterklaas-tijd. Men gaat weer op zoek naar allerhande leuke plaatjes, afbeeldingen, foto's, etc van de Goedheiligman. & Komt natuurlijk bij mij terecht. Groot is de frustratie als men niet vindt wat men zoekt, zo blijkt uit de verzoeken die men vervolgens bij mij neerplempt.
Vanochtend kreeg ik 't verontwaardigd & dwingend klinkende 'Sinterklaasafbeelding' binnen.

Enkele weken geleden vond er reeds een conversatie via meel plaats van een ander persoon die een wat specifieker plaatje nodig had: de Sinterklaas-afbeelding gemaakt door Joost Swarte (volgend jaar komen op deze mededeling minstens 100 bezoekers via zoekmachines binnen). De persoon in kwestie had er een persoonlijk meeltje van gemaakt.

gaarne een afbeelding van een 'orginele -sint plaat van joost
swarte!? gevonden via google-zoeken
echter op je site niets van de vinden
in woord noch beeld helaas


Ik heb 'm geantwoord dat ik 'm niet kon helpen & dat-ie de zoekmachines misschien wat beter zou moeten gebruiken. Waarop hij obstinaat reageerde dat 't toch zeker niet aan hem lag dat-ie bij mij terecht was gekomen. Hij stuurde daarbij de tekst mee die hij bij google had aangetroffen.
Ik ben toen maar voor hem gaan zoeken. 10 Minuten later had ik z'n plaatje gevonden. Dat had ik eerder moeten doen: na 2 dagen meel-conversatie hoorde ik plots niets meer van de goede man.

De andere persoon, Pascale schijnt-ie te heten, wordt echter wat ongeduldig. Tijdens 't intikken van deze tekst, voelde hij zich genoodzaakt een 2e reaktie bij mij achter te laten, (of moet ik 't interpreteren als een verzoek?) ditmaal 'Sinterklaasafbeeldingen'. Hij wil blijkbaar meer dan slechts 1.

Maar kinderen die vragen die krijgen niks van Sint in Zijperspace.

tijdeloos

Ik heb de tijd weer 'ns aangezet. Voor de 3e of misschien wel 4e keer dit jaar. Dat dient handmatig te geschieden. Af & toe hou ik de tijd gewoon niet bij tijdens 't plassen. Je kan niet altijd de boog gespannen houden tijdens dit soort werkzaamheden. 't Vergt wat concentratie om gedichtjes te lezen van een scheurkalender die tegen de muur van 't toilet hangt. Vooral als je je slechts voor die bepaalde bezigheid daar begeeft.

Voor volgend jaar laat ik de tijd bepalen door de geschiedenis. Elke dag een nieuwe vraag over iets historisch, elke dag op de achterkant van 't datum-blad een antwoord. Misschien dat 't bij tijd & wijle minder moeizaam zal verlopen als de klassieken van afgelopen jaar. Wat mogelijk gelegen heeft aan 't feit dat de klassieken vertolkt werden in de vorm van gedichten. Waarbij Hans Warren 't niet kon laten zijn naam 't meest te laten verschijnen. Bedoeld misschien om genereus zelf de gaten op lege data te vullen, maar oervervelend als je hangend boven de pot een gedicht moet lezen om de volgende dag te laten beginnen. Officieel te laten beginnen, bedoel ik dan.

Ik ben altijd wel opgelucht dat niet zoveel mensen mijn huis visiteren. Dan zouden ze toch alleen maar zien dat ik kwa tijd er een beetje achteraan loop te hobbelen. (Ik zal 't maar niet hebben over de familie-verjaardagskalender; die staat al meer dan een jaar gewoon helemaal stil; doordat iemand op mijn verjaardag zo vrij was geweest enkele bladen van afzonderlijke maanden te bestuderen, is-ie nog wat opgeschoven in de tijd, maar de juiste maand geeft-ie slechts 1 keer in 't jaar aan).

Ik zal u alvast een voorproefje geven. Weet men vast wat er 't komende jaar gebeuren gaat, of eigenlijk al gebeurd is.
De vraag voor volgend jaar 13 november luidt:

Waarom vergeleek de engelse dichter sir Thomas Overbury (1581-1613) adel met aardappelen?

(Ik zou niet weten wat ik daarmee moet. Gelukkig kan ik stiekem op de achterkant 't antwoord bekijken.)

& Nu ik naar 't gedicht op 2 oktober dit jaar kijk (ik loop achter, zoals ik al zei): veel te lang om hier zomaar te plaatsten. Net niet te lang om een plas bij te doen. Nou wil dit gedicht toevallig over Dyonisos gaan. Prettig, denk ik, aan die god moet ik me ook maar 'ns wijden vanavond. Veel te veel sores aan m'n hoofd gehad vandaag. Bij de volgende plas, noodzakelijk waarschijnlijk door 't respekt die ik Bachus vanavond getoond heb, zal ik dan 'ns aandacht aan de 3e oktober besteden (gaat lekker nog steeds over Dyonisos; dat wordt een heerlijke nacht).

Op zich vind ik 't wel grappig: de tijd laten verglijden door 't verleden te laten passeren. Wellicht dat 't passeren van de tijd me beter bijblijft. Wat ik daar dan weer aan heb, weet ik dan ook weer niet.

Ik heb 't antwoord op de aardappelkwestie overigens stiekem alvast bekeken. Niet schokkend, 't verhaaltje op de achterzijde van de datum, hoewel de man 't uiteindelijk met z'n leven heeft moeten bekopen.

Volgend jaar verloopt de tijd vast sneller in Zijperspace.

overblijven

Nou moet ik zeggen dat 't geen onaardig uitzicht is. Een tuin waarin een groot gedeelte inmiddels bruin tot lichtelijk zwart ziet, een verdere verrotting tegemoet; nog een restant roze springt eruit van een late roos; voor de rest slechts groengele tot gele bladeren die zich laten wapperen door 't ongure weer.
Ik moest opeens bij mezelf bekennen dat 15 minuten onafgebroken er naar kijken misschien een ietwat overdreven was. Ik heb dwarrelende gedachtes, zei iemand laatst tegen me. Zo dwarrelend als wat nu buiten gebeurt, zeker, dacht ik daarnet.

Kijk, weer zo'n vallende wind. Enkele staken die daarnet nog overeind stonden trillen nu bijna verticaal op nog geen 20 cm van de grond. De laatste bladeren aan de struik in de hoek lijken er afgerukt te worden, zich te vermengen met 't losse gebladerte in de lucht. M'n tuin ziet er bij dit weer zo troosteloos uit, dat zelfs de vogels zich er niet in wagen. Ze hebben ook bijna geen tak meer om op te zitten. Slechts een enkel overblijfsel van afgelopen lente/zomer steekt nog boven de meter hoogte uit.
Ik moest misschien maar 'ns een wandeling gaan maken.

Do pakte me bij dit weer vast bij de schouder, gaf een ruk aan m'n trui & met een gebarend vingertje zei ze dat 't tijd was om naar de dijk te gaan. Hup, in haar autootje tuften we de wind tegemoet. Naar de plek waar 't allemaal vandaan leek te komen.
Bovenop de dijk bij Huisduinen, er stonden altijd wel auto's op uitkijk, werd 't karretje geparkeerd. 1st Acclimatiseren & kijken of we 't aandurfden. Nou ja, Do dan. Ik stond al buiten voordat zij 't idee had dat ze de zee kon zien. 't Kon mij niet ruw genoeg.
Als Do bereid was, de situatie kon overzien & mij dapper genoeg achtte om in te grijpen zogauw zij op de wind wegvloog, stapte ze uit & maakten we een ommetje onderaan de dijk.
Waarbij niets gebeurde. Tot grote verbazing van Do. Er waren slechts 4 voeten die stap voor stap hun 2 lichamen voortduwden. Op de natte dijk, tussen de natte spetters van de zee, & onder aanmoediging van natte vette druppels die als hagelstenen de wangen striemden.

2 Jaar geleden maakte ik een wandeling langs de Gein. Er was gewaarschuwd dat er windstoten van orkaankracht konden plaatsvinden, maar dat bericht was totaal aan mij voorbij gegaan. Om me heen vlogen de takken van de bomen. Om de 100 meter lagen er lange takken over 't smalle weggetje. Als er geen takken lagen, was er geen beschutting van bomen die aan de oever stonden & kon ik me met moeite staande houden. De enkele auto's die mij passeerden konden niet anders dan stapvoets vooruit.
Bij een boerderij kwam er een jongetje van een jaar of 8 naar buiten.
'Ik moest u van m'n moeder waarschuwen dat er om de hoek een boom over straat ligt. Straks komt de brandweer. Die hebben we net gebeld.'
Ik bedankte de jongen. Wierp een vriendelijke blik naar z'n moeder die lekker warm voor 't raam stond. Ik ging verder. Met moeite liep ik om de boom heen. Ook al omdat 't leek alsof de wind me met klappen van de weg probeerde te vagen.
De auto's die ik onderweg tegenkwam attendeerde ik op de verderop gelegen obstakel door met m'n armen een boom te imiteren die omviel. Ze reden meteen wat langzamer. Ik voelde me als 't jongetje dat trots was mij gewaarschuwd te hebben. Ik keek ze na zoals hij me daarstraks nakeek.

Dit zijn van die dagen dat 't van binnen lijkt alsof er buiten heel wat aan de hand is. De natuur lijkt druk in de weer te zijn met de herinrichting. Alles wordt gesloopt om ruimte te maken voor 't ontwerp van volgend jaar. Eigenlijk heeft de natuur daar geen pottenkijkers bij nodig.
Op de kleuterschool mochten we bij dit weer overblijven.

Eigenlijk zou ik naar buiten moeten gaan om te kijken hoe 't werkelijk is.

Maar liever leeft men in een illussie in Zijperspace.

toekomst

Ik weet 't nu. Daarnet ben ik op 't idee gebracht. Zodat ik 't weet. Ik kan nu m'n eigen plan trekken. Ik heb geen inspiratie meer nodig. Ik hoef me slechts te wijden aan 1 ding.

Dan zal men echter wel aan mijn eisen moeten voldoen. Of de juiste behuizing voor mijn persoon moeten zien te vinden.
Er moet bier aanwezig zijn; desnoods begin ik zelf een brouwerij. M'n collega's moeten ieder voor zich een brede verschijning hebben (zodat ik ietwat af kan steken, & m'n snor kan drukken). Men moet open staan voor de moderne media. Liefst nog moderner dan we nu al hebben, zodat ik tijdens de vespers de mogelijkheid heb m'n binnengekomen meel te bestuderen. De rest van de dag verstuur ik 't zelf wel. Ik moet in de gelegenheid worden gesteld familie te ontvangen. Ik wil pen & papier tot m'n beschikking hebben. Zodat ik gedichtjes, verhaaltjes op kan tekenen. Die ik dan in 't net uitwerk op de comp. Ik moet die comp tenslotte ergens voor gebruiken. Alleen op m'n kamer zal 't toegestaan zijn in m'n neus te peuteren. Die kamer moet zo afgesloten zijn dat niemand dat kan zien. Laat staan dat men mijn scheten zal kunnen ruiken. Ik wil rust, geen geluid, de wind die waait, de vogels die fluiten, & 't gras dat ruist. Verder ook nog een winter & een lente; die andere 2 slaan we over. Winter met veel sneeuw. Lente met veel groen & een zachte bries. Ik wil een open neus, zodat ik die bries daadwerkelijk kan ruiken. Vooral inlandige. Hoewel dat natuurlijk ook niet nodig is, want gezeten op dat eiland is alles inlandig. Heb ik 't al gehad over de boekenplanken, de bieb? Daar wil ik ook moderne boeken hebben. Die zich steeds laten vernieuwen, zoals Jezus de brood- & wijnvoorraden continu kon vernieuwen. Ik wil veel zee kunnen zien. & Kunnen liggen in 't zand zonder dat 't in m'n haren blijft hangen. Ik wil een kapper die snapt wat ik bedoel, zodat ik geen psych nooit nodig zal hebben nimmer. Ik wil dikke muren die alles afsluiten, muren die trillen van eeuwige duurzaamheid, maar wiens trillng niet hoorbaar is. Hoge torens om alles te overzien. Ook de overkant. & M'n delicatessenleverancier moet ook gelijk maar meekomen. Af & toe moet ik 't idee hebben dat er een moord gepleegd is, ver van me vandaan. Soms wil ik ook wel een ruzie, of dat ik 't ergens niet mee eens ben. Maar altijd heb ik gelijk. & Achteraf gaan we met z'n allen boerenkool eten met heerlijke hema-worst. Die winkel hebben ze bij ons afgeschaft, maar ze zijn de voorraad worsten vergeten. & Anders zijn er natuurlijk ook de vlaamse friet, met Andalucia, slechts 1 keer per week leverbaar, want de luxe moet niet te gewoon worden. De kinderen krijgen elke dag een winegum van me, & m'n buren drinken gezellig met me mee.

Slechts heel af & toe, als 't moment daar is, zeg maar op 't hoogtepunt, als je denkt dat zoiets niet kan bestaan, wil ik muziek horen. & Denken dat vroeger alles beter was.

Ik wil de muziek horen wegsterven terwijl ik langzaam wegkwijn.

Ik weet dat er iets vergeten is in de toekomst.

Maar dat geeft niet, dat houdt 't spannend voor de lezers in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Kika. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

peertjes (de finale)

Nav een enquête van Puck besloot ik me ook maar weer 'ns te verdiepen in de materie van de peer. Ik liet me zelfs verleiden tot de aanschaf van 3 van zulke xemplaren. Die verlangden echter nog wat geduld van mij, wegens hard.

Da's niks voor mij: iets aanschaffen & daarvoor geduld betrachten. Ik ben een impulsieve koper; ik schaf iets aan om onmiddellijk te consumeren. Met etenswaren weet ik me nog wel enigszins te beheersen, maar enkele dagen nadat een bepaald produkt mijn domein heeft betreden zal 't toch genoten moeten worden. & Die dwangmatigheid ontstaat niet uit de vrees dat 't zou kunnen bederven.

Met een werkelijk onvoorstelbaar geacht engelengeduld beoordeelde ik 3 weken later de 1e peer als zacht genoeg.
Bij afwezigheid van m'n moeder.
Dan had ik beter geweten.
Er kwam weliswaar wat vocht los, 't droop zelfs gedeeltelijk m'n nek in, maar de materie was dermate hard, dat ik vreesde voor enige ontsteltenis van mijn toch al zo gevoelige darmstelsel.
Ik heb 't bij 1 partje gelaten.

1½ Week geleden waagde ik me aan de 2e peer. Inmiddels zagen ze beiden al lichtjes bruin (niet meer dan een gloed van bruin, maakt u zich niet ongerust) & als ik met m'n duim in 1tje drukte bleef m'n vinger erin afgetekend staan. Mocht ik iets vileins met de peer van plan zijn, de politie zou me makkelijk kunnen achterhalen door achtergelaten sporen.
Al snel schoten mij beelden te binnen van rondvliegende perenpartjes, waarvan een enkeling zelfs in de juspan terechtkwam. Hoe stevig m'n moeder de peer ook in bedwang hield, er glipte er altijd wel 1tje door haar vingers.
Dat te binnen schieten gebeurde echter te laat: 1 stuk schoot reeds door 't luchtruim rakelings langs m'n oren om uiteindelijk in 't kopje thee te belanden. Hoewel ik vanaf dat moment beter kon spreken van kopje. Geen thee.

Ik heb ondanks dit voorval zeker genoten van 't vloeiende vocht, de perfekte zachtheid & de heerlijke smaak van de peer.
Ik moest 't laatste xemplaar maar 'ns meenemen richting Puck, besloot ik. Om haar te tonen hoe goddelijk lekker geduld kan zijn. & Om haar mee te laten genieten van de uitvloeisels van een door haar geïnitieerde enquête.

Ergens onderweg, 't moet ong ½erwege de reis zijn geweest, besloot ik een kijkje te nemen naar de peer. Controleren of de kwaliteit van deze peer mogelijk de andere kon overtreffen. Inspecteren op soepelheid, handvastheid, ouderdomskreukels, vochtverlies, etc. Een heus voorbeschouwend kwaliteitsonderzoek.

Meer dan een papje peer kon ik niet vinden in m'n rugzak.

Voorlopig laten we Zijperspace niet meer door een peer verlichten.

omlaag

De wc-bril hoort naar beneden. Sterker, niet slechts de bril; ook de klep die afdekt, hoort in zo'n houding te staan. Vraag maar aan m'n moeder. Da's hygiënischer. Dat hoort zo. Dat stinkt minder. Heeft m'n moeder me toen verteld.

Ik heb 't Max div keren proberen duidelijk te maken, maar 't wil er niet in. Dat van die bril dan. De klep hebben we nogeneens op m'n werk. Waarvoor dan, vraagt-ie. Da's hygiënischer. Dat hoort zo. Dat stinkt minder. & 't Ziet er voor de dames netter uit. Tenminste: alleen als je 't doet nádat je je plas hebt gedaan. Vergeet je die regel, dan veroorzaak je een averechts effekt.

Max wilde er niet aan. Hij kon m'n argumenten niet begrijpen. Hij kon ze stuk voor stuk weerleggen, zo dacht-ie. & Anders vergat-ie 't gewoon. De bril weer neer te leggen na gedane arbeid.
Buiten dat: Max gebruikt nogeneens een bril. Thuis hangt-ie gewoon boven de pot. Bril vindt-ie nergens voor nodig. Is onhygiënisch, zegt-ie. Blijven alleen maar dingen aan hangen. Wat voor dingen weet-ie niet. Ze blijven echter wel hangen. Daarom gebruikt-ie geen bril.

Ik ben natuurlijk geïndoctrineerd door m'n moeder. Zij heeft me van kindsbeen aan bijgebracht dat 't vies was. Wij dachten toen ook: onzin. Maar ja, je moeder is de baas. Ook al luister je niet. & Uiteindelijk wel na dreigementen dat je anders de wc de hele week zal moeten schoonmaken.

De spetters van mannen op de wc-rand blijven duidelijk zichtbaar staan. Da's een belangrijk motief om de wc-bril omlaag te houden. Die spetters vangen xtra veel stof op (& andere viezigheden, waarover ik hier niet wil uitwijden), want vochtig. Nog viezer, betekent dat. Ik vind dat de voornaamste reden om de wc-bril omlaag te houden. Een vrouw hoeft niet te zien wat 't resultaat 's mans bezigheid is. Zo ouderwets ben ik ook wel weer. Dankzij m'n moeder.

Max wilde er niet aan. Ik ken nog wel meer van dat soort mannen. Allemaal op bepaalde leeftijd. Ze zijn 't niet gewend de bril omlaag te doen. Te weinig vrouwen in 't gezin. Of misschien te veel. Werd 't stilzwijgend voor ze schoongemaakt, omdat 't bij de vrouwen in 't gezin in 't oog viel. Vanwege de opstaande bril.

Max werd afgestrafd. Op m'n verjaardag.
'Wie heeft die bril omhoog laten staan?' vroeg m'n moeder.
'Oh, dat zal Max wel weer zijn geweest,' zei ik.
Max begon meteen 't verhaal dat-ie thuis helemaal geen bril gebruikte. Dat-ie dat hygiënischer vond. Blijven alleen maar dingen aan hangen. Wat voor weet-ie niet, maar ze blijven wel hangen. Daarom gebruikte hij geen bril.

Nou, m'n moeder heeft 'm toegesproken. Nogeneens onder straffe van een week lang schoonmaken. Ze sprak 'm gewoon toe.
Vrouwen vinden dat gewoon niet lekker, vertelde ze 'm. Ze was helemaal gewend aan 't feit dat ze de enige vrouw was in een gezin met allemaal mannen, maar bij haar thuis mocht 't niet meer.
Nee, dat wist ik: dat mocht niet meer. De bril moest omlaag.

Max vindt dat tegenwoordig ook. Alhoewel hij nog steeds geen bril op zijn wc heeft. Vindt-ie onhygiënisch.

Maar de bril staat altijd omlaag in Zijperspace.

Dit stuk is tot stand gekomen dankzij Mijnheer Lijstje, welk verzoek hiertoe geplaatst is bij 't stuk drenkeling ipv 't normaliter te gebruiken artikel: wachten. Niet getreurd: 't is geplaatst; ik heb aan 't verzoek voldaan. Tot voller tevredenheid naar ik hoop. Ik wacht op verder commentaar.

verleiding

Vanaf heden zij er dan besloten dat de vrouw mijn kinderen niet voort zal brengen. Enig welke vrouw ook. Noch enig kind. Ze zullen mij niet meer pijnigen met de verleiding. Wederom vrouw noch kind. Dan maar geen nageslacht. 't Geslacht der Zijpen van de tak Ton zal uitsterven voordat 't besefte dat 't begonnen was. (Hoewel ik mij wel zeer bewust was, & zodoende ook nog steeds ben, van mijn bestaan).

Mede daarmee is besloten dat de vrouw niet meer in staat gesteld moet worden met adem of enigszins blazende verplaatsing van de lucht dmv mondtuiting mijn oor te beroeren. & Daarmee de rest van m'n lichaam, wegens golfslagbeweging die deze doet veroorzaken in de opeenvolgende zenuwen & bijbehorende prikkels in de hersens door openstaande synapsen & verdergaande anatomisch bepaalde stuiptrekkingen.
Waarvan ik geen kaas gegeten heb.

Ik zal de rest van mijn dagen doorbrengen in tonen, klanken uit eigen mond, nietsbevroedende klanken, die ik tijdens de dagelijkse, misschien wekelijkse, mocht ik mijn bewegingsvrijheid in die wijze willen indelen, wandelingen, ommegangetjes, tot mij hoor komen. Waarvan ik de neiging zal hebben ze voluit over straat te doen schallen. Kenbaar makend dat ik m'n eigen taal heb, m'n eigen bevolking, m'n eigen gebruiksaanwijzing.

Een vrouw zij daar beter niet in gemoeid.

Haar vreemde lichaam doet rare associaties oproepen van vertes & vlaktes, die niet op die van holland, 't vaderland, lijken. Een ongekend spel is dat lichaam, waar men zich uren mee zoet kan houden. Waar vertes verleidingen lijken, & holtes diepe spelonken van geheimenissen. Waar glooiingen uitnodigen tot onverhoeds balanceren, roekeloze pogingen 't evenwicht te verliezen & zelfoppofferend gedrag.
Men kan er beter niet vertoeven.

Zeker niet zo'n gestel als 1 afkomstig van Zijperspace.

gymzaal

't Moest geen gewoonte worden, dat gymmen op zondag. Ik denk dat m'n ouders ons ook weer niet te veel wilden verwennen. Wie had er van de leeftijdsgenoten, zowel die van m'n broers als van mij, nou een gymzaal tot z'n beschikking? Een volledige gymzaal, waar op zondag dan wel verjaarspartijtjes alles tevoorschijn gehaald kon worden & de kindergeest zich een paar uur uit kon leven.

Volgens mij droomde elk kind ervan dat een bowlingbaan (jongens) of een manege (meisjes) in familiebezit zou zijn. Van een gymzaal durfden de kinderen niet te dromen, want dat behoorde tot de absolute onmogelijkheden. Dus dachten kinderen daar niet aan.
Totdat ze de familie Zijp tegenkwamen.

Hoewel m'n vader slechts directeur van de huishoudschool was. Hij bezat niks. Maar zo deden we 't wel graag voorkomen. Vooral naarmate de verjaardag dichterbij kwam.

'Niet vergeten je gymbroek mee te nemen naar m'n verjaardag woensdag, hoor.'
Naar andere verjaardagen moest je zwembroek mee. Niets zo afschuwelijk als dat soort partijtjes. Dan wilde iedereen mijn duikbril gebruiken, vooral 't verwende jarige neefje, terwijl ik 't water niet in durfde zonder die bril.
Nee, voor mij geen verjaardagen met zwembroeken. Daar ging ik niet meer heen. Zeker niet die van m'n neef. Dan kreeg ik toch weer op m'n donder van m'n tante. & M'n duikbril zag ik nooit meer terug.

Gymmen was veel democratischer. We haalden alle instrumenten uit 't materiaalhok, plaatsten ze overal in de zaal, de klimtouwen werden uitgedraaid, de knotsen & ballen uit de kasten gehaald & iedereen kon vervolgens z'n gang gaan. 't Enige wat de vriendjes hoefden te doen was de wil van de jarige gehoorzamen.
Touwklimmen dus.
Daar was ik nou 1maal de beste in. Of anders gingen we apenkooien. Kon ik weer de touwen gebruiken. & Won ik weer. Tsja, de jarige moest tenslotte winnen. 't Was zijn verjaardag. & Zonder mijn verjaardag was er ook geen gymzaal.

't Nadeel was alleen dat m'n vader vond dat we alles weer op moesten ruimen. Zoals we 't hadden aangetroffen moest alles terug in 't materiaalhok. Ook de touwen & knuppels & ballen. 't Moest gebeurd zijn binnen een kwartier nadat m'n vader ons kwam waarschuwen. Dan moesten we bovendien aangekleed & gewassen, indien noodzakelijk, klaar staan bij de deur.

Probeer dat maar 'ns uit te leggen aan al die rotvriendjes die de hele middag al niet gedaan hadden wat de jarige wilde. Die totaal hun eigen gang gingen. & Bovendien rotcadeautjes hadden meegebracht. Hoe moest je dat groepje tuig van de bovenste richel wijs zien te maken dat m'n vader gehoorzaamd moest worden?

Blijkbaar was ik de enige die bang was voor m'n vader (& de toevallig meegekomen broer), want uiteindelijk hielp niemand van de vriendjes mee met opruimen. Totaal geen dankbaarheid hoefde ik van die jongens te verwachten; 't enige waar ze aan dachten was 't zo snel mogelijk aantrekken van de kleren & schoenen. Zonder een douche te nemen (tjemig, wat stonk Andrew; die lieten we op de terugweg lekker voorin de auto naast m'n vader zitten).
Ze dachten alleen maar aan de patat die m'n moeder inmiddels thuis had bereid. Ik praatte m'n mond altijd voorbij. Een week van te voren was 't programma in de gehele klas genoegzaam bekend. Met rode koppen & haast, want hun moeders wilden vast niet dat zoontjelief zo lang van huis was, werd de feestmaaltijd verorberd.
& Bij de deur stond m'n moeder met voor iedereen een zakje vol met snoep.

Toen wisten we al wat feesten was in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Theo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

slavendrijver

Ik heb er al eerder over geschreven, omdat 't me inmiddels al enkele malen overkomen is. Eigenlijk had ik me ook al voorgenomen er geen woord meer aan vuil te maken, zoals ik mezelf wel vaker probeer te beschermen tegen herhaling.
Soms is herhaling echter niet te vermijden, vooral omdat 't geheugen feilbaar is. Soms ook omdat er een kleine wijziging heeft plaatsgevonden in de situatie die betrekking heeft op 't reeds aangestipte onderwerp. & Een enkele keer kan er een kleine variatie op 't thema worden gegeven.

Niets van voornoemde redenen doet mij momenteel bewegen tot 't opnieuw aanroeren van onderstaand. 't Is slechts dat de emotie zo heftig & frustrerend is, dat ik niet anders kan dan dat van me af te schrijven. 't Liefst had ik momenteel de tuindeuren ingetrapt, 't beeldscherm op straat gegooid, de tuin platgewalst, 't behang van de muren geschraapt, alle boeken uit de kast getrokken, de cd-rekken voorovergestort, de bankbedekking overgoten met hete thee, m'n lunch in 't cd-rom-lade gepropt of anders een poging ondernomen mezelf te stenigen.
Bij gebrek aan stenen heb ik besloten de aggressie vanwege frustratie om te zetten in tekst. Nieuwe tekst.

Ik was van plan 't te negeren. Net als gisteravond. Toen heb ik onmiddellijk m'n boek gepakt (nadat ik nog snel enkele zinnen die ik me nog letterlijk wist te herinneren op m'n toetsenbord ramde), 't laatste slokje bier sloeg ik achterover & ik ben in bed gaan liggen. Door 't late tijdstip viel ik vrij snel in slaap. Negatie van gevoel geslaagd.
Gisteravond was dat. Inmiddels is 't vandaag.

Weet men hoe 't voelt om verlaten te worden door de tekst die je net geschreven hebt? Hoeveel gedachtes heb ik er wel niet aan besteed, hoeveel tijd zou een comp erover doen tot 'tzelfde resultaat te komen? Hoe groot is de kans dat dezelfde zinnen in dezelfde constellatie opnieuw tevoorschijn komen? Is de kans dat dezelfde bytes in dezelfde hoedanigheid terugkomen niet groter dan de kans dat dezelfde atomen 'tzelfde lichaam weer vormen?
Ergens, ooit, misschien geschreven door iemand anders, wellicht in een andere taal, zou de tekst kunnen weerkeren, maar dan zodanig dat ze wel gelezen worden.

De tekst gaat een eigen leven leiden. Je gaat er een wezen achter vermoeden. 't Lijkt te beschikken over een groeiende, maar daarnaast ook over een destruktieve kracht. Een lust bezittend om zichzelf op te bouwen, te vermenigvuldigen in zichzelf, zich te voegen naar de wensen van z'n schepper, om vervolgens achteloos onverwachts, in een fractie van een seconde, zichzelf te vernietigen. Schaterend vervluchtigt 't in de grote massa van omringende bytes. Alsof 't probeert te tonen dat 't onafhankelijk over z'n eigen bestaan kan beslissen.

Ik ben tegen deze euthanasie. Ik ben de schepper des woords, ik ben de vader, ik ben de hoeder van m'n eigen kroost.
Ook al waart er een demonische kracht door m'n eigen nakomelingen, ik vind dat slechts ík 't recht heb te beslissen over hun leven, hun dood.
Mocht ik niet toerekeningsvatbaar zijn, dan kan men mij corrigeren. Dat is echter nog lang niet zover. Ik weiger dat te bekennen.
Ik acht de tekst ontoerekeningsvatbaar als 't zichzelf uitwist. Er had een xtra beschermingsclausule op toepasbaar moeten zijn.

Nadat de tekst, ten 2e male zorgvuldig opgebouwd, zichzelf door een vermomming (een allesverhullende vermomming) onherkenbaar had gemaakt, waardoor ik (of moet ik zeggen: mijn bewustzijn) dacht dat ze een ander scherm was & abuiselijk door mijn vinger (mijn vinger die zich van niets bewust was, een geweten had als een schone lei) had laten vernietigen door de simpele aanraking van de verkeerde knop; na die voor buitenstaanders waarschijnlijk als doodgewoon ervaren handelingen, gebeurtenissen van alledag, ging er walging door me heen.
Dit alles was onderhevig aan nog meer faktoren, maar om complexiteit te voorkomen, 't leven is al zo overbodig ingewikkeld, laat ik 't omschrijven als voorgaande zin.

Ik greep in dezelfde negerende beweging als de avond van gister naar m'n boek, om mijn gedachten te kunnen richten op iets opbouwends, iets met meer duurzaamheid. Maar ik voelde slechts 't keren van m'n maaginhoud. M'n ogen zagen hossende letters die giebelend over de dansvloer van vluchtigheid hun vrijheid tegemoet gingen. Ik voelde me de slavendrijver die ten tijde van Spartacus z'n slag probeerde te slaan.

De tekst heeft voor de 2e maal de hand aan zichzelf geslagen in Zijperspace.

slijtage

Ik slijt zogauw ik groei. Ik verstop me op momenten dat ik de langverwachte aandacht krijg. Ik geneer me voor applaus. Ik beweeg als ik probeer stil te zitten. Ik groei, & gloei nog meer dankzij een compliment. Juist nav complimentjes waarvan ik ooit droomde. Ik wil aandacht geven & wend me af. Ik ga kapot aan degeen die mij liefheeft. Ik wil aangeraakt worden, maar schrik bij 't tippen van de vingertop op m'n schouder. Ik schaam me om m'n eigen vrijpostigheid. Ik kan praten als brugman, er komt geen geluid uit m'n mond. Na een feest heb ik een kater. Ik kan beter de hele dag bewegen, dan word ik tenminste niet moe. Ik verlang naar gezelschap, maar trek m'n mond niet open. Ik heb vrienden, maar zie ze nooit. Als ik verliefd ben beleef ik de mooiste afschuwelijke dagen. Er staan 3 telefoons in huis, m'n telefoontikken zijn echter op 1 hand te tellen.

Ik kan de mooiste dagen beleven & er uitkomen als een geestelijk wrak.

't Was weer zo'n dag in Zijperspace.
(maar ik heb er van genoten)

Johnny is dood

't Is vrijdagnacht. Ik lees net dat Johnny is overleden. Vanzo. Afgelopen dinsdag.

Ik haal z'n rol uit m'n herinnering tevoorschijn die hij speelde op de weblogmeeting. Z'n mooie rol. Z'n beige pak, gele blouse. Z'n stijl vet achterover gekamde haar. Z'n snor & sik.
Hij schijnt speciaal daarvoor deze kleren te hebben aangetrokken. Hij zou de wereld, de kleine wereld van weblogland, wel 'ns laten zien dat 't zichzelf niet serieus hoefde te nemen. Hij zou wel 'ns laten zien dat hij elke rol aankon. & Een spiegel voorhouden.

Johnny kon schrijven. Maar hij wilde niet zo schrijven zoals iedereen dat wilde. Hij was dwars, moeilijk, onnavolgbaar & waar andere onnavolgbaren hun eigen volgelingen krijgen, wist Johnny zelfs die van zich af te schudden. Hij had een plan, zo leek 't. Een plan voor zichzelf.

Ik had een schrijf-wedstrijd uitgeschreven speciaal voor de weblogmeeting. 'Waarin iets kleins groot kon zijn'. & Ik liet m'n moeder jureren. Men kan van mij aannemen dat mijn moeder iets oprechts herkent. Zij vondt 't stuk van Johnny de beste (samen met 't stuk van Suffie). Moeilijk, maar wel echt, zei ze.
Ik heb nu een uur zitten zoeken naar z'n stukje in m'n meel-archief, maar kan 't niet vinden. Laat staan dat ik in z'n archief terecht kan.

Ik kan niet zoveel over Johnny zeggen; ik ben 'm slechts 1 keer in levende lijve tegengekomen. Behalve dat mensen 'm vaag vonden. Men wilde dat-ie eens duidelijke taal ging spreken. Maar zelfs in 't antwoorden op dat soort verzoeken bleef Vanzo, zoals iedereen 'm in Weblogland kende, een slag om de arm houden. Hij wilde niet begrepen worden. Hij wilde blijkbaar miskend blijven.

Ik hoop eigenlijk dat ik ongelijk heb. 't Lijkt me moeilijk leven. 't Is vechten tegen de bierkaai. Altijd een andere visie op de dingen geven. Altijd onbeantwoord, op de juiste manier onbeantwoord blijven.

Ik hoop dat-ie momenteel de juiste antwoorden gevonden heeft. Ergens. Ik weet niet waar. Hij verdient 't. Hij was een strijder. Voor een zeer bijzondere zaak, zo begreep ik.

Johnny is dood.

Een dag stilte in Zijperspace.

reuk

Nu zit ik op een bank. Mijn bank. Te staren naar de rugzak die nog steeds een ander onderkomen moet vinden dan in de woonkamer. Evengoed vindt er een zucht van opluchting in mij plaats dat ik in ieder geval de slaapzak van de week heb op durven ruimen. Zodat-ie niet verstofde. Ik ben weer op de plek waar niets veranderd, of anders zeer langzaam. M'n jas hangt te drogen vlak voor de kachel, m'n sweater met kapuchon hangt over de eerder genoemde bank. Ze bereiden zich voor op wat morgen komen gaat.

Daarnet kwam ik met dezelfde jas aan in Paradiso.
'Van 't begrip 'regenjas' heb je zeker nog nooit gehoord?' zei de jongen van de garderobe.
'Dit is een regenjas,' was mijn tegengas.
'Misschien 1tje aanschaffen die waterafstotend ipv -doorlatend is,' zei de chef de garderobe wijs.
'Ik ben anders erg blij met m'n jas. Ik loop er graag mee,' luidde mijn verdediging.
De jongen vertrok geen spier in z'n gezicht. Alleen z'n handen funktioneerden. Om m'n jas aan te pakken, aan een haakje te hangen, & deel te laten worden van de jassenbergplaats van Paradiso.

Nog iets langer geleden zeiden mijn collega's mij dat ik makkelijk om ¼ voor 9 kon vertrekken. Anderen deden dat ook zo vaak. Dan moest ik dat ook wel een keertje kunnen doen. Zij deden de rest wel met z'n 3-en.
Ik pakte m'n spullen. Stap voor stap. Elke beweging moest optimaal effekt geven, zodat m'n collega's ten volle van mijn vertrek konden profiteren, zo min mogelijk last ervan ondervonden.
1st M'n shirt aan. Dweiltjes mee naar achter. Vervolgens m'n sweater. Bezem in 't rek. Pet op. Fooi op een andere plaats. Jas aan. Licht uit achter de bar.

Tijdens 't concert zag ik vooral meisjes die, veel kleiner als ik, over alle schouders moesten kijken. De hoofden haalden ze nogeneens. Behulpzaam ging ik maar dwars staan. Zo onopvallend mogelijk. Ze moesten eens gaan denken dat ik dat voor hun deed.
Voor de rest lange mannen. Jonger dan ik. Maar langer. Lange mannen die niet stil konden staan. Onverantwoordelijk gedrag tegenover de kleine meisjes achter ons, want zij moesten met hun hoofden heen & weer zwaaien om toch nog iets te zien.
De lange mannen roken. Ik stond ernaast, zodoende weet ik 't zeker. Ik vroeg me af of ik ook zo rook.

Ik was van plan geweest een ander t-shirt aan te trekken. Had 'm speciaal daarvoor meegenomen naar m'n werk. Daarnaast zou ik een italiaanse douche nemen.
In de haast van 't straks beginnend concert, de drukte van 't opruimen, 't perse willen helpen van m'n collega's, 't snel enkele boterhammen naar binnen schransen, was ik dat allemaal vergeten.
Werkt dat net als bij knoflook? Als je knoflook hebt gegeten ruik je de andere gebruiker niet meer. Nu ik die lange mannen rook, betekende dat dat ik die geur niet met me meedroeg?

De kleine meisje stonden achter mij. Niet achter de lange mannen.
Ik ben niet zo lang als lange mannen.
Mijn jas zou waarschijnlijk ook wel ruiken zogauw die vriendelijke garderobe-jongen hem mij weer aan zou reiken.

Daarom heb ik 'm meteen te drogen gehangen. Hij mag morgen niet ruiken.

De rest wassen we wel in Zijperspace.

ijdelheid

't Is slechts ijdelheid wat er aan de hand is met mij. De uiterlijke schijn moet op & top zijn. Zoverre 't in de mogelijkheden ligt er iets aan te verbeteren, zal ik mezelf niet verhinderen aldus te doen.

Zoals de gulp die gisteren open stond. Ik kwam uit 't hok achter de bar, net na afloop van 't werk, & bemerkte tijdens 't openslaan van de klapdeurtjes dat 't behoorlijk tochtte. Sas stond vreemder te kijken van de rare beweging die ik tijdens 't binnentreden maakte, dan van 't feit dat m'n gulp waarschijnlijk al 5 minuten m'n kleur onderbroek showde. Ik dacht daar anders over.

Vanochtend kwam ik er achter dat ik gister tevens de hele dag 2 rechtersokken heb gedragen. 't Was blijkbaar m'n dag niet. Er staat nl een duidelijke 'L' dan wel 'R' op m'n sokken gemarkeerd. Een kind kan de was doen, zou je kunnen zeggen. Kwaliteitssokken van ong € 15,- 't paar. Dan wil je ook de juiste sok aan de juiste voet. Waar voor je geld, heet dat.
Beschaamd, hoewel 't natuurlijk niemand opgevallen is, heb ik beide sokken vanmorgen bij constatering in de wasmand gegooid & 2 uur eerder dan normaal een schoon paar aangetrokken.

't Is net als scheren. Hoewel ik zo goed als zeker weet dat niemand kan zien dat ik dat ene haartje hebt overgeslagen, daar rechts onder m'n kin steekt 't een mm uit, heb ik toch de neiging rechtsomkeert te maken, me desnoods ziek te melden (enigszins overdreven; nog nooit gedaan, maar 't gevoel bekruipt me wel) & met 't scheermes enige korrekties aan te brengen. Om vervolgens de gehele dag niet meer buiten te komen.

Daarnet heb ik me geschoren. Terwijl ik dit schrijf, wrijf ik angstvallig over m'n kin, wangen & bovenlip om toch vooral vandaag niet iets dergelijks te hoeven constateren. Stel je voor dat ik zodirekt iemand tegenkom die dit stuk gelezen heeft. Zodadelijk volgen enige handelingen, gewoon voor de zekerheid, zodat 't er gladder dan ooit tevoren uit zal zien.

Maar tegenwoordig, men wordt een dagje ouder, men krijgt te maken met verschijnselen die nou 1maal schijnen te horen bij 't bereiken van ouderdom, groeien er ook haren uit mijn oren. Op zich hoef ik niet te klagen, andere mensen hebben last van een buitenmatig grotere neus op bepaalde leeftijd, of krijgen te maken met een uitzonderlijke vergroting van de oorschelpen. Men kan zich de beelden waarschijnlijk wel enigszins voorstellen, indien men eens heeft rondgekeken in 't bejaardentehuis. Daar zal men mij voorlopig niet vinden, maar voordat 't zover is zal ik zeker pogen er ook nog niet zo uit te zien.
Bovendien heb ik een blonde haargroei aldaar, zodat 't niet al te veel opvalt. 't Geeft eerder een donsig effekt, dan dat je verstoord opkijkt bij aanschouwing van mijn haargroei op die toch wat private plek. Tenminste, dat hoop ik dan. Ik stel 't me zo voor om vooral niet slapeloze nachten er aan over te houden.
Ik knip 't dus weg. Speciaal daarvoor een schaartje aangeschaft (tevens bruikbaar voor de neusharen, maar ik vond dat ik 't vandaag maar bij de oorharen moest laten). Daarmee ga ik voor de spiegel staan & onderneem dan ettelijke pogingen in spiegelbeeld te mikken.
't Ging zowaar in 1 keer goed.

Zijperspace ziet er piekfijn uit vandaag.

muziek



Opeens wist ik dat ik kon dansen. Als ik m'n handen maar los liet. & Tegelijkertijd m'n hoofd. & Benen. Vooral m'n benen. Was ik ook nog in staat de mensen los te laten, in zoverre: was ik niet bang dat ze zouden kijken, of beter nog: verwachtte ik zelfs dat ze naar me zouden kijken, dan ging 't goed. Ik zweefde over de dansvloer & wist dat ik kon dansen zoals nog nooit iemand gedanst had. M'n hoofd naar beneden, m'n armen zwaaiend langs m'n lichaam. Ik was de doemmuziek in beweging.

Hoe vaak had ik tot dan al niet zitten praten met Mirjam? Ik had haar gevraagd mij duidelijkheid te geven, maar wel op zo'n zachte toon dat ze niet perse antwoord hoefde te geven & nog een keer wilde vrijen met me. Nog 1 zoen, dacht ik, & dan laat ik haar los. Nog 1 kus, & dan laat ze mij gaan. Nog 1 omhelzing, & ik ben definitief van haar. Ik was blaadjes van een bloem aan 't plukken. Met elke keer een goede uitkomst.

Alles wat we deden was op haar zolderkamer zitten. Een beetje thee drinken. Dat deed iedereen in die tijd, gedurende 't bezoek aan elkander. Ons achterste geplant op een stapels kussens, ik kan me geen anders ingerichte kamer van vrienden herinneren, hangend met de elleboog op de volgende stapel. Vervolgens keken we zo verlangend mogelijk naar elkaar & praatten we over de dagboeken die we nooit aan iemand anders zou laten lezen. Terwijl we zeker wisten dat we van elkaar hielden & tegelijkertijd wisten dat dit een hel was waar we doorheen gingen.
Liefde was iets afgrijselijks, ze hadden 't nooit moeten uitvinden, zeker niet voor ons, & de muziek verbeterde de sfeer ook al niet. Maar dat was de bedoeling van de muziek die we uitzochten.

Zaten we niet te hangen, onderwijl muziek draaiend, dan vreeën we wel, onderwijl muziek draaiend. We waren jong, elk moment moest benut worden, & elk moment moest vooral een eeuwigheid of daaromtrent duren zolang we aan elkaar vastgeplakt zaten. We waren in de war & wisten ook zeker dat de wereld in de war was. Daarom draaiden we muziek, & lieten we die muziek ons wegvoeren zoals we elkaars lichamen wegvoerden. Wat moesten we anders in die onoverzichtelijke kaart die men de maatschappij noemde, maar waarin men vergeten was de lijnen der emoties van een opgroeiende puber weer te geven. De muziek was zekerheid; van te voren opgenomen emoties, die elke keer bij afluisteren bij ons dezelfde gemoedsstemming veroorzaakte.

Uiteindelijk heeft Mirjam besloten dat ze op iemand anders verliefd was. Kon ze tenminste de knoop doorhakken. Zichzelf ervan vergewissen dat ze geen loopje meer met me nam. Vanaf dat moment hoefde ze geen vragen meer te beantwoorden, maar kon ze gewoon zeggen dat ze niet van me hield. Ze hoefde me niet meer aan te raken om de wereld met z'n 2-en overzichtelijker te maken.

Ik kon alleen nog maar in m'n 1tje dansen, onderwijl de schijn ophoudend dat ik de tekst niet hoorde.

& Wachten tot er iemand keek naar de bewegingen in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Marc. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

boomdood (vervolg)

Gisteravond heb ik ook wel naar buiten gekeken, maar dat was om te zien waar al dat licht toch vandaan kwam. Heel Amsterdam zonder stroom, & toch kon ik in de keuken zien wat ik deed. Geen maan die door de wolken heen zichtbaar was. Evengoed was 't niet licht genoeg om me ten volle tot 't besef te komen dat de boom weg was. Dat bemerkte ik vanochtend pas.

Nu voelt 't alsof er bij me ingebroken is. Met goede bedoelingen weliswaar & zonder dat ik er gevolgen van ondervind, maar men heeft toch iets gedaan waar ik bij had willen zijn. Ik had de deur voor de man open willen doen, hem de tuin laten zien. Ik had willen zien hoe hij te werk zou gaan. Waar-ie de kabels ging bevestigen. & Hoe. Bovenal had ik willen zien hoe de boom over m'n huis uit zou torenen & aan de andere kant terecht zou komen.

Terwijl ik gister zomaar 'ns 't grootste gedeelte van de dag thuis was. Ik moest wachten tot de was klaar was om 't zo snel mogelijk te drogen te hangen. Er moet wel een volgende schone broek beschikbaar zijn om aan te trekken. & Na de kapper ben ik onmiddellijk naar huis getogen. Om de vieze gel uit m'n haar te wassen, 't weer te laten drogen & m'n eigen wax erin te kunnen smeren. Daar ging ook makkelijk een uur overheen.
Wellicht dat 't toen al gebeurd was. De was ontnam me 't zicht op de boom. Die schuin in 't linkergedeelte van 't beeld hing.
Of heeft 't eergister al plaatsgevonden? Heb ik gewoon niet opgelet? Heb ik niet gezien dat de waslijn doormidden op de grond lag? Dat kan niet. Dat zou me meteen opgevallen zijn. Denk ik.

Alleen al die waslijn geeft een droevige aanblik. Hing er al jaren. Ik heb wel 'ns geprobeerd 'm te verwijderen vanwege enkele tuinaktiviteiten, maar dat lukte niet op een subtiele manier. Nu ligt-ie geveld door een mannetje van de kraan (of misschien 't geweld van de boom) met de knijpers er nog aan op die ene rij tegels die m'n tuinpad vormt.

& Waar ik een gapend gat had verwacht, zie ik nu een stronk. Een afgezaagde stronk. Plat, glad afgezaagd.
Ik had liever gehad dat ze 'm in 't geheel weggehaald hadden, dan kon ik volgend jaar iets voor de boom in de plaats planten. Nu moet ik jarenlang tegen een restant van een boom aankijken.
Ik weet 't wel: 't zou veel meer moeite hebben gekost, met wortels & al, veel riskanter bovendien. Maar 't zou toch prettig zijn geweest. Nu herinnert 't plakkaat me er elke keer weer aan dat ik die boom uit m'n tuin wilde hebben. Een groot ding waar leven in zat.

De grootste bewoner van Zijperspace is niet meer.

knie

Ik heb m'n opa niet anders gekend dan als een oude man, met dun wit haar aan de zijden, kaal op de bol. Hij was voor die tijd een uizonderlijk lange man. Maar buiten dat was-ie vooral te herkennen aan z'n wandelstok. Die was noodzakelijk, doordat-ie slecht ter been was.

Op 7-jarige leeftijd was m'n opa van een stoel gesprongen, zo ging 't verhaal, & met z'n knie in een speld terecht gekomen. Dat is nooit meer goed gekomen. Vanaf die tijd liep-ie mank. Dat heeft er echter wel voor gezorgd dat-ie als 1 van de weinigen van 't gezin verder kon gaan leren dan de gebruikelijke lagere school.

Z'n linkerschoen was xtreem groot. 't Leek alsof er een zool van 10 cm onder zat. Een soortemet olifantenvoet kreeg-ie daardoor. Gehuld in leer. Vervaardigd door schoenmaker Rieswijk, de enige die in de wijde omtrek dat soort schoenen aankon.

Hij heeft z'n knie wel 'ns laten zien. Tegen 't eind van z'n leven raakte hij meermaals in 't ziekenhuis terecht. Moest er weer 1 of ander gezwel verwijderd worden uit z'n been.
Als we voor visite in 't ziekenhuis langs kwamen kon 't voorkomen dat-ie z'n knie toonde. Z'n schaamtegevoel verdween meer & meer naarmate hij ouder werd. Te veel naar m'n moeders zin. 't Staat me bij dat 't een verschrikkelijk dun been was. & Bruin, dat weet ik zeker, net als z'n hoofd die nooit wit wilde worden. Alsof m'n opa geen nederlands bloed, geen blanke huid had.

Bij 't wandelen steunde hij op z'n stok. Een oerdegelijke stok, met een kromming aan de bovenkant voor de greep, zoals vroeger stokken altijd waren. Er moeten in die tijd al krukken hebben bestaan, maar blijkbaar weigerde hij die te gebruiken. Met z'n stok kon-ie immers alles.
Hij kon bijv de asbak dichterbij manoeuvreren, terwijl-ie in z'n stoel zat. Met een simpele beweging van de stok, die altijd z'n zitplaats lag, trok hij de asbak naar zich toe. Een staande asbak. Drukte je op de knop boven 't asgedeelte ervan, dan draaide alle as weg. Als ik aardig was geweest, & lang had gezeurd, beter dan m'n broers, mocht ik de knop indrukken. Zodat alle peuken & as verdwenen.
Soms trok hij de tafel dichterbij. Dan kon hij bij z'n kopje thee, die oma te ver weg had neergezet. Of om bij z'n sigaren te kunnen, die per ongeluk op tafel lagen ipv naast 'm in 't dressoir.

Op 't laatst gebruikte hij de stok ook om uit te kunnen halen naar m'n neef. Dat was in de tijd dat m'n oma in 't ziekenhuis lag & m'n neef de enige was die tijd & zin had om m'n dementerende opa te verzorgen. In z'n vlagen van wantrouwen jegens die onbekende onbetrouwbare vlegel ('Je hebt m'n sigaren zeker verstopt, hè!') haalde hij soms uit als m'n neef te dichtbij kwam. Gezeten in z'n stoel. De stoel waar-ie altijd in zat. Z'n ene, manke, voet gelegen op een bankje dat een soort verlengde van de stoel was. M'n neef moest daar niet te dicht bij in de buurt komen.

Hij zat altijd voor 't raam. We konden z'n hoofd nog net boven de vensterbank uit zien steken als we met de auto aan kwamen rijden. Dan krulde z'n lach, & stak-ie z'n stok naar boven ter begroeting. Al snel kwam oma dan ook bij 't raam staan.

Een enkele keer kreeg Opa voor z'n verjaardag een nieuwe stok. Opnieuw 1e kwaliteit hout. Klassiek. Stevig. Gebouwd op zijn lengte.
Daar was-ie volledig mee in z'n nopjes. Z'n oude begon inmiddels te slijten, zei hij.
& Van z'n kleinkinderen kreeg-ie dan een pak biscuitjes & een doos sigaren. Daar was-ie nog veel blijer mee, ook al had-ie beide goederen altijd op voorraad naast z'n stoel. Dat belette 'm niet om ons enthousiast vast te pakken & te omhelsen. We hingen voor een moment voorovergebogen over z'n stoel, terwijl-ie luidkeels lachte. Boven een plek waar we anders nooit mochten zitten.

Iedereen heeft z'n eigen 'eigen' plek in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Theo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.
(Overigens: m'n broers blijven maar doorgaan met mij onderwerpen voeren. Dat moet andere lezers niet beletten daarin mee te doen, natuurlijk. Ik heb weliswaar genoeg om over te schrijven, maar ik hou van schrijven nav een 'opdracht'.)

tijdelijk

De tijd drinkt het geduld op.
(Pelicano)

De tijd gaat voor mij veel te snel. Ik kan er te weinig in kwijt. 't Vliegt voorbij zonder dat ik daadwerkelijk ervan geprofiteerd heb. Denk ik dan.
Er zou in de Openbare Bibliotheek door een psycholoog een lezing gehouden worden met als onderwerp: 'Waarom de tijd sneller gaat naarmate je ouder wordt', of iets van die strekking. Ik wist meteen al dat ik er niet aan toe zou komen; ik had belangrijker dingen om m'n aandacht aan te besteden. Ik kom al nergens aan toe.

Ik verzuchtte vorige week tegenover m'n moeder dat ik er steeds meer last van lijk te krijgen. Een dag heeft veel te weinig uren, zei ik. Dat was bij haar ook de moeilijkheid, vertelde ze. 't Leek alsof ze, naarmate ze ouder werd, minder op een dag voor elkaar kreeg. Ondertussen moest ik zo snel mogelijk een kijkje nemen op haar comp. & Misschien kon ik ook de telefoonsnoer repareren?
Er is veel te doen & te bepraten als ik bij m'n ouders ben, & onderwijl ben ik alweer in gedachten onderweg naar de volgende bestemming.

Toen ik begon te studeren, 13 jaar geleden, dacht ik een oplossing gevonden te hebben voor m'n niet-aflatende zucht alles te weten te komen. Ik stopte gewoon meer uren in de dag. Als ik maar consequent volhield, zou ik vanzelf wel wennen aan die 3 uur die ik mezelf aan slaap in mindering bracht.
Maar na 2 weken 't met 5 uur nachtelijke rust proberen te doen, sukkelde ik boven m'n studie-boeken in. Als ik dat wist te voorkomen, door overmatig koffie-gebruik & grote hoeveelheden druivensuiker, drong de tekst niet meer tot me door.

Misschien dat ik te veel dingen in de dag wil stoppen. Ik wil te veel boeken tegelijk zo snel mogelijk uit hebben. Met veel belangstelling heb ik wel 'ns aankondigingen voor cursussen snellezen bekeken. Maar ik was bang dat de beleving van 't gelezene dan minder zou worden. Er moest natuurlijk wel intens genoten worden. De ervaring moest wel 't toppunt van z'n mogelijke xtase bereiken.

Op dit moment zijn er alweer meer dan 3 uren van m'n dag vervlogen. Ik weet niet beter of er is nog niets zinnigs uit m'n handen gekomen. Ik heb slechts een 10-tal blzs gelezen. Er wachten nog 3 boeken op beëindiging, misschien wel 4. & Er bestaat al een grote trek naar de bieb te gaan, alsook de boekhandel, om nieuwe titels in huis te halen.
Er is niemand die me dwingt, behalve ikzelf. 't Is een innerlijk stemmetje die konstant in m'n hoofd staat te drammen dat er geen tijd te verliezen is. Straks ben je dood & dan weet je nog niks. & Terwijl ik alles in me opneem, begin ik mezelf steeds meer te beseffen dat 't wel verschrikkelijk tijdelijk is. De boeken van een jaar geleden ben ik inmiddels alweer vergeten.

Daarom is men 't maar gaan opschrijven in Zijperspace.

patrijs

Langzamerhand verdwijnen de spullen uit het huis van m'n ouders. Stukje bij beetje. M'n moeder moedigt m'n vader aan afstand te nemen tot allerhande kleinood. Er wordt toch niets meer mee gedaan door hem, zo luidt haar argument. & Geleidelijk aan begint m'n vader 't uit zichzelf weg te geven. Met trage moeite.

1st Moesten de kinderen de deur uit. Vervolgens de stripboeken. Dat gaf wat minder ongemak bij een verhuizing naar kleiner onderkomen. Daarna volgden de verzamelingen, de spoorbaan, 't achtergebleven goed van de kinderen, wat meubeltjes; geleidelijk aan werd 't huis wat leger, de verhuizing minder moeilijk. Hoewel m'n vader waarde bleef hechten aan spullen uit vervlogen tijden.

Ik krijg zo af & toe wat wandelboekjes in m'n hand gedrukt. 't Euregiopad, wandelroute van Emmen naar Den Broam bij Buurse; de Eilandspoldergids; Graaf Floris V-pad, Diemen-Schoonhoven.
't Kostte m'n vader vroeger moeite dit soort boekjes uit te lenen. 't Mocht niet beschadigd terugkomen, of een nieuw exemplaar ervoor in de plaats. & 't Mocht zeker niet te lang duren. Niet op straffe van, maar wel met een aangepraat schuldgevoel.

't Is eigenlijk nog maar een paar jaar geleden dat m'n vader regelmatig er in z'n 1tje op uit ging. Met z'n 60+-kaart nam-ie zo vroeg mogelijk de trein, om ergens in 't land een dag lang te gaan wandelen. Dan kwam-ie net op tijd terug voor 't avondeten. Met weer een etappe van 1 van de wandelroutes achter de rug.

Altijd in z'n 1tje. Wandelen was niet de favoriete hobby van m'n moeder. De kinderen waren 't huis uit. & Geen van hen had belangstelling genoeg om een dag uit te sparen voor een wandeling met m'n vader. De gedachte kwam in ieder geval bij niemand op.

De laatste jaren wandel ik zelf graag. Ik wandel met dezelfde boekjes waar m'n vader z'n tochten mee maakte. Hij had 't zich vroeger waarschijnlijk niet voor kunnen stellen dat juist ik degene zou zijn die z'n sporen zou volgen. Misschien dat-ie daarom de laatste tijd stiekem naar boven schuifelt, z'n serie boekjes doorspit & bij mijn vertrek er een paar in m'n hand duwt.
Ik kan 'm natuurlijk niet vertellen dat de boekjes eigenlijk al sterk verouderd zijn. Ik neem ze mee, om misschien later eens te kijken hoe mijn vader ooit op de kaartjes heeft getuurd.

Ik bedacht me laatst dat-ie nog opgezette vogels op zolder heeft staan. Vroeg zachtjes aan m'n moeder of-ie daar nog iets mee van plan was.
Oh, hij zat zich laatst al af te vragen hoe hij ze weg moest doen, vertelde m'n moeder. Hè, Niek?
Op dat moment had m'n vader er echter moeite mee. De opgezette vogels.
Hij had een hele verzameling. Nog groter dan tegenwoordig op de plank boven de zoldertrap staat. Verzameld in een tijd dat er speciale toestemming gevraagd moest worden om vogels op te laten zetten.
Ik kon zien waar m'n vader allemaal aan dacht. Maar waar-ie niet de woorden meer voor kon vinden. Een herinnerende blik met gelijk een speurtocht naar woorden erin besloten.

Niek, je zei gister nog dat je toch maar 'ns die vogels weg moest doen, zei m'n moeder. Dan kan je Ton toch wel wat geven? Hier doe je er toch niks mee. Ze staan daar maar op zolder.

We liepen naar boven. Met z'n 3-en. Ik wees aan welke ik mooi vond. Een patrijs. & Een plateautje met 3 kwartels in verschillend tooi.
't Moest voorzichtig ingepakt worden. Ik moest zeker weten dat 't niet beschadigd zou raken. Ik beloofde 't plechtig. M'n vader aaide 't stof nog van de patrijs. Keek de kwartels in de ogen. In ieder geval 1 ervan. De laatste keer, dacht ik.

Nu staan ze bij mij thuis, boven de schouw. Ik kan nu zien dat de patrijs ooit is aangevallen door de kat. Ik herkende de sporen daarvan pas bij thuiskomst. Ik zag opeens de kat weer op de patrijs afspringen. & Hoe m'n moeder achter de kat aangilde.
Maar meer nog herken ik m'n vaders gezicht die de levende vogels houdt. Ik zie 'm de kwartels uit de volière halen, hun kopje tussen wijs- & middelvinger uitstekend, een vluchtig aaitje met de andere wijsvinger over 't kopje. Ik zie 'm voorover buigen om de voederbakjes te verschonen. Ik zie m'n vaders gezicht, 't levendige gezicht van m'n vader zie ik weerspiegeld in de kop van de patrijs. Zoals-ie vroeger kon kijken. Met ietwat de neus omhoog.
Hoewel m'n vader niet lijkt op een patrijs.

Maar 't werd tijd dat-ie een plekje kreeg in Zijperspace.

consequent

Er zijn bepaalde tegenstrijdigheden in 't leven, of nou ja: in míjn leven in ieder geval, die ik maar niet kan vatten. & Dan heb ik 't vooral over hoe mijn lichaam reageert onder bepaalde omstandigheden.

In schema (kijken of me dat lukt):
Onder situatie 1 bevind ik me in minder aangename omstandigheid, maar trek ik me daar niks van aan.
Bij de 2e situatie is 't voor m'n lichaam aangenaam vertoeven, maar voel ik de naweeën van de mindere omstandigheid.

Dat is natuurlijk niet te begrijpen. Ik zal 't moeten illustreren. Buiten dat: men gaat niet m'n tekst lezen om zoiets vaags tegen te komen als een mislukte poging iets in een schema te stoppen.

't Wordt al wat kouder. De kachel gaat bij mij onmiddellijk aan zogauw ik thuis kom. Belangrijker nog: hij gaat aan zogauw ik 't bed uitstap. M'n lichaam heeft een grote voorkeur voor de comfort van warmte, & niet te veel kleren aan.
Die kachel gaat natuurlijk niet aan op 't moment dat ik middernachtelijk rondwaar. 't Is ondertussen een gewoonte van m'n lijf geworden, ik kan 't niet meer tegenhouden, 't zit in z'n systeem, een klein ½ uurtje, meestal zo rond de klok van 5, wakker te zijn (bij nalezing een ingewikkelde zin, maar probeer 't maar 'ns anders uit te drukken). 't Wordt in 1e instantie veroorzaakt door de grote behoefte de blaas te legen, maar door deze tocht toiletwaarts raakt m'n geest blijkbaar ook ietwat aktief. Niet meer tot slapen bereid. Om die enigszins te kalmeren vermaak ik me op dit godsonvruchtig uur met wat teksten, op papier dan wel op internet.
Een ½ uur lang zit ik spiernaakt, ik pleeg nu 1maal in die hoedanigheid m'n nacht in bed door te brengen, in een ijskoude kamer. Zonder ergens last van te hebben.
Bij 't uiteindelijke ochtendritueel, ik ben geheel wakker, de kachel staat al een poos te loeien, ik heb in de koude keuken thee gezet, boterhammen gesmeerd, na al die afzonderlijke delen van 't ochtendritueel doorlopen te hebben, verga ik van de kou zogauw ik de kamer, de warme kamer, wederom betreed.

Ander kort voorbeeld: de hoeveelheid boterhammen die ik 's ochtends consumeer.
Sta ik vroeg op, men moet daarbij denken aan een uurtje of ½ 9, heerlijke werktijden als ik heb, dan eet ik zeker 3 boterhammen. Heb zelfs trek in de 4e. Ik moet me daarin tegenhouden, want ik weet dat ik 't prettig vind om op m'n werk ook nog 3 boterhammen te nuttigen.
Laat opstaan (± 10 uur, soms iets later) betekent slechts met moeite 2 boterhammen naar binnen werken. & Dat niet eerder dan een uurtje of 11-½ 12.

Dat snap ik dus niet. Die tegenstrijdigheden. Kan dat niet wat consequenter, zou ik m'n lichaam willen vragen. Er bestaat toch zoiets als biorithmiek? Dat zelfde verschijnsel dat m'n lichaam dwingt tot nachtelijk ijsberen over 't internet/in boeken. Dat zelfde verschijnsel dat me dwingt 't toilet te bezoeken tussen de 1e minuut van uit bed gestapt zijn & een ½ uur erna.

't Zou me misschien wat geld kunnen besparen, als ik ook overdag in adamskostuum zonder kachel kon leven. Trek ik desnoods een broek aan om de achterburen een enigszins fatsoenlijk uitzicht te bezorgen. 't Zou in ieder geval wat consequenter van m'n lichaam zijn. & Mij minder tot peinzen aanzetten.

& Zijperspace valt niet in schema's te vatten.

winterverhaal

Ik kon zeuren wat ik wilde, maar naar school moest ik. Niet dat ik 't erg vond door de sneeuw m'n weg derwaarts te ploegen; niets zo heerlijk, in mijn opinie, als afzien dankzij de weersomstandigheden. Een sneeuwstorm maakte 't genot nog wat genoegzamer.
Maar liever had ik onder deze omstandigheden niet aan huiswerk, leren, docenten of klaslokalen gedacht, & des te meer aan hoe ik m'n broers lekker kon inpoeieren met sneeuw.
Als je vader echter in 't onderwijs zit, zelfs directeur van een school is, dan zal je nimmer verlost worden van 't plichtsbesef op school te verschijnen. Zeker niet op 't moment dat moeders de boterhammen besmeerd & thee zet voor 't hele gezin. Iedereen diende z'n plicht te doen & Pa nog een tukje.

Onder de barre omstandigheden die de sneeuwstorm schiep, hadden slechts 100 van de ong 1000 leerlingen de tocht naar school durven & kunnen maken. Waaronder 5 van de xamenklas. Die werden door onze directeur evengoed gesommeerd richting tentamenlokalen te gaan. De rest mocht naar huis. Te veel leraren & leerlingen waren afwezig. Lesgeven voor & door een handjevol had geen zin.
Dus ik kwam thuis toen m'n vader nog maar net klaar was met z'n hoofd nog 1 keer omdraaien. Onherkenbaar wit verscheen ik aan z'n ontbijt. De mooiste tocht in m'n leven tot dan toe achter de rug.

Als beloning voor 't niet verzaken van m'n schoolplicht mocht ik met Pa mee naar de Lichtbaak. Als we er ooit terecht mochten komen. Via de radio had men geadviseerd de auto te laten staan, binnen te blijven, eten uit de voorraadkast te halen. M'n vader's plicht op school te verschijnen was echter vele malen groter dan die van een simpele leerling of docent. Als directeur runde hij de boel, zonder hem kon de school niet bestaan, konden leerlingen niet leren, leraren niet onderwijzen. De kondities moesten ook op dit soort dagen optimaal zijn. Voor zover 't onder de verantwoordelijkheid van m'n vader viel & hij daar mogelijkheid toe had.
Dus ging-ie naar school om nog wat kopietjes te maken voor de volgende vergadering.
Ik mocht mee om toch m'n moeder niet te veel tot last te zijn. Die had nl nog 5 andere zonen plots onder haar hoede.
'Neem Carel & Quint ook maar mee,' zei ze vlak voor vertrek. Maar die gooiden liever sneeuwballen naar elkaar.

't Was levensgevaarlijk, maar o zo leuk, die tocht met de auto. Er was weinig tot geen verkeer, waardoor we van de ene naar de andere van de weg konden schuiven, met een ½ rondje af & toe er tussendoor. We zagen weinig, hoewel 't sneeuwen inmiddels minderde, maar we naderden toch gestaag de Lichtbaak.

M'n vader vroeg of ik ff de telefoon op wilde nemen. We hoorden 'm buiten al rinkelen. Niemand aanwezig om de mensen te woord te staan.
Wat moest ik dan zeggen?
Dat er geen les was vandaag. & Morgen wel.
Hij gaf me ook een blaadje. Kon ik turfen hoeveel moeders er gebeld hadden.
Kon hij ondertussen z'n kopietjes draaien.

Rond 1 uur werd 't stil. Ik had alle moeders aan de lijn gehad. M'n vader had genoeg papierwerk geproduceerd voor de bestuursvergadering. De storm was volledig gaan liggen.
M'n rechteroor was roodgloeiend. Niet van de kou. M'n vader had tussendoor de verwarming in de kamer van de administratie aangezet. Daar hing de lekkerste telefoon. Met een uitschuifbare & draaibare veer. Kon ik alle kanten op bewegen.
Er stonden 150 streepjes voor me. Ik voelde me de belangrijkste telefonist van de wereld. Ik had de sneeuwstorm overwonnen. Meermaals. & Ik had iedereen te woord gestaan. Ik wist wat ik later ging worden.
1e Vereiste bij mijn latere baan als telefonist vond ik wel een goede drankautomaat. Waar ze net zulke lekkere warme chocolademelk hadden als op de Lichtbaak.
& Daarnaast toch ook maar meer meisjes. Ik miste de aandacht van de meisjes van m'n vader's school toch wel een beetje. 't Was niet leuk om door 't gebouw te lopen & niet 't idee te krijgen dat je de enige jongen bent. Daarvoor had je gegiechel & gefluister nodig. & Geen moeders die bezorgd vertelden dat hun dochters vandaag niet op school konden komen.

De telefonist hebben we toch maar afgeschaft in Zijperspace.

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van Kika. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

ping

Ping-Site Form

Beste mede-webloggers,

Willen jullie allemaal zo vriendelijk zijn je in te schrijven bij Weblogs.com, zodat je mee kan doen met 't 'pingen', zogauw je een stukje geschreven hebt. Vervolgens ook nog 'ns lid te worden van 't clubje blogrollers, waar ondergetekende zich kortelings ook aan heeft toegevoegd, zodat een eigen blogroll (ik heb er al 1, maar er zijn momenteel nog niet genoeg webloggers onder m'n favorieten die reeds meedoen) samengesteld kan worden.

Waar Zijperspace natuurlijk ook aan toegevoegd moet worden.
(Met dank aan Low)

Update: Ik snap er alleen geen ruk van. Moet je nou dat ding op je eigen blog plaatsen, kan-ie als side-bar funktioneren, & hoe krijg ik 't voor elkaar zonder m'n weblog ermee te ontsieren?
2e Update: Nu wordt 't dus serieus voor de dames & heren collega's. Men zal vanaf heden moeten 'pingen'; via 't Ping-Site Form kenbaar maken dat je weblog vernieuwd is. Anders komt men niet bovenaan mijn linklijst te staan, blijft men altijd onderaan de lijst, & krijgt men minder hits. Dat wil je niet als weblogger zijnde. Dus doet uw best, waarde collega's, & start pinging.

drenkeling

Ik was bijna over de brug toen ik links op de gracht een jongen met een aanloop op een man van middelbare leeftijd zag afstormen. De jongen gaf de man een zet, zodat deze achterover de water in kukelde, & rende vervolgens achter z'n vrienden aan. Lachend over z'n daad.

Iedereen stond stil. De man ploeterde in 't water.

Ik rende naar de walkant. Stak m'n hand uit naar beneden.
'Kan je bij m'n hand?' vroeg ik aan de proestende man.
'Ja, ja,' antwoordde hij timide & pakte de aangeboden hand vast.
'Hey, help me,' zei ik met een lichte hoofdbeweging naar de omstanders. Een roze buurt gevuld met massa's mensen, maar ik was in m'n 1tje bezig een man 1 meter omhoog te trekken.
De opmerking had echter effekt. Een 2e hand werd naast me uitgestoken. Iemand pakte me vast bij m'n middel. & We trokken.

'Ho, stop, ho, please,' zei de drenkeling, 'ho, I have to pee.'
We hadden z'n lichaam al bijna uit 't water, alleen z'n benen hingen er nog ½ in, maar hij moest opeens plassen.
De man droeg een bril, ondanks z'n val was die er niet afgevallen. Hij had een tas bij zich. Die had-ie aan 1 van de omstanders gegeven voordat men begon te helpen bij 't optrekken. Een plastic tas, met enkele losse spulletjes. Niets van waarde blijkbaar, maar belangrijk genoeg om vast te blijven houden terwijl-ie in 't water lag. & Belangrijk genoeg om in bewaring te geven aan de mensen aan de wal. Hij was blond, maar al druk onderweg te kalen op z'n kruinen. Zou dit een hoerenloper zijn, vroeg ik me af, 't stereotiep van een hoerenloper?

Ik zat te denken dat-ie nu net zo goed omhoog kon komen & z'n broek aan de kant vol kon pissen. Wat maakte dat met 't natte pak nog uit? Niemand die 't op zou vallen tussen alle druppels die van z'n natte kledij zou druipen. Maar hij wilde blijkbaar die xtra vernedering niet aangaan. Hooguit tegenover z'n redders, die 'm al in deze ontredderde situatie meemaakten.
We hoorden 't zachte geklater in 't water gelaten aan. Terwijl we 'm een ½e meter boven 't water uit hielden. Ondertussen namen er hele drommen mensen vanaf alle kanten 't schouwspel waar. Ze bleven er voor stil staan. & Wij lieten de man net zo stil hangen. 't Werd slechts door 't licht geklater verstoord.

'Waarom gebeurde 't nou?' vroeg ik 'm.
'Ik weet 't niet.'
'Kende je die man?'
'Nee, ik had 'm nog nooit gezien.'

'Yes, I'm ready,' zei hij.
Hij sprak engels zogauw ik 'm niet aansprak. Ik was de enige medelander onder de groep mannen die 'm er uit zou trekken. Hij kon in z'n eigen vertrouwde taal spreken, maar hij gaf er in deze toestand de voorkeur aan engels praten. 't Schiep een afstand, zo leek-ie te voelen. Een afstand tot z'n schande.

We trokken 'm omhoog. Hij was klaar met z'n plasje. 't Lichaam moest zich nog ff plooien in de stap die 't moest maken om veilig aan wal te kunnen stappen. Hij stak z'n voet uit; we trokken 'm nog wat hoger; wal; op 't droge.

Hij kreeg z'n tas aangereikt.
'Thank you.'
'Gaat 't een beetje?'
'Ja hoor.'
Hij keerde zich om. Hij verdween dezelfde kant op als de engelse hulptroepen. In de massa die over de Oudezijds Achterburgwal trok. Hij keek me nog heel ff aan. Een korte glimlach. Een glimlach van een slachtoffer die niet wilde dat iemand 't te weten zou komen. In z'n hand hield-ie z'n plastic AH-boodschapentas. Niet bij de handvaten, maar gekruld afgeknepen. 't Droop, net als z'n kleren.

Ik stond in m'n 1tje op de plek waar de man zoëven had gestaan, voor de tuimeling 't water in.
Ik zocht m'n gezelschap. Iedereen was verdwenen in nog geen 10 seconden. Er was niks dan een schuivelende massa, anoniem wederom.
De herinnering leek vervlogen met de verdwijning in 't publiek. Ik kon niemand meer vragen of 't echt gebeurd was. Behalve Pes, die 't geheel vanaf de brug had staan observeren. Precies op de plek waar ik was begonnen met rennen.

Waardoor de werkelijkheid nog net lijkt te bestaan in Zijperspace.

zondag

De zon op zondag is anders dan die van doordeweeks. Ongemerkt beïnvloedt-ie je stemming, doet de dag langzamer verlopen & zet-ie de wereld in een zachtere kleur. De zon op zondag is een trage zon.

De zon op zondag heeft al veel op z'n geweten. M'n vader kreeg er zin van om jazz-platen te draaien, de ganse dag. Waarop wij zo snel mogelijk de deur uit wilden of de neiging kregen te stampen op onze eigen kamer. Stampen op André van Duin of de sprookjes van Grimm. Mocht niet van Ma, maar we hielden 't zeer dwars zo lang mogelijk vol. We konden de jazz niet aanhoren.
't Kwam door de zon, wist ik later pas. M'n moeder zou dat vast nooit geloofd hebben.

De zon op zondag scheen door de ramen van de kerk. Glas in lood tekende een frivool spel van kleurtjes op de tegels & 't altaar. 't Deinde mee op de liederen die gezongen werden. 't Besprenkelde stiekem de jurk van de pastoor. Speciaal daarvoor droeg-ie een crème-kleurige jurk, waar men alle kleurtjes op kon ontwaren. In 't geniep was de pastoor op zondag net zo ijdel als de zon.
't Vrolijk dansen van de kleuren was 't enige dat afleiding gaf naast de tekening op de voorkant van 't misboekje. Maar omdat de zon 't elke week wéér deed, ging 't spel vervelen. De mis duurde steeds langer.
Dat kwam door de zon, realiseerde ik me later. De zon deed de tijd stil staan.

De zon op zondag valt langgerekter, verwarmt je tot slaapverwekkend, & laat traag de dag aan je voorbij gaan. 't Vergt meer concentratie 's zondags een boek te lezen, de bladzijden lijken aan elkaar vast te plakken door de trage letters, die pogingen doen m'n oogleden tot slaap te hypnotiseren.
Weet je doordeweeks hoe de dag er uit ziet, alles staat in volle schijn van 't weer van de dag, op zondag zie je 't verschil niet meer tussen geel & geel. Alles heeft diezelfde laag vernis, zacht gelig dof glanzend vernis, over zich. 't Doet je verlangen naar een winterse sneeuwstorm. Maar dan op een doordeweekse dag.

De zon op zondag is een duinlandschap. Een heuvel zand waar kinderen oorverdovend van af komen rollen. Een moeder onderaan wachtend met de ijsjes-beloning. Een vader die de ongehoorzame zoon een tik op de billen geeft. Een wandeling door lage bomen over kms schelpenpaden. Een 'Kijk, kijk, kijk daar nou eens' vele malen over natuurevenementen die bijna altijd aan mijn waarneming dreigt voorbij te gaan.
De zon die leert dat de zondag beter voorbij kan zijn dan ooit begonnen.

We hebben nog steeds een abonnement & hij verschijnt 1maal per week in Zijperspace.

schaduw

Jahahaha.
Dan komt men zomaar terecht op Zijperspace. Alsof 't niks is.
We kunnen overal komen, de sky is de limit, dus Zijperspace behoort aan ons.
Wij zijn stoer, we beloven de toekomst te hebben & Ton die schrijft ook.
Hij belooft 't te doen. Zo zegt-ie.

Ik heb bomen, & schaduwen in grotten die mijn eigen wezen niet beschrijven. Zeker niet zoals Plato 't bedoeld zou hebben.
Heeft u uw eigen werkelijkheid al via schaduwen proberen te benaderen? Ik geloof daar niet in. Mijn schaduw vertelt nl niets over 'tgeen zich afspeelt met m'n buurvrouw. (Als ik zo vrij mag zijn haar buuv te noemen). Alles is verborgen, overdreven, in nachteljike duisternis, misschien wel niet waar. 't Schijnt dat schaduwen dat kunnen vertellen.

Ik geloof in plots oprispende niet-weterige overdonderende behoeftes van de mond vol willen plakken met eigen lippenstift. Ook al draag ik dat dan nooit.
Ik geloof in verwarrende taal. Vooral als ik dat zelf presenteer. & Men poogt te luisteren.
Daar geloof ik echter dan weer net niet in.
(ik moet eerlijk zeggen: ik geloof in gesprekken met vrouwen, langzaam leunende lichamen die mij bekend voorkomen; geschuif van herkenning, een schaamte van een stap te dichtbij: een golf van vrouw, een golf van man, een golf van een stap verderweg).

Ik heb mijn 14 dagen van verwarrende bezigheden. Ik ben nu al zover dat ik 't zelf niet meer wil begrijpen.
Ik wil al hilarisch zijn. Ik wil al terecht komen in net alsof ik beter weet. Ik wil al slepen met m'n rechterbeen, tentoonspreidend dat ik 't niet meer bijhoud.

Daarnaast zou ik willen dat ik m'n eigen woorden niet herhaal. Gewoonweg daar zijn.
Er zijn.
& Snappen.
(vooral dat snappen, dat kost mij grote moeite; heeft u al geleuter over snappen volledig begrepen?)

Men zou eigenlijk alleen maar moeten begrijpen dat 't best moeilijk is. Een man. Een vrouw. (heb ik dat al gezegd?) & Daar verschrikkelijk veel variaties op.

Ik kan composities maken. Ik zoek alleen de juiste noten.
Pardon.
Als ik u lastig val, mevrouw. (ik wil u terug)

Over rondzwervende ongeleide projektielen in Zijperspace.

dubbel

Zal ik een paracetamolletje nemen of zal ik 't bier op 't bockbierfestival z'n herstellende werking laten doen?
Zal ik me nu gaan douchen of zal ik nog een tijdje zwelgen in de geuren van gister?
Zal ik boodschappen gaan doen of zal ik 't gewoon maar een beetje aan laten waaien de komende week?
Zal ik nog een stukje schrijven of is de waarschuwing van gister op zich al voldoende?
Moet ik me tevreden voelen met 't feit dat de omgewaaide boom volgende week uit m'n tuin zal worden getakeld of is 't eigenlijk ook weer iets droevigs?
Hebben bomen gevoel? Of is iets dat niet denkt dood in 's mensens geest?
Moet ik wel blij zijn met de grotere hoeveelheid zon die voortaan in m'n tuin & huis zal vallen?
Zal ik me nog gaan scheren vandaag?
Was 't gisteren leuk of begint de lol vandaag pas?
Waarom draai ik de cd van the Libertines nu alweer voor de 5e maal, terwijl ik weet dat ik heel snel verveeld van pas aangeschafte muziek kan raken?
Moet ik alvast voorbereidingen treffen op 't bezoek van familie volgende maand? & Al m'n t-shirtjes gaan vouwen, stapelen, opruimen? Terwijl 't misschien meer zin heeft dit vlak voor de visitage te laten plaatsvinden.
Hoe bepaal ik waar ik gaatjes moet boren voor de boekenkast? Zal ik 't toch maar uitstellen tot een onverlaat met technisch inzicht langswipt? Bestaan die wel in m'n kennissenkring?
Waarom heb ik 1½ jaar geleden een kast van Bas aangenomen, terwijl ik er niets in wegstop?
Zou T-Jo wel tevreden zijn met 't resultaat van zijn suggestie? Of ben ik vandaag gewoon te lui, te doorleefd, te vermoeid van uren comp & drank & redeneren om er nog iets van te maken? Had ik beter kunnen beginnen aan de wintervertelling voor Kika? Terwijl de zon akelig veel 't zicht op de comp verduisterd? Is dat laatste een mooie tegenstelling?
Heb ik een dip? Wie zegt dat?

Moet ik nog maar 'ns na gaan denken over de dubbele gevoelens die heersen in Zijperspace?

Dit ihkv geleverde suggesties nav 't stukje wachten, waar overigens nog altijd meer aan toegevoegd mag worden. Dit schrijven is tot stand gekomen dankzij de suggestie van T-Jo. Wordt vervolgd zolang de voorraad strekt.

schaamte

Wat mij betreft is 't bij deze afgelopen. Ik verzoek de redaktie van 't citatenlog, vriendelijk, maar o zo verschrikkelijk dringend, zinsnedes, uitlatingen, 'citaten' zogenoemd, van oorsprong van Zijperspaciaanse afkomst, te verwijderen.
Ik wil niet meer dat ze hier genoemd worden.
Ik wil niet meer geassocieerd worden met de rest.
Zonder beledigend te willen zijn tegenover m'n medewebloggers. Ik weet, ze doen hun best, ze schrijven allemaal op hun eigen persoonlijke manier. Ze zijn allemaal vast reuze blij dat hun uitingen hier in verkorte vorm te lezen zijn. Met een leuke verwijzing naar hun eigen website. Gratis er bij kado.

Maar ik wil niet goedkoop leven. Ik wil niet voor een dubbeltje op de 1e rij. Ik wil niet dat men mij associeert met citaten die geen citaten zijn.
Ik wil dat men uit mijn teksten gesprokkelde citaten ziet als oorspronkelijk, vindingrijk, ontroerend, verrassend, spitsvondig, eigenwijs, gevat, kortom: van enigerlei kwaliteit. Zodat men tijdens 't lezen ervan voor een moment stilstaat & denkt: 'Hé, ik besef opeens dat ik denk.'
Simpel als wat. Men moet beseffen dat 't schrijven van een zin niet iets vanzelfsprekends is. Men moet kunnen zien dat er op een manier geschreven kan worden zoals de meeste mensen niet dagelijks hun eigen papier hanteren. Laat staan hun toetsenbord.
Ik zou willen dat dát naar voren treedt, bij een citatenlog. Dat mijn opgenomen zinsnedes niet zomaar vanzelfsprekend daarvan deel uitmaken.

Dat doet 't niet. Ik vind dat mijn stukjes door 't slijk gehaald worden (zo arrogant ben ik inderdaad) als ze in dezelfde verzameling staan als dat de laatste tijd alhier verzameld wordt.

Stelt u zich voor: ik zou een hit gecreëerd hebben, & die komt uiteindelijk zonder mijn toestemming terecht op een verzamelaar als 'Alle 13 goed' (zo heetten dit soort verschijnsels in mijn tijd); ik zou 2 weken lang de straat niet meer op durven. Ik zou m'n moeder al die tijd niet onder ogen komen. Uit angst dat ze zou kunnen oordelen dat ik enig kwaliteitsbesef ontbeer.

Wederom verzoek ik de redaktie, vriendelijk, maar o zo verschrikkelijk dringend, mijn bijdrages (voor zover ik kan zien: niet vrijwillig geleverd) te verwijderen. Ik wil niet meer hiermee geassocieerd worden.

Een groeiende ergernis over 't ontbreken van kwaliteit in de selekties van de heren WA & Patrick heeft mij tot dit besluit doen komen.

Ik schaam mij dood.

& Schaamrood is fataal voor 't voortbestaan van Zijperspace.

overuren

Ik ga een drukke tijd tegemoet. Ik ga mij onder de mensen begeven. Buiten 't werk om, in m'n vrije tijd, tussen nu & de 17e oktober staat m'n agenda (die ik natuurlijk in 't geheel nooit hanteer, daar er normaliter geen noodzaak toe is) vol. Ik zal tussen massa's mensen staan, vrienden ontmoeten, feesten vieren, orkesten bezoeken, festival genieten. Toevallig omdat 't zo uitkomt.

Een dergelijke drukke tijd moet je geestelijk van te voren grondig aanpakken, terdege jezelf bewust zijn dat 't een uitputtingsslag kan zijn, dat er roofbouw op je lichaam gepleegd gaat worden.

Ik heb me in zoverre voorbereid dat ik de was alvast gedaan heb. Ik heb minstens 100 t-shirtjes tot m'n beschikking, 4 broeken, 10 paar sokken, 20 onderbroeken (waarvan ik hoop dat ik ze niet allemaal zal hoeven te gebruiken), & nu wilde ik verder gaan met de opsomming, maar dat was 't. Ik had natuurlijk uit kunnen wijden over m'n jassen; is niet interessant, want ik gebruik er toch maar 1; & 'tzelfde geldt voor sweaters, die bij mij de funktie hebben als onderjas.

Daarnaast heb ik voor 2 weken de afwas gedaan. Waarmee ik bedoel te zeggen dat ik hooguit 1 keer in de 2 weken normaliter de vaat doe. Ik heb de vuilniszak vervangen. Een nieuw potje medicijn aangevraagd ('Nasonex?' vraagt m'n huisarts. 'Ja, nasonex.' 'Dat gebruikt u al een paar jaar, toch?' 'Nou, iets minder dan een jaar volgens mij; 1st had ik flixonase. Maar volgens de specialist in 't ziekenhuis kon ik 't m'n leven lang gebruiken.' 'Oh,' zegt-ie verwonderd, 'Volgens mij zit er pretnison in. Dus dat waag ik te betwijfelen.' Hoe een huisarts je humeur kan bederven, denk ik dan, zo vlak voor een periode die slechts plezant hoort te zijn.), genoeg voor nog een maand spuiten.

& Enkele dagen van te voren ben ik begonnen met grote hoeveelheden drank tot me te nemen. Ik moest reserves opbouwen, anders val ik ergens ½erwege neer. We beginnen immers met 't bockbierfestival. Dat vergt energie & kracht van de lever, tenslotte. Die gaat overuren maken.

Men begrijpt 't: ik ga niet onbeslagen ten ijs. Tevens staan de voorraden wc-papier klaar. 't Toilet is schoon. 't Bed verschoond. De ijskast vol, incluis de vriezer. Boeken uitgelezen (hoewel er nog een stapel ongelezen klaarligt). Schoenen gepoetst. Accept-giro's bij de bank ondertekend ingeleverd. Kaartjes gekocht. Afspraken gemaakt. Maaltijden op voorraad. Fietsketting gesmeerd.
Men kan 't zo gek niet bedenken of ik heb er wel aan gedacht.

Tot zover de berichtgeving. Ik hoop dat ik tussendoor nog tijd overhoud om verslag te doen van m'n wederwaardigheden gedurende deze roerige tijden, of dat ik verder kan gaan met de stukjes op 'verzoek', maar vooralsnog weet ik niet hoe ik mij daar toe in staat moet stellen. Een dag telt immers slechts 24 uur, zo luidt een oude volkswijsheid, waar ik overigens een gloeiende hekel aan heb.
Ik ga.

Over een kwartier wordt de afvaardiging van Zijperspace verwacht.

boomdood

Boom valt om. Wordt omgeduwd door wind. Blijft hangen tegen boom 2 huizen verder. Schuine hoek van ong 60°. Boom moet dood. Weggezaagd.

Maar wel zo goedkoop mogelijk. Derhalve de woningbouwvereniging gebeld. De boom stond er immers al voordat ik hier kwam wonen. 't Mocht mij geen geld gaan kosten.
Er werd mij verteld dat er iemand ingeschakeld zou worden.

Ik droom dat ik de stam van de boom bestijg. Schuin loop ik omhoog. In m'n hand de zaag, motorzaag, klein handzaagje, kniptang; ik draag 't allemaal omstebeurt. Ik pas m'n droom aan, naarmate ik 't gevoel krijg dat 't materiaal te eng kan reageren. Ik wil wel prettig dromen, tenslotte.
Ik klim vooral. Zonder te klimmen. Ik loop eigenlijk over de bast van de boom omhoog. 't Vergt geen moeite.

Er ligt een briefje in m'n brievenbus. Van de heer Vos. Hij was langs, ivm melding van omgevallen boom. Trof niemand aan. Of ik binnen nu & 10 dagen wilde reageren. Via onderstaand nr.

Ik ben een held. Niemand kan bomen klimmen zoals ik. Zo zonder ondersteuning, zo gevaarlijk balancerend, zo rustig onder 't gewicht van de motorzaag, die toch allerlei verwondingen zou kunnen veroorzaken.
Dus word ik wakker. Ik mag niet aan de dreiging van de dood denken. Ik mag niet aan een bloederig eindresultaat denken bij 't zoeken naar een oplossing voor 't probleem. De takken moeten er af, niet de ledematen van de uitvoerende, ook al slaapt-ie.

De heer Vos heeft een vrije dag. Vertellen ze me na een dag bellen, na een dag berichtjes doorgeven aan de heer. Berichtjes met m'n mobiel nr. Met m'n werktijden. Met de tijden dat ik vrij thuis zit. 't Rooster van m'n huisarts. Info over m'n buren. De mooiste aanbiedingen bij de supermarkt. De werkschema's van vuilnisophaaldiensten.
Dhr Vos kan tevreden zijn over zoveel ijver. Vooral vanwege 't feit dat deze info reeds om 8 uur 's ochtends voor hem gereed staat.
Helaas is de heer Vos er op dat moment niet. De rest van de dag niet, zoals blijkt. Later.

Ik heb geen liefde voor bomen, droom ik verder. Ik ben een bomenbeul. Ook al laat ik anderen 't karwei opknappen.
Voor de bank van de jury probeer ik mezelf vrij te pleiten.
'Hij hield al vroeg in de lente veel van de warmte, de heerlijke vroege voorjaars-zonnewarmte tegen. Hij ontnam me van grote delen levensvreugd als ik zag dat de buren reeds op 17 februari in de zon konden zitten & ik moest wachten tot de 16e mei. Vanaf 12 uur 's middags. Niet eerder.
& Dan noemt u mij een bomenbeul? De boom maakte mij de martelaar van mijn eigen verlangen naar levensvreugd.'

Eindelijk komt de heer Vos. Met achter 'm aan gehobbeld..... Luistert u zelf maar.
'Hai, ik ben Karin Wielaerts, van de bewonersvereniging 't Oosten. Ik loop vandaag mee...'
'Ik loop snel naar achteren,' onderbreek ik haar. 'Ik moet zo naar m'n werk.'

'Die boom moet dood,' weerklinkt m'n droom in m'n dagelijks leven. Uit de mond van de heer Vos. 'Dat wordt niks meer,' leg ik 'm in de mond, 'hoewel-ie 't grootste gedeelte van de val al heeft gehad (hij zal nog maar weinig schade aan kunnen richten). Maar hij heeft bijna geen wortels die 'm vasthouden. Hij mist 't vermogen nog iets van z'n leven te maken.'
Hij moet dood, probeer ik te zeggen. Hij hoort hier niet.
Mevr Wielaerts kakelt verder.

In m'n droom ben ik hoofd van de vreemde-bomenpolitie. Arresteer de meeste bomen, vanwege ongepermiteerd hier wortel te hebben geschoten. Ik ben streng, maar snel tot hakken bereid.

Niemand mag er last van hebben in Zijperspace.