Ik belde m’n moeder vandaag. Zoals elke week moet ik even weten hoe ’t daar in Den Helder gaat, of er nog iets spannends is gebeurd (wat zelden ’t geval is) & breng ik m’n moeder op de hoogte van de avonturen van haar zoon in Amsterdam (spannend in dezelfde gradatie als de evenementen ginder).

’t Was niet om complimentjes bij haar te vissen; ik moest gewoon even weten of ze ’t stukje over m’n vader gelezen had. Dus vroeg ik ’t ‘r.
Ik hoor een brok in de keel, maar blijf wachten tot zij iets zegt, want ik wil dapper m’n eigen brok verzwijgen.

‘Ik vond ’t ontroerend.’

M’n moeder zocht alleen een methode om ’t te bewaren, zodat de zinnen niet alleen op internet zouden blijven. M’n vader zou ’t echter waarschijnlijk nooit lezen, was haar veronderstelling, ook al zou ze ’t uitprinten & ’t ‘m in de handen drukken. Daar kan-ie de concentratie niet meer voor opbrengen, concludeer ik in gedachten.

Ze vertelt dat ze zelf ook behoefte heeft haar gedachtes op te schrijven in deze periode waarin ze niet weet welke kant ’t met m’n vader op gaat. Die continue zorgen daarover houden haar ’s nachts wakker. & Dan heeft ze zin om de pen te pakken of aan ’t toetsenbord te gaan plaatsnemen. Maar zogauw ze uit bed is gestapt weet ze niet meer wat ze zou willen noteren.

Dus hanteren wij wederom ’t toetsenbord in Zijperspace.

Juist de kleine klusjes kosten mij de meeste moeite. De wekker is bijv nog steeds niet op wintertijd gezet. De boeken kan ik ook al minstens 4 maanden kwijt in de nieuwe boekenkast. Een nieuwe lamp voor in de keuken geeft wat lekkerder licht bij ’t bereiden van de maaltijd; die boodschap hoeft nog geen 5 minuten te duren. Nieuwe mappen vragen bij de bank om de opgestapelde bankpapieren er in te steken. De cd’s in ’t daarvoor bestemde rek terugplaatsen. De planten water geven.

’t Betekent echter dat je moet opstaan & je handen uit moet steken in Zijperspace.

PS: Ik heb de rondzwervende boeken, al dan niet in gebruik, gestapeld, openliggend of in de planning binnenkort weer op te pakken, geteld: momenteel maar liefst 38; ik moet er echt iets aan gaan doen. De planten hebben water; je kan niet iets laten sterven vanwege je eigen luiheid.

Ze zien er een beetje vreemd uit in hun grijze pakken, van top tot teen lijken ze in ’t plastic verpakt. Die pakken doen me altijd denken aan de vuilniszakken die m’n vader ons omdeed toen we tijdens een vakantie lang gelee in de stromende regen tour de france gingen kijken. Hij knipte een gat aan de onderkant van de zak waar ’t hoofd doorheen kon & zo konden we ’t volgens hem uren volhouden in ’t druilerige weer.

Die jongens, een heel enkele keer een meisje, hebben die grijze pakken ook wel nodig. Niet alleen als ’t slecht weer is. Voor ’t plakwerk wat ze verrichten hebben ze ’t ook hard nodig. Ze plakken nl de hele stad onder de posters. Je kan ze overal tegenkomen waar een muur zonder duidelijke bestemming, maar wel met een in ’t oogspringende publieke funktie. Dit laatste wordt vooral bepaald door de mate waarin de muur, of eigenlijk de poster die de muur verbergt, opvalt. De plakkers hebben dus een grote verantwoordelijkheid mbt de uitstraling van ’t straatbeeld van Amsterdam.

Daar hebben ze dus lijm voor nodig. Want anders blijft die uitstraling nl niet plakken. & Bij dat plakken worden natuurlijk behoorlijk wat klodders verspild & rondgespetterd. Daarvoor hebben ze dus die vuilniszakpakken.

‘Zo, die lijm ruikt wel zeg,’ zei ik vandaag tegen 1 van de plakkers, wiens pak onder de witte lijmvegen zat.
‘Ja, da’s wel een nadeel van ’t werk; die geur draag je de hele dag met je mee.’
‘Verdien je er dan zo goed ermee?’
‘Dat valt ook wel tegen. Maar je bent de hele dag buiten.’
‘En de vrijheid?’ weerklonk de vraag van de dromer.
‘Da’s ook wel prettig, want ik kan nu lekker een biertje drinken.’

’t Is een gang, zo lijkt ’t, met een geheel eigen code & cultuur. Alleen ben ik er nog niet achter wat & hoe.

Binnenkort maar inhuren om plaatjes te plakken in Zijperspace.

Slechts dingen die perse móeten, wachten me op als ik thuis kom van m’n werk.
’t Eten moet klaar gemaakt.
Ik moet telefoontjes plegen.
De afwas moet gedaan.
Meeltjes moeten verstuurd.
De was dient in de wasmachine gestopt te worden.

Tuurlijk allemaal verplichtingen die ik mezelf opleg, maar ’t zou zo’n puinhoop worden als ik me er niet zo af & toe aan houd. Je hebt wel een voedzame avondmaaltijd nodig nl, & dat kan toch niet altijd fastfood of magnetron-voedsel zijn. & Dat borden & bestek van vlekken & plakken ontdaan dienen te worden, dat spreekt voor zich: ’t kan ziekigheden voorkomen. Eigenlijk is ’t ook wel handig ’t kontakt met de buitenwereld te onderhouden, want anders is ’t straks slechts ik, m’n comp & internet (vooral die alleraardigste mensen mogen niet vergeten worden, want dat geeft voor ’t slapen gaan toch wel een prettig gevoel).

Maar ik wil eigenlijk gewoon rust. & Die rust zit in ieder geval niet in m’n hoofd als ik binnenkom & bedenk wat er allemaal nog gedaan moet worden voordat ik m’n lichaam kan vleien in de meest ontspannen houding.

Gelukkig hebben we dat maar 7 dagen in de week in Zijperspace.

Met dank aan Luuk weet ik nu dat ik slechts voor 35% verslaafd ben. Ik had veel erger verwacht, daar ik minstens 5 uur per dag achter ’t scherm zit in m’n vrije tijd & m’n tv, radio & cd-speler amper tot me door dringen tijdens m’n bezigheden gezeten op die stoel. (Nu hopen we maar dat ’t een verantwoord beeld geeft van de internet-hooked-alike)

Ik ben voor 35% VERSLAAFD AAN ‘T INTERNET.

Met mij kan ’t alle kanten op. Tot aan m’n kin zinken in de waanzin van nachten opgevuld met ’t coderen van CGI-Scripts & online role playing games, of ik zou een normale gebruiker kunnen worden. Veel succes!

U begrijpt: ik heb de tekst vertaald voor de slechte verstaanders in Zijperspace.

Ik lag alweer een klein uur wakker te zijn, tobbend over zinnen, koppen & plaatjes in ’t bijzonder & blogs in ’t algemeen, toen me plots gewaar werd dat er buiten een kind aan ’t huilen was. Niet ’t krijsen van een kind dat z’n zin niet kreeg of ’t janken vanwege een net plaatsgevonden vermaning. ’t Was meer ’t geluid van een kind dat intens verdriet had, omdat ’t in de steek gelaten was, soms zachtjes ingehouden, dan weer een hardere uithaal bij ’t opnieuw beseffen van de oorzaak van ’t leed.

Onmiddelijk ontstonden er beelden in m’n hoofd: peuter dat bij moeder’s lichaam zit geknield (af & toe kon ik ‘mamma’ tussen de halen door onderscheiden), lichtjes schuddend om er weer wat leven in te wekken; of kind dat terug was komen lopen van school & nu voor de deur stond te wachten binnengelaten te worden, terwijl er niemand thuis was. M’n fantasie deed al ’t werk voor me, maar gaf me niet voldoende rust: stel dat ’t kind inderdaad daar in d’r 1tje op straat stond, ik hoorde immers geen stemmen van volwassenen, & niemand was er om ’t op te vangen.

Op een gegeven moment hoorde ik een pratend stelletje voorbij m’n raam lopen, luid lachend tussen de zinnen door. Als die konden lachen terwijl ’t kind zo hoorbaar verdriet had, dan was er óf niets ernstigs aan de hand, óf ze konden ’t kind niet zien in ’t voorbijgaan. Dit dwong me nogmaals tot overwegen: kon ik blijven liggen met ’t uitgangspunt dat de 1e optie ’t meest waarschijnlijke was, of moest ik opstaan om in m’n onderbroek als bemoeiallerige buurman door ’t raam te gaan gluren.

Bij ’t nogmaals snikkend weerklinken van ‘Mammaaaaa’, besloot ik ongerust toch maar voor ’t laatste te kiezen, deed de gordijnen een stukje open & kon constateren dat ’t buurmeisje van de overkant ditmaal niet door haar moeder, maar door de buren van enkele deuren verder, naar de kleuterschool gebracht zou worden. Moeder stond met de baby in de arm in de deuropening haar kind uit te zwaaien. Alleen ’t kind van de buren zwaaide terug vanuit de fietsbak.

Vervolgens zijn we gestopt met tobben in Zijperspace.

Ik had haar naam onthouden van de keer ervoor. & Ondanks dat we nog een paar uur met elkaar hadden doorgeouwehoerd, had zij dat niet met die van mij gedaan. Maar ik kwam toen van m’n werk af & was nog redelijk nuchter, terwijl zij juist de hele middag met haar collega’s op m’n werkplek had aangezeten.

Dus bij de 2e ontmoeting heb ik een wedstrijdje met ‘r afgesproken: degene die als 1e de naam van de ander bij weerzien zou uitspreken had gewonnen. Hoewel deze afspraak in vergelijkbare omstandigheden als voorgaande ontmoeting (ik aan ’t werk & zij aan ’t bier) werd gemaakt, kon ik me later helaas niet meer herinneren of we er ook nog iets om hadden verwed. De afspraak stond echter & ik wist zo goed als zeker dat ik zou winnen, want haar manier van lachen leek exact op die van een vriendin die ik al vele jaren ken & die dezelfde naam draagt.

Ze kwam vanmiddag binnen (we zwaaiden even naar elkaar) & ik wist me weliswaar haar naam te herinneren, maar was de afspraak over de wedstrijd vergeten (pas later werd dat gememoreerd door haar vriendin). Ik vroeg nog wel of ze m’n naam nog wist. ‘Ja hoor. Jij bent Ton.’ Waarna ze er ’t zwijgen toedeed.

Pas op ’t moment dat zij aan de beurt was om haar rondje bier te bestellen, kwam de bekentenis.
‘Weet je dat je een dubbelganger hebt? Ik zat in een café & zwaaide naar een jongen die er precies zo uitzag als jij & hij zwaaide terug. Toen heb ik gebaard dat-ie er bij moest komen zitten. Ik moest ff zeker weten of-ie Ton was, dus heb ‘m dat gevraagd, waarop hij met ‘ja’ antwoordde. Een tijd lang met ‘m zitten praten in de veronderstelling dat jij ’t was. Hij dronk alleen geen bier & dat vond ik wel een beetje vreemd. Op een gegeven moment heb ik ‘m dus gevraagd of-ie echt wel Ton heette. Hij vertelde uiteindelijk dat Bernard of iets dergelijks z’n naam was, maar dat-ie dat niet had willen vertellen, want dan had-ie dat gesprek niet met me kunnen hebben.’
‘Dus als ik je de volgende keer tegenkom, gebaar je ook naar mij & dan zit ik de hele avond met je te kletsen,’ interpreteerde ik ’t voorgaande hoopvol.
‘Nee, want dan vertrouw ik je natuurlijk niet.’

We hebben gelukkig geen dubbelgangers in Zijperspace.

Ik ben in ieder geval gedeeld winnaar van de ‘webstrijd’ van Corné. ’t Ging niet om de prijzen, maar vooral om de eer.

Mijn eer kan natuurlijk nog even vergroot & extra tast- dan wel voelbaar gemaakt worden als na 12-en de uitslag van Gien’s Grote SciFi Quiz bekend wordt gemaakt. Was ook moeilijk, maar ondanks de comp-problemen denk ik dat ik me redelijk snel van m’n taak op resolute doch adekwate wijze heb gekweten.

Wat de uitslag ook is: welke blog gaat de volgende kwis/webstrijd/quiz herbergen? Wordt ’t inderdaad Suzanne via Corné?

We zijn al druk bezig met rek- & strekoefeningen van de hersens in Zijperspace.

Update: Ook bij GGSQ behoor ik tot de besten van de klas: ik ben 1 van de 4 winnaars. Waarschijnlijk krijgen we barrage-vragen voorgeschoteld om de definitieve winnaar te kunnen aanwijzen.

Oosterpark staat niet bekend als een erg veilig park. Maar om nou 100-en meters om te lopen om thuis te komen, daar had ik geen zin in & ben ik tegenwoordig niet bang genoeg meer voor (bepaalde paranoïa heeft m’n hoofd al jaren verlaten). Dus ’t 1e pad wat me voor de voeten kwam genomen om de snelste weg huiswaarts te vinden. Inderdaad: vinden, want ik had nog nooit lopend de weg richting huis door ’t Oosterpark gekozen.

Dus loop ik verkeerd & ga een langere weg dan om ’t park heen. & Verbaas me over de mensen die, ondanks onveiligheid die Oosterpark met zich meedraagt als uitstraling, zich begeven over de afgelegen paden, waar ik me per ongeluk ook bevond, omdat de uitgang van ooit inmiddels afgesloten was.

Donker Zijperspace is niet zo eng.

Ik word zodirekt opgehaald. M’n broer komt mij & ’t bockbier, dat ik de afgelopen weken voor ‘m verzameld heb, met z’n auto afhalen. Gaan we ons jarig nichtje bezoeken, waarvoor ik vergeten ben een kadootje te kopen (nee, ik ben ’t niet vergeten, ik bedacht ’t gewoon te laat). Misschien moet ik haar die ouderwetse sinterklaasplaatjes, die ik gister niet kon laten staan, maar geven.

’t Lijkt een generale repetitie voor de Sinterklaas-meeting van volgende week woensdag, want bijna al de 6 broers komen, geloof ik. ’t Gebeurt zelden dat we zo’n grote opkomst kunnen regelen, vooral als de aankondiging slechts 2 weken van te voren binnenkomt. Er zijn er altijd wel een paar die aan ’t werk zijn als ’t niet tijdig gemeld is. Zo lijkt langzaam de familie verder uit elkaar te groeien. Ieder heeft z’n eigen gezin om zorg voor te dragen & veel tijd aan te besteden. Weinig blijft er over om spontaan ‘ns bij elkaar langs te gaan. Steeds meer wordt Moeders in Den Helder de verbindende factor. Slechts enkele keren per jaar spreek je elkaar door de telefoon & 3 of 4 keer een ontmoeting in levende lijve op een verjaardag, een familie-reünie of Sinterklaas.

De conflicten zijn daarentegen al een paar jaar minder heftig.

In Zijperspace wordt de vraag gesteld waar we nou de meeste spijt van moeten hebben.

Update: Uiteindelijk slechts 3 van de 6 broers aanwezig, waarvan de vader van de jarige. Slechts een kleine try-out.