ingesteld

De vraag van Christien klonk weer alsof 't er plots uitfloepte. Een gedachte die haar te binnen schoot & de weg naar haar mond had gevonden voordat tegenargumenten zich hadden kunnen vormen om 't vooral niet te zeggen.
Haar gezicht was de verrader. & De manier waarop de woorden uit haar mond stroomden. Met lichte hortjes & stootjes om aan te geven dat de zin in haar hoofd nog niet tot volledige wasdom was gegroeid. Korte storingen van naar lucht happen om 't volgende woord achter in de keel te laten ontstaan.

'Jij had 't toch ook aan je schildklier?'

Ook.

'Nou, ik ben er aan geholpen,' antwoordde ik, 'maar nu is-ie te langzaam.'
Dingen die al zo vaak uitgelegd zijn, dat er een formule is ontstaan die kort & bondig alle ins & outs belicht. Of in ieder geval een soortement introductie op de materie geeft, waarbij de luisteraar kan kiezen om dmv een vervolgvraag meer informatie te verkrijgen.
Dat laatste hoop ik dan altijd maar. Ik wil graag dat mensen begrijpen hoe ik me zou kunnen voelen. Ik wil een toelichting geven, mezelf verantwoorden, mythes uit de weg ruimen, me niet meer schuldig voelen, aandacht krijgen.
Ook dat.

'Ja, ik dus ook,' zei Christien.
Ook.

Ik wil er niet over praten. Ik wil er wel over praten.
Als ik 't er over heb, krijg ik wellicht meer overzicht, zo denkt m'n mond.
Mensen die van niets weten, wat is een schildklier, waar zit die, wat voor hormonen maakt-ie aan, hoezo te snel, hoezo te langzaam, waarom ben je moe & misselijk, daar kan ik uren tegen praten zonder 't gevoel te hebben dat er iets blijft hangen.

Je voelt je schuldig dat je jezelf zo hebt laten kennen.

'Ben je vaak moe?' vroeg ik Christien.

'Ja,' zei ze met dat onnozel eerlijke gezicht van haar.
Ze keek alsof ze alweer te veel heeft gezegd. Dat 'ja' was er opnieuw zo makkelijk uit gekomen, leek ze nu te denken.
Maar gelijk een glimlachje omdat ze herkend werd.

''t Is 4 weken geleden bij me geconstateerd.'
'Dus thyrax?' vroeg ik als understatement.
'Ja, thyrax,' antwoordde ze, als vanzelfsprekend. 'Ik moet nog ingesteld worden.'

Ingesteld. Ik was blij dat ze 't zei. Ingesteld.
We waren gelijke geesten, wist ik nu zeker.

'Oh, 't komt wel goed,' zei ik 5 minuten later tegen haar.

Soms voelt alles zo vertrouwd in Zijperspace.

negenentwintig

Een maand na z'n dood vroeg een vriendin me of ik nog wel 'ns aan m'n vader dacht.
'Ja, elke dag.'

Dat is inmiddels niet meer zo.
Ik haal z'n beeld af & toe te voorschijn. Z'n baard, z'n manier van lopen. Voor & na Parkinson. Z'n glimlach met een nieuw gebit, nog wennend aan 't idee dat-ie z'n tanden daar opnieuw bij kon tonen. De manier waarop-ie m'n moeder om een zoen kwam bedelen.

Ik denk ook lang niet elke dag meer aan m'n broer. 4 Jaar geleden nu.
De laatste tijd, ja, de laatste tijd komt-ie terug in m'n hoofd.
't Komt door hoe de bladeren er nu bijhangen. Aan hoe de kou snijdt in m'n keel. Hoe eenzaam 't voelt als de wind m'n oren & wangen ongenadig teistert & ik voorovergebogen m'n weg probeer te vinden.

Ik had laatst ook dat ik in 't donker op de trein aan 't wachten was. Dat gebeurt blijkbaar niet zo vaak.
De reis naar Alkmaar kwam terug. Die zondagochtend, tussen jongeren die de nacht hadden doorgemaakt in uitgaand Amsterdam.
Ik denk dat 't de laatste keer was dat ik 't echt koud had. Langdurig koud. Een koude van 1½ uur strekte zich voor me uit in m'n herinnering.
Ik was laconiek, want niets was meer belangrijk.

't Staat me bij dat ik de conducteur had willen zeggen wat er aan de hand was, als zou blijken dat m'n kaartje niet klopte.
Maar waarom zou m'n kaartje niet hebben kunnen kloppen? Ik had 'm 2 uur eerder gekocht.
Alles kan verkeerd gaan, moet ik gedacht hebben, zeker in dit soort situaties.
Zouden ze evengoed rouwende mensen een boete willen geven?

't Was de langste reis naar Alkmaar. Elk station werd meegepikt. Er blijken nogal wat gehuchten met een station te zijn tussen Amsterdam & Alkmaar.
Maar daardoor kon ik voor 't 1st weer lang onder de mensen zijn. Eerder mocht dat niet. Ik straalde een week lang te veel radio-activiteit uit. Ze hadden m'n te snelle schildklier gesmoord met bestraalde jodium & me daarmee veroordeeld tot een week lang isolatie.

't Was raar dat al die dingen samen kwamen. Alsof 't voorbestemd is, dacht ik onderweg steeds weer. M'n dode broer roept me bij zich & confronteert me onderweg met hoe 't er momenteel met me voorstaat.
Vreemd om opnieuw onder de mensen te mogen komen & je gehele familie, incl een lijk, voorgeschoteld te krijgen.

Niet alleen dit 4e jaar, elk jaar dat nog moet komen weer, zal ik geen wandeling in de kou kunnen maken zonder een broer die er niet meer is tegen te komen. Hij verstopt zich in kale vlaktes, in ½ bevroren plassen, in helderblauwe ijzig koude hemels, in een vuurtoren in een vergeten plaatsje aan de kust, in een schoen die zich voor de andere schoen zet, daarbij voorzichtig doch resoluut aftastend of zich daar geen gladheid bevindt, in takken in winterstand, in de zachte geur van een regenbuitje over 't herfstrestant.

't Is 29 januari in Zijperspace, elk jaar weer.

vademecum

Ik doe de laatste tijd een spelletje. Dat maakt 't allemaal wat makkelijker.
Ik neem 't 1e woord dat ik vanaf een bepaald moment in een boek tegenkom & daar moet ik dan een stuk over schrijven.
Dat bepaalde moment is 't moment dat ik me bedenk dat er nog iets geschreven moet worden.

Ik heb 't tot nu toe 1 keer toegepast.
Niet een erg actief uitgevoerd spelletje, maar men zou kunnen zeggen dat ik er mee bezig ben. 't Heeft al 1 keer tot positieve resultaten geleid.

Ik heb ook wel 'ns mensen gevraagd of ze een woord wilden noemen. In een ver verleden was dat. 't Bloggen stond toen nog in z'n kinderschoenen. Weet je wel.
Dat men vooral niet vergeet dat ik al heel oud & oldskool ben.
Zei men: jodenkoek. Dan schreef ik over jodenkoeken.

Zo werkt dat nu ook ongeveer.
Ik lees een boek. Bedenk me, enigszins schuldig (een onontkoombaar gevoel, dat hoort bij mij & schrijven; zonder schuldgevoel geen tekst), dat ik nog niets heb geplaatst, probeer evengoed de letters & woorden te volgen die m'n ogen als vanzelf af blijven tasten & neem me dan voor dat 't 1stvolgende zelfstandig naamwoord 't volgende onderwerp moet zijn.

Wammes, daar is 't onderwerp.
Blijkt de hoofdpersoon op dat moment zijn onderbroek aangetrokken te hebben: ik ga 't over mijn overgang van slipjes naar strakke boxers hebben.
Heeft-ie moeite de straat over te steken: geheid dat ik een zebrapad in een groot avontuur een rol laat spelen.
Zit-ie op de wc (geen zorgen maken, mensen; hoofdpersonen, zowel in film als in literatuur, zitten zelden of nooit op de wc): ik geef een vademecum over hoe men 't beste de billen kan vegen bij temperaturen die de 30 graden overstijgen.

't Kost me geen moeite.
't Woord dicteert de inhoud.
Ik moet alleen iets opgelegd krijgen. Een dwingend woord dat me richting verhaal dirigeert.

O ja, dan ook nog de tijd. & De lichamelijke conditie.
Die moeten ook nog meewerken.

Maar in principe bestaat 't verhaal al zogauw 't woord zich aankondigt in Zijperspace.

mis

Dus niet dat men nou gaat denken dat 't ooit wat geworden is met Linda.
Ze was wel 't meisje dat mij 't meest uitzinnig tussen lantaarnpalen heeft doen swingen. Van linkerkant bij de 1 naar de rechterkant bij de volgende. Onderweg naar m'n werk, ruikend nog naar gister en vannacht. Ergens onderweg m'n fiets kwijtgeraakt.

Nou goed, dat is alleen in m'n herinnering. Ik weet niet of ik ooit wel een fiets gebruikt heb, de avond ervoor.
Ik kan me barkrukken herinneren. Die pardoes omvielen toen we besloten hadden dat onze monden nader kennis wilden maken.
& Een lange weg, een veel te lange weg die ik tegemoet moest zien als ik niet voortijds een andere slaapplek gevonden had.

Heb ik andere excuses gevonden? Heb ik Linda wellicht gezegd dat ze tegenover m'n oma woonde? M'n oma die inmiddels overleden was, maar wiens bejaardenwoning ik aanwijzen kon, waar ik verstopt onder een stoel de zondagse soep had zitten afwachten, ongeduldig, omdat de vaders, de moeders, de ooms, de tantes, de oudste neven, de oudste nichten, altijd voorrang hadden. & Dan zou je zowat Oma zelf vergeten.
Wij kleintjes kregen de koude soep, met de minste ballen.
Ging je protesteren, dan kreeg je niets.

Dat ging dus niet goed met Linda. Ze woonde tegenover dat wat vroeger was. Ze woonde tegenover een onheilspellende herinnering van zondagse soepuitdelingen, zondagse nette kleren, zondagse spelletjes met neven die net zo stil moesten zijn als ik, plus ook nog onderdrukte gillen & kreten die eigenlijk luidkeels geschreeuwd moesten worden bij 't spel dat we op dat moment aan 't spelen waren.
't Enige wat je kon doen was je verstoppen onder een stoel om te wachten op een restje soep.

'Ik vind 't wel leuk tussen al die oudjes,' zei Linda. 'Als ik een kopje suiker nodig heb, dan krijg ik een hele zak.'
Ze lachte, stak de sigaret die we deelden kort tussen haar lippen & gaf 'm aan me terug.
Ik bewonderde voor een enkele tel de schaduw van haar neus. Opflakkerend achter de gloeiende kegel terwijl zij inhaleerde.

We propten de donkere ruimte, 't buitenlicht verstopt achter de gordijnen, bordevol met onze woorden. We waren uitgeput, maar nog niet uitgeput genoeg om onszelf de monden te snoeren.
Ik vertelde over 't verleden van 't leven verstopt onder stoelen, zij vertelde over 't verleden verstopt voor 't geheugen.
Daar was niet zo veel verleden aan, aan dat laatste.
Niets mocht ze zich herinneren. Elke aanraking daarmee bijna fataal.

Ik weet niet of ik daar achter ben gekomen tijdens die nacht. Of dat ik daar zwalkend dansend tussen lantaarnpalen de volgende ochtend al van op de hoogte was.

Wat ik wist, in ieder geval later wist, te weten ben gekomen, was dat ik niets mocht weten, me niets mocht herinneren, alles moest vergeten, behalve wat mij zelf ooit overkomen was.

Maar die kus, die urenlange kus, deden me geloven dat 't niet zo hoefde te zijn.
Ik rende tussen lantaarnpalen, pakte ze vast, liet me zwieren om hun hals, keek naar de nimmer eerder zo zonnig bewolkte hemel, & liet slechts een glimp van 't huis van m'n oma tot me doordringen.
Met daar een stoel, waarvan ik me later pas zou beseffen dat-ie diende om op te gaan zitten. Om te krijgen waar je recht op had.

Maar we zwijgen, niets heeft ooit mogen plaatsvinden in Zijperspace.

raak

Ze heette Linda.
Eigenlijk was dat niet haar echte naam, want de Linda die ik kende had geen grote neus. Maar Linda komt 't meest overeen met de naam die ze eigenlijk had.
Ik kan me ook wel voorstellen dat een Linda net zo'n grote neus had. Dat past wel.

Dus heette ze Linda. & Had ze een grote neus.

Zo'n grote neus dat ik m'n hoofd in m'n nek moest gooien om verder te kunnen zoenen, maar dan van de andere kant.
Onderweg drukte ik zachtjes m'n lippen erbovenop. Zodat je 't net niet horen kon.

Zien konden we zowiezo niets. Aardedonker.
Ik heb zelden bij meisjes in zo'n donker bed geslapen.
'Ik kan niet slapen als er licht door de gordijnen schijnt.'
Maar dat overkomt een man alleen als hij nou juist wél wat wil zien. De neus bijvoorbeeld.

Ach ja, er waren ook vrouwen die hun borsten verborgen hielden.
Dat heb ik ze ook nooit kwalijk genomen.

Nee, nee, zo iemand was ze niet. Ze was best trots op haar neus, vertelde ze. & Haar borsten vond ze ook lang niet onaardig.

Ze proestte 't uit toen ik er een kus op gaf. Ik was er toch al in de buurt met m'n mond. & M'n lippen hadden in 't voorbijgaan helemaal niets te doen.
Ze bleef een tijd lang nahikken. We moesten 5 minuten later helemaal van voren af aan beginnen. Best moeilijk, de alcohol was inmiddels ook al uitgewerkt.

Ze deed met haar linkerhand een veeg door m'n haar. Nadat we kalmerende dingen tegen elkaar hadden gezegd. 't Was een veeg waarbij 't leek alsof ze kon zien dat m'n kapsel daar beter van ging zitten.
Wat natuurlijk niet zo was. Maar ik wilde de pret, de zorgzaamheid, niet drukken.
We lagen ondertussen gewoon weer naast elkaar. Handen boven de dekens. In zoverre die nog aanwezig waren. Die handen. Die dekens.

Ik vind best veel dingen lief. Maar zelden dat ik 't zeg.
Sommige vriendinnen hebben me wel 'ns iets dergelijks horen beweren. Maar 't moest vooral geen gewoonte worden.
Linda dus ook niet. Zeker zo'n 1e nacht niet. Zo'n per-ongelukke nacht, dat je van tevoren niet 't vermoeden kon hebben dat je daar naast elkaar zou belanden.
Maar poeh, zo'n hand door je haar. Een trage aai om 't bij je oren weg te vegen. Zo'n onnozel gebaartje dat eigenlijk helemaal niet had gehoeven. Nadat je 5 minuten bent wezen ontnuchteren & de lichamen hun gezamelijke gordiaanse knoop allang weer zijn vergeten.

Ik keerde m'n hoofd naar haar toe. Stootte m'n neus ergens onderweg. Tuitte m'n lippen. & Kwam precies goed terecht.
Maar er viel ook niet te missen.

In 't donker is alles raak in Zijperspace.

onherkenbaar

Ik sta naar mezelf te kijken.
Kom net thuis.
M'n pet afgedaan. M'n haar zit verkeerd. Links rechtovereind, rechts plat.

'Ben ik dat dan?' vraag ik aan mezelf.
Bril op. De roodwitte schaduw van m'n pet op 't voorhoofd. Frisse lucht, maar dan écht fris, op m'n wangen afgetekend.

Ik fietste daarnet Ramon voorbij. Ik dacht, hem herkennend vanuit de verte: 'Ik zal 'm maar vroeg groeten. Anders heeft-ie geen tijd om te weten te komen wie 't is.'
Pet.
Bril.
Capuchon bovendien, om m'n oren te verwarmen.
Slechts een cm² die mijn neus verraadt.
Maar 't kostte hem geen moeite. Ik heb andere fysieke kenmerken blijkbaar dan ik zelf zie.

Hier voor de spiegel denk ik dat ik 't wel weet.
Ik zal vast niet de barman zijn die mensen denken dat ik ben, nu ik hier in m'n eigen huis anoniem sta uit te hijgen.

's Ochtends ligt alles plat. Dan durf ik niet onder de mensen te komen zonder in ieder geval m'n pet opgezet te hebben. De winkelmeisjes krijgen daar een voorproefje van.
Als 't even tegenzit hangen de wallen. Dan heb ik zowiezo geen zin. Niet vanwege de wallen overigens. Vanwege geen zin.

Ik moet niet te lang blijven kijken. Dan weet ik 't helemaal niet meer. Niet meer wie ik denk dat ik ben & niet meer wie ik denk dat anderen menen te herkennen.

'Oehoe,' zwaai ik. 'Oehoe.'
Maar heel zachtjes hoor. Je weet nooit of de bovenbuurman op dat moment ook in de wc staat & z'n oor dichtbij 't onluchtingskanaal houdt.
Dan denkt hij ook: 'Dat is niet de buurman die ik dacht dat-ie was.'

Weten we dan ook niet meer waar 't werkelijke Zijperspace ligt.

discreminatie

M'n moeder deed een dutje op de bank. Zo rond een uur of 3.
Als we op woensdagmiddag vrij van school waren mocht 1 van ons erbij komen liggen. In haar knieholte. Haar linkerheup het kussen.
Maar we waren met z'n 3-en. 3 Van de leeftijd dat je nog bij je moeder in de knieholte wil komen liggen. Dus moest er, net als met veel andere zaken, verzonnen worden wie wanneer aan de beurt was.
Allemaal afhankelijk van bepaalde factoren. Wie was er vroeg uit school gekomen, wie was vorige week geweest, of anders afgelopen zondag na de kerk, wie was er nog maar net opgeknapt van de griep & wie moest er nou eindelijk eens wat meer tot rust komen?
M'n moeder was de scherprechter. Een zeer onrechtvaardige, vonden we alle 3. Ze kon zomaar een reden verzinnen waarom iemand anders bij haar mocht komen liggen ipv degene die eigenlijk aan de beurt was.

'Hij heeft zaterdag al bij u gelegen toen wij bij de welpen waren,' brachten 2 van ons ertegenin.
Of: ''t Is al 2 weken geleden dat-ie ziek was.'
Of: 'Hij kreeg gister ook al de grootste gehaktbal.'

Er was veel onrechtvaardigheid in ons gezin. Volgens mij vooral veroorzaakt door 't feit dat die 2 broers allebei een bril droegen. Daar gingen ze er zieliger van uit zien.
Ik bracht 't echter niet ter sprake. Ik wilde niet discremineren. Een woord dat m'n vader me kort geleden had uitgelegd. Een woord ook dat ik goed kon gebruiken om voor m'n eigen rechten op te komen.

'Mam, u discremineert mij.'
'Wat zeg je nou?'
'U discremineert mij, want ik heb al 2 weken niet in 't holletje gelegen & op zaterdag ben ik er nooit & op zondag moest ik al 2 weken voor straf in de kinderbijbel lezen omdat ik niet stil was in de kerk, terwijl ik de kinderbijbel al uit heb & zij hebben een bril.'
Had ik 't toch gezegd.
'Ga jij vanavond maar 1st aan je vader vragen hoe je discrimineren schrijft & 'm laten uitleggen waarom jij de komende 2 weken niet op de bank mag komen liggen.'
Waarop zij & m'n broertje hun ogen sloten & voor een ½ uur onbereikbaar werden.
Stiekem verstopte ik z'n bril.

Hij heeft nooit meer helder kunnen zien in Zijperspace.

snel

Ik las te snel, zei m'n docent.
De 'z' sprak ik goed uit inmiddels.
'Ja, moet ook wel,' glipte ik er snel tussendoor, 'want ik heet Zijp natuurlijk.'
Hij glimlachte even. & Ging toen door.
Maar 't verschil tussen de 'v' & de 'f' was nog steeds niet te verstaan.
Maar vooral... Maar vooral...

Hij begon al zijn zinnen met 'maar'. Ik wilde 't 'm niet zeggen, maar 't zou toch wel bijna tijd worden voor iemand die zoveel commentaar had op anderen.

Maar ik las vooral te snel voor.
Waarbij hij nog even 'snel' extra benadrukte.
Het zal ook wel geklopt hebben. Het zweet stond me nl op 't voorhoofd.

M'n neefje zei 't ook.
'Vond je 't wel een mooie toespraak?' vroeg ik 'm toen ik terug kwam zitten.
'Weet ik niet,' zei hij zoals kinderen kunnen zeggen.
Een volwassene zou je al snel een slag voor z'n kanis hebben gegeven. Een kind bewonder je om z'n introvertie van dat moment.
''t Ging allemaal zo snel.'
'Ja, daar heb ik altijd al moeilijkheden mee gehad,' reageerde ik dus maar quasi-verbolgen. 'M'n leraar zei 't ook.'
'Ik wist niet meer of ik nou aan dode Opa moest denken of dat ik m'n best moest doen te begrijpen wat jij nou zei.'
We waren in de kerk. We moesten stil zijn, begreep ik van de elleboog van m'n moeder.
Die eeuwige elleboog. Of een kneep in de knie, wist ik me weer te herinneren van de kerkbanken in de Petrus & Pauluskerk.
Ik probeerde 't meteen op m'n neefje uit. Zonder dat z'n vader 't zag.

'Ging 't goed?' vroeg ik wederom aan m'n neefje.
Hij zou wel een wat milder oordeel hebben nu hij 1½ jaar ouder was.
'Huh?' reageerde hij.
We spraken zacht. De volgende broer stond alweer op 't spreekgestoelte. Terwijl ik naar m'n stoel terugstruikelde, was die alweer tussen de klasgenootjes van 't vaderloze nichtje gehinkstapsprongd.
'Hoe vond je 't?' verduidelijkte ik m'n vraag.
'Is dat 't enige wat je van je dode broer herinnert?'
Nu was ik aan de beurt met: 'Huh?'
'Dat jullie op 't strand in de duinen aan 't spelen waren?'
'Nee, tuurlijk niet.'
& Ik wilde 'm heel snel uitleggen dat 't eigenlijk symbool stond voor al die tijd dat ik met m'n 1 jaar oudere broer de wereld ontdekte, dat 't leeg was, zo leeg als een zandstrand, maar dat we er samen invulling aan gaven. Met torens, met bergen, met boeven, met cowboys, met goed, met slecht, met dood, met ach verdomme, dacht ik, met alles.
Heel snel.
Ik kneep 'm in z'n knieën. M'n andere broer was aan z'n in memoriam begonnen.

Een stilte als nooit tevoren kwam over ons heen in Zijperspace.

ondervraging

Voor de watertoren werd ik afgesneden.
Hij zat ook op een fiets. Oerdegelijke stevige fiets. Hij kwam onstuimig schuin voor me staan, mijn voorwiel tegen de stoeprand klemmend, waardoor ik wel moest stoppen.
Keurige jongen, enkele jaren ouder, woeste blik.

Hij haalde snel een pasje te voorschijn. Hief 'm naar me op & stopte 'm meteen weer weg.
Ik wist niet wat-ie daarmee bedoelde te zeggen.

'Ik wil je even ondervragen,' zei hij.
'Waarom? Ik heb toch niets verkeerd gedaan?'
Ik keek nog even achterom, om mezelf ervan te overtuigen dat ik door 't groen van de gepasseerde stoplichten was gereden.
'Ik wil wat informatie van je hebben.'
'Wat dan?'
'Hoe heet je?'
'Waarom wil je dat weten?'
'Ik ben rechercheur bij de politie. Ik laat je net m'n pasje zien.'
'Laat die dan nog maar 'ns zien.'
Hij zweeg. Keek streng.
'Ik kan je ook meenemen naar 't bureau. Maar dan zit je wel enkele uren vast.'
'Daar geloof ik niets van. Dus neem me maar mee.'
'Je bent er 1tje van Zijp? Marsdiepstraat?'

Hij was zenuwachtig. Kwaad ook. Ik had blijkbaar iets heel ergs uitgehaald. Op heterdaad betrapt, te merken aan zijn haast.  Maar ik was me nergens van bewust.
Ik reageerde dus maar niet op z'n laatste vraag. Dat kon ik beter op 't bureau doen.

'Je oom heet Siem van Wijk?'
'Wat dan?'
Oei, dat was als ½ toegeven dat z'n informatie klopte.
'& Je hebt een broer met de naam Quint?'
'Hmpf.'
'Waar waren ze op 12 december?'
'12 December? Da's bijna een ½ jaar geleden. Wat wil je van me horen?'
'Je weet dat ze verdacht worden van verkrachting van je nichtje? Samen met nog een oom van je.'
Ik begon te lachen. Ik haalde m'n voorwiel weg uit de klem van fiets & stoep. Ik zwaaide met m'n hand om aan te duiden dat-ie flauwekul aan 't kletsen was.
'Hé, kom,' zei ik, 'fietsen we lekker samen naar 't politiebureau. Dan gaan we even een mooi rapportje opstellen. Dat jij je voor rechercheur uitgeeft. & Dat je te veel luistert naar dat nichtje van me, dat allerlei vreemde verhalen over iedereen verzint.'
Hij bleef staan. Grabbelde nog wat in z'n broekzakken. Keek nog net zo streng. Maar een vleugje onzekerheid kwam in z'n blik bovendrijven.
'Hè joh,' ging ik verder, ''t kan best gezellig zijn op 't bureau. Kom, ga mee. Leuk.'
Ik stond inmiddels voor 'm met m'n fiets. Begon langzaamaan op te starten. Daarna sloeg ik traag de bocht om naar rechts, richting politiebureau.
'Kom,' gebaarde ik nog even naar 'm & verdween achter de toren.

Hij staat nog altijd te wachten tot ik weerkeer op dezelfde plek in Zijperspace.

schoolziek

1st Deden alle zussen 't samen, ook bij m'n Oma, later kwam Lia, toen kwam 1 van m'n tantes alleen, daarna mevrouw Goes & als laatste m'n geadopteerde nichtje.
Er zullen er vast nog wel meer zijn geweest die 1 keer per week ons huis schoon kwamen maken, maar hun herinner ik me in ieder geval nog.

Behalve m'n geadopteerde nichtje hadden ze allemaal wat over mij te zeggen. Dat mocht in die tijd nog. Kinderen die vervelend waren, daar moest je een opmerking over maken, ook al was 't niet je eigen kind.

'Ga maar even aan de kant,' zei nicht Lia op snauwerige toon.
'Blijf van dat kaarsvet af!' riep mevrouw Goes.
'Kan je zelf ook niet eens wat doen?' zei 1 van m'n tantes.
'Hihihi,' giechelde m'n geadopteerde nicht.

Maar die ene tante zei elke keer dat ik me niet zo aan moest stellen.
M'n moeder was 't daar mee eens.
'Zo, zijn we weer eens schoolziek?' zei ze als ze me bij binnenkomst aantrof. 'Kom me dan maar even helpen met de afwas. Dan mag je daarna de hele ochtend doorgaan met schooltelevisie kijken.'

Niets zo leuk als schooltv.
Nou ja, er was 1 ding dat leuker was: de maandelijkse uitzendingen van de STER op dinsdagmiddag.
't Stond nergens aangekondigd. Je moest 't toevallig weten of er tegenaan lopen als je wilde zien hoe 't testbeeld er uitzag. Dan kreeg je de mooiste televisie voorgeschoteld van de hele week. Kon je later vertellen op school dat je alle nieuwe reclames al had gezien.

'Je bent niet echt ziek,' zei m'n tante dan.
Waarna ik onmiddellijk m'n meest beroerde gezicht weer optrok. Gelijk m'n voeten er achteraan omhoog, want m'n tante moest er met de stofzuiger langs. Ze kroop met de slang onder m'n benen door. Want die generatie ging er nog vanuit dat je iets niet schoon kreeg als je 't niet op je knieën deed.
'God, alweer een panty verknald, An,' zei m'n tante dan aan 't eind van de dag tegen m'n moeder.
'Ok, maar dit keer neem je gewoon een stel van mij mee,' zei m'n moeder.
Ze haalde gelijk een nieuw setje uit de voorraadkast in de gang. Alle panties hadden toen nog dezelfde kleur.

'Zie je,' ging m'n tante verder, 'je lacht nog veel te vrolijk voor iemand die zich niet lekker voelt.'
Ik ging wat rechter op zitten om vooral niet weer in m'n wang geknepen te worden. Ook om ondanks m'n ziekte toch wat meer autoriteit te krijgen, al was 't maar de autoriteit van een neefje tegenover z'n 10-tallen jaren oudere tante.
'Maar ik ben de hele tijd moe.'
'Ja, dat ben ik ook als ik straks thuis kom. Maar morgen moet ik toch weer in m'n eigen huis aan de slag.'

De dokter kwam langs.
'Ah,' zei m'n tante terwijl ze de voordeur open deed, 'komt u voor dat schoolziek knaapje langs?'
Ze keerde zich om & riep richting 1e verdieping: 'An! Annie! De huisarts komt er voor zorgen dat je zoon morgen weer naar school kan.'

Ik moest gecheckt worden. Druk meten. Bloedafname in 't ziekenhuis. Een paar dagen later uitslag.

Dinsdag kwam m'n tante weer.
'Zit je nou nog steeds schooltelevisie te kijken?' riep ze quasi-verontwaardigd uit.
'Er is niets anders op tv,' antwoordde ik.
'Moet je dan niet naar school?'
'Nee,' zei ik triomfantelijk, want eindelijk gewonnen van m'n tante. 'Ik heb Pfeiffer. De dokter heeft gezegd dat ik de 1e weken absoluut niets mag doen.'
Ze keek me bezorgd aan.
'Dus ook geen afwas,' voegde ik er nog even snel aan toe.
Ik stond op om de tv op 't testbeeld van Ned 1 te zetten. De radio-uitzending van Hilversum 1 was leuker dan tv voor kinderen van 6.

Ik wikkelde me weer in een warme deken op de bank in Zijperspace.

sterven

Er is iemand overleden op FriendFeed. De social media-service die ik nog als enige nederlander gebruik.
Michael McKean.

Hij is zondag overleden.
't Ging vrij snel.

Ik zal 'm niet de hemel in prijzen. Wat zowiezo niet zo'n goede uitdrukking is in een situatie als deze.
Maar Michael was wel degene die als 1 van de weinige amerikanen reageerde op de muziek waar ik mee was opgegroeid.
Hij bleek van 'tzelfde te houden.

Dus ging ik ervan uit dat-ie ouder was.
Niet stukken ouder. Gewoon iets ouder.

Bijna iedereen is ouder in m'n belevingswereld. In ieder geval als ze er jonger dan 30 uitzien.
Dat lukt niet zo vaak.
Als ik in de spiegel kijk zie ik een oude kerel van 16. Ik blijf die kop verdomme eigenwijs vervormen.

Tuurlijk blijkt Michael, god hebbe zijn ziel (want stel je voor dat al die gelovige amerikaanse friendfeeders kunnen lezen wat ik hier nu opschrijf), helemaal niet zo oud te zijn.
Ik zag foto's in kleur.
In kleur!

Toen ik geboren werd & geleidelijk aan lichtelijk ouder, bestond kleur niet eens.
Als wel, dan toch zeker vervormd. Of anders waren die kleuren in de loop van de tijd door 't licht verschaald geraakt.

Nee, dit was puur zoals 't ooit plaatsgevonden had. Geen zwartwit nostalgie.
'77.
Weet je (zo spraken ze me normaliter aan in dat jaartal), toen luisterde ik naar een album van The Talking Heads met dezelfde titel.
't Was weliswaar een plaat van m'n 6 jaar oudere broer, maar ik heb die plaat gehoord toen Michael geboren werd.
Daar moet ik GVD bij zeggen.
GVD.

Dat is dus de gozer die meer wist van punkbands dan ik. Maar waarbij ik me er niet om negeerde, netzomin om m'n nl-taalgebruik bij tijd & wijle.
Nee, die jongen, want zo moet ik 'm nu dus eigenlijk gaan zien, bleef heel gewoon.
& Stierf.

Hij had wel een raar brilletje die niemand ooit zou dragen in Zijperspace.

sperti

Ik geloof dat een mens er heel vreemd uit gaat zien als-ie in z'n 1tje verkouden zit te zijn.
Niet alleen bij verkoudheid trouwens. Vast ook bij een gekneusd middenvoetsbeentje.
Maar ik ben me plots terdege bewust van 't op een kier staan van m'n mond. M'n bovenlip krult een beetje omhoog, m'n onderlip pruilt omlaag.
Pruilen, dat is wat-ie doet. 't Is niet eens een alternatief zoeken voor de zuurstoftoevoer nu de neus verstopt is, nee, 't is gewoon een zielig voor me uit zitten staren met als emotionele drager dat stomme gewillig aan m'n gemoedsstemming aanpassende onderlipje.

Goed, niet iedereen zal daar last van hebben, maar bij gebrek aan een levenspartner zie ik me gedwongen mezelf de hele tijd te vertellen hoe ik er eigenlijk voor sta. Al is 't op zo'n nonverbale manier als 't in zekere positie dwingen van 't 1 of ander lichaamsdeel.

Daarnet constateerde ik bovendien dat er behoorlijk donkerblauwe wallen onder m'n ogen waren ontstaan.
Dat hoort bij een verkoudheid, dacht ik onmiddellijk. Je gaat er een beetje van afzien, van zo'n grootscheepse aanval van ziekmakende bacterieën. 't Is nog geen makkie om de gehele dag te moeten niezen (een geweldsexplosie neigen m'n buren doorgaans te denken) & snuiten. Daar wordt een lichaam van gesloopt. Om 't over de directe schade aan 't lichaam veroorzaakt door die hordes ziektekiemen maar niet te hebben.

Sperti.
Dat zou de 1e keer hebben kunnen zijn dat ik Sperti zou hebben ingezet.
Ik heb 't vorige week nog aan een stelletje meisjes uitgelegd. Ze zaten gezellig aan een tafeltje te babbelen toen ik langskwam om de lege glazen op te halen. Ik reik naar een glas & ik hoor 1 van de dametjes giebelig klagen over 't ontstaan van wallen.
'Sperti,' zeg ik dus.
Ze keken me allen een beetje glazig aan. Terwijl ik dus in de veronderstelling was dat meisjes over 't algemeen wel op de hoogte waren van de wonderlijke werking van Sperti op de huid.
Ik zal de oorspronkelijke wijze van gebruiken van dit heilzaam medicijn buiten beschouwing laten, maar men mag gevoeglijk van me aannemen dat 't een voortreffelijk effect kan sorteren als men een stukje uitgerekte huid weer wat meer ineen wil laten krimpen.
Ik ben hiervan op de hoogte gesteld door vrouwen die 't bij 't vroege opstaan hun hele verschijning zagen opfleuren dankzij dit zalfje.

'Ja, Sperti,' zei ik dus nogmaals na enkele seconden stilte.
Waarna ik 't 5-tal in telegramstijl heb uiteengezet wat je ermee kon bereiken.

Ze waren verstomd. Zeiden om beurten 'Nou, dank je', waarna ik mij verder begaf voor 't verzamelen van lege glazen. Daar ben ik tenslotte voor aangenomen.

Ik zelf gebruik 't dus niet. Ik wil op deze dag van opperste treurnis mijn aangezicht in volle glorie op standje uitgeput in de spiegel zien staan. Liefst met m'n mond op apengapen. Iemand moet tenslotte medelijden met me hebben.

Bij gebrek aan toeschouwers in Zijperspace.

zakdoekjes

Ik heb een probleem met zakdoekjes. Niet per se in 't gebruik ervan, maar vooral bij aankoop.
Wat dat betreft zijn oudere mannen toch nog enigszins bevoordeeld, met de stoffen zakdoeken die moeder de vrouw elke dag weer schoon wast. Een generatie die heel moeilijk uit te roeien lijkt. Vroeger waren 't vooral vaders & opa's die daar gebruik van maakten, tegenwoordig zijn zakdoekenmannen nog steeds van hogere leeftijd, maar kom ik in jaren toch steeds dichterbij.

Die zakdoeken gebruik ik dus niet. Ik ben van de weggooi-generatie. Ik probeer me in dat weggooien zuinig & zorgvuldig te gedragen, maar met zakdoekjes (als ze van papier zijn heten ze 'zakdoekjes', vreemd genoeg), wordt in de verkoudheidsperiode menig afvalbak gevuld. 't Meest besmettelijke object in huis is momenteel waarschijnlijk de prullenmand die bij mij in de huiskamer staat.

Maar m'n moeder heeft me nooit uitgelegd hoe ik zakdoekjes moet kopen.
't Schijnt belangrijk te zijn dat je 1st leest wat er op de verpakking staat. Dochters krijgen dat soort zaken voorgekauwd, gedurende de opvoeding, heb ik nav ex-vriendinnen kunnen constateren, maar de mannen worden slechts mondjesmaat daarin onderricht.

Mijn moeder had met 6 zonen (men heeft altijd gedacht dat ze 't wel zwaar moet hebben gehad) nergens geen omkijken naar. Geen maandverband-instructies, geen hygiënische uitleg over onderbroekjes, geen wasvoorschriften voor maandelijkse stondes, laat staan enige begeleiding bij de 1e verkenningstochten omtrent 't aanbrengen van make-up.
Bij nader omzien kan ik wel constateren dat, ondanks de hoeveelheid zoons, m'n moeder een makkelijke taak toebedeeld had gekregen.

& Wij zoons lijden er onder. Nog altijd.
Ik koop bijv ook altijd 't verkeerde wc-papier. Slechts een enkele keer kan ik zeggen dat ik werkelijk ontspannen van 't toiletbezoek terugkeer.

Vrouwen lijken ook altijd veel eerder ingelicht te zijn over nieuwe innovaties mbt artikelen die in 't teken staan van 't lichamelijk gebruik. Ze krijgen naar alle waarschijnlijkheid van moeders met de paplepel ingegoten dat ze dagelijks de foldertjes in de bus door moeten nemen, om geheel voorbereid de warenhuizen te kunnen betreden. Men hoeft alleen al op een doordeweekse dag in de HEMA om zich heen te kijken om te beseffen dat vrouwen geheel voorbereid rond staan te snuffelen, ze hoeven slechts nog even 't juiste product bij de juiste voordelige actie zien te vinden, terwijl mannen hopeloos om zich heen kijkend op zoek zijn naar 't schap voor de mannenonderbroeken.
Wat tot gevolg heeft dat de onnozelaar bij 't vinden van 't juiste gangetje op de onderbroekenafdeling snel datgene naar zich toe trekt dat 't meest lijkt op 'tgeen hij nodig heeft, want stel je voor dat ook maar iemand door heeft dat-ie zich al 30 minuten in dit grootwarenhuis bevindt.

& Hoewel ik me zeer wel bewust ben van dit verschijnsel, me tijdens 't verblijf in dergelijke gelegenheden nonchalant & ondanks m'n onwetendheid toch recht op m'n doel af richting een willekeurig schap voortbeweeg, ondertussen zogenaamd de vrouwen bewonderend waar ik eigenlijk helemaal geen tijd voor zou moeten hebben wil ik binnen een redelijke tijd de winkel hebben verlaten, toch, elke keer weer, weet ik 't voor elkaar te krijgen om zakdoekjes te kopen waar een raar geurtje aan toegevoegd is. Zodat ik al moet niezen voordat ik 't papier volledig heb kunnen ontvouwen.

De spetters hangen aan de wand van Zijperspace.

conversatie VII

'Ik heb er altijd moeite mee gehad.'
'Waarom? Je ligt toch lekker tegen elkaar aan?'
'Ja, de 1e uren met elkaar is 't prachtig. Dan lijk je nooit pijn te kunnen lijden.'
'Pijn lijden? Ik heb nog nooit pijn geleden naast een vrouw in bed.'
'Oh, ik weet meerdere redenen op te noemen waarom je iets op kan lopen terwijl je met een vrouw in bed ligt. Ik had bijv korte tijd een vriendin die zelfs in 't donker door wilde gaan met meeëters van m'n neus te verwijderen.'
'Jij hebt altijd al extreme vriendinnen gehad.'
'Ja, ik zal 't wel op me af roepen. Maar om 't bij 't onderwerp te houden: ik hou 't gewoon niet vol, de hele tijd in dezelfde houding.'
'Oh, ik kan niet lang genoeg m'n vriendin vast blijven houden. 't Is heerlijk om te voelen dat alles precies voegt met elkaar.'
'Ja, daarom heb je ook al een relatie met haar die terugvoert tot de Middeleeuwen. Ik weet na 5 minuten al niet meer waar ik m'n arm moet houden.'
'Maar waarom dan?'
'Hè, heb jij dan werkelijk nooit ergens last van?'
'Ik zou niet weten waar ik last van zou moeten hebben.'
'Bijv dat als je lepeltjelepeltje met elkaar ligt je op een gegeven moment niet meer weet waar je rechterarm is. Niet omdat-ie ergens verstopt zit, maar omdat er geen bloed meer doorheen stroomt. Zo'n 1e nacht met een vrouw durf ik nooit m'n arm terug te vragen. Laat staan dat ik 'm vanonder haar nek zou willen weg trekken.'
'Als je dat weet van jezelf, dan zorg je toch dat je op een andere manier gaat liggen.'
'Heb ik ook geprobeerd. Gewoon dicht tegen haar aan gaan liggen met m'n arm níet onder haar lichaam door.'
'Dat bedoel ik.'
'Ik wist werkelijk niet meer waar ik m'n hand moest houden. Hij zat precies op de verkeerde plek. & Als ik 'm een klein beetje bewoog dan dacht zij uit dat stoten van m'n pols dat ik weer van voren af aan wilde beginnen met 't liefdesspel.'
'Huh?'
'Ja, ook een pols kan hard aanvoelen, als je begrijpt wat ik bedoel.'
'Ik bedoel: Huh, dat is dan toch niet erg?'
'Op dat moment wel. We hadden alle gevoelige plekken op onze lichamen al ontdaan van 1 cm huid tijdens onze woeste 1e nacht samen.'
'Heeft je moeder je dan nooit verteld dat je voorzichtig moet zijn de 1e nacht met een nieuw vriendinnetje?'
'Jawel, maar die vriendinnetjes zijn nooit voorzichtig met mij.'
'Dus daarom heb je 't afgeschaft.'
'Nou ja, afgeschaft... 't Lijkt er meer op dat vrouwen gewoon aan m'n gezicht af kunnen lezen dat ik degene ben die pijn zal lijden.'

& 't Wordt allengs stiller in Zijperspace & omstreken.

meisje

Het zijn moe-dagen. Dat heb ik net geleerd. Moe-dagen.
1 Van m'n 2 werkgevers had dat moeten weten. Dan hoefde hij me niet uit te lachen.
Ach ja, 't zal wel als 'toe'-lachen worden uitgelegd als ik er nog 'ns over begin.

Ik zei 'm: 'Maar ik was elke dag misselijk toen ik niet mee ging met dat uitje.'
'Jajaja, da's waar,' gaf hij toen toe.
& Hij wuifde 't weg met z'n hand. Van: je hebt gelijk, misschien had ik dit niet moeten zeggen, maar 't was grappig bedoeld.
Een mens kan wuiven op zo'n manier. Taal is helemaal niet nodig.

Moe-dagen. Zou dat vertaald worden naar dagen die eigenlijk alleen maar voor vrouwen gelden? Moeders.

Ik ben nog 'ns naar de gastro-enteroloog geweest. Specialist in darmen & ontlasting.
Ik zal de details, die ik overigens niet heb meegemaakt, weglaten.
'Spastische darmen,' concludeerde die specialist zo'n 15 jaar geleden.
Toen bestond de ziekte van Graves blijkbaar nog niet. Toen functioneerden schildklieren nog niet te snel.
'Vrouwenziekte,' voegde hij er aan toe.
Dus die moe-dagen passen er goed bij. Als ze op die ene manier worden vertaald.

Wanneer was ik nog meer een meisje? Toen ik als scholier als enige jongen tussen 15 meisjes m'n pauzes vierde? Toen ik met m'n vader-de-directeur zijn huishoudschool bezocht? Of als ik tegenwoordig gefascineerd naar die uitstulpende tieten in zomerhempjes zit te staren op jacht naar doorschijnendheid bij de minste geringste windvlaag?
Ik ben waarschijnlijk m'n leven lang al een vulgaire lesbiënne geweest.

Maar ik speelde m'n rol met verve & niemand nam 't me kwalijk in Zijperspace.

about

Voor 't 1st in m'n blogbestaan heb ik een about-pagina, zo'n pagina waarin doorgaans verteld wordt van wie 't weblog is & wat die persoon dan wel niet allemaal doet in z'n on- & offline leven.
Nou, daar moest ik ook maar 'ns vulling aan geven. Dus met een beetje schrijven & schrappen kwam ik tot 't onderstaande. Misschien nog altijd ietwat mager, maar de rest kan men vinden in de teksten zelf.
Hoewel die ook niet altijd op volledige waarheid berusten. U bent gewaarschuwd.

Zo, ik ben dus Ton. De enige inwoner van Zijperspace.
Een zelfverkozen eenzaamheid overigens. Ik heb daar best lol in. Ik & mezelf zijn goed op elkaar ingesteld.

Ik schrijf te veel. 't Wordt al sinds mensenheugenis van mij gezegd. Niet dat ik te veel teksten produceer, dat is 't niet. 't Is meer dat als ik iets schrijf 't vaak resulteert in ellenlang.
Mijn welgemeende excuses daarvoor.

Nu niet langer op deze about-pagina getreuzeld & gezwind die ellenlange verhalen van me lezen. Tijd is kostbaar weet ik inmiddels. Wat dat aangaat heb ik m'n leeftijd mee. Ik heb er in ieder geval inmiddels veel te kort van. Ik wil er dus niet de oorzaak van zijn dat de toevallige bezoeker dat ook gaat ondervinden & daardoor er niet aan toekomt dat te doen waar 't bezoek aan Zijperspace eigenlijk toe had moeten leiden: 't lezen van de wederwaardigheden over dat hele kleine universumpje ergens in een uithoek van dat o zo grote Cyberspace.

Gegroet!

Vanuit Zijperspace natuurlijk.

herinnering

Zit ik weer 'ns midden in een boek van een man die zijn leeftijd mee heeft. De leeftijd dat alle jeugdherinneringen als vanzelf weer op komen borrelen.
Sommige mensen schijnen daar last van te hebben. Ik verlang er al jaren naar.

Ik moet geen Parkinson krijgen, zoals m'n vader. Dat zou funest zijn voor mij. Pa was gefascineerd door de beestjes die hij voorbij zag komen dankzij de medicijnen die de ziekte moesten bestrijden. Af & toe hoorde hij ook stemmen uit de muur komen, maar niets kon 'm ongerust maken.
Ik zou horendol worden. Dat heb ik me nu alvast voorgenomen.
Kroop er zogenaamd een beestje over z'n magere arm. Zei hij heel aangedaan: 'Hé, kijk nou.'
& Met z'n ogen volgde hij waar 't dier blijkbaar dankzij de verkeerde werking van enkele neuronen in z'n hersenpan naartoe kroop.
Ik zou dat niet-bestaande kreng allang vermorzeld hebben met duim & wijsvinger. & Dan nog even op de vloer met m'n hakken definitief platstampen.

Als ik bij m'n broer langs ben, we drinken een biertje in een café & kijken naar de mensen die buiten voorbij komen, moet m'n broer me altijd melden wie die mensen toch zijn die er inmiddels 20 jaar ouder uitzien.
Jaja, ok, zet ik m'n beste beentje dan voor.
'Maar waar was die gozer dan van?' vraag ik toch nog even.
"Nah, weet je dat niet meer? Je speelde altijd met hem.'
Terwijl ik dacht dat ik buiten m'n broers niemand om mee te spelen had.

Ik ben een tijdje gek geweest.
Dat zei ik van de week maar tegen een meisje dat me vroeg of ik uit Den Helder kwam. Ze had me daarna gevraagd of ik al die tijd sinds school al in Amsterdam gewoon had.
Nee dus.
Niet dat zij uit Den Helder kwam. Haar vriend.
Ze wees haar vriend aan. Die ik natuurlijk niet herkende.
Heeft bij je broer in de klas gezeten of zoiets, vertelde ze.
Ik keek nog een keer, maar dat had ik net zo goed kunnen laten.
Was ik even blij dat ik al verteld had dat ik een tijd gek geweest was. 't Verklaart nl ontzettend veel. Vind ik zelf dan.

Ik heb 't m'n broer proberen uit te leggen.
'Ik ben gek geweest.'
'Ja?'
'Nou, dat kost verschrikkelijk veel energie.'
'Ja, maar je hebt toch dezelfde dingen evengoed meegemaakt die ik heb meegemaakt?'
'Hm, ja. Maar onder die stress heb ik gewoon de beschikbare hersencellen niet gebruikt om alles op te slaan.'
'Ach man, je zoop gewoon te veel.'
'Ja, maar jij zoop altijd meer.'
'O ja, da's waar.'

Voorlopig hebben we 't gaatje niet gevonden in de lekke band van Zijperspace.

schoonheid

Schoonheid

2 Jaar latijn gehad. Speciaal voor dat 2e jaar ben ik blijven zitten. Maar toch gestruikeld.
Daar ging m'n toekomst als theoloog, gespecialiseerd in 't godendom van de oudheid.

't Leek me sterk dat een theoloog zich kon specialiseren in de religie van de oude grieken & romeinen, maar iemand moest de 1e zijn.
Nooit m'n ouders verteld overigens. Die moesten maar blijven geloven dat ik m'n interesse voor latijn wilde reserveren voor 't paterdom of iets dergelijks.

Naast me zat een jongen die net als ik alleen maar 10-en haalde. Hij deed dat 1e jaar latijn voor 't 1st. Ik mocht 't nog een keer overdoen.
M'n wraak op hem was dat ik er helemaal niets aan deed. Zodat ik langzaam van een gemiddelde keiharde 10 naar een zachte 7 afzakte.

Kwam laatst 't meisje dat de Week van de Klassieken had georganiseerd bij mij in de winkel.
'Hé, jij bent 't meisje van de Week van de Klassieken,' zei ik, maar dan anders.
'Hoe weet jij dat?' vroeg zij.
Ik vertelde dat ik zoveel mogelijk lezingen had bijgewoond. & Dat ik liefst nog meer van de activiteiten had bezocht.
'Grappig,' vond ze, 'dat een bierverkoper ook geïnteresseerd is in de klassieken.'
'Oh, maar ik wilde vroeger theoloog worden,' reageerde ik.
& Ik voelde me voor een kort moment erg sexy.

Maar daar lijken klassieke meisjes in Zijperspace niet zo gevoelig voor.

stuiteren

Misschien had ik dat filmpje niet moeten kijken. Nu zit ik me af te vragen of ik ooit wel heb meegemaakt wat blijkbaar iedereen ooit heeft beleefd.
Niet ook zomaar een herinnering. Als je iets dergelijks is overkomen, dan staat 't vast voor eeuwig in je geheugen gebrand. Of je moet (als man dan, hè; ik probeer dit even te schrijven zonder me te verplaatsen hoe vrouwen zich er onder zouden kunnen voelen)  't elke keer dat je in je leven een vrouw 't bed op trok op die manier hebben gedaan.

Ik verknal de romantiek ook meteen die aan 't plaatje is verbonden. Ik zie dat stel op 't bed terecht komen, stuiterend op & neer dankzij de vering van 't matras, & 't 1e wat mij te binnen schiet zijn de tanden die tegen elkaar aan ketsen.
Kijk, dat heb ik dan wel meegemaakt. Op zo'n manier zelfs dat ik even 5 minuten niet aan vrijen of zoenen wilde denken.
Of wat te denken van een wel heel onnauwkeurige actie van beider partijen, waarbij de tanden van de 1 't topje van de neus bij de ander toucheert. & Dan niet van dat zachte waar makkelijk overheen te komen valt, nee, meer van dat je 't gevoel hebt dat ze die tanden in je huid heeft achtergelaten en touché eindigt met een uitroepteken.

Ik zie dus dat stel in dat clipje op 't bed terecht komen, een korte shot van nog geen 1½ seconde, & ik krijg tijdens dat ene moment 't gevoel dat ik m'n leven alleen al voor deze scene opnieuw zou moeten doen.
Of mankeert er iets aan mijn geheugen?
't Komt me in die verlengde tel opeens voor de geest dat dergelijke liefdesuitingen in 't collectief geheugen staan opgeslagen. Vroeg in de jeugd moet dat ergens gebeuren, word je er deelgenoot van. Dan weet je onbewust bewust dat 't straks 't niet waard was als je niet 1 maal in je leven gezamenlijk hebt geboemst dankzij de vering van een bed.

& Dat boemsen, zoals ik dat nu maar even noem, dat hoeft voor de rest niet al te veel gevolgen hebben gehad. Het kan bij die omarming, 't stuiteren & een lieve kus zijn gebleven. Als 't maar heeft plaatsgevonden. Ooit.

Au, au, dat 'ooit' is als een dolksteek in m'n niet geleefde leven. Alsof ik hier even geestelijk harakiri zit te plegen, met als messcherp wapen m'n eigen toetsenbord.

Volgens mij is 't Jan Wolkers geweest die ik als schuldige moet aanwijzen. Van diep weggeborgen in m'n geheugen borrelt er tijdens 't typen een zwartwit foto op, van een man die zich van 't randje van 't bed op een vrouw laat vallen. Jaren 60.
Op 1 of andere manier koppelen enkele van mijn hersencellen dat beeld aan Jan Wolkers. Ik heb die man al nooit gemogen. Hij wist met zijn verhalen beelden op te roepen over seksuele escapades waar zeker 75 % van de bevolking nooit aan zou weten te voldoen.
Of anders was 't Jan Cremer. Ook een lul, wist ik als maagdelijke tiener al snel. Ja ja, in de jaren 60 wisten ze ons voor te spiegelen dat we seksueel waren bevrijd & in de jaren 80 moesten we die boeken daarover lezen van onze docenten nederlands. Een nieuwe generatie met een collectief complex was geboren.

Nou ja, ik maak er maar even collectief van. Dat zorgt er wellicht voor dat 't leed minder zwaar zal wegen op de weg die ik nog moet gaan.
Maar ben ik verdorie met 72 vrouwen naar bed geweest & ben ik onderweg vergeten ons gezamenlijk te laten stuiteren op 't matras.

Dat laatste, dat heet overcompensatie in Zijperspace.

crème

Zo onoverzichtelijk is de wereld niet. Het is alleen een beetje overdonderend wat er op je af kan komen als je probeert klein te denken.
Klein denken, is dat wel een uitdrukking? & Als wel, bestaat 't dan niet in een andere betekenis dan dat ik hier hanteer? Ach, laat ik 't dan maar ter plekke uitgevonden hebben.

Klein denken doe je om 't grote niet te hoeven zien. Dat is de hapklare uitleg. 't Is een manier om jezelf te beschermen tegen grote levensvraagstukken.
Dus kijk ik, om 't met dagelijkse voorbeelden te illustreren, niet naar de verkeersonveiligheid aan de voorkant van m'n huis & alles waar de straat waarin deze staat naartoe leidt, maar bestudeer ik liever de fles handencrème die mijn moeder ooit hier heeft achtergelaten.
Maar, & daar begon ik mee, dit kan ook behoorlijk uit de hand lopen. 't Vormt zelfs een groot probleem bij de associatief ingestelde mens.

Mijn moeder hielp me enkele dagen bij 't opknappen van dit huis, de maand voorafgaand aan 't moment dat ik er definitief introk. Op de kop af 10 jaar geleden.
Anderen waren haar al voorgegaan, m'n moeder kwam vooral langs tijdens de afwerking. Zodat ze kon boenen, poetsen & afstoffen. Zij was heer & meester in de keuken, specifiek: 't warme water.
Opmerkingen als: 'Ach Moe, dat komt later wel,' kaatste zij af met: 'Nee, nu ben ik er toch.'
& Ze had daar gelijk in. Ze was als altijd de meest praktisch ingestelde van de club.
Dus had ze ook handencrème meegenomen. Een grote tube van 1 gulden 50.
Ondanks de lage prijs mocht ik daar niets aan meebetalen.
Maar ja, ik vond 't dan ook onzin.
'& Als jij er dan niets om geeft, laat mij dat geld dan maar uitgeven aan die onzin. Anderen weten dat vast wel te waarderen.'
Waarop ze natuurlijk steun kreeg van alle vrouwen die me die dag hadden geholpen. Demonstratief smeerden ze, 't was aan 't eind van de werkdag, allemaal hun handen in, schraal getrokken van 't behang verwijderen, de plinten ontvetten, de kozijnen schuren.

't Is geen ramp om nav zo'n tube terug te denken aan de maand dat ik dit huis aan 't inrichten was, 't is alleen dat 't zoveel extra's met zich meesleurt.

M'n vader was er niet bij. Die was toen al behoorlijk aan 't parkinsonniseren. Hij had niet geweten wat-ie op deze lege plek zou moeten doen. Hij had m'n moeder constant gevraagd of ze niet beter naar huis konden gaan.
't Was 't 1e huis in de familie dat m'n vader niet eigenhandig van behang zou voorzien.

Ook niet erg, aan m'n vader denken. 't Is eerder van: hé, daar is-ie weer. Na 6 jaar dood komt-ie toch nog even de hoek om kijken.
Als 't daar maar bij bleef.

Die tube ligt al 10 jaar in datzelfde kastje, onder de wasbak in de keuken. Tussen m'n wanordelijk weggestopte medicijnen, pleisters & verbanden.
M'n buurman de fotograaf, had 1 maal 't prachtige idee om juist dat soort kastjes van binnen te fotograferen. Hij had alle kastjes al gehad. Van boven naar beneden was-ie bij mij als laatste aangekomen.
'Zo, prachtig,' zei hij. 'Voor dit soort kastjes doe ik 't dus.'
Ja, 't was dan ook 't spreekwoordelijke huishouden van Jan Steen onder de keukenkastjes. Voor buitenstaanders ongelooflijk dat ik daarin toch elke keer 't juiste doosje van levensbelang zijnde pillen uit weg zou weten te trekken.

Waarop de dood zijn intrede doet.
Eerder deed 't seksisme dat al, bij mijn vooronderstelling dat handencrème slechts gebruikt wordt door vrouwen. Bij mijn gedachtengang dat vrouwen blijkbaar gevoeliger zijn & 't niet gewend zijn oneffenheden tegen te komen op hun huid. Niet dat ik dergelijke gedachtengangen als waarheid beschouw, ze spelen slechts met me, terwijl ik weggetrokken wordt van 't oorspronkelijk onderwerp.

Maar dan de dood. Die zijn aandacht wil als ik aan dat kastje met medicijnen denk & hoe die zo wanordelijk goed gevuld is geraakt gedurende de tijd.
Waar zijn de doden, denk ik dan, & nemen ze 't me kwalijk dat ik er zo luchtig over doe? Zou Carel, als-ie maar enigszins de mogelijkheid had, mij op willen bellen, net als toentertijd, om mij even haarfijn uit te leggen dat ik geen recht heb om dit op te schrijven? Dat ik hem niet bezit?

Maar ondertussen. Ondertussen kriebelt 't in m'n neus van die 10 jaar oude handencrème, die ik toch maar gebruikt heb omdat 't koude weer 't noodzakelijk maakte.
't Heeft nog steeds 'tzelfde effect op me, Ma.
Ik word wee, ik wil niezen. & Ik wil denken aan vrouwen die hun hele lichaam insmeren met dat spul, waardoor ik ze niet meer aan wil raken, bang als ik ben dat ik m'n neus leegproest.

Zou die handencrème de reden zijn dat ik hier alleen zit in Zijperspace?

evolutie

Ik vraag me vaak af of m'n achterburen me zien staan. Of ze vanonder een gordijntje zitten kijken wat ik nu weer voor me uit zit te staren. Waarvoor & hoe lang.

Soms heb ik een woordenboek in m'n hand. Daar blader ik dan in, richting juiste woord.
Dan vraag ik me heel onnozel af of allochtonen een Dikke van Dale kunnen herkennen. Zouden ze er 3 naast elkaar moeten zien om te bedenken in welk standaardwerk ik sta te snuffelen?

Ach, ik ben niet zonder vooroordelen, maar als ik ze ga ontkennen wordt 't pas echt treurig. Ik zet er in ieder geval vraagtekens bij. Ben ik toch nog een beetje correct bezig.

Maar zo'n woordenboek is een uitzondering. Meestal ben ik opgestaan, druk bezig te doen of ik nadenk, zo druk zelfs dat ik zelf niet meer weet of ik echt wel tot gedachten kom, om voor 't raam te gaan staan & te bezien hoe de wereld in mijn 10 minuten afwezigheid is veranderd.
Ik snap niet dat ik er zelf elke keer weer in trap.

Dus wacht ik tot er een vogel voorbij gevlogen komt.
Hé, een pimpelmees, denk ik dan.
Waarop ik weer kan gaan zitten.

Soms loop ik echter terug naar 't kleine tafeltje, waar m'n bril bovenop m'n portemonnee ligt gestald. Of om m'n verrekijkertje voor 1 oog uit z'n zakje te halen. Ik wil ook nog wel eens tegen beter weten in m'n fototoestel erbij halen.
Ik ben bijna altijd te laat. Als niet, dan schrikken de vogels alsnog zich het apenzuur van mijn verschijning & zijn ze al snel gevlogen.

Niets gebeurd op aarde, moet ik dan concluderen, behalve dat m'n buren een verzetje hebben gehad.

Dat zal dan wel evolutie heten in Zijperspace.

nieuw

Op zoek naar achtergrond (III)
Er ontbreken wat tekentjes. Die zijn niet meegekomen met de verhuizing naar de nieuwe omgeving.

Ach ja, dat moet ik uitleggen, want eigenlijk is 't geen verhuizing. 't Is gewoon een nieuw jasje.
& Dat jasje, daar gingen tekens als ' niet doorheen.
Dus waar ik bijv 'm'n' in 't verleden geschreven heb, daar verschijnt nu 'mn'.

Ik heb voor heter vuren gestaan bij verhuizingen.
't 1e Jaar dat ik in Amsterdam kwam wonen verhuisde ik m'n hebben & houden 11 keer, in een tijdsbestek van minder dan een ½ jaar. Op de fiets.
U ziet, ik ben wel wat gewend.
1 Maal ben ik zelfs aangereden. Ik huilde achteraf omdat uit m'n verhuistas cassettes waren gevallen & voor eeuwig onafspeelbaar bleken te zijn.
't Zal wel dierbare muziek zijn geweest. Maar ik ben er in de loop van de tijd achter gekomen dat er ook zonder die dierbare muziek te leven viel.

Zo zal dat straks ook wel gaan met dat tekentje '.

Wat veel leuker is: er kan weer gereageerd worden.
Ik denk dat ik 5 jaar geleden de reactiefunctie uit m'n weblog heb gesloopt. Ik kreeg per dag 1000-en gevallen van commentspam binnen. Ik kon geen normale mail meer lezen. De server liep vast. M'n computer was continu bezig mail binnen te halen, waardoor andere programma's niet meer soepel wilden draaien.
Daarom.

Maar nu dus weer wel.

& Hoewel 't altijd zo geweest is dat er bijna geen hond reageerde op m'n teksten, op 1 of andere manier schijnt dat moeilijk te zijn, ik ben niet communicabel genoeg, of anders de posts die hier verschijnen, zou 't toch mooi zijn als iedereen eens ging vertellen wat men nou van m'n nieuwe omgeving vindt.
Schrijfjunkie heeft 't gemaakt. Na een biertje of wat.
Ik heb haar geadviseerd. Terwijl ik m'n eigen bier in de hand hield.

Die nieuwe omgeving, dat is de omgeving van Zijperspace, waar alles groen & geel schijnt.