maagdenpalm

Maagdenpalm

Maagdenpalm. De grote.
Daar hoef ik bij niemand voor te rade te gaan. Ik weet ’t in 1 oogopslag. Ook zonder die bloem.
Vreemd dat ik ’t meeste elk jaar weer vergeten ben.

Ik weet zelfs de latijnse benaming ervoor. Vinca Maior.
Dat is echter wel 1 van de weinige die ik bij mezelf op kan roepen.
Net als de Drosophila Melanogaster. ’t Fruitvliegje.
Die laatste heeft veel met m’n werk te maken.

Biologie heb ik laten vallen toen de 1e mogelijkheid zich voordeed. Blij dat ik ervan verlost was.
Maar met latijn wilde ik perse doorgaan.
’t Dreigde echter dat ik na de 2e af moest zwaaien naar de Havo. Waar geen latijn gegeven werd.
Met hangen & wurgen kon ik over. Ik heb m’n ouders ervan moeten overtuigen dat ik beter kon blijven zitten.
Waarschijnlijk was ik ‘t 1e kind dat dermate gemotiveerd was een jaargang nog een keer over te doen.

Ik wilde 1st priester worden. Vanwege al die verhalen in de bijbel.
De kerk vond ik maar saai. Stijf stil zitten in harde houten banken. Ik kreeg er jeuk van aan m’n kont.
‘Je bips,’ verbeterde m’n moeder me consequent.
Toen ze me vertelden dat ik mee moest zingen als ik priester wilde worden, heb ik van die beroepskeuze afgezien.

Theologie dan. Wat breder. Dan kon ik gelijk de griekse & romeinse goden bestuderen, dacht ik. Gelijk de noorse erbij.
Dacht ik.
Als ik er nu over nadenk, kan ik me niet zo goed voorstellen dat ze bij een studie theologie al die antieke goden erbij stoppen.
Maar voor theologie had je minstens latijn nodig. & Om nog meer van m’n favoriete verhalen te kunnen lezen ook.

Ik heb huilend op de bank gezeten.
Alle broers waren weggestuurd. Alleen m’n vader, m’n moeder & ik. Een serieus gesprek.
Ik wilde verder.
Maar dat kon niet, zeiden zij. Niet met zo’n rapport. 1 Puntje minder & ik had de 2e klas nog een keer moeten doen.
Dat wilde ik juist, snikte ik. ‘Ik wil latijn.’

Ik kwam naast een studiebol te zitten. Hij haalde net zoveel 10-en als ik.
Maar ik deed ‘t 1e jaar latijn voor de 2e keer. Makkie. Ik hoefde er zelfs niet voor te leren.
We waren de enige 2. De rest moest er moeite voor doen. Wij stegen boven de rest uit.
Maar god, wat was-ie saai. De hele les bleef-ie aantekeningen maken.
De leraar moest ‘m soms tegenhouden.
‘Als ik een verhaal vertel aan ’t einde van de les, hoef je niets op te schrijven.’
Dat was algemene ontwikkeling. & Algemene ontwikkeling, dat moest je meemaken, niet noteren in je schrift.

Ik deed alleen maar aan algemene ontwikkeling. Dus was ik eigenlijk zijn beste leerling.
Hoewel halverwege ’t jaar de cijfers naar beneden kukelden. De 10-en werden 8-en, vervolgens stegen ze niet meer boven de 7 uit. Gemiddelde 8, aan ’t eind van ’t jaar.
M’n buurman 9.

Die 8 was net genoeg compensatie voor de onvoldoendes voor duits en biologie. Ik mocht ermee naar de 3e klas Havo.
Nooit meer priester, laat staan theoloog. & Slechts een enkel plantje in ’t latijn in m’n hoofd.
Een jaar eerder had ik voor niets gesmeekt & gehuild.

Maar wat is zinloos op een plek als Zijperspace...