waar ligt zijperspace?

Zijperspace zit in m’n hoofd, m’n zij, m’n teen, & dij.
’t Ligt aan de weg, verlaten & al, geïsoleerd, geheel centraal.
Of ook in de tuin, naast slapend groen, of roestend blik, buiten op straat.
Soms zelfs versleten, gesloten, verwonderd, gebrand.
Maar vaak met tonen, of ruis, bezongen, op bepaalde wijs.
Laatst nog elders, verrast, ontstemd, ongelegen.
Daarnaast wil ’t zich bevinden in overal & ooit, nergens & nooit.
’t Is geheim, onvoorspelbaar, verzwegen, ongerept.
’t Ligt diep, afgezonderd, in gezelschap, in zwaar rumoer.
Doet van brrrrrrr, hé, pffff & vaak nog hûh.
Toch heeft ’t allures, voelt warm, zwijgt stil, & is ’t verwaand.
’t Duurt, slijt, waakt & draalt.
Tevens onzeker, voldaan, verfraait, zichzelf.

Nooit eens: ‘Hé, wat moet dat hier?’
Iedereen moet altijd welkom zijn,
meteen begrijpen: wat boven staat geldt.
Niets staat geschreven of ’t spreekt al vanzelf.

Dan daar ergens tussenin, tussen drijven & scheppen; daar dan, ligt dan Zijperspace.
(& Niemand die ’t vindt)

verlanglijstje nr 23

Kabbelend lijkt het water hier eeuwig voorbij te gaan. Terwijl ook de zon in dit spel zijn eeuwige ondergang tegemoet gaat. De boot komt er aan, op dezelfde tijd als dat ik gister aankwam. Ze hebben de eerste eilanden al zien verschijnen. (reisdagboek, zomer ’91)

Ik zou die eilanden weer terug willen zien, want ik heb slechts 1 volledige dag de kust van Åland bewandeld. Ik was toendertijd niet echt in staat ervan te genieten, doordat m’n gedachten door heimwee in beslag werden genomen. Ik keek naar die veerboot & in stilte verlangde ik op dat moment al dat-ie me op z’n terugweg mee zou nemen.

Terug naar Åland, maar niet in m’n 1tje. Niet reizend zoals toen, liftend, auto-hoppend, waarbij elke keer dat ik m’n duim opstak ik de onzekerheid uitnodigde mij te vergezellen. Onzekerheid betekent weliswaar avontuur, maar liever heb ik wat meer rust onderweg, zodat ik niet uitgeput van indrukken aldaar aankom.

Ik wil die eilanden wel ‘ns zien zonder dat ze overgoten zijn van een sfeer van eenzaamheid. Zodat de kale scherenkusten niet mijn verhaal zullen vertellen, maar juist dat van een ijstijd die verdween, daardoor ruimte vrijlatend voor rijzende eilanden. Ik zou meer willen zien dan 1 km², minder lamgelegd worden door eigen beperkingen.

Ik zou de nacht de dag willen laten zijn. Levenslustig, nog lang niet moe, aanschouwen hoe de zon de poging waagt de dag te beëindigen, maar de aarde haar nog even bidt de dag een etmaal te verlengen. & Dat moment zou ik in elke windrichting willen bekijken, telkenmale gevuld met een beeld van zee.

Zoveel mogelijk eilanden zien van Åland & me afvragen waarom ik daar niet woon.

Waarschijnlijk omdat ik teveel hecht aan Zijperspace.

matiging

De tijd lijkt rijp te gaan matigen. Ik ben er misschien ook wel aan toe; heb er in ieder geval zin in. Ik moet alleen proberen die verslaving enigszins uit m’n hoofd te zetten.
1 Van de gevolgen van afgelopen week, denk ik. Ziek zijn dwong me tot nadenken & tijd aan andere dingen te besteden.

De algehele kwaliteit van m’n schrijven moet omhoog. Te vaak plaats ik stukjes die niet aan m’n van te voren gestelde criteria voldoen. Misschien ook niet voldoen aan een bepaalde mate van kwaliteit, maar ik denk niet dat ik zelf daar altijd goed over kan oordelen. Ik moet meer tijd voor m’n stukjes nemen, wat ten koste zal gaan aan de hoeveelheid, want ik zal minder kunnen schrijven daardoor, maar meer corrigeren voor publish.

’t Gevaar dreigt wel dat juist daardoor de kwaliteit uitblijft, omdat ik juist de impulsiviteit nodig heb om kwaliteit te kunnen benaderen. Juist dan kom ik dichter bij ’t gevoel & wordt de tekst ‘echter’. & Die impulsiviteit creëerde ik door te moeten schrijven van mezelf, dat is: van m’n verslaving aan ’t schrijven.
Je zou dus kunnen zeggen dat dwang me brengt tot grotere hoogtes, maar dan moet je wel 1st een hoop tegelijk meegevoerde bagger wegspoelen.
Ik ga een poging wagen die bagger van te voren te scheiden van de essentie.

Is minder meer in Zijperspace?

ihkv boekenweek, laat

Ik heb ‘m nu iets meer dan 5 maanden & nog heb ik ‘De ontdekking van de hemel’ niet uit. Hoewel ’t zeker niet zo is dat ik ‘m een keer opzij heb gelegd om ‘m niet meer op te pakken. Bijna elke dag heb ik er wel een stukje uit gelezen, maar vaak niet meer dan 2 blz. Ik moet eigenlijk mezelf een schouderklopje geven dat ik ondanks die omstandigheid er toch mee door ben blijven gaan.

Nu, na afgelopen week alleen maar thuis te hebben gezeten & veel tiijd te hebben gehad (maar lang niet altijd de puf), lijkt de verslaving te hebben toegeslagen. Misschien dat ’t ook komt doordat ’t eind in zicht is: nog minder dan 140 blz van de 901. Dat lijkt een peuleschilletje. & Bovendien wordt daardoor de verwachting van ’t einde nog hooggespannender.

Ik sta dus op ’t punt ’t boek ter hand te nemen & zo snel mogelijk uit te lezen. ’t Zal me vanavond niet lukken, daarvoor is ’t vaak te diepgravend & heb ik bij tijd & wijle uit andere boeken wat xtra info nodig of word ik genoodzaakt terug te bladeren. ’t Feit blijft echter staan dat ’t boek me te pakken heeft & ik er, weliswaar nog slechts kortstondig, verslaafd aan ben.

Dat blijft een heerlijk gevoel veroorzaken in Zijperspace.

uilenstede

Ik krijg een telefoontje van een collega: ‘Ik heb hier wat studenten van Uilenstede die tijdens een uitzending enkele soorten bier willen laten proeven aan een groep mensen. Ook ons bier. Ze vonden ’t leuk als 1 van ons er aan mee zou doen, dus dachten we meteen aan jou.’

Ik kon 2 maanden de kamer onderhuren van een mede-student aan de bibliotheekacademie. In 1 van de grote flats, gelukkig niet op de bovenste etage, maar slechts 2-hoog. De reputatie van de flats had me in Den Helder al bereikt: ’t zouden zelfmoordflats zijn; regelmatig werden de bovenste etages gebruikt om een duik in vergetelheid te nemen.

Buiten de afdeling hoefde je ook niet veel gezelligheid te verwachten. De omgeving was een grauwe bedoening (dat zou natuurlijk aan ’t jaargetijde hebben kunnen liggen), er was geen café in de buurt & de soos op ’t terrein trof ik nooit open aan. Bovendien moest je erg op je spullen passen, zo was ik gewaarschuwd. Niet duidelijk genoeg, want binnen enkele dagen was m’n achterwiel gejat. Bijna huilend van verontwaardiging stond ik machteloos & zonder vervoer voor ’t centrum naast ’t mij aangedane onrecht.

Nee, de gezelligheid moest je binnen de afdeling zoeken. Zoals tijdens ’t frisbeeën in de gang. Bij ’t etentje bij de brabantse buuv. Tijdens ’t zuipen bij de losbol van de afdeling, die ’t kon maken, want hij zou toch kunstenaar worden. Bij de saaie tandarts in opleiding, die zo lekker te pesten was ism de kunstenaar in spe.
Ook voor ’t afkatten was ik daar op de juiste plek, want bijna alle vrouwelijke bewoners van de afdeling konden er wat van. De telefoontikken moesten genoteerd; ik zou wel weer degene zijn die dat niet had gedaan. De keuken was niet opgeruimd. Er stond te veel troep van mij in de ijskast. Ik was aan de beurt voor corvee. We moesten ophouden met lawaai. Ik maakte gore maaltijden klaar. Nee, behalve de brabantse buuv was ’t er geen lolletje een vrouw tegen te komen.

Er had zich iemand laten vallen vanaf de flat naast die van ons. We kregen ’t al snel de volgende dag te horen, want de politie ging alle afdelingen langs met foto’s van ’t slachtoffer.
-Spreek je wel van ‘slachtoffer’ als iemand zelf de keuze heeft gemaakt er een eind aan te maken? Ok, je bent slachtoffer van jezelf, maar niet van een ongeluk of een misdrijf.-
De enige foto’s die ze van de persoon hadden, waren degene die zijzelf hadden genomen. Men had dus niet echt trek om een poging te ondernemen ’t misvormde lichaam te herkennen.
Vlak voordat de politie onze afdeling had bereikt, kregen we te horen dat een vriendin van de brabantse buuv, enkele etages hoger, ’t lichaam had herkend. Dat voorkwam dat m’n kort verblijf op Uilenstede geheel in een negatief daglicht werd gezet.

Goed. Na 17½ jaar ga ik weer ‘ns terug naar Uilenstede. Wellicht dat degene die tegenwoordig op mijn toenmalige kamer verblijft, mij die avond bier zal zien proeven. Of die persoon daar dan iets mee opschiet, valt te betwijfelen.

In ieder geval een avondje gratis bier in Zijperspace.

bier




Welk bier bent u? is available here

(via Punkey)

Men zal niet snel iets over bier hier vinden, hoewel ’t m’n middel van bestaan is, maar eigenlijk ook de rest van m’n leven goeddeels beheerst. M’n hobby, m’n beroep, moet men maar denken. Om niet te gemakkelijk te scoren heb ik lang geleden besloten om hier vooral zo min mogelijk over bier te deponeren.
Tenzij er natuurlijk een testje voorbijkomt mbt bier. Dan zet ik zelfs m’n voornemen geen testjes meer te plaatsen opzij.

Helaas. De uitslag. Ik heb ‘m zelfs lichtjes aangepast, want Hoegaarden wilde ik al helemaal niet zijn. Ik hou nl niet van witbier.
Het treurige van Duvel is echter dat ’t een bier is dat z’n eigen stijl heeft geschapen, maar door vermindering in kwaliteit de laatste jaren, daarin is ingehaald door z’n eigen klonen.
Een ½ jaar geleden moest ik meedoen aan de ‘verkiezing’ van ’t beste Helse Bier in café in de Wildeman. Behalve dat-ie bij mij ’t hoogst scoorde op m’n proefformulier, bleek Lucifer, na optelling van alle resultaten van alle 20 jury-leden, de uiteindelijke winnaar.

Ik wil dus liever Lucifer zijn, want die heeft tenminste smaak, kwaliteit, is minder publiciteitsgeil, minder arrogant & laat je langer nagenieten.

Men begrijpt wel wat men nu moet doen van Zijperspace.

onveranderd

Zoals altijd liep ik weer te hard van stapel. Wat ervoor zorgt dat ik ’t nu héél rustig aan moet doen.
Geef me een vinger van ‘de ziekte voorbij’ & ik wil gelijk de hand van de volledige marathon lopen.
Dat laat zich vrij snel straffen.

Lichte paniek ontstaat: zou ’t nog wel goed komen?
Ik kan niet meer op de bank zitten of m’n nek begint te verkrampen. Mag daar dus niet meer plaatsnemen, want ik had toegezegd dat ik morgen weer zou werken.
Achter de comp ook niet, want ’t gestaar naar ’t scherm veroorzaakt waarschijnlijk dezelfde spanning. Gaan lezen in een stoel, of anders in bed? De angst weerhoudt me ’t uit te proberen.

Ontspannen dus, geduld hebben, zoals ik dat aan ’t begin van de dag ook had moeten hebben; of eigenlijk: zoals ik dat afgelopen week wel heb gehad.

Nog vele malen zal ik m’n neus stoten. ’t Is nu 1maal de aard van ’t beestje. Nooit rust in de kont, tenzij ik wérkelijk geveld ben.
’t Is alleen verschrikkelijk vermoeiend dat ik ’t van mezelf weet, maar toch elke keer dezelfde fout maak; dat ik die fout maak, terwijl ik me tegelijkertijd bedenk dat ’t consequenties kan hebben.

Niets zo onveranderlijk als Zijperspace.

kleenetc

Ik doe ’t niet zo snel & zal ’t in ’t vervolg ook proberen te laten. Er zijn nl genoeg muziek-critici, andere bloggers ook, die een goede cd weten aan te raden. Als ik dat probeer werkt ’t over ’t algemeen toch averechts, is m’n ervaring na jaren van tegen beter weten in. Zogauw ik roep ‘dit is fantastisch’, wordt er argwanend geluisterd, met een blik van ‘Ton zegt dit, dus scepsis is noodzakelijk’.
Deze keer kan ik ’t echter niet laten: Kleenexgirlwonder.

Waag ’t niet een meeltje te sturen naar Zijperspace dat je ‘m niks vindt.

vem

Vem är personen som bor i Sverige , men kommer varje dag på min (eller får jag säga ‘mitt’?) weblog? ‘Wettergrens.se’ säger min Nedstat-täljare, och Hotstat definierar din ip-adress som 195.17.68.9, med ‘nova-gw.novaint.se’ som extra uppgifft.
Jag är bara ganska nyfiken. Förlåt mig för det.

Men utan nyfikenhet kan man inte leva i Zijperspace.

handelingen

Ik stond op ’t punt m’n huis voor ’t 1st sinds afgelopen zaterdag te verlaten (gewoon om te kijken of er nog opzienbare veranderingen hadden plaatsgevonden in de wereld). Ik was ’t echter dermate ontwend dat ik er 5 minuten over deed m’n schoenen te vinden. Toen moest ik me nog bedenken dat tanden poetsen ook wel bij de normale handelingen voor ’t verlaten van ’t huis hoort.
& Bijna vergat ik ook nog op ’t laatste moment m’n notitieblokje bij me te steken.

’t Gedrag in Zijperspace moet weer enigszins aangepast worden.