bewerkstelligd

Vlak voordat ik zou vertrekken richting mijn oudejaarssamenzijn is 't me gelukt (veel, veel, heel veel dank aan de medewerker 2e lijn van de mxstream-helpdesk) de verbinding met internet op m'n nieuwe comp te bewerkstelligen.

Bij deze wil ik dankzeggen aan Jan, Tabe & Aäron & vooral ook m'n moeder die ongerust opbelde met de vraag of 't wel goed met me ging. Wellicht hebben anderen gereageerd via meel of m'n reaktie-ding, maar ik heb nog niet de moeite genomen dit te controleren. Ik dank ook hun.

Voor de rest wens ik eenieder een prettige jaarwisseling.
Mijn oudejaar kan sinds 5 minuten niet meer stuk, dus ik laat komen wat komen gaat in 't nieuwe jaar.

Binnenkort wordt Zijperspace weer met enige regelmaat gevuld.

PS: Wilt men de mogelijkheid hebben tot 't ontvangen van meel vanuit Zijperspace, stuurt u dan zelf ff een berichtje naar 't bekende adres; dan kan ik mijn adressenbestand weer ietwat vullen. Voorlopig heb ik toch nog niet m'n oude harde schijf overgezet, dus zal ik wel een tijdje de daar opgeslagen gegevens moeten ontberen.

stoer

'Jij bent Marjan,' zei ik.
'Hoe weet jij dat?' vroeg Marjan verbaasd. 'Wie ben jij dan?'
'Wacht. Ik zet m'n pet wel ff af. & M'n bril. Ik ben Ton. Ton Zijp.'
Langzaam kwam er iets van herkenning in haar ogen.
'Ik zat bij jou in de klas,' vulde ik aan. 'In ieder geval in de 1e klas.'
& Opeens kreeg ik 3 zoenen op m'n wang.

Ik dacht ook al eerder een Remco tegen te zijn gekomen.
'Hé, Quint,' zei ik tegen m'n broer, 'da's toch Remco die bij jou in de klas gezeten heeft?'
Maar op 't moment dat-ie naast me kwam staan dacht ik zelfs dat-ie bij mij in de klas gezeten had. Was niet waar, wist de jongen te melden. & Remco heette hij ook al helemaal niet.
'Hij heeft bij mij op de lts gezeten,' vertelde Quint 5 minuten later.
'Ja, precies,' zei ik, 'daar zat-ie toch bij jou in de klas? & Hij was toch misdienaar?'
'Ja, dat kan best kloppen.'
'Als-ie op de trap voor 't altaar zat als misdienaar ging-ie altijd uit z'n neus vreten. Toch? Iedereen keek terwijl hij vrat.'
Hij heette dan wel geen Remco, maar 't was wel de Remco die ik eigenlijk bedoelde.

Marjan was ik ook voor 't 1st bij de kerk tegengekomen. Daar waren we per ongeluk verzeild geraakt op onze 1e dag op middelbare school. De Nicolaas-kerk. Een mis zou plaats gaan vinden. Ter introductie op 't nieuwe jaar. De nieuwe leerlingen zouden de zegen meekrijgen van God. Iets dergelijks, in ieder geval.
Zij was een stoer roodharig meisje met een pleister op haar wang. Ik was een verlegen jongen die een stoer meisje van z'n levensdagen niet aan zou spreken.
Na de mis bleek ik bij haar in de klas gezet te zijn. Klas 1-H. Ze mocht 't hele jaar door 't onbereikbaar stoere meisje spelen. Ze wist dat ik bij haar in de klas zat, maar dat uitte zich niet sterker dan 't pesten van 1 van de kleine jongetjes. Voor de rest bestond ik niet. Nou ja, ze had me als sinterklaassurprise ooit een kaars gegeven. 't Leek me toendertijd dat ze daar 't beoogde budget mee opgemaakt had.
De verdere 5 jaren op 't Johannes College zag ze me nooit meer staan.

Nu had ze me plotseling 3 keer gezoend. Meer zoenen dan gedurende de tijd dat ik met haar op 't Johannes College had gezeten, 20 jaar geleden.
Ze vertelde me de volgende 15 minuten oa dat ze slechts 2 keer verliefd was geweest in haar leven. Iets verderop zat haar vriend. Ik kon uit haar verhaal niet opmaken of hij bij die 2 keer hoorde. Hij woonde in Duitsland, was enkele jaren geleden geëmigreerd, had gevraagd of zij meeging, maar zij wilde liever in Den Helder blijven.
'Daarom snapte ik ook nooit waarom andere mensen perse naar Amsterdam wilden. Ik hou wel van die overzichtelijkheid van een stad als Den Helder. Kijk hier in de kroeg. Ik ken iedereen. Ik heb nooit dat ik vragend om me heen sta te kijken van wie er nu weer allemaal in de kroeg zijn verschenen. Er zijn altijd bekenden.'
'& Dat is waarom ik zo snel mogelijk uit Den Helder wegwilde. Altijd weer diezelfde nietszeggende koppen.'
De kroeg ging dicht. Haar vriend zat nog steeds van verderop naar ons te kijken. Speciaal voor kerst was-ie over, had ik ondertussen te horen gekregen. Terwijl ze me dat vertelde schuurden haar borsten tegen m'n elleboog. Dat betekende niks, maar ik vond 't vreemd zo dichtbij een vroeger stoer meisje te staan. Onbereikbaar was ze ooit. Ze bezat nog steeds die kenmerkende rode haardos, maar 't model dat er in zat zou 15 jaar geleden al als antiquarisch zijn bestempeld.

't Volle licht ging aan in de kroeg. Ze boog weer voorover. Ik zette m'n pet opnieuw af, zodat haar voorhoofd er niet tegenaan zou stoten. We gaven elkaar weer 3 zoenen op de wang.
Ze wenkte haar vriend. Ik keek waar Quint was gebleven. M'n pet ging weer op; ik hoefde toch niet meer te zoenen vanavond. 't Was tijd om naar huis te gaan. M'n logeerbed in Den Helder.

't Werd tijd om 't verleden te vergeten van Zijperspace.

brunch

Ik vroeg m'n vader of-ie 't leuk vond dat bijna al z'n kinderen weer 'ns bij elkaar waren. Hij glimlachte & zei dat 't nog wel vaak zou gebeuren, want Ma & hij zouden nog zeker 90 jaar worden.
Dat is nog 20 jaar te gaan, Pa, dacht ik & zei niks, maar glimlachte met 'm mee.

We hadden, bij wijze van verrassing, een kerstbrunch georganiseerd voor 't hele gezin. In 't eetcafé van Quint. Alleen Carel, Franchet & kinderen konden niet komen. Voor de rest was iedereen er.
M'n moeder had aan iedereen afgelopen tijd een beetje door laten schemeren dat ze kerst toch 't meest prettig zou vinden als ze 't met Pa thuis kon doormaken. Tenslotte misschien wel de laatste keer dat-ie 't bewust zou meemaken, gezien de mate waarin z'n geestelijke toestand de laatste tijd was achteruitgegaan. Nog 1 keer bewust met z'n 2-en kerst doormaken had ze voor ogen. Ze had div uitnodigingen van zonen & schoondochters te komen eten daarom al afgewezen.
Dus kwam iemand met 't lumineuze idee dan maar een kerstbrunch te organiseren. Waar m'n ouders plots per ongeluk zouden arriveren.

Zelfs ik was bereid te komen. Ondanks m'n grote aversie van 't kerstgebeuren. Stiekum had ik de nacht bij Quint doorgebracht, na zogenaamd op kerstavond afscheid te hebben genomen van m'n ouders. Kerstavond komen eten zou ik waarschijnlijk nog net doorkomen, had ik vantevoren laten weten.

M'n moeder had verrast gekeken toen ze mij zag. De anderen leek ze al enigszins te verwachten. Gedurende de afgelopen 24 uur was schijnbaar toch al iets van 't plan tot haar doorgedrongen. Van mij verwachtte ze blijkbaar dat ik ook dit jaar kerst zou negeren. Dat ik weer niet zou deelnemen aan de etentjes & kerstvisitaties. Behalve dan de dag ervoor.
'Ik dacht dat je al weer in Amsterdam was.'
M'n vader schuifelde achter haar aan, kreeg een stoel toegeschoven, & liet zich in die stoel gedag zeggen door alle kinderen. Nauwlettend hield-ie m'n moeder in de gaten. Z'n hand, ik zag de beaderde hand van Opa weer voor me, lichtjes trillend op de tafel.
Hij maakte zachtjes een opmerking. Ik luisterde op dat moment niet goed.
'Wat zeg je, Pa?' vroeg ik met m'n aandacht er ditmaal bij.
Nog wat kort gebrabbel. Hij keek vragend. Keerde z'n hoofd voor een kort moment binnenstebuiten op zoek naar datgene wat zich daar net nog had afgespeeld.
'Ik weet 't eigenlijk niet meer,' zei hij zacht.
'Geeft niks, Pa.'

'Wat vindt Pa er nou van?' vroeg ik m'n moeder aan 't eind van de brunch. Marc had z'n best gedaan op sobere wijze een xclusief kerstmaal te bereiden. Nagenoeg alles was opgegaan zonder dat ook maar iemand tekort had gegeten.
M'n moeder glimlachte me bezorgd toe. Een vraag rimpelde op haar voorhoofd terwijl ze antwoordde.
''t Is zo moeilijk te zeggen wat-ie tegenwoordig denkt. Ik zou niet durven zeggen of-ie ergens van geniet of niet.'

Ook in Zijperspace durft men niet te zeggen of kerstmis genietbaar is.

balletjes

Oma kwam bijna elke zondag langs. Oma Zijp. Opa Zijp zat ondertussen in 't verzorgingstehuis De Koogh of anders was-ie inmiddels al overleden. Oma woonde in haar 1tje in de aanleuningwoning tegenover 't bejaardentehuis. De bezoeken van Oma op zondag gingen gewoon door. Ze werd opgehaald door m'n vader, bleef eten & werd weer thuisgebracht. & Daar tussendoor waren de balletjes''. Daar leefde Oma naar toe. Voor haar 't hoogtepunt van de week.

Oma was bijziend. Langzaam maar zeker werd ze blind. Haar gezichtsveld werd steeds meer beperkt door een soortemet kokereffect. Ze kon niet zien dat 't niet prettig was tegenover haar te zitten. Misschien dat ze op haar leeftijd 't besef verloren had dat als je als vrouw wijdbeens gaat zitten er een bepaalde mate van inkijk kan ontstaan. Wij wilden niet tegenover haar zitten. Dan moesten we de hele tijd de onderkant van haar korset aanschouwen.
Waarschijnlijk kon ze geen andere houding aannemen. Haar oude lichaam dwong haar misschien wel daartoe. M'n moeder had 't haar al meerdere keren toegefluisterd als ze een moment onder elkaar waren, maar een week later stonden de benen weer net zo wijd. Naarmate je ouder wordt ontglippen er wel meer dingen aan je aandacht. We konden er voor de rest niet echt mee zitten. Zolang er maar geen andere visite was.

Er ontglipte nog wel meer aan m'n Oma. Maar ik had altijd 't idee dat ze daar wel haar aandacht bij had. Ze ging nl vaak een wandelingetje door 't huis maken vlak voordat 't zover was. Ze stond op van de bank, stommelde richting keuken, waar m'n moeder 't eten aan 't bereiden was, & na een meter afgelegd te hebben hoorde je de pruttels van onder haar rok. Dan was 't beter je gedekt te houden. Snel naar je kamer om je huiswerk af te maken. Of gewoon naar achter, naar buiten, de frisse lucht in, want de geur in de kamer was niet meer te houden.
Zelf slofte ze langzaam verder, alsof er niks gebeurd was, naar de keuken & begon een nietszeggend praatje met m'n moeder over de duif in de boom achter haar woning. Haar reuksporen had ze achtergelaten in de woonkamer. Niemand die daar de komende 5 minuten wilde weerkeren.

't Ging haar om de balletjes. & Dan specifieker: 't reserve-balletje. Wij hadden er allang geen zin meer in. We wisten niet hoe we er ooit aan begonnen waren, maar voor Oma hielden we 't in stand. Op aandringen van moeders. Voor de rest had ze niks meer, werd ons uitgelegd. Als 't aan ons gelegen had was 't eigenlijk allang al afgeschaft, maar Ma bleef vol houden dat Oma er zo naar uitkeek.
Wat voor programma er ook op de andere zender was, om 5 over 8 moesten we naar de lotto-trekking kijken. Iedereen had een gulden ingezet op zijn eigen favoriete nr. Als 't reserve-balletje op dat nr terechtkwam had je de pot gewonnen.
Niemand die 't ook maar iets interesseerde, behalve Oma. & Degene die plots toch de pot gewonnen had. Zo opportunistisch waren we ook wel weer. Meestal was Oma 't die de pot won. Waarschijnlijk voelden ze daar bij de trekking dat dat oude vrouwtje, speciaal voor de uitzending op 20 cm gezeten van 't beeldscherm, ze werd bijkans opgeslurpt door 't tv-toestel zelf, zodat ze 't laatste balletje nog net kon zien vallen, er al haar ziel & zaligheid in kon gooien. Terwijl de rest zo snel mogelijk de andere zender weer aan wilde hebben.

Als Oma had gewonnen nam ze de week erna iets lekkers mee. Of had ze m'n moeder daartoe opdracht gegeven. Dat verorberden we terwijl we ons eigen programma bekeken.
M'n vader & Oma stonden op. Haar jas werd aangetrokken. Ze werd achterin de auto gezet. M'n vader bracht haar weer naar huis.

't Gewone gezinsleven in Zijperspace werd weer opgevat.

kerstkaart

Ik voelde me evengoed wel schuldig, zittend achter de comp, gespannen richting beeldscherm kijkend, me afvragend wat de oplossing zou zijn van weer een volgende puzzel, maar ondertussen mezelf beseffend dat ik in dezelfde tijd een stukje had kunnen schrijven. Ik had echter 't gevoel dat ik ff niet anders kon. Ik moest m'n aandacht wel tijdelijk in 't computerspelletje steken. De druk moest er vanaf. Ik moest weer adem kunnen halen.
Een verslaving is dan makkelijk gevonden. Ook al, of misschien juist wel omdat 't slechts een verslaving van 2 dagen is.

Ik kreeg een kerstkaart van m'n broer. Van mij hoeft niemand nooit niet een kerstkaart van mij te verwachten, ook al weet ik dat 't een simpel gebaar is, veel effekt kan hebben. Juist door 't makkelijke effekt wil ik me er niet meer aan wagen. Ik ben bang dat 't onecht overkomt. Men mag mijn akties niet doorzien alsof 't een streven zou kunnen zijn naar makkelijk effekt. Ik ben strenger. Voor mezelf & voor degenen die met mij omgaan. Degenen die mijn akties, mijn gedrag, moeten beoordelen. Men moet weten dat de liefde die ik geef ook echt bedoeld is. Ik ben zo streng dat niemand ook maar iets van die oprechtheid merkt. Denk ik. Maar meer dan denken weet ik niet.
Ik kreeg dus een kerstkaart van m'n broer. & M'n schoonzus natuurlijk. Daarnaast ook hun dochter, maar ik kan me niet voorstellen dat die verantwoordelijk kan worden gesteld voor de tekst.

Dag Ton,
Waarschijnlijk ligt er een moeilijk jaar voor ons te wachten, waarbij Pa en Moe onze steun hard nodig hebben. Jouw blog helpt ons daarbij. Desondanks het beste voor 2003.


Nou moet men weten dat ik me heel vaak een lapzwans voel. Vooral als ik niet meehelp met de afwas aan 't eind van weer een familie-bijeenkomst. Of dat ik perse vroeg de trein wil nemen, zodat ik weer lekker in m'n eigen huis kan zitten. Veilig, gerustgesteld door m'n eigen omgeving. Of zoals ik in 't verleden niet de voorstellingen wilde bijwonen van weer een vakantie-film (de hele familie verzameld rond 't filmdoek, de kamer donker, de projektor zoemend; alle scenes werden becommentarieerd door de grappen van de broers of 't gierend lachen van 1 van de schoonzussen; als ik een grapje maakte bleek vaak weer dat ik te veel aandacht opeiste; dus kon ik me maar beter opsluiten op m'n kamer).
Waarmee ik maar bedoel dat ik heel graag deel wilde zijn van de familie, veel te graag zelfs. Niemand echter die 't zo slecht kon als ik.

Ik heb nog nooit zo'n kerstkaartje gekregen als die van m'n broer. Ik werd me opeens bewust van 't feit dat ik me niet gekweten had van m'n taak. Door zomaar 2 dagen niks van me te laten horen.
Ik heb een bepaalde verantwoordelijkheid. Ik moet me daar bewust van zijn. Ik heb een taak.

Ik at bij m'n bovenburen vanavond. Een kerstdiner voor 4 etages; iedereen in 't huis was er. Ik had 't bier meegenomen. M'n buren hadden 't eten bereid.
Ik praatte. Net zoals anderen praatten. Maar per ongeluk merkte ik dat ik verhalen zat te vertellen. Over m'n oma. Over m'n familie. Over mezelf. Ik kon zien dat ik verhalen zat te vertellen aan de open monden, de lachende blikken op de juiste momenten. & Ik voelde 't aan de fantasie die ik er af & toe noodzakelijkerwijs aan toevoegde. Anders klopte 't verhaal niet meer. Was de geschiedenis geen verhaal geworden.

Er ligt een moeilijk jaar voor Zijperspace te wachten.

junk

Op zich vallen de verschijnselen wel mee, ditmaal. Ik heb 't al na 2 dagen onder controle. Misschien kan ik beter zeggen: na 2 dagen begint 't me reeds te vervelen. Dat is echter waarschijnlijk veroorzaakt door 't feit dat ik vast zit, 10-tallen malen dezelfde handelingen moet verrichten om tot de conclusie te komen dat 't niets oplevert. Dan slaat de verveling snel toe.

Ik zou eigenlijk m'n nieuwe comp inrichten. Alle programma's er op zetten die ik nodig heb voor een genoeglijk leven. Bovendien wilde ik de 1e pogingen wagen de ADSL-verbinding tot stand te brengen, waarbij ik me ondersteund zou weten door telefonische hulp. Moest ik wel zaterdagavond Jan terugbellen. Hij zou er de hele avond zijn. Jan heeft echter niets meer van mij gehoord.
Vrijdagavond was een succes. In nog geen 2 uur tijd had ik, mbv Jan natuurlijk, windows er op staan. & Alle drivers werden herkend. Vrijdagavond was een successtory die z'n weerga niet kent. Alhier tenminste. Ik begreep er bij tijd & wijle helemaal niets van. Voor mij was 't slechts een kwestie van zo duidelijk mogelijk vertellen wat er op 't beeldscherm verscheen & vervolgens precies uitvoeren wat Jan mij opdroeg. Ik hoefde slechts ongerust te worden als Jan een zucht slaakte. Maar zelfs dan wist ik dat Jan overal een oplossing voor heeft.
Eigenlijk zou iedereen met een nieuwe comp een 'Jan' moeten hebben. Ik vind dat men daar recht op heeft.

Ook Jan-nen moeten wel 'ns naar bed, er ontstaat ook bij Jan-nen op een gegeven moment een soortemet telefoonmoeheid. Ik hield de schijn op dat ik daar net zo onder te lijden had & zei dat ik voor die avond de pijp aan Maarten zou geven.
& Na 't neerleggen van de hoorn pakte ik 't cd-rom-doosje van Myst III tevoorschijn. Die nooit op m'n oude comp heeft willen draaien.

1 Van de mooiste dingen des levens is als er gezegd wordt dat iets een bepaalde tijd zal duren & alles zich uiteindelijk veel sneller blijkt af te spelen dan die gegeven tijd. Heerlijk, een nieuwe comp, die de installatie-procedure van windows 5 keer zo snel blijkt te kunnen volvoeren dan de tijdsindicator aan de zijkant aangeeft. & Dat de installatie van Myst afhankelijk is van de snelheid waarmee men cd-roms kan verwisselen.
Tuurlijk geef ik hiermee een enigszins vertekend beeld, maar niet ontkend kan worden dat de tijd vliegt als je lol hebt. Dat was vrijdagavond zeker 't geval. Ik moest mezelf gelijk maar trakteren op 't 1e stukje van 't spelletje Myst. Ik was zogezegd in een goede bui.

Kijk. Daarom heeft men 2 dagen lang 't moeten doen zonder mijn verhalen. Want daar ging 't mis. Ik heb me de afgelopen dagen heus wel gedoucht, ik ben braaf naar m'n werk gegaan, m'n neus heb ik zo af & toe gesnoten, ik heb 's ochtends ontbeten & 's avonds een warme maaltijd tot mij genomen &, men hoeft niet ongerust te worden, ik heb ook heus wel m'n tanden elke dag gepoetst (maar de afwas is nog steeds niet gedaan).
Maar daar is ook alles mee gezegd. Voor de rest heb ik achter 't beeldscherm gezeten, starend naar de puzzels die Myst mij voorschotelde.
Afgelopen nacht om ¼ voor 2 had ik daar plots genoeg van. Vanwege de reeds genoemde reden. Ik zat vast. Ik vond geen oplossing.

Ik wist vantevoren dat dit verschijnsel van verslaving zich zou voordoen. Ik wilde 't me alleen niet realiseren op 't moment dat ik de 1e cd-rom de comp in schoof. Misschien dat ik heel kort heb gedacht dat ik er wel aan toe was m'n gedachten een beetje te verzetten. Voor de rest heb ik elke zweem van nadenken over de consequenties opzij gezet, op de achtergrond gedrukt, & ik heb me er in gestort.
Ik geef 't ruiterlijk toe: ik ben een junk. Geef mij een bezigheid & ik raak er aan verslaafd.
Maar gelukkig is 't leven van een junk zo saai dat bij mij de verveling al snel toeslaat.

Waardoor er weer normaal geleefd kan worden in Zijperspace.

verontschuldiging

Ik ben wakker aan 't worden. Een bakkie thee staat naast me. Ik eet zodirekt nog ff snel 2 boterhammen, ga douchen & tandenpoetsen, maar dan ga ik toch echt de deur uit. 't Moet er nou eindelijk 'ns van komen. Ik word gek van 't geluid.
De komende dagen ben ik dus waarschijnlijk, naast m'n werk, vooral bezig met 't inrichten van m'n nieuwe comp. Mijn kennis van de materie op waarde schattend zal 't wel weer een tijdje duren voordat alles op orde is. Ik wil bijv alles wat op m'n oude staat op m'n nieuwe terecht laten komen. & Dan zal ik ook nog de verbinding met Mxstream in orde moeten maken. Dat heeft me bij crashes in 't verleden elke keer verschrikkelijk veel tijd gekost.
Dit schrijf ik om de regelmatige bezoeker niet al te ongerust te maken. Tuurlijk zal ik pogen tijd te vinden voor 't vullen van m'n beschikbare ruimte op internet, maar naar ik op dit moment aanneem zal ik de komende dagen vooral bevangen zijn door m'n nieuwe speeltje (& ik hoop dat ik 't ook als speeltje zal blijven zien & 't dus niet overschaduwd wordt door frustratie).

Zo, ik ga aan de laatste fase van 't ochtendritueel beginnen. Ik zal 't toetsenbord met rust moeten laten. Die straal water zal-ie niet weten te appreciëren. & Hij zal straks nog een andere meester moeten dienen.

Ik hoop dat u Zijperspace niet te veel zal hoeven missen.

Update: Ik kan u momenteel op de hoogte brengen van 't feit dat men nu bezig is mijn comp in elkaar te zetten. & Dat 't me bovendien, na 3 dagen soebatten & heen & weer fietsen tussen bank & werkgevers teneinde de juiste papieren te bekomen & te kunnen overleggen, gelukt is een 'flexibel krediet' bij de bank los te krijgen met een plafond van € 2000,-. De comp is echter reeds betaald. Doordat ik te weinig geld bij me had om een garantie van 3 jaar af te sluiten is 't me zelfs gelukt een korting van maar liefst € 20,- binnen te slepen. Hoera!
(Felicitaties zijn van harte welkom & kunnen achtergelaten worden in 't reaktieding. Mocht u daar nog geen trek in hebben, dan kan dat natuurlijk ook zogauw ik de comp aan de praat heb & online. Derhalve zal ik u ook op de hoogte stellen van dit gedenkwaardig moment).

Update II: M'n comp, m'n nieuwe comp staat thuis. Ik had vanmiddag nog net de tijd om de stekker in 't stopcontact te steken, maar toen moest ik toch echt naar m'n werk. Pas nu begint 't echte avontuur, heb ik 't gevoel.

verminkt

'De officierskamer' heet 't boek. Van Marc Dugain. Op de voorkant staat een foto van 4 gewonde militairen. Duidelijk van de WO I. De ene militair heeft een doek voor z'n ogen, de ander z'n oogleden gesloten, alsof er niks achter zit, de 3e zit in een rolstoel, nr 4 heeft z'n rug gekeerd naar de fotograaf. Stelt nog niet zoveel voor, deze foto, weet ik inmiddels.

Vanochtend wist ik niet of ik 't boek wel verder durfde te lezen. Ik was niet zo lekker wakker geworden, had eigenlijk nog wel een uur willen blijven liggen. Een sjachrijnig gevoel van gister leek me bovendien dwars te zitten.
De hoofdpersoon in 't boek was, op 't punt waar ik gisteravond m'n boek had neergelegd, net gewond geraakt, nog tijdens de 1e uren van de oorlog. Hij beschreef hoe zijn verwondingen op hem overkwamen, hoe andere mensen er op reageerden, wat de dokters er aan dachten te gaan doen.

Ik was al een beetje gewaarschuwd. Vlak voor de titelpagina was nog een foto geplaatst. Een groep mannen aan een eettafel. Stuk voor stuk keken ze ongegeneerd de camera in. & Daardoor toonden ze hun verminkingen. Of eigenlijk de afdekkingen daarvan. Lappen voor ogen, neus, ½e gezichten verborgen achter zwachtels, gezichten waarvan een groot deel van 't aangezicht verdwenen was. Hoewel deze foto meer dan de plaat op de voorkant een introductie geeft op 't verhaal dat verteld gaat worden, had men wijzelijk deze foto pas binnen in 't boek geplaatst. Omgeven door een kaft & titelbladen. Indien 't op de voorkaft had gestaan had ik 't boek waarschijnlijk niet aangeschaft.

Ik ben nog niet echt ver gevorderd in 't boek, maar juist die ene foto, tezamen met 'tgeen de protagonist tot nog toe heeft meegemaakt, maakt 't boek intrigerend. Iemand wist mij bovendien te vertellen dat tijdens die WO I ongelooflijk veel mensen verminkt waren geraakt in 't aangezicht.

De hoofdpersoon liep daarnet langs de bedden die naast 'm bezet waren geraakt, hij was de 1e die tijdens de oorlog op de zaal van aangezichtverminkte officieren was komen te liggen. Hij beschreef hoe de mannen die net gearriveerd waren er uit zagen. Uit de zaal waren alle spiegels verwijderd. De mannen die er tijdens de loop van de oorlog terecht zouden komen zouden de funktie van elkaars spiegel gaan vormen, had de man bedacht.
& Ik ben verbaasd dat ik zit te wachten tot ik de beschrijving van 't volgend verminkt gezicht voorgeschoteld krijg. Ik wil alleen maar meer gapende gaten in hoofden voor m'n geestesoog zien.
Ondertussen drink ik een biertje. Ik zet de kachel nog wat hoger. Volgende blz.

Men mag 't vooral niet koud krijgen in Zijperspace.

versleten

Ik had u vandaag met m'n nieuwe comp willen aanspreken, zo was m'n bedoeling. 't Was allemaal bijna rond. De financieën bedoel ik dan. De rest ook wel, maar dat wil ik u pas vertellen zogauw 't zover is.
Ik had een kopie van m'n arbeidsovereenkomst bij me. Van m'n ene baan. Ik had een schriftelijke bevestiging van m'n arbeidzaam leven bij m'n andere baas mee. Misschien leuk om die te citeren:

L.s.

Hierbij verklaart ondergetekende dat Dhr. A.F.B. Zijp, geboren 10-04-1964 te Den Helder, woonachtig te Amsterdam, sinds jaar en dag werkzaam is bij (...), Amsterdam. Zijp is in dienst voor gemiddeld 16 uur per week, zijn kontrakt geldt voor onbepaalde tijd.


Dat accepteerden ze bij de bank. Konden ze goedkeuren voor 't eventueel verlenen van een doorlopend krediet. Leek me wel 'ns nodig: een doorlopend krediet. Leek me een stapje verder in m'n weg volwassen te worden. Financiële onafhankelijkheid. In zoverre een doorlopende lening daar een bewijs van kan zijn, natuurlijk.
Maar de bank accepteerde de arbeidsovereenkomst niet. Van die andere baan dus. Er stond niet in vermeld dat 't ½-jaarlijks contract steeds weer verlengd was. Dat ik er zogezegd nog steeds werkte. 't Zou niet rechtsgeldig zijn. Ook al was ik vanaf 1997 in dienst & kon ik alle salarisstortingen overleggen.

Ondertussen ben ik woedend op m'n werkgever, u weet wel die ene, omdat hij z'n papieren mbt mijn arbeidzaam leven in zijn dienst niet in orde heeft, al jaren niet, zonder dat ik er iets van afweet. Ik heb 'm vanmiddag verzocht dat in orde te maken, maar op 't laatste moment liet-ie blijken daar niet toe in staat te zijn. In ieder geval niet voor sluitingstijd van de bank.

Ik heb geen zin om afhankelijk te zijn van slordigheid & heb derhalve besloten die comp uit andere gelden te bekostigen. Daar was ik vandaag nog niet toe in staat, daar de alternatieve gelden nog niet onmiddellijk beschikbaar waren.

Vandaar dat u verhalen te lezen krijgt, mocht men ze verhalen willen noemen, geproduceerd op een oude versleten comp, allang aan vervanging toe. Een comp die bij mij vanavond geen inspiratie oproept.

Waarvoor verontschuldigingen vanuit Zijperspace.

tea-time

Ik had 't nog nooit eerder gedaan. Dat vond ik vanzelfsprekend. Zoiets doe je niet, hoor je niet te doen, & daarom had ik er tot nu toe ook nooit over nagedacht 't wel te gaan doen. Net zoals je niet ontbijt op de wc, nuttig je er ook geen kopje thee. 't Toilet is bestemd voor andere bezigheden, volledige concentratie is daarbij vereist (hoewel een boek of tijdschrift ter ontspanning wel weer een voorschrift is), & je vult niet 't ene gat als vanuit 't andere gat de boel juist geloosd wordt.

Ik had net m'n thee uitgeschonken, suiker er aan toegevoegd, toen plots de drang kwam opzetten. Acute drang. Zoiets gebeurt me elke ochtend; ik ben er aan gewend. Maar meestal niet net na 't thee uitschenken. Ik bedacht me daarbij echter dat men nou 1maal alles in 't leven voor de 1e keer moet meemaken. 't Was eigenlijk een kwestie van slechte timing van mijn darmstelsel. Waarschijnlijk had die wel overlegd met de rest van m'n lichaam, ik neem aan dat een bepaald onbewust proces in m'n hersenen ook een bijdrage heeft geleverd, maar waren de verschillende betrokken onderdelen vergeten 't voor te stellen aan 't bewuste gedeelte van mijn lichaam. Dat deel dat overzicht heeft over de totale planning, zeg maar.

Daar stond ik dus met een kopje thee. Net uitgeschonken, zoals reeds vermeld. & De thee is op z'n lekkerst als-ie op z'n heetst, net onder kooktemperatuur, wordt genoten. Hartverwarmend, verkwikkend ook, zo 's ochtends vroeg, net uit bed tevoorschijn gekropen, de kachel nog maar net op aangenaam, slechts t-shirt aangetrokken met sokken.
Met samengeknepen billen heb ik m'n boek gepakt, nog steeds die zware van over de 700 blzs, op m'n wasmand gelegd (die heb ik geselecteerd op boekvriendelijkheid; ik zet 'm elke keer dwars voor de pot, zodat ik precies op schoothoogte m'n boek voor me kan neerleggen; ideale leeshoogte), snel een beetje geroerd in 't kopje, geproefd & met brandende lippen vlug goedgekeurd op de juiste hoeveelheid zoet & 'm balancerend naast 't boek geplaatst. Op de wasmand dus ook.

Ik moet zeggen: 't beviel me wel. Ik was een ietwat bevreesd dat ik 't kopje uit balans zou brengen & de thee zich zou verspreiden over m'n boek. Net zoals ik gisteravond met een glas bier had gedaan doordat ik in slaap was gevallen in m'n stoel. Eigenlijk 't gevoel dat 'tgeen je 't meest vreest uiteindelijk ook zal uitkomen, maar dit bevroeden over de loop der dingen kwam niet uit.
't Beviel me volgens mij vooral omdat ik 't kopje reeds leeggedronken had voordat de geuren zich deden gelden. Ik denk dat de genotscurve er totaal anders uit had gezien, was dit niet 't geval geweest.
Enig nadeel was dat de hoeveelheid suiker bij nader inzien toch niet juist gedoceerd was & ik geen mogelijkheid had dit te corrigeren. De suikerpot stond tenslotte in de kamer & ik was gedwongen mijn taak te voleindigen.
Dit brengt mij tot de conclusie dat ik deze situatie de volgende keer koste wat kost zal moeten mijden, zodat 't kopje thee voortaan ten volle genoten zal worden.

Een negatief navolgingsadvies vanuit Zijperspace.

eckerö

't Was een hele reis naar Åland. Vooral omdat ik liftend ging. Via Duitsland richting veerboot naar Denemarken & vandaar weer een volgende veerboot naar Zweden. Vervolgens omhoog, steeds verder omhoog, tot voorbij Stockholm. Ter hoogte van Uppsala kon ik pas weer richting 't oosten verder reizen. Maar toen was ik er ook bijna. Ik denk dat ik er totaal 4 dagen over gedaan had, vanuit Nederland, om uiteindelijk om 6 uur 's avonds in Grisslehamn aan te komen.

Ik voelde me een held op de boot. Vooral dankzij de beleefde avonturen. 's Nachts in een recordtijd de Autobahn beracet, vervolgens slapend van Puttgarden naar Rödby. Samen met een deense jongen in de auto gezeten, bestuurd door een dronken vent. Met een stel jeugdkampbegeleiders m'n 1e rit door Zweden meegemaakt. Op 't jeugdkamp zelf geleefd van wat die begeleiders me aan fruit te eten gaven. Door een lilliputter de volgende dag aangesproken. Hij vroeg me met een bezweet gezicht hoe hij aan 'drugs' kon komen. Maanden later kwam ik er pas achter dat hij medicijnen bedoelde. Met een handelsreiziger kriskras door Skåne gereisd. Als beloning voor 't gezelschap een blikje lättöl gekregen. Een vader & 2 kinderen richting pretpark begeleid. De verhalen van een geflipte economie-student 100 km zitten aanhoren. Een bezorgde vader & moeder gerustgesteld door hun pasgeplukte wilde aardbeien aan te nemen. Een studentenkamer in de universiteitsstad Uppsala aanschouwd.
& Opeens overzag ik de scheren voor de kust, de kleine eilandjes die de 'kust' uitmaakten van Åland. Voorovergeleund in de langzaam ondergaande zon. Zeer langzaam. Zo ver noordelijk was ik nog nooit geweest. Zo lang had 't nog nooit geduurd voordat de dag ten einde was.

Ik was trots. Ik had m'n doel bijna bereikt. Dit zou men nooit meer van me af kunnen nemen. Volle zee: de Oostzee. Op weg richting Finland, maar ik zou bij de 1e halte de veerboot al verlaten. Ik zag 1000-en eilandjes langs me heengaan. Eilandjes die ik op kaart al bestudeerd had. Meermaals had ik weg zitten dromen bij de kleine stipjes die mijn kaart van Åland vertoonde. Elk stipje was wéér een eiland. Al dan niet bewoond. & Ik zag ze nu allemaal aan me voorbij varen. Meer dan de stipjes zelfs die ik op de kaart had kunnen ontwaren.

Ik verliet de boot toen 't nog licht was. Liet m'n paspoort zien aan de beambte die er stond. Niet al te serieus keek-ie er naar. Hij wilde me zelfs vertellen waar de camping van Eckerö was, terwijl hij dat deed. Daar rechtsaf, & dan de weg maar volgen. Maar wel doorlopen, vertelde hij, want ze zouden vast dichtgaan bij zonsondergang.

Een ½ uur later stond ik bij een gesloten receptie. Zenuwachtig keek ik om me heen. Ik had zover gereisd & nu was er geen slaapplaats voor me?
'Zet je tent daar maar neer,' vertelde de man die z'n caravan 't dichtst bij de uitgang had staan. 'Daar staan de trekkers altijd. Morgenochtend kan je je wel bij de receptie aanmelden.'
In de intredende duister zette ik m'n tent op. Steeds minder op m'n gemak. Doodop, lege maag, behoefte aan een douche & een borrel. Alles tegelijk.

De volgende ochtend had ik nog even een moment van trots. Ik hoorde de dames van de receptie tegen elkaar praten, ik kon hun zweeds verstaan, dat ze nog nooit eerder een nederlander op de camping hadden gehad. Ik was de 1e.
Maar daarna was 't weg.
Ik liep terug naar Eckerö, om te verkennen wat ik allemaal zou kunnen gaan doen. Ik staarde over de scheren, daar aangekomen. Bekeek de fietsenverhuur, maar durfde geen geld uit te geven, bang dat alles te duur zou zijn & ik geen geld over zou houden voor de terugreis. De plattegrond van Åland bestuurde ik nogmaals. Voor de zoveelste keer. Ik kon geen doel meer op de kaart voor mezelf ontwaren. Er was plots geen aantrekkingskracht meer. De rest van de eilandengroep bestond slechts uit angst. Ik wist dat alles wat de kaart aangaf te maken zou hebben met m'n komend falen. Niets zou nog leuk zijn. Ik wist in ieder geval geen reden te bedenken waarom leuk nog im sprache was.

Eindelijk op een eiland. Een ver eiland waar ik een jaar van had gedroomd. Waar niemand mij voor was geweest, zo voelde 't. & Ik voelde niks dan angst. Op de 1e dag dat ik er doorbracht.

Ik belde Pamela. Ze vertelde me dat ze op vakantie zou gaan. Toch. Ze zei me dat ik door moest zetten. Hier had ik immers van gedroomd.
Maar ik zei dat ik niet meer durfde. Ik wist niet meer waarom ik op 't eiland was. Ik moest zo snel mogelijk terug.

's Avonds laat, ik had de beslissing genomen terug te keren, keek ik naar de ondergaande zon. Ik zat op de stenen voor de kust van Eckerö. Ik had me neergelegd bij m'n nederlaag. Ik was geen held, geen avonturier. Ik durfde geen wandeling te maken over een eiland waar bijna geen andere nederlander mij was voorgegaan. Ik wilde naar huis. Die avond laat, 't was tegen 11-en, zag ik de mooiste zonsondergang ooit meegemaakt. Ik durfde weer even te genieten. Ik vulde 10 blzs van m'n dagboek om die zonsondergang te beschrijven. & Ik waagde 't heel kort mezelf gelukkig te voelen.

Maar dat was vooral omdat ik wist dat ik de 1e boot terug naar Zijperspace zou nemen, de volgende ochtend.

heimwee

Jan is achter m'n i-meel-adres gekomen via een reaktie die ik op een andere weblog heb geplaatst. Ik weet allang niet meer welke, 't is al een tijd geleden. Ik kan me nog wel de strekking van de reaktie herinneren, 't ging over heimwee & dat ik blij was bij anderen 'tzelfde verschijnsel te herkennen, maar daar is ook alles mee gezegd. Ik kon me voor de rest weinig herinneren over de inhoud van 't bijbehorend stukje.

Ik reageerde meteen op 't meeltje van Jan. Belde 'm op. Z'n telefoonnr stond tenslotte onderaan 't berichtje. Maar kreeg naar aanleiding daarvan zelf niets te horen.
Een xcuus-meeltje leek noodzakelijk. Je moet mensen niet te snel storen, dacht ik. Kleine correctie van m'n impulsiviteit.

Impulsief als ik ben heb ik afgelopen zondag, meteen na binnenkomst van je meeltje, via je mobiel gereageerd. Waarschijnlijk heb je dat ook wel gehoord. Zo niet, dan ben je nog steeds in afwachting van een reaktie. Bij deze dan.
Ik vind 't prima om er 'ns over te praten. Ik weet ondertussen wel een beetje waardoor 't heimwee-gevoel bij mij veroorzaakt wordt, hoewel 't waarschijnlijk meerdere oorzaken heeft. Ingewikkelde materie is 't in ieder geval zeker. Zeker voor een onbenullig meeltje als dit.


Jan stuurde me een meeltje terug. Ik belde vervolgens opnieuw z'n mobiele nr.
Tijdens dat gesprek legde ik 'm uit hoe 't verschijnsel heimwee zich bij mij uit. Ik legde 'm uit waarom ik me er ondertussen prima bij voel. Ik heb m'n eigen methode ontwikkeld, vertelde ik 'm, om er zo min mogelijk last van te hebben.

Ik vertelde 'm eigenlijk verschrikkelijk veel. In nog geen kwartier. Ik wijdde uit over m'n hyperactiviteit; ik bracht ADHD ter sprake, & m'n vraagtekens of ik dat wel zou hebben; ik vertelde 'm hoe geordend bepaalde delen van m'n huis zijn, & waarom; & vervolgens nog veel meer.
Jan vond 't machtig interessant. Hij had er tot dan toe niet bij stilgestaan. 't Leek 'm verschrikkelijk interessant er een onderwerp van te maken. Maar hij moest nog overleggen met de redaktie van 'Kaap de Goede Hoop'.

't Leek mij ook verschrikkelijk interessant.

Maar ondertussen zit ik te denken aan al die verloren vakanties buiten Zijperspace.

dictee

Vantevoren had ik de DDD (Dikke Duizend Dicteewoorden) gedownload & zelfs uitgeprint om op een rustig moment tot mij te nemen. Zodat ik zomaar 'ns niet onbeslagen ten ijs zou komen. Ik kwam er helaas niet aan toe ze door te nemen. Hoewel ik de 24 kantjes wel in m'n dagelijkse bagage had opgenomen. Opgerold, met een elastiekje eromheen, had ik 't 5 dagen achter elkaar meegenomen naar m'n werk voor 't geval een verloren moment mij de gelegenheid zou gunnen er een blik op te werpen. Zodat ik eindelijk 1maal geconcentreerd aandacht zou kunnen hebben voor die vanzelfsprekende maar onbegrijpbare & onverwachte manier van 't spellen van de nederlandse woorden. Ik wilde eindelijk wel weer 'ns minder dan 35 fouten behalen. Ik geloof dat m'n laagte-record 30 was; 't 1e jaar dat 't dictee werd gegeven.

Ik had ze tenslotte bij me, dus ik kon ze net zo goed tonen aan de vaste klanten die vanmiddag aan kwamen waaien om een biertje te nuttigen. Natuurlijk was dat aanleiding voor anekdotes, wijsneuzigheden, citaten, voorbeelden & correcties. Eenieder had er wel iets over te zeggen, of wist anders wel moeilijke woorden te berde te brengen.
Waaronder 't zinnetje: 'De impresario aplaudisseerde', of we dat allemaal 'ns op wilden schrijven, waarna ik maar liefst 3 fouten in dat korte zinnetje wist te stoppen. Overigens was dat niet de enige aankonding van mijn dreigend falen.

Maar toch wilde ik op tijd thuis zijn voor 't Groot Dictee der Nederlandse Taal.
Door allerlei besprekingen, natuurlijk op 't laatste moment op m'n werk, vergat ik de tijd, fietste ik voor mijn doen op trage tempo naar huis, & zette ik de tv pas aan toen de uitzending reeds begonnen was. Ik had nogeneens m'n jas uit, de kachel aan, of m'n gedachten laten gaan over een mogelijke maaltijd.

Terwijl de 'dicteetor' z'n introducerende zinnen verkondigde, bedacht ik me plots dat ik er eigenlijk helemaal geen zin in had. 't Dictee was iets van m'n vader & mij. Hij zat in z'n stoel, z'n werkplank over z'n schoot geschoven, & ik zat op de grond, voorovergebogen over de lage stenen tafel. Beiden fanatiek schrijvend, klagend als Philip Freriks weer eens te snel overging naar de volgende zin, absoluut geen blik werpend op andermans blaadjes & uiteindelijk uitgeput de pen neerleggend. Waarna mijn vader, in onuitgesproken triomf, z'n resultaat van toch zeker 10 fout minder aan mij liet zien.

Mijn vader zou dit jaar waarschijnlijk niet 't Dictee bekijken, bedacht ik me terwijl ik m'n jas uittrok & een blik wierp op 't publiek in de zaal van de 1e Kamer. & Als hij dat wel zou doen, dan zou hij niet weten hoe hij de woorden moest schrijven. Ik kan me inmiddels zelfs niet meer voorstellen dat m'n vader nog schrijft. Z'n trillende hand zou z'n handschrift niet meer aankunnen. Z'n motoriek laat 't niet meer toe. Maar ik denk dat m'n vader inmiddels niet meer weet hoe hij de woorden moet spellen. Ik zou een makkelijke overwinnaar zijn. Een wel zeer stille triomf. Hij bij m'n moeder. Z'n mond dicht, verwonderd over de dingen die hij vroeger met veel gemak kon. Ik hier in Amsterdam, verlangend naar een vader die beter is.

Ik had er geen zin in, voor een kort moment.
Toen las Philip 1st de volledige tekst voor. Ik herkende woorden waarvan ik zeker wist dat ik ze juist kon spellen.
Ik gooide snel de kachel hoog. Sleurde ergens pen & papier vandaan. Een biertje uit de koelkast. Keerde de meest makkelijke stoel richting tv. Sleepte er een plank bij, net zoals m'n vader ooit een werkplank voor zijn stoel had. Schreef, m'n pen op 't papier gelegen op de plank boven m'n schoot, zo snel ik kon. & Maakte 34 fouten.
Da's lang geleden, Pa, dacht ik vervolgens.

& Op die herinnering vinden geen correcties plaats in Zijperspace.

comp

Ik moet zsm een nieuwe comp hebben. De huidige staat op ontploffen. Tenminste, de harddisk zal 't waarschijnlijk 1 dezer dagen gaan begeven. 't Kondigt zichzelf aan door allerlei getik in de behuizing van de comp. Al 'ns eerder aan de hand gehad, ik kon m'n harde schijf toen weggooien. Alle gegevens erop waren verloren.
Ik heb bij MyCom een comp samengesteld naar mijn wensen. Zonder beeldscherm, toetsenbord, muis of besturingssoftware. Dat bespaart geld. Maar wel met Intel Pentium 4, 512 Mb geheugen, 80 Gb harde schijf, een dvd-speler & cd/dvd combo rewriter, etc. Bij elkaar € 912,50. Veel te veel, mijns insziens. Dat moet goedkoper. Ik heb nogeneens naar de geluidskaart & de videokaart gekeken. De aanschaf van een scan heb ik ook al uitgesteld.

Dus: ik heb advies nodig. Welke winkel? Waar (in Amsterdam)? Waar moet ik op letten? Is er misschien zelfs iemand bereid (met meer verstand ervan dan deze leek hier) een comp voor mij samenstellen?
& Dat zo snel mogelijk dus. Liefst deze week wil ik de comp aanschaffen.

Voordat alle gegevens opnieuw verloren zijn gegaan in Zijperspace.

puist

Ik vind eigenlijk dat 't zich overal mag manifesteren. Voor zover ik er nu over kan oordelen natuurlijk. 't Moet niet zo zijn dat ik onmiddellijk spijt krijg van deze opmerking. Maar tot op dit moment vind ik dat 't zich overal mag manifesteren, behalve dan bovenaan de binnenkant van m'n been. Maakt niet uit welke van de 2.

Naarmate je ouder wordt kom je te weten dat je net als ieder ander op een gegeven moment er rekening mee zal moeten houden. Sommigen komt 't in de loop der jaren wel zeer duidelijk voor ogen te staan. Letterlijk, want de pokdaligheid lijkt bij hen 't gehele gezicht te overwoekeren.
Bij mij in de klas heette dat slachtoffer Arnold. Dezelfde naam als de knappe Arnold, die er totaal geen last van had, maar die werd pas in de 2e aan onze klas toegevoegd. De lelijke Arnold bestond na toevoeging van de knappe Arnold aan onze klas opeens niet meer, iedereen leek zijn van jeugdpuistjes vergeven gezicht uit 't oog verloren te hebben; z'n flauwe opmerkingen, waarmee hij z'n reden van bestaan probeerde te vergoelijken, leken verstomd.
Lelijke Arnold leek van onder tot boven overdekt te zijn met datgene wat wij vetpuistjes pleegden te noemen. We wisten niet beter. Ook bij 't omkleden voor de gymles werden we met deze eigenschap van zijn lichaam geconfronteerd. In onze uit onwetendheid ontstane wreedheid wilden wij nooit bij hem in 't team zitten, de meisjes niet gekust worden & durfden we niet met 'm mee te lachen als hij z'n hikkend geluid liet horen, uit angst dat we door de rest van de klas gezien zouden worden als 1 van z'n zeldzame maatjes.

Mijn huid bleef gaaf. Tot grote opluchting van mijn jeugdig brein dat 't gruwelijk voorbeeld in Arnold zag van hoe gemeen de natuur wel kon zijn. & De gevolgen hiervan voor zo'n persoon in 't sociale verkeer.
Een enkele keer ontstond er bij mij wel 'ns een wit puntje ('Daar moet je vanaf blijven,' probeerde m'n moeder altijd, 'des te meer je zit te poeren, des te makkelijker de puist zich verspreidt'), maar duim- & wijsvingernagels losten dat probleem alras op. Dat leverde gelijk de enige lol van de pukkel op: 't leegspuiten ervan in de vorm van een kleine hoeveelheid witte pus. Men is er waarschijnlijk allemaal genoegzaam mee bekend.
'Moet je maar niet zoveel zoetigheid eten,' waagde een enkele tante plagerig te verwijten, terwijl juist ik 1 van de weinige kinderen was dat allerhande snoepgoed slechts zelden kon waarderen.

Dat soort puistjes komen, hoewel in steeds mindere mate, nog steeds voor op mijn huid. Vooral als ik me weer 'ns geschoren heb met een bot mes, wil m'n gezicht een ondergesneeuwde verschijning rond m'n kin vertonen. & Ik zal maar niet uitwijden over de effekten van zoenen met een haargroei op de bovenlip van 3 dagen oud. Maar ook dat laatste doet zich steeds minder vaak voor.

Een enkele keer vertoont zich iets wat zich laat aanvoelen als een pukkel op m'n schouder, meestal aan de achterkant ervan. Nog net bereikbaar. 't Kost mij over 't algemeen teveel moeite om deze veronderstelling te kontroleren in de spiegel. & Daarnaast heeft 1 van mijn nagels meestal 't pukkeltje van z'n rode of anders witte kop ontdaan, tijdens de zoektocht van m'n vingers naar akelige jeukerigheden verspreid over m'n lichaam. Deze kreaturen Gods (mijn vingers) hebben tenslotte grote behoefte te bewijzen dat ze op deze aarde enige funktie kunnen uitoefenen. Al is 't maar 't verwijderen van koppen van puistigheidjes.

't Verschijnsel van de huiduitslag gaat meestal gepaard met niet te weerstane jeuk. Nou is mijn lichaam geheel & al bekend met dit verschijnsel, maar in geval jeuk de gedaante van een puist heeft aangenomen nodigt dit zeer snel uit tot maatregelen. In geval 't zich op de binnenkant van m'n bovenbeen manifesteert, waar mijn huid toch in bepaalde mate strak staat, neigt de jeuk zelfs naar een zekere vorm van pijn. Ik wil hierbij niet overdrijven, kleinzerig overkomen evenmin, maar de huid lijkt aldaar oiv 't ontstane wilde vlees, om 't maar 'ns plastisch uit te drukken, onder hoogspanning te komen te staan. 't Wegkrabben met m'n nagels resulteert niet in verlichting in deze. 't Lijkt eerder gelegenheid te scheppen tot 't opnieuw ontstaan van een pukkel. Zodoende kan een dergelijk verschijnsel weken achtereen mij dermate irriteren dat ik de neiging heb eigenhandig mijzelf te opereren met 't aardappelschilmesje.
Vandaar dus dat ik liever niet wil dat een puist zich verstigt op m'n bovenbeen, de binnenkant ervan welteverstaan.

Zodat men weer wat meer begrijpt van de omstandigheden in Zijperspace.

vlek

Ik moet maar 'ns een tijdje geen boeken kopen, vindt Pes. Dat vindt ze overigens al een paar jaar. Ze heeft ook wel gelijk; ik ben ook, mede door haar aandringen, weer lid geworden van de bieb, maar de drang om zo af & toe een boek te kopen kan ik niet altijd bedwingen.
Maar nu zal ik 't toch echt moeten zien te voorkomen, vindt Pes. Ze heeft weer gelijk. Ze had gelezen dat ik vorige week een boek had gekocht, verbond daar voor de rest geen veroordeling aan, behalve toen ik zei dat ik er wel 3 had aangeschaft.
'Joh, dat kan je toch ook uit de bieb halen?' Hum, ja, denk ik dan, maar voel 't niet.

'Wat?' zei Max terwijl hij 't boek oppakte dat ik aan 't lezen was, 'Maak jij ezelsoren in je boeken?'
'Ja,' zei ik nonchalant, 'dan kan ik tenminste zien waar ik gebleven ben.'
Max kan 't zich niet voorstellen. Een boek dat je zelf aangeschaft hebt. Iets dierbaars, iets van jezelf, dat kan je niet verminken. Max leest dan ook z'n boeken terwijl hij ze op een minimale manier openzet. Hij leest door een kier zogezegd.
'Als je vlak voordat je 't boek dichtdoet je een kort moment concentreert, 't nr van de blz bekijkt & die in je hoofd opslaat, dan hoef je geen ezelsoor te maken.'
'Nee, ik heb 't toch altijd te druk als ik 't boek opzij moet leggen. Bovendien vind ik dat een boek gelezen moet zijn. 't Mag er aan 't eind best verfomfaaid uitzien. Dan heb ik bij mezelf tenminste 't gevoel dat 't voor mij geleefd heeft.'

Stapje voor stapje vorder ik in 't boek dat ik momenteel aan 't lezen ben. Voor de zekerheid, om toch iets te lezen te hebben als ik de deur uit ben, heb ik aldoor een dunner boek bij me. Minder gewicht, minder omvang. Ik heb zodoende evenoed altijd wat te lezen bij me.
Een boek van over de 700 blz vergt veel inspanning van me. Ik raak makkelijk afgeleid. Met hoofdstukken van over de 100 blz gebeurt me dat regelmatig. Op zoek naar niet in de dichtbij liggende toekomst aanwezige witregels laat ik me snel afleiden door een geluidje uit de comp, trek in thee, of de afstandsbediening van de tv.
Maar midden in 't boek, op blz 335/336 ('t schijnt door de blz heen) zit er een vlek. Terwijl ik 't boek nieuw gekocht heb. Gepakt van een grote stapel van dezelfde titel. Een bruinige vlek. Van nog geen cm², maar zeer duidelijk aanwezig. Zeer zeker niet van mij afkomstig. Ik blader nooit naar voren, of anders hooguit om te kijken waar 't eind van 't hoofdstuk is. Bij dat lichtjes bladeren kan ik geen vlek veroorzaken.
& Toch zit er een vlek. 1 Cm van de bovenkant van de blz af, 2 cm verwijderd van 't midden. Op blz 335/336.

Een zwarte vlek is verschenen in Zijperspace, & hij zuigt alle aandacht naar zich toe.

klantvriendelijkheid

'Heb je 't gehoord?' vroeg ik aan m'n collega.
'Wat gehoord?' reageerde hij.
'Nou, dat van daarnet, bij de kassa.'
Niks gehoord dus.

Een man komt binnen. Duidelijk onder de drugs. Zoekende ogen. Z'n ogen weten zelfs niet waar ze moeten zoeken. Draaien rond. Zo onopvallend mogelijk, want 't is de bedoeling dat ik 't niet merk. Daarom vraagt-ie maar aan mij of-ie een blikje uit de koelkast mag.
'Tuurlijk. Pak maar,' zeg ik, 'ik kan er niet bij, want de deur gaat aan die kant open.'
We lopen naar de kassa. Onderweg zie ik door 't raam dat iemand op 'm staat te wachten.
Hij wil met € 20,- betalen.
'Sorry. Dat kan ik niet wisselen. Dan moet je naar de Albert Heijn gaan. Ik heb niet genoeg wisselgeld. Dan zet ik je blikje wel hier neer totdat je terugkomt.'

Een minuut later komt de man binnen die daarnet nog buiten stond te wachten. Loopt direkt naar de koelkast om 'tzelfde blikje weer er uit te halen. Haalt 'tzelfde briefje van 20 tevoorschijn.
'Je vriend was hier daarnet ook al om dat briefje te proberen te wisselen,' zeg ik, 'maar ik heb geen zin om de hele tijd voor jullie pillenhandel te gaan wisselen.'
'Ik wil alleen maar een blikje bier.'
'& Dat wil je betalen met de € 20,- van de jongen die daarnet bij me binnen was. Ik ben hier niet voor pillen. Ik probeer bier te verkopen.'
'Ah, toe,' smeekt-ie.
'Nee. & Nou moet je weggaan. Geef mij dat blikje.' Ik pak 't gelijk uit z'n handen. '& Wegwezen. Ik heb geen zin in je. Ik heb andere klanten waar ik aandacht aan moet besteden.'
'Ik heb niks gedaan. Je kan m'n adem ruiken.'

Dat was info die ik nog niet eerder had gehad. Dat 't gebruik van pillen te ruiken was. Ik wilde 't ook niet weten. Ik heb 'm een duw gegeven naar buiten.
De vrouw die eigenlijk aan de beurt was verzuchtte: 'You just gotta know how to handle those people.'
'I'm used to it,' zei ik geruststellend, 'I see people like them every day.'

'Heb je deze nou gehoord?' vroeg ik nogmaals aan m'n collega.
'Wat bedoel je?'
'Heb je niks gehoord? Ik had 10 klanten in de rij staan die 't allemaal hebben meegemaakt. & Jij hoort niks?'

Deze man komt luid ouwehoerend binnen. Duidelijk ook net een leuke deal voor de Albert Heijn gesloten. Hij praat al met klanten voordat-ie de deur heeft gepasseerd. Een ouwe bekende, denk ik, maar hij komt niet meer zo vaak. In de gaten houden, besluit ik, voordat ik 't weet ben ik iets kwijt.
'Zo, wat hebben jullie te drinken?' vraagt-ie aan jongens met indiaas bier. 'Nou, dat zijn wel flessen naar mijn smaak,' wijzend op de grootte.
'& Wat gaat u drinken?' vraagt-ie vervolgens aan de man die ik net aan 't helpen ben. Hij heeft onmiddellijk 1 van z'n flessen beet. & Dat net bij de man die vindt dat je flessen bier zo min mogelijk moet beroeren. & Met 't meest vernietigende hypochondrische karakter van al m'n vaste klanten.
'Afblijven jij,' & de man trekt de fles terug.
'Nou meneer, ik kijk alleen maar naar uw flesjes.'
'Je hebt met je klauwen van m'n spullen af te blijven.'
'Meneer, u kan ook ff normaal tegen me doen.'
Maar hij reageert al niet meer. Tot grote frustratie van de vrolijke Albert Heijn-klant. De fles die hij eigenlijk voor consumptie bestemd had heeft-ie al te pakken om mee uit te halen. Dreigend kijkt hij naar de man die een kop boven 'm uitsteekt. Hij wacht tot-ie nog wat gaat zeggen om uit te halen.
'Wat nou normaal doen?' roep ik naar 'm. 'Jij moet normaal doen.'
Ik reik met m'n hand naar de fles die hij klaar houdt om te gaan slaan. 'Jij moet je niet bemoeien met mijn klanten. Hoe haal je 't in je hoofd om aan zijn flesjes te zitten? Geef die fles hier die je in je handen hebt.'
Terwijl hij ongemerkt de fles loslaat zegt-ie: 'Ik deed toch normaal? Ik wilde alleen maar kijken wat voor fles 't was die daar stond.'
'Je moet van andermans flessen afblijven. & Als je dat niet kan dan kom je hier nooit meer.'
'Ik wist nogeneens dat 't zijn fles was.'
'Niks mee te maken. Je blijft voortaan overal vanaf. Nou wil ik meteen € 1,- voor die fles van je & dan ga je weg.'
'Maar die meneer deed raar. Ik wilde alleen maar een flesje bier kopen.'
'Nee. Jij deed raar. Ik zag 't. Je hield die fles bijv heel raar vast. Als ik nog 1 keer zoiets van je zie dan kom je hier nooit meer. Begrepen? & Nu € 1,-!'

'M'n xcuses,' zeg ik tegen de man die wil dat z'n flesjes bier zo min mogelijk beroerd worden.
'Niks aan de hand,' zegt-ie.
Er is verdomme heel wat aan de hand, denk ik. & Dat stomme gedoe met 't niet bewegen van flesjes daar word ik ook niet goed van. Ook al geef je € 46,60 uit.
Maar ik ben al weer bezig met de rest van de rij. Hij loopt nog even sjachrijnig de winkel uit als dat-ie 't betreden heeft.

'Hoe kan jij nou niks gemerkt hebben?' vroeg ik m'n collega na afloop van 't werk nog eens.

Alles staat strak in Zijperspace.

getik

Ik probeer in kontakt te treden. Enerzijds door geduld te hebben, anderzijds door af & toe een flinke trap te geven. Moet-ie maar voelen. Ik wil heus wel naar hem luisteren & al z'n geweeklaag, maar hij niet naar mij.
Direkt na zo'n aktie heb ik al spijt: stel je voor dat-ie uit wraak nog meer lawaai gaat maken. Vol onbegrip voor mijn gevoelige oren. Die rust nodig hebben, alleen maar rust. Anders kan ik niet lezen.

Wat ik dus probeer te doen is in kontakt treden. Kijken wat er aan mankeert, wat ik er aan kan doen & ook bezien of ik 'm minder kan belasten.
Ik heb bijv 't omhulsel, de behuizing, er meermaals vanaf getild. Een blik geworpen in 't binnenste, de maag, 't hart, in 't centraal zenuwstelsel van mijn comp. Zogauw je je comp wat beter bestudeert weet je al snel geen naam meer te verzinnen voor z'n geraamte & dat wat 't in z'n karkas probeert te houden. Onzin om 't menselijk denkraam te vergelijken met een comp, denk ik dan, laat staan andersom.
Ik begreep in ieder geval niets van wat ik zag. Ik kon achterhalen waar 't geluid vandaan kwam, maar daar was alles mee gezegd. Telkens begon er een ventilatortje tegen iets aan te tikken, zo klonk 't. Een metalig geluid. Maar naarmate 't duurde ging 't steeds vaker begeleid worden door een diep ronken, als een comp in ademnood. M'n woonkamer was gevuld met dat lawaai.
Licht in paniek hoorde ik dit lawaai aan, wachtend op 't moment dat de comp op blauw zou gaan & de pijp aan Maarten zou geven. Dat bleef echter uit, 't geluid verdween weer, & de comp ging opnieuw over naar z'n aloude ventilatorgetik. De ene keer harder dan de andere keer. Soms zag ik me genoodzaakt oordopjes in te doen om er vooral geen last van te hebben. Vaak zette ik m'n comp uit, wat totaal niet m'n gewoonte was, op 't moment dat ik 't huis verliet of naar bed ging. Om de comp vooral niet de gelegenheid te geven de geest te geven tijdens mijn afwezigheid. Een enkele keer heb ik zelfs de comp afgezet terwijl ik nog gewoon in de kamer zat. Ik wilde perse m'n boek kunnen lezen.

Ik was al aan 't overwegen zo snel mogelijk al m'n spaargelden bij elkaar te voegen, ter aanschaf van een nieuw xemplaar. 1tje Die geen lawaai maakte. Een licht zoemen vind ik er bij horen, maar geen continue tik, metalig & komend van diep binnen dat ongrijpbare, onbegrijpbare kastje.
Ik was dat dus reeds enkele dagen aan 't overwegen, toen ik opeens merkte dat 't geluid was verdwenen. De aanwezigheid van geluid heb je al snel door, op een gegeven moment raak je aan 't geluid gewend & weet je 't weg te bannen uit je bewustzijn; je wordt er niet meer door afgeleid. Maar voordat je door hebt dat een geluid afwezig is, een geluid waar je dagelijks mee lastig gevallen werd, als een continue reeks van tikken, daar kan even overheen gaan. Ik weet dus niet hoe lang 't geduurd heeft voordat ik door had dat 't weg was.
Toen ik 't me echter besefte, raakte ik wederom licht in paniek: nu zou de comp 't definitief begeven.

Stilte is pas echt eng in Zijperspace.

Update: 't Geluid is terug. & Nog onrustbarende dan 1st. De comp weigerde zelfs op een gegeven moment op te starten, met heftige klakkende geluiden komend uit 't karkas. & Inderdaad: blauw scherm. Ik durf de comp bijna niet aan te raken, uit angst definitief schade aan te brengen. Laat staan dat ik de gelegenheid krijg na te denken over enige tekst die ik wilde plaatsen. Men zal waarschijnlijk een wijl geduld moeten betrachten.

verhalen

't Gesprek was nog steeds niet afgelopen. Er dienden zich steeds weer andere onderwerpen aan. 't Was een continue stroom van woorden die m'n mond verlieten. 't Was weliswaar onder 't mom van een conversatie, maar vooral mijn mond stond niet stil. Alsof ik eindelijk de gelegenheid had gevonden de verhalen in m'n hoofd te ventileren. Ze mochten er uit stromen, zich tot een vloed vormen & iemand mee overdonderen. Die lange gevangenschap van ongesproken woorden, door 't ziek thuis zitten, noodde tot een stortvloed op de 1e gelegenheid die ze kregen zich samen te voegen.

Ik had 't relaas over de dame van 'Zeg 'ns A' al verteld, ik had Sanne Wallis de Vries de revu laten passeren, we (ik) hadden 't over vrouwen gehad die praten terwijl ze met hun borsten tegen je elleboog leunen & m'n fascinatie voor 't café waarin we ons bevonden had ik ook reeds genoemd.

Iedereen in 't café noemde elkander bij de voornaam. Niet slechts een enkele keer. Nee, zogauw een zin gericht was tot iemand binnen de groep aanwezigen, werd de naam van die persoon in de zin opgenomen. Jan was de bekende persoon, die net niet bekend genoeg was om volledig te herkennen. Nicolaas was de schrijver, gespecialiseerd in supermarkt-wijnen & 't sappig in woorden vatten van zijn bevindingen. Matti was de barman, een oudgediende, geen beweging te veel, die middagdienst van Johan overnam, de jongste van 't barteam. Tom was al een tijd niet langs geweest, maar blij dat 't goed met 'm ging. Er was nog een andere Jan, die echter niet al te veel zei, maar wel de hele tijd meedronk & enthousiast z'n glimlach bij elke snedige opmerking van 1e Jan toonde. Voor de rest was er een Herman, & een Anton, alsook een Hilde & een Suze. Ik kende binnen de kortste keren de namen van alle aanwezige regelmatige bezoekers met hun bijpassende aardappel-in-de-keel-stem. Ik voelde me wel thuis, hoewel niet opgenomen in de groep. Maar 't deed me zo denken aan de conversaties die m'n ooms vroeger bij Oma thuis hadden.
& Jan zei: 'Jan! Ik praat nooit over mezelf in 3e persoon. Ik heb bijv nooit tegen een kind gezegd: "Kom maar bij pappa."'
Waarop Anton zei dat dat ook niet zo hoort. Men moet 't kind als een gelijke beschouwen.
Verder ging 't gesprek over de secretaresse van Hitler, Waltraub genaamd, 'Angst essen Seele auf' van Fassbinder, Echo & the Bunnymen, terwijl ik zat te springen om een intelligente opmerking in de groep te gooien, ter aanvulling op hun niet aflatende stroom aan info.
Totdat Tom zei: 'My horse, my horse, a kingdom for my horse.' Toen durfde ik niet meer zo goed. 't Zou zo genant zijn Tom te verbeteren. Tom was volgens mij ziek geweest, lang & zwaar, die verbeter je niet als-ie net terug is in z'n stamkroeg. Dus stak ik m'n neus maar weer in m'n boek.

Dat had ik ook al verteld, zodat ze een beetje wist waar ze zich bevond. Natuurlijk niet al te luid, dit soort info dient vertrouwelijk overgebracht te worden. Men hoort niet op de hoogte te zijn van 't feit dat men 't onderwerp van een gesprek is.

'Maar dan heb je genoeg om over te schrijven.'
'Ja, maar 't moet zich nog als verhaal gaan vormen. Ik kan niet zomaar plompverloren iets op gaan schrijven. Ik bedoel: ik kan wel wat meemaken, maar dat wil nog niet zeggen dat 't meteen een verhaal is.'
'Daarom bevinden we ons nu dus hier. Omdat je dan weer wat meemaakt. Je hoopt elke keer dat je iets meemaakt om over te schrijven.'
'Nou..... Aan de ene kant wel, maar aan de andere kant ook helemaal niet. Want ik vind dat ik ook over niks moet kunnen schrijven. Als ik bijv de hele dag binnen zit, de wereld lijkt de hele tijd 'tzelfde, want wordt beperkt door de 4 muren van m'n huis, dan is de variatie die er in m'n leven plaatsvindt gevoelsmatig waarschijnlijk net zo groot als dat iemand zich altijd buiten begeeft. Iemand die in een isoleercel zit, dag & nacht, & daar over probeert te schrijven, zal een verschrikkelijk grote ervaring meemaken als 1 minuut lang 't licht uitgaat. Die zal net zoveel stof tot schrijven hebben als iemand buiten zijn isoleercel.
Waarmee ik alleen maar bedoel dat als je kan schrijven je over alles kunt schrijven. Ook over hele onbenullige dingen.
Alleen moet je wel een onderwerp weten. & Soms denk ik dat ik dat op dit soort plekken vind.'
'Maar eigenlijk vind je dat je ook thuis moet kunnen blijven?'

Ach ja, thuis is tenslotte Zijperspace.

bekend

'Kijk jij wel 'ns Barend & van Dorp? Ik kijk daar zelf dus nooit naar. Ik kom 't wel 'ns tegen als ik lusteloos aan 't zappen ben. Toevallig, onderweg. Eigenlijk kijk ik helemaal geen tv meer. Hooguit films & soms een comedy.
Heb je van de week dan Sanne Wallis de Vries gezien bij Barend & van Dorp? Ze beweerde iets & toen reageerde Jan Mulder op zijn stereotiepe manier: 'HAAAaaaaaaaaah, nou moet je ophouden.'
Sanne had trouwens roze geverfd haar, of misschien was 't wel paars. 't Zat er misschien wel tussen in.
Maar Jan Mulder reageerde dus op haar opmerking: 'HAAAaaaaaaaah,' enzovoorts. Dat riep weer allerlei andere reakties op. 't Was een beetje overdreven zo vond Sanne dat-ie zo op haar uitlatingen reageerde.
"Ja, maar, Sanne de Vries......"
"Sanne Wallis de Vries," corrigeerde Sanne Wallis de Vries onmiddellijk, "'t is gewoon een volledige naam. 't Hoort allemaal bij elkaar."'

'Nee, ik heb dat niet gezien.'

'Ik zit vandaag dus bij de apotheek. Verschrikkelijk druk. Ze zijn daar tegenwoordig tussen de middag 2 uur gesloten. Waarschijnlijk personeelstekort. Ze schieten er evengoed niks mee op, want die 2 uur dat ze dicht zijn, moeten ze evengoed inhalen. Want de mensen moeten toch hun medicijnen hebben. Ze krijgen er heus niet minder klanten van.
Ik had maar een boekje meegenomen. Ik was er al vanuit gegaan dat 't lang zou duren. Een mevrouw naast me dacht op een gegeven moment dat ze al aan de beurt was, maar ze had over 't hoofd gezien dat er een a-serie, voor mensen die hun recept hebben laten faxen, & een b-serie was, voor mensen die hun recept zelf meegenomen hadden. 't Duurde nog minstens 5 nrs voordat ze uiteindelijk aan de beurt was.
Ik zie dus opeens Sanne Wallis de Vries naar de balie lopen. Met een muts op, diep over haar voorhoofd getrokken. Maar ik kon dus dat roze-paarse haar eronderuit zien komen. Ha, da's Sanne, dacht ik, want dat haar heb ik gisteravond net gezien.
Zij staat daar dus. Ik denk: ik ga niet meeluisteren, ik wil niet weten wat bekende nederlanders voor kwaaltjes hebben. Ook al had ik alles heel goed kunnen horen, want ik zat als 't ware op de 1e rij.

Weet je, ik ben voor bekende nederlanders de grote onbekende. Ze praten er onderling over. Zeggen ze: "Ben jij die jongen ook tegengekomen in Amsterdam? Hij kijkt recht voor zich uit. Doet net of-ie niks ziet. Maar dat op zo'n manier dat je echt gaat denken dat-ie je niet kent. Ben jij die ook al tegengekomen?" & Niemand van die bekende nederlanders kent me, ze hebben me wel allemaal wel 'ns gezien, maar ze weten niet wie ik ben. Ze hebben een grote hekel aan me, want ze zien me voorbijschuiven, zonder ook maar enige herkenning voor hen in m'n ogen.'

'Wat denk je dan dat die bekende nederlanders denken?'

'"Hé, daar heb je 'm weer. Waarom kijkt-ie nou niet naar me? Ik ben toch best wel bekend. Of zou niet iedereen me kennen?" Maar ik vertik 't om naar bekende nederlanders te kijken. Er wordt al genoeg van ze afgekeken. Straks hebben ze niks meer van zichzelf over.
Hoe vaak zal een bekende nederlander z'n naam moeten zeggen? In 't dagelijks leven dan, bedoel ik. Bijv bij de bank, of als ze zich moeten identificeren als ze iets belangrijks, persoonlijks in ontvangst moeten nemen.
Nou, Sanne staat dus bij die balie. Vraagt die apothekersassistente: "Dat Wallis, hoort dat erbij?"
"Ja, dat hoort gewoon bij de Vries," kon ik nog net horen.

In Zijperspace kan iedereen m'n naam spellen.

communiceren

'Hé, boekenman,' roep ik 'm vrolijk toe terwijl-ie binnenkomt. Hij lacht er z'n guitige grijns bij. Ondanks z'n verleden & z'n leeftijd blijft-ie toch die twinkeling in z'n ogen houden. Zolang hij maar in een goed humeur is.
'Nou Boekenman?' Hij pauzeert kort om naar bepaalde woorden te zoeken, zo lijkt 't. 'Je kan beter Beroepenman zeggen. Iedereen vraagt maar de hele tijd of ik voor ze wil werken.'
'& Je verkoopt geen boeken?'
'Nee, ik praat vooral. & Da's niet goed. Doordat ik zoveel praat krijg ik veel te veel werk.'
Ondertussen loopt Boekenman naar de koelkast.
'Daarom moet ik maar een biertje drinken. Dan word ik tenminste stiller. Misschien dat de communicatie dan wat beter gaat.'
'Des te minder jij praat, des te beter je communiceert?'
'Ja, inderdaad. Dan denk ik op een gegeven moment: ik moest maar niet gaan werken, niet 't werk gaan doen dat ze me proberen aan te bieden. Ik moest maar 'ns naar huis om een biertje te drinken.'
Hij blikt nog een keer terug. Lacht z'n wenkbrauwen ondeugend & heft z'n biertje op.
'Proost, ik ga lekker communiceren.'

't Wordt tijd voor een rondje in Zijperspace.

kerstprognoses

'Theo & Yvon vroegen of we bij hun langs willen komen met Kerst,' zegt m'n moeder, 'maar ik heb 't afgewimpeld.'
Ik probeer te snappen waarom. 't Heeft altijd te maken met Pa. De vraag is alleen wat m'n moeder denkt dat hij wil. Of ik dat kan achterhalen uit haar woorden. Maar daar zijn te weinig woorden voor gegeven.
'U blijft liever thuis?' vraag ik.
'Ja, 't is waarschijnlijk 't laatste jaar dat Pa bewust Kerst kan meemaken. Dan moeten we er thuis maar wat moois van maken.'
'Je hebt gelijk, Moe. Ergens anders zou hij zich toch alleen maar druk maken over 't tijdstip dat jullie weer naar huis moeten.'

't Is voor 't 1st dat ik m'n moeder zo'n opmerking hoor maken. Voor 't 1st dat ze de sombere toekomst van m'n vader in zulke bewoordingen durft te omschrijven. Ik moet onwillekeurig denken aan m'n eigen opmerking 1 week ervoor. Ik had gezegd dat Sinterklaas misschien wel de laatste keer was dat m'n vader bij mij over de vloer was. Een boude uitspraak, vooral omdat ik 'm in gezelschap had gemaakt, maar we beseften allemaal dat 't waarschijnlijk niet bezijden de waarheid was.

Eigenlijk zijn we afscheid aan 't nemen. Op een hele trage manier. Elke keer dat we samen zijn weten we dat we weer een deel van Pa achter ons hebben gelaten. Dat we dat deel maar mee moeten nemen in onze herinnering. Goed koesteren in 't geheugen. We moeten 'm zien zoals-ie vroeger was, & ondertussen aanvaarden dat-ie geleidelijk aan aan 't veranderen is. & Tuurlijk blijft 't een lieve man, een langzame, vergeetachtige man, stuntelend met woorden, totaal niet meer de stoere man van vroeger, dunner & soms ook erg breekbaar, een lieve man, zo lief als-ie vroeger nooit kon zijn, maar hij is zo totaal niet meer de vader van toen. De man van m'n moeder.

Ik zie m'n moeder volgend jaar al zitten. In verzorgingstehuis De Koogh. Zoals m'n Oma vroeger bij Opa op visite was. Ik kan me niet anders meer herinneren dan dat Oma naast Opa op een stoel zat. Een beetje voor zich uit starend. Veel meer kon ze niet, met haar ogen. Opa maakte af & toe een opmerking, waaruit duidelijk bleek dat-ie niet wist waar-ie zich bevond. Een enkele keer stelde hij een vraag aan m'n Oma. M'n Oma stelde hem gerust met steeds 'tzelfde antwoord. Een levenslang huwelijk weerklonk in haar antwoorden. & Soms haalde ze een nieuwe sigaar uit z'n vestje. Als Opa zelfs z'n sigaren niet meer uit z'n vestje wist tevoorschijn te halen.

M'n vader hoort stemmen.
'Hoorden jullie dat ook?' vroeg-ie tijdens de lunch.
'Wat?'
'Ik dacht dat ik daar een stem vandaan hoorde komen.' Hij wijst naar de muur.
'Nee, Pa. Ik ben met 't mobieltje van Ma bezig,' zeg ik.
Maar iets later vertelt m'n moeder dat 't aan de medicijnen ligt. Schizofrenen hebben precies tegenovergestelde klachten, herinner ik me plots weer van psychologie. Dus krijgt m'n vader schizofrene verschijnselen door hoge medicatie.

M'n moeder wil me ff later met de auto wegbrengen naar 't station. Pa ligt al op bed voor z'n middagdutje. Ik zit reeds in de auto als ik bedenk dat ik iets vergeten ben van boven mee te nemen. Als ik op de 1e etage ben, komt Pa uit de slaapkamer.
'Wat is er, Pa?'
'Ik hoorde allemaal stemmen.'
'Nee, dat waren Ma & ik. We waren wat vergeten.'

'Komt er iemand langs met Kerst?' vraag ik aan m'n moeder.
'We weten 't nog niet. Marc maakt in ieder geval 't eten klaar, heeft-ie al gezegd. We wachten wel af wie zich aandient.'
'Ik heb allebei de kerstdagen vrij. Voor 't 1st dat ik vrij heb genomen met Kerst. Ik weet nog niet wat ik ga doen, maar ik denk niet dat ik langskom.'
'Nee, we weten dat we met Kerst niet op jou hoeven te rekenen.'
'Sorry, Moe. Ik zou 't echt heel graag doen, maar ik krijg al de kriebels als ik aan Kerst denk. Je moet 't maar zien als een afwijking waar ik nooit meer vanaf kom. Maar ik kom waarschijnlijk wel de dag voor Kerst. Is dat goed?'

Maar sommige vragen hoef je niet te stellen in Zijperspace.

a-meid

'Weet je nog dat er een broer & een zus in 'Zeg 'ns A' speelden'? In die beginperiode. Misschien waren 't ook wel geen broer & zus, was dat meisje de vriendin van de zoon of zo. Helemaal aan 't begin was dat, 't 1e jaar.'
'Ja, die jongen had blond haar. Beetje krul er in. Maar die zus was hélemáál aan 't begin.'
'Ja, die moet al na 't 1e jaar vertrokken zijn.'
'Ik weet 't nog wel, maar toen moet ik ong 9 jaar zijn geweest. Een klein ukkie zittend voor de tv. Naast m'n moeder.'
'Als jij 9 was, dan moet ik 19 zijn geweest. Zij was denk ik 2 jaar ouder dan ik, dus zal ze nu ong 40 jaar zijn. Volgens mij was ze in die serie toch de zus van de broer. Ze ging naar 't buitenland op een gegeven moment. Aan 't eind van 't 1e seizoen.'
'Dat je dat allemaal nog weet.'
'Dat komt doordat 't best wel een mooie dame was. Ze had lang blond haar. Slank, mooie neus.
Maar goed. Ik was dus afgelopen zaterdag ziek. Maar ik kon niemand bereiken om me ziek te melden. Jos had z'n mobiel niet aan. & Z'n x, die bij mij in de straat woont, nam ook de telefoon niet op. Met al die nieuwe krachten op m'n werk had ik bijna geen enkel telefoonnr. Dus ik moest wel op m'n werk gaan bellen. Voor de zekerheid ging ik echter 1st bij de x van Jos langs. Maar daar deden ze ook niet open.'
'Waarom ga je dan bij z'n x langs?'
'Omdat die misschien wist hoe ik Jos bij z'n vakantiehuisje kon bereiken.
Goed, die was er dus niet. Ik moest doorrijden naar m'n werk, want daar had ik alle telefoonnrs tot m'n beschikking.
Afschuwelijk trouwens, als je hartstikke ziek bent, om 8 uur 's ochtends door de vrieskou rijden. Deed verschrikkelijk pijn in m'n neus. Ik kon alleen maar heel langzaam rijden.
Om een lang verhaal toch een beetje korter te maken: m'n collega neemt dus m'n dienst over uiteindelijk, ik wil weer naar huis gaan, & op 't laatste moment, ik sta klaar om op de fiets te stappen, gaat m'n mobiel af. Jos aan de telefoon. Nou, Jos zegt dus: niks aan de hand; ga lekker naar huis, dat wordt wel opgelost, ga lekker slapen.
Maar terwijl ik aan de telefoon hang met 'm komt dus die dame voorbij rijden. Van 'Zeg 'ns A'.'
'& Die herken jij zo?'
'Ja, ik heb 'r volgens mij ook wel 'ns eerder gesproken. Toen stond ik voor 't instituut waar ik Film & Tv studeerde. Weet je waar dat is? In de Nieuwe Doelenstraat, waar Theaterwetenschap ook zit. Goed, ik sta voor de deur van 't instituut & toen kwam ze ook voorbij. Ik heb toen heel kort een praatje met haar staan maken. Ik weet niet meer waarom, maar ik praatte heel kort met 'r. Da's dus inmiddels 10 jaar geleden.
Zij komt dus voorbij rijden op haar fiets terwijl ik met Jos aan 't bellen ben. Ik kijk haar zo na, van 'goh, wat ziet die er toch mooi uit' & praat ondertussen gewoon verder. Maar zij kijkt op een gegeven moment naar mij, ze ziet me kijken & zij herkent me. Ik weet ook niet waarvan. Zij zelf ook niet, dat kon ik aan haar blik zien, want ze durfde ook niet echt gedag te zeggen. Maar ze had echt zo'n blik van: ha, daar is-ie. Ze was blij me te zien. Ze herkende me. Maar ondertussen wist ze niet waarvan.
& Toen fietste ze verder.'
'Dat was alles?'
'Ja, nouja. Toen kon ik op een gegeven moment ook vertrekken. Ik kon niet zo hard fietsen vanwege 't feit dat ik ziek was. Maar op de Grimburgwal stond zij met haar fiets te klooien. Dus toen ik voorbij haar fietste, keek ik dus om, zo van: ha, hier ben ik weer. Vrolijk lachend & zo.'
'& Toen?'
'Toen zag ze me niet, want ze was veel te druk met haar fiets bezig. Maar 't was een mooie meid.'

Daarom duurt alles veel langer in Zijperspace.

herkend

'Schrijf jij voor 't internet?' vraagt de jongen van Berkhout me vlak nadat ik binnen ben gekomen.
Ik voel me ½ betrapt. Schrijven over iemand zonder z'n medeweten, hoe zwaar kan dat bestraft worden tegenwoordig? Maar gelukkig lacht-ie meteen na 't stellen van de vraag; ik kan rustig blijven ademhalen.
'Ah, je hebt m'n stukjes dus gevonden?' vraag ik laconiek. 'Doe als 1e maar de Hazenpaté,' bestel ik tussendoor.
'Nou, ik niet. Carolien heeft je gevonden.'
Carolien tref ik nooit. Ik doe meestal geen boodschappen als andere mensen weekend vieren.
'Ze vertelde 't me van de week,' gaat-ie inmiddels verder, 'ze had 'Berkhout' ingebracht tijdens 't surfen & jou dus blijkbaar gevonden.'
'Ja, ik ben geloof ik makkelijk te vinden,' vertel ik 'm uit ervaring. Zelf ook wel 'ns uitgezocht hoe makkelijk Google mij kan vinden op bepaalde zoekopdrachten. 'Vandaag ook maar weer 'ns Rillette, alsjeblieft. Maar niets dan positiefs heb ik geschreven over jullie, toch?'
Hij knikt beamend. Een hele geruststelling. 'Zoveel Rillette genoeg?' Hij laat 't bakkie zien. 'Ik heb 't nog niet onder ogen gehad, hoor, maar had jij ook niet geschreven over radio Unique?'
Radio Unique? Radio Unique? Ik speur m'n geheugen af of ik die mogelijk 'ns per ongeluk genoemd kan hebben. Ken ik radio Unique eigenlijk wel? Misschien hebben ze toch de site van iemand anders gevonden.
'Ja, Berkhout heeft meegeholpen met 't opstarten van Unique.'
'Oh, daar weet ik niks van. Dus dat ben ik toch echt niet geweest. O, & wat Grove Eendenpaté.'
Jammer, eigenlijk. Word ik eindelijk 'ns op straat herkend, blijk ik verward te worden met iemand anders.
Nou ja, men had mij al 1 keer eerder, bij 't bockbier-proeven, herkend als 'de schrijver van'.
'Heb jij dan een stukje geschreven over dat je op een gegeven moment voor een gesloten deur stond & je spullen ergens anders moest halen?'
'Ja,' reageer ik enthousiast, 'dat klopt.'
Gelukkig. Stel je voor dat ze mij nog niet op internet tegen waren gekomen & ik sta hier uit de doeken te doen dat ik juist wél over ze geschreven heb. Dan gaan ze daar natuurlijk xtra fanatiek naar op zoek. Blijkt 't toch niet zo positief te zijn als dat ze in 1e instantie dachten. Maar ik moet niet zo somber denken. Ik heb nog nooit iets negatiefs over Berkhout geschreven.
'Dat was overigens verschrikkelijk.' De emoties van die periode komen spontaan naar boven. '& Wat Rucola-tappenade, alsjeblieft. Hoe heb je me dan herkend?'
'Nou, ik heb je stukjes nog niet gelezen, hoor. Maar Carolien vertelde me over die verhaaltjes.'
'Als laatste Torino.'
'TO-Rí-NO!' zegt-ie met de juiste overdreven italiaanse beklemtoning. 'Van de week vertelt ze me waar ik 't kan vinden. Vanaf volgende week overigens een internet-aansluiting hier in de winkel.'
'Ha, & kan ik dan ook weer met pin betalen.'
'Nou, ik ben van de week weer wezen bellen....' Hij steekt 't hele verhaal weer af.
'The continuing story,' zeg ik.
'Da's dan € 12,40.'
Ik overhandig 'm 20.
'Heb je er misschien € 3,- bij?'
'Nee, dat heb ik niet,' een blik in m'n portemonnee werpend.
'Dan betaal je die maar volgende week.'
'Moet je me wel helpen onthouden, want ik vergeet dat soort dingen heel makkelijk.'
'Ha, maar ik heb je herkend van 't internet, dan zal ik dit ook wel onthouden,' zegt-ie met een brede grijns.
Ik lach mee, groet 'tot volgende week' & loop de winkel uit.
Weet ik nog niet hoe hij wist dat ik 't was, terwijl-ie de teksten zelf nogeneens gelezen had, bedenk ik me als ik m'n fiets van slot haal.

Overigens is Berkhout Hofleverancier van Zijperspace, ook al zie je dat niet aan de buitenkant van de winkel.

overzicht

Ik ben bezig een selektie te maken uit de stukjes die ik tot nu toe geschreven heb. Een klein voorproefje hiervan is reeds aan de linkerkant te vinden. Onder 't kopje 'div stukken verzameld naar onderwerp'. Een beetje saai aanzicht geeft 't misschien momenteel, met al die cijfertjes onder de onderwerpen, maar dat heeeft vooral te maken met de titels die ik ooit aan de artikeltjes heb meegegeven. Dit waren de onderwerpen waarvan ik de stukken tekst makkelijk kon achterhalen, omdat ze allemaal met dezelfde titel hadden. Was in een poep & een zucht gebeurd.
Nu ben ik met enkele andere onderwerpen bezig, waaronder 'Westmalle', 'm'n vader', 'Boekenman', etc. Om vooral geen enkele tekst daarbij over te slaan ben ik m'n archief door gaan spitten vanaf 't ontstaan van m'n weblog. Dat is 1459 stukjes geleden. Ze waren in die beginperiode gelukkig niet allemaal zo lang als dat ze tegenwoordig bijna altijd zijn, maar 't is wel een hoop werk elke keer te kijken wat 't onderwerp is. Daarnaast kan ik 't niet laten enkele stukjes over te lezen (af & toe geheel in verbazing: 'Heb ik dit geschreven?). & In sommige gevallen alsnog noodzakelijke korrekties aan te brengen (u weet wel: waarvan u vergeten bent door te geven dat ik 't verkeerd ingetypt had). Verder schieten me zo af & toe nieuwe onderwerpen te binnen om in ditzelfde kader te verzamelen, waardoor ik terug moet bladeren om vooral geen link naar zo'n postje te vergeten.

Al met al kost 't verschrikkelijk veel tijd. Ik hoop dat de lezer hiervoor begrip heeft.

Maar na 't betrachte geduld heeft men dan ook een vreselijk leuk overzicht van belangrijke items in Zijperspace.

ziekenbank

We werden op de bank gelegd. Gewikkeld in een deken of een slaapzak. 't Hoofdkussen moest van 't bed gehaald worden, eventueel met die van een broer er xtra bij, zodat we nog een beetje rechtop konden zitten. Van tijd tot tijd kwam m'n moeder er dan bijzitten, met een thermometer, met thee, met af & toe een boterham: 'Toe, probeer nou een hapje.' Soms om wat voor te lezen, maar daar had ze 't geloof ik veel te druk voor, meestentijds. 't Huishouden ging gewoon door. Straks zou de rest thuis komen.
1 Keer, kan ik me herinneren, heb ik gelijktijdig met m'n broer op de bank gelegen. Waren we allebei ziek. Hij met z'n hoofd aan 't ene eind van de bank, ik aan de andere kant. Onze benen lagen langs elkaars middel. We waren xtra dik ingepakt met dekens. 't Staat me bij dat dat de gezelligste periode van ziekzijn was. Hoewel ik vast wel ruzie met 'm zal hebben gemaakt. Over wie waar z'n benen moest houden, of wie nu aan de beurt was voor een bepaald stripboek. & Af & toe schreeuwden we naar moeder, ondanks de ziekte lukte 't schreeuwen toch nog, dat 't absoluut niet kon dat de ander ziek was, want wat-ie net had gedaan.....

Maar voor de rest kan ik me alleen maar herinneren dat ik in m'n 1tje op de bank heb liggen ziek zijn. Ik kwam m'n uren door met slapen, soms een boekje lezen, hoewel de lust daartoe meestal ontbrak, & naar buiten staren. Totdat schooltelevisie begon.
Als er geen schooltelevisie had bestaan, was ik doodgegaan van verveling. Zeker niet van de koorts, die was volgens mij toch ook weer niet al te ernstig bij de reguliere kinderziektes. Nee, de verveling kon je veel erger treffen. Alle stripboeken waren al gelezen, leesboeken vergden te veel concentratie, moeders had niet genoeg tijd voor aandacht & voor de rest was er niemand in huis. We hadden zelfs nog geen hond om wat xtra warmte van te mogen ontvangen. & Als er al 'ns een tante over de vloer was, geloofde die toch niet dat je écht ziek was. Tantes waren hard, in die tijd.

Schooltelevisie leidde tenminste voor enkele uurtjes af. Vanaf 10 uur 's ochtends wetenswaardigheden op een leuke manier gepresenteerd, elke keer in een tijdsbestek van ong 20 minuten. Waarna je 10 minuten lang de klok kon volgen, de oerhollandse televisie-klok, wachtend op de volgende uitzending. Aardrijkskunde, geschiedenis, godsdienst & allerlei andere onderwerpen werden op een veel interessantere manier gepresenteerd dan dat de leraar op school 't onderwees. Ik wilde elke dag wel ziek zijn met zulk leuk onderwijs. Maar dan wel onder de voorwaarde dat er ook 's middags na 't eten schooltelevisie zou zijn.

Soms, heel soms, 't waren vanwege de zeldzaamheid legendarische momenten, waar je bij terugkeer op school vol overgave over kon vertellen, jaloerse blikken creërend, soms had je helemaal geluk. Je moest er wel de hele dag de tv voor aan laten staan, want 't stond nergens aangekondigd in de gidsen. Om dit te bereiken was 't noodzakelijk dat moeder zoveel mogelijk uit de buurt van de tv bleef, 1 of ander klusje boven te doen had, want anders ging de tv geheid uit. Achteraf kreeg ik te horen dat 't slechts 1 keer in de maand was. Op de 1e woensdag-, of anders dinsdagmiddag van de maand of iets dergelijks. Op een vast tijdstip, zodat de mensen in 't vak die dag, dat tijdstip, vrij konden houden. 't Zou ook kunnen, ook iets dat ik achteraf ter ore kwam, dat de STER de verplichting had de uitzending maandelijks te verzorgen. Wellicht om ze goed te laten keuren.
Niet belangrijk voor de rest. 't Ging er om dat ik een prachtige uitzending te zien kreeg. Uniek. Afleidend. Ik vergat gewoon dat ik ziek op de bank lag. 't Was nl vaak ook erg grappig. De meeste die ik kreeg voorgeschoteld, kon ik in de normale STER-blokken niet te zien krijgen. Wat zag ik überhaupt aan reclame op tv? Maar nu kreeg ik alles bij elkaar: de nieuwste reclame-spots in 1 lange uitzending.

Toen was 't nog heerlijk om ziek thuis te zijn in Zijperspace.

arbeit

Via een sms-je heb ik laten weten dat ik vandaag wel weer kan werken. Dat was vlak voordat ik op de bank in slaap viel. Dat was dus ook voordat ik wakker werd met een verkrampte nek. Waardoor ik niet meer in m'n favoriete leesstoel kon zitten, vanwege onmiddellijk ontstaan van koppijn. Van die schele, waarbij je naast de letters moet gaan kijken om te kunnen zien wat er staat.
Maar goed, ik ben in een andere stoel gaan zitten, heb die wat meer voor de kachel geschoven & ben verder gaan lezen.

M'n werkgever had inmiddels z'n dank voor snelle opknappen terugge-sms-t. Ik was enthousiast met hem, maar had niet zo'n zin dat gevoel van enthousiasme aan hem te zenden.

M'n neus begon te lopen. Nadat ik m'n bed had verkozen boven de stoel om verder te lezen. Van een loopneus had ik afgelopen dagen nog geen last gehad. Niet noemenswaardig in ieder geval. 't Kostte me moeite m'n dagelijkse portie neusspray achter in m'n neus te laten aankomen. Dat gaf ook zo'n gevoel van nutteloos: een neusspray inbrengen die ervoor moet zorgen dat je beter kan ademhalen & ondertussen 't lopende snot niet met de papieren zakdoekjes kunnen stuiten.

Fascinerend is elke keer de variatie die 't verkoudheid/griep-virus er in weet te brengen. Was ik een jaar geleden vooral neusverkouden, met een lichte kriebel in m'n keel tegen 't einde, ditmaal ging een vochtig gevoel in de keel met rochelende hoestbuien, zoals ik die nog van m'n rokende periode weet te herinneren, waarbij tevens pijnlijke botten, vooraf aan een natte neus. Elke keer komt de virus in een andere gedaante. Hij moet zich wel vermommen, want anders wordt-ie bij de toegangspoort van de hemel, die mijn lichaam voor hem moet zijn, teruggestuurd.

De nachten zijn echter over 't algemeen 'tzelfde: obsessief. Steeds weer dezelfde plaatjes schieten door 't hoofd. & Dat nog voordat ik in slaap gevallen ben. Vannacht een 10-tal maal steeds 'tzelfde gebouw betreden. Ondertussen maalde een liedje door m'n hoofd, de hele tijd 'tzelfde zinnetje. Ik kwam niet verder dan dat zinnetje. Waarbij ik me de hele nacht afvroeg hoe ik 't woordje 'dissappointed' moest schrijven. Met 1 's', of 2? & Hoe zat 't met de hoeveelheid 'p'-s?
4 Uur mee zoet geweest afgelopen nacht. Terwijl ik 't bovenstaande schrijf geen behoefte gehad 't woordenboek erbij te pakken.
Ik verbied mezelf gedurende dit soort nachten te gaan nadenken over hoe lang 't nog zou kunnen duren voor ik definitief in slaap val. Bezorgt me alleen maar xtra zorg.

Ik heb een xtra grote hoeveelheid zakdoekjes klaargelegd om naar m'n werk mee te nemen. & Een dosis motivatie om op te gaan geven op 't moment 't niet meer gaat. Die zal waarschijnlijk niet aangesproken worden. De 1e wel, de laatste niet.
Ik moet 't maar van de positieve kant bekijken, sprak ik mezelf vanochtend toe, vandaag is m'n laatste dag. Morgen & overmorgen is 't weekend. & Hoewel we aansluitend een vergadering hebben, is maandag een korte werkdag. Daarnaast, & daar stond ik van te kijken, zat m'n haar verschrikkelijk goed toen ik vanochtend in de spiegel keek.

De dag kan niet meer stuk in Zijperspace.
PS: vlak voordat ik naar m'n werk vertrok ben ik per ongeluk vergeten te publishen; ietwat verlaat verschijnt 't relaas dus toch. Ondertussen zit ik thuis, snotverkouden. Geen vergadering, want te ziek nog steeds.

heldendom

Elke dag kwamen we er wel weer 1tje tegen. We wisten niet waar ze vandaan kwamen. We durfden niet rücksichtslos de keuken in te lopen. 1st De deur open, met de arm de hoek om 't licht aandoen & goed om je heen kijken. Vooral nadat Tineke er 1tje met haar blote voeten had platgetrapt was die aanpak noodzaak geworden. Voor de nachtrust.
Sinds dat voorval durfde Tineke de slakken niet meer op te ruimen. Voortaan was ik altijd de aangewezen persoon. Terwijl ik zelf al helemaal niet gek was van die naakte beesten. Ze leken wel doorzichtig van slijmerigheid. Aan hun kleur te zien hielden ze niet al te erg van de zon. Ze waren lichtgeel tot grijzig wit. De grootte varieerde van een ½e cm tot bijna 10 cm lang.
Ik schoof ze met de stoffer op 't blik, deed de tuindeur open & gooide ze weg met een snelle zwaai. Geen verkeerde beweging maken, de zwaai krachtig genoeg inzetten, want anders kwamen ze voor m'n voeten weer naar binnen vallen. De kriebels schoten door m'n hele lichaam bij de gedachte dat ze ook op m'n sokken terecht hadden kunnen komen.

Hun aanwezigheid had waarschijnlijk met de beerput te maken, die op een bepaalde plek onder onze tuin lag. Een beerput was allang al niet meer toegestaan, tenzij 't aantoonbaar was dat deze al sinds mensenheugenis zich op die plek bevond. Tenminste, zo vertelde Kalis ons dat.
Kalis wilde op een zo goedkoop mogelijke manier z'n geld verdienen. Zo min mogelijk tijd besteedde hij aan z'n huisjes. Alle herstelwerkzaamheden werden door hem zelf verricht & dat liefst zo laat mogelijk. Als de stront weer 'ns door de pot omhoog kwam, duurde 't een week voordat-ie langs kwam om te kijken wat er aan de hand was. Hij groef eigenhandig de afsluitende plaat van de beerput tevoorschijn, opende de put, trok handschoenen aan & ging op z'n knieën de afvoer ontstoppen met een lange dunne lier. Wij mochten binnen op zijn commando de wc een paar keer doortrekken & vervolgens komen kijken wat er allemaal uit de afvoer tevoorschijn kwam. Vooral stront was dat, ongelooflijke hoeveelheden stront met inmiddels ½-vergaan wc-papier. Tegen 't eind van deze bruine golf passeerden dan de opgezwollen tampons ons. Afkomstig van de bovenbuurvrouw, was onze conclusie.
Kalis kon weer vertrekken, vergat daarbij per ongeluk z'n lier, waardoor we bij de volgende verstopping zelf konden ingrijpen.

Aan de rand van de beerput, waar 't afsluitende deksel hoorde te zitten, zaten enkele xemplaren van de naaktslak die ons huis steeds weer kwamen bezoeken. Weggedoken voor 't licht. De geuren van onze afvalstoffen opsnuivend. Ze daar aan te treffen had geen positieve invloed op mijn houding tegenover ze.

Langzamerhand werd ik echter een held. In mijn eigen ogen dan. Misschien ook wel in die van Tineke, want die durfde helemaal niks.
Ik ruimde zonder bezwaar de slakken op uit onze keuken. Ik liep soms zelfs zonder behoefte aan licht de keuken in om snel iets uit de koelkast te pakken. Trof ik in 't licht van de koelkast een slak aan, dan schrok ik daar inmiddels niet meer van, maar pakte onmiddellijk 't daarvoor bestemde gereedschap beet & verwijderde 't beestje. Was de pot weer 'ns verstopt, dan verrichtte ik dezelfde handelingen als dat ik de heer Kalis had zien doen, daarbij soms wel een ½ uur met m'n neus hangend boven de met stront & pies gevulde beerput, zonder dat mij dat interesseerde. De afvoer moest ontstopt, daar moest kleinzielig gedrag voor wijken.

Dat is inmiddels 14 jaar geleden. Tegenwoordig schrik ik me weer rot als ik in m'n huidige tuin een slak bij m'n voeten ontwaar. Ook al is 't een oerfatsoenlijke bruine, dan wel groene. & Als er op m'n werk iemand z'n behoefte niet doorgetrokken heeft, reik ik van een zo groot mogelijke afstand met m'n handen naar de spoelknop, ondertussen kokhalsneigingen met moeite beteugelend.

Alles is weer zoals 't hoort in Zijperspace.

navel

Enigszins stiekum ben ik natuurlijk wel naar buiten geweest vandaag. Maar wat is stiekum als er niemand is die je controleert? Buiten de reis naar m'n werk om m'n collega's in te kunnen schakelen voor 't overnemen van m'n dienst, moest ik als troost maar een boek voor mezelf kopen. Had ik ½erwege de dag besloten. Desnoods iets anders, 't deed er eigenlijk niet toe wat, als ik maar de gelegenheid had mezelf troost te geven. Troost zit in geld, moet men weten.
De boekhandel was van de opties 't minst ver weg gelegen.
De boekhandel waar ik al vaker impulsieve aankopen heb willen doen. & Waar ze elke keer niet bleken te hebben wat ik zocht. Geen 'Nestor' van Wiener, geen Synoniemenwoordenboek.
Ditmaal hadden ze eigenlijk te veel. Ik kwam al na enkele vluchtige blikken geworpen te hebben de zaak in minstens 3 titels tegen die ik stante pede aan wilde schaffen. Hoefde ik niet over na te denken. Alleen 't geld, daar zat ik een beetje mee.

Da's allemaal niet zo belangrijk. 't Was meer dat ik op een gegeven moment totaal ongewassen tegenover een boekhandelmeisje stond, 't was zeer zeker geen onaangename dame, wellicht ietwat jong, welk gevoel mij stoorde. Ik had m'n tanden gepoetst; dat leek me wijs vlak voordat ik 't huis verliet, vooral in deze zieke rottende fase waarin mijn lichaam zich bevond. Ik had me dik aangekleed: 3 t-shirts, 2 sweaters & 1 jas; waardoor m'n lichaamsgeuren zich niet makkelijk zouden kunnen verspreiden. Maar toch dacht ik de hele tijd aan de navel waar ik in had zitten poeren.

Meermaals had ik last gehad van de temperatuur. De ingebeelde temperatuur, bedoel ik dan. Dan weer was 't te koud, waarop ik de kachel ietsjes hoger zette, & 5 minuten later had ik 't weer veel te warm. T-shirt aan, xtra t-shirt aan, 1 t-shirt uit, alle t-shirts uit. Meermaals moest ik 't zweet van m'n voorhoofd vegen (een goed teken, dacht ik). Zelfs een enkele maal uit m'n navel.

Zodoende ben ik er dus achter gekomen dat zweet uit de navel ruikt. Ik wil niet zeggen 'stinkt', 't is tenslotte m'n eigen lichaamsgeur, maar ruiken deed 't wel degelijk.
Ik moet 't jaren geleden al hebben geweten. Als klein kind. Toen 't nog heel gewoon was dat we 1maal in de week een bad in de tobbe namen, & we daardoor de geur van ons eigen lichaam heel gewoon waren. Zeker die van de navel. Want dat is een vreemd geurtje. Na 1 dag niet douchen wordt je 't geurtje al gewaar, was ik vandaag achtergekomen.
De geur was me echter zeer vertrouwd, hoewel ik me niet kon herinneren wanneer ik 't eerder had geroken.

Ik ga me hier natuurlijk niet zitten xcuseren voor 't feit dat ik me vandaag niet gedoucht heb. Daar kon m'n lichaam vandaag gewoon niet tegen. & Anders m'n gemoedsgesteldheid niet. Ik zat de gehele dag opgesloten. Ik had gedurende de dag met niemand kontakt anders dan via meel of telefoon. Ik zou m'n lichaamsgeur een beetje aanpassen aan 't meisje dat mij een boek zou verkopen. Nog wel bij de boekhandel waar men toch nooit heeft wat ik zoek. Ik keek wel lekker uit.

Waar ik maar mee wil zeggen dat 't toch zaak is jezelf te douchen mocht men ziek zijn bij hogere temperaturen, aangezien de geur van 't zweet in de navel zich makkelijk verspreid. In warmere tijden is men over 't algemeen nl geneigd tot 't dragen van slechts 1 t-shirtje. Geen jas, geen trui. Bij zeer goed weer dan. (Daarentegen: als men ziek is, heeft men 't eerder te koud dan te warm).
Die geur van de navel verspreidt zich dermate sterk, in ieder geval bij mijn lichaam in deze toestand, dat ik vanmiddag zittend achter de comp die geur gewaar werd op 't moment dat ik 1 van de shirtjes uittrok. & Toch besloot ik niet me te gaan douchen. Nee, ik moest toch zo snel mogelijk een boek kopen. Als troost.
Vervolgens ben ik 't boek niet gaan lezen.

Slechts 't onverwachte gebeurt vandaag in Zijperspace, maar dat was te verwachten.

toegeven

Ik werd om 4 uur wakker. Met slechts 1 gedachte in m'n hoofd: ik mag niet hoesten. Ik moest zorgen dat m'n borstkas zo min mogelijk belast werd. Dat heeft me vervolgens minstens 2 uur bezig gehouden. Samen met beelden, steeds weer dezelfde beelden, die tevoorschijn kwamen. Ik leek wel bezeten.
Ik moet rond 6-en in slaap zijn gevallen, of in ieder geval lichtelijk weggedoezeld zijn, maar om 7 uur begon ik mezelf wakker te trillen. Misschien vanwege de kou, misschien omdat ik mezelf ziek moest gaan melden, maar 't kan ook met 't slaaptekort te maken hebben gehad.

'Je wordt ziek als je er aan toe bent.'
Mirjam & Pim zaten nog maar net op 't HBO-V, hadden enkele lessen achter de rug, toen ze met deze uitspraak op de proppen kwamen. 1 Van hun docenten had ze die aan de hand gedaan. De docent had zich enige jaren eerder tot de Bhagwan bekeerd, & enkele van de filosofische stelregels van z'n nieuwe leermeester gebruikte hij in funktie als docent bij 't vak Ziekteleer.
Zweverig, vond ik. Buiten dat: hoe zat 't dan met Aids-patiënten? Waren die aan Aids toe? Of mensen die in 't verleden overleden waren door pest-epidemieën. Slechts een klein gedeelte van de bevolking was op dat moment er niet aan toe te overlijden aan die ziekte?
Volgens Mirjam & Pim zat er eigenlijk wel wat in. Waarom kreeg de 1 wel griep & de ander niet?

Tot voor kort werd ik zelden ziek. 't Was jaren geleden dat ik een griepje onder de leden had. 't Kon ook niet; ik had 't veel te druk om ziek te worden.

Om 8 uur besloot ik een poging te wagen m'n werkgever Jos te bellen. Vroeg, maar noodzakelijk vroeg, want dan had-ie tenminste de gelegenheid naar Amsterdam te komen, mocht-ie buiten de stad zitten.
Voicemail ingesproken. Thuis ook niet aanwezig.
Telefoonnrs van m'n collega's had ik niet. Daarvoor hadden teveel personeelswisselingen de laatste tijd plaatsgevonden. Ik moest m'n jas aantrekken om op m'n werk op zoek te gaan naar hun nrs.

½ 9 Probeerde ik Sarah te bellen. Terwijl ik haar voicemail inspreek is m'n stem raspend & zwaar geworden. Ik heb er ook helemaal geen zin in. De fietstocht had me een kwartier gekost. Ik was afgepeigerd & m'n botten deden pijn.
Ik sprak de voicemail van Jannet in.
Vervolgens belde ik Jan. Misschien dat hij wist waar Jos zat.
Hij gaf me 't nr van Anke, in Alkmaar.
Anke wist niet waar Jos zat. Misschien zat-ie gewoon thuis.
Langs z'n huis geweest. Aangebeld. Niets.
Sarah weer geprobeerd. Die nam ditmaal op.

Als ik om 9 uur de winkel verlaat, gaat m'n eigen mobiel af. Ik had inmiddels alles al geregeld: Sarah zou m'n dienst overnemen. Zij zou informeren wie er als 2e man aanwezig kon zijn.
Jos, eindelijk Jos aan de lijn.
Ga lekker naar bed. Wij regelen 't wel.

Ik maak weer de lange tocht naar huis. Door de kou. Op een veel te langzame fiets. Alles irriteert. Alles doet pijn.
Als ik thuis in de spiegel kijk, zien m'n ogen rood.

Ik ben tegenwoordig meer aan ziek-zijn toe. Meer behoefte aan ontspanning. Lekker een dag of meer thuis zitten. Ik bedacht me dat ik vanochtend in bed op 't idee was gekomen dat als ik ziek zou willen zijn, ik slechts met een zware stem door de telefoon moest spreken. Traag & zwaar. Raspend gebroken. Dat ik vervolgens ziek zou zijn, omdat ik er aan toe had gegeven.
& Zo gebeurde.

Nu klaagt men echter over de trage benen in Zijperspace.

pad (3)

Stel dat Quint niet m'n broer was, dan was 't uit geweest met de vriendschap. Puck maakte laatst ook een soortgelijke opmerking, smaalde daar lichtjes bij, maar kwam daarop gelijk met de vraag of ik zilvervisjes kende. Die waren pas echt eng. Door die opmerking kwam 't nog net goed. Je mag geen onbegrip hebben voor een andermans angst. & Zeker niet die van mij. Hoe irreëel mijn angsten ook zijn.
Angsten van mensen zijn allemaal terug te voeren op de uiteindelijke angst voor de dood, zegt men. Van de week las ik die opmerking nog ergens. Dat zal wel, denk ik dan. Ik geef ze ook helemaal gelijk. Maar op 't moment dat ik zo'n angst meemaak denk ik daar niet aan. 't Meest nuchtere wat er op zo'n moment in me opkomt is dat de angst geen werkelijkheid is. Dat soort gedachtes laat ik echter zo kort mogelijk toe. 't Streven is slechts om zo ver mogelijk weg, op zeer kort tijdsbestek, te geraken.

'Waar staan die boekenplanken dan?' vroeg Quint.
'Sst, niet zo hard,' zei ik fluisterend, 'niemand hoeft te horen waarom ik ze niet durf te pakken.'
'Wat dan?'
'Nou, ze staan dus in de kelder. Maar daar zat dus plots een pad een paar maanden geleden.'
'Ben je daar bang voor dan?'
'Ach, nou ja,' stamelde ik, 'ik durf heus wel de kelder in. Nou ja, eigenlijk niet. Maar ik heb die pad dus ingebouwd in die boekenplanken. Hij is er helemaal mee omringd. & Die planken moeten we dus hebben.'
'Ben je ook een mietje.'

Quint grijnsde er bij. Hij had ook niet anders moeten doen. Want ik had geen boekenkast meer willen hebben. Laat staan Sinterklaas willen vieren met de familie die wat later zou arriveren, als wij de boekenkast afhadden.
Als hij een vriend was geweest, dan was die grijns zelfs niet genoeg geweest. Dan was 't na die grijns afgelopen. Weer een vriend minder, had ik hooguit gedacht.

'Kijk, daar staan ze.'
Ik wees de boekenplanken aan waarmee ik de pad had omsingeld.
Maar Quint is gelukkig m'n broer. Hij mocht me mietje noemen. Broers zijn nou 1maal wat meer rechttoe rechtaan. Een verklaring is dan niet nodig. Een grijns is genoeg.
Als daarna tenminste 't dappere gedrag wordt getoond & de planken worden gepakt. Waardoor de pad tevoorschijn kan komen.

Ik stond bovenaan de trap. Ik had de looplamp aangegeven. Ik gaf aanwijzingen aan waar de planken zoal konden staan, waar de lamp neergezet kon worden, waar de pad zich zou moeten bevinden, mocht-ie zich niet meer bewogen hebben, waar Quint toch echt moest oppassen, want daar zou 't kunnen dat de pad van zich deed gelden.

Ik vond die zilvervisjes van Puck toch echt niet zo angstaanjagend, vertelde ik haar. Kwam waarschijnlijk doordat m'n moeder me ooit uitgelegd had dat die beestjes alleen in huizen voor konden komen waar 't glans & glansschoon was. Beestjes die op een schoon huis afkwamen kon ik niet eng vinden.
Dat had ook een xcuus kunnen zijn geweest van m'n moeder. Omdat 't huis blijkbaar niet echt schoon was geweest. De kinderen mochten dat niet weten.
Ik geloofde m'n moeder. Altijd al gedaan. Ditmaal zorgde dat er in ieder geval voor dat ik geen angst had voor zilvervisjes. Weliswaar schrik ik altijd ff, maar angst is er niet. Schrik, da's alles.

Quint haalde 1 voor 1 de planken weg van de muur waar de pad zich had bevonden. 't Gordijn van planken werd opengeschoven. Ik zou zien wat er met de pad gebeurd was. Vanaf de bovenste tree van de keldertrap.
'Ga nou 'ns opzij,' zei ik Quint.
Maar hij stond al de hele tijd opzij.
'Er is gewoon niks,' zei Quint.
Ik deed een stapje naar beneden.
'Kijk,' zei Quint, 'hier ligt een plasje van een lichaam dat heeft liggen verrotten.'
'Nee, dat kan niet. 't Lijkje van de pad die ik aantrof toen ik dit huis introk, was ook niet veranderd in een plas.'
Toch deed ik een stap dichterbij. Keek wat beter.
'Nee, joh. Da's water. Er staat altijd een beetje water in m'n kelder.'
De pad was er evengoed niet.
Quint gaf me de planken aan.
'Hier, pak aan. Ze moeten naar boven.'

Er moest gebouwd worden in Zijperspace.

ballonnen

Ik heb de ballonnen vermoord. Ik wist niet wat ik anders met ze moest doen. Ze hingen maar. & Nadat ik ze van 't hangende touw had ontknoopt lagen ze maar. 1 Heel zielig als een verrimpelde voodoo-poppetje. 't Gezichtje dan alleen, zoals ik me kan herinneren van een aflevering van Kuifje.
't Doden van deze ballon had al helemaal geen zin. In de vuilnisbak begraven was de enige overgebleven oplossing voor dit geval van voortijdig verscheiden.

Lang geleden heb ik eens alle ballonnen gewoon laten hangen. 't Was na een feest waar m'n visite spontaan allerlei versiering meegenomen had. Míjn feest weliswaar, maar hún versiering. 't Zou een samensmelten van 2 doelstellingen worden: een geslaagd feest.
Ik heb 't laten hangen, uit nostalgie, totdat 't verschrompelen, 't leeglopen zonder waarneembare gaatjes, blijkbaar door de huid van de ballon zelf heen, mij dermate gingen irriteren dat ik 't langzame verval niet meer kon aanzien. Ik begon me voor te stellen dat de ballonnen kortademig werden vanwege ouderdom. & De herinnering aan 't feest werd vertekend door de afbeelding die de verkrampte ballonnen mij toonden.
Ik geloof niet dat ik de ouderdom goed aan kan zien.

Daarom heb ik bijtijds de ballonnen van de dag ervoor vermoord. Ze zijn slachtoffer geworden van een gedwongen euthanasie. Ze verdienden 't. Ik wilde ze die lange marteling niet mee laten maken. Een marteling van een gebrek aan besluitvaardigheid. Een kwelling van hoge temperaturen aan 't plafond zogauw de baas thuis komt & de kachel hoog gaat. 't Desperate gevoel van alleen gelaten worden, een lang leven van ½-vergaan doormaken, zielig achtergelaten onder de bank waarop doorgaans de tv aanschouwd wordt, een ander leven wordt geleid. Een ander leven dan stil liggen & wachten wat komen gaat, onder een bank. & Die laatste situatie alleen maar als de ballon bevrijd is van 't koord hangend aan 't plafond.

Ik vind dat je dat een instrument, eens ter meerdere glorie van de feestvreugde, niet aan kan doen. Hij diende slechts. Gehoorzaam. Stilzwijgend. Zonder 't te begeven. Zonder 't feest te verknallen. Of langzaam de herinnering eraan te laten wegebben, zoals z'n eigen levensadem. Stilstaande levensadem weliswaar, maar voor de rest zeer letterlijke levensadem.
Dan liever de lucht in, dacht ik plaatsvervangend van Speijkiaans.

Naarmate een mens ouder wordt verliest-ie z'n verwondering over dat bolle wezen gevuld met lucht. Niet meer dan dat: lucht. 't Wordt steeds meer 'niet meer dan dat'. Niet de droom van dwaze tochten door vreemde luchten. Niet meer 't opgeheven worden boven de daken uit. Niet 't olijke kleurenspektrum die de ballonnen tezamen uitstralen.
Weg is kinderdom, op een gegeven moment. Weg is 't besef dat een ballon 't leven kan verlengen. Weg is de fantasie die natuurwetten doet verdwijnen.

Ik wilde mijzelf ontslaan van 't herbeleven van dat gevoel van toen. Ik hoefde niet perse m'n neefjes & nichtjes verwonderd omhoog zien staren, steeds weer opnieuw, naar 't verschijnsel dat hun gehele belevingswereld in beeld leek te brengen.
& Ik moest al helemaal af van 't idee dat ik ouder zou worden dan de inhoud van de balonnen. Ook al had ik ze zelf in leven geroepen.

Ik heb de balonnen vermoord. Ik weet niet wat gelijk daarmee de geest heeft gegeven. Die kinderlijke blik moet al jaren doods zijn.

De voeten raken weer de grond in Zijperspace.

de staf van sinterklaas (afsluiting)

't Is vandaag 6 December. Sinterklaas is jarig & daarmee onmiddellijk weer vertrokken uit Nederland.
Ik zal de 'staf van Sinterklaas' bij deze ook stopzetten. Hoewel K-noord 't 'Weblog doorgeef gedicht' (afschuwelijke naam, ergens onderweg zijn ze vergeten te kijken naar de historie van de staf & heeft iemand enkele niet tot de verbeelding sprekende woorden samengevoegd) omgezet in een kerstverhaal. Van mij mag-ie. Zolang mijn naam er maar niet mee geassocieerd wordt.

Bij deze dien ik natuurlijk (buiten mijzelf & mijzelf) iedereen te danken die aan de staf heeft meegewerkt, te weten (klik & u ziet 't gedicht in de meeste gevallen):
Ramon, Astrid, Merel, (Pim), Micheline, Bas, Webkim, Webdeb, Ewald & Marmod.

Volgend jaar is Sint rond dezelfde tijd op dezelfde plaats aanwezig in Zijperspace.

orde

't Is beter om niet alles tegelijk aan te pakken. Dan slaat de verveling alleen maar sneller toe. Stapje voor stapje, anders gaat de lol er te vlug vanaf. Nu kan ik nog genieten van 't uitzicht van m'n nieuwe boekenkast, elke dag ziet-ie er anders uit, andere inhoud, andere volgorde. Maar als ik in 1 klap alle boeken in de ideale volgorde, in de juiste kast, netjes gerangschikt plaats, dan is 't plezier ervan al ras iets doodgewoons, tot iets alledaags gereduceeerd.

Mijn nieuwe boekenkast is een bijzondere boekenkast. Dat moet ik zolang mogelijk blijven voelen, vind ik. 't Is geen toonbeeld van schoonheid. Slechts wat groene planken, ieder hangend op 2 steunen. Kaal eigenlijk. 2 Stukken rail van plafond tot bijna aan de grond, 14 steunen, 7 planken. Meer is 't niet, meer hebben de boeken ook niet nodig. Al m'n literatuur staat er in. Voor 't 1st in meer dan 10 jaar samengevoegd in 1 kast.

Dat was gisteravond nog niet 't geval. Toen was 't een ratjetoe van allerlei. Geschiedenis stond naast jeugd, roman naast kunst, griekse mythologie naast verhalen over Amsterdam, gedichten naast natuurgidsen. Nu gelukkig alleen maar literatuur. Heb ik iets om naar te staren. Starend verbetering in 't systeem aanbrengen.
Want als ik morgen tijd heb, verander ik 't weer. Niet de inhoud, die blijft 'tzelfde, maar de volgorde.

14 Jaar lang heb ik op zaterdag in een bibliotheek gewerkt. Ik weet hoe boeken in een kast horen te staan. Ik weet hoe ik ze op een rij krijg. Strak, op 1 lijn. Op volgorde.
Werken in de openbare bibliotheek was een ideale baan voor mij, gedurende m'n jeugd- & studentenjaren. Ik kreeg de gelegenheid orde te scheppen in de chaos. Ik hield er niet van dat alles gewoon maar willekeurig overal kon staan. Auteur hoorde bij auteur, & in geval van studieboeken alles volgens de gerubriceerde kode: onderwerp bij onderwerp. De wereld werd in stand gehouden dankzij de orde die ik schiep in de wanorde die de lezers veroorzaakten.
Naarmate er met meer nonchalance de boeken teruggezet konden worden in de daarvoor bestemde kasten, verafschuwde ik 't meer dat soort boeken op te ruimen. Ik wilde strakke lijnen, een perfekte volgorde. De streekrommannen mocht ieder ander van mij opruimen. Ze konden gewoon in de rieten manden op elke willekeurige volgorde gedumpt worden. Geen lol aan. Bovendien maakten juist die lezers er de grootste rotzooi van. Totaal geen ontzag voor de classificatie. Ze verdienden mijns insziens niet anders dan dat hun boeken in rieten manden gedumpt werden. Blindelings. Maar niet door mij.

Ik hou van 't alfabet. Waarschijnlijk alleen maar omdat 't mij de mogelijkheid geeft de wereld overzichtelijk te maken.

Morgen begin ik aan 't alfabet in Zijperspace.

klapstoel

In de verte van m'n voorkamer staan enkele stoelen gekringd. Alsof ze klaar staan voor een gesprek. Gezellig.
Als ik langs die lege stoelen loop om de was aan 't staand rekje te hangen, de was overgehouden aan de drukke dag, theedoeken, handdoeken, dweiltjes, teruggevonden langvergeten licht geurende jassen & sjaals, trap ik in de restanten die m'n neefjes hebben achtergelaten in hun doldwaas enthousiasme van binnenkomen. Lollystokjes, rode krijt kruipend in de vloerbedekking, kruimeltjes zwarte opmaak voor wangen als Zwarte Piet, snippers kadopapier & natuurlijk noodzakelijke platgetrapte pepernoten.
Gezeten voor de tv mis ik de drukte, de drukte waarvan ik een paar uur geleden nog blij was dat-ie vertrok. Ik kijk bijna nooit meer tv, bedenk ik me, waarom vanavond eigenlijk wel?
Ondertussen geniet ik van 't uitzicht van de boekenkast, vlak achter de tv, die m'n broer & ik vlak voor arriveren van de grote troep gebouwd hebben. Tot een hoogte van 2 meter 90 reiken m'n boeken nu. Zo hoog hebben ze nog niet eerder gehaald.
Terwijl ik een boek wil vervangen, verplaatsen, plaats in wil laten nemen van een ander boek, zodat zich een bepaalde logica in de chaos van de verschillende boekenkasten zal voordoen, stoot ik m'n hoofd tegen een vlaggetje. Een andere keer tegen een ballon. Sint of Piet erop met bolleboze wangen. M'n huis is nog steeds versierd in 't rood, roze & oranje.
M'n behang toont wat kaalgetrokken stukjes behang. Er hangt een enkele flard. Ik had gezegd dat de kaarten die ik erop geplakt had, meegenomen konden worden. Maximaal 2 per kind, zei ik. Ik wilde zelf ook nog een paar nostalgische Sint-prenten overhouden. Terwijl ze de kaarten van de muur aftrokken werd 't behang meegenomen. Weer een herinnering. Tastbaar.
De tafel voelt vettig, maar ik heb nog geen zin om schoon te maken. De akties moeten 1 voor 1. Stukje bij beetje. 't Gevoel mag niet verloren gaan. In ieder geval niet te vroeg.
Ik kijk in de verte, de verte van de voorkamer, die anders afgesloten is met gordijnen. De stoel staat er nog steeds, waar m'n vader eerder op de avond in zat te eten. & Waar hij verdwaasd om zich heen keek. M'n blik wordt ondertussen gehinderd door 't wasrek met vlak na vertrek gewassen was, maar toch zie ik 'm zitten.

Ik weet dat dit misschien wel 1 van de laatste keren was dat m'n vader langs was. Bij mij thuis. 't Zal moeite kosten 'm nog een keer hier te krijgen.
Misschien was 't ook wel de laatste keer, de 1e & laatste keer, dat m'n familie bij mij Sinterklaas vierde.
& Toch had ik 't helemaal gehad. Ik was blij dat ze weg waren. Rust.
Vol spijt beschouw ik de horizonten. In zoverre je plaatsgevonden evenementen als horizonten kan aanschouwen. Spijt is 't niet. Eerder 't verlangen dat 't op dat moment wat sterker had gevoeld.

De klapstoel schuift onderuit. Hij is moe van 't ongehinderd overeind staan.

Men weet niet welke zucht van zich deed spreken in Zijperspace.

pakjesavond

Na afloop van de sinterklaasviering was ik vaak hevig teleurgesteld. Ik had weer 'ns minder kado's gekregen dan m'n broers. Tot jankens toe moest ik daar bericht van doen. M'n sint-viering was volledig vergald. & Daarmee de dagen erna.
M'n moeder bleef maar tegen me zeggen dat ik toch een heel groot kado had gehad.
1 Groot kado!
Dat hadden m'n broers immers niet. Die hadden allemaal kleine kadootjes. Sint had vast veel meer geld aan mij uitgegeven dan aan de rest.
Maar ik kon slechts kwantitatief de stand bijhouden. Ik had te weinig uit kunnen pakken. Er waren mij te weinig kado's aangereikt. De hele tijd ging de aandacht naar degenen die wel aan 't uitpakken waren. Ik kreeg te weinig aandacht. Vond ik.
Stilletjes kwijnde ik gedurende de avond weg op m'n stoel. Steeds meer teruggetrokken op m'n stoel. Ik & mezelf. & Onder m'n stoel slechts dat ene kado. & Een chocoladeletter. Maar die kreeg iedereen.
Zogauw 't eindelijk afgelopen was, vertrok ik naar boven, ging ergens sjachrijnen, maar speelde in geen geval met m'n nieuwe aanwinst.
Ik was een ondankbaar joch, realiseerde ik me maar wat vaak achteraf.

M'n neefjes & nichtjes hadden vandaag de middag van 't jaar.
'De mooiste dag van 't jaar, behalve dan je eigen verjaardag,' zoals ik gewoonlijk pleeg te zeggen.
Bij mij thuis vierden we 't. Voor 't 1st bij mij. 't Festijn had ondertussen overal plaatsgevonden, behalve bij mij & m'n jongste broer. Na vandaag hebben we dus alleen nog Marc te gaan.
2 Volle dagen voorbereiding betekende 't voor mij. Boodschappen doen, speciale inkopen in huis halen, de was, de afwas, 't toilet, de vuilnis. Cd's in 't daarvoor bestemde rek. Stofzuigen. 2 Volle dagen kostte 't. & Nog 'ns 1 dag om die sores uit m'n hoofd te zetten.
Vooral dat laatste was noodzakelijk. Ik heb 'm ergens tussenin gepropt. Ik weet nl weer hoe groot mijn hekel aan opruimen is. Om 't opruimen te voorkomen is de vuilniscontainer voor m'n huis goeddeels gevuld met prul & prullaria waar ik in de loop van de jaren de nutteloosheid van ben gaan inzien. Vooral vanmiddag groeide 't besef van hun waarde.

M'n vader voelde zich na afloop van de kado's niet zo lekker. Vooral vanwege de doorstane drukte, wisten we. Al die schreeuwende kinderen om hem heen. Hij nam plaats in de voorkamer; een beetje afgezonderd van de rest. M'n moeder hield 'm zoveel mogelijk gezelschap. Indien zij ff weg was, zat hij met een schaapachtige blik te kijken naar de ontwikkelingen in m'n woonkamer. Mond open, ogen wagenwijd. Hij had totaal geen overzicht & wachtte tot m'n moeder die weer zou scheppen. Ik zat er ong 2 meter vandaan, ook op afstand van de drukte. Ik heb m'n leven lang al Parkinson, dacht ik.

De kinderen waren klaar, kregen een bord eten voorgezet. Net iets eerder dan de volwassenen. Waarna ze de onoverzichtelijkheid van hun veelheid aan kado's konden aanschouwen. & Omstebeurt kwamen ze uithuilen bij Pa of Ma.
Ze waren moe, beseften de ouders. 't Was tijd om naar huis te gaan.

Ik kwijnde weg in m'n hoekje, ergens ver weg in Zijperspace; gelukkig maar.

guerilla

M'n neef vroeg of ik mee wilde helpen zijn posters in de stad te verspreiden.
'Je bedoelt meedoen aan 't guerilla-billboard-projekt?' vroeg ik 'm.
Hij lachte. Z'n hoge gierende lach. Waarbij hij naar achteren week. Een teken dat-ie 't echt een leuke opmerking vond.

Er zijn weinigen die zo kunnen lachen als Johannes. Je wordt welhaast gedwongen mee te lachen. De lol van de opmerking, de onbedoeld grappige opmerking, in te zien. Al had je 't niet zo bedoeld, je zult er om lachen, dankzij Johannes.
Vroeger heette hij Joop, nu heet-ie Johannes. Ik heb er jaren over gedaan om die laatste naam te hanteren; ik had 'm immers niet anders dan Joop gekend. Nou ja, we hadden ook nog een tijdje Joe. Die enkele keer dat-ie overkwam naar Nederland was niet bevorderlijk voor de gewenning aan z'n andere naam.
Maar Johannes vond 't niet erg als we 'm Joop noemden. Zo heette hij tenslotte al z'n leven lang voor ons. Met Joe kon-ie ook niet zitten.
Nu zeg ik inmiddels Johannes. Gewoon. Zonder moeite.
Alleen ga ik automatisch engels met 'm praten. Niet altijd nodig.

Ik had al kennis gemaakt met z'n posters. Hij had de hele serie bij mij op 't werk opgehangen. De mooier dan de andere. Enig erotiek gevoel was mij vreemd bij aanschouwing, maar ze spraken me evengoed wel aan. Daar wilde ik wel hand & spandiensten aan verlenen, ook al had ik weinig tijd. Hoe vaak komt 't immers voor dat je kunst van je eigenste eigen neef in 't centrum van je eigenste eigen woonplaats kan verspreiden? Illegaal nog wel.

Er waren 2 andere vrijwilligers. Mensen van de organisatie. Ze zaten op ons te wachten in de Balie. Vanaf 7 uur zaten ze al te wachten, werd ons telefonisch meegedeeld. Wij waren ondertussen nog druk bezig de lijm te bereiden. & Andere noodzakelijke voorbereidingen te treffen. Maar we kwamen er zo aan.

Johannes pikte ze op uit 't café, terwijl ik op de fietsen paste. & We gingen op stap. Johannes had 't gebied bij de Melkweg op 't oog.
Dat was een goed gebied, begreep ik uit de woorden van de medevrijwilligers, daar in de buurt zouden zich nog wat andere gay-gelegenheden bevinden. Dan konden we daarna doorlopen naar oa de Kerkstraat.

Ik wist van niks. In m'n jeugd was ik wel 'ns in een gay-bar geweest, omdat de broer van een vriendje nou 1maal homo was. We logeerden bij die broer & voor de rest wisten wij zelf geen enkele kroeg in Amsterdam.
Voor de rest wist ik dus niks. Ik zou de gay-bars alleen kunnen herkennen omdat ze zich op bepaalde plekken bevonden, waar iedereen wist dat alle kroegen homo-gericht waren, & bepaalde platen aan de buitenkant hadden hangen. Strakke mannenbillen leunend op een amsterdammertje. Of een haltershirtje met een zeemansmotief. Stereotiepen, die herken ik wel.

Maar m'n neef wist waar hij naartoe moest. Hij was blijkbaar inmiddels een beetje bekend geraakt met de amsterdamse homo-scene. Hij kende de amsterdamse uitgaanswereld op een totaal andere manier als ik. Kende kroegen waar ik nog nooit van gehoord had. Terwijl ik er al jaren woonde. Gedwee volgde ik 'm, met op m'n fiets 't plakspul. & 2 Vrijwilligers die uitkeken of er geen politie kwam.

'& Jullie?' vroeg ik aan de vrijwilligers die uit de Balie tevoorschijn waren gekomen. Ik had mezelf voorgesteld als de neef van Johannes.
'& Jullie? Hoe komt 't dat jullie vrijwillig meegaan met de illegale aktiviteit van 't posters plakken in Amsterdam.'
't Artikel afgelopen weekend in 't Parool "Plakken of geplakt worden" stond me nog helder voor de geest.
'Waarom gaan jullie mee met deze guerilla-billboard? Zijn jullie homo?'

Zijperspace is somtijds wars van subtiliteit.

de staf van sinterklaas (reprise)

Ramon verzond 'de staf van Sinterklaas' naar Astrid, waarop zij 'm liet continueren bij Merel. Merel op haar beurt stuurde staf door naar Pim, die mij vervolgens via meel liet weten dat 'de opzet van en techniek achter mijn site het doorsturen van de staf fataal in de weg staan'. Hij voegde daar echter wel aan toe:

Wat moet ik met dat stafje?
Voor mij is het een strafje
Ik wil mijn staf vandaag nog kwijt
Als 't kan in een lekkere meid

pim, groetje


Ik hoop dat 't 'm niet spijt,
dat ik 'm niet steek in een lekkere meid,
Maar in ieder geval richting Micheline smijt.

De staf is weer in de race na een kort verblijf in Zijperspace.

vertaling

bermun

Ir kumee vel feker demes beej me-a eun de-a ber bestellee. 'Ha, iee deme-a! Deee-a is fuur meej,' ruep ik dun neer m'n cullege's. Um gesh dee bork, bork! Zeej feendee 't best, geun oopzeej & lechee vet. Um de hur de hur de hur. Ze-a spelee 't stookje-a mee-a. Sums vechtee ze-a vel 'ns tut ik terooggekumee bee fun 't lege-a glezee helee. 'Tun, ir steet heeer el iee hele-a teejd iee deme-a te-a vechtee tut ze-a kun bestellee.' Neeetsfermuedend keejkt de-a klunt dun oop. Ieendelijk eundecht, leejkt ze-a te-a denkee.

Meer oopeens ves ir iee deme-a deee-a perse-a duur meej gehulpee veelde-a vurdee.
'Kum oop, Jeruee, je-a huurt 't,' zeee ik tegee m'n cullega. 'Je-a kun beter noo fff eun de-a kunt geun.'
Veerup ze-a fertelde-a det heer freeendin jereeg ves. Um gesh dee bork, bork! Det ves 't begeen tenmeenste-a. Deerna fertelde-a ze-a nug feel meer (det verd effgooeesseld duur deengee deee-a ik te-a fertellee hed, meekt u zeech fuurel neeet oongeroost), terveejl m'n cullege's undere-a
fruoovee heeelpee. Deer hed ik fff geee teejd fuur, meekte-a ik ze-a met iee hundbooegeeng dooeedelijk. Eun iee 1/2 gebeer heb je-a feek genueg, els je-a el jeree met ilkeer echter de-a ber steet. Um de hur de hur de hur. Deerum begreep ik oouk vet ze-a bedueldee tuee ik na
slooeetingstijd meeddee in 't pruefflukeel nug iee 5-tel meenootee met de-a deme-a stund te-a pretee. Funechter de-a ber verdee met de-a ermee zveeeeende-a booegeengee oonze-a kunt oop gemeekt. Um de hur de hur de hur. & 2 Hundee deee-a fun fer ueet ilkeer neer heel deecht beej ilkeer boougee. Ik kun det zeeee, m'n gezeecht stund reechting ber, m'n gesprekspertner neeet. Um de hur de hur de hur. Lungs heer schuooder gebeerde-a ik teroog det ze-a nuoo 'ns iee keertje-a muestee oophuoodee. & Oom det dooeedelijk te-a letee ooferkumee schreeoovde-a ik 't met de-a
beejbehurende-a tekst. Um de hur de hur de hur.
'Veerum duee ze-a zu?' frueg de-a deme-a, oofer heer schuooder keejkend.
Bork bork bork!
'Oh, ze-a veellee greeg det ik met juoo sta te-a pretee. Ze-a feendee det ze-a els bermunnee oouk iee bepeelde-a kuppelende-a foonkteee-a behuree ueet te-a ooeffenee.'

Toossenteejds hed ik teejdens 't oophelee fun de-a glezee heer freeendin oofereegens geffeleeciteerd (det ves tenslutte-a in 1i instunteee-a 't duel fun 't gesprek) & de-a jereege-a vet te-a dreenkee eungebudee. Det ze-a meer oop heer ieegee gezundheeed muest dreenkee, hed ik heer
gezegd, ik muest helees nug fff verkee, doos kun neeet meeduee.
Det suurt geberee fun iee bermun kumee oofer 't elgemeee vel gued eun. Meer leeefer hed ik iemund unders geffeleeciteerd, huooel ik neeet veest veermee-a. Oop det mument ves 't ichter zeek det meejn leecheemsteel neer de-a jereege-a dooeedelijk meekte-a det ik heer feleeciteerde-a,
tegeleejkertijd muest ik zufeel in det leecheem leggee det iee under persuun iets unders ueet zuoo koonnee oopmekee.
't Is iee mueeelijk fek, bermun. 't Geet oom de-a feenesses. Um gesh dee
bork, bork!

De-a deme-a in kvesteee-a hed el 'ns iee keertje-a oom m'n teleffuunnr gefreegd, meer heel gereffffeeneerd hed ik det tuenderteejd vetee te-a oontveejkee, fertelde-a ze-a. Hureca-irfereeng, decht ze-a.
Ik veest fun neeets. Um gesh dee bork, bork! Nuoo ja, m'n geheoogee ves zeech nergens meer fun boooost. Um de hur de hur de hur. Veerscheejnlijk oouk oonderdeel fun 't bermunschep: iee slecht geheoogee. Ooff in ieder gefel iee zeer selekteeeff geheoogee. Nemee & gezeechtee vurdee
oonthuoodee, & mugeleejk velk beeer beej velk gezeecht huurt. Um de hur de hur de hur.
Duurdet 't gesprek oondertoossee ferder geeng, verd det ferzuek el snel fergetee. Duur meej in ieder gefel. Meejn cullega-bermunnee hebbee ichter bleejkbeer ooree deee-a oop iee effstund fun 5 meter in iee stempful ceffé deet suurt ferzuekee nug koonnee oonderscheeedee fun 't
ferder heersend gekrekeel fun menseleejke-a stemmee
'Heb je-a je-a teleffuunnr gegefee?' fruegee ze-a ifee leter, oop 't mument det degene-a deee-a 't hed muetee oontfungee reeds neer booeetee leeep. 't Ves tenslutte-a slooeetingstijd, ve-a veree de-a teffels el eun 't schuunmekee, de-a kluntee eun 't summeree hoon leetste-a slukje-a
te-a nemee & de-a ber ves reeds zu gued els schuun. Bork bork bork! Mee veel neeet freejvillig bleejfee hungee in deee-a neergeesteege-a sffeer fun iee ber deee-a mbf deef steenkend schuunmeekspool oontdeun vurdt fun elle-a deerfuur heersende-a gezelleegheid & gemurst beeer. Hurty flurty schnipp schnipp!
'Nee-a,' zeee ik schooldboooost oofer iee dergeleejke-a stummeeteit, 'meer ik ga oouk neeet meer echter heer eun lupee.'
Veerup meejn cullega de-a deoor ueetrende-a & 't nr eun de-a veglupende-a deme-a ooferhundeegde-a.

Ir is iee gruut gebrek eun heldee in Zeejperspece-a.
(met dank aan Marien)

barman

Er komen wel vaker dames bij me aan de bar bestellen.
'Ha, een dame! Die is voor mij,' roep ik dan naar m'n collega's. Zij vinden 't best, gaan opzij & lachen wat. Ze spelen 't stukje mee.
Soms wachten ze wel 'ns tot ik teruggekomen ben van 't ophalen van lege glazen.
'Ton, er staat hier al een hele tijd een dame te wachten tot ze kan bestellen.'
Nietsvermoedend kijkt de klant dan op. Eindelijk aandacht, lijkt ze te denken.

Maar opeens was er een dame die perse door mij geholpen wilde worden.
'Kom op, Jeroen, je hoort 't,' zei ik tegen m'n collega & duwde 'm een stukje opzij. 'Je kan beter nu ff aan de kant gaan.'
Waarop ze vertelde dat haar vriendin jarig was. Dat was 't begin tenminste. Daarna vertelde ze nog veel meer (dat werd afgewisseld door dingen die ik te vertellen had, maakt u zich vooral niet ongerust), terwijl m'n collega's andere vrouwen hielpen. Daar had ik ff geen tijd voor, maakte ik ze met een handbeweging duidelijk.
Aan een ½ gebaar heb je vaak genoeg, als je al jaren met elkaar achter de bar staat. Daarom begreep ik ook wat ze bedoelden toen ik na sluitingstijd midden in 't proeflokaal nog een 5-tal minuten met de dame stond te praten. Vanachter de bar werden zwaaiende bewegingen met de armen onze kant op gemaakt. & 2 Handen die van ver uit elkaar naar heel dicht bij elkaar bewogen. Ik kon dat zien, m'n gezicht stond richting bar, m'n gesprekspartner niet. Langs haar schouder gebaarde ik terug dat ze nou 'ns een keertje moesten ophouden. & Om dat duidelijk te laten overkomen schreeuwde ik 't met de bijbehorende tekst.
'Waarom doen ze zo?' vroeg de dame, over haar schouder kijkend & nog net een flits van hun gedrag oppikkend.
'Oh, ze willen graag dat ik met jou sta te praten. Ze vinden dat ze als barmannen ook een bepaalde koppelende funktie behoren uit te oefenen.'

Tussentijds had ik tijdens 't ophalen van de glazen haar vriendin overigens gefeliciteerd (dat was tenslotte in 1e instantie 't doel van 't gesprek) & de jarige wat te drinken aangeboden. Dat ze maar op haar eigen gezondheid moest drinken, had ik haar gezegd, ik moest helaas nog ff werken, dus kon helaas niet meedoen.
Dat soort gebaren van een barman komen over 't algemeen wel goed aan. Maar liever had ik iemand anders gefeliciteerd, hoewel ik niet wist waarmee. Op dat moment was 't echter zaak dat mijn lichaamstaal naar de jarige duidelijk maakte dat ik haar feliciteerde, terwijl ik tegelijkertijd zoveel mogelijk in datzelfde lichaam moest leggen zodat een ander persoon iets anders er uit zou kunnen opmaken.
't Is een moeilijk vak, barman. 't Gaat om de finesses.

De dame in kwestie had al 'ns een keertje om m'n telefoonnr gevraagd, maar heel geraffineerd had ik dat toendertijd weten te ontwijken, vertelde ze. Horeca-ervaring, dacht ze.
Ik wist van niets. Nou ja, m'n geheugen was zich nergens meer van bewust. Waarschijnlijk ook onderdeel van 't barmanschap: een slecht geheugen. Of in ieder geval een zeer selektief geheugen. Namen & gezichten worden onthouden, & mogelijk welk bier bij welk gezicht hoort. De rest valt weg in een grote brij van kleine gebeurtenissen.
Doordat 't gesprek ondertussen verder ging, werd dat verzoek al snel vergeten. Door mij in ieder geval. Mijn collega-barmannen hebben echter blijkbaar oren die op een afstand van 5 meter in een stampvol café dit soort verzoeken nog kunnen onderscheiden van 't verder heersend gekrakeel van menselijke stemmen.
'Heb je je telefoonnr gegeven?' vroegen ze me even later, vlak na 't moment dat degene die 't had moeten ontvangen naar buiten gelopen was, me onderwijl een handkus toewaaiend. 't Was tenslotte sluitingstijd, we waren de tafels al aan 't schoonmaken, de klanten aan 't sommeren hun laatste slokje te nemen & de bar was reeds zo goed als schoon. Men wil niet vrijwillig blijven hangen in die naargeestige sfeer van een bar die mbv div stinkend schoonmaakspul ontdaan wordt van alle daarvoor heersende gezelligheid & gemorst bier.
'Nee,' zei ik schuldbewust over een dergelijke stommiteit, 'maar ik ga ook niet meer achter haar aan lopen.'
Waarop mijn collega de deur uitrende & 't nr aan de weglopende dame overhandigde.

Er is een groot gebrek aan helden in Zijperspace.

ongestoord

M'n buurman heeft z'n 1e huis al verhuisd. Ik zag 'm net op z'n bakfiets stappen. Ik keek een beetje stiekum door de gesloten gordijnen.
Ik was een beetje verwonderd over 't lawaai dat van buiten tot mij door kon dringen. Om me een beetje te kunnen concentreren, 't ventilatortje in m'n comp kan verschrikkelijk veel geluid maken de laatste dagen, had ik oordopjes ingebracht. 't Kabaal van buiten wist die barrière te slechten. Alsof de voorkant van een huis in de straat gesloopt werd. & Dat op zondag, dacht ik met een restje rooms-katholicisme in m'n gemoed. Verstoord keek ik door de kieren die m'n gordijnen aan de voorkant open laten naar buiten. Ik zag m'n buurman met houten planken in z'n bak de straat inrijden.
Daar kon de herrie niet door veroorzaakt zijn, bedacht ik al bijna geheel afgeleid van de oorspronkelijke reden van kijken. Buiten dat: mijn buurman zal 't slopen van huizen niet met zoveel misbaar laten plaatsvinden.

Hij verontschuldigde zich een tijd geleden voor 't bezitten van een vleugel & 't dagelijks oefenen erop.
Ik wou dat de muren wat dunner waren & ik er daadwerkelijk wat van kon horen, stelde ik 'm gerust.
Nee, van m'n buren kon ik geen last hebben. Hooguit de telefoongesprekken in de zomerse tuin konden mij uit de concentratie van m'n boek halen. Maar ach, dat bracht mij altijd weer wat beter op de hoogte van de zieleroerselen van m'n buren. Daardoor kwam ik bijv te weten dat ze een nieuw huis hadden aangeboden gekregen.

Na door de gordijnen gegluurd te hebben, ben ik naar achteren gelopen. Vanuit m'n keuken heb ik zicht, voorzover ik over de schutting kan kijken, op hun tuin.
't Tuinhuisje was weg. Dat was in 1 oogopslag te konstateren.
Ik ging nog ff op de vuilnisbak staan om 't beeld nog wat beter in me op te nemen. Misschien hadden ze ook al div planten weggehaald?
Zo troosteloos mijn tuin er van verdordheid, hangende, eens stoere stengels & een bedompt kleurenmengsel uit ziet, zo troosteloos was de tuin van m'n buren door de reeds ontstane verlatenheid. Een kale zwarte plek waar 1st 't tuinhuisje stond. Een schep stond nog ergens verloren naast een gat in de grond. Omgewoelde grond. 't Gras dat 1st groen zag, was platgetrapt met modder. Eenzaam & zeer anachronistisch eigenwijs hingen er nog een paar geel-oranje bloemen boven de schutting uit. Als laatste groet, zo leek 't. Over enkele weken zouden die ook weggenomen zijn. Door de vernietigende herfst of anders de vertrekkende buren.

't Seizoen van een praatje over de schutting is nog lang niet aangebroken; de vorige ligt eigenlijk nog maar net achter ons. 't Is momenteel meer 't seizoen van elkaar groeten onderweg naar huis, werk of boodschap. Altijd op de grens van een overgang in bezigheden, waardoor je bijna nooit tijd hebt voor een praatje. Je hoort mij daar niet over klagen. Deze tijd heeft ook zo z'n charme van lekker binnen willen zitten bij de kachel. Met als consequentie 't weinige kontakt met de buurt.

& Toch had ik laatst nog een kort gesprek met m'n buurman. Toen heel Amsterdam zonder stroom was komen te zitten, besloten wij beiden buiten 'ns een kijkje te gaan nemen. We lieten ons zelfs nat regenen om de donkerte van een stad zonder elektriciteit te kunnen aanschouwen. Gestadig meer bijgelicht door de kaarsen die in de huiskamers werden aangestoken & met dat minieme licht de straat beschenen.
't Had toch wel wat, waren we 't met elkaar eens, die rust van geen tv, geen felle lichten & nergens versterkt geluid. Midden in een stad van 100.000-en zielen vonden wij die rust weldadig.

't Is nu afwachten wat hierna aan buren volgen. Vast geen vleugel, die op m'n vrije middag nog net door de muur weet te dringen. Vast geen buurman die ongemerkt een tuinhuisje met de grond gelijk kan maken.
Eigenlijk vind ik alles best, hoewel ik niet van veranderingen hou, zolang ik maar niet te vaak m'n oordopjes hoef te gebruiken.

& Ik ongestoord de annalen van Zijperspace kan bijhouden.

bleu

't Moet na afloop van een film van Kieslowski zijn geweest. Ik keek er gisteravond xpres niet naar. De tv stond wel aan, de film Bleu speelde zichzelf af, maar ik keek niet. Niet met volle aandacht, in ieder geval. Af & toe zag ik 't gezicht van Juliëtte Binoche voorbijgaan, als ik door 't geluid afgeleid achterom keek. Ik zag onmiddellijk de filmposters weer die alle meisjes in die tijd op hun kamers hadden hangen. Met haar gezicht. & Wij jonge jongens ons maar afvragen waarom ze wel van zachte vrouwen hielden, maar niet van zachte mannen. In ieder geval niet lang genoeg.
Nou ja, jonge jongens.

't Moet dus na afloop van 1 van die films van Kieslowski zijn geweest. De filmzaal was leeg, de bezoekers waren alweer weg, er was genoeg bier, de muziek al uren afgelopen, daarin de film volgend, 't was uit met haar vriend, al tijden; Jolanda & ik waren over van alle vrijwilligers. Zittend aan de bar van 't filmhuis. Overgebleven.

Momenteel probeer ik er achter te komen van welke film de muziek afkomstig is. Was 't van 'la double vie' of van 'bleu'? Eigenlijk is 't al niet meer belangrijk, want spontaan was de muziek me alweer te binnen geschoten. Ik hoefde slechts 2 nootjes van de muziek van Zbigniew Preisner te horen.
& Ik zag Jolanda.
't Zoeken zelf wordt belangrijker. De herinnering is er al.

Kent u 't gevoel van slenterend in de ochtendschemer langzaam zwevend van lantaarnpaal naar verkeersbord op weg naar huis te zijn? Die ochtend ben ik opgestaan zonder geslapen te hebben, ben naar huis (ben ik naar huis? hoe kom ik erbij: ben ik naar huis. ik weet niets meer van huis. ik weet de rest, maar meer ook niet. die zin heb ik niet geschreven. er is geen herinnering van. ik kan die zin niet geschreven hebben. had ook niet geschreven mogen worden. plots stopt deze zin in 't einde van haakjes sluiten).
Kent u 't gevoel van slenterend in de ochtenschemer langzaam te dansen over tegels die de herinnering van de nacht lijken te bevestigen? Waarbij elke aanraking met die ondergrond 't lichaam lichter lijkt te maken. Een weg te kiezen die nergens naar leidt, maar ooit wel 'ns zal stoppen, liefst zo ver weg mogelijk richting de zee, voorbij 't strand. Over voetpaden die hele generaties daarvoor al bewandeld werden, door vroege zonneschijn, ontwakend, die wederom dezelfde warmte aflegt, door wind, een zachte zwoele, geurend van verre zee & per ongeluk een zweempje vrouw van afgelopen nacht. Die heeft de wind opgedoken bij 't korte bezoek aan jouw kleren.

Ik probeer me niets te herinneren, 't dringt zich op. Soms wil ik met rust gelaten worden door de schijn van betere tijden. Alsof. Hoeveel zweet 't wel niet gekost heeft. Wervelstormen. Hittegolven. Razzia's. Ik zou 't verhaal aan een vreemde kunnen vertellen zonder dat de pijn van toen tevoorschijn komt. & Ik zou 't zelf geloven. Alsof alles beter was.

Maar Jolanda was maar voor 1 nacht. Hoewel ik haar smaak nog steeds in mijn mond heb. Ik zie haar twijfels elke keer als ik zin heb om over straat te rennen. Ik proef haar lach als ik dans terwijl slechts 1 licht brandt. Ik zie haar languit liggen als ik 2 tonen muziek hoor. Ik hoor haar fluisteren als ik vrouwenzweet langs de dunne haartjes van een bovenlip zie trekken. & Elke keer als ik m'n neus stoot op 't moment dat ik een vrouw zoen, zie ik de donkerte van de nacht, & lijkt iets hees hijgends de weg te wijzen. Ik ruik haar soms, plotseling, vanuit een onverwachte hoek kan ze tevoorschijn komen.

Dan is zij terug in Zijperspace, maar nog veel korter dan die nacht.