gehaktbal

Toen ik voor de verzamelde familie een dansje deed was 't al fout. Zo klein als ik was had ik de zonde van aandacht vragen al ontdekt. Hoewel dat besef pas enkele jaren later tot me door zou dringen, op 't moment dat herinneringen zich gingen nestelen in m'n hoofd & die herinneringen werden gestimuleerd door de filmpjes die m'n vader van historische familiegebeurtenissen had gemaakt.

Er werd gezegd: 'Zuster Petra heeft ons gewaarschuwd dat niet alle ogen de hele tijd op Ton gericht moesten zijn. We moesten ervoor zorgen dat Carel ook voldoende aandacht zou krijgen.'
Zuster Petra was de enige oppas die alle 6 zonen van m'n ouders tegelijk aankon.

Dus werd ik me ervan bewust. Ik werd bewust.
't Werd tijd om intelligenter te worden, moet ik bij mezelf bedacht hebben. Nieuwe methodes. Inventiviteit. Moeilijker om doorheen te prikken.

Ik wilde, maar mocht geen aandacht.
Of praktischer gesteld, toegespitst op de concurrentiepositie die wij broers tegenover elkaar hadden: ik wilde, maar kreeg niet de grootste gehaktbal.
Ik wist dat 't een natuurlijk streven was, die gehaktbal, maar dat ik niet, of anders zelden, voldeed aan de criteria om er officieel recht op te hebben.
Een mens gaat zich dan afvragen waarom een moeder dan toch elke keer een gehaktbal er tussen stopt die net even groter in omvang is.

Ik heb ook wel eens in m'n blootje rondgelopen, dat dat me dus verweten werd.
Ik was ondertussen veel ouder. Men kan zeggen dat ik aan 't puberen was. Maar omdat ik me bevond tussen leeftijdsgenoten die zich in dezelfde fase bevonden, was er wat dat aangaat niet echt sprake van een probleem.
Dat nam niet weg dat men mij aandachttrekkerij verweet.
Ik heb dat maar zo gelaten. Zij wisten blijkbaar niet dat ik alleen nog maar ging zwemmen op een naaktstrand. Ik schaamde me dood als ik een zwembroek aan moest, waar al het materiaal duidelijk zichtbaar van werd.

Wat me wel schokte was die foto, van rond dezelfde tijd, waar Mirjam & ik op stonden. Door een diepe nacht waren wij omhuld. Feestelijk licht scheen onze gezichten tegemoet, waardoor onze uitdrukkingen duidelijk zichtbaar werden.
Ik moet niet zeggen dat die foto me schokte; 't ging er om dat iedereen hem mooi vond, onze uitstraling, onze zwartwitte harmonie, onze compositie tegenover elkaar, maar dat men over 't algemeen zei dat ik, wederom ik, altijd ik, een zielig gezicht van vragen om medelijden trok.

Aandacht maakt schuld.
Hoewel ze gelijk hadden. Ik verwijt die mensen niets. Ik stond daar immers naast een onbeantwoorde liefde. Mooi te zijn. 't Verhaal te vertellen van afgewezen worden.
Wat iedereen wist. Waardoor iedereen 't ook van m'n gezicht af kon lezen.

Ik denk dat ik daarom tegenwoordig schreeuw. Ik gooi gewoon m'n keel open. Er openlijk voor uitkomen, heet dat.
Ja, ik sta hier. & Niemand die er omheen kan.
DE BAR IS GESLOTEN!
Ik voel me nergens schuldig over.

Laat ze maar dorsten, zij allen buiten Zijperspace.

plaatjes

't Wordt tijd dat ik me aan een diepgaande zelfanalyse onderwerp.
Ik kan 't me tenslotte niet elk jaar laten overkomen. Dat ik er weer instink. Ik zou toch in staat moeten zijn mezelf ertegen te wapenen.
& Dan moet ik er geen vraagtekens bij zetten. Uitroeptekens!
Weg met die flauwekul. Wees 'ns sterk. Ze weten je te verleiden, maar je kan je er ook tegen wapenen.

Ik vraag me ook elke keer af waar de verleiding begint. Komt 't doordat ik weer 'ns iets gratis krijg? Is 't de vraag die ik me gesteld krijg op 't moment dat ik 't 't niet meer verwacht, zeker niet van kassières die doorgaans niet eens gedag terug zeggen? Is 't de fascinatie voor de verslaving, de verslaving aan verslaving?

& Om dan te moeten bekennen dat 't eigenlijk niet echt voor m'n kinderen is, dat moment dat ze me met die blik aankijken: maar je hebt helemaal geen kinderen die voetbalplaatjes zouden willen sparen, je koopt immers altijd 1-persoonsmaaltijden, & als je met de rest van de boodschappen bij moeder de vrouw zou aankomen, dan zou ze je duidelijk maken dat zoveel vlees in de uitverkoop van 35 % korting niet wenselijk is, dat 't allemaal niet meer in de vriezer past, & waarom altijd vlees, waarom altijd vlees & zoveel ook?
Ze zouden 't allemaal doorzien.

Neefjes. Te beweren dat ik neefjes hebt, dat helpt ook niet meer.
De grootste schande was toen ik naar de AH tegenover m'n werk ben gelopen omdat me ter ore was gekomen dat ze met de actie waren gestopt & de zakjes gratis aan 't weggeven waren.
Dat doen ze elk jaar. Voordat je de gelegenheid hebt alles bij elkaar te sparen, stoppen ze ermee. Gaan ze uitdelen. Want 't is zo leuk om die kinderen blij te maken.
1 Keer in 't jaar kan je gelukkige kassières zien. Dan heeft de AH-directie besloten dat de actie voorbij is & mag men de restanten voetbalplaatjes aan willekeurige verzamelaars weggeven. Bij voorkeur van jonge leeftijd.

Geluk. Dat zou zijn geweest als ik van de week in m'n stamkroeg m'n lang niet volledige verzameling bij me had gehad. Op 't moment dat er achter me moeder met 3 kinderen was gaan zitten.
Een uitpakfeest was 't geworden. Hele stapels aan voetplaatjeszakjes hadden ze mogen ontvangen.
Vast een hele goede vriend van moeder was eigenaar van een AH-filiaal. Een heel groot AH-filiaal.

Dat zou geluk zijn geweest.
Als ik me had omgekeerd op 't moment dat ze klaar waren met uitpakken & op volgorde leggen, als ik dan gezegd had, mijn stapeltje treurig omhoog in de hand, dat ik er nog een heleboel niet had, of ze wilden ruilen.

Maar dan hadden ze vast nee gezegd.
& Moeder had haar kinderen meegesleept om ergens anders ver weg van die oude man te gaan zitten.

Dan hadden ze me ook maar niet moeten storen op 't moment dat ik een boek las in Zijperspace.

rondje

Ik controleer of 't een perfecte cirkel vormt & lees dan weer snel verder. Zonder dat ik die veronderstelling in de gauwigheid van een vluchtige blik heb kunnen bevestigen.
Een licht schaamtegevoel speelt mee. Dat ik me met zo iets onzinnigs bezig houd als 't vormen van een cirkel. Een rondje, gevormd door m'n linkerduim & -wijsvinger.
Dat is de reden dat ik niet te lang mag kijken.

Maar omdat ik me die dwang heb opgelegd (vooral verder lezen, vooral niet meer naar links kijken waar die vingers nog steeds gekromd elkaar aanwijzen) word ik binnen niet al te lange tijd weer naar 't rondje van m'n vingers getrokken.
Ik kijk snel hoe groot 't is. Zou m'n oog er in passen? Als een verrekijker, weet je nog wel?
Ik leg verdomme zelfs m'n boek kort opzij om 't te checken. M'n 2 vingers schuiven voor m'n oog.
Jajaja, 't rondje is groter dan de algehele oogkas.
Pff.

Na die conclusie besluit ik me niet meer af te laten leiden van m'n boek.
Ik pak 'm weer beet. Probeer me weer te concentreren op 't verhaal. Zoek de laatste zin. Zet m'n armen & handen weer in de meest comfortabele houding. & Dek met m'n 2 duimen de pagina-nrs af.

Dat laatste probeer ik altijd zo lang mogelijk vol te houden. Om niet te zien hoe ver ik ben.
Ze zitten ook altijd in zo'n afleidend hoekje van de pagina's. Je ogen worden er als vanzelf naartoe getrokken.
't Is zoiets als een blinde vlek, net buiten 't bewuste beeld, maar afleidend duidelijk aanwezig schuift 't mee met de leesrichting.
Nee, 't schuift niet mee. Maar doordat 't in 't gezichtsveld steeds van positie verandert terwijl de pupillen hun positie aanpassen aan de leesrichting, lijken ook zij zich te verplaatsen.
Vingers er bovenop. Kijken wat de beste houding daarvoor is.

Maar weet ik eigenlijk wel hoe ver ik ben? Wanneer eindigt dit hoofdstuk? Hoeveel procent ligt achter de rug, hoeveel procent van 't totale aantal bladzijdes is er nog te gaan?
Dus: duimen omhoog om de pagina's ruim baan te geven. Of nee, slechts 1 duim. Dat moet genoeg zijn.
Pagina-nr toont zich.
Daar moet dan 8 van afgetrokken worden. Voor de bladzijden dat 't duurde voordat 't verhaal werkelijk aangevangen was.
Vervolgens naar de achterkant van 't boek. De laatste pagina met tekst. Heel voorzichtig. Er mag vooral geen letter gelezen worden van dat slotakkoord.

Alsof je met je handen op je oren keihard staat te schreeuwen om vooral niet te horen wat voor verschrikkelijks iemand anders aan 't vertellen is. De uitslag van een sportwedstrijd die je bij thuiskomst alsnog wil bekijken. Een vies verhaal met poep er in. Een verslag van hoe 't kwam dat iemand z'n nagel gescheurd had.

Dán weet ik 't.
& Bedenk ik me dat ik er niets aan heb.
Doorlezen. 't Boek moet uit. Snel. Of net iets minder snel.
Ik leg m'n benen weer goed. Zodat ze prettig liggen.
Ik pak 't boek met beide handen beet. M'n vingers in een rondje. Een cirkel zo men wil. Een cirkel net iets groter dan m'n oogkas.

Dat gaat straks nog een keer gemeten worden in Zijperspace.

geluk

666.
Dat moest ik zeggen als Bruce dingen deed die niet verantwoord waren. Als hij dus te veel gedronken had. Dat vooral.
Hij wilde wel 'ns in zo'n toestand in z'n auto stappen. Of op z'n motor. Stomdronken met z'n scooter wegscheuren vond-ie ook heel normaal.
Als-ie waggelend op z'n fiets plaatsnam & daarmee slingerend 't kruispunt overstak, liet ik 'm gaan. Dan keek ik maar even de andere kant op.

Hij had me ervan overtuigd dat-ie daar naar zou luisteren.
666.
't Getal van de duivel, zei hij. Dan weet ik wat er aan de hand is. De duivel is net zo rood als ik.
't Scheelde inderdaad niet veel. Z'n rode bos haar, z'n sproeten, z'n pokdalige neus, z'n rode kop als-ie weer te veel gezopen had.

Vreemd dat-ie met zijn verschijning alle vrouwen aankon. Vrouwen willen helemaal geen teder aftastende heer. Ze willen een overdonderende praatjesmaker, die heel doorprikbaar tijdelijk belangstelling voor hun lichaam heeft.
Je zag overduidelijk dat z'n blik aan 't lichaam van zo'n vrouw bleef plakken. Hij kon niet verhullen dat-ie daarmee alvast haar rondingen aan 't bevoelen was.
& Als 't 'm lukte een gesprek met zo'n slachtoffer aan te gaan, 't ging slechts zelden fout, dan leek 't alsof zijn bewegende handen zijn woorden kracht bijzetten, maar was-ie eigenlijk bezig steeds dichter bij 't begeerde object te komen daarmee.
Hij trok met z'n handen de straling uit hun lichaam. Stopte van steeds dichterbij zijn verlangen in hun huid. De vrouwen raakten er steeds meer van doordrongen. & Gingen uiteindelijk verder met hem op stap.

De volgende dag dronken ze dan vroeg in de middag bij mij nog een laatste biertje met elkaar.
Zij ging. Hij bleef.
& Ik zei aan 't eind van de middag 666 tegen Bruce.
Waar hij weer niet naar luisterde.

Ik nam wraak. Ik kwam 'm tegen in Haarlem. 10 Jaar later. In zijn toestand had-ie me waarschijnlijk niet willen tegenkomen.
Z'n jas stond bol van buik. Z'n pokdalige neus was gezwollen. Z'n vingers waren worsten geworden. Rood was nu alom aanwezig. Continu.

Hij bestelde cola aan de bar. Naast me. Ik kon niet om 'm heen. & Hij niet om mij.
Ja, hij had een belangrijke afspraak straks. & Ik?
Ik was met m'n broers op stap. Museumpje pikken.
Maar wat voor belangrijke afspraak dan, hier in Haarlem, wilde ik weten. Woonde hij hier dan?
Nee, nee, nee. Als ik 't voor me zou weten te houden. 't Was verschrikkelijk. Had-ie maar een barman zoals mij altijd bij zich gehad.
666, zei ik.
Ja, 666.
Alsof-ie daar ooit naar geluisterd had. Maar 't was dus uiteindelijk toch een keer fout gegaan?
Ik vroeg 't met een verwijtende glimlach, 'lekker puh' stond in m'n gezicht te lezen.
Ja. Met z'n dronken kop een klein kind aangereden met z'n motor. Als-ie geluk had kon hij straks bij de rechtbank een taakstraf regelen.

Ik durfde eigenlijk niet, maar zei 't toch, vlak voor ik terug bij m'n broers ging zitten.
Hoe zou iemand geluk kunnen hebben als-ie een klein kind aangereden had?
Ik tilde m'n 3 glazen bier op & liep bij 'm weg.

In de hoop 'm niet meer te treffen in Zijperspace.

post

€ 0,72 Cent zal ik extra moeten betalen. Daar durfde ik nog wel een envelop voor te openen. De begeleidende mededeling dat ik voortaan 'tzelfde bedrag van € 6,15 per maand moet gaan betalen was ook niet schokkend genoeg.
Dat wist ik van tevoren. 2 Jaar geleden had ik nog niet zo'n verwachtingspatroon van post van Waterned. Toen heeft 't me meer moeite gekost.

In de boekwinkel schreeuwde de man bij de kassa z'n woede uit. Hij kon de grote maatschappijen niet meer luchten of zien. Hoewel hij ze begreep.
'De banken willen gewoon van ons af!' sprak hij met emotionele uitroeptekens. 'Ze willen niet dat we gebruik van hun maken. Alles wat te klein is vinden ze eigenlijk niet interessant. Dat kost ze te veel.'
Je wil meteen verder weg duiken tussen de boekenkasten, maar tegenwoordig zijn boekenkasten in winkels niet hoger dan borsthoogte. Je kan je er niet meer achter verstoppen.
'Ik begrijp ze heel goed,' ging de man verder terwijl de kassamedewerkster zijn boek inpakte in cadeaupapier. 'Ik geef ze ook geen ongelijk. Maar ik word er zo moe van. Waarom mag de kleine consument geen gebruik meer maken van hun services? Waarom mogen ze niet meer langs komen op 't bankfiliaal? Alleen maar omdat 't altijd om te weinig geld gaat. Aan weinig geld verdienen ze niets.'
't Meisje tegenover hem reageerde geruststellend. Beamend & ja-knikkend.
'Ja, jij zal je er waarschijnlijk niet zo druk over maken. Maar ik vind 't zo zonde dat die grote bedrijven de gewone mensen niet meer willen zien staan. Ze gaan de brievenbussen afschaffen! Ze willen er van af! Dan ben je toch helemaal je persoonlijke contact met 't postbedrijf kwijt?'

Willen ze de brievenbussen afschaffen?
Ik bleef er de rest van de dag aan denken.
Nooit meer gevaarlijke enveloppen meer op de deurmat. Nooit meer de angst dat ik iets niet meer kon betalen. Nooit meer slecht nieuws.

Naast me ligt een stapeltje. Ongeopend.
Merendeels rekeningen.
Ze mogen nog niet open. Als ik dat doe, zal ik ook online moeten gaan bankieren. Zal ik m'n eigen geheimen moeten blootleggen.
Voor mezelf weliswaar. Maar er is niemand die zo kritisch meekijkt als ikzelf.
Er bestaat een dag in de maand, in elke maand. De meest geschikte dag. Meestal de allerlaatste dag.

Schaf ajb die brievenbus af. Dan kan ik ook stoppen met die allerallerlaatste dag.

Laat ons anoniem voortleven in Zijperspace.

nu

't Is niet dat ik er een regelmatige gewoonte van maak, maar soms dwaal ik door m'n geheugen op zoek naar een overzichtelijke samenvatting. Ik probeer een inhoudsopgave te vinden, met redelijk betrouwbare hoofdstuktitels.

Ik doe 't niet met opzet. Vaak word ik er toe aangezet doordat een bepaald object me aan iets herinnert.
Als ik in de keuken sta, hoe de schuimspaan me verwijst naar de wijze waarop 't keukenmateriaal in m'n ouderlijk huis hing. De schuimspaan, de soeplepel, 't pannenkoeksmes, de vleesvork en een lange opscheplepel, gezamenlijk aan een rekje.

Ik weet niet wat ik er mee opschiet als m'n gedachten van bijv dat rekje schiet naar 't gasfornuis, de soeppan, richting aanrecht om vervolgens bij m'n moeder aan te komen die met ovenhandschoenen op 't punt staat een cake de hitte in te schuiven.
't Biedt zich zo onoverzichtelijk aan. Er lijkt zich een gat in m'n aandacht voor 't nu aan te dienen & de dingen van toen denken dat wel even te mogen opvullen. In wanordelijke haast springen ze er met z'n allen bovenop.
't Had ipv de schuimspaan bijv net zo goed de kleur verf van de kozijnen kunnen zijn. Dan had ik een reis naar 't huis van de ouders van m'n toenmalige vriendin gemaakt & de kleurindeling aldaar opnieuw bewonderd. Om vervolgens avonturen te herbeleven van korte wandelingen door de laan in dat ½ vergeten dorpje.

't Is zo incompleet.
Ik word bevangen door een sensatie iets opnieuw mee te maken, maar mis de details. De geur is er, maar proeven mag ik niets. Ik hoor iemand praten, maar zinnen worden niet gevormd.
M'n fantasie moet 't grootste deel van 't werk doen om 't toch nog iets te laten lijken.

& Dan: wat heeft 't 1 met 't andere te maken? Waar ben ik de verkeerde afslag ingegaan? Was er wel een afslag? Was 't niet een vanzelfsprekend rechtdoor lopende weg? Kan ik van de beschikbare gegevens een soepel lopend verhaal breien?
Niet voor hier per se. Gewoon om mezelf een verklaring te geven. Dat 1 + 1 resulteert in 2. Ik wil de waardes van die beide 1-en zien.

Dus kijk ik terug naar die schuimspaan, naar 't rekje met keukengereedschap, naar m'n moeder met ovenhandschoenen die een nog te bakken cake vasthouden, & dan wil ik weten waarom niemand iets zegt, ik haar alleen door haar knieën zie gaan, de bak vooruit zie schuiven, de klok zie instellen & 't huis zich langzaam, 't moet een ½ uur geduurd hebben voordat je 't kon opmerken, vult met de cake van vrijdagmiddag.
Waar zijn de vrijdagmiddagen veranderd van geur & veiligheid & hoe lang gaat 't duren voordat ik die leemtes in m'n geheugen weer gevuld heb met 't spel dat we de rest van de middag speelden?

't Is niet belangrijk, maar dan lijkt 't me tenminste weer logisch te ervaren dat ik hier ben. Nu.

Niet zo ver weg gelegen van toen in Zijperspace.

plop

Vroeger had ik altijd een flesopener bij me.
Maar dat was vroeger.

Er is eigenlijk niet veel veranderd, denk ik bij mezelf als ik me dat realiseer. Ik ben wat ouder geworden. Wat trager.
Hoewel buitenstaanders dat anders zullen omschrijven. Ze zien geen noemenswaardige verandering.
Maar zij zitten niet 24 uur per dag in mijn vel.

Is die flesopener dan zó belangwekkend dat ik dit moet opmerken?
Ik kan, al zittend in de trein, dat flesje bier niet open trekken. In ieder geval niet op een eenvoudige manier.
Ik kijk om me heen. Op zoek naar iets wat uitsteekt. Ik ga in gedachten alles na wat ik bij me heb gestoken. & Kom uiteindelijk niet verder dan m'n sleutelbos.
Grappig, daar hing vroeger m'n flesopener aan.
Wat was de reden om die er af te halen?

M'n broer gebruikte altijd z'n sleutel. Dat moet iets van een sleutel voor een schuurdeur zijn geweest. Stevig. Langwerpig.
Maar aan alleen een sleutel heb je niet genoeg. Je hebt ook de truc nodig. Je moet 't in je vingers hebben.
Net als ploppen met een aansteker. Als je de truc niet door hebt, dan heb je even later ook geen aansteker meer.
In periodes dat onze ouders op vakantie waren speelden we vaak wedstrijdje wie 't verst zijn bierdop kon ploppen. Altijd dezelfde broer won. Tot aan de achterkant van de huiskamer.

Die wedstrijden doen we niet meer. & Ik zie zelden dat m'n andere broer zijn schuurdeursleutel te voorschijn haalt. Ik heb m'n flesopener van m'n sleutelbos verwijderd.

Nu zit ik in de trein & 't enige scherpe, stevige gereedschap dat ik tot m'n beschikking heb is mijn sleutelbos.
Ik probeer 't op de aansteker-plop-methode.
Als 't gaatje van 1 van de sleutels een klein bloedend plekje heeft veroorzaakt besluit ik dat 't tijd is voor een andere manier.
Ik kijk snel om me heen om te zien of andere treinreizigers me niet in de gaten houden.

Pulken. Misschien is dat de oplossing.
1 Van die kartelige uiteindes van de sleutels kan aan die puntige uitstulpjes van de dop pulken. Uitsteeksel voor uitsteeksel zal daartoe moeten worden afgewerkt.
Bij de 1e begint 't bier al te sissen dat 't naar buiten wil. Bij de 2e schiet de sleutel uit & snijdt 't een snee in m'n wijsvinger. Ik probeer 't door likken te stelpen.
Bij nr 12 is-ie open. Heeft zo'n kroonkurk zoveel uitsteeksels?

Ik neem een slok & vraag me wederom af waarom vroeger vroeger was.

Bier & bloed mengen zich in Zijperspace.

bcc

Beste allemaal & beste Jeroen in 't bijzonder:

Ik wil geen mail ontvangen van mensen die oorspronkelijk mijn e-mailadres niet wisten. Niet omdat ik me bedreigd voel, niet omdat ik die personen niet aardig zou vinden, maar gewoon omdat ik zelf wil bepalen wie mijn adres zou moeten krijgen.
Geloof me: 't zijn er heel veel die 't wel weten. Maar ik heb ze (bijna) allemaal zelf uitgekozen.

& Dat is nou juist waar 't wat mij betreft om gaat mbt de ontwikkelingen die 't internetgebruik de komende tijd in gaat houden. Ik zal er geen lang verhaal over afsteken, maar er kort & bondig iets over willen vertellen. Jullie allemaal bij wijze van spreken vol willen spammen, spammen, spammen, spammen (hoe vaak moet ik dat woord gebruiken om bepaalde mensen ervan te doordringen dat dát is wat er met mij gedaan wordt als ik ongevraagde mail ontvang?) met de redenen waarom ik er niet van gediend ben.

Ik ben behoorlijk aanwezig op internet. Er zijn, heel onbescheiden beweerd, slechts enkelen onder jullie die meer aanwezig zijn op internet dan ik.
Ik ontvang op mijn diverse mailadressen dan ook minstens 200-500 ongevraagde mailtjes per dag.
Gelukkig heeft m'n internetprovider een goede spamfilter, die ik elke dag intelligenter probeer te maken door aan te geven wat volgens mij spam is, & gelukkig heb ik op m'n eigen comp ook behoorlijk wat beveiliging ingebouwd, zodat ik niet al te veel last er van heb.

Maar juist omdat ik gedurende m'n jarenlange nadrukkelijke verblijf op internet er achter ben gekomen dat je niet altijd zelf de keuze kan maken, dat anderen heel gemakkelijk de keuze voor jóu proberen te maken over van wie je berichten ontvangt & wie jou zou mogen benaderen, ben ik voorzichtig geworden. Wil ik ook niet meer gestoord worden. Wil ik niet dat iemand mij zomaar onbezoldigd & totaal ongeïnteresseerd over wie aan de andere kant van de lijn hangt een mail stuurt.

Ik zit hier.
Ik heb m'n comp 24 uur per dag aan staan. 7 Dagen per week.
Dat is mijn eigen keus.
Dat lijkt extreem, maar 't duurt niet lang meer & dan doet iedereen dat.

Neem daarom van mij aan dat 't straks ook voor jullie niet leuk is om mail te ontvangen van mensen die je niet persoonlijk hebt benaderd. Dat je te pas & te onpas gestoord kan worden in je eigen communicatie, je eigen communicatie met de rest van de wereld.
Jouw eigen wereld moet jouw eigen wereld kunnen blijven. Zonder onverkozen inmenging van anderen.

Mijn wereld heet Zijperspace, heel persoonlijk, heel eigen, alleen ik ben de heerser & de enige bewoner tegelijk.
Je mag daar alles over lezen op zijperspace.nl. Je mag me via 't contactformulier op dat weblog zelfs rechttoe rechtaan benaderen. Daarnaast is er een mogelijkheid ingebouwd om je mening over m'n zeer intieme zielenroerselen te uiten, op elke afzonderlijke post.

Maar daar stopt 't. Verder wil ik gewoon niet. Ik wil geen massa-mailtjes, tenzij via BCC verstuurd.

Schroom vooral niet hierop te reageren, 'tzij via 't reactieformulier op m'n weblog, 'tzij via een direct respons op dit mailtje.
Om te voorkomen dat dit ook weer uit de hand loopt heb ik alle mensen voor 't gemak maar bij voorbaat BCC gezet.

Zoals 't hoort in Zijperspace.

gum

Op de kleuterschool hebben ze me wijs gemaakt dat ik verschrikkelijk goed kon tekenen.
'Je bent de beste tekenaar van de klas,' complimenteerde jufrouw Janneke mij heel onpedagogisch.
Maar ze had 't in ieder geval voor elkaar dat ik niet meer om m'n moeder zat te janken.

Een oom wist me al snel uit de droom te helpen. De meegebrachte tekeningen, die ik, om extra snoep te kunnen bemachtigen als beloning voor onvermoede talenten, naar m'n Oma had meegenomen, werden vakkundig de grond in geboord door me te wijzen op scheef staande schoorstenen.
Hij liet me weliswaar zien hoe een normale schoorsteen recht omhoog vanuit 't dak de hemel in wees, tegelijkertijd maakte hij me duidelijk dat armen & benen van mensen iets dikker waren dan mijn 2-dimensionale streepjes, maar 't zorgde er alleen maar voor dat ik zonder een vrije val afremmende parachute verpletterend hard met beide benen op de werkelijke aarde terecht kwam.

Ik kon niet tekenen. Vanaf dat moment was ik er net zo hard van overtuigd als al de leraren & docenten die mij zouden begeleiden richting wasdom.
Vooral de 'creatieve' docenten waren die mening toegedaan.
't Grapje van m'n moeder, dat oorspronkelijk diende om mensen op de hoogte te stellen van mijn onvermogen te vinden wat gezocht moest worden, dat ik naast 2 linkerhanden ook behept was met 2 linkerogen nam ik over om in 't begin van elk nieuw schooljaar deze docenten vooral snel van de illussie te ontdoen dat ze met mij ook maar iets zouden kunnen bereiken. Er viel bij mij geen talent te ontdekken, zoveel moest vooral duidelijk zijn. Elke door mij ingeleverde tekening moesten ze op zich maar beschouwen als een prestatie van formaat. Al stonden er slechts 2 lijntjes op 't papier. Meer eer viel er voor de tekenleraar niet bij mij te halen.

Dus probeerde ik op gegeven moment, uit pure balorigheid, m'n hulpmiddelen in beeld te brengen. De inktpot, waar ik mijn inktpen in moest dopen, & 't gummetje waar ik m'n foute potloodstreken mee kon verwijderen.
2 Verschillende opdrachten in 2 opeenvolgende weken. Materiaalkennis, noemde de tekenleraar dat.
'Maak een tekening met inkt,' was opdracht 1.
'Maak een tekening met potlood,' was opdracht 2.
Ik wilde mezelf niet te veel vermoeien, in de wetenschap dat ik toch zou falen & ging niet op zoek naar een onderwerp. Ik nam 'tgeen dat voor me stond.

Week 1 heeft-ie me nog aangemoedigd.
'Je doet 't goed,' zei heer Halsema over m'n schouder meekijkend. 'Zorg dat 't goed droogt. & Denk om de schaduw.'
Dat was nou juist waar 't mij om ging. De schaduw. Hoe kon je nou schaduw weergeven als alles al net zo zwart was als dat de schaduw uiteindelijk zou zijn, dankzij de inkt?
Ik knikte & kraste nog een stukje gebrek aan licht op 't papier.

Maar de week erna was heer Halsema blijkbaar in een andere bui.
Bij de 1e ronde die hij over de schouders van alle leerlingen maakte zei hij nog vriendelijk tegen mij: 'Als je tevreden bent, kan je 't straks gaan fixeren.'
Een woord waar ik nog nooit van gehoord had.

Bij de 2e ronde was ik zo goed als klaar. Ik had 't idee dat ik een gum had getekend. Dat 't best herkenbaar was.
Dit was de gum die 't verleden weg zou vagen. Iedereen kon zien dat er nooit meer zoiets onuitwisbaars gemaakt kon worden als mijn gum.
Zelfs de schaduwen klopten. Als je 'm naast m'n daadwerkelijke gum vlak voor me zou leggen, was er geen ontkennen aan. Tenzij je te lang zou wachten & 't klaslokaal in duister gehuld zou zijn.

'Goed,' schreeuwde Halsema over mijn schouder, 'ga jij maar naar de conrector.'
Ik keek om, in de veronderstelling dat-ie weer 'ns een pratende leerling aan 't uitfoeteren was, om te constateren dat-ie zijn woorden in mijn nek zat te spugen.
'Als je niet kan tekenen, dan moet je daar ook voor uitkomen,' ging Halsema verder, '& je niet schijnheilig laten helpen door klasgenoten die wel dat talent bezitten.'

't Enige wat telt is wat je niet kan in Zijperspace.

maat

Tijd moet ook af te meten zijn als een lineaal. Of op een lineaal.
Niet alles duurt een kwartier.

Op de lagere school kreeg iedereen een houten lineaal van 30 cm. 't Gereedschap voor de rest van je schooltijd.
Ik geloof niet dat we ooit nog een andere kregen. Je moest zelf maar een nieuwe aanschaffen als je 'm zodanig beschadigd had dat er geen rechte lijn meer mee te trekken was.
Dat beschadigen gebeurde nog wel 'ns een keertje. Je lineaal was tenslotte ook je wapen.
't Klassenhuftertje Hans gebruikte 'm in ieder geval veelvuldig met dat doel. Als je hem tegenkwam moest je zorgen dat je met je kont vooruit liep. Is best moeilijk, er voor te zorgen dat je billen 't moeilijkst bereikbaar onderdeel is van je lichaam.

Onze wraak op Hans was dat hij slechts zelden een voldoende voor rekenen & tekenen kreeg. Hij kon vanwege de happen in z'n lineaal & 't kleine kapitaal van z'n ouders geen rechte lijnen meer trekken.
Waardoor hij 't korte latje nog vaker voor andere doeleinden ging gebruiken.

Die lineaal is de maat der dingen geworden.
Vraag me hoe lang 30 cm is & ik leg m'n 2 vingers op precies de juist afstand van elkaar. Bij 10 cm deel ik die ruimte door 3-en.

Kinderen die niet begrepen dat alles in de wereld met die maat aan te duiden viel, werden niet m'n vriendjes. Daar keek ik op neer. Naast de inktpot & de inktpen was de lineaal tenslotte 't meest gebruikte instrument in 't klaslokaal. & Dan zou je niet eens weten wat z'n omvang was zogauw je 'm niet meer in je handen had.

Maar in tijd heb ik een vergissing gemaakt.
Ergens onderweg heb ik van 15 minuten de standaard gemaakt. Geen 5 minuten of 10 minuten. Noch een uur.
Nee, iets duurt 15 minuten in m'n hoofd. Of een veelvoud ervan.

Ik ben bang dat 't een ernstige hersenafwijking is. Zoals ik de maat van de lineaal door 3-en kan delen, dat lukt me op 1 of andere manier niet met de eenheid van 15 minuten.

Als ik naar m'n werk moet, duurt 't tochtje op de fiets een kwartier.
Maakt niet uit of m'n werk in 't verre hartje Centrum ligt of hier om de hoek in Oost. Of ik me in 't kleine oppervlak van Den Helder bevind of in de uitgestrektheid van Amsterdam.

De enige soepelheid die ik mezelf toesta bij 't meten van de tijdsafstand is 't een plusje of een minnetje te geven.
Naar 't Centrum duurt een beetje meer dan 15 minuten, een tochtje dat beperkt blijft tot Oost een beetje minder dan 15 minuten.
Er valt echter niet mee te plannen met deze hersenziekte. Ik ben altijd te vroeg, waar ik ook kom.
& Als ik dan besloten heb om de tijd te verdoen door uiteindelijk m'n boek te openen, is 't te laat, want daar komt m'n afspraak plots toch nog op tijd aan. Maar m'n thee is al op.
'Jij ook nog wat te drinken?' vraagt men mij dan.
'Nee, dank je,' moet ik dan weer antwoorden. 'Ik heb al te veel thee gedronken voor vandaag.'

Dus schakelen we dan maar weer over op bier in Zijperspace.

chip

Ik stel 't uit, om vooral geen moeilijke situaties tegen te komen.
't Doet me opeens realiseren dat schaamte & verlegenheid de boventoon voeren in m'n motivaties mensen aan te spreken. & De drang m'n tijd zo efficiënt mogelijk in te delen.
't Voert een strijd daarbinnnen.

Dus besluit ik toch maar de fiets te nemen. Dat bespaart ook weer geld.
Ik plan de route nu al, dágen van tevoren. In gedachte herhaal ik eerder betreden fietspaden die ik zal gaan volgen. Ik zoek 't fietsenrek waar ik moet gaan parkeren. Ik besluit hoe laat ik op zal moeten staan, of ik daarbij rekening moet houden met ontbijten of dat ik 't op de plaats van bestemming zal doen.

Ik heb 't wel geprobeerd, hoor. 1 Middag heb ik besteed aan 't aanvragen van een OV-chipkaart. Of 't zal 1 uur zijn geweest.
De middag stond er in ieder geval van in 't teken.
Ik heb de gebruiksaanwijzing doorgenomen. Daarbij te rade gegaan op meerdere sites.
Ik heb gedaan of ik 't allemaal begrepen had. Toen besloten dat 't tijd was.
Er zou een 'persoonlijke' OV-chipkaart komen.

Wat grappig, dacht ik, je mag je eigen pasfoto blijkbaar maken.
In de badkamer, voor de spiegel, mezelf op de korrel genomen. Met die spiegel kan je tenminste zien of je goed mikt.
10 Foto's, toestel aansluiten op de computer & kijken of de resultaten voldoen.
Eindelijk de bevestiging dat je er zo oud ziet als je bent. 't Blauw onder m'n ogen schijnt feller dan dat rond m'n pupillen.
M'n wangen pafferig. 't Buikje correspondeert toch met andere onderdelen van m'n lichaam.

De douche blijkt niet de juiste omgeving. 't Licht bevalt niet. De manier waarop de schaduw valt ook niet.
Ik ga in de kamer staan, op een plek waar 't buitenlicht nog reikt.
Niet dat ik er gezonder & jonger van uit ga zien, maar de blik oogt wat ontspannender.

't Resultaat wordt niet geaccepteerd door de site. Ook niet als ik 't bestandsformaat verander. Ook niet als ik 't formaat verklein. Ook niet als ik de handleiding zorgvuldig opnieuw bestudeer.

Blijk ik al een chipkaart voor 't openbaar vervoer te hebben. De NS heeft me die verstrekt.
De voordeelurenkaart kan als zodanig gebruikt worden.
Die hoef je alleen nog maar op te laden.

Dan word ik verlegen. Dan ga ik me schamen.
Ik ben nog niet in de situatie terecht gekomen dat 't daadwerkelijk aan de hand is, maar ik ga 't me alvast voorstellen.
Ik moet straks bij iemand langs om te vragen hoe 't moet. Of ik moet voor een machine staan & doen alsof ik 't wel weet. Terwijl er 10-tallen mensen in de rij staan om 'tzelfde apparaat te gebruiken sta ik daar te klunsen.

Ik ga dus op de fiets.
8,7 Km.
Lopend zou je er 1 uur & 49 minuten over doen.
Met de fiets betekent dat voor mij een ½ uur.
Misschien wel sneller dan 't openbaar vervoer.

Ik moet alleen nog een list verzinnen hoe ik zo snel mogelijk gestopt ben met zweten als ik daar gearriveerd ben.

Maar da's een alledaags probleem in Zijperspace.

straat

Ik heb het idee dat mensen me al nakijken.
Ik kijk immers zelf ook vaak genoeg naar anderen als zij niet doorhebben dat er een blik op ze gevestigd is. Ik kan het dus sowieso niet uitsluiten.
‘Daar heb je ‘m,’ stoten ze elkaar aan op de 3e etage, ‘hij springt net op de fiets.’

Terwijl ik het toch best huichelachtig stiekem doe. Ik verberg mijn hand achter m’n jas of, bij warmer weer, m’n shirt. Een beetje plukkend, zodat het lijkt alsof ik mijn kleren aan het ordenen ben.
Dat is eigenlijk ook precies wat ik aan het doen ben, maar mensen leggen dat soort manoeuvres nou eenmaal op zo’n manier uit dat men kan spreken van de hoogste lol-factor.

Ik weet ook niet hoe het komt. De gulp is door mij al eens aan een grondige analyse onderworpen.
Zeg ik ‘gulp’?
Ik bedoel ‘gulpen’.

Ik draag tegenwoordig alleen nog maar 1 soort broek. Elke keer als ik weer genoeg geld had ben ik opnieuw eentje gaan kopen. Zelfde winkel, zelfde prijs. Gewoontedier. Stel dat ze uit de handel zouden verdwijnen, was m’n motivatie. En iets wat bevalt moet je koesteren.
Dus tot het einde der dagen draag ik dezelfde broek. Tenzij de motten sneller handelen dan ik kan dragen.

Gulpen dus. Ik heb ze gecontroleerd. Meermaals ermee op en neer bewogen. Ook de broek vlak er boven vastgepakt en geprobeerd de gulp open te krijgen door beide pijpen uit elkaar te trekken.

Mijn moeder zei altijd dat je een stroeve gulp in moest smeren met kaarsvet, maar wat te doen als het juist te soepel loopt?

Dat herinnert me ook aan het voorval dat mijn moeder me een nieuwe broek aan het aanmeten was. Zelfbereid.
Ik moest op de tafel naast de naaimachine staan en mijn moeder zette, haar mond gevuld met naalden, de puntjes op de spreekwoordelijke ‘i’.
‘Blijf nou heel even stil staan,’ zal ze ook wel gezegd hebben. ‘Het duurt maar kort.’
Je kon haar amper verstaan, want ze durfde door de naalden haar lippen niet van elkaar te halen.
Toen ze bij mijn middel was en de boel ook daar strak wilde trekken, is m’n velletje vast blijven zitten. Bij de gulp, ja.
‘Sta dan ook stil,’ verweet m’n moeder me.
Ik was nog maar een jochie en had nog niet geleerd wat stilstaan was.

Daar bedoel ik overigens niet mee te zeggen dat ik angst heb gekregen voor een dichte gulp. Sterker, ik ben me nergens van bewust. Ik wil mijn broek dicht, net als elk ander mens.

Het is niet op iets van een trauma gaan lijken, zeker niet.

Ik ben geneigd om, als ik met mijn fiets de straat op ga, twee korte stappen te nemen en m’n lichaam over het zadel heen te gooien.
Juist op zo’n moment schiet me vaak te binnen dat hij wel eens open zou kunnen staan.
Dat kan een mens uit balans brengen. Je moet je blijven concentreren bij die handeling en je niet laten afleiden door bepaalde gedachtes. Maar het liefst ga ik tijdens die manoeuvre al met mijn rechterhand die kant op om nog even een check-check-dubbelcheck uit te voeren. De gedachte aan die neiging alleen al kan behoorlijk invloed op je stuurvaardigheid hebben.

Hoe kan dat dan, vraag ik me af als ik mezelf toch weer op onzorgvuldigheid betrap, midden op straat en in een handeling waarbij concentratie ondanks een zekere mate van routine noodzakelijk blijft. Je balanceert tenslotte op niet meer dan twee wielen, alleen de beweging, snelheid zeg maar, houdt je op de fiets recht overeind.

Ik vind ook niet dat er voor een man (vrouwen hebben zelden last van gulpen die open staan, zo is mij gebleken) veel te schamen is als de gulp open staat, als hij maar in staat is om ‘m in één resolute beweging te sluiten (niet aan m’n moeder denken). En daar knijpt het hem nou juist bij mij. Door de zittende houding op het zadel van de fiets, gaat de broek, júist dáár, bollen. Dat zijn dus extra hindernissen die overwonnen dienen te worden. En ook dat gaat minder makkelijk als men reeds onderweg is.

Dus zie ik allemaal buren voor hun ramen staan. Ik zie ze zich afvragen of ik vlak voor vertrek nog een plasje heb staan doen. Ik zie ze zich achter hun handen verborgen staan verkneukelen over mijn vergeetachtigheid. Ik zie ze hopen dat ik hem toch, voordat ik de straat uit ben, en plein public zal proberen dicht te ritsen. Ik zie kinderen fluisteren, vaders honen, moeder met rode wangen plaatsvervangend schamen.

En ik, ik trek me nergens wat van aan, fiets soepel de straat uit, laat de wind nog wat verkoeling brengen, daar bovenin is het nl al dermate warm geworden van opgelopen schande, die 150 meter dat ik door mijn eigen buurt moet, waar iedereen me inmiddels kent, verkoeling die woest mijn broek binnendringt, kietelend onder mijn naar binnen gepropte t-shirt trekt, kabbelend over mijn buik verder gaat en tenslotte zachtjes mijn tepels beroert.
Vandaar dat mijn collega me bij aankomst altijd vraagt: ‘Zo Ton, was het een opwindende rit?’

Bovenstaand verhaal was eerder opgenomen in 't boekje 'Verhalen van de straat', boekje van div bloggers, als afvaardiging van Zijperspace.

light

Ze vraagt me wat ik daar doe.
Ik laat haar m'n boek zien.
'I read a dutch book.'
Expres naïef glimlachend, om haar te doen geloven dat ik haar vraag niet anders zou kunnen begrijpen.
Ze kijkt me wantrouwend aan. 'tZelfde wantrouwende gezicht zal ze trekken als ze een paar dagen later bij m'n tent langskomt.

Of ik wil betalen.
Ha, reageer ik in 't Engels, & of ik wil betalen. Ik was al 2 keer op kantoor langs geweest, maar er was steeds niemand aanwezig.
Ze doet alsof ze dat niet hoort.
'Wait,' zeg ik terwijl ik snel m'n tent in duik, 'I have the money reserved for you.'
Geen dankbaarheid als ik met 't bundeltje terug kom kruipen. Ze schrijft een bonnetje.
'Are you planning to stay here much longer?' vraagt ze zo uitnodigend als met een achterdochtige blik maar enigszins mogelijk is.
'No, this is my last day. That's why I was visiting your office several times already.'
Ze keert zich om. 50 Meter verderop bevindt zich een andere kampeerder die ze door aan de tent te schudden wakker moet zien te krijgen.

Maar zonder die kennis zit ik nu nog tussen de 2 ingangen van de wc's. Onder de enige openbare lamp die brandt. Ik was na 5 minuten al moe van 't vasthouden van de zaklamp. Toen moest ik wel hier gaan zitten om te kunnen lezen. & 't Is heerlijk om een leuning in de vorm van de muur van 't toiletblok te hebben.
Logisch toch, probeerde ik de eigenaarster met m'n gedachten in te seinen.
'I'm gonna clean the bathrooms,' snauwt ze me toe. 'In 5 minutes I will turn off the light.'
Ik duik snel m'n boek in, om toch nog m'n hoofdstuk te kunnen beëindigen.

Ze is toch vergeten 't licht uit te doen. Of zou 't mededogen zijn?
Ik zit op m'n 3-poot tussen de deuren van de Ladies & de Gents in te lezen. Af & toe zeg ik passanten gedag. Dan mag ik een paar minuten luisteren naar 't poetsen van hun tanden. Of naar wat geklater, dan wel gesteun.
Als ze terugkomen doe ik net alsof 't boek 't belangrijkste object ter wereld is.
Eigenlijk is dat ook wel zo.

Zijperspace is een zitvlak van 50 cm² met een uitdijend heelal van inkt.

kijk

Soms beweeg ik niet.
Da's meestal bij een winterkoning of een vink. Een vlaamse gaai vorige week.

Daarnet kwam een duif langs. Toen heb ik een experiment gedaan. Kijken wanneer hij me op zou merken & zou schrikken terwijl ik naar 't raam liep.
Hij schrok wel, ik zag 't aan een schokkend trekje door z'n lichaam & z'n beide pootjes die zich een heel klein stukje verplaatsten, maar niet genoeg.
Dus bracht ik m'n hand naar m'n hoofd, zogenaamd om m'n kapsel in orde te brengen.

Duiven weten niet eens wat een kapsel is. De vogel kon 't dus niet als excuus zien & vloog weg voordat-ie als hoofdgerecht zou worden opgediend.
Waarschijnlijk weten duiven ook niet wat een hoofdgerecht is. Maar zo kan ik de wereld beter vatten.
De duif heeft zelf ook z'n eigen referentiekaders.

Meestal blijf ik dus zo lang mogelijk stil staan. Ik heb zelfs soms de illusie dat 't helpt als ik m'n lichaam in 't verlengde van de deurpost opstel. Dan word ik zo dun als tante Sidonia.

Ik weet niet wanneer ik ben geworden zoals m'n Oma vroeger was. Een eigen variatie, maar toch.
Ze pakte me bij de schouder & wees met haar vinger naar de vogel die aan was komen vliegen. Haar gezicht kwam vlak naast die van mij & beschreef met een lichte kanteling de lijn waarlangs ik moest kijken om te zien wat zij zag.
't Was blijkbaar iets bijzonders dat de merel bij haar in de boom was komen zitten.

Merels & spreeuwen interesseren me niet. Net als duiven. Ik ga voor winterkoninkjes, roodborstjes, vlaamse gaaien en staartmezen.
Hoewel ik me meen te herinneren dat 'Kijk, een roodborstje' ook op de lippen van m'n Oma bestorven lag. Maakten we daar als broers niet een grapje van door te pas & te onpas 'Kijk, een roodborstje' te zeggen?
Mochten we niet doen als Oma bij ons langs was, liet Moeder weten. Hoewel ze een glimlach niet kon onderdrukken toen m'n oudste broer 'Kijk, een roodborstje' riep toen m'n Oma haar intrede voor de zondagse visite bij ons deed. Daarna kreeg die broer een flinke duw van Ma.

Tegenwoordig zou ik voor een roodborstje 't liefst naar 't raam rennen als ik niet wist dat 't beestje dan onmiddellijk weer gevlogen zou zijn.
Nu beweeg ik traag naar 't raam. Richting een hoek waar ik 'm zo min mogelijk tot last ben. Ik hou m'n ogen open, knipper niet. & Elke seconde neem ik in gedachten een foto, om 't beeld vooral niet te vergeten. Nooit meer.

Alles wordt eeuwig in Zijperspace.

haar

Net als dat men in de literatuur of in films nooit naar de wc lijkt te gaan, spreekt men zelden over de aangezichtsharen van een man.
Wel over de baard in zijn totaal, hoe goed hij staat, hoe pluizig, hoe overwoekerend, etc, maar niet over hoe de neusharen uitsteken, hoe er peentjes van haar de oren uit komen groeien of hoe jeukend de baardharen terugkrullen richting huid.

Of wat te denken van 't grootonderhoud, dat regelmatig moet plaatsvinden?
Daarbij heb ik 't natuurlijk niet over 't reguliere scheren van de baardharen. Dat lijkt iets vanzelfsprekends. Men hoeft zich maar een western voor de geest te halen & men krijgt een stoere cowboy voorgeschoteld die onder handen genomen wordt door een barbier.
Nee, dat is makkelijk, daar zit geen taboe op. Men ziet geen afzonderlijk haartje, men ziet slechts de grote bos die van de huid wordt weggesneden.

Blijkbaar is 't minuscule op zichzelf staande haartje te intiem.

Daar sta ik dus dagelijks voor de spiegel om dat wat uitsteekt met een klein secuur schaartje te egaliseren met de rest.
Elke ochtend word ik wakker om alras te constateren dat niet alles overal even snel groeit.
Vooral grijs lijkt 't goed te doen & moet in z'n weligtierendheid regelmatig ingetoomd worden.

Tot hier houdt men 't nog wel vol. Er is nog niet al te veel aan de hand.
Maar wat als men met mij moet constateren dat al die afzonderlijk afgeknipte haartjes ook nog ergens heen moeten? Dat je daar al knippend niet echt controle over hebt.
Zet ik dan de wc-deur open, de camera aan, wordt de onwetende toeschouwer plots een stiekeme voyeur, tegen zijn zin in wellicht?

Ik kom 't nergens tegen, anekdotes in literatuur noch shots in films, over 't rondfladderen van deze oogst.
Mijn wasbak, & zelfs meer dan dat, ligt regelmatig bedekt met de resultaten van mijn corrigerende werkzaamheden.
Vooral als ik weer 'ns heb moeten constateren dat de snor irritant over de rand van m'n lippen helt. Dat vergt ingrijpen op de mm². & Levert een dun tapijtje van 1-dimensionale puntjes op.

Of heeft men ooit wel 'ns van een man 't verhaal kunnen lezen over hoe hij zich ontdoet van z'n neusharen?
Ja, in de mondelinge overdracht wordt er wel 'ns kond van gedaan, maar in geschreven woord lijkt 't niet te bestaan. 't Geheim vliedt door de ruimte van orale vertellingen, nimmer vind je eens een handboek met daarin de praktische tips over pijnloze amputaties van die terugkrullende, daardoor verschrikkelijke jeuk veroorzakende begroeiing aan de binnenkant van 't reukorgaan.

Vrouwen kregen tijdens hun vroege jeugd, op de grens van de grote verandering, toch ook altijd een opvoedend boek, vol met geheimtips, wetenswaardigheidjes over eigenaardigheidjes & hoofdstukken over de revolutie die hun lichaam door zou gaan maken.
Waarom moet de man elke keer weer zelf 't wiel uitvinden?

Waarschijnlijk iets van de westerse cultuur. Het mag een zegen heten dat die multi-culturele samenleving zich steeds meer begint te vormen & de remming allengs minder wordt daarvan te profiteren.
Waarom zou je 't ook laten? Tenslotte is de marokkaanse kapper in Oost aanzienlijk goedkoper dan de blanke modieuze variant op de grachtengordel.

Dus gezeten in die stoel, amper in staat een gesprek te kunnen voeren, veroorzaakt doordat deze nieuwe werknemer vanwege krapte op de kappersarbeidsmarkt nog maar net een maand geleden is ingevlogen vanuit 't moederland van de eigenaar van de kapperszaak, is 't een opluchting als aan 't eind van de sessie 't scheerapparaat nog eens suggestief heen & weer wordt bewogen in de buurt van de oor, wachtend op een simpele hoofdknik om vervolgens zorgvuldig al die blonde haartjes voor de buitenwereld te verwijderen. Zonder blikken of blozen. Iets vanzelfsprekends.
Geen schande hoor, die oorharen, maar wel netter dat ze er niet meer zijn.

We wachten tot de speelfilm vertoond gaat worden in Zijperspace.

nest

Op Zoek naar Groen in Winters Wit (XIII)

Hier hangt een nest. 't Nest van een winterkoning.
1 Van de nesten, zou ik eigenlijk moeten zeggen, want een mannetjes-winterkoning bouwt meerdere nesten om vervolgens zijn vrouwtje te laten kiezen welke haar 't meeste zint.

Een winterkoning hoort geen nest vlak onder een balkon van een mensenhuis te bouwen. Dat wist 't vrouwtje. Maar bij 't mannetje was die natuurwet, die voor deze soort schijnt te gelden, niet bepaald doorgedrongen. Tot 2 keer toe zette hij zich aan dit zware karwei.
Hij is nog een 3e keer teruggekeerd om 't nog intacte 2e nest verder te perfectioneren.
Je zou zeggen, tegen beter weten in. Z'n eega had toch al duidelijk laten weten dat ze niet zo dicht op de huid van de mensen wilde zitten met haar kroost.

Misschien was-ie wel vergeten dat 't 1e nest al snel naar beneden was gekukeld.
't Geheugen van een winterkoning gaat waarschijnlijk niet al te ver terug in de tijd. Dat mannetje is al blij dat-ie z'n vrouw elke dag terug kan zien. Daar zet-ie alles voor opzij. Ook dat wat eerder gebeurd is. Zoals bijv de afwijzing van 't nest.

Dat heeft een voordeel. Nu kan de vogel met steeds weer bruisende energie zo'n ingewikkelde constructie creëren. De dag van gister, of misschien net iets langer, is vergeten; we beginnen weer van voren af aan.

Hoewel eksters aanzienlijk groter zijn dan winterkoninkjes (je gaat bij 't beestje als vanzelf de verkleinende vorm hanteren), is hun herseninhoud niet al te veel groter.
Het nest is nooit ingewijd. & Toch komt 't echtpaar ekster geregeld terug om te kijken of er nog wat buit te halen valt.
Daarbij helemaal vergetend dat deze winterse tijd voor de winterkoning niet al te ideale omstandigheden zijn om 't nest, dus de eieren, warm te houden.

Ekster & ekster zijn op een gegeven moment zo wild te keer gegaan, dat 't nest omlaag is gekomen.
Maar 't winterkoningmannetje had er dit keer zo erg zijn best op gedaan (misschien was er toch iets van de 1e poging blijven hangen), dat 't niet de gehele weg naar benee heeft afgelegd.
't Is een zwevend nest. Door slechts enkele takjes van de druivenstruik, die ik hier boven m'n tuindeuren heb hangen, wordt 't hoog gehouden.

& Hier, waarde lezer, wilde ik een vergelijking maken met m'n eigen situatie. Maar weet u, bij deze zinnen aangekomen vond ik dat eigenlijk niet meer de moeite waard. Laat de metafoor maar gelden voor hen die er iets in willen zien.

Geniet ik ondertussen onbekommerd van architectonisch vernuft van duizelingwekkende grootsheid in Zijperspace.

vlek

Als er aangebeld wordt trek ik snel m'n sweater uit. Eventueel er achteraan wat t-shirts met lange mouwen ervoor in de plaats.
't Is een lekker ding, die sweater, maar niemand hoeft te zien dat ik daar hele dagen in rondloop. Met of zonder vlekken.

Ik dacht even foto's te nemen in de tuin, 't licht scheen zo mooi op 't schors van een berk, maar bedacht me na een 1e sessie dat ik daartoe midden in de arena van aanleunende buren met balkons moest staan.
Ik ging weer naar binnen & deed de wisseltruc met m'n shirts.
't Was al een opgave om voor ieders mogelijk starende ogen foto's te nemen. Waarom drukt die gozer zo'n beetje z'n toestel tegen de bast van de berk aan, was 1 van de vragen die ik plaatsvervangend voor de omwonenden stelde.

Ik probeer al 3 dagen een vlek van de sweater te wassen. Niet dat ooit iemand die sweater te zien krijgt, laat staan de vlek, maar je kan beter voorbereid zijn.
Ik heb me wel 'ns moeten haasten toen ik op de wc zat. Boekje voor m'n neus, handig opengeslagen bovenop de wasmand, zoals ik na al die jaren wonen alhier gewend ben.
Altijd lees ik dan minstens 1 blz meer dan strikt noodzakelijk. Dat werkt ontspannend. Dan weet ik dat alles in orde is.

Maar toen die ene keer werd ik verrast door de deurbel. Ik wist dat de kachel- & geisercontrole langs zou komen, maar ik had 't toch echt niet langer meer op kunnen houden. Ik had de 1e 3 uren van tussen 08.00 - 13.00 m'n billen al samen weten te knijpen.
Bij 't openen van de voordeur was ik helemaal vergeten dat ik in zo'n aftandse sweater liep. Ik was veel te druk met me te buiten gaan aan allerhande excuses voor 't feit dat 't een beetje stonk.
'Tja, zoiets moet toch gebeuren,' zei de man, terwijl hij net deed of-ie niet doorhad dat ik dus een sweater aan had & door de gang achter me aanliep richting geiser. 'Ik maak wel ergere stank mee, meneer.'

't Was dan misschien niet erger, maar wel erg dus.
't Was vast een hint mbt m'n sweater.

Nu moet ik heel erg opletten. Ik heb tandpasta gemorst. Je zou denken dat tandpasta met gemak te verwijderen is, maar dan moet je blijkbaar met veel water spoelen. Natte vingers of een nat puntje van de handdoek blijken niet voldoende.
Ik heb me al bedacht dat ik 't gewoon consequent elke keer opnieuw moet proberen zogauw ik voor de wasbak sta. Steeds verder verdunnen, zodat 't uiteindelijk geheel vervaagd is.

Ik moet vooral opletten omdat ik de schijn tegen me heb. Ik woon alleen.
& Dan met een vlek rondlopen, een bleek witte nog wel, dat staat verdacht.

Nog 2 dagen geduld betrachten. Dan is de wasmand weer vol genoeg om m'n wasmachine ermee te plezieren.
Moet ik wel een bezigheid buitenshuis zien te verzinnen zodat ik m'n sweater niet nodig heb.

Maar uiteindelijk is Zijperspace ook niet meer dan een vlek.