kordaat

Kiki vertelde me eens dat ze behoorlijk bang was voor onze 1e daadwerkelijke ontmoeting. Ze zag er tegenop.
‘Waarom dat dan?’ vroeg ik verbaasd op ’t feestje waar we ons 1e gesprek voerden.
‘Ik vond je zo’n kordate naam hebben.’

Ton Zijp. Ton……. Zijp……. Ton Zijp.
ZijpZijpZijpZijpZijp.
Ton.
Zijp.
TonZijpTonZijpTonZijpTonZijp.
Ton. Zijp.

Ik probeerde me die kordaatheid van m’n naam voor te stellen. Terwijl zij doorpraatte herhaalde ik in gedachten enkele malen m’n eigen naam. Kijken of dat kordaat over zou kunnen komen.

‘Zo kort,’ lichtte Kiki toe, ‘zo mysterieus kort. Daar moest een kordaat iemand achter schuilen.’
Ik probeerde mezelf kordaat voor te stellen, terwijl zij ’t ondertussen verder uitlegde.
‘Ik ben bang voor kordaat. Mensen die kordaat zijn lijken zo boven de rest te staan.
‘Ik had je naam op de lijst van medestudenten zien staan. Op een gegeven moment wist ik ook welk gezicht erbij hoorde. & Toen we les hadden van Müller & Sam hem de hele tijd zat te interumperen, zei jij dat Sam z’n mond moest houden. De docent moest ook de gelegenheid hebben z’n les af te maken, zei je. Ik dacht: als je dat durft, in aanwezigheid van 250 man, dan ben je kordaat. ’t Ligt niet alleen aan z’n naam.’

’t Lukte me nog steeds niet mezelf kordaat voor te stellen.

Toch vond er een gesprek plaats in Zijperspace.

onderzoek (vervolg)

Na een dieet van 14 uur, bestaande uit slechts water & stress (ook m’n nachtrust stond in ’t teken van enige onrust), woog ik in ’t AMC 65½ kilo. De bovendruk bij ’t meten van m’n bloeddruk bedroeg gemiddeld 138, de onderdruk 86. In welke eenheden weet ik niet, daar heb ik geen verstand van. Hartslag 83 pm. Lengte 1m77. De jongeman heeft ook nog de omvang van m’n middel & heupen gemeten, maar dat waren van die onbenullige getalletjes, dat ik ’t meteen daarna weer was vergeten.

Een heerlijke rust, daar in de kelder van ’t AMC, waar de onderzoeken per persoon werden afgewikkeld. Je hoorde slechts ’t ruizen van luchtverversingsmachines. Onvoorstelbaar mooie grote machinaties leken dat, zo vol & eentonig als ze de sfeer van de buizen, doorkijkjes, liften & wandelgangen wisten te bevestigen. Een perfekte omstandigheid om verder te gaan in m’n boek, nadat ik de noodzakelijke vragenlijst had ingevuld. Dat mocht wel een kwartier duren, 10 blz zijn dat ong, voordat ik als laatste verzocht werd ’t onderzoekslokaaltje te betreden.

Hebben ze vast niet meegenomen in hun onderzoek: dat mensen wiens naam vaak als laatste, door alfabetische rangschikking, opgeroepen wordt, een grotere kans hebben vroeg te sterven. Komt door de stress van ’t eeuwig moeten wachten.

Als dank kreeg ik een 12-vitaminen (ik wist niet dat er zoveel waren) drankje & een gezondheidsbroodje mee.
‘Een kleinigheidje,’ voegde de jongeman toe. Misschien wel lichtelijk gegeneerd.
Ik hou helemaal niet van krentebroodjes. Veel te zoet meestal.
‘Is dat nou gezond?’ vroeg ik me bovendien af. Krenten (of dat zijn natuurlijk weer rozijnen, net als kerstbomen sparren zijn ipv ‘O denneboom’) vervuld van eigen suikers, toegevoegd aan zoet meel & een brok spijs. Dit gezondheidsbroodje was aan de buitenkant ook nog eens oversmeerd met een vettig goedje (‘zal ook wel weer zoet zijn,’ dacht ik) waardoor je ’t broodje alleen aan ’t plastic omhulsel kon vasthouden.
Ik had honger, je hoorde mij voor de rest niet klagen.

Bij ’t verlaten van ’t AMC werd ik de 1e blinde vlek gewaar. Ik kon teksten van bordjes niet meer gemakkelijk lezen. Aangekomen bij ’t Multi-mediapark, tegenover Pathé Arena, werd m’n ½e gezichtsveld door sterretjes bedekt.
‘Zouden mensen nou kunnen zien,’ dacht ik, verpakkingen & produkt-omschrijvingen bestuderend, ‘dat ik een beetje raar kijk & teksten niet direkt kan lezen?’
’t Kon in ieder geval niet aan ’t gezondheidsbroodje liggen, want daar had ik bij aanvang van ’t probleem nog geen hap van genomen. Misschien de rust van de kelder, of de luchtcirculatie, of de vreemde ervaring van bloedafname & andersoortig onderzoek.

Ik verliet ’t pand onder ’t gejuich van een stelletje Koreanen, met begeleidend commentaar van een Nederlander. Onder m’n arm m’n tas met discman, inclusief adapter.
Boven m’n neusschot drukte ’t. Rechtsboven m’n rechteroog ook. & In ’t midden van m’n voorhoofd. De sterretjes waren verdwenen.

Misschien was ’t wel gister in Zijperspace.

onderzoek

Ik heb ’t wel proberen uit te stellen, maar op een gegeven moment ben ik toch maar opgestaan. Hoewel er eigenlijk geen reden toe was. Behalve dan dat ik over 1½ uur in ’t AMC moet zijn & ik niet weet hoe lang ik over die reis ga doen. Vooral nu ik beter niet de fiets kan gebruiken, vanwege een stuur die waarschijnlijk niet mee wil werken.

Ik mag bijv niet ontbijten. Tot na ’t onderzoek moet ik nuchter blijven. & Nuchter blijven betekent ook, dat ik geen suiker mag gebruiken. & Wat is thee nu helemaal zonder suiker? Kan je beter gewoon water drinken. Thee bestaat bij mij vooral bij de gratie van de toevoeging van suiker.

Eigenlijk zit ik me hier dus te vervelen. Want die 2 uur die ik over ’t algemeen neem om wakker te worden, of anders gezegd: om m’n dingen te doen zodat ik geheel ontspannen de rest van de wereld aan kan, bestaat blijkbaar vooral uit ’t tot me nemen van eten & drinken. & De voorbereiding daarvan.
Want ’t vergt nl tijd om water op te zetten, ’t theezakje te ontvouwen, de theepot te spoelen, de thee te laten trekken in ’t inmiddels gekookte water, ’t 1e kopje in te schenken, te wachten tot de temperatuur ervan mondvriendelijk genoeg is, voordat ’t uiteindelijk geconsumeerd kan worden.
De boterhammen moeten ook ontdooid, zorgvuldig daarvoor uitgestald worden op de snijplank, waarna ’t belegd kan worden, gesneden, geselekteerd in de lekkerste volgorde. Dan pas kan de 1e hap richting mond.

Dat alles vergt toch een 5-tal heen & weer drentelen richting keuken. ’t Vergt verantwoordelijkheid tegenover de kinderen van de achterburen, daar die als jonge moslims vast nog geen westerse gezonde man in vol ornaat in onderbroek hebben mogen aanschouwen. Denk ik dan. Dus trek ik bij dat soort bezigheden 1st nog ff m’n broek aan, met een t-shirt om ’t toch nog wat te laten lijken. Dat alles moet ff later ook weer uitgetrokken worden, omdat dat nu 1maal prettiger is tijdens de douche, die ik altijd vlak voor vertrek pleeg te nemen.
Nu hoef ik sinds gisteravond niet de keuken in (ik snap ook niet waarom ik evengoed daar ’t licht heb aangelaten), waardoor ik gewoon rechtstreeks in dit tenue de douche kan bezoeken.

Oja, ik moet water drinken. Ik moet nl ook nog een plasje inleveren. M’n ochtendplasje, die meestal op een zeer ongelegen tijdstip plaatsvindt, heb ik dermate slaapdronken vanochtend geloosd, dat ik ’t potje, waarin ’t opgevangen moest worden, totaal ben vergeten. Dat moet gecorrigeerd. Maar ik weet van mezelf dat ik na die ochtendplas meestal geen behoefte meer heb tot ong een uur of 11. Dat is te laat.

Dit alles tbv een grootscheeps onderzoek naar ’t ontstaan & de faktoren die invloed hebben op ’t ontstaan van hart- & vaatziekten. CRANS heet dat onderzoeksprojekt. In de toekomst weet men dus meer de oorzaken van hart- & vaatziekten. Dankzij mijn lichaam. & De voorbereidingen die ik daarvoor heb moeten treffen. Of de dingen die ik mezelf heb moeten onthouden.

Een verantwoordelijke taak rustte op de schouders van de bewoners van Zijperspace.

masterplan

Ik had een masterplan. Ik had ’t helemaal voor elkaar. Goed over nagedacht, tot in de puntjes voorbereid. Zodat ik evengoed behaaglijk vast zou kunnen slapen, ondanks ’t vroege tijdstip & ’t gebrek aan alcohol.

’t Is een kwestie van vooruit denken als je vanaf 10 uur ’s avonds tot de volgende ochtend, na ’t onderzoek, nuchter moet zijn. Kwestie van plannen.
Zorgen dat je bijtijds eet, ipv ’t gewone tijdstip van ¼ over 10. Zorgen dat je voor de maaltijd een leuke hoeveelheid bier hebt geconsumeerd, zodat de slaap toeslaat na de maaltijd. & De slaap alle zorgen van slechts water mogen drinken doet vergeten. Oja, & thee, maar dat alleen zonder suiker.
Da’s de theorie.

’t Betekende in de praktijk dat ik bijtijds Eindhoven moest verlaten; onderweg een biertje of 2 kon consumeren; thuis tijdens ’t bereiden van de avondmaaltijd ook nog 1; & ’t eten vlak voor 10-en verorberd zou kunnen zijn, waarna ik al lezend in bed in slaap zou vallen van een leuke, gezellige, enerverende dag, met een beetje alcohol.

Dit model hield geen rekening met roekeloze taxi-chauffeurs op de Dam, die plotseling hun kar voor je fiets kunnen parkeren. Evenmin hield ’t rekening met vriendjes van taxi-chauffeurs die je gaan bedreigen zogauw je een vergoeding wilt voor de schade aan je fiets, vanwege zijn onoplettendheid. Verder zat in dit plan niet verwerkt de mogelijkheid dat er verslag gedaan moest worden op ’t politie-buro over dit akkefietje; aangifte gedaan moest worden van de schade & ’t buro op de hoogte gesteld moest worden van ’t feit dat je door 4 mensen bent bedreigd, die beweren getuige te zijn geweest van ’t voorval, maar daarentegen pas 5 minuten later arriveerden.
Dat past nou 1maal niet in een logische kansberekening vooraf, van mogelijke gebeurtenissen tijdens de tocht naar huis.

Resultaat is een lege maag, een glas water voor de neus, de neiging steeds weer op te staan om iets te eten uit de ijskast te trekken, een verschrikkelijke afwezigheid van ook maar enige behoefte aan slaap, & een bovenmatige behoefte elke taxi-chauffeur voortaan de weg af te snijden om vervolgens voor de auto op straat te gaan liggen, met je mobiele telefoon gereed op ’t algemeen geldende alarmnr.

De taxi-mafia bestaat nog steeds in Zijperspace.

theelepeltje

Ik kan ’t juiste lepeltje niet vinden. ’t Theelepeltje dat ik bijna nooit afwas, omdat ’t, zogauw ’t in de buurt van de wasbak komt, alweer gebruikt gaat worden voor de volgende thee-sessie. ’t Theelepeltje dat bijna altijd rechtop in m’n kopje staat, klaar om z’n jarenlange trouwe dienst te continueren.

Al m’n theelepeltjes komen bij m’n ouders vandaan. Ik heb nooit een lepeltje zelf gekocht. Dat kwam toevallig zo uit, in de tijd dat ik op mezelf ging wonen, of wat xtra’s nodig had na weer een andere verhuizing.

Ik heb theelepeltjes met St. Jakobsschelpen er op. Vind ik minder mooi, gebruik ik slechts als ik visite heb in grote getale. M’n vader was secretaris van ’t St. Jakobsgilde. De schelp is een symbool voor die vereniging. Symbool ook voor de pelgrimage naar Santiago de Compostella. Daarom zal ik ze nooit wegdoen, ook al vind ik ze niet mooi. Ooit ga ik net als m’n vader naar Santiago wandelen.

& Ik had ook theelepeltjes met heiligen er op. Die waren prachtig. Ik kon er uren naar kijken vroeger. Want elke heilige droeg weer een ander kenmerk met zich mee. Dan wist je om welke heilige ’t ging. De 1 een sleutel, de ander een staf. Daar zat dan een heel verhaal achter. Die wilde ik eigenlijk allemaal achterhalen, want ik wilde weten waarom de lepeltjes er zo uitzagen. Ik vond verhalen zowiezo prachtig, maar een lepeltje met een verhaal erachter was ’t summum. Dan roerde je je thee met een heel bijbels verhaal.
Ik denk dat ik ’t grootste gedeelte van die lepeltjes bij opeenvolgende verhuizingen kwijt ben geraakt. Die dingen zijn klein & dun. Ze glippen overal doorheen.
Misschien dat er nog een paar bij m’n ouders thuis liggen. Bij m’n volgend bezoek aan m’n ouders moet ik ze dan maar weer ‘ns nader onderzoeken. Kijken of ik nog verhalen terug kan vinden.

In de la liggen ook een paar lepeltjes met een bolletje aan de bovenkant. De steel is dun, met een draaiing erin. Die draaiing daagde me wel ‘ns uit m’n nagel erin te zetten. Vervolgens draaide ik ’t lepeltje, totdat de nagel helemaal bovenaan terecht kwam. Daar kon ik een heel bakkie thee zoet mee zijn.
Maar ze houden minder lekker vast; ze zijn net ff te iel. Voor visite ook.

Hoe m’n favoriete lepeltje er nou uit ziet, weet ik eigenlijk niet. Hij is er niet. Ik zie ‘m elke dag, of eigenlijk: ik voel ‘m elke dag. Bij ’t roeren in m’n thee. Daardoor weet ik wel dat ’t een plat 3-hoekig oppervlak heeft. & Aan de ene kant staat een afbeelding, aan de andere is-ie plat. Voelt erg prettig bij ’t roeren. Ik heb tenminste grip. & Door de afgeronde zijkanten ‘voegt’ ’t ook lekker.
Maar hoe ’t eruit ziet weet ik eigenlijk niet. Oud in ieder geval, net als m’n andere lepeltjes. Behalve dan die schelpen; die zien er nog zo goed als nieuw uit. Daarom vind ik ze misschien ook minder prettig.

Ik heb er nog 1tje in m’n keukenla liggen. Ik heb ‘m net nog ff bekeken. Hij is vies, want hij ligt er al een tijdje onaangeraakt. Ik zal ‘m ook niet zo snel gebruiken. Die hoort daar te blijven. Zo min mogelijk hoort-ie gebruikt te worden.
Aan de bovenkant van de hals heeft-ie een soortemet kroontje. Vervolgens wordt-ie wat breder, maakt een kleine hoek naar binnen, & weer breed tot aan de top. Hij is sierlijk in al z’n eenvoud.
In de kop staat een A afgebeeld. Een klassieke A. Da’s van m’n moeder. De A van Anny. M’n vader had een N. Maar die heb ik niet.
Als ik op dezelfde manier een A zie afgebeeld, denk ik onmiddellijk aan m’n moeder, stel ik me zo voor. Dat had ik daarnet ook toen ik in de la ging kijken: hé, daar ligt m’n moeder.
Die moet daar blijven liggen. Mooi liggen zijn, ook al is-ie dan ietwat viezig.

Nu is ’t tijd voor thee in Zijperspace.

biertje

‘Ook al gebeurt er niets op straat, er is altijd een reden om een biertje bij jou te halen.’
‘Gelijk heb je,’ stem ik met Boekenman in.

‘Ja, ’t gaat de laatste tijd best goed met me,’ vertelt Boekenman me, terwijl-ie z’n biertje met me afrekent. ‘Ik moet nu bijv boodschappen doen voor een paar dames. Maar ach, je kent ze niet. Kijk,’ hij laat me z’n geld zien, ‘ze hebben me € 20,- meegegeven. Dat vind ik toch een teken van vertrouwen.’
‘Wat moet je dan allemaal halen?’
Hij haalt ’t papiertje tevoorschijn & houdt ’t een meter van zich af.
‘Hmm, 2 blikjes cola, een sandwich.’ Hij houdt ’t briefje nog wat verder van zich af. ‘Dat kan ik nu niet allemaal lezen.’ Opeens is-ie ongeduldig: ‘Maar jij kent de dames helemaal niet.’
’t Laatste zegt-ie licht verontwaardigd.
‘Nee, da’s waar.’
‘Ik kom hier alleen maar een biertje halen,’ terwijl-ie met een kwaad hoofd de deur uitgaat.
‘Goed zo. Ik vind ’t leuk dat je ’t bij mij komt halen,’ weet ik nog net met opgeheven duim na te roepen. M’n blik staat alsof ik me van geen kwaad bewust ben.

Maar Boekenman komt een minuut later in andere stemming weer terug. Nog ff z’n verhaal doen.
‘Ik haal dozen voor de mannen met de boeken. Dan krijg ik tenminste een kleine vergoeding. Als ik dan ’s avonds thuis kom, heb ik tenminste wat eten meegenomen. M’n maat is dan al thuis van zijn boekenwerk op ’t Waterlooplein. Hij heeft dus ook wat verdiend. Hebben we allebei wat bijgedragen voor ’t eten van de avond.
‘Die boodschappen voor de dames, daar verdien ik niet echt wat mee. Maar ik krijg er wel wat voor. Die dames moeten er erg hard voor werken. Maar jij kent die dames niet. Ze zitten om de hoek in de Spuistraat, maar jij kent ze niet. Ze tekenen & knippen & plakken. Als ik die boodschappen voor ze doe, dan verdien ik er niks mee. Maar ik krijg er wel wat voor.
‘Ik ben niet zo als die mannen daar.’ Hij maakt een gebaar richting de Albert Heijn, waar elke dag de mensen waar hij op doelt rondhangen. ‘Want die mensen zijn getikt. Ik doe niet meer wat zij doen. Dat weet jij toch?’
Ik beaam ’t: ‘Nee, dat heb jij toch niet meer nodig.’
Boekenman lacht weer: ‘Maar een biertje moet kunnen.’

Een gedachte die gemeengoed is in Zijperspace.

kwetsen

Mocht men ’t willen weten.
Ik zou ’tzelfde kunnen schrijven als degenen waar een enkeling kritiek op heeft. Men zou op dezelfde manier af kunnen geven over mijn schrijfstijl, de inhoud van m’n stukjes, m’n manier waarop ik mezelf presenteer.

Ik ben overal geweest: in diepe dalen & op hoge bergen. Waarbij de dalen mijlen ver onder ’t NAP lagen, & waarbij de Vaalserberg tegenovergesteld een zandhoopje leek. Ik ben de populairste van de klas geweest & de meest verafschuwde. Men heeft mij op handen gedragen & men heeft mij vanwege m’n persoonlijkheid willen ontslaan. Ik ben gek geweest; tegenwoordig schijn ik me redelijk normaal te gedragen.

Ik weet ook dat in onzekere situaties of juist op momenten van ’t plotse ontbreken daarvan, men de neiging kan hebben zich op een bepaalde manier te uiten. Een manier die niet strookt met ’t algemeen denkbeeld van wat goed is, zoetgevooisd, sociaal acceptabel, populair.
Ik heb dat geaccepteerd. Van mezelf, van anderen. Hoewel ik best een hekel aan dat soort mensen kan hebben op dergelijke momenten. Dan wil ik ze negeren, wil ik ze niet kennen. Fluister ik naar de metgezel op dat moment voor handen wat voor belachelijks die persoon wel niet uithaalt. & Lachen we er hard om met elkaar.

Ik ben echter ook zelf in die situatie geweest. Maar dan in ’t openbaar. Ik heb meegemaakt dat mensen mij en plein public veroordeelden, omdat mijn gedrag niet strookte met dat van de rest. Ik heb momenten meegemaakt dat men eerder de neiging had mij te stenigen, dan voorbij te laten lopen.
Ik weet waar de mens toe in staat is, als ’t gaat om kwetsen, naar beneden halen, antipathie voor iemand kweken.

& Toch vind ik dat iedereen z’n eigen mening over eenieder moet hebben. Je mag iemand, of je ligt elkaar niet zo. De normaalste zaak van de wereld.
Ik vind echter ook dat je niet iemand publiekelijk te schande mag maken, een persoon ongenuanceerd met pek & veren mag besmeren.

Dat kwetst.
Zodoende ben je bezig macht uit te oefenen over iemand die zich zwakker voelt dan jij, omdat-ie zowiezo in de minderheid is, door z’n gebrek aan grote bek.

Ik hou niet van volkshetzes. Ik hou niet van een lynchpartij. Ik hou niet van ongenuanceerde vuilspuiterij. Evenmin hou ik van iemand verrot te schelden, zonder dat er enige reden achter ’t gebruik van dergelijk vocabulaire is.
Een meningsverschil is iets tussen mij & de tegenpartij. Ik vind ’t niet nodig dat anderen daar iets mee te maken hebben. Zeker niet als ik geen argumenten anders dan emotionele kan gebruiken.

& Ik haat moedwillig kwetsen. Ze kunnen mensen blijvend schade toebrengen. Ze kunnen mensen kapot maken. Ze kunnen mensen tot zelfmoord drijven. Ze kunnen gebeurtenissen onomkeerbaar maken.

Kwetsen wordt niet toegestaan in Zijperspace.

lijflog 4

’t Is een moment van rust: ff de tijd nemen voor de grote boodschap op de wc door een boek mee te nemen. Je lichaam volledige ontspanning geven door te lezen over iets anders dan je eigen leven, wat voor narigheid dat allemaal oplevert & daar volledig in opgaan. Wat o zo noodzakelijk is op 1 van de belangrijkste momenten van de dag.

’t Is iets wat ik van m’n vader heb overgenomen. ’t Voordeel is wel dat ik op mezelf woon, terwijl hij een gezin van nog 7 andere personen om zich heen had lopen. & Terwijl ik toch zeker binnen 5 minuten de boel heb doorgespoeld, had hij aan een kwartier nog niet genoeg.

Tuurlijk vind ik de inhoud van ’t boek wel ‘ns belangrijker dan de aktiviteiten die m’n lichaam aan ’t bezigen is. Maar die xtra interesse kost vaak niet meer dan een alinea. Misschien, heel af & toe, een volgende pagina, omdat ik dan ’t hoofdstuk heb beëindigd. Meestal echter duurt m’n verblijf aldaar hooguit 1½ pagina lang.
Vervolgens doe ik de deur van ’t toilet dicht, zodat slechts in de gang ik gedwongen ben adem te halen via de mond. & Dan nóg, denk ik erbij, ’t zijn m’n eigen geuren.

Mijn vader mocht in de badkamer gaan zitten. Wel voor een ½ uur maakte hij daar gebruik van dit privilege. In de badkamer waar wij ff later een bad wilden gaan nemen, of wellicht een douche. Wat niet te harden was. Zelfs over de overloop de badkamer passeren was geen pretje.

Maar goed, ik zit hier dus in m’n 1tje. Lekker rustig op mezelf, hoef me nergens wat van aan te trekken. Vind ik ook noodzakelijk; deze taak vergt uiterste ontspanning van lichaam & geest. ’t Is geen moment van bezinning, maar eerder je lichaam z’n eigen gang laten gaan. Er moeten geen faktoren van buiten invloed op m’n gemoedstemming hebben.
Daar wil ik dus niet bij afgeleid worden.

Zoals door een broekriem, die irritante geluiden maakt, terwijl-ie te bungelen hangt bij je voeten.
Of door de kraan die om de 12 seconden een druppel verliest in ’t wasbakje voor je.
Of door een cd-speler die een vetvlek heeft gevonden op de cd & de hele buurt daarvan op de hoogte wil brengen.
Of door een telefoon die overgaat, waarbij de beller uiteindelijk een enquêteur blijkt te zijn, terwijl de broek nog tot op m’n knieën hangt.

In Zijperspace heerst soms een moment van volledige rust & ontspanning.

strings

Max doet niet meer aan sex. Al jaren niet, heb ik ’t idee. ’t Interesseert ‘m gewoon niet. & Als ’t ‘m wel mocht interesseren, dan toch waarschijnlijk toch vooral voor de herenliefde, is m’n vermoeden.

Dus als hij bij me langskomt op een zomerse dag & we besluiten buiten op een kratje plaats te nemen, moet ik ‘m duidelijk maken wat mij bezighoudt. ’t Zal voor hem toch duidelijk zijn dat terwijl hij praat, ik m’n gezicht niet de hele tijd geconcentreerd op hem kan blijven richten. Er zijn nog andere dingen gaande, zo midden in ’t centrum, om de hoek van de letterenfaculteit.

‘Vrouwen mogen weer op straat verschijnen zonder bh’s,’ heb ik ‘m van de week bijv wijsgemaakt. & Dat staafde ik aan enkele passerende voorbeelden.
Dat snapte hij niet. Toendertijd was dat toch ook al zo? 10-20 jaar geleden.
Ja, maar dat is weer helemaal uit de mode geraakt. Opeens droegen alle vrouwen weer bh’s, legde ik ‘m uit, & de bh die een vrouw droeg was belangrijk voor haar uitstraling. Nu is die uitstraling zonder bh eindelijk ook weer belangrijk.

Ondertussen probeert Max z’n verhaal te vertellen. Daar is-ie erg goed in. Hij weet elke keer weer precies op ’t punt te herbeginnen, waar ik afgeleid raakte. Een noodzakelijke eigenschap, zo midden in de hete zomer.

Ik heb ‘m ook de sport van ’t string-signaleren proberen uit te leggen. & Waarom ik helemaal geen billen-man ben.
Maar sinds ik in een stukje had gelezen dat een moeder haar dochter’s string op een uitgaansavond had geleend, had ik er meer feeling voor gekregen. Dan krijg je er vanzelf ook oog voor.

‘Kijk, dat is een dame met een string.’
‘Waaraan zie je dat dan?’
‘Nou, boven die bilspleet kan je vaak een 3hoekje in de broek door zien schijnen. & Vaak is ’t zo, bij deze dame bijv, dat de billen ook veel meer vrijheid hebben om te bewegen.’
‘Oja, nu zie ik ’t.’

’t Komt allemaal door een moeder die een string van haar dochter leende.
Ze vond ’t maar gek, dat gevoel van een draadje in haar bilspleet. Maar haar dochter was de deur uit & zij had ook ‘ns zin in een lekkere sexy avond met haar vriend. Dus leende ze de string van haar dochter.
& Ze schreef daar uiteindelijk een stukje over, dat ze opstuurde naar ‘Dag in, Dag uit’ van de Volkskrant. ‘NL’ heette die rubriek van ingezonden stukjes.
Door de levendigheid van ’t stukje kan ik sindsdien strings door de broeken van vrouwen heen zien. Of juist de afwezigheid ervan.

‘Die kinderen houden zich de hele tijd bezig met ganzen bekogelen,’ vertelt Max een minuut later verder.
‘Daar heb je er weer 1,’ onderbreek ik ‘m.
‘Hoe zie je dat dan?’

’t Was de helft zo rustig in vroegere tijden van Zijperspace.

sterker

Ik hou er niet van als mensen moeten tonen dat ze sterker zijn dan een ander. Als ze daarvoor naar ’t middel ‘in de zeik zetten’ grijpen, word ik echt pissed off. Indien je een bepaalde mate van medemenselijkheid in je kadaver hebt, dan verlaag je je niet tot dit soort masculien gedrag.
Dan kan je beter je geld aan een dame uitgeven, die zich voor ’t aanschouwen van ’t gefrustreerd uiten van dit gedrag laat inhuren.

Ik hou niet van de afzeikschrijfsels van Theo van Gogh, Battus of Boudewijn Büch. Hoe kunstig ook geschreven, ik vind ’t niet getuigen van enig begrip voor ’t denken van een ander. Voor de gevoeligheid van een ander. Voor de kwetsbare punten van een ander. Zeker ook, omdat ze zich uiten via papier & niet elkaar recht in ’t gezicht af proberen te maken.

Ik hou dus ook niet van afzeikschrijfsels in Weblogland. Hoe stoer de mannetjes zich er ook bij voelen, als ze hun epistels over een medeblogger schrijven, wat mij betreft kan zo’n persoon meteen door de stront zakken.
Want volgens mij toon je daarmee slechts je eigen zwakheden aan. Zo’n persoon kan blijkbaar niet normaal met andere mensen communiceren, mededogen tonen voor andermans leed, andermans falen, andermans ongeluk.

Mocht iemand zich aangesproken voelen na ’t lezen van ’t bovenstaande: ik ben ’t niet die zich gekwetst voelt. Ik laat me niet zo makkelijk meer kwetsen. Ik betreur alleen ’t zielige karakter dat achter zulk schrijven steekt.
Ik heb plots een grote behoefte dit gevoel kenbaar te maken, ook al had ik een tijd geleden besloten dat ik niet meer over blog-incestueuze gebeurtenissen zou schrijven.

U moest beter weten als u ook maar een bepaalde mate van emotieve & sociale intelligentie heeft. Maak van dat kleine beetje dat nog tot uw beschikking staat gebruik & staakt ’t moedwillig kwetsen van andere personen.
U wordt er nl alleen maar sterker van vanuit uw eigen standpunt & andere afzeikschrijvers. Als mens wint u niets aan waarde.

& Mocht u denken dat er geen kwaad schuilt achter andere mensen via de letter zo af & toe af te zeiken, neemt u van mij aan: ’t doet wel degelijk pijn. ’t Doet meer pijn dan dat ’t mondeling zou worden overgedragen.
U heeft niets aan die pijn.

Laat 1 ding duidelijk zijn: zulke mensen worden in Zijperspace niet lang getolereerd