vertrokken

Ik heb
DOEI
gezegd

Keihard & snoeiend
Overduidelijk,
onverstaanbaar.

Tegen aldiegenen
die hoorden.
Ik ging weg.

Nou, ik was
er niet meer,
stilaan vertrokken.

Een behoorlijke
hoeveelheid
niet aanwezig zijn.

Zoals ’t hoort, terug in Zijperspace.

lijflog 3

’t Is vooral niet m’n favoriete bezigheid. Zeker niet nu ik merk dat ’t steeds duurder wordt, doordat de mesjes al na 1 keer bot zijn. Als ze ergens op verdienen dan is ’t op de verplichting van de consument steeds weer nieuwe mesjes te moeten aanschaffen. Op de 3-dubbele mesjes verdienen ze waarschijnlijk meteen ’t 3-dubbele.

Ik moest wel overstappen op die dure 3-dubbele mesjes. Op m’n verjaardag, 2 maanden geleden, had ik me 4 maal gesneden. De wondjes werden geïrriteerde plekjes. De geïrriteerde plekjes begonnen als rode jeukende pukkeltjes te zwerven over m’n wangen. Gek werd ik ervan, niet alleen vanwege de jeuk, maar ook door ’t steeds weer veroorzaken van nieuwe wondjes.
Iemand zei me dat hij er ook altijd last van had gehad (ik dacht: ik heb er helemaal niet altijd last van gehad; ik heb er net een maand last van) & daarom overgestapt was op 3-dubbele mesjes. Sindsdien was ’t verdwenen, zei hij.
Met wat xtra hulp van een homeopathische zalf in de vorm van Cardiflor, kreeg de adviseur gelijk. Een week later was ’t weg.

Ik snij me evengoed nog wel. Dat lijkt inherent aan ’t nat scheren. Iets wat je op adolescente leeftijd leert accepteren. Iets wat ik vorige week ook accepteerde.
Die jeuk, die een genezend wondje veroorzaakt, leer ik echter nooit accepteren, zo lijkt ’t. Zogauw er een krabbaar korstje op ontstaat, gaat de nagel van m’n wijsvinger er onder proberen te poeren. Om ’t uiteindelijk los te krijgen. & Een verse wond te veroorzaken. Met korte baardhaartjes ontstaat er dan nog meer irritatie, waardoor de huid dikker wordt; ’t zal nog meer moeite kosten zonder bloedvergieten te scheren.

Dus daar sta ik dan voor de spiegel: m’n baardgroei stelselmatig verwijderend, maar de baardhaardjes rond ’t wondje tot op ’t laatste moment vermijdend. Tot er nog slechts 1 plukje witte dons van ’t scheerschuim m’n kin siert. Ik voel de plek ook wel zonder schuim, de irritatie van de laatste krabsessies heeft ’t tot 1 van de centrale plekken in m’n gezicht laten verworden.
Ik zal de haren ook daar moeten scheren; ik kan moeilijk de straat over met een glad gezicht op 1 polletje na, linksonderaan m’n wang. ’t Zal echter een resoluut gebaar van m’n scheerarm vergen, want huid zal zeker meegenomen worden, gezien de bolle status van ’t stukje vel.

Ik bedenk nog een keer hoeveel hekel ik eigenlijk aan ’t scheren heb. Volgend leven toch maar een vrouw, besluit ik weer ‘ns. & Dan liefst in een periode dat behaarde benen & oksels in de mode zijn. Onzinnig eigenlijk, waarom moet een mens zich toch van de natuurlijke groei ontdoen? & Besluit vervolgens de haal met ’t gloednieuwe mesje te maken.

De haren zijn weg. ’t Wondje ook. ’t Ziet rood, maar ’t bloedt niet. ’t Mesje zal ik de volgende keer wel weer moeten vervangen.

’t Is geen luxe een man te mogen zijn in Zijperspace

dak

& Plots, als je in de keuken een biertje uit de ijskast wilt halen & toevallig ff door ’t keukenraam de donkerte van de nacht buiten aanschouwt, & je al de spetters aan de buitenkant waarneemt, besef je je dat je een vreemde in ’t buiten bent. De natuur is aan de gang geweest, & heeft z’n sporen achtergelaten op ’t raam. Je herinnert je flitsen, die de gordijnen deden oplichten, met een enkele donder of windvlaag die door de gordijnen & deur te horen was. Maar jij bleef binnen, gekluisterd aan ’t huiselijk binnen, alsof de winter nog steeds heerst.

De deur moet open; je moet je beseffen dat je weet dat er een buiten is. Je moet daar in dat buiten zijn, in de stoel zitten die meestal slechts tot zitten uitnodigt als de zon schijnt. De lucht, de geur, de sfeer inademen die de planten met z’n allen creëren. Met een enkele boom als gezelschap in ’t produceren van die vluchtige & blijvende natte geuren. Met veel hulp van ’t gevallen vocht.

’t Tentje. ’t Beschutte tentje op de kleine camping. Met veel gras er omheen.
& De grote donkere nacht allesomhullend als je eropuit moet om je plasje te doen. Al die vreemde onoverzichtelijke faktoren die invloed hebben op je gemoedsstemming, als je daar tegen ’t dichtstbijzijnde struikje staat te plassen, blote voeten in losse-veter-schoenen. & Toch die stille schaamte dat je daar in je onderbroek staat, ook al verbergt veel donker je verschijning.

Maar zoveel natuur waarvoor je eigenlijk bang bent. Wat is een egel? Wat doet een muis? Hoe groot is een eekhoorn?
De natuur is veel groter dan mogelijk geacht vanuit dat kleine huisje dat je je woning noemt. Je huidig huis, dat eigenlijk tent heet, is veelomvattender.
God, wat is ’t dak hoog, zo plassend, nazittend nadenkend, of laatste regels lezend in klein zaklantaarnlicht. Dat dak van wegwijkende sterren. De geur veel rijker, veel gevarieerder dan mogelijk geacht in de dagelijkse sleur aan huis. De rilling van kou makkelijker te ondervangen door alles te gebruiken dat voorradig is in rugzak. ’t Neerdalend vocht een levend onderdeel, een noodzakelijk onderdeel van je tocht door die grote, nimmer boze wereld.

We verlangen naar ander onderdak in Zijperspace.

verstreken

Mag ik eenieder er op attenderen dat de tijd verstreken is voor ’t inzenden van schrijfsels ivm de ‘uitdaging tot ’t schrijven van grootse geschriften’.

Ik heb 14 inzendingen mogen ontvangen. Veel meer dan ik verwacht had. & Van veel hogere kwaliteit dan ik verwacht had (of mag ik dat niet zeggen?).
Ik zal ze de komende nacht allemaal nog een keer lezen. & Anders morgenochtend nog ff.

Ik ga mij beraden. & Dan niet alleen over welk stuk ik ’t meest waardeer. Ik zal tevens een symbolische beloning moeten zien te bedenken. Mogelijk dat ik die morgen aan iemand kan overhandigen.
Nu maar hopen dat men geen speech verwacht.

Want dan wordt ’t plots zo stil in Zijperspace.

uitdaging (9e update)

De 1e bijdrage voor de uitdaging voor ’t schrijven van grootse geschriften, afkomstig van Cockie, was al snel binnen, de oneliners in m’n reaktie-ding wilde ik niet meerekenen als kandidaten voor de uiteindelijke huldiging.

Bij de 3e update moest ik m’n mening daarin herzien: ;-) heeft weer iets totaal anders met de opdracht gedaan dan degenen voor hem, of haar, & ’t in ’t reaktieding geplaatst. ’t Wordt echter moeilijk de prijs aan deze persoon te overhandigen, omdat hij/zij totaal onbekend alhier is.
Desert Dog heeft maandagochtend dezelfde plaats gekozen voor zijn korte inzending.

Bij m’n opmerking over oneliners ging ik in de fout, want ik bleek niet goed opgelet te hebben. Racey had reeds haar bijdrage voor me klaargezet, maar ik had haar aankondiging totaal over ’t hoofd gezien. Ik had ’t niet juist geïnterpreteerd, moet ik eigenlijk zeggen.

Vervolgens stuurde Vanzo van Behind Stone Tears me een bericht. Hij liet weten dat hij z’n stuk reeds geplaatst had op zijn blog. Een ietwat langer dan de voorgaanden, maar een frequent lezer van Zijperspace moet daar inmiddels aan gewend zijn.

Wederom meel!
Van Edward Dankmeijer, die zelf geen blog beheert.
’t Zet me te denken, want ik moet evengoed ’t publiek laten weten wat er zoal ingezonden wordt. & Heb ik zoveel ruimte over voor mensen van buiten? ’t Is al krap in Zijperspace, moet u weten.Edoch, ’t is niet al te lang. Ik kan ’t net zo goed plaatsen. Dan heeft de lezer de kans de vergelijking tussen de deelnemende inzendingen te maken. Geeft een wat beter beeld. Doet mij minder eenzaam zijn, als jury in m’n 1tje.
Dus bij deze van Edward Dankmeijer:

Klein is

Klein is het kleutertje, aan groot-moeders hand
Klein is een leutertje, door de koude overmand
Klein is een hart, door liefde verbrand
Klein is de start, van een toekomstig gigant

Inmiddels is zondagmiddag ’t bericht binnengekomen dat ook Website4all z’n eigen interpretatie van de uitdaging geplaatst heeft.

Bij ’t maandagse ochtendgloren wist T-jo me te melden dat hij ook een bijdrage heeft geleverd, wat we moesten zien als een soort van uitdaging. Hierna gaat-ie weer gewoon door met z’n gebruikelijke manier van posten.

Nattisays heeft ook iets ingezonden. Of eigenlijk heeft ze 2 keer ingezonden, zou je kunnen zeggen, want haar introduktie tot haar stukje is zeker ook de moeite waard. ’t Beroep op de zintuigen is misschien minder groot, maar daar trekken we ons niks van aan.

Elisa probeerde me per ongeluk op de verkeerde manier te berichten dat ze haar stuk gereed had. Op zich niet zo erg, vond ik, er mag best wat xtra aandacht aan gegeven worden. Ik heb haar dat via de meellijst van dutch-weblogs proberen duidelijk te maken.

Met nog 2½ dag te gaan voordat de mogelijkheid tot inzending sluit, is ’t Uniquehorn gelukt haar stuk af te krijgen.

22 Uur voor ’t verstrijken van de deadline krijg ik een bericht van Sylvia. Ze heeft plots toch inspiratie gekregen voor ’t schrijven van stukje. Ze heeft ’t meteen maar geplaatst.

& Gien blijkt ook een bijdrage te hebben geleverd. Weer ‘ns totaal over ’t hoofd gezien. Vlak voordat ik naar m’n vrijdagse werk ga, kan ik ’t nog net hiervan op de hoogte van geraken, & ’t toevoegen aan m’n 7e update.

Bij thuiskomst blijkt Suffie als laatste(?) aan m’n uitdaging te willen deelnemen.

Nee, nog net iets meer dan een uur te gaan, krijg ik plots nog een berichtje van Astrid binnen, dat ik ff op haar blog moet kijken.
Oeps, moet ik die ook laten meedingen? Ik voel me in ieder geval gevleid.

Er is genoeg leesvoer; ’t gaat een lange beslissende nacht worden in Zijperspace.

liftlog 3

Een cabriolet stopte. Een man met zonnebril zat achter ’t stuur. Hij vroeg waar de reis heenging & stapte ondertussen uit. Hij opende de achterklep. Daar kon ik m’n rugzak in achterlaten.
Snel haalde ik wat noodzakelijke spullen er uit. Ik moest wel wat te eten & drinken hebben onderweg. Terwijl ik m’n rugzak in de bak legde, zag ik dat er ook aan de achterkant ‘EKON’ op ’t nr-bord stond. Niet meer. Net als dat ik in een flits aan de voorkant had gezien toen hij aan kwam rijden.

Hij had economie gestudeerd, maar had jarenlang niets uitgevoerd, vertelde hij vanachter z’n zonnebril. Hij leefde op de zak van z’n vader, maar die had 2 jaar geleden daar een punt achter gezet. Nu moest-ie dus zelf z’n brood verdienen.
Terwijl hij praatte, week z’n blik vaak van de weg af richting mij. Zonder dat ’t gevaarlijk werd. Hij reed voor een bezitter van zo’n sportieve auto wel héél rustig. Nog geen 70. We werden door de meest langzame vehikels ingehaald.
Onderwijl reed-ie met 1 hand aan ’t stuur, de ander leunend op z’n stoel. Met dit prachtige weer wapperden ons beider haren heerlijk verkoelend in de wind, zonder dat ’t in ’t gezicht sloeg.
Vond-ie lekker. Als-ie dan toch voor z’n werk moest reizen, dan moest-ie er ook maar van genieten. & Door langzaam rijden kon-ie van ’t landschap genieten. Heerlijk vond-ie ’t, autorijden, maar hij moest wel meteen ’t landschap aanschouwen, want dat was toch prachtig hier in Zweden.

’t Paste niet bij z’n uiterlijk, dacht ik. Hij was gekleed als een dandy; weliswaar strak in pak, maar dan in ’t wit & op een sjofele manier z’n lichaam omvattend. In de jaren dat-ie op kosten van z’n vader geleefd had, was-ie vast populair bij de vrouwen geweest. Z’n lichaamshouding was ook al heerlijk nonchalant; waarschijnlijk lag z’n levenshouding op ’tzelfde nivo.

Je moet ’t leven nemen zoals ’t komt, was z’n boodschap. Nu was-ie verplicht bedrijven adviezen te geven, omdat z’n vader z’n escapades niet meer wilde betalen. Dat betekende dat-ie naar verafgelegen stadjes moest reizen, & saaie direkteuren moest toespreken. Maar ’t betekende ook dat hij onafhankelijk was & in de gelegenheid was alleen maar opdrachten aannam die hem zinden, of wanneer hij zin had. Z’n vader kon ook niet meer zeuren.

Ach, dat nr-bord, dat was z’n visitekaartje. Vond-ie leuk. Dan wisten mensen meteen wat-ie deed. In Zweden is zo’n bord toegestaan, & ’t is trouwens best goedkoop om zo’n speciaal bord aan te vragen. Jammer was alleen dat ‘ekonom’ al vergeven was. Maar zo was ’t ook duidelijk, toch?

Hier moest-ie naar links. Daar onderaan in de verte lag ’t bedrijf waar-ie heen moest. ’t Zou beter zijn dat ik hier uitstapte. Hier kreeg ik vast snel een lift.

Ik kon ‘m nog net in de verte zien rijden toen ik achterin bij een echtpaar in de auto zat. Ik werd getrakteerd op zojuist geplukt wilde aarbeien.

De ekonomie in Zijperspace heeft ook zekere verbetering nodig.

logsticker

Bij voorbaat m’n xcuses dat dit schrijven niet de lengte heeft die men ondertussen gewend is alhier aan te treffen. ’t Is slechts dat ik u moet meedelen dat ik morgen te herkennen zal zijn dankzij de logsticker. ’t Blijft alleen nog ff een verrassing wat er op gaat staan.

In ’t vervolg zal Zijperspace weer op normale volume zijn.

black

De amerikaanse jongen gaat voor de ene koelkast staan. De koelkast die altijd gevuld staat met div soorten bier in blik.
‘Do you have a dark beer in can?’
Ik sta naast de koelkast & weet er niet zo snel 1 voor de geest te halen: ‘No, I think not.’
‘Well, you do,’ corrigeert de jongen me, starend door ’t raam van de koelkast. ‘You got Guinness,’ terwijl-ie ’t aanwijst.
Oja, da’s waar ook, die staat bovenaan.
‘Oh, yeah, you’re right about that.’

Hij heeft zich onderwijl alweer omgekeerd naar de flessenkoelkast.
‘Can you recommend me a dark beer in bottle?’
‘Well, we don’t have that much dark beers standing in the fridge.’
Nu mag ik echter niet nog een keer zo’n fout maken; snel alle flessen 1 voor 1 nader bestuderen.
‘We do have a schwarzbier though. Köstritzer Schwarzbier is a german lager, but very dark. Black, you could say.’
‘Where is it?’
‘Overthere. The bottle with the black label,’ terwijl ik de fles aanwijs.
De jongen lijkt willekeurig een fles uit de koelkast te pakken.
‘No, below that. The 2nd from the left.’
Ik zie ‘m ondertussen reiken naar de verkeerde flessen.
‘It has a black label,’ vertel ik ‘m nog maar ‘ns, zodat-ie zich niet kan vergissen bij ’t graaien.
Hij begint een flesje Vieux Temps te bekijken. Die duidelijk een groen etiket heeft.
‘No, that label is green. You should look for the black label. A bit more to the left.’
Er staat tenslotte slechts 1 fles met een zwart etiket.

Hij pakt Schneider Weisse, & slaat daarbij de enige zwart-geëtiketteerde fles over. Terwijl Schneider overduidelijk in een fles zit die wit geïllustreerd is. Hij is al onderweg naar de kassa.
‘I thought you wanted to drinkt a dark beer. That’s not dark at all,’ roep ik ‘m terug.
Ik besluit zelf maar te reiken naar ’t schwarzbier.
‘This bottle has a black label,’ zeg ik hem, ‘I should say: here in Holland this is black. And at school we learn that black in the english language should be this colour.’

Wat is zwart nog, tegenwoordig in Zijperspace.

vroeg

Een uur eerder wakker worden valt niet meer goed te maken. Hoe ik me ook wend of keer, ik blijf wakker. & ’t Gedonder van schijnbaar metalen platen, enkele deuren verder, lijkt in intensiteit alleen maar toe te nemen.

Op m’n linkerzij, tegen de ongebruikte kussen aangeleund. Proberen te ontspannen; ik heb m’n nachtrust nodig. Steeds weer dezelfde beelden schieten me te binnen. Dat zou toch moeten betekenen dat ik nog ½-slapend ben.

Op m’n rug, lichtelijk met m’n billen ’t kuiltje in, maar die is ontstaan juist door die billen. Op m’n lichaam gebouwd, zogezegd. Nog 3 kwartier te gaan, maar waar blijft de slaap? Straks is ’t te laat.

Op m’n rechterzij, richting muur, die afschuwelijk saaie muur. Snel, ogen weer dicht. Waar was m’n droom gebleven? Hoever was ik?
Maar ook m’n rechterzij lijkt niet te werken.

Toch maar een kwartier voor tijd opstaan. Anders zou ik misschien toch nog in slaap zijn gevallen & daardoor wordt de kans juist xtra groot dat ik me ga verslapen.

Ondanks dat xtra kwartiertje loopt alles mis. Ik lijk juist tijd te kort te hebben. Opeens moet alles gehaast, anders komt ’t niet af.

& ’t Komt vandaag ook niet af in Zijperspace.

Update: Ik had ’t reeds in de gaten, toen ik vannochtend ’t pand verliet: met zo’n begin zou dit vast fout aflopen.
De tekst die ik vanochtend niet af kon krijgen, had ik niet weggedrukt. Zodat ik er aan herinnerd zou worden zogauw ik thuis kwam.
Maar bij thuiskomst vond ik ’t belangrijk m’n comp opnieuw op te starten. Blindelings drukte ik daartoe alle openstaande schermen weg. Met daarmee m’n tekst. Meer dan een ½ uur werk.
Uit frustratie ga ik een boek lezen. Ik wil een paar uur er niet aan herinnerd worden. Dat betekent dat ik m’n beeldscherm ff niet wil zien.

verjaren

M’n vader wordt 70 jaar aan ’t eind van augustus. We vieren ’t een paar dagen later. Op een zondag, zodat ’t niet zoveel moeite kost iedereen bij elkaar te krijgen.
We vieren tegelijkertijd ’t 45-jarig huwelijk van m’n ouders. De meeste mensen zijn nl op vakantie op de officiële datum. Dat was bij m’n ouders zelf in ’t verleden ook altijd ’t geval. Ze vierden ’t daarom altijd in ’t buitenland. ’t Is beter beide festiviteiten op 1 datum te kombineren.

M’n vader weet van niks, iedereen houdt z’n mond erover tegenover hem. Da’s ook beter voor hem. Anders gaat-ie zich er alleen maar druk over maken. & Op ’t moment zelf heeft-ie er dan geen zin meer in.
’t Is wel belangrijk dat we ’t nog 1 keer groot vieren met de hele familie, vindt m’n moeder, want ’t zal wel de laatste keer zijn dat Pa ’t nog op zo’n manier kan meemaken.

Vanmiddag, in de Kleine Zaal van ’t Concertgebouw, zat een begeleidster van een oude man in rolstoel voor me. Net als ik aan de zijkant van de rij, waardoor ze kontakt kon houden met de man. Ze fluisterde voor aanvang van ’t optreden een paar keer met ‘m. Ver voorovergebogen, want de man leek een beetje hardhorend. & Dermate hard dat ik mee kon luisteren. Maar wat de man zei kon ik niet verstaan.
’t Zou toch leuk zijn om dat vaker te doen, vertelde ze de man. Dat moesten ze nog een keer herhalen volgend seizoen, met z’n allen. O nee, dat zou hij waarschijnlijk niet meer meemaken, zei ze.

Ik zat daar, achter haar. Mezelf afvragend wat ze met die zin bedoelde.
Ik hoorde opnieuw m’n moeders woorden.

& Als we er een ongelooflijk feest van maken. Als ik ‘m vertel wat ik er allemaal van vond. Als we ’t mooiste dat beschikbaar is ‘m voorschotelen. Als hij de heerlijkste maaltijd eet ooit. Als ik ‘m voorlees wat ik tot nog toe over ‘m geschreven heb.
Zou hij zich dan realiseren dat ’t de laatste keer misschien wel is?

Dat ’t een mooie tijd was, die tijd in Zijperspace.