dakloos

Er zat weer een daklozenkrantverkoper voor de bieb. Dat was een tijd geleden. Hij zat op de plek waar vroeger de Bolle zat. Die had haar tot over z'n oren, maar toch niet lang, een alcoholistenkop & hij ouwehoerde veel. Tussen 't sjekkies draaien & roken door. Soms met 't peukje nog in z'n mond. Dan zag-ie welke boeken iemand meenam & gaf-ie er commentaar op. Dat soort daklozen heb je nodig voor een bieb, vond ik altijd. Geen supermarkt-dakloze, die een praatje maakt met de tante van op de hoek, maar iemand die vroeger wat gelezen had, of misschien nog steeds wel las.
Soms zat de Bolle een ½e liter weg te drinken. Haalde hij uit z'n plastic boodschappentas. Drinken hoort niet voor de bieb. Maar hij deed 't altijd zo, dat 't personeel binnen z'n fles niet kon zien. Hij zette 'm naast z'n benen, aan de straatkant. & Na een dorstige slok begon-ie z'n blad aan te prijzen aan de toevallige bieb-bezoeker.
'Misschien als u terugkomt,' zei hij als deze zachtjes weigerde. 'Overigens een prachtig boek dat u daar in uw hand heeft, dat boek van Quintilianus. Moet u binnenkort een redevoering houden?'
Als je 't blaadje uiteindelijk niet kocht, liet-ie merken dat-ie daarvan baalde.
'Ja, hoor. Loopt u maar gewoon door. Ik blijf hier nog wel een paar uur zitten in de kou.'

Deze daklozenkrantverkoper zei niks. Hij zat alle mensen aan te kijken, dat wel, maar prees z'n blaadje niet aan. Stilzwijgend zat-ie op 't stenen randje naast de toegangsdeur. Waarschijnlijk met een ijskoude reet, de plassen op straat waren nog bevroren. Z'n wangen waren rood.
Toch liep ik voorbij. Ik wilde snel door. Niet veel tijd. Straks naar m'n werk. Bij passeren zag ik nog net dat ik dit exemplaar nog niet had aangeschaft. Maar ik kon m'n vaste verkoopster natuurlijk niet in de steek laten, vond ik als excuus.
Hij zat daar roerloos, met z'n warrige dreadlocks nog net uit z'n ogen. Keek me op z'n droevig-honds aan. Zodat ik de schuld toch met me mee naar binnen zou dragen.
Dat zorgde ervoor dat ik op de weg naar buiten meteen de bocht naar m'n fiets maakte. Zodat ik 'm niet hoefde aankijken. Terwijl ik m'n fiets van slot haalde, handschoenen aandeed, keek ik sluiks hoe 't met 'm ging. Hij was opgestaan, liep rondjes, bewoog zoveel mogelijk lichaamsdelen voor een paar tellen. Hij liet zelfs een volgende bezoeker ongemerkt voorbijgaan in z'n bezigheden 't weer een beetje warm te krijgen.
Ik had een blaadje moeten kopen, dacht ik.

Ik zette m'n fiets voor de winkel neer. Er kwam een man aanlopen. Een grote rode Dirk-tas in z'n hand. Doodgewone man, die niemand op zou vallen.
Hij was bezig me te passeren, toen hij zich plots bedacht & z'n lichaam mijn kant opkeerde. Daardoor besefte ik opeens hoe hij er uitzag. Een kort kapsel, waar bijna geen model in zat. Bolle wangen, zonder dat 't wees op dikkigheid. Hij droeg een blauw ski-jack, tot bijna aan z'n knieën. Z'n kleren vormden geen combinatie, maar juist daardoor ging-ie anoniem over straat. Z'n blik stond onnozel toen-ie zich tot mij richtte. Die man doet geen vlieg kwaad, dacht ik.
'Mag ik u iets vragen?'
'Natuurlijk,' antwoordde ik.
'Kunt u misschien wat kleingeld missen?' Hij keek daarbij moeilijk. Alsof-ie 't niet gewend was te vragen.
Ik geef altijd geld aan mensen die op straat er om vragen. Sinds ik zelf een periode zeer krap heb gezeten ben ik daar zeer principieel in. Ze vragen 't niet voor niets. Een enkele uitzondering daargelaten. Die weten niet anders meer dan dat ze zo aan hun geld kunnen komen. & Er moeten ook niet 3 bedelaars binnen 5 minuten op me af komen. De 1e krijgt dan wat, vervolgens heeft mijn portemonnee wat rust verdiend.
Ik haalde m'n portemonnee uit m'n broekzak.
'Ik zal 'ns kijken.'
Maar ik bedacht me al dat ik al m'n kleingeld thuis eruit gehaald had. Die had ik in de winkel nodig.
Inderdaad: niets, zei 't vakje van de muntjes.
'Sorry, ik heb geen kleingeld,' zei ik 'm.
Hij keerde zich al om: 'Jammer.'
'Anders had je wel gekregen,' zei ik nog.
Dat gaf 'm hoop. Hij was al 1½ meter van me verwijderd, maar keek me weer aan.
'Ik kan ook een paar euro's teruggeven, hoor.'
'Ja, maar ik heb alleen een briefje van € 50,- bij me.'
'Ja, hmm. Nee.'
Hij liep verder. Ik ging de winkel in. Geld uitgeven.

Er is genoeg schuld, maar te weinig geld in Zijperspace.

feinstein

Onder de studenten Film & Tv die in 't bezit waren van een passpartout zou tijdens 't Rotterdam Filmfestival een prijs verloot worden: een ½ jaar studeren aan de new-yorkse filmacademie. Die avond zou 't bekend gemaakt worden. Ik was vroeger uit de film dan anderen. Zette me alvast in de danszaal van 't Hilton & las de dagkrant, die altijd rond 12 uur beschikbaar was. Suna had gewonnen, las ik.
Langzaam kwamen m'n mede-studenten uit de films onze ontmoetingsruimte indruppelen, maar ik hield 't voor me. Toen Suna verscheen sleurde ik haar onmiddellijk mee naar de perskamer, een etage hoger gelegen. Terwijl we in de lift omhoog stonden, ik probeerde 't nog wat spannender te maken, zei ik nog steeds niets, behalve dat ik een verrassing voor haar had. Ze gilde 't uit toen ze bij de perskamer door kreeg wat er aan de hand was.

We dronken & praten de rest van de nacht. We hadden iets te vieren. Iedereen was bereid een praatje met ons te maken. Regisseurs & critici. We waren jong, de studentes die tot onze groep behoorden waren een verademing temidden van de reeds verrimpelde echtgenotes van de regisseurs. Iedereen wilde wel kontakt hebben met een groep waarin zich een winnaar bevond. Beerekamp, van Buren, Feinstein. De barman overigens ook. De namen van de regisseurs zijn echter ondertussen vergeten; 't waren kleine artistieke films.

Howard was zeer geïnteresseerd in mij. We discussieerden. Over welk point of view je in moest nemen. Waarom tv net zo interessant was. Waarom onze generatie 't zou maken. Dat wij een andere manier van kijken hadden ontwikkeld, gewend als wij waren aan snelle beelden, opgevoed met levenslang tv. Hij was 't nergens mee eens.
Hij trok de woorden uit m'n mond, net als dat hij dat met z'n gasten deed, tijdens 't praatprogramma van 't festival. De ene dag presenteerde Theo van Gogh dat, de andere dag Howard. Hij zei een kort zinnetje & er volgde een vloedgolf aan woorden afkomstig van z'n gesprekspartner. Zijn woorden vormden stekelige zinnetjes. Je werd er vanzelf breedsprakig van.
'Jij had de prijs moeten winnen,' zei hij tegen mij.
'Waarom?'
'Je bent stukken intelligenter dan dat zij is, hoe heet dat wicht?'
'Ik zou nogeneens durven reizen naar New York. & Binnen een week zou ik heimwee hebben.'
Zichtbaar door mij geïntrigeerd bleef-ie bij me staan. Als ik geen bier van de groep kreeg, haalde hij 't voor mij.
'Die Suna krijgt niks van me,' zei hij, 'die krijgt vanzelf wel van de bijen die op haar reet afkomen.'
Elke keer als 't onderwerp naar haar verschoof, maakte hij een denigrerende opmerking. Stelselmatig & consequent.

Ik werd de volgende ochtend om 9 uur wakker. Ik had nog maar net in m'n hoofd kunnen prenten dat ik Howard had beloofd met hem te ontbijten.
'Nee, nee, ik heb geen geld,' hielp niet. Hij ook niet, zei hij, maar dat ontbijt wilde hij graag. In 't hotel tegenover Thalia. Daar kreeg-ie korting vanwege z'n festivalpasje.
Ik had ja gezegd, omdat hij niet afliet me complimenten te blijven geven. Ik was de meest intelligente student die hij tot nu toe tegengekomen was; ik stond in de wereld & had er zelf ideeën over; ik was eerlijk; ik had iets te melden. Wat ik dan te melden had wilde ik tijdens dat ontbijt wel horen.
Ik mocht nemen wat ik wou. Dus nam ik iets wat ik nog nooit als ontbijt had genoten. Gefrituurde garnalen, of iets dergelijks. Ik zag nog net de prijs staan voordat de menukaart werd verwijderd: al kreeg Howard korting, 't was waarschijnlijk nog steeds duur. Maar hij vertrok geen spier.

Of ik mee ging naar z'n kamer. Voordat de 1e film zou beginnen konden we nog wel wat gaan drinken. Ik wist onderwijl veel van Howard. Hij had veel verteld, met z'n onderkoelde humor, z'n scepsis om zichzelf, in korte abrupte zinnetjes. Over z'n ex-vrouw, z'n kind, z'n liefdes, z'n bi-sexualiteit, z'n leven in films, & over z'n laptop, die z'n artikelen kon printen, waardoor hij ze op de receptie kon laten faxen.
Maar of ik, na zoveel dingen die hij over zichzelf had verteld, niet als genoegdoening voor 't luxe ontbijt, zuiver & alleen maar omdat-ie had laten merken wie hij was & waarom hij zo was; zou ik misschien, hij vroeg 't nog steeds zonder zinnen volledig te beëindigen, hij zei liever de 1e woorden & liet 't mij dan afvertellen, interpreteren, terwijl hij op de bedrand zat & ik in de enige stoel van de krappe Hilton-hotelkamer; had ik geen zin om m'n broek uit te trekken? Dan zou hij alleen maar kijken.

Maar ik had daar geen zin in. Ook niet na lang aandringen. Ik wilde wel m'n glas leegdrinken, hoewel ik door de averechtse nadorst allang geen trek meer had. & Ik liep langzaam langs z'n knieën naar de deur van z'n hotelkamer. Howard keek me aan. Van m'n heup tot in m'n ogen.
'Ik ga naar de film,' zei ik.

Er was een continue voorstelling in Zijperspace.

wederkeer

Vanuit Breda nam ik de trein die mij via Rotterdam naar Amsterdam zou leiden. Ik had ook die van Den Bosch kunnen nemen, maar dat deed ik niet. Kwam net minder goed uit, weliswaar slechts 1 minuut langer zitten, maar daarnaast 3 minuten later vertrekken. Doorslaggevend.
Hugh & Marlies brachten me tot aan 't perron.
'Ik kan in Rotterdam ook uitstappen om daar wat te gaan doen,'bedacht ik hardop. 'Weten jullie iets?'
Geen suggesties tot 't oog van Marlies op de poster van de Kunsthal viel: Impressionisme; Meesterstukken uit de Fondation Corboud.
Ze zwaaiden me gedag terwijl m'n trein 't station uitreed. Ik was op weg naar Rotterdam.

Ik wist de weg naar de Kunsthal. Ik had al 'ns eerder overwogen daar naar binnen te gaan. Boijmans Van Beuningen bleek toen dicht. Om de hoek lag de Kunsthal. Maar 't was niet iets wat ik in m'n hoofd had. 't Stond me niet aan, zo plots m'n oorspronkelijke plannen aan de kant te schuiven. Ik ben niet besluitvaardig genoeg als ik in m'n 1tje ben.

Ik liep 't station uit zoals ik wel vaker 't station had verlaten. Lopend, de weg afsnijdend, achteromkijkend of er geen tram aankwam. Koud, guur. Richting de Nieuwe Binnenweg, waar m'n logeeradres jaren geleden zich bevond. Daar moest ik nu niet aan denken, ook al was 't filmfestival in volle gang: ik was gekomen voor iets anders.
Ik passeerde de straat die vergeven was van toko's. Een straat vol eten, genoeg voor de hongerige studentenmagen, die geen tijd & geld hadden voor andersoortig voedsel, vanwege de films die bekeken moesten worden.

Boijmans Van Beuningen had weer 'ns z'n ingang verlegd. Uit onzekerheid liep ik die meteen maar voorbij. Een ingang is al een levensgrote drempel om te nemen. Verlegt men die ingang, dan wordt de drempel een obstakel. Onneembaar.
Nonchalant, ik moest ondertussen tevens in de gaten houden of m'n gedragingen niet te veel opvielen (Wie is die jongen? Waarom loopt-ie zo twijfelachtig? Hij gedraagt zich raar. Of in ieder geval onzeker. Durft-ie geen kunst te kijken?), nam ik 't pad door 't park, beschouwde de beelden, liep over een brug die z'n funktie van brug slechts in z'n vorm moest bewijzen, maar niet in 't overbruggen van iets, & arriveerde bij de Kunsthal.
Waar ik niet meer durfde.
Ik poogde nog naar de prijzen te kijken; misschien kon ik daarin m'n motivatie hervinden; misschien kon ik daarin de gelegitimeerde reden vinden om toch maar niet te gaan; maar zag slechts prijzen, bevestiging noch ontkenning van mijn gedrag was aanwezig. Ik ben een lafaard.

Ik was eigenlijk gekomen om Rotterdam te herbeleven. Rotterdam Filmfestival. Had ik net besloten. Op 't moment dat ik m'n rug keerde naar de Kunsthal. Ferme passen stapte ik terug. Ik zag er goed genoeg uit om tot 't filmfestival-publiek te behoren. Ik paste daar vast wel weer in. Mijn uiterlijk was geschapen om als filmadept door 't leven te gaan. Kijken of ik nog oude bekenden tegen zou kunnen komen. Onder 't genot van een biertje aan 1 van de barren van de bioscopen. Ik wist vast nog wel hoe ik me moest gedragen, na ooit daadwerkelijk vast onderdeel te zijn geweest van 't festivalpubliek.

De akelige deuren van Lantaren/Venster waren nog steeds dezelfde: weinig grip om de deur naar je toe te trekken. Een geluk dat ik naar binnen moest. Schuw wierp ik een blik op de cassière in 't hokje, hoewel ik wist dat ik dat juist niet moest doen. Zelfverzekerd doorlopen maakte me tot reguliere bezoeker. Onmiddellijk richting theatercafé benen. Daar aangekomen zoekend naar gezichten achter blaadjes. Programmablaadjes. Men moet dan wel 't café-gedeelte aanschouwen, 't publiek daar gezeten recht in de bek kijken. Je bent dan immers op zoek naar een bekende. Waarvoor zou men anders hier terechtkomen?
Ik wist me echter niet de juiste houding te geven & liep meteen door naar de wc. Ook nog steeds op dezelfde plek als 8 jaar geleden. Bepaalde dingen waren nog steeds vertrouwd. Ik voelde me alleen een indringer.
Ik deed m'n plasje & liep naar buiten. Voorbij de cassière, die nog steeds geen aandacht voor mij wilde opbrengen.

Ik liep langs div bioscopen, waar we ooit in de rij hadden gestaan; passeerde 't Hilton, waar we met scenaristen, regisseurs & filmcritici hadden staan praten & filmposters van de muren hadden gejat; zag gebouwen waar we per abuis in terecht waren gekomen; schoof voorbij eettentjes waar 't meeste geld onnodig uit m'n zak werd geklopt; & vond m'n weg terug naar 't station.

Terug in Amsterdam, terug in m'n stamkroeg. Amber stond achter de bar. Ik hoorde iemand een opmerking maken over Rotterdam. Oja, Amber deed nu Film & Tv-wetenschap.
'Moest jij niet naar 't Filmfestival?' vroeg ik.
'Nee, ik had er geen tijd voor. Bijna niemand van de studie gaat.'
'Kunnen jullie dan geen goedkope kaartjes krijgen?'
'Nee. Bovendien hebben we deze week allemaal tentamens.'
'Ah. Ze houden nog steeds geen rekening met 't belangrijkste festival voor de student Film & Tv-wetenschap.'
'Is 't leuker dan 't IDFA?'
'Véél leuker. We logeerden daar allemaal, een week lang. Een groep van een man of 20. Verspreid over de stad. Ik zou zo weer heengaan als ik wist dat er zij er ook waren.'

Maar Zijperspace heeft allang niet meer dezelfde bewoners.

stemming

Er mag weer gestemd worden. Ditmaal niet georganiseerd door een onzinnige instantie als BNN (opeens vanuit 't niets organiseerden zij een blog-40), maar door webloggers zelf. Vorig jaar kwam ik nogeneens door de voorronde; ditmaal zal dat waarschijnlijk ook niet lukken, want daar heb ik te weinig webloggers onder m'n lezers zitten. Zowiezo te weinig lezers. Met mijn 100 lezers per dag kom ik nogeneens in de top 100 van meest geraadpleegde blogs van België/Nederland.
Mag ik evengoed een stem-advies uitbrengen? Stemt u dan op 1 van de onderstaande redelijk leesbare alternatieven. Noemt mij tussen neus & lippen door.

Wij wensen u veel wijsheid toe vanuit Zijperspace.

PS: Ik zie plots onderaan 't stemformulier staan:

Men dient een stem uit te brengen in elke categorie.

Niet al m'n vrienden, kennissen & familie-leden weten natuurlijk wat er zoal afspeelt binnen weblogland, dus ik zie mij gedwongen mijn stemadvies ietwat uit te breiden. Voor elke categorie 1 suggestie:

Beste Lifelog: Zijperspace.
Beste Linkdump: Mijn Kop Thee.
Beste Nieuwkomer: Mikzlog.
Mooiste Lay-out: Verbal Jam.
Beste Mannelijke Logger: Zijperspace.
Beste Vrouwelijke Logger: Merel Roze.
Lifetime Award: Mijn Kop Thee.
Best Geschreven Log: Zijperspace.
Beste Initiatief: About Blank(ik moet ze te vriend houden).
Beste Weblog Overall: Zijperspace.

Men mag dit lijstje klakkeloos overnemen. Zo wordt uw stem in ieder geval geldig.

breda

'Ik denk dat ik naar boven ga,' zei ik. Daarbij doelend op de woongelegenheid die Marlies & Hugh als logeerplek annex kantoorruimte hadden ingericht. Net zo groot als hun eigenlijke woonhuis. Wat minder comfort, zichtbaar ingericht voor onderhuurders van de vorige bewoner, maar wel een xtra huis. Gewoon onder 'tzelfde dak. Mijn slaapplek lag daar op zolder. Een comp met adsl-verbinding een verdieping lager.
'You don't fancy another beer?' vroeg Hugh.
'No, no. I just want to go upstairs.'
'Je wil nog ff op 't internet,' zei Marlies.
'Ja, tuurlijk.'
Dat was toch vanzelfsprekend. Hoe zou ik een dag zonder 't internet kunnen, leek ik in m'n antwoord te willen leggen. Die opmerking was zeker niet bezijden de waarheid, dacht ik.
't Was bijna 1 uur. Normaliter zou ik rond deze tijd m'n bed gaan opzoeken, maar ik had al een ½e dag geen comp aangeraakt. Ik wilde wel 'ns een keertje naar boven.

Ik bekeek m'n eigen weblog. Daarna m'n kijkcijfers. Een soort van gewoonte; alles zou toch weer 'tzelfde zijn als altijd. Ik keek via 'secure webmail' van Xs4all of er nog post was binnengekomen. & Dat was alles wat ik in Breda op een comp wist uit te voeren.
Een internetverbinding in Breda is maar saai. Vooral als je een hele dag ernaar verlangd hebt.

Vlak voordat ik vertrok vroeg Wieger, hij stond achter de bar van m'n stamkroeg, een ietwat cynisch, brede lach om z'n mond, of ik niet vereenzaamde. Elke keer dat ik vroeg naar huis ging. Waarom niet wat langer blijven hangen als anderen dat ook deden?
Nee, daar had ik helemaal geen behoefte aan. Ik vereenzamen? Juist niet. Ik vermaakte me prima. Ik & m'n comp. Ik zou niet anders meer willen. Zo probeerde ik 'm in 't kort duidelijk te maken.
Of was dat juist eenzaam?
Sommige dingen zeg je niet.
Veel plezier in Breda, volgde daarop. Ik had m'n jas al aan. Moest me haasten om de trein van 15.23 nog te halen.

Ik zat achter een toetsenbord. Een toetsenbord waar ik normaal altijd wel raad mee wist. Maar dan moest ik wel de keus hebben tussen een boek, de tv, of dat toetsenbord. Dan bleek 't toetsenbord altjd weer belangrijker. Maakte meer los. 't Zou ook kunnen dat de tv, dan wel 't boek, regelmatig iets in mij los maakt, waardoor ik uiteindelijk 't toetsenbord nodig heb. Ik heb geen afstandsbediening om dat te dirigeren.

Uit verveling pakte ik uit m'n rugzak 't blikje bier dat ik had bewaard voor de terugreis morgen. Ik keek vervolgens naar 't beeldscherm. Nam een slok. Ha, dacht ik, ik ga een verhaal schrijven.

Dat zou Zijperspace ook leefbaar maken in Breda, dacht ik.

IFFR-verslag

0.09 Uur. Ik zet de tv uit. Geen zin in 't verslag over 't filmfestival. Al jaren niet meer. Ik wil niet weten wie er rondlopen, wat er draait, waar je moet zijn. Ik wil de straten van Rotterdam niet zien. Met bijbehorende zalen, die inmiddels niet meer de zalen zijn van weleer.

We liepen over straat. Een kleine 15 minuten. Ik ben 't adres allang alweer vergeten, maar als ik er weer ben zal ik 't zo terug kunnen vinden. Eigenlijk liep ik in m'n 1tje over straat. 's Ochtends vroeg. Dat was na 11-en, zogauw ik wakker was. Bas die volgde later wel, als hij op zijn beurt uitgeslapen was & ik de kaartjes voor ons beiden bemachtigd had.
's Avonds laat, of beter, diep in de nacht, liepen we met z'n 2-en terug. Dan hadden we iedereen gezien, genoeg films ook, & waren we eindelijk weer moe. 't Was dan weer tijd om die enkele wegen van Rotterdam te bewandelen die ons bekend waren. Tussen bios & logeerplek. Of eigenlijk: tussen 't Hilton & logeerplek.

We hadden er al vroeg genoeg van. 5 Films op een dag was toereikend naar ons gevoel. Liever zaten we na 12-en met z'n 2-en alvast voor te genieten van de drukte die straks zou komen. Aan 1 van de wanden een tv die aanstond, soms een groot projektiescherm, zodat we de uitzending over 't festival konden volgen. Met, dan wel zonder geluid, AT5, soms Nederland 3. Altijd even kijken of wij er zelf in voorkwamen. Anders 1 van onze mede-studenten. Misschien een film die wij hogelijk gewaardeerd hadden, of net gemist, misschien iets voor morgen. We keken gewoon. We hadden niks anders te doen tussen 't praten door, in afwachting van wie er nog meer zou komen voor de afterparty, bij de bar biertjes halend voor 2. De bardames kenden ons. Wisten ons nog van vorig jaar te herinneren.

Rond 1 uur begon 't. Er was altijd iemand die 't initieerde. Meestal niet behorend tot onze groep, want wij zaten de dj te vervloeken tot 't moment dat we genoeg gedronken hadden. Rond 1 uur begon iemand de dansvloer te betasten. Hans Beerekamp volgde al snel met z'n gelegenheidsvrouw van 't festival. 't Rode sjaaltje dat-ie normaliter om z'n nek gedrapeerd had wilde hij wel eens gebruiken om z'n bezitterigheid te laten merken door 't om haar nek te zwaaien & vervolgens naar zich toe te trekken. Cees van Buuren liet de dansvloer links liggen & zat zichzelf op te neuken aan de vrouwen aan de zijkant.
Wij doken de dansvloer op zogauw wij dachten dat de dj weer bij zinnen was. & Anders dronken we nog wat xtra. De vrouwen raakten vanzelf wel geïmponeerd van ons, zo dachten we.

0.09 Uur. We zouden rond deze tijd weer op adem zijn gekomen. Eindelijk weer fit genoeg. Geen film meer die we moesten zien. Lekker biertje. Daar kwam Chris, daar kwam Steven (of Steven kwam diep in de nacht), even later Kiki, Carolien, Femke, Jorrit, Machteld, Hans. Omstebeurt kwamen ze uit hun laatste film de zaal van 't Hilton binnendruppelen.
0.09 Uur. Ik hoef de tv niet meer te zien. Ik weet 't al. Hoewel ik vele films niet heb gezien. Ik weet waar Rotterdam ligt. & Hoe groot 't voor mij is.

Zeker niet groter dan 4 straten van Zijperspace.

leeshonger

Ik had de kinderbijbel van m'n broer uit & nog minstens een ½ jaar te gaan voordat ik bij m'n 1e communie er zelf 1 zou krijgen. Dat zou veel te lang duren voor een ongeduldig leesgierig kind als ik.
Ik had al verschrikkelijk lang moeten wachten voordat ik had leren lezen. Totdat ik in de 1e klas kwam te zitten kon iedereen in m'n direkte omgeving lezen, ze maakten er in mijn ogen veelvuldig gebruik van, behalve ik (& m'n jongere broertjes, maar die telden niet mee, want die waren nog klein). Ik wilde ook opgenomen worden in die magische wereld van letters die gingen leven. Ik wilde weten wat er school achter die lange lijnen van tekens, die vele pagina's vulden, & waar schijnbaar alle wijsheid uit voortkwam. Ik hoefde niet meer voorgelezen te worden zogauw ik de kunst van 't lezen mezelf machtig had gemaakt; dat zou behoorlijk wat last van m'n ouders wegnemen & ik kon eindelijk 'ns zelf bepalen wat ik las. Bovendien zou ik dan kunnen controleren of alles wat ze hadden voorgelezen er werkelijk wel stond.
De dunne boekjes die we op school te lezen kregen waren best leuk, maar bleven me niet al te lang interesseren. Ik wilde dikker, spannender, meer verhaal. Dus klom ik op 't stapelbed om vandaaruit de onbereikbare boeken bovenop de kast te kunnen pakken. Schuin hing ik voorover, steunde nog net met de vingers van m'n linkerhand op de rand van de kast, onder me de afgrond van 1½ meter, & pakte 1 voor 1 de boeken uit de rij. Als ik een boek te pakken had, interessant genoeg bevonden voor nadere bestudering, duwde ik mezelf terug uit de schuin hangende houding & ging op 't bed van m'n broer bekijken wat ik te pakken had.
Meestal oude gebundelde jaargangen Okki & Taptoe, atlassen & kookboeken. Een enkele keer bijzonder genoeg om door te bladeren, maar niet de verhalen die ik zocht. Ik moest m'n leeshonger stillen, m'n zucht naar avonturen zoals die in de bijbel hadden plaatsgevonden.
Ver weg in de rij stond een dik boek met een groene kaft. Eigenlijk net te ver. Ik zou mezelf onmogelijk vast kunnen houden. Ik zou m'n evenwicht verliezen. Dus verschoof ik in m'n 1tje 't stapelbed. 't Kwam daardoor wel wat verder weg van de kast te staan, maar de punt was dichterbij 't bewuste boek gekomen. Ik klom er weer op, ging schuin voorover leunen & met m'n rechterhand wurmde ik 't boek uit de rij. Om niet uit evenwicht te raken liet ik 't op de grond vallen, waar ik even later ook plaatsnam.

'Groot Sprookjes Boek' stond er op de voorkant. Een oma met een hoofddoek om zat geleund tegen een boom uit een boek voor te lezen. 4 Kinderen & een pop zaten ademloos toe te luisteren. Met een gans. Die zat ook naast de oma. & 2 Duiven erboven op een tak in de boom. Alle 3 schijnbaar net zo ademloos als de kinderen. Oma hield haar vinger omhoog, haar mond stond ½ open, haar ogen waren gericht op de kinderen. Ze zat blijkbaar midden in een verhaal.

Ik ben gaan lezen. Dit was 't mooiste boek dat ik ooit in handen had gekregen (hoewel dat er op dat moment nog niet veel geweest waren). Op bijna elke 2e blz stond een tekening, een enkele keer stak er zelfs een gladde blz uit, waarop aan 2 zijdes een kleurentekening prijkte. Exotische tekeningen, van mensen met tulbanden, prinssessen met kroontjes, mannen met hele wijde broeken & bontmutsen op hun hoofd, muizen die met elkaar leken te praten, vrouwen met een vissenlijf.

Ik heb er jaren over gedaan 't boek uit te lezen. Niet omdat 't zo dik was, of moeilijk; daar draaide ik m'n hand niet voor om. 't Was meer uit angst. Ik durfde niet verder te gaan dan 't verhaal over een prinses die haar 2 betoverde broers moest bevrijden. Ze waren veranderd in stenen beelden, zouden zich nooit meer kunnen bewegen. 't Wemelde van de stenen beelden op de plek waar zij stonden. Allemaal betoverde mensen. Elk beeld was 't grafzerk van een levend, maar versteend mens.
Er was geen plaat van deze scene, maar 't beeld zat zeer levendig in m'n hoofd. Zo levendig dat ik niet meer durfde te slapen. Dagen achter elkaar lag ik wakker, of had nachtmerries. Ik durfde 't boek niet meer aan te raken.
& M'n ouders wisten van niks, want ik had 't boek verstopt. Ze mochten immers niet weten dat ik 't boek van boven de kast had afgehaald.
Om m'n gemoed te kalmeren ben ik maanden achter elkaar de verzamelde Okki's gaan doornemen. Daarna de Taptoe. & Tina's van m'n nichtjes.

't Ging een tijdje wat minder snel in Zijperspace.

dansen

'Waarvoor heb je een pet op?'
'Omdat m'n haar raar zit.'
'Hoezo?'
'Ik heb gister verschrikkelijk staan zweten. Ik was aan 't dansen. M'n haar was kleddernat. & Toen ik vanochtend opstond stond m'n haar alle kanten op.'
'Heb je 't dan niet gewassen bij 't douchen?'
'Tuurlijk niet. Dan zou 't helemaal verschrikkelijk zitten.'
'Was je 't dan nooit?'
'Jawel, maar niet als 't al zo lang is. Dan krijg ik er daarna geen model meer in.'

Ik werd niet alleen wakker met een raar kapsel. Ik had daarnaast 't gevoel dat ik me weer 'ns verschrikkelijk had staan aanstellen. Ik had de avond ervoor er enkele uren over gedaan om mezelf genoeg moed in te drinken de dansvloer te betreden. Toen 't 1maal zover was ging 't loos. Ik zou ze wel eens laten zien hoe er nog meer gedanst kon worden. M'n benen vlogen alle kanten op, zonder dat ik vantevoren bedacht wat ze moesten doen.

Lang geleden liep ik over straat. Een drukke zaterdagse winkelstraat in Den Helder. Ik kwam meisjes tegen die ik de avond daarvoor op de dansvloer was tegengekomen. Ik zei ze gedag & wrong me ondertussen tussen de mensen door. Raakte niemand aan, maar zigzagde door de massa. Ik hoorde de meisjes nog net tegen elkaar zeggen: 'Als-ie loopt is-ie net zo elastisch als dat-ie staat te dansen.'
Maar korter geleden had ik besloten niet meer op de dansvloer te staan. Ik kon me de verjaarde hippies nog herinneren, die anachronistisch de dansvloer bevolkten bij een new wave-nr. Wapperende haren, zwierende armen gestrekt terwijl ze dansend rondjes draaiden, hoofd in de lucht, ogen ½ gesloten, alsof ze aan 't mediteren waren. Toendertijd had ik bedacht niet op een dansvloer te gaan staan op 't moment dat ik te oud zou zijn. Op welke manier dan ook. Ik zou niet laten zien dat ik uit de tijd zou zijn.

Hijgend liep ik naar buiten. In t-shirt. De stralen zweet hielden mij op temperatuur terwijl ik over een landengte liep. 't Zou 5° C moeten zijn, maar ik merkte er niets van. Ik hoorde 2 nrs de revu passeren, terwijl ik al wandelend afkoeling zocht. M'n haren kleddernat, m'n t-shirt, m'n hoofd, alles. De liters vocht die ik die avond reeds tot me had genomen moesten in die korte tijd dansvloer volledig verdampt zijn, of anders plakten ze aan m'n lichaam. Ik had dorst, maar wilde niet naar binnen voordat ik weer redelijk toonbaar was.

De spiegel vertelde me vlak na ontwaken dat er een slag in m'n haren was terecht gekomen die niet te herstellen was. Een lok, die normaliter m'n voorhoofd bedekte, floepte nu schuin omhoog, een 5-tal cms links boven m'n hoofd uit. Aan de rechterkant was 't onmogelijk een krul uit m'n haar te trekken. Een golf die nog nooit eerder mijn hoofd had gesierd & zich ook geenszins voegde aan de rest van 't model. Als ik op dat moment mocht spreken van model. M'n kapsel leek mijlen ver verwijderd van enig model. Eigenwijs bleef 't me aan gisteravond herinneren. Ondanks 't water dat ik ter verzwaring aanbracht. & Ondanks de wax, in kleverige klodders er op gesmeerd.

Doorslaggevend was de collega die, terwijl ik me klaarmaakte om achter de bar te gaan staan, door 't gat in de deur me eventjes gedag zei.
'Hoi, Ton. Alles goed?' Een kort moment van stilte & een snelle blik naar boven: 'Wat zit je haar raar.'
Ik zette m'n pet vervolgens op & nam naast haar plaats.

Gister is voorbij in Zijperspace, zolang 't maar niet zichtbaar is.

zondagochtend

M'n vader kon altijd al slapen. Tegenwoordig gaat-ie vroeg naar bed & staat-ie laat op. Na 't middageten rust-ie nog een uurtje uit, misschien wel 2. & Als-ie tv kijkt valt-ie op de bank in slaap. Z'n leven is momenteel vooral gericht op 't zoveel mogelijk slapend doorbrengen van de tijd. Als ik bij m'n ouders binnenval wordt m'n vader van boven gehaald, waarna hij met een van slaap doortrokken hoofd even later beneden komt stommelen.

M'n vader geloofde in slapen. Terwijl m'n moeder al bij 't minste gerucht naast bed stond, ging m'n vader ongestoord door met snurken, z'n hoofd diep weggestoken onder 't deken. Tijdens vakanties, vanwege 't felle licht dat de caravan in kon vallen, met een handdoek op z'n ogen.
Doordeweeks moest m'n moeder moeite doen m'n vader te bewegen 't bed uit te stappen & naar werk te gaan. 3 Keer roepen was geen uitzondering. 't Ontbijt stond grotendeels al klaar, de thee ingeschonken, suiker, wolk melk; m'n vader hoefde slechts z'n kleren aan te trekken, 't voer & drinken richting mond te brengen. Maar de slaap vond-ie interessanter. M'n moeder riep, af & toe 1 van de zonen in opdracht van, m'n vader bromde & keerde zich om.

's Zondags waren we al om 7 uur beneden. We zetten de radio aan, kropen achter 't gordijn, onder de vensterbank & luisterden naar Ko de Boswachtershow. Muisstil zaten we. Carel & ik. Een ½ uur lang.
Na de show van Ko werden we onrustig. Alle spanning van 't stil zitten luisteren moest er uit. Maar Pa wilde slapen. Die sliep op zondag uit. Terwijl alle dagen van de week de slaapkamerdeur van m'n ouders wijdopen stond, was-ie op zondag gesloten. Uit bescherming voor 't lawaai dat wij op zondagochtend maakten. Voor de broodnodige rust, die m'n vader op zondag wilde inhalen.
We moesten m'n ouders wel storen, zo af & toe. Dan hadden we de stiften nodig, of tekenpapier, & wisten we niet waar dat lag.
Heel zachtjes kroop 1 van ons de slaapkamer binnen. Muisstil. We hadden van tevoren bepaald wie nu 'ns een keertje aan de beurt was voor deze zware taak. M'n broer had vaak een goede reden om mij daarvoor aan te wijzen. Of zei dat-ie anders geen zin had om te doen wat we van plan waren te doen. Dus moest ik vaak sluipend richting m'n moeders kant van 't bed.
M'n vader gromde zogauw-ie merkte dat er iets van reuring in z'n slaapkamer plaatsvond. Snel glipte ik naar m'n moeder, fluisterde zachtjes in haar oor wat we van plan waren & wat ervoor nodig was. M'n vader gromde weer. Bewoog, leek zich om te draaien, waarbij je slechts een deken zag bollen. M'n moeder zuchtte, vroeg waarom we dat nou juist nú nodig hadden & gaf antwoord.
'Kijk maar boven in de kast.'
Op kousenvoeten liep ik weer de kamer uit. In de hoop dat m'n moeder de juiste plek had aangewezen. Zoniet, dan was m'n broer aan de beurt, vond ik, maar Carel was onverzettelijk.
Als we 't juiste speelgoed hadden gevonden kon 't kabaal weer beginnen. Waarop m'n moeder beneden kwam om ons tot meer stilte te manen.
'Pa kan nu eindelijk uitslapen,' was de motivatie.
'& Wij kunnen nu eindelijk spelen,' probeerden we.
Daar moesten we dan wel heel guitig bij kijken, m'n moeder mocht niet de indruk krijgen dat we die opmerking serieus meenden, anders was 't afgelopen met de pret. Zonodig dreigde ze met 't uit bed halen van Pa. Dan waren we wel stil & niet brutaal. Want Pa moest blijven slapen.

Zeker op zondag in Zijperspace.

belletje

'Hoi, Ma. Hoe gaat 't?'
't Is zaterdagochtend. Nog rustig op m'n werk. De stilte voor de storm. Ma opbellen is een manier om dat gat van nietsdoen op te vullen.
'Zeg, je schreef dat je de stukjes over Pa bij elkaar had gezet,'zegt m'n moeder, 'maar nu zie ik dat niet staan.'
't Staat gewoon aan de linkerkant,' zeg ik. 'Als je nou naar de comp aanzet, dan kan ik 't je beter uitleggen.'
'Maar dan moet ik wel naar boven.'
'Ik blijf wel hangen. 't Is toch rustig.'
Er zijn 2 telefoons aangesloten bij m'n ouders: 1 in de huiskamer & 1 in 't kamertje van de comp.
'Niek, praat jij eens met Ton terwijl ik naar boven ga.'
Ze heeft blijkbaar de telefoon overgegeven aan m'n vader. Tot 't moment dat ze boven de hoorn opgepakt wordt kan beneden niet neergelegd worden, want anders is de verbinding verbroken.
't Blijft stil.
'Nou, zeg dan wat tegen hem,' hoor ik m'n moeder van een afstand zeggen, waarschijnlijk vanaf de trap.
Op wat geritsel na blijft 't stil.
'Hoi, Pa,' probeer ik.
'Je kan toch wel iets tegen Ton zeggen?'
Ik hoor m'n vader wat tegen m'n moeder murmelen. Al pratend komt m'n moeder weer dichterbij de hoorn.
'Hier. Als je er nou in praat, dan kan ik naar boven, terwijl jij wat tegen Ton zegt.'
'Hallo, Pa.' Nieuwe poging.
'Ben jij dat Ton?'
'Ja, ik ben 't.'
'Ma neemt boven de telefoon.'
Voor de rest zwijgt m'n vader.
'Heeft-ie nou wat gezegd?' M'n moeder aan de andere telefoon.
'Nou, 1 zinnetje. Ik weet ook niet of-ie nou neergelegd heeft.'
'Ik snap 't niet hoor. Ik geef 'm de hoorn aan & hij houdt 'm op z'n kop aan z'n oor. Dan hoor je ook niks.'
'Hij is dus weer erg in de war?'
'Gister ging 't goed hoor. & Als-ie straks een dutje heeft gedaan kan 't weer helemaal over zijn. Maar andersom kan ook 't geval zijn.'
'Je hebt nu internet? Nou, links staat 't. Moet je een stukje naar beneden.'

't Leven moet wel gewoon doorgaan in Zijperspace.

incompleet

Ik kom er net achter dat ik 't eigenlijk vervelend vind. Dat eeuwige gecontroleer of alles er wel opstaat, volledig wel te verstaan, zonder haperingen of rare bijverschijnselen. De hele tijd ben ik bezig met uit te zoeken welke nrs er nog ontbreken, of die beschikbaar zijn, kijken of ze inmiddels volledig binnen zijn gehaald, van welke plaat ze ook alweer afkomstig zijn, & ze dan keurig te plaatsen in de file waar ze thuis horen. Ik kom er nogeneens aan toe gehele platen af te luisteren.

Toch werkt 't verslavend. Misschien juist vanwege al die handelingen. De administratie die ik bij moet houden. Ik klik m'n arm muis om vooral 't overzicht niet te verliezen, de juiste titels bij de juiste albums te plaatsen, of anders de gegevens te corrigeren, liefst zo netjes mogelijk, met de hoofdletters op bij alle nrs op precies dezelfde plaats. 't Bibliotheekvak raak je niet zomaar kwijt.

& Als 't eindelijk zover is dat ik er genoeg van heb, op 't moment dat ik denk dat ik de programma's 't zelf maar moet laten regelen, nu is 't tijd voor rust aan m'n kop; op dat moment heb ik geen zin meer in muziek. De comp heeft 24 uur achter elkaar gepoogd alles binnen te halen; 5 uur ben ik daarbij aktief aanwezig geweest, om de administratie bij te houden & 't programma zo af & toe een peper in z'n reet te stoppen; & ik heb geen trek in muziek. Zeker niet in die zenuwachtige post-hippie-muziek van Gentle Giant. Nog iets van 10 nrs te gaan & alles is compleet, maar de lol is er vanaf.

Die aardige reus mag ooit weer 'ns terugkomen in Zijperspace, maar vandaag kan men z'n gezever niet meer horen.

tasttoe

't Is zover. Men kan de stukjes die ik over m'n vader, of waar m'n vader zijdelings in voorkomt, achter elkaar door lezen. Daar moet men weliswaar zelf een paar keer voor klikken, maar dat mag geen belemmering zijn. Totaal 49 maal klikken, dat moet te doen zijn. Aan de linkerzijkant staan ze verzameld onder de noemer 'Mijn vader'. Dan is 't makkelijk vinden, dacht ik. Begint men bovenaan & volgt men de volgorde waarop ik ze heb geplaatst, dan leest men 't op chronologische volgorde van schrijven. 't Staat natuurlijk vrij er zelf een eigen wijze van lezen op na te houden.
Degene die als 1e reageert op deze volledige editie, ontvangt een gesigneerd xemplaar.

Onder voornoemde verzameling stukjes heb ik gelijk maar op dezelfde wijze de teksten bijeengevoegd waarin mijn nimmer aflatende fascinatie voor 't dierenrijk tot uiting komt. Verdere verzamelingen, daar weer onder, had ik reeds eerder geplaatst. Weest niet verwonderd als dit kader de komende tijd aanzienlijk uitgebreid raakt met enkele andere onderwerpen.

Hierbij moet ik me gelijk xcuseren: 't lezen van m'n eigen stukken, 't selecteren & 't uiteindelijk bijelkaar voegen ervan kostte dermate veel tijd dat mij weinig tijd overbleef nieuwe stukjes te schrijven. Laat staan ze te beleven zodat ze geschreven konden worden. Ik zal pogen daar na vandaag verandering in te brengen.

Zijperspace is evenwel nog lang niet opgedroogd.

jeuk

Ik dacht dat ik 't verschijnsel jeuk wel op waarde wist te schatten. Ik heb altijd jeuk. Te veel zenuwen strijden in mijn hoofd blijkbaar om aandacht, als ik 't zo mag omschrijven, & 't drukke mannetje daar boven in m'n kop geeft ze daar nog voldoening van ook. Een beter lichaam kunnen zenuwen zich niet wensen: om de haverklap komt, onbewust dan wel bewust, er een dot aandacht vanonder die hersenkap van mij vandaan, waardoor de vingers, of andere ledematen die daar enigszins toe in staat zijn, die kant op worden gestuurd. Om de zenuwen op de gegeven lokatie een kort moment over 't bolletje te aaien. Liefst met gebruik van nagels, dat vinden ze nou 1maal lekker.
Ik dacht dus dat ik wel wist wat jeuk was. Buiten de huis-, tuin- & keukenjeuk van bijv 's ochtends opstaan, je uitrekken & kriebelend & wrijvend over je rug, buik & hoofd, je richting keuken begeven om thee te zetten ('t is me wel 'ns opgevallen dat een mens nog meer gaat kriebelen & wrijven zogauw hij/zij op datzelfde tijdstip in gezelschap is; blijkbaar verlangt 't lichaam dan nog wat meer aandacht, omdat 't weet dat 't geestelijk wat dat betreft ver achter loopt). Buiten 't verschijnsel van bultjes ten gevolge van muggen-, vlooien- & andersoortige-niet-bij-naam-te-noemen-want-waar-kwamen-ze-nou-in-hemelsnaam-vandaan- beten. & Anders bestaat er ook nog 't fenomeen brandnetel (of andersoortig onschuldig ogend groen), dat mij vooral in de lente kan overdekken met witte puntjes tot rode blaasjes, waarbij ik de verschijningsvorm meer kan waarderen dan de ziekelijke dwang waaraan mijn vingers onderhevig lijken te zijn, een dwang die ze steeds weer stuurt richting die contreien waar deze feestelijke versiering mijn lichaam bedekt. Om te krabben, niet aflatend alles stuk te krabben.
Goed, ik weet dus wel wat jeuk is, zo dacht ik. Dagelijks gaan mijn 2 teams van 5 hanige sprieten 't gevecht aan dat mijn lichaam elke dag met zichzelf lijkt te voeren. Ik mag nog van geluk spreken dat mijn huid er evengoed nog zo gaaf uitziet. De moedervlekken liggen nog steeds onbeschadigd aan de oppervlakte ervan (ik moet eerlijk zijn: ik heb 1maal een moedervlek opengekrabt; buiten 't oor, weet ik inmiddels, kan ook een plek als deze uitbundig bloed laten sproeien), & ik hoef me nog niet te scharen onder 't volk der roodhuiden.

Maar moedervlekken kunnen wel obstakels voor de nagels van de krabbende vingers zijn. De nagels kunnen er aan blijven haken, op hun weg rode striemen tevoorschijn te toveren kunnen ze aldaar blijven haperen.
& Aldus geschiedde. Waarna ik 't verschijnsel van xtra jeuk, boven-modale jeuk zou ik kunnen zeggen, bij de moedervlek voorlegde aan mijn huisarts.
'Oh, 't is geen melanoom; je hoeft je niet ongerust te maken,' zei hij laconiek, 'als je een afspraak maakt met de assistente voor volgende week & erbij zegt dat 't voor 'wegsnijden' is, dan is dat zo geregeld. Kan geen kwaad zo'n moedervlek te verwijderen.'

Afgelopen dinsdag is-ie weggesneden. Sindsdien weet ik écht wat jeuk is. Ik kan niet met m'n rug tegen de stoelleuning zitten, want dan gaat 't broeien, zo lijkt 't, & schreeuwt 't gapend gat (dat geen gapend gat is, maar een bobbetje dat net zoveel uitsteekt als daarvoor) om aandacht. Nee, 't gilt.
Mijn huisarts wist er doodleuk bij te vertellen dat 't straks zou veranderen in een zwart pukkeltje (ik luister niet, ik luister niet, dacht ik, dit wil ik niet horen; ik heb nog nooit iets zwarts op mijn lichaam gehad & die schijn wil ik voor mezelf zo houden), die er uiteindelijk vanzelf af zou vallen. Mocht dat niet zo zijn (ik luister niet, ik luister niet, dit wil ik niet horen; bij mij gaat altijd alles fout, dus als ik niet weet wat fout zou kunnen gaan, kan dat ook niet gebeuren), dan kan ik altijd terugkomen. Dan moet er misschien een xtra stukje weggebrand worden.

Ik slaap nu op mijn zij. Hoewel dat moeilijk ademhalen voor mij is. Maar ik heb de keus uit wakkerliggen vanwege slecht ademhalen & gek worden, & dan bedoel ik knéttergek worden, van de jeuk. Ik lees geen boek, want zogauw ik in m'n leesstoel zit, voel ik op m'n rug 't gapend gat, dat echter geen gat is, maar een bobbeltje. Gister maar de hele dag achter de comp gezeten, zodat ik m'n rug zo kon neerzetten dat 't gapend gat (bobbeltje) tussen 2 latjes van de stoelleuning paste.
Maar liefst had ik 1 van m'n nagels recht in m'n huid gezet om alles er uit te pulken. Ter voorkoming hiervan had de huisarts verschrikkelijk jeukend gaas met verschrikkelijk jeukende pleisters erop geplakt.

Men wil eigenlijk helemaal geen gapend gat in Zijperspace.

verzameling

Van de meer dan 1500 stukjes die ik alhier in afgelopen 1½ jaar heb gedeponeerd, heb ik er vandaag tussen de 190 & 200 onder verschillende koppen bij elkaar verzameld. Ik heb er zeker 8 uur aan besteed; m'n ogen tranen, trillen, verlangen ergens anders naar te kijken dan naar dit scherm, maar zijn er inmiddels zo verslaafd aan dat ik ze niet kan wegdraaien.
Ondanks die kwelling vond ik 't tijd worden om de diverse stukken tezamen te brengen onder 1 kop.

Volgt nu nog 't moeizame karwei ze onder te brengen in 't kader 'div stukken verzameld naar onderwerp' aan de linkerzijkant van 't beeld dat u nu voorgeschoteld wordt. Dat zal ook nog enige moeite gaan kosten. Helaas is m'n weekend (dinsdag/woensdag) voorbij, ik zal morgen weer aan 't werk moeten.
Maar ik beloof u: als ik niet schrijf, de komende dagen, dan zal ik pogingen ondernemen 't meest interessante (naar mijn bescheiden mening) voor de belangstellende lezer aan gene zijde te verzamelen. Overzichtelijk & enigszins te behapstukken kwa grootte. & Hopelijk ziet 't er ook nog een beetje fatsoenlijk uit, maar dat is niet echt mijn specialisatie.

Nu willen de ogen van Zijperspace rust.

oja: & Ik wilde natuurlijk ook niet dat onderstaande tekst te snel zou verdwijnen. Enige rust in de tent leek mij daartoe noodzakelijk.

zien

M'n vader stelt af & toe vragen. Eindigend in niets. Een murmeling als een kiezelsteentje in een grote vijver. 't Wil wel rimpelen, maar mist 't volume, de kracht.
M'n moeder laat de vragen een beetje langs haar heen gaan. Ze is er zichtbaar aan gewend, weet dat ze in niets eindigen. Een enkele keer reageert ze als duidelijk valt op te maken waar de gedachten van m'n vader zich op richten.
M'n vader blubt. Als een goudvis. Door 't glas, de vissekom die ons scheidt, kan je niet altijd duidelijk zien wat-ie bedoelt. Z'n ogen staan groot in verwachting dat iemand 't nou 'ns een keer zal begrijpen. De luchtbel van z'n woorden heeft echter z'n betekenis verloren voordat 't de oppervlakte bereikt. Ook voor m'n vader. Hij weet al niet meer wat 't woord was dat-ie uit wilde spreken.
Ik ben nog niet gehard. Nog niet genoeg. Ik zie m'n vader 1 keer in de maand. Ik kan tijdens mijn kort bezoek niet zo snel wennen aan de nieuwe verschijnselen.

''t Is zien, als je ziet,' hoor ik m'n vader zeggen. Zachtjes, bijna fluistertoon.
'Wat zeg je?' vraagt Ma. 'Shinn gaat gewoon met Marc zaterdag naar de film.'
Ze heeft 't over 't voorstel van m'n broer, een minuut geleden, om met m'n neefje naar de film te gaan. Met die mededeling verdween Marc via de trap uit beeld. M'n vader blijft dan in gedachten nog even worstelen met de info & de vraag waarom de bron van de info verdwenen is. Zo lijkt 't.
Ik leek wat anders gehoord te hebben dan m'n moeder. 'Shinn' klinkt als 'zien'.
'Volgens mij had Pa 't over 'zien',' zeg ik.
Pa kijkt vragend van m'n moeder naar mij. Hij wil wat zeggen, maar de woorden blijven weer 'ns achterin z'n keel hangen, misschien nog wel wat verder.
'Pa is de laatste tijd de slaapkamer kwijt,' zegt m'n moeder. 'Dan weet-ie niet of onze slaapkamer wel de juiste is.'
'Ja, 'slaapkamer', zegt m'n vader snel ertussendoor, 'ik was op zoek naar 't woord 'slaapkamer'.'
'Oja, de slaapkamer,' bedenk ik me, 'de linnenkast in de slaapkamer; hebben jullie die nou gekregen van Oma toen jullie gingen trouwen?'
'Nee, die hebben we zelf gekocht bij de Klercq. Een paar jaar voordat we gingen trouwen. We hebben 'm al die tijd opgeslagen bij Ome Rikus. Die woonde toen ruim; ze hadden nog geen kinderen.'
'Ja,' zegt m'n vader, 'in de Violenstraat. Nr 3. Toch?' Hij kijkt weer 'ns vragend. Zo gek is-ie nog niet, lijkt-ie erbij te denken.

'Daar ligt-ie,' zegt Pa & z'n opmerking raakt weer vervlogen in twijfel over 't einde van z'n zin.
Maar m'n moeder begrijpt 'm: 'Ja, 't schrift ligt hier.'
Ze laat 't schrift zien.
'Hé, dat is net zo'n schrift als wij vroeger hadden. Die is nog van Pa z'n school.'
'Ik schrijf altijd een stukje over Pa. Hoe 't met 'm gaat. Dat geef ik dan mee als-ie naar de dagopvang gaat. De mensen daar schrijven aan 't eind van de dag dan ook een stukje.'
Ze reikt 't schrift aan. Ik blader 't door. Durf 1st niet te lezen. Kopjes schieten. Pa zit naast me terwijl ik over hem lees, wat mensen vertellen hoe 't met 'm gaat.
Hij begint onrustig te bewegen, staat op, schuifelt een beetje & loopt naar boven.
M'n moeder: 'Hij komt straks wel terug naar beneden. Hoewel Marc nu boven is; die kan 'm wel helpen. Hij weet vaak niet waar de wc is. Soms komt-ie dan na een tijdje weer naar beneden. Heeft-ie de wc niet gevonden.'
Ik lees ondertussen.
M'n moeder heeft vandaag geschreven: 'M'n man lijkt vandaag een beetje in de war.'
Er staat nog veel meer, maar 't dringt niet tot me door.
't Dienstdoend personeel schreef daaronder: 'Uw man leek vandaag in de war.'
Ook hij schreef meer. Maar ik loop naar de keuken om een slokje water te nemen.

Boven wordt doorgetrokken. Pa komt beneden. Hij houdt z'n broek bij de knoop omhoog. Stommelt naar m'n moeder. Ik wil 't normaal vinden, doe alsof 't de gewoonste zaak van de wereld is. Ik pak m'n spullen voor de terugreis in, terwijl m'n moeder m'n vader helpt. Ze stopt z'n blouse in z'n broek & trekt de broek met de riem strak langs 't dunne lichaam.

Zijperspace eindigt uiteindelijk ook in 't niets.

communie

M'n 1e communie was een kwelling. Ik moest van m'n ouders een verschrikkelijk jeukende broek aan. Net gemaakt door m'n moeder, maar ik wilde niet. M'n ouders volhardden echter, m'n moeder had immers hard aan die nieuwe broek gewerkt & er was dure stof voor gebruikt. Er zat dus veel liefde in, maar toch jeukte de binnenkant ontzaglijk aan m'n benen. & Met die jeuk moest ik 3 kwartier in de kerk op de bank zitten, bidden, zingen & uiteindelijk ook nog met vroom gelaat de hostie aannemen.

ik had 't me vantevoren heel anders voorgesteld. De pastoor was ter voorbereiding van ons enkele malen op school langsgeweest om te vertellen wat er ging gebeuren. Hij legde uit wat de hostie & de wijn symboliseerden & waarom 't voor ons een belangrijke gebeurtenis zou zijn. Hoe, wat & waarom. Na de 1e keer deelde hij ook boekjes uit. Die kon hoofdstuk voor hoofdstuk door onze lerares behandeld worden. De tekeningen die er in stonden, mochten wij inkleuren. Als we maar wel binnen de lijntjes bleven.
Dat laatste lukte me niet, maar 't boekje zelf verhoogde wel de spanning.

Ik had er zin in; ik was in de 1e klas al redelijk fanatiek in 't geloof. Later wilde ik ook pastoor worden (maar toen bleek dat ik dan niet met m'n moeder mocht trouwen, verschoof 't doel naar theoloog): 't evangelie voorlezen, voor de verzamelde gemeenschap preken, hosties uitdelen, wijn drinken, met wierook zwaaien & kruisjes in de lucht maken; 't leek me prachtig. Bovenal leek 't lezen van de bijbel interessant, want in de bijbel gebeurde altijd wel wat.
Die wetenschap had ik inmiddels opgedaan dankzij de kinderbijbel van m'n broer. Carel had een jaar eerder z'n 1e communie gedaan. Naar aanleiding daarvan had-ie 'De Kinderbijbel van Johanna Kuiper' kado gekregen. Maar Carel had geen trek in lezen, zodat ik me al snel kon ontfermen over 't boek ('t staat nog steeds bij mij in de boekenkast).
Deze kinderbijbel was stukken mooier dan 'Kinderen in de bijbel' van Anne de Vries, die ik nav m'n communie mocht ontvangen. 't Bevatte veel tot de verbeelding sprekende tekeningen, waarvan enkel in kleur. Op de achterkant stond David, in strijd met Goliath, met wie ik mij sterk verbonden voelde, al was 't alleen al om 't verschil in lengte.
Nog voordat 't 1e jaar op de lagere school voor mij voorbij was, had ik 't boek al uit. Ik verlangde naar mijn 1e communie, waarbij ik vast net zo'n dikke kinderbijbel zou ontvangen als Carel. Ik was gedreven ter communie te gaan.

Na afloop van de plechtigheid, waarbij alle kinderen aan 't eind met de pastoor in kring rond 't altaar hadden gestaan, was er nog een kort informeel gebeuren in de tuin van de pastorie. De ouders dronken koffie, de kinderen limonade. & Als de kinderen niet dronken renden ze tussen de benen van de volwassenen door. Ik niet, ik keek hooguit Nicole na, 't leukste meisje van de klas. De pastoor liep rond, wisselde met alle ouders enkele woorden, glimlachte zich door de menigte heen, streek met z'n handen door de haren van communicatieve kinders. Hij kwam ook bij mijn ouders terecht. Bij ons bleef hij wat langer staan, want m'n vader las tijdens de mis altijd kort uit 't oude testament voor.
'Je zou niet zeggen dat Ton al aan de communie toe was, zo klein als-ie is,' zei de pastoor & streek door m'n haar.
Ik keek onverstoord voor me uit; ik was in diepe concentratie. Zag Nicole weer voorbij huppelen, achterna gezeten door 2 jochies uit m'n klas. Ik zou er wel achteraan willen gaan, maar durfde me niet te bewegen. Als ik star stil bleef staan, daar was m'n hele wezen op gefocust, voelde ik de jeuk van m'n broek niet.
De pastoor liep door, Nicole verdween uit beeld.

1 Van de belangrijkste dagen in Zijperspace.

geloof

'Wat zijn jouw ouders dan?' vroeg Kaspar.
Iedereen had al verteld wat hij of zij zou gaan stemmen overmorgen, een enkeling had z'n twijfels uitgesproken; nu was 't tijd om te bepalen waar 't vandaan kwam.
De ouders van Kaspar waren communistisch, z'n grootvader was anarchist.
'Anarchisme is onmogelijk,' zei Fret. 'Ze hebben 't steeds weer geprobeerd, op papier klopt 't, maar als ze 't pogen te realiseren, blijkt niets daarvan uitvoerbaar.'
''t Is nog nooit gelukt 't anarchisme uit te voeren. Men heeft 't ook nooit kunnen proberen,' zei ik.
'Jawel,' wist Kaspar, 'lees Hans Enzensberger maar 'ns, 'De korte zomer van de anarchie'.'

'Mijn ouders zijn rooms-katholiek,' vertelde ik Kaspar, 'zo ben ik ook opgevoed. Ik geloofde zelf ook. Ik was er zelfs heel fanatiek in. Ik probeerde er vanochtend een stukje over te schrijven. Ik schreef: "Ik wilde pastoor worden, maar toen ik er achter kwam dat ik dan niet met m'n moeder
mocht trouwen verzette ik m'n ideaal tot theoloog." Ik ben te communie geweest. Dat hoorde erbij. Maar op een gegeven moment geloofde ik niet meer. Dat heb ik m'n ouders verteld. Dat was een grote schok voor hun. Ze konden 't zich niet voorstellen. Maar toen ik vertelde dat ik ook niet meer naar de kerk wilde, was de ramp niet meer te overzien. Dat kon toch echt niet.'

'Geloof jij?' vroeg ik Kaspar, 'ook al waren jouw ouders communistisch.'
'Nou, m'n ouders geloofden helemaal niet. Ook niet in 't communisme. Ze waren wel communist, maar niet als geloof. Ze waren altijd kritisch. Zo ben ik ook opgevoed. Daarom kost 't me ook geen moeite om commentaar op iemand te geven. & Ik realiseer me daar niet altijd bij dat anderen daar moeite mee hebben.'
'Nee, dat merken we vaak genoeg op 't werk.'
'Ik ben echt heel blij met m'n ouders. Zij hebben me geleerd kritisch te kunnen zijn. 't Is niet altijd even makkelijk om dat te hebben, want anderen blijken kritiek veel zwaarder te nemen als dat ik 't bedoel, maar ze waren wel fantastisch dat ze me dat hebben meegegeven.'
'Mijn ouders hebben me dat dus nooit meegegeven. Begrijp me niet verkeerd: mijn ouders zijn ook fantastisch, de liefste ouders die je je voor kan stellen. Maar commentaar geven op elkaars handelingen hoorde er gewoon niet bij.'

'Weet je,' zei ik 5 minuten later tegen Kaspar, ''t mooie van 't katholicisme is vooral de bijbel. Zoveel mooie avonturen staan daarin. Meteen toen ik wist hoe ik moest lezen heb ik de bijbel verslonden.
Prachtige verhalen, waar je fantasie mee op de loop gaat. Ik denk dat ik nog steeds profijt van de bijbel heb. Met een communistische opvoeding heb je de bijbel gemist.'
'Ja, maar ik had de sprookjes van Grimm.'
'Die ben ik gaan lezen toen ik de kinderbijbel uit had. Want ik moest nog een ½ jaar wachten voordat ik m'n communie zou doen & mijn kinderbijbel daarna kado zou krijgen. Verschrikkelijk eng waren die gebroeders Grimm; ik heb er nachten van wakker gelegen.'

In Zijperspace is geloof & systeem gelijkgesteld.

belangwekkend

Hier had een tekst moeten staan waar ik ong 3 kwartier mee bezig ben geweest. Doordat ik een meeltje kreeg, waarin een url werd vermeld, & ik deze opende, verdween plots mijn tekst. In plaats daarvan weliswaar de website, waar de schrijver van 't meeltje naar verwees, maar op dat moment had ik opeens geen behoefte meer dat belangwekkende nieuws te lezen.
Ik zou de tekst plaatsen vlak voordat ik naar m'n werk zou gaan. Dat moment was bijna aangebroken. Daarom stond 't klaar, daarom is 't nu weg.
Ik zal pogen later op de dag, 't zal waarschijnlijk zeer laat worden, 't verhaal te reconstrueren. 't Was geheel ten voleindigt, ik stond op 't punt 't te enteren.

't Is dat er voor de rest niemand anders is, maar anders hadden we een moord gepleegd in Zijperspace.

Update: krampachtig probeer ik 't verhaal te herproduceren vanavond, maar ik merk dat ik me niet meer letterlijk weet te herinneren wat ik geschreven had. Daardoor wordt 't te gekunsteld, wil 't niet vloeien, loopt de tekst niet. Wederom dus de tekst weggegooid; blijkbaar een verhaal dat nog niet mag bestaan. Men houdt 't van me tegoed, want ik was er zelf zeer tevreden over. Des te erger daarom dat 't vanochtend plots verdwenen was. Mijn moeder beschouwde 't vanmiddag over de telefoon ietwat positiever: 'De volgende keer scrhijf je 't dan nog beter.' Laat dat dan de vólgende keer worden. Nu ff niks.

slaapkamer

Ik probeer me de kamer van m'n ouders te herinneren. Zoals-ie 't grootste gedeelte van m'n jeugd was, aan de Marsdiepstraat 406, later 512.
In 't midden van 't gezin bevond zich de kamer van m'n ouders. Als je de trap op kwam, kon je rechtdoor hun kamer in. Rechtsaf was de kamer van Quint & Marc, de jongsten; linksaf de wat grotere kamer van Carel & mij; boven op de grote zolder sliepen Jan & Theo. 't Kloppend hart van 't gezin was de kamer van m'n ouders. De deur stond altijd open, m'n moeder was altijd wakker.

Links in hun kamer bevonden zich de ingebouwde kasten van m'n vader. Daar hingen zijn pakken, stropdassen & lagen voor de rest allerhande belangrijke papieren, vooral betrekking hebbend op z'n hobbies. Onderin de kast bevond zich ook een reusachtige atlas, waar wij niet in mochten kijken. Die was veel te duur om door kinderhanden te laten aanraken. Pa was geabonneerd op 't toegestuurd krijgen van steeds weer nieuwe bladen voor die atlas; we kregen dat wel 'ns onder ogen als hij de post uitpakte, maar voor de rest was 't geheim. We keken slechts stiekum onderin die linkerkast & haalden dan heel voorzichtig, dat ding was loodzwaar, de atlas tevoorschijn.
Z'n kasten roken zakelijk, een beetje als inkt. Bakken stonden er, kaartenbakken, waarin precies z'n gesystematiseerde genealogische aantekeningen pasten. Z'n koffertypemachine kon je er vinden. Pennen ('Altijd in mijn hand teruggeven', zei hij als je er 1tje mocht lenen), papieren. Mijn vaders domein.
Er was nog maar net ruimte om die kasten te openen, de deuren raakten dan 't bed. Maar veel ruimte had mijn vader niet nodig. 't Maakte zijn gesnuffel in z'n kasten nog geheimzinniger, z'n neus gestoken in de kier van nog geen ½e meter.

Mijn moeder had de linnenkast. Een oeroude houten linnenkast, ik geloof een huwelijkskado van m'n grootouders, die altijd lekker rook. In de loop van de jaren kwam ik erachter dat m'n moeder die geur creëerde door geurzakjes, waarin veel bloemen, tussen de handdoeken, washanden, zakdoeken & haar eigen kleding te leggen.
De linnenkast stond rechts van hun slaapkamerdeur. We konden er altijd bij. We moesten uit de ene helft onze handdoeken halen, voor als we in bad gingen. Eventueel washandjes, maar daar hielden we niet van, dus gebruikten we die nooit.
Uit de andere helft van de linnenkast haalde m'n moeder haar eigen kleren. Die hingen daar aan knaapjes of lagen gevouwen op de plank erboven.
Bovenop de kast lagen ook nog wat spulletjes. We gingen op 't randje van 't bed staan, een meter boven de grond, & konden zodoende nog net zien dat er wat lag. Als we iets vermoedden, als er wat gebeurd was op school, leunden we schuin voorover, een ½e meter, & bewogen 1 hand over de linnenkast, op zoek naar de geheimen. M'n ouders hadden 't idee dat dit voor de kinderen een zeer moeilijk te vinden plek was, maar wij hadden al die jaren door dat daar de grootste geheimen werden bewaard. Zodoende waren we bijtijds op de hoogte van vileine brieven van onze docenten, waarin aanmerkingen over ons gedrag op school & de invloed daarvan op de resultaten.
Helaas ontdekten we lang niet alles van de correspondentie van leraren & ouders.

Rechts was 't raam, uitziend op de achtertuin, de garage & de buurt erachter. Daar keken we nooit door, daar hadden we de kamer van Quint & Marc voor.
Belangrijker waren de gordijnen, die geheel gesloten werden zogauw m'n moeder last van hoofdpijn had. Ook ik werd wel 'ns overdag op de kamer van m'n ouders gelegd, vanwege 'tzelfde probleem. Een betere kamer was er voor dit soort euvel niet. De kamer werd in bijna geheel gehuld in duisternis. Slechts een kiertje wist tussen de 2 gordijndelen door te glippen. Maar dan wist je tenminste of 't overdag of 's avonds was.

Achterin de kamer, naast 't raam, stond de boekenkast van m'n vader. Al z'n hobbies stonden er in vertegenwoordigd. Daar haalde hij z'n boeken voor vlak voor 't slapen uit. Boeken over vogels, de natuur, over reizen, vooral wandelen, over Zwitserland & de alpen, over genealogie. & Natuurlijk z'n jazz-naslagwerken, waarin hij aankruiste wat-ie allemaal inmiddels op geluidsdragers had verzameld.
Die kwamen op z'n nachtkastje ernaast te liggen, als-ie er in bezig was. Aan beide zijden van 't bed stond er een nachtkastje, met deurtjes die afgegrendeld konden worden met een sleutel. Ouderwetse sleutels, met krullen & kringen, reeds metalig bruingroen van ouderdom. In de kastjes lag niks bijzonders, dat hebben we in de loop van de jaren natuurlijk meermaals uit nieuwsgierigheid gecontroleerd. M'n moeder had wat tijdschriften er in liggen, enkele zakdoeken & eau de cologne; m'n vader slechts tijdschriften. Bovenop lag ong 'tzelfde, afhankelijk waar ze voor 't slapen gaan mee bezig waren. Met een radio-wekker, zogauw die verkrijgbaar was deed die z'n intrede, op 't kastje van m'n moeder. M'n vader werd er toch niet wakker van. Pas als m'n moeder 'm voor de 10e maal gewaarschuwd had dat-ie te laat zou komen, kwam m'n vader er uit.

M'n vader lag aan de raamkant van 't bed, waardoor m'n moeder 't meest overzicht had over wat er op de overloop gebeurde. Ze keek op & zag de deuropening.
't Bed bestond uit dekens, met daaronder een laken. Overdekt door een sprei. In onze kinderogen 't lekkerste onderdeel van 't bed. We stalen de sprei zo af & toe om 't te kunnen gebruiken voor de bouw van een hut. We konden ons er ook mee verkleden tot roverhoofdman, of sjeik.
De dekens wogen kilo's. Je werd helemaal bedolven door 't gewicht, waardoor je meteen 't idee had dat 't warm was, ook al was 't hartje winter.
Ik lag er als ik hoofdpijn had. Een enkele keer werd ik naast m'n ouders neergelegd in geval van een nachtmerrie of als ik erg ziek was. Aan de kant van m'n moeder. Dat was 't warmst. Dan warmde m'n moeder m'n voeten op met die van haar. Ik moest helemaal aan 't randje liggen, want m'n vader nam nogal wat ruimte in beslag doordat-ie in z'n slaap vaak lag te woelen. Dan lag ik in de warmte van m'n moeder's holte. Ze masseerde m'n nek, waardoor ik slaperig werd. Helemaal bedolven onder dekens, laken, sprei, & omarmd door m'n moeder, vermoeid koortsig, viel ik in slaap.

't Was de veiligste plek in Zijperspace.

brievenbus

Na enkele uren onverhoopt wachten stond ik opeens op een gaanderij van een flat te schreeuwen door een brievenbus. We hadden weliswaar ruzie gemaakt, maar dat wilde niet zeggen dat we er niet meer over zouden praten, dacht ik. Dat impliceerde eerder dat we vroeger thuis zouden zijn om te kijken of we 't weer konden bijleggen. Na 't nachtleven, 't noodzakelijke nachtleven tijdens 't weekend in Den Helder, gezamenlijk nog een biertje thuis voor 't slapen gaan.
Maar ondertussen lag ik al enkele uren wakker te liggen in 't veel te grote bed voor 1 persoon. Wanhopig beter wetend. & Tegen beter weten in toch pogend de slaap te vatten. Linkerzij, rechterzij, schaapjes, rug, buik, kussen rechts, kussen links, boek. Toen toch maar uit bed gestapt om vervolgens op de gaanderij te staan.

't Was lang geleden dat ik door de brievenbus had staan schreeuwen.
'Mam, Mam, kan je de deur opendoen? Ik ben 't, Ton.'
We waren geen sleutelkinderen. Hadden niet allemaal een touwtje om de nek. M'n moeder was toch altijd thuis, of anders meldde ze 't vantevoren. Ze was alleen wel 'ns boven, om daar de boel schoon te maken, of om bij te komen van de hoofdpijn, donker verscholen, door gordijnen afgesloten op haar slaapkamer.
Een klein beetje wanhopig werd je er altijd wel van. Meestal was 't kloppen op 't raam voldoende om Ma de deur te laten openen. Je liet gewoon je gezicht zien, deed 1 klop & Ma liet de strijkbout staan & liep richting deur. Liever had ze die klop op 't raam ook niet, want zij kon de ramen weer ontdoen van de vieze afdrukken van kindervingers. Als die methode niet werkte, was je gedwongen op de bel te drukken, maar daar moest je wel groot genoeg voor zijn gegroeid. Die fase liet in de familie Zijp langer op zich wachten dan bij andere gezinnen, want we groeiden niet zo snel. Schreeuwen door de brievenbus was 't enige alternatief, naast 't aanhouden van de buren om de bel voor ons in te drukken. Alleen al 't schreeuwen veroorzaakte een bepaalde emotie van paniek in 't hoofd. Je hoorde je niet luid aan te kondigen, je aanwezigheid duidelijk te maken dmv stemverheffing, was ons bijgebracht. & Gevoelsmatig al helemaal niet in zo'n bek als dat de brievenbus was. Die at alleen maar brieven.

Ik voelde me machtig, staand in de flat, voor de deur van mijn rivaal. Gekwetst, alleen gelaten, verstoten, zwakker, maar machtig. Want ik stond toch maar door de brievenbus te schreeuwen. Midden in de nacht. 't Moet een uurtje of 4 zijn geweest. Alle lichten in de omgeving waren uit, behalve van de reguliere lantaarnpalen & portieken. Slechts uit deze brievenbus scheen een straaltje.
'Tineke! Tineke! Ik weet dat je daar bent.'
Prachtige zin. Vele beroemde akteurs waren me in deze rol al voorgegaan. Ik had nooit gedacht deze ooit zelf te mogen uitspreken.
'Jeroen! Laat Tineke gaan.'
Zo, je moet zeggen waar 't op staat als je tot 't uiterste gedreven bent. Je hebt jezelf al vernederd door in een brievenbus te gaan gillen, dan kan je net zogoed de hele buurt van de details op de hoogte brengen. Wie & wat & hoe.
Vergenoegd deed ik een stap achteruit, ik meende enige beroering binnen te ontwaren, & leunde comfortabel nonchalant met 1 elleboog op de balustrade. Jeroen was vast te laf om de brievenbus als communicatiemiddel te gebruiken.

Voor de rest heerst slechts de stilte in Zijperspace.

losgeslagen

Er zit een man in de voorkamer. Achter de gordijnen die die kamer afsluiten van m'n woonkamer, de achterkamer. Er zit daar een man. Terwijl ik helemaal alleen in huis hoor te zijn. Ik weet niet hoe hij binnengekomen is, maar hij is er. Misschien via de achterdeur, ben ik vergeten de achterdeur weer achter me te sluiten nadat ik de vuilnis buiten heb gebracht. Je weet hoe dieven & inbrekers zijn: ze zijn in paniek, moeten geld hebben, riskeren alles, schijten onderwijl in hun broek (ik heb gehoord, van horen zeggen, van mensen die er zelf ervaring mee hebben, ze hebben 't zelf gezien, geroken, op moeten ruimen, ik heb gehoord dat veel inbrekers op de plek waar ze inbreken wel 'ns zo nodig moeten, dat ze in paniek niet weten waar de wc is, dus doen ze 't maar in een hoekje van de woning, of misschien durven ze niet naar de wc, uit angst dat ze dan ook door zullen trekken, uit gewoonte, & zodoende zichzelf verraden), zolang ze maar aan buit kunnen komen, zodat ze weer in hun behoefte kunnen voorzien.

Er zit dus een inbreker in de voorkamer. Ik weet 't zeker. Waarschijnlijk onder m'n hoogslaper. Ik kan de gordijnen tussen beide kamers wel open gaan doen, of via een slinkse wijze via de gang verrassend de slaapkamer betreden, maar daar raakt-ie alleen maar nog meer van in paniek. Ik doe 't in m'n broek, maar hij nog meer. Hij weet dat hij hier niet mag zijn, ik ben thuis. Hij weet nog minder wat 'm te wachten staat dan ik.

Hij beweegt zich langzaam. Zodat ik 'm niet hoor. & Toch heb ik 'm door. Hij moet dat zelf ook wel begrijpen inmiddels. Moest-ie maar niet tegen m'n uitklapbaar wasrek lopen & daarbij een knijper aanraken, zodat deze losschoot. Ik hoorde 'm vallen. Ik hoorde 'm zelfs losraken. Dat kon geen ander geluid zijn dan een knijper die losraakt van de lijn waaraan-ie vastzit, dacht ik terwijl 't bezig was te vallen. Toen moest ik alleen nog een verklaring zien te vinden voor 't losraken. Een knijper ontdoet zich niet vanzelf van een lijn. Daar is een knijper te dom voor, te weinig elastisch, te weinig zich voegend naar de omstandigheden, een knijper is koppig, wil blijven hangen waar-ie hangt, knijpt zichzelf vast. Was tot nu toe m'n uitgangspunt. Mocht ik die man zodirekt niet ontmoeten, dan waag ik mezelf een andere mening toe te eigenen.

Waarom zit die man daar? Vroeg ik me af. Wat heeft-ie te winnen bij 't bezoek aan mijn huis? Zo interessant ziet mijn huis er toch niet uit? Alles hier in mijn huis: ik, mezelf, m'n spullen, de rest; alles is afgesloten van de rest van de wereld. Dmv gordijnen, deuren, ramen & muren. Daar ben ik zeer zorgvuldig in. & Anders de woningbouwvereniging wel. Die hebben daar een voorzet aan gegeven. De spaarzame buren die mogelijk m'n huis in kunnen spieden, worden die blik misgund door hermetisch gesloten gordijnen. & De rest. Hij kon niet zien dat zich iets van waarde hier zou kunnen bevinden. Hij heeft zich vergist: iets wat afgesloten is hoeft niet per definitie kostbaar te zijn. Zijn paniek heeft 'm gedreven, z'n verlangen te kunnen scoren, & nog iets langer voort te leven. Dit huis kan z'n leven echter niet verlengen. Hij heeft zich vergist. 't Is echter te laat om 'm dat uit te leggen.

Ik ga die gordijnen niet openen. Ik wil de ademhaling van de man niet horen. De ademhaling van iemand die op zoek is naar de uitgang. In alle paniek weet de ademhaling niet meer dat er een lichaam aan vast zit. In alle paniek weet 't lichaam z'n eerder afgelegde weg te hervinden. In paniek weet de weg niet meer welke sporen 't wederom moet tonen. & Anders weet de man de sporen zelf niet te vinden. Eenvoudigweg omdat-ie niet meer kan denken.
Ik ga straks stiekum naar de keuken. Ik neem stiekum, zachtjes, o zo zachtjes, iets uit de koelkast. Moet nog verzinnen wat. 't Moet wel zin hebben. Vervolgens ga ik via de gang naar voren. Ga luisteren aan de deur. De deur richting slaapkamer. Ik ga niet naar z'n ademhaling luisteren. Ik ga luisteren of de straatlantaarns nog schijnen door de gordijnen. Dan kruip ik onder de deur door. Ik waag mezelf de trap richting bed op. Maar maak daarbij geen geluid. Ik schuif mezelf onder 't dekbed. Geluidloos ontdoe ik me van m'n kleren. Geritsel van 't dekbed is daarbij niet toegestaan. Haal tevoorschijn wat ik uit de koelkast heb gehaald. & Val in slaap. Ga slapend denken over wat ik nou moet doen met dat ding uit de koelkast.

Bij 't ochtendgloren doe ik alle lichten aan. Om te constateren dat alles weg is. De man. Z'n sporen. Hij heeft zelfs de achterdeur weer op slot gedaan.
Ik kan me aankleden. Gordijnen open. De buren mogen weer zien dat ik wakker ben. Ik vraag me luchtig af wat de afgekloven saté-stokjes naast me te betekenen hebben.

Vervolgens ruimen we de knijpers op in Zijperspace.

huisvredebreuk

'Ik heb je een tijdje niet gezien,' begroet ik 'm.
'Ja, ik mag tegenwoordig weer bij Albert Heijn naar binnen,' zegt Westmalle. 'Ik was er een keertje met een maat & toen begon hij uit te vallen tegen een verkoopster. Maar hij was plotseling weg & ik werd aangehouden door de bewaking. Ik stond er alleen maar een beetje bij te kijken van wat hij nou allemaal zei, maar ik werd aangehouden. Mocht ik er een jaar niet meer in.'
'Terwijl 't jouw schuld niet was?'
'Nee. Dus ik denk na 10 maanden: laat ik 't weer 'ns proberen. Ik denk: ander personeel inmiddels bij deze AH, maar ik word bij de 3e keer aangehouden. Vanwege huisvredebreuk. Krijg ik meteen weer een jaar verbod.'
'Shit,' zeg ik meelevend.
'Kom ik een tijdje terug voorbij de ingang, zegt 1 van die jongens: "Jij mocht toch een poos niet binnenkomen? Zal ik 'ns kijken hoe 't er voorstaat?" Dus hij duikt in de papieren & zegt vervolgens dat ik er weer in mag.'
'Eigenlijk best wel sympathiek van 'm.'
'Vond ik ook. Maar da's dus waarom ik de laatste tijd niet meer zo vaak hier kom. Ik kan nu m'n bier halen bij de AH, bij jullie, & dan ook nog in die tent hier verderop. Sorry voor jullie dat ik niet meteen hierheen loop.'
'Ah joh, dat maakt helemaal niets uit. Kreeg je trouwens een boete voor die huisvredebreuk?'
'Ja, man. Dat wil je niet weten. Kostte me gewoon 600 gulden. Terwijl die maat van me, ik ken 'm ondertussen allang niet meer, heb 'm al jaren niet meer gezien, de ruzie maakte. Die kassa-dame zei: "Jullie staan de hele tijd hier voor de deur dope te verkopen." Die gozer werd helemaal gek: "Wat nou! Ik heb nog nooit hier voor de deur dope verkocht. Hoe kom je erbij dat ik iets met dope te maken heb? Mens, doe ff normaal, hoe kan jij zien dat ik ooit dope gebruikt heb?" Ik stond er een beetje naar te kijken. Ik had zoiets van ik wil alleen maar een biertje kopen. & Opeens is-ie gevlogen. Terwijl die kassa-juf nog steeds hartstikke kwaad is. Die bewaking komt mij vervolgens inrekenen. Ik kon niks meer doen. Ik mocht een jaar niet meer komen. & Dan krijg ik 10 maanden later huisvredebreuk aan m'n broek. 600 Gulden!'
'Kon je natuurlijk niet betalen.'
'Moest er nog bijkomen. Ik had al helemaal geen geld meer. Alleen maar omdat een andere vent perse kwaad wil worden op een kassa-juffrouw. Ik had zoiets van ik ga weg: ik reken m'n flesje bier af & dan ben ik verdwenen, maar uiteindelijk ben ik degene die gearresteerd word. & 10 Maanden later kan ik nog 's een boete betalen. Weer ingerekend door de bewaking, omdat ik denk dat niemand me meer kent. Weer een jaar niet meer AH in.'
'Baal je ook van zo'n vent,' zeg ik.
'Ach, die gozer zie ik helemaal niet meer. Ik baalde eigenlijk ook meer van die kassa-dame. Zij begon opeens te schreeuwen over dat wij alleen maar dope konden verhandelen. Hoef je helemaal niet te schreeuwen midden in de supermarkt, terwijl wij alleen maar braaf een flesje bier kwamen afrekenen. Ik snap wel dat die gozer zich druk zat te maken, maar ik wilde me nergens mee bemoeien. Net als dat ik 10 maanden later niemand tot last wilde zijn. Ik dacht dat niemand me meer kende.'
Westmalle staat allang al in de deuropening. Vertelt z'n verhaal nog een keer.
'Maar sorry dus dat ik niet zo vaak meer langskom. 't Is gewoon veel gemakkelijker om ff de Ah in te duiken. Vooral omdat ik nu weer binnen mag. Die vent had gewoon z'n mond moeten houden. Die meid aan de kassa ook. Dan was er niets gebeurd. Had 't me ook geen 600 gulden gekost. Maar ik kom nog wel langs als ik voorbij loop.
Hoi, hè.'

'Wat een verhaal,' zegt m'n collega.
'Ja, met Westmalle valt er altijd wel wat te beleven,' leg ik 'm uit.

& Anders verzinnen we wel wat in Zijperspace.

guusje

'Guusje, houd m'n hand vast.'
't Staat er. Ik weet 't zeker. Op de laatste blz. Terwijl ik 't helemaal niet wil weten. Ik wilde slechts weten hoeveel blz ik nog te gaan had. Dan moet je wel onderaan de laatste blz kijken naar 't pagina-nr. Anders kom je 't nooit te weten, tenzij je alle blz 1 voor 1 door je vingers heen laat glippen & telt. Dat vind ik iets te veel moeite.
De zin staat weliswaar niet helemaal onderaan de laatste blz, maar 't geeft natuurlijk wel de tendens van 't laatste moment binnen de roman aan. Ik wil daar helemaal niet aan denken. Ik wil daar in gemanoeuvreerd worden, langzaam 't einde van 't verhaal naderen, daar naartoe gezogen worden. Vroegtijdig een dergelijke zin te weten komen bederft dat gevoel. Momenteel ben ik op pagina 253, ik moet nog tot 248, ik ben er net achter gekomen, maar ik heb er al bijna geen zin meer in. 't Boek heb ik abrupt opzij gelegd. Om m'n ongenoegen te ventileren. U bent daar slachtoffer van. Zogauw u dit leest, natuurlijk.
Ik heb de neiging om altijd te kijken hoeveel pagina's ik nog te gaan heb. Is een essentieel onderdeel van mijn manier van lezen. Ik plan m'n lezen, ik streef naar 't einde. De hoeveelheid blzs die ik nog te gaan heb, bepaald m'n ritme. Ik & m'n boek-ritme. Als ik dat te weten wil komen sla ik altijd de laatste blz open, zeer bewust doe ik dat, want ik mag immers niets van de tekst zien, kijk slechts onderaan 't vlak van gedrukt papier, probeer daar cijfers te ontwaren of ga anders over naar de blz ervoor. Op de laatste staat nl vaak 't pagina-nr niet gegeven. Zeer bewust doe ik dat dus, maar vandaag deed ik 't zonder nadenken.
'Guusje, houd m'n hand vast.'
Wie zegt dat dan? Is dat Erik, met wie ze nu (blz 253) net een vliegreis naar Kreta heeft ondernomen? Of haar moeder, die meer weet dan ik momenteel kan bevroeden, misschien wel tegen 't eind aan dood gaat? Is 't Eva? Of Pavel, Melchior, misschien wel Mario? Alle personages passeren de revu. Ik kan geen enkele prognose over de voortgang stoppen. Daarnaast gieren de gissingen over hoe Guusje zal reageren door m'n hoofd. Een reaktie die in 4 regels verteld wordt, want 4 regels volgden op die andere die ik per ongeluk gelezen heb. Dat staat ook in dat kortstondig beeld, dat staat opgeslagen in m'n geheugen, gegrift.

& Ik bedenk me dat ik helemaal zo'n hekel aan die laatste woorden heb, omdat de oude streekromanlezeressen van de openbare bieb Den Helder, waar ik 14 jaar zaterdaghulp was, regelmatig de laatste pagina opensloegen. Om te kijken of 't wel een goed boek was, hoorde ik er ooit 1tje bekennen aan collega streekromanlezeres.

Men wil niet zien waar 't eindigt met Zijperspace.

wintertuin

Alle buren bij elkaar, gezeten rondom de tafel op de 2e etage, & we hadden 't over mijn tuin.
''t Is de mooiste tuin van 't hele rijtje,' zei Panos, 'want hij is echt.'
Panos kan 't weten, denk ik dan, want hij woont boven & kan alles overzien.
Zijn vriendin Nienke vulde Panos aan: 'Je moest 'ns weten hoe erg we jouw tuin altijd moeten verdedigen tegenover visite. "Nou, da's ook een rommeltje," zeggen ze dan. "Ja, dat wil de onderbuurman zo. & Daar is-ie heel intensief mee bezig elk jaar."'

Ik zie mezelf vanaf de 3e etage werken. Trekken, knippen, scheppen, graven, planten. Zonder dat er zichtbaar struktuur in de tuin lijkt te komen. Sommige planten krijgen de kans uit te groeien & worden vervolgens plots rücksichtslos verwijderd. Schijnbaar willekeurig moet ik in hun ogen bezig zijn. Met een woestenij als resultaat. Een jungle, waar je je amper kan voortbewegen, zonder de lianen, die 't smalle pad overwoekeren, weg te kappen.

'Ik vind dat m'n tuin er uit moet zien zoals ik zelf ben,' probeer ik uit te leggen, 'tenminste, ik probeer ernaar te streven. De tuin moet eerlijk zijn, alles moet een kans krijgen; er moeten onverwachte wendingen in zitten, verrassende vondsten, maar alles op een plek waar 't een kans heeft zich te ontwikkelen. Soms moet de tuin somber zijn, maar vooral ook vaak vrolijk, levenslustig, onbedwingbaar. De tuin moet wild zijn, of eigenlijk echt, zoals Panos zei. Als hij zegt dat-ie echt is, dan denk ik dat ik m'n doel met m'n tuin heb bereikt. Maar volgend jaar mag-ie nog wel wat mooier.'

Terwijl ik praat zie ik ongemerkt alle hoekjes van de tuin voor me. Links bij de keuken 't droge stuk waar niets wil groeien behalve 't halstarrige onkruid; elk jaar ben ik daar 't meest bezig met wieden, ondanks m'n bezwaren daartegen. De staken knopig helmkruid, midden in de tuin, een soortemet erfenis van m'n vader, ooit door hem meegenomen uit 't bos van m'n broer & sindsdien in alle tuinen van de familie terug te vinden. De dovenetel rechtsachterin, die maar door blijft woekeren, ik zal 'm toch 'ns een halt toe moeten roepen, waar de kleine padjes steeds uit tevoorschijn springen. De omgezaagde boom, die een gat achter heeft gelaten van wel een meter breed & 't hek met z'n gewicht danig scheef heeft gezet, tijdens z'n laatste storm. Vreemd dat er op zo'n klein oppervlakte zoveel dingen kunnen gebeuren.

'Maar ik vind 't niet zo'n mooi gezicht,' zei Hanneke van 1-hoog, 'al die staken, bladeren & takken verspreid over de tuin. Al die dode grijs-bruine restanten in de herfst & de winter.'
Ik wilde me xcuseren voor m'n luiheid. Wilde proberen uit te leggen dat als ik geen resultaat van m'n aktiviteiten zie, ik niet zo snel geneigd ben daar iets aan te doen. Ik ben niet zo goed in opruimen, wilde ik zeggen.
Maar Suze was me voor.
''t Is juist heel goed dat de dode dingen van de tuin blijven liggen. Dat geeft een beschermende laag voor de spullen die in de grond zitten. Dan vriest 't tenminste niet allemaal kapot.'
Hanneke sputtert, maar geeft toe. Ik herinner me ook de les weer van op de lagere school. Waar luiheid al niet goed voor is, denk ik, maar hou mijn mond.

Nu kijk ik door 't raam m'n tuin in. Alles grauw, behalve dat bed van dovenetel in de verte. Die plant zich tijdens vrieskou nog voort. Verder slechts grijs, beige, crème, bruin. Restanten van burchten ineengevlochten klimplanten & een vermoedelijk dode druif staan als een karkas voorovergebogen, nog slechts evenwicht vindend in de afscheiding met de buren. Wonderlijke staken verheffen zich eigenwijs anoniem boven de rest, als vergeten strijders op 't slagveld, omhoog gehouden door hun lansen & speren. Slechts de pluizen van de guldenroede weet ik er tussenuit te halen. M'n tuin is momenteel een vreemde schakering van lijnen & streepjes, uiteen, kruisend, paralel, kriskras, met af & toe een kromming, maar de meeste bochten heeft de winter al weten weg te slijten. Ik zou droevig kunnen worden van zoveel leven dat geen leven meer lijkt, maar juist daarin zie ik voortgang.
Er is een schilder bezig in m'n tuin. Ik mag 'm af & toe penselen aanreiken. Hij schildert & houdt geen pauze.

De buren mogen meegenieten met de voorstelling in Zijperspace.

missie

Met Mission Impossible (kortweg MI) wil men niets te maken hebben. Als-ie binnenkomt zeg ik 'm wel gedag, mits 't niet te druk is, maar voor de rest laat ik 'm ongemoeid. Pretendeer een grote drukte in m'n bezigheden. & Dat liefst zover mogelijk bij hem vandaan. Hij mocht eens vragen gaan stellen.
Ik ben niet de enige die dit gedrag vertoont. M'n werkgever vlucht onmiddellijk de kelder in, mocht hij toevallig aanwezig zijn als MI de winkel betreedt. Hij verlaat de kelder niet voordat hij zeker weet dat MI de winkel heeft verlaten. Hij legt een groot vertrouwen wat dit betreft in z'n personeel. Die moeten 'm nl waarschuwen.

MI bouwt de spanning op, dat is 1 van z'n grootste minpunten. Hij neemt plaats voor de winkel, z'n neus haast tegen de ruiten aan, & ontleedt vervolgens de gehele etalage met zijn blik. Van binnenuit zie je 'm elk flesje afzonderlijk bestuderen, turend door z'n dikke brillenglazen. Hij is gepensioneerd, hij heeft de tijd. Sterker: hij verveelt zich blijkbaar stierlijk, dus smeert-ie elke handeling uit over een zo groot mogelijke tijdspanne.

Ik ben plots bezig in de kelder als MI de winkel uiteindelijk binnenstapt. Door 't gerinkel van wat flessen wek ik de schijn op dat er behoorlijk wat aktiviteit gaande is, & een enkele keer slaak ik een zucht of een steun van geveinsde inspanning.
Ondertussen hoor ik boven me, daar waar de flessen bier in de schappen staan voor de klanten, af & toe ook flessen tegen elkaar aan tikken. Dan weet ik dat MI weer een fles heeft opgepakt om die nader te bestuderen. Hij bekijkt 't etiket, houdt de fles tegen 't licht om te zien hoe donker of licht 't bier is, eventuele troebel van gist op de bodem te constateren, plaatst de fles opnieuw met 't etiket richting ogen, maar nu van een kleinere afstand, om de woorden & cijfers eens grondig te analyseren.
Meestal koopt-ie niks. Hooguit 3 keer per jaar verlaat-ie de winkel met een fles bier. Dat zijn de ergste momenten.

MI koopt nl niet zomaar iets. Hij wil 1st wat meer weten over de brouwerij. Of ze al niet eerder een dergelijk bier hadden gemaakt. Waar staat die brouwerij eigenlijk? Ze waren laatst op een bierfestival vertegenwoordigd, waar hij natuurlijk ook aanwezig was, & hij 3 van hun bieren had kunnen drinken. Wat denk je trouwens dat ze zullen doen, zogauw er een nieuwe brouwerij in de buurt gevestigd wordt? Gaat 't eigenlijk goed met die brouwerij?
& Die vragen worden op de volgende manier gesteld:
'W-w-w-w-weet jij, w-w-w-w-weet j-j-j-jij misschien ie-ie-ie-ie-iets meer over die b-b-b-b-brouwe-we-we-we-we-werij?'
Ik hou braaf m'n mond, want je hoort stotterende mensen niet aan te vullen. Dat werkt voor hen erg frustrerend.
Ik wil dit stotteren dus niet mee laten wegen in mijn mening over hem, maar niets menselijks is mij vreemd: ik heb een hekel aan stotteraars gekregen sinds ik MI heb leren kennen. Dat ligt niet aan 't stotteren zelf, dat ligt aan de hoeveelheid lucht die ze uitstoten terwijl ze verschrikkelijk hun best doen om de zinnen uit te spreken. Bij MI stinkt die lucht. Heel erg. Bij MI krijg je die lucht direkt in je bakkes gemikt als een soortemet mitrailleursalvo. Er is geen mogelijkheid meer om normaal adem te halen, elk hapje lucht is doordrenkt van zijn rotte mondgeur. Dat ik hier 't woord 'geur' gebruik beschouw ik als een beleefdheid. Men zal diezelfde mening zijn toegedaan zogauw men achter de toonbank heeft gestaan, waar ik me regelmatig bevind, & men MI per ongeluk treft. Met vragen. Veel vragen.

Vandaag was MI langs. Hij stond 1st enkele minuten de etalage te bestaren. Vervolgens kwam-ie binnen. Hij was op dat moment de enige klant, dus zei ik 'm gedag. Ik kon er niet onderuit. Maar ik ging wel zo snel mogelijk bij de toonbank allerlei dingen overhoop halen om ze schijnbaar zo aktief mogelijk weer op dezelfde plaats terug te leggen. MI bestudeerde in de tussentijd 5 flessen & bijbehorende etiketten. Op 't moment dat-ie dichter bij de kassa kwam, moest ik toevallig de andere kant op, richting koelkasten. MI had geen fles in z'n hand, dus hij verliet al ras de winkel. Zonder groet. Noch van mijn kant. Hij trok de deur achter zich aan, zonder 'm goed te sluiten. Hij twijfelde nog even om er xtra kracht in te zetten, maar besloot om daar geen moeite voor te doen. Pas 4 minuten later durfde ik zijn nalatigheid te corrigeren, uit angst dat-ie stiekum om de hoek misschien op mijn gezicht zat te wachten.

De koude lucht liet men tijdelijk met veel genoegen Zijperspace in waaien.

pottertjes

Ik heb een doosje pottertjes gekocht. Vanwege lichte kriebel in m'n keel. Droge kriebel vooral, waar geen spettertje bij los lijkt te komen. Bij een keer hoesten geeft 't niet de voldoenende gevoel dat 't nu voorlopig los gehoest is. Om die bij tijd & wijle opdoemende droge kriebel te onderdrukken slik ik zo af & toe 2 pottertjes.
Ze hadden ze nog. Ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat ze niet meer bestonden. Een plat rechthoekig zwart-gouden doosje trok m'n aandacht terwijl ik voor iets anders in de rij stond bij de drogist. 't Ontwerp op 't doosje was ietwat veranderd, maar de ronde hoeken, de lengtes van de zijkanten, de kleurenkombinatie, de tijger op de voorkant waren gebleven. De pottertjes leken opeens zwaar noodzakelijk. Ik stopte ze onmiddellijk bij m'n andere boodschappen.
Buiten gekomen opende ik 't doosje, vanuit de rechterbenedenhoek schudde ik 2 pottertjes uit de ronde opening tevoorschijn. De manier waarop ze in de palm van m'n hand vielen, rollend, heen & weer hobbelend om op de ideale plek te gaan liggen, creëerde 't idee dat ik weer bij m'n vader in de auto zat. Vlak voordat we op weg gingen.

't Verrast me wel vaker hoe een herinnering zich plots kan doen gelden. Als een duveltje uit een doosje kan 't tevoorschijn schieten. 't Ene moment denk je aan niets bijzonders, maar als je plotseling je hoofd een kleine cm beweegt, iets in 't oog krijgt, kan een tot dan toe verborgen herinnering uit de verst weggelegen krochten van je geheugen tevoorschijn komen. Een kleine beweging is al genoeg om een heel arsenaal aan daaraan gerelateerde herinneringen te doen oproepen. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds meer van dit soort associaties te hebben. M'n geheugen lijkt minder effektief te functioneren, maar gedachtes schieten me om de haverklap te binnen, gedachtes aan een ver verleden die te maken hebben met 'tgeen ik waarneem. & 't Verre verleden wordt steeds maar groter.

M'n vader pakte 't potterdoosje tevoorschijn vlak voordat-ie de motor van de auto startte. Of vlak voordat-ie richting altaar liep om voor de kerkgemeenschap een overweging voor te lezen. Ik hoorde 't rammelen in z'n colbertjasje zogauw hij er naar zat te graaien. 't Beeld van 't 4-kante bolle snoepje schoot me meteen te binnen. Daar wilde ik er ook een paar van.
Terwijl m'n vader 't terug in z'n jaszak wilde stoppen stak m'n hand, of die van 1 van m'n broers, in smekende houding tussen m'n vaders hand & jaszak. De hand lag open, zodat er zo snel mogelijk 2 pottertjes in gelegd konden worden. Hij leek er altijd moeite mee te hebben. Hij wilde ze blijkbaar niet zomaar afstaan. Ze waren immers voor hem bestemd, zo liet-ie voelen. Bang als-ie was dat-ie straks zonder voorraad zat. Wij keken 'm echter zo smekend aan dat-ie wel moest.
M'n vader startte de auto, of stond op om z'n voorleestaak te verrichten, wij gooiden de snoepjes van de handpalm richting mond. & Waren voldaan.

Tenzij een broer 1 pottertje meer had gekregen. Altijd moest ieders palm gecheckt worden op hun verkregen hoeveelheid. Alsof de broer in kwestie tijdens de warme maaltijd 't grootste stuk vlees op z'n bord had liggen. Onrechtvaardigheid. Iedereen moest evenveel krijgen, of anders ik een beetje meer dan de ander, maar vooral niet andersom.
'Pap, waarom krijgt Carel 3 pottertjes & ik maar 2?'

In die tijd was er altijd een chronisch tekort in Zijperspace.

huisarts-bezoek

Ik schrok wel van 'm, toen ik 'm nog net in m'n ooghoek op de trap zag zitten, maar ik had nog net de tegenwoordigheid van geest om 'm gedag te zeggen, zoals je iedereen begroet (voor mannen vaak een 1-lettergrepige grom) die je bij de huisarts ontmoet. Waarna ik de wachtkamer inging. Daar zei ik 'goedemorgen' tegen de marokkaanse dame & de junk die beiden gewoon op 1 van de stoelen hun beurt zaten af te wachten. De marokkaanse dame had ogenschijnlijk niets, zat vriendelijk voor zich uit te kijken, wisselde zelfs kort een blik op 't moment dat ik m'n boek tevoorschijn haalde. De junk daarentegen was goed ziek, zo leek 't. Z'n ene arm had-ie om z'n buik geslagen, zorgvuldig, 't mocht niet uit elkaar vallen, de andere lag trillend op z'n been. Hij had z'n ogen meestentijds gesloten.
Behalve de groet bij binnenkomst zeiden we alle-3 niets. We konden elkaar horen ademen. Of ritselen in 't boek dan wel tijdschrift. Een paar minuten streken voorbij.
Tot we wat gestommel vanuit de kamer van de huisarts hoorden. Automatisch gingen we wat rechter zitten. In afwachting van wie hij zou roepen.
'Dhr Ponker,' stak de huisarts met z'n hoofd om de deur.
Geen reaktie.
'Geen Ponker?' vroeg de huisarts.
'Misschien is dat de man die op de trap zit,' zei ik, & ik wees naar waar ik vandaan was gekomen.
Hij keek om 't hoekje & zei nogmaals: 'Dhr Ponker?'
De man op de trap volgde onze huisarts. Een beetje stijf lopend door de rollerskates, hoog z'n voeten optillend & plat daarmee terechtkomend. Op 't moment dat-ie door de deuropening verdween konden we de afdruk van de trap op z'n billen afgedrukt zien staan. 2 Rode vlekken. 't Begon inmiddels ook al een beetje te hangen, kon ik niet nalaten te bedenken. Hij begint blijkbaar op leeftijd te komen.

De man was nog maar net door de deur verdwenen of er ontstond een verwoed gesprek tussen ons achterblijvers. Zo zwijgzaam als we daarvoor waren geweest, zo spraakzaam bleken we na 't aanschouwen van 's mans billen. De junk had ook opeens 't leven herontdekt, want hij begon uit te wijden over hoe hij de man zelfs als kleine jongen over straat had zien gaan. Hij was nog maar ½ in z'n verhaal toen-ie weggeroepen werd door de assistente.
'Komt u maar even mee.'
De marokkaanse dame nam 't woord over. In jordanees accent vertelde ze dat dat soort dingen moesten kunnen.
'Je weet niet hoe die mensen zijn als je nog nooit persoonlijk met ze gepraat hebt. Wie weet zit er wel een heel aardig mens achter.'
Af & toe probeerde ik er wat tussenin te brengen, over hoe fijn ik 't vond dat dat soort dingen in Amsterdam dus konden, & dat niemand daar zichtbaar aanstoot aan nam. Maar ook de marokkaanse dame werd al snel door de assistente weggeroepen.

Ik zat 5 minuten alleen. Achter me hoorde ik de andere patiënten 1 voor 1 door de deur de straat weer opgaan. Ik keek af & toe achterom door 't raam om te zien wie er wegging. Toen ik de billen voorbij zag schuiven, wist ik dat ik aan de beurt was.
'Je vraagt je af wat zulke mensen bezielt,' was 't 1e wat de dokter tegen me zei.
'Ik vind 't op zich wel grappig,' zei ik, 'ik zie 'm al jaren over straat gaan & nou schrok ik me rot toen ik 'm op de trap zag zitten op 't moment dat ik binnenkwam.'
'Ja, ik heb 'm ook wel vaker gezien, maar ik wist niet dat-ie in m'n praktijk zat.'
M'n huisarts rommelde wat met papiertjes. Hij moest me een verwijskaart geven, maar merkte dat die op waren. Hij liep richting assistente. Haalde bij haar de benodigde papieren op. Vlak voordat-ie de deur weer sloot, vroeg-ie: 'Heb je die jongen nog naar 't ziekenhuis gestuurd?'
'Ja,' antwoordde ze, 'ik heb 'm duidelijk gemaakt wat-ie moest doen, maar ik had niet de indruk dat-ie zou gaan. Hij mompelde iets van dat-ie thuis zou blijven zitten.'
'Vreemde mensen kan je toch tegenkomen,' verzuchtte de man voor zichzelf terwijl hij weer tegenover me plaatsnam.

In Zijperspace zijn we nog niet toe aan slechts een string & een hoofddeksel.

next

Ik doe al een poosje niet meer zo erg mee in 't aangeven wat er in Weblogland gebeurt. Daar heb ik al geruime tijd geen trek meer in. Ik wil schrijven, schrijven, schrijven & daar de hoogst mogelijke kwaliteit bij bereiken. Ik heb 't wel 'ns aan een mede-weblogger proberen uit te leggen toen ik een hele discussie met 'm had. Niet dat ik altijd die hoge standaard bereik, die ik aan mezelf stel, misschien wel helemaal niet in de ogen van vele anderen, maar ik doe m'n best. Ik probeer anders te zijn. Dat vind ik op zich al een nobel streven in een wereld van 12 in een dozijn. Ik hou mezelf voor ogen dat dat enigszins lukt. Niet altijd: enigszins.

Weblogmeetings vind ik leuk. Ik wil wel zien wie er nog meer zo gek zijn een weblog te vullen. Ik heb me tot nu toe uitstekend vermaakt op die bijeenkomsten. 't Zijn andere mensen, tot nu toe zeker, ze hebben iets te vertellen, of anders zijn ze lichtelijk gestoord. 't Doet me elke keer weer deugd dat ik tot 1 van die 2 groepen behoor.
Maar ik wil er niet te veel aandacht aan besteden. Daar is mijn blog niet voor bestemd. Schrijven, verhalen, zieleroerselen, gebeurtenissen, & dan zo goed als mogelijk verwoord; niets anders mag mijn weblog tegenwoordig uitstralen. Tuurlijk mag ik af & toe gebruik maken van 't feit dat 't gelezen wordt, zodat ik wat assistentie kan inroepen mbt de aanschaf van een nieuwe comp, 't moet echter geen gewoonte worden.
Nee, introvert moet ik me aan mijn zelf gestelde taak wijden. Men hoeft deze taak niet te begrijpen, ik heb daar tenslotte zelf al moeite genoeg mee, ik vind 't eerder belangrijker dat er genoeg lezers voorbijkomen om de stukjes die ik schrijf tot zich te nemen. & Wat genoeg is, dat bepaal ik zelf. 't Valt mee, tot nu toe.

Edoch: ik ga naar de weblogmeeting van 1 februari. Ik heb daar nog niets over medegedeeld. Terwijl men toch zoveel mogelijk mede-webloggers daar wil verwelkomen. Ikzelf incluis. Dat dwingt mij tot de volgende afbeelding:



(met dank aan Sudesh)
Als iedereen die komt nou een dergelijk plaatje op z'n blog plaatst, te vinden op de eerder gelinkte weblogmeetingsite, dan zijn we allemaal tevreden. Mooie plaatjes, leuke weblogmeeting, veel bezoek daaraan in 't verschiet.

& Een buitenwereld die even moet afwachten hoe dat zal aflopen in Zijperspace.

hand

Om ong ½ 12 besluit ik maar in bed te gaan liggen. Geen film van minstens 3 uur, zoals ik mezelf had voorgehoudende avond ervoor. Beter een boekje lezen met 2 kussens onder m'n hoofd. Af & toe m'n buik bevoelen onder 't mom dat 't geborrel daarvan milder wordt.
Na 10 minuten zijn m'n ogen al moe. Ik zak weg. Om vooral geen last van m'n nek te krijgen haal ik de dikste kussen er tussenuit. M'n hand laat ik op m'n buik liggen. De enige die 't orgaan enigszins zou kunnen beteugelen. Bovendien houdt 't m'n gedachten in bedwang; niets zo rustgevends als een hand op je buik, al is 't maar die van jezelf.
Ik slaap een beetje, maar meestentijds sluimer ik. Die toestand lijkt 't dromen te stimuleren. ½ Slapend komen alle spoken van de afgelopen 24 uur voorbij. Ik laat ze hun gang gaan. Zolang ze maar niet te bedreigend worden.
De jongetjes van afgelopen nacht verwoesten hun tent. Een jeugdvriendin nodigt me uit mee op vakantie te gaan. De alcoholisten & pillendealers worden kwaad, maar ik verweer me met m'n woorden. M'n vader blijkt weer spreekvaardig & welluidend. M'n werkgever komt te overlijden. & In de tuin krioelt 't van allerlei ongedierte. Ik bekijk dit al vanachter een soortemet ondoordringbaar raam; ik heb er geen invloed op, 't kan mij niet raken.
Om ½ 2 word ik wakker, definitief. Buiten is 't stil, geen beweging, geen roering lijkt er op straat plaats te vinden. M'n comp lijkt meer geluid te maken.
Ik haal m'n hand van m'n buik, kruip uit bed & kom weer in verticale toestand in de wereld te staan.

De angsten doen hun herintrede in Zijperspace.

trekkerscamping

't Was een camping waar je slechts 1 nacht mocht blijven staan. Een echte trekkerscamping. Ik kwam er laat in de middag aan, vermoeid van m'n 1e dag wandelen met rugzak. Een mogelijkheid om te douchen was niet aanwezig, er was geen winkel, geen receptie, slechts een wasbak & een omgebouwde schuur die de trekkers zonder tent onderdak moest verlenen. 12 Bedden van harde planken aan weerskanten van de zaal. Niemand die daar behoefte aan zou hebben in deze tijd van 't jaar, want zogauw je maar even 't licht aandeed zoemden van overal vandaan muggen de naakte delen van je lichaam tegemoet. Nee, iedereen sliep in een tent, deze toevallige gezamelijke nacht op 't veld.

Maar voordat 't zover was moest ik iedereen nog tegenkomen. 1st De man die me waarschuwde voor de bevers. Grootse verhalen had-ie, omdat vorig jaar, die ene nacht dat-ie vorig jaar hier had gestaan, al 't voedsel bij de tent van z'n buren door de bevers was weggeroofd.
Meestal had-ie echter geen tijd om een praatje te maken. Hij poogde via z'n mobiel kontakt te krijgen met z'n familie in de VS.
'Als je hier op de camping rechtop gaat staan krijg je eigenlijk nog beter kontakt als dat je in Eastbourne zou staan.'
& Toch was-ie er een uur mee bezig. Z'n zoon moest instrukties krijgen, mbt z'n aankomsttijd een dag later.

Vervolgens sprak ik een mede-amsterdammer in 't engels aan. De jongen lag uit te rusten voor z'n tent, terwijl z'n vriendin zichzelf aan 't wassen was. De inhoud van hun fietstassen lag verspreid over 't terrein.
Na 1 zin had ik gelukkig z'n nederlands engels doorzien.
We wisselden tips uit, voorzover fietsers & wandelaars dat onderling kunnen. & Vertelden over onze dagelijkse bezigheden in onze gezamelijke woonplaats. Hij docent middelbaar, zij verzorgster ziekenhuis, ik bier.
Misschien moesten we wat bier gaan drinken in 't dorpje verderop, stelde ik voor vlak voordat de schemer volledig z'n intrede deed, 't zou goed kunnen dat daar een brouwerij was.
Zij wilde liever boekje lezen onder 't genot van muggen, hij wilde meer weten over bier, ik had dorst. Dus vertrokken we met z'n 2-en.
Onderweg kwamen we enkele 10-ers tegen. De 1 met een rugzak, de ander met wat plastic tassen, de 3e met een schoudertas. Sjokkend, vermoeid, vastberaden, branie.

Nadat we slechts een kwartiertje in de brewpub hadden kunnen zitten, op zondag sluiten pubs graag een uur eerder, keerden we terug. Bij de bar snel wat voor de meeneem ingeslagen liep ik met een zwaarbeladen rugzak terug. M'n compagnon had niets. Hij sliep evengoed wel, zei hij, geen slaapmutsje nodig.

Ik besloot bij 't licht van de wasbakken, achter de voormalige schuur, m'n 2 flesjes te nuttigen, met medeneming van een boek. Daar bleken de 3 jongeren zichzelf geïnstalleerd te hebben. Ik schoof aan.
't Zwaarste gedeelte van hun bagage bleek te bestaan uit drank. Bier in blik. Genoeg voor tot diep in de nacht zachtjes praten aan de eettafel achter de schuur.

Ik ben hun namen allang alweer vergeten. Wat ze na de zomer zouden gaan doen ook. 1tje Zou in ieder geval de school, waar ze samen op hadden gezeten, verlaten, een 1e stap richting studie gaan nemen. Een ander zou in Eastbourne blijven, volgend jaar een opleiding voor gymleraar volgen, want hij wilde professioneel gaan sporten. Nr 3 was nog niet klaar, had ook nog niets besloten. Dit was in ieder geval de laatste avond met z'n 3-en.
1tje had die middag gezegd: 'Ik weet een camping verderop, niemand die die camping kent. Als we nou tegen onze ouders zeggen dat we bij de ander slapen, dan gaan we gewoon met onze spullen naar die camping. Daar mag je 1 nacht blijven staan. We nemen een tent & slaapzakken mee. Onderweg kopen we bier.'
Dat hebben ze gedaan. Ik was er getuige van.
We hebben 2 uur zitten praten. Toen kwam de beheerder. Hij vond 't niet erg dat we daar zaten, we waren erg stil, maar eigenlijk was 't niet de bedoeling dat er op de camping gedronken werd. Of we 't niet erg vonden als we ons biertje opdronken & vervolgens ermee stopten?
Ik vond 't niet erg, m'n flesjes waren leeg. De jongens ook niet, ze wilden niemand tot last zijn.

De volgende ochtend verliet ik als 1e de camping. Ik passeerde de 3 tenten.
1 Van de jongens stond slaperig voor hun tent, hij was er net uit tevoorschijn gekomen. Ze moesten zo snel mogelijk opbreken, begreep ik. Ik kon me herinneren dat hun ouders hun op een bepaalde tijd verwachtten.
Ik groette. Hij groette onwennig terug.
De amsterdammers zeiden dat ze me vast wel zouden vinden; ze wisten waar ik werkte. 'Tot dan.'
De amerikaan was aan 't bellen.

Niemand is ooit nog teruggezien in Zijperspace.

scenario's

Ik lees een boek. Of eigenlijk lees ik niet. M'n ogen glijden over de letters, ze beseffen nog net dat ze tezamen woorden vormen, met af & toe een punt, soms een komma. De gezamelijke woorden & leestekens gaan 't korte termijnsgeheugen in, gaan er ook weer uit, zonder ooit iets van een langer termijn te mogen aanschouwen. Die zit vol. Wordt bezig gehouden door te veel troep.

''t Bier uit de tap vind ik te koud,' zegt Onno, 'Mag ik 't misschien uit een flesje van achter?'
'Als ik dat doe blijf ik de hele dag flesjes uitschenken.'
'Zie je wel,' zegt Onno tegen Jeroen, 'zulke dingen moet je gewoon niet aan Ton vragen.'
& Tegen mij: 'Dan wil ik afrekenen, want dan ga ik naar huis.'
'Is goed.'
3 Minuten later laat-ie zich door m'n collega een flesje bier uitschenken.
'Lul, dat doe je toch niet,' zeg ik tegen m'n collega. 'Ik heb net gezegd dat-ie dat niet kreeg.'
& Tegen Onno: 'Onno, dat pik ik niet. Dat snap je geloof ik wel. Ik vind 't absoluut niet leuk als je mij tegen m'n collega's zit uit te spelen. Dan heb ik 't helemaal met je gehad. Wat mij betreft kan je dan oprotten.'
'Goed, dan ga ik naar huis.'
'Dat zou je toenet al doen.'

't Boek is 1 blz verder. Al lezende heb ik me slechts ledig gehouden met bovenstaande scene, zo'n 5 keer achter elkaar passeerde 't de revu. Onder 't mom dat ik m'n geheugen controleerde op bedrog. Aangaande de scene niet, luidt de conclusie, maar van 't verhaal in 't boek weet ik me niets te herinneren.
Ik begin opnieuw. Lees weer over een vrouw die haar broer aan de telefoon heeft, terwijl de Muur op 't punt van vallen staat.

Een junk komt de winkel binnen. Hij ziet er nog goed uit; hij beweegt zich nog maar een klein ½ jaar in deze contreien. Toch weet ik dat ik 'm niet moet vertrouwen. Hij stoot meteen door naar achter in de winkel. Voorbij m'n collega, die rustig zit bij te komen van 't bijvullen van de schappen. Ik help wat klanten bij de kassa, probeer onderwijl de man in de gaten te houden, probeer m'n collega dmv oogwenken op de hoogte te brengen, maar moet me op een gegeven moment toch op m'n handelingen concentreren.
De junk schiet voorbij & verlaat de winkel zonder iets te kopen. Ik heb gezien dat-ie me minstens tot 3 keer toe aankeek terwijl-ie in de winkel stond. Minstens.

Ik schrijf een briefje. Vraag of de man wil blijven staan, zolang ik bezig ben met schrijven. Ik had 'm iets belangrijks mee te delen, had ik 'm bij binnentreden gezegd. Of-ie ff geduld heeft.
Ik moet elke keer als ik binnenkom van Ton dit briefje laten zien aan degene die bij de kassa staat. Ik mag van Ton niet verder lopen als 't begin van de toonbank. 't Zou nl voor kunnen komen dat ik flesjes bier steel. Dat heeft Ton weliswaar nooit kunnen bewijzen, maar voor de zekerheid mag ik dus niet verder dan een denkbeeldige lijn voor de kassa. Als ik een biertje uit de ijskast of de winkel wil, moet ik vragen of degeen die bij de kassa staat die voor me wil pakken. Mocht dat door drukte niet tot de mogelijkheden behoren, dan verlaat ik zo snel mogelijk de winkel.

M'n fantasie slaat op hol. Ik weet waar de 1e regel van de alinea over ging, maar daarna heeft m'n verbeelding 't overgenomen. Van 't boek dringt absoluut niets tot mij door. Ik kan verder gaan lezen, maar ik weet dat 't niets uithaalt.

De gitarist komt binnen. De gitarist die geen gitaar meer heeft. De gitarist waarvan ik zeker weet dat-ie de vorige keer een fles Alfa heeft meegenomen. Een klant zag de fles in z'n binnenzak verdwijnen.
Ik hou de gitarist aan.
Ik roep naar m'n collega: 'Thomas, Kassa!'
& Ga vervolgens rustig met de gitarist staan praten.
'Je weet dat een fles Alfa € 1,- kost?'
'Je weet ook dat wij een kleine winkel zijn?'
'Weet je ook hoeveel wij moeten verkopen om die fles Alfa van jou te bekostigen?'
'Hoeveel krijg ik dus inmiddels van je?'

Ik voel me nobel. Ik weet overal de juiste oplossing voor te vinden. Ik ben in staat mensen duidelijk te maken waarom ze fout bezig zijn. Waarom ze niet moeten doen wat ze mij aandoen. Ik heb de juiste woorden gevonden om ze dat uiteen te zetten.
Maar ondertussen lees ik geen woord van wat er in m'n boek staat. Te veel stress, te veel scenario's die niet op de waarheid zijn gebaseerd.

't Is wachten tot de werkelijkheid zich aandoet in Zijperspace.

risk

Ik besta bij de gratie van m'n verslavingen. M'n hang naar verslavingen. Ik word er bij tijd & wijle knettergek van, maar zonder kan ik niet. Zou 't leven voor mij geen zin hebben. 't Zou er veel te saai van worden. Dat hou ik mezelf in ieder geval voor. Steeds weer.

Comp-spelletjes bestonden nog maar net, tenminste: die spelletjes die op de eigen pc gespeeld konden worden. In café's waren video-games al jaren in zwang. Steven, een studiegenoot van me, had plots een spelletje op z'n comp. Hij liet ons zien hoe 't ging. Vanaf dat moment had ik helemaal geen zin meer om over 't blad van Film & Tv-wetenschap te praten, ook al was ik hoofdredacteur. Er waren belangrijkere zaken in 't leven. Zoals 't veroveren van Australië, om vervolgens Siberië in te duiken, via Kamtsjatka achterom de VS binnen te vallen, Europa ongemoeid te laten, want daar moorde toch iedereen elkaar maar uit, om daar later triomferend de laatste legers te verslaan. Veel zinniger om me daar mee bezig te houden.
Helaas konden we niet de hele avond bij Steven blijven hangen, hij had nog iets anders te doen. De comp ging uit, wij naar huis. Voorlopig geen Risk meer, in ieder geval niet meer op de comp. Tijd om artikeltjes voor ons eigen blad te gaan schrijven.
Ik wilde maar wat graag bij Steven de redaktievergadering beleggen, al was 't maar omdat-ie zo'n mooi ruim appartement had voor studentenbegrippen, maar vooral ook omdat ik hoopte dat men mijn behoefte aan dat fascinerende spel begreep.
Helaas.

Ik kwam kort geleden, m'n nieuwe comp moest op snelheid getest worden, de downloadsnelheid ook, per ongeluk een site tegen waar je een nederlandse versie van 't spel vandaan kon halen. Eenvoudig, maar doeltreffend. Een dag later zaten er al wat muizigheden in m'n hand. 2 Dagen later leek 't me beter m'n rechterhand niet meer te gebruiken voor de muis. De 3e dag heb ik besloten dat ik voorlopig geen risk meer mocht spelen. Op de ochtend van de 4e begreep ik plotseling waarom ik zo gemakkelijk verslaafd aan alles raak, ik had 't licht gezien, maar was bovendien opgelucht dat ik over een verschrikkelijk sterke wil beschik; dat was blijkbaar ook onderdeel van mijn hang naar verslavingen, waardoor ze niet destruktief lang duren.
Nu is 't 2 weken na dat 1e spelletje. Uit frustratie heb ik daarnet ergens ½erwege 't spel de knop ervan omgedraaid. Mijn theorieën over mezelf heb ik bijgesteld, opzij gezet eigenlijk; ik wil niks meer met mezelf te maken hebben, laat staan met ook maar iets wat rechtstreeks of zijdelings doet denken aan 't veroveren van landen.
Slechts 2 keer gewonnen van totaal 10-tallen legers. De euforie was groot, bij die overwinningen, ik had 't spel door, niemand zou mij in de toekomst nog kunnen verslaan, & zeker zo'n simpel programmaatje niet.
Ik weet inmiddels beter.

't Werd weer tijd om artikeltjes te schrijven in Zijperspace.

linkervoet

Ik had 'm vannacht wel gehoord, trippelend over 't verlaagde plafond, zoals ik 'm de laatste tijd wel vaker hoorde. Vooral midden in de nacht, zo rond een uurtje of 1, leek de muis, m'n eigen huismuis, onrustig te worden. Ik ontkende 't geluid van geritsel, 't geren, boven m'n hoofd. Ik wilde er niet aan denken dat-ie bij mij in huis kon komen. Dat 't voor hem aantrekkelijk was de weg naar beneden, toch wel zo'n 2,90 meter, af te leggen. Liever zat ik verzonken in m'n boek, een spelletje achter de comp, of een film op tv. Dus hoorde ik 'm zogenaamd niet. Ik registreerde 1malig 't geluid & ging vervolgens verder met waar ik mee bezig was.
Evengoed had ik wel geconstateerd dat-ie vannacht wat onrustiger was dan anders. Onbewust, blijkbaar. 't Ritselende trippelen leek wat langer te duren, speelde zich ook veel meer boven m'n hoofd af. Recht boven de comp, ipv in de buurt van de hangende lamp, schuin boven de tv, zoals gewoonlijk.

Ik heb een keer een muis in dit huis gevonden. Ik kwam terug van vakantie, de 1e keer dat ik 't huis voor een langere periode dan 1 dag onbewoond liet, was bezig m'n spullen op te ruimen. De vuile was in de wasmachine, de slaapzak & tent hing ik uit aan de lijn, m'n eetgerei zou ik ook weer 'ns een wasbeurt geven. Ditmaal met sop.
In de wasbak lag een muis. Dood. Al lichtelijk verschrompeld. Waarschijnlijk vanwege de honger die hij moet hebben gehad, voordat-ie stierf.
Hij moet op de kruimels in de wasbak zijn afgekomen. Ik heb de gewoonte m'n broodplank daar te ontdoen van de kruimels. De wanden van de wasbak waren te glad voor de muis om er weer uit te kunnen klimmen.
Bij de aanblik schrok ik terug. Ik schoot weg uit de keuken. Durfde daar 5 minuten later pas weer terug te komen. Alleen maar omdat ik me realiseerde dat ik toch echt zelf 't lijkje zou moeten verwijderen. Langzaam zette ik m'n voeten vooruit tot dichtbij de aanrecht. Schichtig keek ik over 't randje van de wasbak, kijken of-ie er nog steeds op dezelfde manier lag, kijken of er zich een oplossing voor 't opruimen voordeed.
Ik weet niet meer hoe ik 't heb gedaan, maar een ½ uur later had ik 't stoffelijk overschot in de vuilnisbak. Als ik er nu aan denk, krijg ik nog de kriebels. Evengoed voelde ik mezelf op dat moment een held. Een held voor mezelf. Ik juichte in stilte mezelf toe. Overwinning.

Vanochtend stond ik op. Ik ging tussen bank & tafel staan om te kijken wat de tv te melden had. Ik had nog maar net sokken & een t-shirt aangetrokken. Met m'n linkersok voelde ik dat ik tegen de tafelpoot stond. 't Voelde echter wat zachter dan 't hout van de tafel zou moeten voelen, realiseerde ik me, terwijl 't overzicht van Studio Sport voorgeschoteld werd. Ik denk tenminste dat dat op tv was op dat moment; ik was vlak na 12-en uit bed gestapt.
Ik controleerde of m'n voet wel tegen de tafelpoot leunde, ontwaarde in m'n 1e vluchtige blik een brok eten, zo leek 't. Waarschijnlijk een beetje slordig gegeten gisteravond, was een snelle gedachte, m'n aandacht nogmaals pogend voor de tv te reserveren. Er begon zich echter ook iets te realiseren in m'n hoofd. Ik begon me te realiseren, moet ik zeggen, dat zo'n groot brok eten moeilijk van m'n bord had kunnen vallen. Laat staan dat 't zo donkergrijs er uit zou kunnen zien. 't Was tijd om beter te kijken.
Met tegenzin ging m'n blik weer naar beneden. Onmiddellijk trok ik m'n linkervoet weg van de plaats waar-ie de afgelopen 5 seconden had gerust. M'n andere voet regelde in de tussentijd een sprong van m'n gehele lichaam richting bank & vandaaruit aanschouwde ik rillend de dode muis. Die net nog lichtjes door m'n linkervoet was beroerd.

Deze muis heeft goed te eten gehad. Hij zag er weldoorvoed uit. Weliswaar dood, maar dat kon zeker niet aan mijn gastheerschap hebben gelegen. Hij had een lange staart, zeker meer dan 5 cm.
Dit soort dingen wilde ik eigenlijk helemaal niet vaststellen, maar onwillekeurig drongen ze toch tot mij door.
Als staand op de bank heb ik een plan de campagne gemaakt, ben vervolgens naar buiten gegaan, heb 't blik gepakt & bij gebrek aan de stoffer een oude krant gebruikt om 't lichaam er op te schuiven. Ondertussen me de hele tijd zeer wel bewust van welk stukje sok tegen 't muisje had aan geschuurd. De krant hield de dode in bedwang, 't mocht onderweg naar de vuilnisbak niet vallen, duwde de muis erin & dekte 't vervolgens ook af. 't Moest aan m'n blik ontrokken blijven, dan zou ik er minder aan denken.

Momenteel bestaat m'n huis uit 3 punten, waar m'n gedachtes onwillekeurig naar toe gaan. Als ik een tel voor me uit staar, keert m'n hoofd zich automatisch de kant op van 1 van die 3 punten. Ik ben me ervan bewust, vind 't belachelijk dat zo'n klein dood muisje een dergelijke invloed kan hebben, maar kan 't gevoel niet tegenhouden. Om 't gevoel te ontkennen, weg te drukken, ben ik al even op de bank gaan zitten om tv te kijken, heb ik m'n sloffen om m'n voeten getrokken, met xtra aandacht voor m'n linker.

We weten echter nog niet wanneer de vuilnis verwijderd zal worden uit Zijperspace.

star

Ogenschijnlijk staat ze net zo te wachten als ieder ander mens. Men staat wel vaker voor een winkel te wachten. Een klein jong hondje heeft ze aan de lijn, wat die indruk van wachten nog wat meer bevestigt. 't Hondje kan nog net onwennig schuin met z'n achterste op de koude stoep zitten, af & toe z'n evenwicht verliezend. Net als elk ander in deze situatie trekt de dame, een jaartje of 30-35 moet ze zijn, een wachtend gezicht. Ze staart voor zich uit in geduld, haar gezicht strak, maar dat kan ook van de kou zijn.
De enige op wie ze zou kunnen wachten, in ieder geval de enige die binnen m'n blikveld valt, is de man die bij mij 2 flesjes Grolsch koopt. Hij is echter een gebruiker, dat kan ik zo zien, terwijl zij dat niet bepaald uitstraalt. Hij heeft een magere kop, met ingevallen wangen, z'n ogen staan diep in hun kassen. Z'n bewegingen zijn snel, hoekig bovendien. Alsof-ie na elke beweging totaal de andere kant op kan gaan. Plots, onzorgvuldig, op z'n hoede.
Zij staat sereen buiten. Kijkt strak voor zich uit. Alles wat ik van haar kan zien is haar gezicht. Niet pafferig, niet vermagerd. Kalm, er verroert zich niets aan haar lichaam. Sjaal 1½e slag om haar nek, muts op, pluimpje hangt net in haar nek, lange jas tot aan haar knieën, korte laarsjes. Ze heeft stijl, alles past precies, lijkt zich te voegen. Haar neus lijkt door haar kleding precies op de goede manier aan haar lichaam vast te zitten. Alsof ze bij 't kleden ook daar rekening mee heeft gehouden.
Niets aan haar beweegt, alleen 't lijntje waar 't hondje aan vast zit. & Haar geduld; dat lijkt ook te bewegen, als ik haar vluchtig aankijk, terwijl de man z'n geld in z'n broekzak, 1 van z'n broekzakken, misschien een jaszak, toch maar in de broekzak bij 't papiergeld, hij weet niet meer waar hij z'n muntgeld moet bewaren, stopt.
Hij blijkt uiteindelijk haar geduld. Ik merk 't pas als hij naar buiten stapt. Een snelle blik werpt-ie op de dame, terwijl-ie de deur achter zich sluit. Geen bevelende blik, geen verzoekende, meer een blik van ik wil je eigenlijk niet zien. Ze registreert 'm nog net. Verzonken als ze is in 't wachten. Hij stopt de flesjes bier in z'n jaszak, slaat linksom uit mijn gezichtsveld, passeert de kratten die naast de winkel staan.
Zij staat nog voor een moment geparalyseerd. Komt dan langzaam in beweging. Haar bovenlichaam hoekt langzaam licht voorover. Een schok doet haar 1e been bewegen; 't lijkt onhandig zoals ze vervolg aan die beweging kan geven. Haar ogen staan op dorst, verlangen. Geen verlangen naar hem.
De schoonheid die ik daarnet nog in haar zag is plots verdwenen. Verzwolgen door haar hunkering naar 'tgeen hij blijkbaar met zich meedraagt. Ik herken haar bewegingen. De herkenning verbuigen haar bewegingen nog ietsje meer. Zodat ik de starre dame niet meer zie.
Lege ogen verdwijnen uit m'n beeld, schuin weg achter de lege kratten. Stotend, hortend achter 't aas aan.

Een jong hondje huppelt uit Zijperspace vandaan.

snijden

M'n enige bezigheid momenteel is m'n neus leeghalen. Waardoor m'n prullenmand wit ziet van 't papier; m'n tafel, m'n jaszakken, m'n broekzak, de vuilnisbak, & naast m'n beeldscherm ligt ook nog een zakdoek. Nog 1 keer gebruiken & die is ook vol. Ik kan een zakdoek slechts 2 keer gebruiken, dan is de zakdoek kledder. 't Lijkt alsof elk druppeltje vocht dat ik door m'n keel binnen krijg door m'n neus er weer uit moet. Een bakkie thee lijkt een kwartier later een nieuw pakje zakdoeken noodzakelijk te maken.
Ik heb overal zakdoeken liggen. Noodzakelijk, maar gelukkig heb ik nog maar net een nieuwe voorraad in huis gehaald. Een maand geleden weer een gezinspakket gekocht, die ik van de week voor 't 1st heb aangesproken. M'n neus dacht blijkbaar: als je dan toch zoveel snuitruimte in beschikbaar hebt, kan ik er beter meteen van profiteren. Hij is blijkbaar vergeten dat ik 'm 3 weken geleden al met xtreem getoeter heb verwend. Hij vergeet misschien ook dat hij vaker gesnoten wordt dan de neus van menig ander mens. Goed, hij zit wellicht wat vaker vol, maar dat heeft-ie dan ook volledig aan z'n eigen vormgeving te danken. Welke neus haalt 't nou in z'n hoofd de binnenschotjes te veel naar binnen te keren, waardoor ademhaling wordt vermoeilijkt?
Maar misschien had-ie wel genoeg van die konstante stroom lucht langs z'n schotten.

Ik wil niet te veel gaan klagen, maar ik zie de komende dagen met grote vreze tegemoet. Geleidelijk aan zal de snotterigheid verminderen; de gele smurrie zal verkleuren tot groen. & Dan begint de rotzooi.
Ik zal geen dag, de nacht nog minder, zonder nasonex kunnen overleven. 's Ochtends vroeg & 's avonds voor 't slapen gaan in m'n neus te spuiten. Wat uiteindelijk, na afloop van deze verkoudheid resulteert in rode snot. Met harde stukjes. De rode harde stukjes zijn proppen die de ruimte tussen de schotjes opvullen. Tenminste, zo stel ik 't me voor. Door hard te snuiten raken die los. & 't Bloed stroomt mee.

Ik zal me moeten laten opereren. Schotjes verwijderen. Kleiner maken. Om de adem te herkrijgen. De snot, de alledaagse snot, waar iedereen wel in bepaalde mate last van heeft, zal dan niet meer kunstmatig vloeibaar gemaakt hoeven worden. Die raakt vanzelf wel weg. Ophopingen zullen zich niet meer in ernstige mate voor gaan doen, na die operatie. 1 Snuit met de neus & alles is weg. Ik kan 't me nog herinneren van toen ik nog een kind was. Voordat ik begon te roken. Daarna leek alles altijd verstopt.

Maar dan moet ik wel 't beeld van Marjan uit m'n hoofd zien te krijgen. Zoals haar gezicht eruit zag nadat zij dezelfde operatie had ondergaan. & Ik zal 't idee uit m'n hoofd moeten krijgen dat ik geen controle meer heb zogauw ik onder narcose ben. Daarnaast moet ik tegen de pijn opgewassen zijn. De pijn die volgt op de operatie, als alle verdovingen zijn uitgewerkt. Zo zag Marjan er ook uit: pijn. Pijn die haar belemmerde ook maar 1 woord te zeggen. Uiteindelijk zei ze er 2, daarna viel ze weer weg in haar kussens.

Maar bovenal. Geheel bovenal. De voornaamste reden waarom ik niet durf, waarom ik 't verkies slecht te blijven ademen, 's nachts wakker te liggen, bloed uit m'n neus laat lopen, gedwongen wordt langzaam te fietsen door een tekort aan adem, is dat ik de idee niet aankan dat iemand in m'n neus zal zitten te snijden. In mijn lichaam. Terwijl ik buiten bewustzijn ben. Weg. De wereld draait door, maar ik niet. Want er wordt gesneden in m'n lichaam. & Ik moet er vantevoren maar op vertrouwen dat dat goed gaat.

Dat gaat zeker nog wel een ½ jaar duren in Zijperspace.

nagefloten

Ik fietste heel Nieuw Den Helder door. Van Zuid tot de Noordzee-buurt, van 't bejaardentehuis de Uyterton tot aan de Lichtbaak, de school van m'n vader. Om totaal zo'n 30 kranten te bezorgen. De rooms-katholieken waren dun bezaaid in Den Helder. Zeker de rooms-katholieken die op hun geloof de krant kozen.
't Was niet bijzonder; ik deed gewoon m'n werk. Fietste een stuk om op een bepaalde plek 1 van m'n kranten in de brievenbus te gooien. 5 Dagen in de week geschiedde dat in de middag, na schooltijd. Ik hoefde er niet vroeg voor op te staan & de temperatuur was over 't algemeen aangenamer dan 's ochtends vroeg. Ook al moest ik bij weer & ontij m'n ronde doen, men hoorde mij niet klagen. Ik spekte tenslotte m'n eigen portemonnee.
Ik zei de familie Nederstigt gedag, de gepensioneerde man die vaak voor 't raam voor zich uit stond te staren, of anders in de tuin aan 't wroeten was. Ik sneed de straatjes in 't Koggeschip, met z'n steile stoepjes omhoog & omlaag, die een speciale techniek vereisten als je daarbij gelijk een bocht wilde maken. Ik wipte aan bij m'n tantes, werd vergast op thee & koek, in ruil voor de gratis reserve-kranten. Op de maandag liet ik 1 van de 2 tantes stikken, want ik kreeg een gulden als ik bij Paul & Kees de sportkrant afleverde. Vonden de tantes niet erg; ik moest immers aan m'n inkomsten denken. Ik zag de kinderen van de families waar ik bezorgde geleidelijk aan groter groeien, zoals 't meisje van Laan, de ijsboer. Van kleuter tot 10-er. & Nog zeiden ze me niet gedag als ik voorbij 't raam richting brievenbus ging. Geen geschikte partij voor hun dochter leken ze daarbinnen blijkbaar te denken. Ik zag de dame in 't bejaardentehuis langzaam vereenzamen & krommer lopen. Ik liet me bijten door opgewonden keffertjes. & Bij zeer mooi weer, de grootste kick, werd ik helemaal ondergesneeuwd, kwam ik als de verschrikkelijke sneeuwman thuis.

Maar 't mooiste, elke keer weer, de grootste uitdaging, de spannendste tocht dag in dag uit, was om bij de school van m'n vader langs te gaan. Een krant moest afgeleverd worden bij 't aanliggende klooster van de Zusters Ursulinen, waarna ik door kon gaan naar 't benevens gelegen bungalowwijkje voor de volgende krant. Moest ik wel de huishoudschool van m'n vader passeren. Waar alleen maar meisjes op zaten.
Als ik m'n krantenwijk goed plande reed ik voorbij aan 't eind van een lesuur & zag ik de dames de school verlaten. Maar belangrijker nog was dat zij míj zagen passeren. Op z'n 11 & 30st. Zogenaamd om te kijken of m'n vader voor 't raam van z'n directeurskamertje toevallig stond. Dan konden we naar elkaar zwaaien.
Tergend langzaam passeerde ik de Lichtbaak, vooral als de planning juist was. Ik wierp m'n blik nonchalant richting schoolgebouw, wachtte de reakties af ('Oh, dat is de zoon van de directeur'), zwaaide eventueel, & liet die reakties over me heen komen met een zeker gevoel van trots. Maar vooral ook opgewondenheid als bleek dat de meisjes me zagen.

1 Keer staat in m'n geheugen gegrift. Ik heb 't verhaal ook meermaals gebruikt om concurrerende vriendjes af te troeven. Vrouwen vonden mij aantrekkelijk, was de strekking van dat verhaal, kom maar op met net zo'n anekdote. & Voldaan trok ik m'n beste afsnoefblik uit de kast. Daar hadden ze niet van terug.
Zoals gewoonlijk fietste ik voorbij de Lichtbaak. Er stonden slechts een 2 meisjes buiten. Met 't gewoonlijke slakkengangetje, blik vluchtig richting 't mogelijke silhouet van m'n vader achter 't raam, passeerde ik ze op 5 meter. Niets te zien in de verte. Wel de blik van de 2 buiten, beiden enkele jaren ouder dan ik. Quasi ongeïnteresseerd keek ik weer vooruit, onderweg naar de bungalows.
Toen klonk iets wat ik slechts mannen eerder had horen doen. & Dan vooral bouwvakkers of gefrustreerde jongens van mijn leeftijd die goed op hun vingers konden fluiten (ik was in deze geen talent).
Voor de rest was er niemand op straat. 't Kon alleen maar voor mij bedoeld zijn.
Ik werd nagefloten. Zoals normaliter mannen aantrekkelijke dames nafluiten, werd ik nagefloten door 2 meisjes.
Ik ging op m'n trappers staan, maakte wat xtra vaart, hoewel totaal niet nodig, want als ik mezelf liet uitrijden kwam ik zonder moeite bij de volgende brievenbus terecht. M'n mannelijke hormonen zeiden me op dat moment dat ik vooral zo onverschillig mogelijk moest overkomen (Clint Eastwood & Kwai Chang Cain waren voorbeelden).
De lach die op m'n mond bestorven lag had echter de breedte van de bus waar ik de volgende krant in stopte.

De meisjes zijn inmiddels ereburgers van Zijperspace.

kroon

Ik kreeg een spiegel in m'n handen gedrukt, zodat ik kon zien over welke tand ze 't had. & Wat er mee aan de hand was. Haar uitleg aanschouwelijk gemaakt dmv live-beeld. Ik had nog nooit met een spiegel bij de tandarts gezeten. In ieder geval niet met 1 in m'n handen. Daar werd ik nog iets stiller van.
Ik moet m'n tandenborstel daar in een positie van 45 graden houden, zo wees zij. Maar een kroon zal er in de toekomst zowiezo moeten komen. Dat moest echter zo lang mogelijk uitgesteld worden.
'Waarom uitgesteld?' vroeg ik verwonderd.
Dat had ik verkeerd begrepen. Ik moest 't gewoon zo lang mogelijk goed verzorgen. Een kroon kost tenslotte ong € 500,-. Van de ziekenfonds zou ik wel aardig wat terug krijgen, maar kostbaar zou 't evengoed worden.

Hier moet ik eerlijk zijn. Bij 't maken van die opmerking voelde ik me nl voor een kort moment volwassen. Alsof ik dat niet allang al was. Een vlaag van sterk onafhankelijkheidsgevoel kwam over me heen. Zogauw die kroon deel van mijn gebit zou uitmaken zou ik de bevestiging voelen dat ik alleen op de wereld stond. Weliswaar met nog levende ouders & broers die verderop in Noord-Holland woonachtig zijn, maar een bepaalde mate van zelfstandigheid maakte zich van me meester.

Vervolgens ging m'n tandarts m'n tanden schoon maken. De aanslag werd verwijderd. Aanslag die zich vooral tegen de rand van m'n tanden had gevestigd.
M'n lichaam trok strak, hoewel ik ontspannen de behandeling wilde ondergaan, maar de kleine pijnscheutjes als ze weer 'ns m'n huid aan de rand hardhandig aanraakte, dwongen me ertoe.
'Hoe komt 't toch dat dit steeds meer pijn lijkt te gaan doen, naarmate de jaren verstrijken?' vroeg ik haar.
Die volwassenheid zat allang al in m'n lichaam, dacht ik, ik was bezig ouder te worden, de botten stijver, de conditie minder & pijn bij 't tandvlees was onderdeel van datzelfde proces. Bovendien kon ik ook best wel voor mezelf opkomen, mocht 't zo zijn dat ze me gewoon hardhandig behandelde. Een simpele vraag zou in dat geval tonen dat ik niet zomaar over me heen liet lopen.

''t Tandvlees is ontstoken. Je poetst niet goed genoeg. Waardoor er etensresten achterblijven & cariës ontstaat. Daar raakt als 1e 't tandvlees ontstoken van. Je zou met wat meer aandacht je tanden moeten poetsen. Want waarschijnlijk doe je 't gewoon te snel.'
Om niet geheel als klein kind terechtgewezen te worden, reageerde ik: 'Ja, dat zal 't wel zijn. Ik heb altijd haast als ik m'n tanden poets. Dan moet ik opschieten om op tijd op m'n werk te zijn.'

Diezelfde avond had ik haast om in bed te gaan liggen. Ik bedacht me nog vlak voordat ik 't dekbed over me heen trok. Ik stapte er weer uit & nam 5 minuten lang m'n tanden onder handen. Ik had nog geen zin in de kroon op m'n volwassenheid.

Daar verdienen we nog niet genoeg voor in Zijperspace.

ksnaptniet

Dames & heren luisteraars, gij die m'n kijkcijfers maakt tot welk nivo 't nu staat (& niet meer dan dat), gij allen die mijn zieleroerselen tot enig verbeelding spreekt, in die mate dat 't dagelijks, misschien wekelijks, of wellicht zou ik kunnen zeggen in welke mate dan ook, ervan tot op de hoogte stellen dwingt, in welke regelmaat dan ook, tot 't naslaan van 'tgeen hier voorgeschoteld wordt (ik zou 't ook anders kunnen formuleren, maar de reden voor mijn nalatigheid in deze zal dmv deze enigszins stupide zin uit de doeken gedaan worden, u zult dit welzeker begrijpen, in die voege dat men 't einde ervan zal moeten bereiken ter volle begrip ervan), mocht deze aanhef u te ingewikkeld worden: dames & heren toehoorders, gij die mijn kijkcijfers, die geen kijkcijfers genoemd mogen worden daar we immers geen veronica, laat staan enig ander omroepbedrijf, heten, ondanks ongedwongen bezoek, doortastend, steeds weer onaflatend belangeloos aanschouwen van de teksten zeg maar, hier dus terecht komt, zonder ook maar enig uitleg hiervoor verschuldigd te zijn jegens schrijver dezes, vertegenwoordigt, gij, als groep zijnde, volkomen anoniem, misschien wel bekend, maar als lezer op 't moment van 't geschevene tot zich nemen volledig in de massa van hooguit 100 lezers per dag opgaand, & vanuit deze optiek een collectief vormend, zult enigszins teleurgesteld kunnen zijn in 't feit dat ik heden ten dage, zijnde eigenlijk de dag van gister, maar omdat ik de boel niet ingewikkelder wil maken dan dat 't na deze zin al is: 'heden ten dage', niet meer geschreven heb dan slechts 1 zin.

We hebben hier eigenlijk geen verklaring voor in Zijperspace.

ontharen

Ik weet zeker dat m'n vader ooit iets dergelijks kado heeft gekregen. Met Sinterklaas of voor z'n verjaardag. Zat in een kleine strakke verpakking van kado-papier, zodat de spanning om wat 't zou kunnen zijn nog groter was. Iedereen vroeg zich af wat 't moest voorstellen, zeker ook toen 't reeds uitgepakt was: een klein staafje met gaatjes aan de zijkanten van 't uiteinde. Je kon 't aan de ene kant indrukken, waardoor 't aan de andere kant ging draaien. Een raadsel waar 't voor moest dienen. Gelukkig wist de kado-gever raad. Hadden we wel nodig. M'n vader zeker. Hij moest 't immers gaan gebruiken.

Maar toen ik er zelf naar op zoek was, vanwege overmatige jeuk, drogisterij in, hair-, style- & body-careshop uit, werd ik van 't kastje naar de muur gestuurd. Wellicht omdat ik vooral vrouwen als winkelhulp kreeg voorgeschoteld. Wat weten vrouwen nu van een mannenlichaam? Ze gedragen zich wel altijd alsof ze ervaringsdeskundige zijn, zeker als ze reeds hun 3e relatie achter de rug hebben (maar erger nog zijn de meisjes die sinds jaar & dag hun 1e vriendje hebben vast weten te houden), maar 't echte meelevingsgevoel in 't lichaam dat zich mijnes mag noemen kan ik niet uit hun adviezen ontwaren. Zeker niet als ze weer 'ns wijzen naar minuscule schaartjes met onmetelijke buiten proporties hoge erop geplakte prijsjes.
'Dat zijn echt de beste meneer,' wagen ze dan te zeggen.
'Jamaar, mevrouw,' ben ik dan geneigd te repliceren, 'ik zal er wel mee in m'n neus moeten poeren.'

Nee, een vrouw zal nooit begrijpen hoe moeilijk 't voor een man is zich van z'n neusharen te moeten ontdoen. & Toch loop ik elke keer weer met een verkeerd schaartje de hair-, style- & body-careshop uit. Thuisgekomen sta ik vervolgens zinloos onmogelijk geachte manoeuvres te maken met m'n neus voor de spiegel. Een vrouwspersoon had 't waarschijnlijk niet voor mogelijk gehouden dat een neus dermate opengesteld kon worden voor de gespiegelde ogen bij 't schamele licht van de douche-lamp.

Willem laat 't tegenwoordig knippen. Door z'n vrouw. Voordat hij die relatie kreeg liet-ie 't door z'n beste vriend doen. Mannen onder elkaar. Mij iets te, maar Willem kon nou 1maal niet anders. Vertelde hij me. Zoals slechts Willem in geuren & kleuren kan vertellen.
'Nou, moet je je voorstellen, Ton, dan zat ik voorover met m'n hoofd, nam m'n duim & wijsvinger, bracht die samen, nagels op elkaar, zo strak mogelijk, dicht bij m'n neus, zodat ik 't idee had dat ik iets beethad, & dan in 1 keer, whaaapp, hoofd achterover, hand vooruit. Zodat de tranen in m'n ogen sprongen. Dan keek ik, weet je, dan keek ik naar wat ik tussen m'n vingers had, dan had ik wel 5 van die haren te pakken, van wel 2 cm lang. Dat deed ik aan de andere kant van m'n neus ook & de volgende dag van voren af aan.
Maar ik kreeg er bloedneuzen van, joh. Echt van die bloedneuzen, waarbij de korstjes binnen in je neus gingen zitten. Ging ik naar de dokter & die zei dat ik er onmiddellijk mee op moest houden. Daar kon ik, als ik niet uitkeek, kanker aan overhouden. Of zoiets. Wat-ie precies zei, weet ik niet meer. Maar sindsdien komt Cees dus 1 keer in de week ff langs om te knippen. Is wel een oplossing, joh, kan ik je vertellen.'
Ik keek 'm aan & zag de neusharen klaarstaan voor de volgende kapbeurt.

Maar dat apparaatje, ik weet zeker dat m'n vader dat kado gekregen heeft, dat sneed de haren af. Scherp, zonder pijn. Niks niet ontwortelen. Gewoon elke dag hanteren & de haartjes werden op maat gehouden. Niks geen jeuk. Want dat is 't vooral: jeuk van omkrullende haartjes tegen de binnenkant van je neus.

Leg een vrouw dat maar 'ns uit in Zijperspace.

systeem

'Nee, hoor,' zei ik, 'ik vind dat je mee mag luisteren als mensen in een café zitten & zó hard praten. Bovendien was 't ietwat vage materie, dus kon ik 't ook gewoon niet laten.'
Wobke gaf toe dat ze zelf ook al een paar keer de neiging had gehad proberen te horen waar ze 't over hadden. 'Vanochtend was er ook een stel binnen dat meteen bij binnenkomst begon ruzie te maken. Ik kon precies horen wat ze allebei deze ochtend verkeerd hadden gedaan, in andermans ogen.'

Hij zat recht overeind. Met z'n armen gekruist voor zich op tafel, z'n sleutelbos om z'n nek, praatte hij aan 1 stuk met 't meisje. Er viel bijna geen stilte. Zij had haar benen opgetrokken, rustend op de stoel naast haar. Als ze geen peuk opgestoken in haar linkerhand had, waren haar beide armen om haar knieën geslagen. In haar houding zocht ze geborgenheid, alsof ze voor de kachel met haar poes zat.
Ik ving slechts flarden van 't gesprek op ('Ik moet mensen kunnen aankijken,' zei ik later tegen Wobke, 'om te kunnen zien wat ze zeggen'), af & toe kwam 't luid & duidelijk over, dan weer was ik te veel door m'n omgeving afgeleid om 't helemaal te kunnen volgen.

'Zo zit 't in mijn systeem,' zei de jongen, 'ik bouw dat systeem op zo'n manier op dat ik er iets mee kan.'
Dat was 1 van de 1e zinnen die tot me doordrong. Hé, dacht ik op dat moment, wat doet zo'n meisje met een programma-beheerder?
'Ze is russisch,' hoorde ik 'm ff later weer, 'ze heeft me een kleine kamer gegeven. Ik heb daar in een klein hoekje m'n matras neergelegd. Met een paar spullen eromheen. Meer heb ik niet nodig. Waarom zou ik meer willen hebben? Ik heb alles waar ik behoefte aan heb.'

Sommige beelden beginnen onmiddellijk te leven, krijg ik een voorstelling bij. Hoe minimaal de jongen ook over z'n leefomstandigheden sprak, van hem werd 't me gedurende 't gesprek duidelijker dan van 't meisje. Waarschijnlijk vanwege de eenvoud waarin hij leefde.
Haar leefomstandigheden kon je 't echter aan haar algehele verschijning aflezen. Een meisje op zichzelf, zolderkamertje, 1 poes, een kachel, waar ze voor ging zitten om tijdschriften te lezen, laatste relatie alweer meer dan een jaar geleden. 't Verhaal lag in haar lichaam bestorven, haar houding vertelde haar manier van leven.

'Vind je jezelf goed?' vroeg de jongen.
'Nee, ik durf nog niet op zo'n manier te denken,' antwoordde ze licht aarzelend.
De jongen begon te lachen om de twijfel in haar antwoord.
'Misschien moet je dan nog niet op zo'n manier denken. 't Zit nog niet in jouw systeem. Dat systeem moet langzaam aangepast worden.'
'Ik zou best wel willen denken dat ik mezelf goed vind, zover ben ik wel, maar ik durf niet tegen mezelf te zeggen dat ik 't daadwerkelijk ben.'
'Dan ben je al een heel eind. Je zou elke ochtend voor de spiegel kunnen gaan staan & zeggen: "Wat ik doe is goed." Dan komt er veel positieve energie in je systeem, zonder dat je te veel ingrijpt.'
'Maar zoals laatst, toen Eddo langs was. Hij zou wat klusjes gaan doen (....)'

Ik verloor kontakt. Er gebeurde iets aan de bar waardoor m'n aandacht afgeleid raakte. Ik had een 10-tal minuten zwijgzaam aan de bar gehangen, langzaam m'n biertje drinkend, zonder dat iemand kon merken dat ik ergens mee bezig was.
'Volgens mij zijn ze van de Scientology Church,' fluisterde ik naar Wobke achter de bar, 'heb je gehoord waar ze 't de hele tijd over hebben?'
'Ja, ze hebben de hele tijd diepe gesprekken. Dan ga ik altijd zitten fantaseren wat ze in 't dagelijkse leven doen.'
'Doe ik ook altijd. Dat stel bijv schuin achter me, volgens mij hebben die 2 een buitenechtelijke relatie.'
'Waarom denk je dat?'
'Zoals ze zich de hele tijd verliefd gedragen. Zie je niet dat ze de hele tijd elkaars hand vasthouden. Waarom spreken ze anders midden op de dag in een kroeg in 't centrum af?'
Wobke lachte.

'Maar vind je die cursus wat?' vraagt de jongen.
'Op zich lijkt die cursus me heel interessant,' zegt 't meisje langzaam. Serieus ook. ''t Is alleen dat ik dat geld niet weg wil gooien.'
'We kunnen natuurlijk wel met z'n 2-en er steeds wat over praten.'
'Ja, ik denk nl dat ik nog niet zover ben. Ik voel me vaak nog lang niet opgewassen voor zulke grote veranderingen.'
'Je kan dit soort stappen ook beter onder begeleiding doen. Daarom vind ik 't wel goed om met elkaar daarover af te spreken. Net zoals we nu doen.'
Hij kijkt naar z'n horloge.
'Ik moet ondertussen die kant op. Zullen we...?'
'Ja, laten we door de stad gaan wandelen. Dan praten we onderweg verder.'
Ze ontdoen zich beiden van hun stereotiepe houding, rekenen af & verlaten 't café. Ik zie ze schuin oversteken naar 't Amstelveld.

Een verhaal verdwijnt in den einder van Zijperspace.

sloffen

Er schiet me niet zo snel een voorbeeld vanuit m'n kennissenkring te binnen, maar ik weet bijna zeker dat ze er zijn. Ik ben nu zelf ook tot zo'n persoon verworden, dus zullen er zich wel meer soortgelijke types om mij heen bevinden. Vrienden, familieleden, misschien wel buren met dezelfde gewoontes. Met in dezelfde mate afgedragen pantoffels als ik.
Alleen weten zij hun pantoffels te verstoppen op 't moment dat ik langs ben. Zoals ik zelf nog gewoon was in de tijd dat ik de pantoffels nog maar net bezat. Die 1e koude dagen in m'n nieuwe huis. Toen was ik nog sociaal vaardig genoeg om bij plots bezoek bijtijds de sloffen weg te moffelen achter de bank of in een kast. Tegenwoordig ben ik me nogeneens bewust van 't feit dat ze open & bloot ergens naast de comp liggen. Of op 't tafeltje voor de tv.
Helemaal schandalig, besef ik me inmiddels, nu ze gaten vertonen aan de onderkant, waardoor de rode binnenvoering naar buiten schijnt. Zogauw ze niet worden gebruikt om op te lopen. Van die gaten die horen bij een slobberige broek, hangend over de heupen, de buik kriebelt nog net tevoorschijn, aangemoedigd door de navelharen, broek nog maar net opgehouden door een riem, gedecoreerd met koffievlekken & een vrouw die vanuit de keuken roept dat ze al bezig is thee te zetten & dat je toch vooral nog een tijdje moet blijven. Vader sloft terug op z'n versleten xemplaren.
Van die sloffen. Met gaten. Ik zie ze zo voor me uit lopen. De gaten springen in 't oog zogauw de man een moment vergeet z'n kledingstuk tot werkwoord te vervoegen. Als de man te moe is om z'n voeten verder op een minieme wijze op te tillen. Hij puft terug naar z'n favoriete stoel in de kamer & legt in 't bijzijn van de visite z'n voeten, incluis de sloffen, op 't tafeltje voor z'n stoel. Waardoor je de gaten aan de onderkant kan zien.

Oh, god (als u bestaat), behoed mij voor een dergelijk vooruitzicht. Laat mij niet aftands rondstommelen in een groezelig huis, waar geur zich heeft ontwikkeld tot een gegeven waar de neus 't bestaan niet van wil weten & zich wereldvreemd voor afsluit, waar niemand behalve sociaal wel zeer gevoelige mensen een poging waagt zich in te begeven, mezelf voortbewegend op meer gaten dan schoeisel. Help mij derhalve eraan te herinneren morgen een nieuw stel pantoffels bij de Hema te kopen.

(voor 't geval u niet mocht bestaan:) Morgen denken we de hele dag aan ½e warme worsten in Zijperspace.

snacks

We gingen altijd wat te eten halen, iets te snacken. Myrte kwam rond dat tijdstip net uit school & ik was klaar met m'n 6-urige werkdag. Onze magen konden wel wat xtra vulling gebruiken met al dat bier dat we genoten vanwege 't beëindigen van onze bezigheden. Favoriet daarbij was de Hema-worst, maar we waren met een Febo-kroket ook erg tevreden.

'Ik weet niet of je 'm wel 'ns gezien hebt op m'n werk,' begon ik, 'Hein. Hij heeft altijd een linnen tasje bij zich. Niet zo'n grote man, zwart haar. Ach, doet er ook niet toe. Hein heeft in ieder geval hele theoriën over de Hema-worst. Hij vindt 't bijv 't grootste goed wat de na-oorlogse generatie heeft uitgevonden. Volgens hem kan je de Hema-worst 't beste rond een uur of 4 eten, omdat je spijsvertering dan optimaal werkt, je lichaam heeft op dat tijdstip juist die stoffen nodig die in de worst zitten. Daarom krijg je ook rond dat uur van de dag verschrikkelijke trek er in. Hij zegt dat als hij 10 verschillende worsten zou krijgen voorgeschoteld, hij de Hema-worst er al op de geur uit zou kunnen halen. 't Schijnt dat er 'ns een documentaire op tv is geweest, tenminste, dat beweert Hein, waarin alles uit de doeken werd gedaan over rookworsten. Sindsdien begrijpt-ie waarom de Hema-worst zoveel meer genot oplevert dan een worst uit de schappen van de supermarkt. 't Heeft meer vocht, meer vet, zegt-ie, 't blijft op precies de juiste temperatuur nasudderen, of eigenlijk niet sudderen, da's 't verkeerde woord volgens Hein, 't wordt warm gehouden zoals ze dat in bepaalde oud-germaanse beschavingen ook deden. Bleef 't vlees dagen smaakvol & mals bij. & 't Zoutgehalte, dat vindt-ie ook erg onderscheidend. Hij zegt dat er precies zoveel voedingsstoffen in zitten dat je desnoods een maand op Hema-worsten zou kunnen leven. Daar droomt-ie eigenlijk van; hij wil dat xperiment ooit uit gaan voeren.
Ik vind zelf dat je 'm met zoveel mogelijk mosterd moet eten. Maar bij bepaalde Hema-filialen geven ze dat er niet bij.'

Myrte is een heerlijke luisteraar. Lacht op de goede momenten & zoniet, dan heeft ze wel een glimlach in de kuiltjes van haar wangen staan. Onderwijl staren we wat voor ons uit, knabbelend aan de snack, de gestage stroom voorbijgangers beschouwend. Ik praat verder.

'Pak jij altijd uit 't bovenste vakje?' vroeg ik een keer toen we een kroket uit de muur hadden getrokken. 'Moet je niet doen. Volgende keer trek ik 'm wel. Je moet nl altijd doen wat de mannen van Febo niet verwachten. Moet je echt doen, hoor, ik kan 't weten. Want die mannen merken nl dat bepaalde hokjes 't meest populair zijn. Ze stoppen dus de oudste kroketten in de vakjes waar de kroket 't snelst uit verdwijnt. Doen ze als de nieuwe voorraad klaar is.
Ik haal uit steeds weer een ander vakje m'n kroket. & Als ze denken dat ik de vorige keer uit de onderste heb gehaald, dus zal deze keer wel de bovenste aan de beurt zijn, dan haal ik xpres nog een keer m'n kroket uit de onderste. Ik probeer zo onvoorspelbaar mogelijk te zijn. Dan heb ik tenminste altijd een lekkere kroket. Ik zie ze altijd beteuterd kijken als ik ze dat heb geflikt. Maar ja, ze kunnen er niks tegen doen.'
'Ze kennen je?' vroeg Myrte.
'Nee, natuurlijk niet. Ik kies ook elke keer weer een andere Febo.
Trouwens, de kroketten die een beetje lauw zijn zijn 't lekkerst.'

Zonder theorie waren we nergens in Zijperspace.

vrouwspersoon

'Nog een gelukkig nieuwjaar,' wenste Esther me toe.
'Had ik jou dat dan nog niet toegewenst?' vroeg ik.
'Nee.'
'Ik dacht dat jullie hier ook op 1 januari langs waren geweest.'
'Nee, toen waren we in Frankrijk.'
'Oh, in dat geval moeten we natuurlijk zoenen.'
'Dat hoeft toch helemaal niet,' zei Martha, die ernaast stond. Martha had ik zéker wel op 1 januari gehad.
'Ja, maar dat mag wel,' zei ik met een glunderende verbazing nadat ik Esther met 3 zoenen had verrijkt.
'Oh, da's een voorrecht die je hebt als barman,' veronderstelde Esther.
'Maar daar doe ik 't niet om. Ik geniet er gewoon elke keer weer van als ik een vrouw mag zoenen.'
Martha grinnikte. Ik zou haar bijna nog een keer de beste wensen hebben overgebracht.

'Ik zie alleen maar de vrouw als ik een stelletje binnen zie komen,' vertelde ik op oudejaarsavond. 'Die man zie ik ook heus wel, maar ik ontwaar zijn gezicht niet. Terwijl 't gezicht van die vrouw onmiddellijk in m'n geheugen staat gegrift.'
'Dus nu zit je eigenlijk alleen maar met vrouwen in een kamer?'
'Nou, zo erg is 't nou ook weer niet. Maar 't is wel zo dat als ik om me heen kijk ik vooral de gezichten van de vrouwen ontwaar. M'n blik staat wel stil bij de vrouwengezichten & niet bij die van de mannen. Die mannen sla ik gewoon over tijdens m'n rondje de kring van aanwezige mensen bekijken. Ik zou heus wel anders willen, hoor, maar 't lukt me echt niet. M'n blik gaat automatisch naar de gezichten die bij 't vrouwelijke geslacht horen. Nou ja, misschien zou ik ook wel niet anders willen, maar om nou te zeggen dat ik daar sexistische motieven bij heb? 't Gaat vanzelf. Ik kan me ook veel beter concentreren op wat er gezegd wordt als ik een vrouw hoor praten.'

'Dus we zouden ons nu moeten concentreren op de bh's & de strings,' zei ik gisteravond tegen Pes, 'dan worden we veel wijzer van hoeveel aandacht de aanwezige dames aan zichzelf besteden.'
'Of dat met strings ook zo is, weet ik niet.'
'Tuurlijk wel. Als 't inderdaad zo is dat vrouwen die meer geld uitgeven aan bh's een beter idee hebben over hoe 't er voor de rest er uitziet, in welke mate hun bh's door hun shirtjes heen schijnen, & daar ook zorg aan willen besteden, dan geldt iets dergelijks ook natuurlijk voor hoe 't slipje of de string naar buiten kan schijnen & de daaraan gerelateerde aandacht die een vrouw aan haar verschijning besteedt.'
'Ja, da's misschien wel waar.'
'Tuurlijk is dat waar. Hoewel ik 't wel een beetje raar vind dat dat meisje dat hier voor ons staat wel een string draagt, maar ondertussen heel duidelijk een goedkope bh draagt. Dat is: als ik jouw lessen van daarnet goed begrepen heb. Daarnaast vraag ik me af hoe iemand die zulke lichaamsvormen heeft 't in haar hoofd haalt wel een string te gaan dragen & niet een fatsoenlijke bh. Dat heeft zij veel harder nodig.'
'Misschien vind ze die string wel lekker zitten.'
'Ja, maar je moet ook nog iets van fatsoen zien te hanteren, als vrouw zijnde, vind ik. Ik was laatst bij de ABN-AMRO. Daar hebben ze tegenwoordig dat systeem van gastvrouwen & -heren. Als je binnenkomt wordt er meteen gevraagd waarvoor je komt & je wordt vervolgens meteen gewezen waar je plaats kan nemen. Terwijl je zit informeert de gastvrouw/heer of je door 1 van de medewerkers geholpen kan worden. Als je dan aan de beurt bent wordt je door hem/haar verder gedirigeerd.
Degene die mij bij de deur ontving die zei dat ik kon gaan zitten. Zij liep naar 1 van die bureau's om te vragen of er iemand beschikbaar voor me was. Zij liep dus bij me vandaan, in zo'n strakke ABN-AMRO-broek, zo'n groene, zoals ze tegenwoordig allemaal dragen. Je kon er alles doorheen zien. Maar ze had zo'n dikke kont dat ik dacht dat je met zo'n lichaam geen string kon passen. Dat bleek dus niet zo. Want ik zag 't 3-hoekje van de string er geheel & al doorheen schijnen.'
'Ja, je hebt strings in alle soorten & maten,' wist Pes te vertellen.
'Weet je wat ook zo raar is: ze wrijven de hele tijd over hun billen. Dan vinden ze 't blijkbaar lekker om aan hun eigen blote billen in de broek te zitten.
Kijkkijkkijk. Daar. Zag je die hand over de billen gaan?'

Waarschijnlijk blijft de vrouw 't onopgeloste mysterie van Zijperspace.

murphy

Inmiddels heb ik m'n 1e dvd aangeschaft. In die zin dat-ie gratis (ik kreeg de eigenlijke xtra kosten ad € 1,- meteen als korting van m'n cd-boer) geleverd werd bij de cd. Waarschijnlijk ben ik net een paar dagen te laat om uit te proberen of m'n dvd-speler echt wel werkt. Momenteel weigert-ie nl enig beeld te geven. Zoals wel meer onderdelen van m'n comp gebrekkige prestaties vertonen. De comp kan 't niet meer aan. 't Lukt 'm zelfs niet meer muziek te laten horen.

Vanaf 't moment dat ik afgelopen dinsdag kontakt herkreeg met 't internet is de comp langzamer gaan funktioneren. & Dan bedoel ik héél erg langzaam. 't Doet zich voor dat de letters die ik intik pas 2 of 3 sekonden later in beeld verschijnen. Als ik een programma in werking wil stellen duurt 't soms wel 20 sekonden voordat die opdracht daartoe daadwerkelijk verandering van uitzicht oplevert. 't Lijkt er op dat de 256 ddr geheugen gezien wordt als 't geheugen van een vooroorlogse machine.

Ik heb al meerdere suggesties geleverd gekregen. De minst goede van de jongen van de adsl-helpdesk. Die moest ik toch maar weer 'ns een keertje bellen. Tuurlijk had de jongen wel gedeeltelijk gelijk. Hij kon immers niet anders dan te suggereren wat-ie gedaan heeft, maar ik schoot er alleen niet zoveel mee op. De comp is nog steeds langzaam.

Ik had gedacht dat ik de minste risico's zou lopen als ik windows 98 op de nieuwe comp zou zetten. M'n oude comp was daar ook mee ingericht, zodat 't herstellen van de internet-verbinding een plakje cake zou zijn. Die operatie had ik immers al meermaals moeten ondernemen, 't zou zich allemaal wel vanzelf wijzen.
Niets bleek minder waar, zo heeft men afgelopen week van stilte kunnen merken.
Nu nog minder, want windows blijkt m'n gehele bak te vertragen. & Niemand die daadwerkelijk weet wat er aan te doen. Tenzij ik morgen 't meeltje van Ramon binnenkrijg. Ramon had me uitgelegd waar 't aan zou kunnen liggen, hij had 't een week eerder bij iemand anders aan de hand gehad, maar ik ben alleen vergeten zijn verhaal te onthouden. Te technisch. Ik had zijn verhaal aan een andere deskundige in m'n kennissenkring kunnen vertellen, die mij vervolgens de juiste suggesties zou kunnen leveren om de comp weer normaal draaiend te krijgen.

Men moet weten: ik heb nog geen verschrikkelijk vertragende programma's op m'n comp gezet. Kazaa is nog niet binnengehaald. Een vuurmuur heb ik nog niet kunnen installeren. Office staat op de achtergrond.

Ik kan geen muziek draaien. Tot overmaat van ramp is m'n discman ook al een tijd kapot. Wordt ook door een kennis gerepareerd, indien mogelijk.
Ik kan geen cd's branden, laat staan dvd's spelen. Radio luister ik tegenwoordig weer via de tv, in de ochtenduren, als Radio 1 vanonder 't testbeeld weerklinkt.
Vannacht was opeens zijperspace.nl niet te bereiken. Protagonist was volledig uit de lucht.

We wilden niet in hem geloven, maar momenteel waart Murphy toch echt ergens rond in Zijperspace.

Update: Pes was langs. Ik vertelde dat ik windows nogeneens kon updaten. 't Algehele probleem van m'n comp bekijkend kwamen we er vervolgens achter dat office wel geupdate kon worden. Waarna windows automatisch volgde. Diep in de nacht werden files na files binnengehaald. Comp was langzaam, maar de internetverbinding werkte ondanks dat optimaal.
We dachten de oplossing gevonden te hebben. Nu zou windows 98 volledig aktueel worden, waardoor-ie de nieuwe ethernetkaart zou begrijpen.
Bij 't opnieuw opstarten liep 't echter fout. Hij bleef hangen.
Reset.
Helemaal fout. Comp startte wel op, maar er kwam geen bureaublad. Kaal scherm.

Ik heb de hele nacht liggen dromen over allerhande handelingen die ik op de comp uitvoerde. Ik was redelijk geniaal in m'n verrichtingen. De comp was nog niet eerder op een dergelijke wijze doorgrond. Ik snapte alleen niet hoe ik toegang kon krijgen, terwijl ik voor 't slapen gaan de comp nogeneens een diskette kon laten herkennen.

Wakker geworden. Jan gebeld. Gefeliciteerd. Gevraagd of-ie al visite had. Hem 't probleem voorgelegd. Bios. Opstartdiskette. Windows-cd-rom. Windows setup. Jan praatte me door de hele procedure heen. Jan is een moderne held.

Windows herkende alle oude instellingen. Herkende blijkbaar ook alle hardware & drivers. Mijn comp werkt weer zoals 't hoort.
Rare dingen, die comps. Blij dat ik er geen verstand van heb.

stromen

De film 'Billy Elliott' moest op video opgenomen worden & later bekeken, had ik besloten. Ik zou immers niet thuis zijn. Meer iets voor de rustige avond; later. Ongemoeid door de druk weer aan 't werk te moeten.
Dus dreef ik mezelf tot tranen, die niet bestonden, tijdens 't verlaat kijken van de nieuwjaarsavondfilm van BBC 1. Ze bestonden niet, die tranen, of anders werden ze snel weggewreven.
Er zit ergens in m'n achterhoofd verstopt, ik weet niet waar 't vandaan komt, de gedachte, de veronderstelling dat ik niet mag huilen. Tranen moeten geweerd worden. Zeker als je onzinnige tv zit te kijken.
Alles is onzinnig zogauw tranen zich tonen, maak ik mezelf wijs.
Misschien is 't 't man-zijn. Misschien de opvoeding. Temidden van louter mannen. Jongens eigenlijk. Hoewel ik ze niet verdenk van ongemeend stoer gedrag. Wel 'ns een enkele keer, vroeger, maar ik voelde mezelf toendertijd op dezelfde manier gedwongen tot een dergelijke houding.

Ik zat op de rug van m'n oudste broer, onderweg naar school. We liepen met z'n 4-en. Carel & ik op weg naar de kleuterschool, Jan & Theo inmiddels richting lagere, die vlak ernaast lag. Jan liep wat langzamer dan de rest, omdat-ie mij als xtra ballast had.
'Hé, daar heb je die vervelende gozer,' zei hij, terwijl hij de zijstraat in wees.
Ik keek de aangewezen richting op, langs de bosjes op 't kleine pleintje ging m'n blik. Daar liep een vervelende gozer. Inderdaad. Hoewel ik 'm niet kende. Maar oudere broers hebben altijd gelijk.
'Als we dichtbij 'm zijn, dan geef jij 'm een trap,' zei Jan.
Jan riep 'm. Precies midden op z'n gezicht kwam mijn schoen vervolgens terecht.
De jongen droop luid jankend af. Geen brutale mond te horen, zoals we eigenlijk verwacht hadden. Terwijl-ie eigenlijk net als wij naar school moest, liep-ie terug richting huis.
Janken als hij zouden wij nooit doen. Ik & m'n broers.

Ik word ouder. Of ik krijg last van m'n hormonen. Als die ook bij mannen enige invloed kunnen uitoefenen op 't verliezen van vocht.
Ik vertelde over m'n vader. Aan 't eind van de dag. Een lange dag die was verlopen als in een roes. We hadden de pizza's nog maar net op. Ik vertelde dat 't belangrijk was te schrijven over hem. Alles moest beschreven worden, voordat 't te laat was. Ik had al veel te veel tijd verloren. Alles dat ik nu over 'm opschreef zou zodoende bewaard blijven.
Op 't moment dat ik wilde vertellen dat 't schrijven daarom zo belangrijk was, voelde ik m'n neus richting ogen trekken. M'n lip pruilde dezelfde kant op, met schijnbaar, voelbaar ook, meer souplesse, geen wil die de bovenlip tegen kon houden. Er ontstonden spastische neigingen in m'n gezicht. Neigingen waarop ik een verbod had gelegd. Al jaren geleden. Maar welk verbod steeds weer overtreden wordt. Ik voelde een soortemet afdruk van een schoen in m'n gezicht.

Er bestaan weliswaar geen rivieren, maar toch zeker wel smalle stroompjes in Zijperspace.

familie

't Is lang geleden dat ik als laatste 't werk verliet, waardoor ik 't alarm aan moest zetten & de deuren vergrendelen. Meestal wilde ik eerder dan de rest weer richting huis. Geen xtra biertje voor mij, liever zat ik zo snel mogelijk achter de comp of aan m'n avondmaaltijd.
Op 1 januari is dat echter geheel anders. Die moet zo lang mogelijk genoten worden.
Dus sta ik om ½ 4 's nachts als enige de vloer te moppen zonder daar ook maar enig bezwaard gevoel bij te hebben.

We hebben de gehele dag met z'n allen gewerkt, alle collega's hebben achter de bar gestaan, glazen gehaald & gespoeld, soep rondgedeeld, muziek gedraaid, bier getapt, maar ook gedronken, na 6 uur open te zijn geweest de klanten weer de deur uitgejaagd, de boel aan kant gemaakt, gegeten & nog meer bier gedronken, tot laat in de nacht. We zijn een team. Dat ik toevallig bij 't nazitten van de laatst aanwezigen 't meest nuchter ben is niet van belang. Iemand moet 't doen. Was ik 't niet geweest dan had degeen die wat minder stevig op z'n benen stond onze troep opgeruimd.

Op 1 januari heeft iedereen de dag van gisteren nog volledig in z'n lichaam zitten. Slechts een enkeling heeft volledig rekening gehouden met de dag van morgen terwijl-ie bezig was met 't inluiden van 't nieuwe jaar. Ondanks dat we allemaal weten dat we de gehele dag beschikbaar moeten zijn. Maar op dit soort dagen is 't voor ons barmensen de dood of de gladiolen. We leveren topsport, maar dan wel in teamverband: als iemand de dag van gister iets te veel op voelt komen, of inmiddels de dag van vandaag reeds in een benevelde toestand aanschouwt, wordt 't opgevangen door de rest. 't Gaat er om dat we met z'n allen de eindstreep halen.

Dagen als deze zijn moeilijk te omschrijven. 't Gaat er niet om dat er de gehele tijd gewerkt wordt. Iedereen moet 't tevens voor zichzelf ook naar de zin kunnen maken. Praatje met de klanten, handen schudden, zoenen, beste wensen. Vooral ook drinken. Die 6 uren dat we open zijn vliegen dan voorbij. Vrijwilligerswerk waar je betaald voor krijgt.
Waarna we met z'n allen aan de bar verder gaan zitten drinken. Wij, & een heel klein beetje aanhang.

Ik beleef deze dag euforisch. Elk jaar weer. 'De leukste dag van 't jaar' noem ik 't tegenover klanten die nog nooit zijn langsgeweest. & Ondanks dat er elk jaar wel een ruzie of een incident onder 't personeel plaatsvindt, ondanks 't feit dat er altijd wel in de late uurtjes door iemand een traantje moet worden weggepinkt, kan niets de pret drukken. 't Is er een geaccepteerd onderdeel van. Een uitvergroting van de rest van 't jaar.

Op m'n oude dag zal ik terugdenken aan hoe ik ooit deel was van een familie. Een familie die wist wat leven was. & Dat 1maal per jaar duidelijk probeerde ten toon te spreiden aan de toevallige visite. Op m'n oude dag zal ik dan weer beseffen dat die ene dag de rest van 't jaar al de moeite waard van 't te leven maakte.

Met moeite beseffen we in Zijperspace echter dat 2 januari ook bestaat.

stukje

12 Uur. Misschien iets later. Ik fiets naar huis door de regen. Staand voor 't raam had ik nog gezegd dat 't dan vast minder koud zou zijn.
''Ja,' werd er beaamd, 'dan vriest 't in ieder geval niet meer.'
'Maar misschien dat 't koude regen is,' waagde ik me erbij te bedenken.
'Hmpf, koude regen,' schamperde 't achter m'n rug. Alsof koude regen nog nooit bestaan heeft.

De regen is in ieder geval koud. Ik mag m'n gelijk aan den lijve ondervinden. De korte afstand die ik moet afleggen om thuis te komen zorgt al voor verkleumde vingers die amper de sleutels uit de broekzak tevoorschijn kunnen halen.
Onderweg zie ik slechts 2 verdwaalde voetgangers, een man die z'n hond uit moest laten, 3 tot eeuwig wachten gedoemde personen bij de tramhalte & 2 auto's die me passeren. Je lijkt wel gek om je met dit weer op deze dag rond dit tijdstip op straat te begeven.

'Ik geloof dat ik maar 'ns moet opstaan.'
'De wekker loopt een ½ uur voor.'
'&? Werkt dat?'
'Bij mij wel.'
Bij mij niet: ik sta op.
'Je mag wel douchen, als je wilt,' wordt er aangeboden als ik m'n kleren aantrek.
'Nee, dat doe ik thuis wel. Dan heb ik de tijd. Nog 3 uur & dan moet ik op m'n werk zijn.'
Ik ga verder met 't loom zoeken naar de verspreid liggende kleren. M'n hoofd staat zo duf dat ik niet weet op welke volgorde ik ze 't best kan aantrekken.
'Je kan ook wel wat te eten nemen, hoor,' wordt er aangeboden. 'Er liggen toch nog overal toastjes & spul om er op te smeren.'
Een slaperige kop lacht vanonder 't dekbed.
'Nee, joh. Eten doe ik thuis wel. Ik moet voordat ik naar m'n werk ga nog een stukje schrijven. Dan eet ik ondertussen wel een boterham.'

Men heeft z'n verantwoordelijkheden hervonden in Zijperspace.