trio

Merel is net zo min als haar lezers gek van de zigeunertrio’s, die regelmatig een zeer kortstondig optreden proberen te volvoeren in de smalle paden van de treinwagons.
Ik heb ‘t ook 1maal mogen meemaken in soortgelijke situatie. Doordat ‘t een mij opgelegde belevenis was, temidden van zeer veel mensen op een klein oppervlak, kon ‘t mij ook niet bekoren. Men heeft al zo weinig leefruimte op een moment dat men juist op weg is van ‘t openbare leven naar ‘t leven van zichzelf, de eigen woning. In dat overgangsgebied hoort men niet zo wreed in te breken.

Totaal anders ervaarde ik ‘t trio, dat voor m’n deur de buurt stond te amuseren. Letterlijk amuseren, want iedereen stond in z’n deuropening of op z’n balkon te genieten van hun spel, dat vrolijk de ruimte tussen de hoge muren van de woningen vulde.
In 1e instantie dacht ik dat ze een balkon toespeelden, een opdracht uitvoerden door een muzikale aubade aan een dame uit te voeren, omdat ze zich leken te richten op de mensen staande op hun balkons. De trompettist had zelfs een romantische bloem aan z’n instrument bevestigd, waardoor m’n indruk versterkt werd.

Ik kwam aanrijden, net terug van werk. De muziek kwam me tegemoet waaien terwijl ik m’n straat inreed. Waarom staan alle mensen daar buiten? dacht ik. Precies voor mijn deur. Of er tegenover. Of schuin erboven.
& Iedereen keek vrolijk. De moeder met kinderen staand naast hun fietsen, de man met z’n vrouw vooroverleunend aan de reling van hun balkon, m’n buurman die met een handje vol geld de deur uitliep. Iedereen keek verwonderd lachend naar ‘t trio.
De trompettist richtte zich al blazend naar de bovenbuurvrouw die een dichtgeknoopt zakje met geld had laten vallen, z’n gezicht vleiend zacht, met een ogenschijnlijk gemeende lach. De saxofonist pauzeerde ondertussen om ‘t zakje op te rapen.

Ik zette m’n fiets binnen, de deur wijdopen, gooide m’n jas uit, m’n pet af, bleef in de deuropening nog ff staan kijken. De straat was opeens een buurt. We leerden eindelijk elkaars glimlach kennen, de sprakeloosheid van elkaars gezicht aflezen.

Van een 30-tal meters kwam een groepje kleuters aangelopen, enkele hadden de handen ineengeslagen. Langzaam, stapje voor stapje. Nieuwsgierig naar wat voor bijzonders nog nooit vertoonds zich bij ons in de straat afspeelde. Ze bleven staan op 5 meter afstand.

& ‘t Trio speelde verder.
& Liep de straat in.
Ver weg, verzonk ‘t geluid tussen de woningen.
& Leek nog minutenlang in de hoofden van de bewoners door te spelen.

Er was een straat in Zijperspace die plots buurt mocht heten.

nadeel

Er zijn vele nadelen aan ‘s middags aangeschoten raken. 1 Ervan is dat je ‘s avonds nuchter moet worden. Tenminste, in bepaalde mate gebeurt dat als je na de drank-inname een avondmaaltijd nuttigt. Waardoor je vaak, ik in ieder geval wel zo vlak erna, in slaap valt.
Dan kan men opmerken: je kan dat eten toch uit ook tot vlak voor slapen gaan uitstellen.
Ik ga echter al naar huis op ‘t moment dat ik denk dat ‘t verstandig is (daar ben ik vreemd genoeg altijd nog toe in staat), zodat ik er de volgende dag niet al te veel aan herinnerd hoef te worden.

Als je in slaap valt, is ‘t over ‘t algemeen ook de bedoeling dat je weer wakker wordt. Dat moment van ontwaken valt na zo’n middagdronk bij mij over ‘t algemeen vroeg in de nacht, of zogezegd, laat op de avond. Waarna ‘t hoofd niet onmiddellijk bereid is de slaap voor de rest van de nacht te vatten. ‘t Wil 1st wat verpozing, denkt ‘t sjacherijnig, ontspanning, afleiding; geen aandacht voor ‘t bonkend gedeelte van ‘t hoofd, ‘t halfslapend hoofd.

Tot diep in de nacht wordt er dan aandacht besteed aan onzinnige dingen, waarvan ik de essentie de volgende dag alweer vergeten ben. Ik zit bijv uren achter de comp, te staren naar ‘t web, denk ik later. Ik raak geen boek aan, geen cd wordt er afgespeeld, de tv blijft uit, obsessief lijk ik m’n tijd door te brengen met iets wat de tijd doet vliegen.
Maar erger nog: waardoor ik de afspraken van eerder op de dag totaal kwijt raak.
Dat besef ik dan pas de volgende dag.
& Ik besef me bovendien dat iedereen de hele tijd dingen opschreef, gistermiddag. & Dat ik dat niet nodig vond, want dat zou ik wel onthouden.

Da’s een nadeel van alcoholgebruik in de middag in Zijperspace.

hoofdrol

Laat me nog 1maal dj zijn
de meester van de omgang
de weerschijn van een maan

de volle gloed, een ster heel klein,
maar de hoofdrol van elks verlang
naar later, naast ‘t zelf-bestaan.

de regelaar van ‘t geluid dat reist
dat zwierig zweeft & zalig stil
op momenten waar ‘t niets vereist
duidt op uiteindlijk aaklig kil.

Laat me nog 1maal dj zijn in Zijperspace.

passeren

6 Boeken van Cesare Pavese bij de Slegte in de ramsch: per stuk slechts € 6,-!. Uit ‘t schap pakte ik 4 delen waarvan ik zeker wist dat ik ze nog niet in m’n boekenkast had staan. De andere boeken die ik reeds in handen had, heb ik maar teruggezet; ze haalden ‘t toch niet bij Pavese.
Ik moest zelfs aan een medewerker vragen of ik ‘t inkijk-xemplaar mocht nemen als dat de laatste was. Onee, nee, hij was nog maar net begonnen met Pavese in de kasten te zetten. Ze stonden nog op ‘t karretje.

Voldaan over de vondst & ‘t feit dat ik er zo vroeg bij was, begaf ik me richting kassa. Terwijl ik door ‘t meisje geholpen werd, vroeg ik me af of ik een opmerking durfde maken. Zij was druk bezig met scannen, kassa bevelen geven, papiertje pakken, boeken erin leggen, plakbandjes plakken, al ‘tgeen een kassa-medewerker in een boekenwinkel doet. Ik was druk bezig met gedachtes die klanten normaliter niet bezigen.

‘Loop jij wel eens door de Paleisstraat?’
Ik durfde ‘t. In de euforie van de vondst van Pavese voor geen geld, had ik genoeg moed blijkbaar in m’n lichaam verzameld om haar de meest onnozele vraag te stellen. Nou ja, wist zij veel dat ik dondersgoed wist dat zij al minstens 2 jaar 2-maal per week heen & weer m’n winkel voorbijging.
Ze keek me vragend aan. Paleisstraat? scheen ze te denken.
‘O, dat is de straat van O’Reilly’s & van Dale?’

Ze had me dus nog nooit zien staan. Noch ín de winkel, naar buiten starend vanachter de kassa, noch er vóór, op mooie dagen, als ik m’n lunch verorberde, zittend op een kratje. Terwijl ik haar wel vaak genoeg had geregistreerd. Niet omdat ze nou een wonderschone verschijning was. Ze moest ‘t meer hebben van de algehele uitstraling. Uitstraling die mij blijkbaar aansprak, want ik zou me niet voor de geest kunnen halen hoe haar vriendinnen er uit zien.

‘Nou, ook van de Bierkoning, want ik zie je daar wel ‘ns voorbij gaan als ik sta te staren door ‘t raam.’
‘Ja, ik studeer daar om de hoek,’ dat had ik ook wel door, ‘dus als we ff niks te doen hebben gaan we koffie drinken bij van Dale of O’Reilly’s.’ & Dan kijkt ze niet wie ze zoal passeert.
‘Zoiets vermoedde ik al,’ zijn m’n laatste woorden. Je moet ‘t nog wel een beetje spannend houden. Hoewel: ik zei d’r ook nog gedag.
Zij lachte breeduit, geheel gecharmeerd van ‘t feit dat ze herkend was. Ze zou niet zo snel meer onoplettend m’n winkel passeren.

Thuis heb ik alle kasten afgezocht naar m’n reeds verworven boeken van Pavese. Ik moest al snel tot de conclusie komen dat ik ze toendertijd waarschijnlijk allemaal van de bieb geleend heb, want slechts ‘Leven als ambacht’ vond ik terug.
Nu staan er nog 2 boeken op me te wachten in de Slegte, maar ik weet niet of ik wel deze zelfde dag nogmaals durf te gaan.

‘t Koopgedrag in Zijperspace laat zich door onnavolgbare aspekten beïnvloeden.

devo

& Geen opmerkingen over 'at your service' nav 't plaatje!

Een stel limburgers zag voor aanvang van ‘t concert hun kennis Leo bovenin de zaal zitten.
‘Leo!’
Leo reageerde niet.
‘Leo!’ maar ditmaal geen limburgs accent.
‘Leo!’ klonk de stem er vlak naast.
‘Hé Leo!’ riep iemand vanaf de andere kant van Carré.
‘Leo!’ ‘LEO.’ ‘Leeeeooooo.’ ‘Leo!’ Leeééejoooo!’
Overal vandaan werd Leo aangeroepen. De hele zaal deed mee. Z’n vrienden doken gehaast weg in de massa.
Ik kon ‘t zelf ook niet laten ff Leo te roepen. Kreeg daarop al snel een por van Lange Ton, die er niet van hield de aandacht te trekken.

Dan was Lange Ton in zijn kledij toch ff op de verkeerde plek, vond ik. Een concert van Devo, waar geheel alternatief Amsterdam op afkwam, & 2 jochies uit Den Helder, waarbij iedereen, op 1 na, de burgerlijke kledij van ribbroek & blokjesblouse & degelijke zwarte schoenen allang al had afgezworen. Alleen de linnen schoudertas was een concessie die Lange Ton naar de moderne tijd had gedaan. Omdat hij daarmee nou 1maal makkelijker z’n platenaankopen kon dragen. & Af & toe er een hengst mee kon geven als ik een te snedige opmerking over hem maakte.

‘t Was een prachtig concert, dat 1e concert van ons in de grote stad. We liepen verdoofd gehaast naar de laatste trein bestemming Den Helder terug. Zelfs toen ik 2 uur later in bed stapte was ik nog verdoofd; ‘t bleef piepen in m’n oren.
M’n 1e concert, m’n 1e gehoorbeschadiging.

Maar we zijn allang niet meer devoot in Zijperspace.

adem

Esther bleef een nachtje bij me slapen. Zeer gezellig. We hadden reeds een gezellige avond achter de rug, maar dat ze bleef slapen maakte ons samenzijn kompleet. Zo’n nacht van niet makkelijk te vergeten.
Bij ‘t ochtendgloren, hoewel die officieel allang verworden was tot middagschijnsel, werden we wakker & kwam ik erachter dat ze uit haar mond stonk.
Dat soort verschijnselen hebben geen positieve invloed op de gevoelens die zich juist op dat moment dienen te ontwikkelen bij mij. Alles werd afgemeten aan de geur die ze verspreidde. & ‘t Werd drastisch beïnvloed door de mate waarin ik haar gezicht durfde te naderen.
Ach, ‘t was in ieder geval gezellig geweest, daar moesten we ‘t maar bij laten.

Een maand later kwam ik Esther weer tegen in de Buurvrouw. Na afloop van ‘t Eurovisie Songfestival. Ze was daar met al haar vrienden. Dat bleken er nogal wat te zijn: een groep vrienden die elk jaar bijeenkwam voor ‘t gezamenlijk in stijl bekijken van ‘t gebeuren. & In stijl betekende met ornamentjes, versiering, frivoliteiten, drank & vooral veel gejoel. & Achteraf doordrinken in de stad. De stad zijnde de Buurvrouw. Ook mijn stamkroeg in die tijd.
Gezeten bovenop ‘t biljart stelde ze me voor aan 1 van haar beste vriendinnen. Vertelde waar ze vandaan kwam, vertelde waar ik vandaan kwam. & Liet ons toen in de steek. Hele avond niet meer gezien. Waardoor ik wel aangewezen was op een gesprek met haar vriendin, die voor de rest niemand kende in Amsterdam.
Gesprekken met mensen die je niet kent kunnen onnoemelijk saai zijn, vooral als je ertoe gedwongen wordt.

& Ik bleef maar denken: ‘Hé, ik was de 1e die dacht dat ‘t niks zou worden. Ook al heb ik dat niet laten merken. Behalve dat die afscheidszoen misschien wat huiverig was. & Ik merkte op dat moment ook niks van enig enthousiasme bij jou. Maar op dat moment wilde ik ‘t nog wel een kans geven, maar niet nogmaals die adem m’n gezicht ingeblazen krijgen. Hé, ik dacht dat ik de 1e was, dus moet je mij niet zo stoer afschepen.’

& Toch zijn we blij dat we normaal kunnen ademhalen in Zijperspace.

rooie (vervolg)

Ze kwam vlak na mij binnen. Ik in m’n vrije tijd & zij blijkbaar ook.
‘Hoi Rob. Hoi Peet. Hoi Piet,’ was mijn binnenkomst. Zij liep rechtstreeks naar de opening van de bar om te vertellen hoeveel flesjes ze wilde hebben. Waarop ik zo snel mogelijk vertrok naar achter om haar vooral niet in de rij wachtenden te hoeven ontmoeten. FF vanuit ‘t voorraadhok achter de bar met m’n collega’s die wel werkten communiceren.

Marien plaatste de door haar bestelde flesjes bier in haar tas, kon ik zodoende zien. Maar 1st schudde hij ze ijverig: ‘Ze zat alweer te zeuren over ‘t schuim.’

Ze bleef langer hangen dan gewoon doordat ze in contact raakte met oud-collega Rob, die toevallig langs was. Ze gingen zelfs gezamenlijk aan een tafel zitten, waarbij Rob bier voor hun beiden haalde.

‘Liefde op ‘t 1e gezicht,’ zei ik voor de grap tegen Marien.
‘Als ze dat maar laten,’ zei Sas, ‘dan kom ik nooit meer bij Rob langs.’
Ze zaten inderdaad net ff te knus tegenover elkaar.
‘Als dat wat wordt,’ ging Sas verder, ‘dan neem ik ontslag.’
Ongemerkt dachten we ‘tzelfde als Sas.
Gelukkig komt Rob niet meer zo vaak langs, bedacht ik er snel achteraan.

We hebben nl ook een boterham nodig, naast bier in Zijperspace.

10e ergernis over ding dat z’n eigen ding doet

Alle vroeg me of ik schreef om dan alles van me af te schrijven.
‘Nee. Ik schrijf. (…) Gewoon.’
Ja, Alle schrijft als hij schrijft van zich af. Alle krijgt blijkbaar ‘t gevoel dat ‘t probleem in z’n hoofd dan minder wordt. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat-ie probeert te schilderen. Dan kan-ie z’n gevoelens uiten.

Niet dat ik er niet in geloof; ‘t zou best kunnen dat ‘t juk van de wereld op m’n schouders lichter wordt, ‘t schrijven therapeutisch werkt. Ik merk ‘t echter niet daadwerkelijk. Dus ga ik er vooralsnog niet vanuit.

De ergernis blijft nl. Ook al maak ik er melding van. ‘t Blijft irritant dat er straaltjes uit de douchekop eigenzinnig in m’n oor spuiten als ik m’n oksels probeer te spoelen. & ‘t Blijft irritant dat je een straaltje denkt recht te hebben gestreken (‘t lijkt te helpen: ff met de vinger over de plek waar dat verminkte straaltje z’n oorsprong heeft), waarna ‘t plots met onverminderde energie rechtstreeks je oog probeert te belagen.

We proberen de wilde waterstromen te reguleren in Zijperspace.

vrijheid

Ik ga proberen weg te gaan. In ieder geval 1 dag plots de deur uit te zijn. Weg van huis, weg uit Amsterdam.

2 Dagen vrijheid overvallen me een beetje. Ieder ander is gewend een weekend te hebben, die over ‘t algemeen bestaat uit 2 vrije dagen achter elkaar. Zoiets gebeurt mij slechts zelden.
& Als ‘t me gebeurt, heb ik de tijd al lang van te voren bestemd. Ik weet dan wat ik ga doen. Nu moet ik plots bedenken wat ik ermee wil; pas afgelopen donderdag werd dat me duidelijk.
Ik weet in ieder geval dat ik mezelf niet wil isoleren in weer dezelfde ruimte. Die smalle ruimte die steeds smaller wordt naarmate ik meer vrije uren heb, op ‘t moment dat ik er niet aan gewend ben.
Ik moet ervaren dat ik vrij heb. 2 Dagen achter elkaar.

Er is echter de angst dat ik morgenvroeg de stap niet aandurf. De ontwaking niet over me heen wil laten komen, ‘s ochtends in bed, zodat ik vroeg de deur uit kan. Om ‘t weekend inderdaad ook ‘t weekend te laten zijn. Daar moet ik nl vroeg in de morgen mee beginnen, anders vliedt ‘t weekend van mij weg.

‘t Begint nu al, die angst voor ‘t durven. ‘t Kost me al moeite ‘t boekje tevoorschijn te halen met de beschrijving van ‘t wandelpad. Een pad waar ik m’n tijd, m’n energie op kan botvieren.
Tuurlijk ben ik niet bang voor regen, voor gemiste paden, leegtes in landschap, zwijgende bomen, rillende bladeren. ‘t Enige waar ik bang voor ben is de stap te maken.

Die grote stap weg uit Zijperspace.
Update: ik ben uiteindelijk een wandeling wezen maken ‘volgens ‘t boekje’, waar ik ‘t eerder over had. Slechts 1 dag; nu nog op naar de volgende.

rooie

We hebben allemaal een hekel aan haar, maar ik nog een beetje meer dan de rest. Eigenlijk moet ik zeggen dat we geen van allen zin hebben om haar te helpen, we gaan ‘r uit de weg. & Ik nog een beetje meer, omdat ik door m’n andere baan de mogelijkheid heb haar nóg 2 dagen in de week te zien. 5 Dagen in de week iemand moeten helpen die je liever niet ziet, omdat ze je niet ligt, is te veel.
Ze heeft ondertussen al de bijnaam ‘de Rooie’, niet alleen om haar rode schoudertas. Vooral door haar rode kop die ze heeft, terwijl ze op haar flesjes bier zit te wachten. De volgende dag heeft ze ze alle 8 alweer op. ‘t Laat zich raden waar ze die rode kop van heeft.

We kunnen er elke keer niet over uit: hoe ze elke keer overal onderuit probeert te komen. Heeft ze weer geld tekort: ‘Mag ik dat misschien morgen bijbetalen?’ Wil ze koud bier dat eigenlijk voor gebruik in ‘t proeflokaal bestemd is; ze krijgt ‘t voor elkaar enkele mee te krijgen. & Achteraf is iedereen heftig verontwaardigd. Hoe heeft dat nou weer kunnen gebeuren?
‘Nee,’ luidt onze botte reaktie tegenwoordig.
Ook al staat ze geduldig te wachten op haar beurt & laat ze desnoods mensen voorgaan, ‘t vergroot slechts onze afkeer van haar. Want dan komt ze weer met haar zijïge stem zeuren om enkele flesjes. & Moet haar weer opnieuw verteld worden wat de prijs van de div soorten bedraagt. & Welk bier welke smaak, welke kleur, welk alcoholpercentage heeft.
Je bent daardoor zowiezo 5 minuten met haar bezig.

Al zou ze dit soort gedragingen niet vertonen, dan nog zou de hekel aan haar verschijning vanzelf ontstaan. Ze roept ‘t op zichzelf af; ‘t ligt aan haar uitstraling, haar houding, haar stem. Zogauw je haar ziet, zie je een onverzorgd huis voor je; stel je je haar lichaamsgeur voor zogauw je in de nabijheid van een meter komt, die gedachte alleen al doet je terugdeinzen; denk je dat ze weer een poging gaat wagen alles zo goedkoop mogelijk te krijgen.

Ik help haar niet meer. Ik ben verdwenen zogauw ik haar aan zie komen, heb opeens wat anders te doen. M’n collega’s accepteren dat, waarschijnlijk omdat ze weten dat ik haar nog wat vaker zie dan de rest. Ze ontzien me, zogezegd.

Tegenwoordig wil ze er ook meteen een biertje uit de tap bij. Die ze dan in een rap tempo achterover slaat.
Vanmiddag begon ze echter te zeuren over dat er te veel schuim op haar bier zat.
‘Kan er misschien wat minder schuim op?’
‘Ik heb ‘m normaal getapt. Iedereen krijgt zoveel schuim,’ antwoordde m’n collega.
‘Ik hou niet van zoveel schuim.’
‘Ik ga niet met een spatel ‘t schuim eraf scheppen. Dit is een goed getapt biertje & zo willen we dat ons bier er uit ziet.’

Ze hield haar mond & dronk haar glas leeg.

‘Een beetje zitten zeuren over teveel schuim,’ vertelde m’n collega na afloop van ‘t werk, ‘nou, ze moet niet zeuren, want toevallig heb ik met alle flesjes die ze kocht in ‘t hok een tijdje staan dansen. Ze zijn heerlijk door elkaar geschud. Kijken of ze thuis dan nog klaagt over schuim op haar bier.’

& Elke keer denken we dat ‘t haar laatste keer was in Zijperspace.