relax-stoel

’t Is een relax-stoel. Zo noemen ze ’t in ieder geval bij de Hema. & Toen ik ‘m zag staan met z’n 2 metgezellen stretcher & ligstoel vond ik ‘m er ook behoorlijk relaxed uit zien.
Pas op, ik bedoel niet ’t relaxed van ‘cool’, ‘ok’ of ‘vet’ (& natuurlijk wat andere woorden van nakomende generaties), maar meer relaxed van ontspannen er in kunnen zitten. Hangend, een beetje. Zich vormend aan mijn billen. Desnoods geschikt om in slaap te vallen. Een minimum aan jeuk veroorzakend. Dat soort relaxed.

Stretcher & ligstoel waren ieder € 65,-, maar buiten ’t aspekt van de prijs vond ik ze niet geschikt voor mijn doel. De relax-stoel was daar wel voor geschapen; & slechts € 40,-.
’t Probleem was alleen dat ze voor de Hema stonden uitgestald. Daarnaast hadden ze ’t uiterlijk van oerdegelijk. & Dan bedoel ik niet degelijk van stevig, maar degelijk van burgerlijk. Daar krijg ik ’t nl nog steeds van op m’n heupen.

Hoe de Hema uit te lopen zonder dat iemand merkt dat ik de relax-stoel afreken & onder m’n arm meeneem naar buiten? Terwijl ik er toch echt niet uitzie als de stereotiepe huisvrouw die ff tussendoor een stoel voor de tuin in de zon koopt. Dat zou vast niet onopvallend kunnen geschieden.

Ik glip ook wel ‘ns de Blokker of Kruidvat binnen. De laatste heb ik vandaag nog bezocht. De schaamte overspoelt me reeds bij ’t betreden van de drempel van zo’n winkel. Als ik maar niet herkend word. Als men bij herkenning achteraf in ieder geval opmerkt dat ik een klassieke cd heb aangeschaft. Daarom neem ik ook nooit een tasje aan in ’t Kruidvat. Zodat men kan zien waarom.
Bij Blokker is ’t moeilijker. Daar loop ik naar buiten met een lange steel, waarop allemaal plakkers zitten waarop Blokker in grote letters staat aangegeven. Die mop dient zo snel mogelijk & via achterafstraatjes naar huis gebracht te worden. & Onderweg probeer ik alle plakkertjes met Blokker er af te pulken.

Ik ben teruggereden naar de Hema. Uren later, aan ’t eind van de middag. Heb mezelf voorgelegd: of je koopt een Hema-worst, of je koopt die stoel. Zodat er geen uitweg mogelijk was, slechts een keuze diende er te worden gemaakt.
Maar de ½e warme worsten leken al tijden geheel uitverkocht, te zien aan de lege schone bak, die ze normaliter herbergt & op de juiste warmte houdt.
Ik ging dus in de rij staan met een relax-stoel. & Vervolgens proberen die op m’n fiets te bevestigen.
Onmogelijk.
Ook onmogelijk om er onopvallend mee over de weg te rijden. Vooral als je daarbij de achterkant van een auto raakt (‘Sorry’) & een fietser zich kapot schrikt bij passeren, zodat-ie er bijna af valt (‘Shit, godverdomme, gek’).

Maar we zijn geen bekenden tegengekomen onderweg, terug naar Zijperspace.

omslaan

Terwijl ik zit te kijken, vraag ik me af: waar halen ze die meisjes elke keer vandaan? ’t Moeten toch altijd meisjes zijn die redelijk goed noten kunnen lezen, misschien ’t stuk dat gespeeld wordt zelfs kennen.

Hangen ze in ’t Concertgebouw een oproep op:

Wij zoeken meisjes voor ’t omslaan van de bladzijdes

Of zouden ze dat bij ’t conservatorium hebben hangen?

Zouden ze selecteren? & Kijken wat voor kleren ze in hun kast hebben hangen?
Hoewel: die van vandaag had gewoon een broek aan, een witte nog wel, met daaronder moderne gymschoenen. Van die gympjes die ik nog nooit aan heb gehad.
Maar dat kwam misschien doordat ’t vandaag behoorlijk gratis was. Dan bezuinigen ze op de meisjes.
Zouden ze selecteren op de beweeglijkheid van ’t jonge ding? Of op ’t smoeltje? Dat dat niet te veel opvalt, maar ook niet lelijk afsteekt bij de gordijnen, of de vleugel, of de kleding van de muzikanten.

Zouden ze iets van leren van dat noten tonen; is ’t een investering waar je later wat aan hebt? Net als Richard Krajicek vroeger ballenjongen was bij tennistoernooien & wij die foto’s krijgen voorgeschoteld als hij weer goed z’n best heeft gedaan.
Of krijgen ze er gewoon voor betaald?
Zouden ze na afloop mee mogen lunchen met de artiesten zelf, waarbij de direkteur van ’t Concertgebouw nog wat leuks tegen ’t meisje zegt & alle leden van ’t orkest een handtekening in haar schrift plaatsen?
Misschien is ’t wel de dochter van 1 van de leden van ’t orkest.
‘Ach, de leraar van m’n dochter is onverwachts ziek geworden; zij kan dus wel ff blaadjes omslaan bij de vleugel. Doet ze bij mij ook altijd.’
Of reizen de meisjes de hele tijd met hun eigen groep mee? Zodat ze de hele wereld zien, of misschien maar slechts ’t hele land.

Waarom zijn ’t eigenlijk altijd meisjes?

Op de achtergrond klonk wat gepiel met viool & vleugel in Zijperspace.

middernacht

Verontwaardigd word ik wakker.
‘Hè, verdomme. Moet dat nou?’ terwijl er niets te moet-dat-nou-en valt.
Maar ja, dat wil m’n hoofd nou 1maal. Die pikt ’t niet dat ’t voortijdig op non-aktief is gezet. Weliswaar tijdelijk, maar potjandorie, dat pikt-ie niet.
Ja, redelijk beschaafde taal bezigt m’n hoofd evengoed. Dat heb ik ‘m zo geleerd. Liever heb ik nog ‘potjandosie’, dat maakt ’t nl meteen weer een beetje belachelijk, maar m’n hoofd heeft nooit zo’n zin om zichzelf meteen belachelijk te maken. Eerder nog ff wat xtra kracht bijgezet.

Dus verontwaardigd word ik wakker. & Nog zeker een kwartier ben ik tegelijkertijd verbaasd over die verontwaardiging. Een verbazing die al snel kan omslaan in verongelijktheid, zeker als de verbazing de verontwaardiging niet kan overstemmen. Dan wordt de stemming als vanzelf verongelijkt. Onomkeerbaar proces is dat.

Ondertussen ontstaat er een bepaalde mate van moedeloos.
‘Waarom?’ lijkt m’n hoofd zich af te vragen, ‘waarom is dan niets normaal, zoals ’t zou moeten zijn & waarom bestaat er in dit hoofd geen vanzelfsprekendheid? Bijv over de uren die geslapen moeten worden & hoe laat ’t ontwaken daar bij.’

& Sloeg die moedeloosheid maar om in een middernachtelijke diepe rust, ’t aanvaarden van ’t middernachtelijk lot, dat elk ander normaal mens op dat moment doet verkeren in een afwezigheid in hun schijnbaar reële wereld. In deze schijnbaar irreële wereld, of in ieder geval onredelijk in mijn hoofd’s optiek, is de diepgang reeds gepasseerd, ’t momentum van trillende oogleden & voltooien van de 1e rem. Wreed werd ’t immer aanwezige bewustzijn geaktiveerd om de laatste zinnen van de dag ten uitvoer te brengen.
‘Maar wat is ‘dag’ als anderen reeds op ‘nacht’ worden gefêteerd,’ interrumpeert m’n hoofd z’n eigen monoloog.

Dus verontwaardigd word ik wakker, & ik schep de aarde & z’n zijn opnieuw.

Hopelijk in overeenstemming met de wensen in Zijperspace.

talking heads

'Remain in light' heeft 1 van de lelijkste hoezen van de betere platen in de popgeschiedenis. Dat die lelijke afbeelding nou tussen mijn cd-collectie prijkt, vind ik tot daar aan toe, maar ik ga er niet mijn blog mee ontsieren.

Aan ’t eind van onze gebruikelijke zaterdagmiddag rondstruinen door de stad gingen Lange Ton & ik op zijn kamer luisteren naar muziek. Z’n vader kwam dan op een gegeven moment thee brengen, die z’n moeder gezet had, waarbij altijd de vraag gesteld werd of we er een koekje bij wilden. Lange Ton wel, ik nooit. Ton zat in z’n stoel, die zo bij m’n Oma vandaan gehaald had kunnen zijn, & ik in z’n burostoel, aan de andere kant van de pick-up.

Lange Ton draaide de platen die hij die middag had aangeschaft, maar meestal had-ie te weinig geduld om de nrs tot ’t eind te beluisteren. Want ik moest toch zeker ook dít nog horen. Waarna hij een andere plaat uit z’n kast tevoorschijn haalde & weer doorging met nrs-hoppen. Slechts tijdens ’t drinken van de thee & ’t eten van ’t koekje bestond er een kans dat een nr tot z’n eind onder de naald bleef liggen.

Ondertussen namen we elkaar in de maling, probeerden we beiden scherpe opmerkingen naar elkaar te maken, om uiteindelijk te constateren dat Lange Ton toch altijd ’t laatste woord had. Tenzij ik per ongeluk net ff grappiger was als hij. Dan hield-ie plots z’n mond & kreeg ik in plaats van een tegenopmerking een trap tegen m’n schenen met z’n oerdegelijke, maar o zo keiharde schoenen. Want als ik grappig was, dan ging ’t meestal ten koste van hem. Dat was andersom ook wel zo, maar hij had nou 1maal langere benen & zat in z’n stoel in een betere houding om uit te kunnen halen. ’t Hoorde een beetje bij de rolverdeling die we onszelf hadden opgelegd.

Er waren bepaalde bands heilig in de platenkeuze van Lange Ton. Daar mocht je niet doorheen praten, daar liet-ie de naald voor op de plaat liggen. Hij kocht daar alles van wat-ie kon krijgen & liet alle nrs volledig uitspelen op onze zaterdagmiddagen samen.
The Talking Heads was ’t allerheiligste. Daar werd Lange Ton stil van & na afloop zelfs een beetje prekerig.

Hij vertelde bijv waar ‘Seen and not seen’ over ging. Hij wist dat ik toch niet naar teksten luisterde.
Dat een man had ontdekt dat als je jezelf een ideaalbeeld voor de geest haalt, een beeld van hoe je wilt dat je gezicht er uit gaat zien, & daar op gefixeerd blijft, dat je dan vanzelf in dat ideaalbeeld verandert. Daar ging dan misschien wel een jaar of 10 overheen, maar geleidelijk aan zou ’t gezicht veranderen. De man had ook bemerkt dat andere mensen hun ideaal-beeld per ongeluk hadden veranderd. Waardoor ’t tot een mislukking uitliep. & De man bedacht dat hij misschien dezelfde vergissing had gemaakt.

Lange Ton vertelde dat-ie ’t 1 van de mooiste teksten van the Talking Heads vond. Hij vond ’t een fascinerend gegeven: mensen zouden in staat zijn zichzelf te veranderen, maar door hun ongeduld juist weer niet.
Ik was ’t met ‘m eens, zoals ik ’t bijna altijd met Lange Ton eens was. Maar ik moest ‘m toch nog iets vragen.
‘Hé, maar Ton,’ zei ik peinzend in m’n stoel, nog onder de indruk van ’t verhaal van de tekst, nog onder de indruk van de gehele muziek die zomaar tot ’t eind was afgespeeld, ‘heb jij ook een vergissing gemaakt?’

Die middag was niet alleen de hemel blauw in Zijperspace.

lijflog 2

Zoals gisteravond, want eigenlijk is gisteravond wel een goed voorbeeld. Ik had totaal geen tijd om er iets aan te doen. Ja, ik stond wel ff stil, maar dat was tussen al ’t gehaast door. & Dan nog: al had ik iets er aan proberen te doen, niet veel later zou ik die poging dan alweer teniet gedaan hebben.

’s Ochtends kwam ik pas via Cockie te weten dat ze ’s avonds zouden optreden. Misschien was ’t inmiddels al middag. Ik had in ieder geval geen tijd, zo vlak voor m’n werk, om er rekening mee te houden. Bijv schoon t-shirt meenemen, tandenborstel mee; van die dingen die mogelijk lichaamsgeur kunnen verhullen, soms zelfs kunnen wegnemen.

Op m’n werk, tijdens m’n werk moet ik zeggen, verzon ik dus een plan de campagne. Hoe snel kassa tellen, snel fietsen, stukje schrijven (?), eten scoren, etc, alles diende in ’t plan opgenomen te worden. (Niet ongerust worden; dit is heel normaal. Zo plan ik m’n hele leven. Dag in, dag uit weet ik wat er allemaal te gebeuren staat, maar nooit zo kort van te voren. Men zou kunnen zeggen dat dit een spontane aktie is in ’t leven van.)

De planning hield in dat ik geen biertje kon drinken na afloop van m’n werk, dat ik slechts naar huis ging om m’n spullen te dumpen, dat ik mogelijk een snel stukje kon schrijven, maar voor verschoning was geen tijd.
Die tijd bleek wel mee te vallen: op m’n gemak dronk ik bij thuiskomst een biertje tijdens ’t schrijven. & Ik kon zelfs 2 handen vol olijven in m’n mond stoppen. Maar verschoning zat er evengoed niet in. Waarschijnlijk omdat ik ’t niet in m’n planning had opgenomen.

Dit geheel betekende dat ik me in Paradiso niet alleen zorgen moest maken om de patat die ik onderweg tot me had genomen, maar daarnaast een walm van knoflookolijven om me heen dacht. ’t Veroorzaakte dat ik ’t idee kreeg dat alle kruiden die ze voor de bereiding ervan hadden gebruikt, zich door m’n poriën naar buiten werkten rechtstreeks de neus van m’n buurman/vrouw in. Om niet te spreken van de zwerm dooie mussen die veroorzaakt waren door de meligheid van de patat.
Of anders toch zeker ’t werkzweet, dat zich genesteld had onder m’n oksels (o, wat was ’t simpel geweest om ff wat deo te gebruiken). In grote hoeveelheden, & zodanig dat ik ’t natuurlijk weer niet zou kunnen ruiken, maar m’n medemens wel. Zelfs 2 handen water boven de wasbak van ’t toilet in Paradiso hielpen daar niet tegen.

Ik sprak de mensen niet rechtstreeks aan; aldoor lángs ’t gezicht. Zodat de lucht die m’n mond verspreidde zoveel mogelijk de neus passeerde. Slechts bij weerkaatsing door omgeving zou de persoon de stank tot zich nemen. & Niet meteen met een beschuldigend vingertje mijn kant op kunnen wijzen.
Ik hield m’n handen onder m’n oksels. M’n t-shirt werd aldus afgeknepen, geen luchtje kon er doorheen. Alleen door de stof zelf.
Totdat ik moe werd van die houding & ik zag dat ondertussen iedereen onder ’t zweet zat, dat ik voelde dat elke arm die ik per ongeluk raakte ook vochtig was als m’n oksels.

Vanaf dat moment heb ik ook de vrijheid durven nemen zo af & toe een scheet te laten.

’t Ruikt in Zijperspace.

frankfurters

Zou je nou dood gaan van Frankfurters als ze gekookt hebben, & dat nog wel na afloop van ’t optreden van the Moldy Peaches?
Dat laatste is overigens niet belangrijk voor de beantwoording van de vraag.

Zou je dood gaan daaraan, terwijl er duidelijk op ’t blik staat dat je de Frankfurters niet mag koken? Of zou dat pas gebeuren als je een heel blik ervan leeg eet? Na afloop van ’t optreden van the Moldy Peaches.
Maar dat laatste is wederom niet relevant.

Vroeger werd er nog wel aangegeven hoe duur die blikjes kosten. Dan zat er een prijsplakkertje op ’t blik (of noemden we dat een stickertje?). Zodat je, zonder ’t merk te noemen, met elkaar kon communiceren over de kwaliteit van je keus.
‘Oja, die,’ zei je dan, ‘die van 1,39 heb ik ook altijd in huis. Daar ga je dood aan als je die kookt.’
Soms zei die ander dat. Eigenlijk gebeurde dat wel vaker. Vaker dan dat jij dat durfde.
‘Wat weet ik nou van Frankfurters?’ dacht je dan, ‘& van doodgaan heb ik al helemaal geen kaas gegeten. Ik weet nogeneens of je van kaas wel dood kan gaan. Wie zijn überhaupt the Moldy Peaches?’

& Als je er nou een heleboel eet, maar nog net niet ’t blik leeg, zeg dat je er 3 laat liggen; hoeveel dood is dan je lichaam ingetreden? Of is dat niet op te tellen? Moet je gewoon aanvaarden dat ’t lekker was, hoewel gekookt?
& Die mosterd, die ze ook niet konden serveren bij ’t optreden van the Moldy Peaches, ze hadden nou 1maal niet zoveel te eten, laat staan goede mosterd; die mosterd dus, als je daar een schoteltje vol van wegeet, wat gebeurt er dan?
Misschien zijn er wel xperts op ’t gebied van mosterd. & Dan met name xperts op ’t gebied van Moutarde de Dijon. Die worden dijon-mosterd-xperts genoemd. Waar vind je ze nog?
Of misschien bestaan die wel helemaal niet. Of zijn ze net allemaal onderweg naar ’t optreden van the Moldy Peaches.

Nou, dan hebben ze dat gemist.

& Mosterd op een bruin schoteltje. Dat zo misstaat, dat je denkt: ‘Zulk behang wil ik niet op mijn wc.’
Die kombinatie is ongehoord, maar toch ga je door met je Frankfurtertjes er in te roeren. Terwijl je weet dat iedereen ’t niet passend zou vinden.
”t Is ongepast,’ denk je dan ook, ‘Misschien ga ik binnenkort wel dood. Maar dan vooral omdat ze gekookt zijn, hoop ik.’

Dan heb ik in ieder geval the Moldy Peaches gezien in Zijperspace.

’tzelfde

Wat kijkt die man me aan? Hij laat me in de enkele sekondes dat ik ‘m passeer niet los met z’n blik. Over z’n brilleglazen langs kijkt hij hoe ik me voortbeweeg. Nee, daar kijkt hij niet naar; hij kijkt naar m’n gehele verschijning, zo lijkt ’t. & Niet in smekende verlangen, alsof-ie m’n verschijning adoreert, eerder in verbazing. Een blik van ‘wat rijdt daar nou voorbij’.
Zo bijzonder ben ik nou ook weer niet. Ik vind weliswaar dat ik een mooi wapperende regenjas aanheb, die goed past bij m’n broek & pet…….

Terwijl ik dat denk, heb ik ’t. Ik weet waarom hij naar mij kijkt. Om dezelfde reden waarom ik naar hem kijk. Alleen ben ik me er tijdens ’t kijken totaal niet van bewust.

Laatst wel. Toen zag ik vanuit de verte een meisje op een Kronan-fiets naderbij komen. Daar had ik zelfs m’n bril niet voor nodig. Ik herkende de Kronan in 1 oogopslag aan de houding van ’t meisje & aan de vorm van ’t stuur.
Dat was echter niet de reden waarom ik naar haar keek. Ik zag in haar een gelijkgestemde ziel. Van veraf. Meer dan 100 meter. Ik kon nog maar net de kleur van haar jasje ontwaren & toch wist ik ’t.

Datzelfde gevoel had die man waarschijnlijk op ’t moment dat-ie mij aan zag komen. Want ook hij was gekleed in een groene jas. Precies de juiste teint. & Ik zag in 1 oogopslag dat dat niet toevallig was. Al had-ie er geen groene broek onder aan gehad, ik heb ’t idee dat ik ‘m evengoed als zodanig herkend had.
Net als dat meisje, op de groene Kronan, met haar groene jasje.

Zijperspace is precies in de juiste teint.

liftlog 2

Ik was 1e die de veerboot van Åland verliet. Ik wilde zodoende de kans vergroten door een medepassagier, maar dan met auto, meegenomen te worden. Vooral ook om zo snel mogelijk verder weg te zijn; m’n reis huiswaarts gezwind in te zetten, weg van de heimwee, weg van alleen op vakantie.

’t Was weer ‘ns niet echt rozegeur & maneschijn, zoals ik me de vakantie altijd van te voren had voorgesteld. Hoewel ik geen noemenswaardige tegenslagen had gehad. Ikzelf was degene die dwars zat. Ik wilde op gegeven moment naar huis, terug naar vertrouwde omgeving. Ik had genoeg van de onnoemelijk vele indrukken die m’n zintuigen overuren bezorgden. Me deden beseffen dat ik niet op een plek zat waar ik bekend was met alles, waar ik alles onder kontrole had.
Ik had m’n verblijf op Åland slechts 1½e dag volgehouden. Waarschijnlijk was ik me door ’t bereiken van m’n doel bewust geraakt van ’t feit dat ik te veel indrukken in te korte tijd had opgedaan. Dat er teveel dingen niet leken op m’n eigen huiselijke omgeving.

Ik stond daar, langs de weg. Op de uitrit de havenplaats van de veerboot af. In ’t plaatsje Grisslehamn, 40 km boven Stockholm. Waar de wegen 2-banig waren. & Alles rustig aan reed, vanwege de grote drukte die ’t legen van de veerboot veroorzaakte. Logisch, dit was nou 1maal de goedkoopste verbinding met de eilandengroep. Dat was ook de reden waarom ik ervoor gekozen had.
’t 2-Banige aspekt was voor mij een nadeel, vooral ook omdat er bijna geen stoep bestond in Grisslehamn. Parkeerplaatsen hadden ze elders ondergebracht, buiten de ‘grote verkeersweg’.

Ik zag zodoende alle auto’s aan me voorbijgaan. Sommige mensen waren nog zo sympathiek om te gebaren dat ’t onmogelijk was voor hun om te stoppen, gezien ’t massale verkeer achter hun, & de geringe ruimte om te stoppen. Ik zag ze allen mij in de steek laten. & Ik zag de boot leger & leger worden. Dat zou misschien wel hier overnachten worden, waar ik absoluut geen zin in had.
Ik wilde die 2000 km zo snel mogelijk afgelegd hebben, weer terug in m’n eigen zachte bed liggen. Geen tjilpende vogels in de morgenstond, geen dauw m’n tent laten overdekken, geen maaltijden bereiden op een campinggaz-brandertje. Ik had er genoeg van.

Alle auto’s hadden me gepasseerd. Er was geen kans meer dat iemand me nog zou meenemen. Ik was gedwongen naar de rand van ’t plaatsje te lopen & daar te hopen op een verbreding zodat de lokale bevolking de ruimte had voor mij te stoppen. Teleurgesteld begaf ik me op weg, zo af & toe nog m’n duim opheffend als ik een motor hoorde naderen.

& Een motor stopte.
Een in mijn ogen supersnelle motor stopte voor me. De man had nog een helm over, want hij had z’n vriendin net weggebracht. Hij was onderweg naar Stockholm. Ik kon achterop springen.

Daar zat ik: m’n armen omstrengeld om ’t lichaam van een man, om vooral niet naar achteren getrokken te worden bij ’t optrekken. M’n rugzak als xtra ballast. Razendsnel alle wagens passerend die mij daarnet nog hadden laten staan.
’t Meest angstige ½ uur ooit in m’n leven. Alles zoefde voorbij. Elke keer kwamen we bliksemsnel auto’s achterop & hopten we over de andere kant van de weg voorbij. Nog net wegduikend naar de eigen weghelft voordat de tegenligger ons te pakken had. M’n ogen traanden, m’n wangen werden naar achteren gezogen, net als m’n rug, m’n kleren, m’n rugzak. & Ik moest die man maar vast blijven houden; ik kon niet anders.
Ik heb ontelbare schietgebedjes gepreveld dat ’t toch maar goed zou mogen aflopen, of dat ik anders op slag dood zou zijn. & Dat terwijl ik al jaren niet meer had gebeden.

In Stockholm werd ik uiteindelijk opgepikt door een stelletje hippies. Ik dacht toen al dat ze allang uitgestorven waren. Maar deze leefden nog. Ze reden in een beschilderde volkswagenbusje met de nodige mankementen. Vaak betekende dat dat we ons niet sneller dan 40 km per uur over de snelweg konden begeven.
‘Maar relax, man,’ bedacht ik me de hele tijd, ‘we hebben geen haast.’

Haast bestond toen ff niet in Zijperspace.

mieren

Ik liep over de dam aan ’t eind van ’t eiland Zeeburg, voorbij Kaap Kot. 100-en Meters de diepte tussen ’t Buiten-IJ & ’t IJmeer in (5 km bleek ’t achteraf te zijn, maar dan vanaf de grote weg). Ik was blijkbaar de enige die sinds dagen zover was gekomen, te merken aan de dichte begroeiing & de 10-tallen spinnenwebben bedekt met legers vliegen die aan m’n broek bleven hangen. ’t Smalle pad midden op de 1 meter hoge dam was af & toe nog maar net begaanbaar. Een geluk dat ik niet van korte broeken houd & m’n armen op m’n hoofd gehouden nog net boven de takken, stengels & prikkende doornen uit kunnen steken.
Op de heenweg was ik vergeten dat ik nog een trainingsjackie in m’n rugzak had gestoken. Dat had me aardig wat jeuk van opvliegende vliegjes kunnen besparen. Toch liet ik me er niet door tegenhouden. ’t Einde leek de hele tijd in zicht. & Bleek toch zo ver.

‘Wat doen die insekten eigenlijk hier?’ vroeg ik me op gegeven moment af, ‘Hoe komen ze op dit smalle strookje land terecht, gelegen tussen ’t water.’ ’t Leek een waar paradijs voor de spinnen, de grote aantallen vliegjes die zich verzameld hadden op de webben getuigden van een goed maaltijd. Maar blijkbaar was ’t voor die vliegjes zelf, ondanks ’t risico van die veelvraat, aangenaam vertoeven.
’t Meest verwonderd was ik over de kleine miertjes die ik op ’t eindpunt aantrof. Ik was niet verbaasd over hun aanwezigheid, als wel over de afstand die ’t volk had moeten afleggen om uiteindelijk hier te geraken.

Op de terugweg kwam ik een man van gepensioneerde leeftijd tegen.
‘Kan je helemaal tot ’t eind lopen?’ vroeg-ie.
‘Ja, maar ’t is wel aan te raden om de mouwen languit over uw armen te dragen. Want ’t wordt steeds ondoordringbaarder. Maar ’t is zeker de moeite waard om aan ’t eind aan alle kanten in de verte land te kunnen zien. Alsof je ’t allemaal aan kan raken, maar er net niet bij kan.’
De man glimlachte om m’n beschrijving.
”t Is gek,’ vertelde hij, ‘nou woon ik hier 30 jaar & ik ben nog nooit hier geweest. Terwijl deze dam hier al ligt zolang ik me kan herinneren. Dit pad moet hier ook al altijd zijn geweest.’
Dan ben ik er nog snel bij, bedacht ik me; slechts 13 jaar erover gedaan om dit te ontdekken.

& De mieren? Hoelang bivakkeren de mieren daar al? Aan ’t eind van de dam. Totaal anoniem voor de amsterdamse bewoner.

Aan ’t uiterste randje van Zijperspace.

haas

‘Hé Ton,’ klinkt ’t, waarna Gran weifelt over z’n verdere begroeting, zoals slechts Gran kan weifelen over de nederlandse woorden, ‘heb je een vrije avond?’
‘Ja, inderdaad. & Ik had ook een vrije ochtend, & ik had ook een vrije middag.’
‘Hmmm,’ hmmmt-ie, ‘da’s mooi.’
& Weer een stilte waarin ik weet dat-ie wat wil gaan zeggen, waarin z’n lach op z’n gezicht dat ook aangeeft, waarin z’n lichaamshouding er ook volledig aan meedoet, maar ’t o zo lang duurt voordat-ie er daadwerkelijk aan begint. Ik hoor de ‘hmmmm’ door z’n hoofd tollen, de ‘ahummmm’ z’n hersenen veroveren, op zoek naar de juiste nederlandse uitdrukking. Want engels vertikt-ie te spreken.

‘Hebben jullie ook nog (hmmmm) Boskeun?’
‘Nee, dat is al een tijdje uitverkocht. ’t Is een paasbier, hè. Vorige jaren hebben we daar veel van in huis gehaald, maar ’t verkocht niet. Dit jaar dus maar 1 kratje gedaan, zodat we niet een heel jaar ermee zouden blijven zitten.’
‘Ah, hmmm, ja.’
”t Spijt me verschrikkelijk.’
‘Hmmm.’

Hij staat op ’t punt iets te zeggen. Ik moet er maar een grapje van maken, dat haalt de druk van de ketel. Hij is blijkbaar te aangeschoten om snel genoeg de nederlandse woorden te vinden.
‘Kan je ’t ons vergeven dat we slechts 1 kratje in huis gehaald hebben?’
‘Hahahaha, hmmmmm. Nee, hmmmm, ’t is niet voor mij. Ik heb een vriend.’

Gran wil wel verder praten. Maar kan blijkbaar wederom niet de woorden vinden. Tijdens ’t zoeken in z’n hoofd naar de juiste uitdrukking houdt-ie z’n sigaar schuin voor z’n buik, z’n hoofd schuin richting plafond. Op zich is ’t al vermoeiend om naar die blik, die denkende zoekende blik te kijken, maar ’t wachten op een antwoord is helemaal een verzoeking. Want ik weet dat-ie na enige reaktie nogmaals de neiging heeft iets te gaan vragen.

Ik heb geen zin wéér een rondje bier te halen voor de amerikaanse bierverslaggever & de nederlandse bierkenners, die deel uitmaken van m’n gezelschap van vanavond. Ze hebben de hele middag al geen moer hoeven uitgeven dankzij mijn inspanningen. & Zolang ik met Gran lijk te praten geeft ’t me ff respijt voor ’t langzaam legen van m’n glas. Laat hun maar ‘ns geld uitgeven. Dan wil ik desnoods naar de langdradige pogingen van Gran luisteren om een nederlandstalige anekdote te vertellen. Als ’t al een anekdote is, want dat weet je bij hem pas aan ’t eind.

‘Hmmm, een vriend van mij, hmmm, hij verzamelt alles over hazen. Hmmm, moet je zien, hij spaart dus alle beeltenissen van een haas. Hmmm, & hij wil….’
‘Ohja, er staat natuurlijk een paashaas op ’t etiket van Boskeun,’ help ik ‘m op weg.
‘Ja, hmmmm,’ gaat Gran onverstoord verder. Hij kijkt ondertussen weer naar ’t plafond. Alsof hij kijkt hoe laat ’t is & ondertussen berekent hoeveel tijd ’t kost thuis te komen. ‘Hmmm, hij spaart hazen, dus ik ben dus op zoek naar ’t etiket. Hmmm, maar niet voor mezelf. Hij is, hmmmmm, binnenkort jarig. Ik wilde, hmmmmm….’ Stilte van enkele sekondes (wanneer gaan ze nou eindelijk ‘ns bier halen?). ‘Ik wilde hem die fles kado geven. Maar als jullie ’t niet hebben, hmmmm, dan, hmmm…’ & Weer is ’t stil. ‘Dan is ’t pech, hmm? Toch, hmmm? Niets aan te doen. Daar kunnen jullie, hmmmm, niets aan doen.’
‘Nee, wij wisten niet van te voren dat jij dat flesje nodig zou kunnen hebben.’
‘Nee, dat konden jullie niet weten,’ terwijl-ie nogmaals naar ’t plafond kijkt. & Vervolgens terugkeert naar z’n stek aan de bar.

Ik kan me eindelijk weer omkeren naar m’n gezelschap.
‘What kind of beer do you want to drink now?’ vraag ik.

De dorst blijkt in Zijperspace toch aanzienlijk meer aanwezig dan elders.