lezen

Maar Pa, ik zou willen dat je dit kon lezen (ook al zeg ik nog altijd u tegen u). Dat je dit kon doornemen, zoals je de stukken, notulen, de plannen, een enkele keer de repetities van vroeger doornam. Ik zou willen dat naarmate jij ouder wordt, je meer bewust wordt van ’tgeen ik hier schrijf. Dat ’t niet hier stopt, maar ooit opnieuw begint. Ooit.
Net als dat andere mensen ouder worden & lezen leren. Net als mensen die leren dingen begrijpen. Net als opgevoed worden & bijgebracht worden. Net als dat ik dat lang geleden heb gedaan.

Voorlopig zie ik je alleen maar dingen vergeten, ’t overzicht verliezen. Ik zie alleen nog maar je angst voor de verkeerde weg, de massa die uit te veel mensen bestaat, de plek die niet thuis is, de vermoeidheid die mogelijk niet bij Ma uitgerust kan worden.

Ik zie je niet meer lezen. Ik zie je niet meer luisteren naar je jazz-cd’s. Ik zie niet dat je de dingen herkent. Ik zie je niet schrijven, in je stoel, achter je plank. & Vergaderen is er ook al een tijd niet meer bij.

& Kwaad. Wanneer was je voor ’t laatst kwaad? Hoelang geleden was ’t dat je de neiging had 1 van je zoons een oplawaai te geven? Wanneer was ’t dat je teleurgesteld was in je collega’s?
Ik verlang soms naar je woede van lang gelee. Ik zou willen dat je ’t niet met me eens was. Dat we ouderwets een onredelijke woordenwisseling hadden.

Pa, wanneer ga je weer lezen? Wanneer zal ik je weer lezen leren? Wanneer zal ik je leren lopen zoals ik ’t van jou geleerd heb?

Zijperspace is onomkeerbaar.

ruim

Onderweg zie ik in de lege ruimte van ’t voorbijgaand vergezicht een man wandelen met een hond. Nergens een huis, nergens een boerderij.
‘Hé, verdomme vent,’ denk ik, ‘wat doe jij in m’n ruimte met je lege hond? Ik bedoel: wat sta jij m’n leegte op te vullen terwijl een groen weiland mij genoeg was?’

Horizonvervuiling wordt bestreden in Zijperspace.

vooruit

Tuurlijk wil ik liefst ook vooruit rijden als ik in de trein zit. Maar dat is niet omdat ik misselijk wordt van achteruit. Ik word niet goed als mensen iets dergelijks van zichzelf beweren. Ik wantrouw dat soort mensen: ze willen blijkbaar aandacht voor hun zwakke gestel.
Laatst kwam een junk naast me zitten, terwijl er tegenover me 2 plaatsen vrij waren. Hij beweerde ook niet tegen achteruit rijden te kunnen. Daarna begon hij hele verhalen af te steken over andere kwalen die hij onder de leden had. Ik probeerde slechts verder te lezen in m’n boek, maar dat leek niet tot ‘m door te dringen.

Ik wil vooruit rijden omdat ik dan de horizon me tegemoet zie komen. & Niet de hele tijd bezig ben met afscheid nemen van de dingen die voorbij gaan.

Aldus boeken we vooruitgang in Zijperspace.

eno/byrne

In de tijd dat 'My life in the bush of ghosts' verscheen vond ik de hoes prachtig. Maar tijd maakt schoonheid vergankelijk. Daarom maar de 2 heren, de 2 helden van toen geplaatst.

Als een bezetene heb ik afgelopen week muziek van Brian Eno binnen zitten halen. ’t Lukt me nu 1maal niet iets op m’n gemak te doen. Alles moet xplosief meteen, impulsief & fanatiek, vaak ook ondoordacht.
Pas toen ik alle nrs binnen had, ging ik uitzoeken wat ’t allemaal was & van welke plaat ’t 1 & ander afkomstig was.

Zo kreeg ik per ongeluk ook alle nrs van ‘My life in the bush of ghosts’ op m’n harde schijf, de plaat die hij samen met David Byrne had gemaakt. De plaat die ik al eerder had geprobeerd te downloaden, maar onder de naam David Byrne leken al die nrs geweerd te worden door Audiogalaxy. Beschermd of iets dergelijks. Zodat Audiogalaxy geen proces aan z’n broek kreeg van David Byrne.

Jarenlang had ik ‘My life…’ op niet meer dan een cassette; nooit heb ik de moeite genomen de cd te kopen. Eigenlijk schandalig: 1 van de mooiste & belangrijkste platen in de muziekgeschiedenis & ik schaf ‘m niet aan. Ik kopiëer ‘m slechts op cassette of haal ‘m van ’t internet. Elke keer als ik bij m’n cd-boer ben, is er blijkbaar belangrijkere muziek om aan te schaffen.

Edoch, ik kan ‘m nu in ieder geval aan zetten wanneer ik wil.

Tenzij ik Zijperspace verlaat.

robbenoordbos

’t Robbenoordbos moet meer zijn dan padvinderskampen in de herfst, dan wel de vroege lente. ’t Zal vast ook meer zijn dan een verdwaalde tocht zonder ouders. Meer dan een weekendje pinkster of een dagje hemelvaart de nieuwe tent, de nieuwe vouwcaravan, de nieuwe voortent bij de gewone caravan uitproberen. Meer misschien ook dan een heuvel afglijden. Meer dan iemand een peuk zien roken. Meer dan over de brug hangen & in ’t water spugen. Of kronkelpaadjes lopen die altijd ’tzelfde blijven. De weg ernaartoe over bruggen, soms viaducten. Een donkere fietstocht waarbij weer de verkeerde weg ingeslagen wordt. Een race met anderen tegen ’t verkeer in. Een strijd om een padvindersinsigne te halen door een blok hout in 2-en te hakken. Vastgebonden raken aan de eettafel. Donderslag in de zendtoren. Wind vanuit de zee. Een hopman die ’t altijd beter weet. Groen, veel groen, maar niemand die ’t uitlegt. Bomen die schijnen te huilen. Vogelgeluiden die altijd lijken op die van de uilen. Vuurtjes die slechts door volwassenen in de gaten gehouden kunnen worden. Sterke mannen die altijd de baas zijn. Koken op een primus. Gras om op te voetballen, hoewel: voetballen deden we nooit. Wijds & groots zoals bossen nooit meer zullen zijn. Soms, heel soms meisjes, ook al waren ze net iets jonger. Speurtochten die je zo lang mogelijk weg moesten houden. Nachten met 7 man in de tent, de loodzware canvas-tent. De HUDO, waarvan niemand de betekenis weet. Kuilen, metersdiepe kuilen, die niemand ooit meer zou ontdekken. Weg, weg van huis & daardoor nodig moeten poepen. & Ouders die daarom altijd wc-papier op zak hebben.

We gaan morgen de waarheid ontdekken in Zijperspace.

2e wind

Dan heb je ook nog die krachtige wind. De wind van toen, van hard ertegenop boksen, een zichzelf verschonende wind.
Die wind, die laat zich nu niet meer spreken, daarvoor ligt ’t hier te ver weg van de oorsprong. Daarvoor ligt ’t te ver landinwaarts.

Een wind van rechtopstaan ertegenin. Anders kom je niet vooruit. Een wind die van geen fluisteren weet, maar slechts bulderend streelt, langs armen & benen, middel & hoofd. Zodat je voelt dat je omhult bent door veilig. Veilig, want hij brengt je ook weer thuis. Alles spreekt vanzelf met zo’n wind, er is geen verduidelijking nodig, want eenvoudiger kan ’t niet.
Een wind van golven, die je niet zullen overspoelen, maar wel de geur ervan met zich meedraagt. Van vreemde verhalen, reddingen & gedenkstenen. Een wind die je leert koesteren, waarderen, leert aanspreken & beantwoorden.
Een zachte ruis die schreeuwt om aandacht, & vraagt waarom hij in dit verlaten oord is neergezet. Die zich probeert te wreken, maar o zo teder z’n oor te luisteren legt. Een zachte ruis die kietelt, ’t zand over je oren laat stromen, over je lendenen, je heup, je bovenbeen, je kuit, je voet, & je dan zegt dat je moet blijven.
Een smekend sterven op zomerdagen, die je achterlaat in eigen wateren, wateren die stromen, wateren waaraan je op zo’n dag juist tekort komt.
Een koelbloedig sterven op ’t ijs, bij wakken & schotsen, & gierend zwieren laat toestaan, maar alleen vóór hem uit.

& Een wind die je uiteindelijk doet vluchten, voor ‘m uit, want zo heeft-ie je ’t tenslotte geleerd. Een vlucht ondanks zijn aanwezigheid, een vlucht slechts voortgestuwd. Een vlucht die je vooroverblaast, laat voelen hoe hard de grond, hoe scherp ’t fijne gruis. & Toch, toch, weg van daar.

Op ’t laatst, als je ver weg bent, wil je slechts een neutrale wind, een lentebries, een tocht door kier.
Slechts af & toe herinner je je nog.
Weet je nog van lang gelee, toen & daar. Waar mensen rechtop stonden, vanwege. Waar ’t ruisen bruisen was, waar alles waar, & niets iets.
Weet je nog, toen wind de dwingende gedachte was.
Weet je nog, van toen de wind.

& Zachtjes tikt de wind takjes tegen ’t raam. Zachtjes drukt-ie je achterover, zachtjes strooit-ie zand in je ogen.

Zalig zacht stromen stralen waarachtige wind door Zijperspace.