box

Dat plaatje is helemaal niet meer zo belangrijk. Ik heb al eerder een foto van Tom Waits geplaatst vanwege een nr dat ik gelinkt had. 't Gaat dan ook vooral om 't feit dat men dat nr kan horen. Simpel als dat.

Waar begint ’t begin? Waar start de belangstelling voor & ’t stokken van de adem?

’t Begint in ieder geval bij ’t overvallend lichte beroeren van de piano. Zo ook begint ’t bij ’t lenen van een nr, misschien wel een plaat van Rinus. Of anders van Guus. Je zet ’t op tape, & vervolgens is ’t een kwestie van spelen & spoelen.
Er zijn te veel namen, te veel herinneringen. De ene hersenhelft lijkt ’t 1 te zeggen, de andere heeft een voorkeur voor ’t ander.
Ik weet slechts dat ik plots in kontakt kwam met ‘Soldier’s things’. Daarna kon de wereld niet meer dezelfde worden die ’t tot voor kort leek.

We kregen schorre kelen, m’n broertje & ik. Dat was de tijd dat Quint nog m’n broertje was, nog lang niet een broer. Beiden gezeten op de fiets, of anders in 1 van beider slaapkamers, zongen we onze stemmen hees, om vooral in de buurt van de rook & whisky van Tom Waits te komen.

Ik draai ’t nr nogmaals, om weer die lichte toetsen te horen beroeren. & De verzameling artikelen die een soldaat blijkbaar met zich meedraagt.
Ach, ik begreep niks van de tekst. Ik kende delen van de tekst hooguit om de stem van Tom Waits te kunnen imiteren.

Maar terwijl Tom ‘Ooooh, and this one is for bravery…’ zingt, zie ik mezelf achterover geleund zitten bij m’n buro op zolder. Geen zin om verder te gaan met leren. Wel zin om uit de zolderkamer te kijken. Naar niks. Als er ergens niets te zien was, dan was ’t wel uit een zolderkamer in Den Helder. Maar ik keek naar ’t verlangen de deur uit te zijn. M’n pen lag naast m’n hand. M’n boek, m’n aantekeningen, m’n potlood; ze lagen versteend te staren naar waarom ik op me liet wachten.

Ik zie verloren vriendinnen, verloren liefdes. & De dwang om op m’n kamer te blijven, omdat ik toch echt m’n proefwerken, m’n tentamens moet halen. Ik zie verlangens naar vrienden, naar samenkomsten, naar gefrustreerde gesprekken waar ik ook weer niks van begrijp. Verwerpingen, ontkenningen, voorover leunen, huilbuien. De angst m’n vrienden voor altijd te verliezen.

& Een dagboek, waarin ik alles bewaar. Waarin ik m’n eigen dapperheid registreer.

Zijperspace is toe aan een nieuwe cyclus.

afspraak

Goed. Laten we ’t zo afspreken:

Vanavond bij thuiskomst, als ik terugkom van m’n vermoeiende werkdag, wil ik vergenoegd naar m’n reaktie-ding hieronder kijken. Ik wil kunnen merken dat zeker een 10-tal mensen de moeite hebben genomen ’t stuk tot de onderste regel te lezen, dat dezen tot de conclusie gekomen zijn nav ’t gelezene mij een welgemeende felicitatie toe te moeten doen komen, & daarnaast wil ik een analyse van ’t geheel hebben van minstens 3 a-4tjes.

Anders hoeft men vanavond geen bericht van mij te ontvangen.

Dan vieren we ’t feestje met slechts 4 aardige oprechte & zeergewaardeerde, sterker: mij zeer toegenegen personen, die zich verwaardigd hebben mij op een simpele doch genoegzame wijze een aangename dag te bezorgen.

Naschrift:
Helaas.
Mijn werkdag was enorm. Binnen die 6 uur (de 6 uur die mijn werkgever me officieel uitbetaalt, zonder pauze, maar wel met een kwartier voor begin & een kwartier na afsluiten de noodzaak tot xtra werken, maar niet xtra uitbetaald krijgen) heb ik een 20-tal verschillende junks, pillenslikkers, alcoholisten, randdebielen, startende criminelen, schijnheilige oplichters, ongecontroleerde menselijke projektielen, vereenzaamde doemdenkende zelfkickers, gesjeeste, associale, nog maar net voor zichzelf zorgende bedplassers, begeleid door hun leveranciers van duistere waren, waarvan ik geen weet heb, in m’n winkel gehad. Zo af & toe afgewisseld door een horde toeristen, waarvan geen enkel van kop tot kont enig idee had over ’t bestaan van de engelse taal, maar allemaal op zoek waren naar ‘holland beer, you know holland beer, with that thing, yes that thing’, waarbij ze de beugelopening bedoelden, zoals bijv grolsch hanteert. & Een leger toeristen, die die taal wel machtig was, maar elke keer weer net de verkeerde vraag stelde op ’t verkeerde moment, of ’t bier uit de ijskast spontaan over de vloer liet vloeien ipv af te rekenen, dan wel advies wilde hebben over lagers, lagers, lagers, the strongest lager you have.
Na die enorme dag, als ik een dag, een werkdag, zo mag noemen: enorm; na die enorme dag, merk ik dat geenszins aan mijn verzoek, 40 bezoekers later, waarbij Hotstat vermeldt dat er wel degelijk 30 ‘uniek’ zijn, tot slechts een 10-tal felicitaties & ’t verzoek tot analyse, beslaand slechts 3 kantjes a-4, voldaan is, sluit ik mij voor de rest van de dag op.

& Vier ik op private wijze, zéér private wijze, geestelijk feest met 9 mensen die Zijperspace na staan.

verjaring

Je doet wat om jezelf goed te voelen. Te voelen dat er iets te vieren valt. Je probeert jezelf enigszins te belazeren, want niemand die er ook maar een zweem van notie van lijkt te nemen. ’t Is jij & je tekst. Niemand anders die je mist als er een ietsiepietsie veel minder tekst staat. Niemand die gemerkt heeft dat de teksten van een continuüm van 3 naar een verschijningsregelmaat van 2 per dag zijn gegaan. Niemand die merkt dat je anders schrijft. Niemand die merkt dat elke variatie die je aanbrengt in je schrijven een doelbewuste planning is, de wil te breken met de rest. Met je eigen gemakzucht bovendien.

& Toch kan je ’t niet laten net als een jaar geleden je mond voorbij te praten, doelbewust je mond voorbij te praten dat ’t vandaag je verjaardag is.
‘Hé, ik heb een blog!’ was de mededeling een jaar geleden.
‘Wa’s dah?’

Waardoor je doelbewust, wederom, je mond ging houden. Niemand hoefde ’t te weten. Des te meer mensen ’t niet wisten, des te minder cumulerende schaamte meegedragen hoefde te worden. Des te minder verantwoording, des te beter de teksten zich konden ontwikkelen. Tot de trots vanzelf wel zou komen. Vanwege goed. Ooit, misschien.

Een jaar van verslaving heb je ontwikkeld. Een onbekende verslaving, dacht je in 1e instantie, want niet gewend aan de kijkcijfers. Maar een bekende verslaving, toen je ’t ging vergelijken met de dansjes die je deed voor de familie-camera, die de speciale gelegenheden in ’t kinderleven registreerde. Oude verroeste films leverde dat op, waarin je nog steeds jezelf kan herkennen, de jongen die schreeuwt om de verkeerde aandacht. Van veel poeha & anderen vergeten.

Je hebt je jeugddroom gerealiseerd. Een schrijvend bestaan, een noodzaak lezers te hebben. Maar je bent nog niet tevreden.
& Je weet dat je nooit tevreden zult worden. Een lezerspubliek van 10 is net zo frustrerend als die van 1000, of een veelvoud daarvan. Er is een noodzaak tot bekoren, maar elke bekoring dmv mooi voorschilderen in pennenstreken tussen de schrijflijnen, betekent ’t aanraken van onzekerheid. Een onzekerheid die je altijd met je mee lijkt te dragen.

Je hebt je leven veranderd. Niemand die dat terdege beseft. Misschien je moeder. Misschien een broer. Maar ook zij weten niet hoeveel avonden je je in alleenzaamheid opsluit. Omdat ’t moet, vind je zelf. Omdat dit de enige mogelijkheid is. Omdat niemand kan schrijven zoals jij. Omdat niemand zo dicht komt tot jou als jij.

Dus drink je, voordat je naar huis keert, op jezelf. Probeer je te vieren, maar eigenlijk om eindelijk eens van de druk van ’t moeten schrijven af te zijn. & Je nog meer te laten doordringen van ’t feit dat ’t schrijven vannacht dubbel zo belangrijk is. Zodat de zelfgestelde deadline een dwingeland wordt.

Je bent verslaafd, bezeten, geobsedeerd, maar vreest de blokkade. Je denkt een tot leven gewekt writer’s block te zijn, maar schrijft de dood tot leven. & Vreest de dood, als-ie uiteindelijk komt.

Daarom viert men de 1e verjaardag in Zijperspace; gij moogt meegenieten.

berusting

M’n ouders zijn terug van vakantie. Donderdagavond zijn ze teruggekomen van een weekje Lourdes. Nog steeds is Lourdes een heilige bestemming in de familie. M’n vader was ontroerd toen m’n moeder ’t ‘m een kleine week voor vertrek vertelde.

Lourdes was voor m’n opa & oma ook al een populaire vakantiebestemming. In m’n herinnering gingen ze buiten Canada, voor een bezoek aan hun geëmigreerde dochter, nergens anders heen op vakantie.
Ik dacht altijd dat ze die kant op gingen om genezing van m’n opa’s voet te laten bewerkstelligen. Dat ze hoopten dat God daar in Lourdes beter z’n best zou kunnen doen. ’t Lourdes-water dat ze in kleine flesjes mee terug namen zag ik ze ’s avonds laat sprenkelen over de horrelvoet van m’n opa. Zodat-ie uiteindelijk toch nog ‘ns zonder wandelstok kon lopen. Ik stelde mezelf voor dat ze van Lourdes weerkeerden & Opa voortaan gewoon kon lopen. Wonderbaarlijk genezen in ’t bedevaartsoord. Na 60 jaar kreupel te zijn geweest.

Eigenlijk was vakantie voor m’n vader heilig. Hij kon zich de vakantie niet voorstellen zonder op reis te zijn geweest. Minstens 1 keer per jaar moest-ie in ’t buitenland zijn geweest. Liefst een 2e of 3e maal.
Hij sleepte ons overal mee naartoe. Maar vooral naar zijn favoriete vakantiebestemmingen. Dat betekende Zwitserland, & af & toe ergens anders heen. In Zwitserland kon-ie nou 1maal mooiere wandelingen maken. Daarin werden we ook weer meegesleept. Zeer tegen m’n zin.

M’n vader vond ’t zonde om tijdens de herfstvakantie de hele week thuis te blijven. Dus stelde hij m’n moeder voor enkele kinderen mee te nemen voor een kort uitstapje. Een kort uitstapje naar Lourdes, was ’t idee, waar vast ook mogelijkheden waren, of anders onderweg, om te wandelen. Hij kon moeilijk verwachten dat z’n zoons genoeg geduld zouden opbrengen de missen bij te wonen.
Ik zou dat geduld zeker niet hebben opgebracht. Ik kon me er niet eens toe zetten de auto in te stappen om de reis te maken. Liever bleef ik thuis bij m’n moeder.

M’n moeder vertelde dat ze een fijne tijd hadden gehad. Hoewel ze m’n vader wel de hele tijd in de gaten moest houden. (‘De afgelopen dagen is ’t ook al een paar keer gebeurd dat-ie niet wist waar de wc is. Maar dat komt misschien doordat we nog maar net terug zijn.’)
Maar over ’t algemeen ging ’t wel. Ze hadden een goed hotel, goed eten ook. Ze zijn een enkele keer in de kerk geweest.

Die keer dat ze met z’n 2en naar Lourdes waren, dat was toch wel ’t mooist. Toen waren ze met de tent. Zonder de kinderen. Dat was erg ontspannen.

‘Je gaat er niet heen voor genezing,’ vertelt m’n moeder. ‘Tegenwoordig doet niemand dat denk ik meer. Opa toendertijd ook niet. Je gaat er meer heen voor iets anders. Je vindt in Lourdes eerder berusting.’

Ik zou naar Lourdes moeten, om te weten te komen wat ’t is. Maar 1st eens bij m’n ouders langs. Dan wijs ik de wc-deur wel aan.

De rust komt later wel in Zijperspace.

stilte

3 Klanten aan de bar, op de vroege zaterdagmiddag. Over 2 uur past er niemand meer in, maar nu zit ik slechts in ’t gezelschap van jarenlange vaste klanten. Barrie, die vroeger in z’n 1tje ’t meubilair vormde, maar nu op de tram zit & enkele dagen per week aan zich voorbij moet laten gaan; Mompel (‘Als ik later op de avond in een vreemde kroeg bestelde, konden de barmannen me niet meer verstaan. Dus dan zei ik dat ze maar een bonnetje van Mompel moesten maken. Mompel verstonden ze altijd onmiddellijk.’) is druk doende de rol van Barrie over te nemen; & Fiets, na een korte afwezigheid wipt-ie nog altijd in ’t begin van de middag langs voor 1 biertje, meestal tijdens z’n pauze, in ’t weekend tijdens de boodschappen.

Hoewel Fiets niet meer mag roken, pakt-ie ’t pakkie shag van Mompel. Met een zeer hese stem, door de operatie aan z’n keel is z’n stem grootdeels verdwenen, vraagt-ie of-ie er 1 mag draaien. Om z’n stem te sparen probeert Fiets dit verzoek vaak met gebaren duidelijk te maken.

Soms denk ik wel ‘ns dat er eigenlijk niets is veranderd, sinds Fiets iets naars aan z’n keel kreeg (details bespaart-ie ons); vroeger was-ie ook al bedreven in gebarentaal. ’t Liefst zei hij niets, door een draai van z’n hand probeerde hij duidelijk te maken wat-ie bedoelde. & Trok daarbij z’n gezicht in een begeleidende plooi. Een olijke plooi. Meestal wisten we dan wel wat Fiets wilde hebben.

Fiets heeft z’n peuk & gaat weer zitten. Mompel staart voor zich uit, de spoelbak in. Barrie staart naar buiten, naar de dingen die voorbijgaan. Ik staar in de krant, doe iets soortgelijks. Fiets rookt z’n peuk.

‘Wat een rust, hè?’ doorbreekt Fiets de stilte.
‘Ssssst,’ reageren Mompel & Barrie spontaan.
‘Hahahahaha,’ lach ik, ‘degene die ’t minste z’n stem mag verheffen maakt ’t meeste lawaai.’
De anderen lachen mee.

’t Is weer stil voor 5 minuten. Ik kan lezen hoe Sjeng Schalken ’t heeft gedaan. Hoe Bin Laden Al Quaida heeft opgezet. & Amerika nog steeds onder de indruk van vorig jaar is. Barrie kan de fietsers tellen. Mompel wacht tot de glazen zich uit zichzelf gaan spoelen. Fiets dooft z’n peuk.

Fiets houdt ’t tegenwoordig maar bij 1 consumptie in de middag. 1 Biertje begeleid door 1 shaggie. Dan gaat-ie weer verder met z’n boodschappen.
Hij trekt z’n jas aan. Zet z’n helm op z’n hoofd.
‘Hèhè,’ zegt Barrie, ‘eindelijk rust.’

Alles is zo stil als een frons op een voorhoofd in Zijperspace.

rondleiding

Aan ’t eind van een rondleiding zeg ik tegenwoordig: ‘Hebben jullie nog vragen?’
Als daar slechts hoofdschuddend op wordt gereageerd, vul ik dat aan met: ‘Nu hebben jullie de mogelijkheid om alle vragen over bier te stellen. Ik weet nl overal antwoord op.’
Lekker onbescheiden. Maar ik weet nou 1maal overal antwoord op. Als dat niet zo mocht zijn, dan is m’n verhaal vervolgens zo uitgebreid, dat men aan ’t eind allang vergeten is wat de vraag ook alweer was.

Toch voel ik me altijd wat onzekerder als ik te horen krijg dat er specialisten in m’n publiek zitten. Zoals John & z’n groepje leraren uit Haarlem.
‘Hoi,’ zegt John bij binnenkomst, ‘ja, er was gebeld, (…..)’ maar voordat-ie een heel verhaal gaat afsteken zeg ik al: ‘Jullie komen voor de rondleiding.’
‘Kom jij niet uit Den Helder?’ vraagt John, ‘heb je niet in de bieb gewerkt?’
‘Ja, daar heb ik 14 jaar gewerkt,’ antwoord ik, ‘ik dacht je gezicht al ergens van te kennen.’
Ik kon me alleen niet herinneren dat John vroeger zo zijig praatte. Bovendien blijkt-ie in tegenstelling tot toen aardig wat initiatief te kunnen nemen. Elke keer als ik op ’t punt sta me tot ’t zojuist binnengekomen publiek te wenden, neemt John ’t woord. Daar gaat m’n introduktie.
‘Ja, ’t is een groep leraren,’ legt John nog ff uit.
‘Die kunnen erger zijn dan leerlingen,’ weet ik, ‘maar ik ben ondertussen wel wat gewend.’
Dat helpt niet, John is alweer luid bezig uit te leggen waar de groep verzeild is geraakt.

Een efficiënt hulpmiddel je onkunde te verbloemen is te verwijzen naar de kennis van anderen. Daar maak ik graag gebruik van. Dat snoert de mensen de mond & luistert men beter naar mijn verhaal.
‘In de kiem van de gerstkorrel ontstaan er allerlei stoffen. Oa enzymen. Die zorgen voor een bepaald proces tijdens de bereiding van ’t bier. Bevinden zich ook biologieleraren in deze groep?’
‘Ja,’ zegt John, ‘ik doe biologie. & Henk ook.’
‘Dan kunnen jullie de stukken die ik van dit proces oversla na afloop van de rondleiding bij John & Henk navragen.’

‘Tijdens ’t brouwen voegen we eventueel kruiden toe. Dat doen we alleen bij ’t IJndejaars, ’t Paas-IJ & ’t IJ-wit. Mocht je de woordspelingen die wij gebruiken voor onze bieren niet onmiddellijk begrijpen, dan kan je zodirekt terecht bij de docent nederlands, die op dit moment te herkennen is aan z’n bulderende lach.’

‘Na de vergisting wordt ’t bier overgebracht naar de lagertanks.’
Ik wijs de ruimte aan, waar men de tanks door ’t raam kan zien staan.
”t Gaat hier lageren. ‘Lageren’ is een oud-duits woord dat staat voor ‘opslaan, bewaren’. Mocht je dit niet geloven; er bevindt zich vast wel een duitse leraar onder jullie, die hier ’t 1 & ander over kan vertellen.’

‘De hogere alcoholen ontstaan tijdens de lagering. Die worden zo genoemd, omdat ze een hogere moleculaire struktuur hebben. Ze kunnen makkelijker combinaties aangaan met andere stoffen, waardoor esthers ontstaan. Die kunnen ’t uiteindelijke bier een fruitige smaak & een fruitig aroma geven. Jullie scheikunde-specialist geeft na afloop een uitgebreide uiteenzetting hierover.’

‘Zijn er nog vragen?’ vraag ik na afloop.
Geen vragen.
‘Ja, mijn vader was vroeger ook docent,’ xcuseer ik de zwijgzaamheid van de lerarengroep. ”t Onderwijzen is me met de paplepel ingegoten.’

De groep is alweer een paar minuten vertrokken als 1 van de docenten z’n vergeten tas op komt halen. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om mij nog ff de hand te schudden.
”t Was werkelijk een fantastische rondleiding. Je kan echt trots zijn op jezelf.’
‘Dank je.’
Ik vind dat nogal wat, zo’n compliment van iemand die zelf dagelijks voor een groep mensen z’n verhaal staat te doen. Dus ik sta daar eigenlijk een beetje met m’n mond vol tanden.
‘Nee, ik meen ’t,’ moet de docent nog ff bevestigen, ‘je mag best een veer in je hmmm,’ hij is een moment stil, ‘in je bips steken.’
Ik ontdek nog net een guitige blik terwijl hij de deur opent om definitief te vertrekken.

We kunnen de leerlingen nooit helemaal in toom houden in Zijperspace.

poeh

Uhm.

Of moet je de dag erna ‘Grrr’ of ‘Brrr’ over je lippen proberen te krijgen in Zijperspace?

lollypop

Mocht men denken: wat schrijft die jongen (ik zie mijzelf nog steeds als jongen, vreemd genoeg; een 38-jarige jongen weliswaar, maar toch) weinig vandaag. Dat zijn we niet van die veelschrijver gewend. Dan moet men maar bedenken dat ik vanavond naar bovenstaand gebeuren ben (men kon klikken op ’t plaatje, dan kwam men er vanzelf terecht).
Enkele collega’s organiseren dat festijn geheel belangeloos. Dat verdient ondersteuning, dus zal men mij daar aan kunnen treffen.

’t Staat eenieder vrij ook ff langs te wippen. Men levert door ’t bezoeken van ’t festijn een bijdrage aan een kinderkamp. 1 & Ander valt te lezen op de gelinkte site.

Een zwijgen volgt die natuurlijk niet al te lang kan duren in Zijperspace.

secondes

Ach, ’t ging allemaal veel sneller. Tijd is niet te bevatten. Voordat je ’t weet is er iets anders gebeurd, zijn de handelingen onvoorzien gebleken. ’t Gaat er om dat je handelt op de manier waarop je handelt. & Niet achterom kijkt.

‘TON!’ riep m’n collega, op zo’n manier dat ik wist dat ik nodig was. Dat elke seconde die ik langer in de kelder stond fataal kon zijn. ‘TON! Kom ff boven.’
& Ik kwam boven. Ik weet niet of ik nog iets in m’n handen had, op ’t moment van besluiten, maar m’n handen waren leeg toen ik bij de halfgesloten voordeur stond.
‘Gesloten? Waarom is die deur gesloten? Waarom deinzen m’n collega & dat meisje met de rugzak weg van de voordeur?’

Er bestaat geen overgang in m’n geheugen. Opeens stond ik buiten. Sommige dingen worden gewoon weggefade. Minder belangrijk. De rest neemt al te veel ruimte van je geheugen in beslag. Of overspoelt ’t onbenullige.

Voor me stonden 3 mannen tegenover elkaar. Links van me had een man 1 van onze kratten in z’n hand. Klaar om ermee uit te halen. Met z’n andere hand hield hij de man voor me vast. Door de houding die deze man aannam & de manier waarop de 3e, ½ rechts van me, zijn lichaam vasthield, was er de grootst mogelijke afstand ontstaan tussen de 2, terwijl ze elkaar wel degelijk vasthielden.
& Ze schreeuwden tegen elkaar.
Ik weet niet wat ze schreeuwden. ’t Was een mengeling van marokkaans, nederlands & engels. Ik weet niet of ze van elkaar wisten dat ze niet te verstaan waren. Ze leken te schreeuwen uit angst, zo stonden hun beider ogen in ieder geval (die 3e man hield ik niet in de gaten; is niet opgenomen in m’n geheugen).

Wat doe je op zo’n moment? Ik wist niet wat er aan de hand was. Ik wist dat m’n collega in paniek mij geroepen had, blijkbaar in de veronderstelling dat ik een oplossing voor de situatie zou weten. Dat ik de winkel wel ff zou beschermen. Maar wat ik moest doen? Wie deed wat? Waarom deed wie dat? Moest ik partij kiezen? Hoe gevaarlijk & onberekenbaar waren ze?
& Ik dacht nog veel meer dingen. Je denkt een hoop op dat soort momenten. Niemand die zo snel kan denken als ik, denk ik wel ‘ns op zulke ogenblikken. Maar eigenlijk heb ik geen tijd om die gedachte bij me op te laten komen. Een seconde is niets. Er zijn 1000 maal zoveel secondes nodig om te bevatten wat er door m’n hoofd gaat. Je zou een zeer scherp mesje nodig hebben; een zo dun mogelijk plakje van de seconde af moeten snijden & die vervolgens plat onder een microscoop moeten bestuderen; volgende plakje, enzovoorts.
& Dan ben je alleen nog maar met mijn hoofd bezig. Overal om me heen zag ik mensen kijken. Op 100 meter afstand keken er mensen naar ’t tafereel dat zich voor me afspeelde. Ik kon de regisseur zijn voor deze toeschouwers.

Opeens was er de Buurman. Stond plots tussen Man 1 met krat & Man 2 zonder krat, maar met dezelfde kwade bedoelingen & luide woorden. Buurman keek boos. Waardoor de mannen elkaar los moesten laten.
Oja, dat had ik moeten doen, dacht ik. Alleen ben ik niet zo goed in gemaakt boos kijken als Buurman.

Weer ondeelbare tellen deden zich gelden. Niemand die de tellen bij kon houden. Men kon ze alleen maar gezwind voorbij zien snellen. Zonder dat we beseften dat ze ons al gepasseerd waren.

Man 2 had met Man 3 de voorstelling verlaten. Had nog wel een keer willen uithalen naar Man 1, maar Buurman keek nog steeds boos. Man 1 mocht bijv niet aan de kratten van ons komen, vond Buurman.
Man 1 scheen dat wel te begrijpen, maar dook weg voor de blik, die echt heel goed gemaakt boos stond. In ’t wegduiken raapte hij spulletjes van de grond op.

Ik stond mezelf af te vragen waarom ik niet ingegrepen had. Was blij dat ik niet ingegrepen had. Buurman leek de situatie immers veel beter in te hebben geschat. Baalde tegelijkertijd dat ik ’t niet had gedaan. Ik was immers de aangewezen persoon om in te grijpen. Men kon toch zeker niet voor onze deur gaan vechten. Nog wel met gebruikmaking van onze spullen.
Die gedachtes duurden ook weer enkele secondes. Misschien wel ettelijke. Misschien wel enige. Misschien was er wel een minuut voorbijgegaan toen ik zag dat Man 2 terug kwam lopen.

‘Heeft iemand m’n bril hier zien liggen?’ riep-ie.
Waarop onmiddellijk een voorbijganger een bril met slechts 1 poot omhoog hield.
Dit kon wel ‘ns uit de hand gaan lopen, dacht ik toen.

Op zo’n moment lijk je alle faktoren die invloed hebben op de situatie in 1 oogopslag te kunnen overzien. In 1 tel. In 1 seconde. Maar waarschijnlijk nog minder dan die seconde, want binnen die seconde ben je al te laat.

Hij schreeuwde dat Man 1 schuldig was aan ’t molesteren van z’n bril. Maar dan in andere woorden. Dat-ie daarvoor straf had verdiend. Maar dan in andere woorden. & Toen wilde hij uit gaan halen met z’n rechtervuist. Buurman stond nog voor de rechtervuist.

De Held deed van zich spreken. Hij leek geen hinder te hebben van de vuist die onderweg was. Hij leek zich niets van vuist noch vijandigheid van beider heren te willen aantrekken.
Hij wilde alleen wat zeggen.

‘& Nou ga jij doorlopen naar waar je naartoe ging.’
& Held duwde Man 2 richting de Dam.
‘Hup, doorlopen,’ zei hij nogmaals met ondersteuning van nog een duw.
‘& Jij loopt die andere kant op,’ zei hij tot Man 1. Duwde hem de andere kant op, richting de Singel.
Lichte zetjes waren ’t. Maar effektief genoeg.
‘Doorlopen,’ zei Held nogmaals tot Man 1. ‘Hup, je gaat nu weg hier.’
& Beide mannen waren plots van ’t toneel verdwenen. Slechts Buurman & Held vingen de blikken van de 10-tallen toeschouwers. Maar beiden verdwenen al snel via de coulissen.

Want men moet immers ook nog ademhalen in Zijperspace.

stofdoek

Ik heb vannacht over stofdoeken gedroomd. Ik bemerkte dat vanochtend. Toen werd ik nl enkele spinnenraggen gewaar, in de hoek van de kamer (altijd maar weer in hoekjes, liefst buiten handbereik). Die doen me ergens aan denken, dacht ik. Ik kon me alleen niet herinneren wat ik gedroomd had.

Wel zag ik m’n buurvrouw van 1-hoog weer uit ’t raam hangen. De buurvrouw waar ik de meeste last van zou moeten hebben. Maar slechts 1 keer per maand hoor ik haar rondstommelen (hé, ze heeft zeker ruzie met haar vriendje & wil nu in haar eigen huis slapen), de muziek hard zetten, & ’t balkon schoon maken. Van ’t laatste vang ik zo af & toe ook een glimp op.
Gister ving ik haar glimp terwijl ze uit haar keukenraam hing. Met een stofdoek maakte ze de vensterbanken van binnen & van buiten schoon.
Snel trok ik m’n hoofd terug. Stel dat ze me kon zien kijken! Moest ik haar gaan vragen waarom ze alleen maar haar huis schoonmaakte, waarom ze er niet gewoon in woonde.

Ik zou wel een schoonmaakster willen hebben. Of een buurvrouw die ‘ns de échte troep ging opruimen. Die van mij. 1 Veeg met de stofdoek heeft in mijn huis meer zin dan een ½e dag poetsen & boenen op de 1e etage.
Maar waarschijnlijk is zij zo obsessief met stof bezig, dat ze nogeneens bij me binnen durft te komen. Ze is ook de enige buuv die niet op mijn verjaardag komt. Waarschijnlijk uit smetvrees.

Ik ben vannacht waarschijnlijk hard bezig geweest alle stofnesten weg te werken. Kan me niet herinneren of ’t een nachtmerrie-achtig gebeuren was. Moet haast wel. Als ik nl aan stof denk, denk ik onmiddellijk aan alle boeken die dan omstebeurt uit de kast gehaald moeten worden. & De stofzuiger die richting plafond gemikt moet worden om alle spinrag, dat hele fijne, stoffige spinrag, weg te zuigen. & Ik moet dan denken aan alle prullaria die van de planken & randjes weggehaald moeten worden, teneinde de doek erover te kunnen trekken. & Ik zie m’n stofdoek al na 2 planken onwerkbaar onder ’t stof zitten. & Ik denk aan niesbuien bij ’t uitkloppen. & Aan ’t commentaar dat ik evengoed van iedereen krijg, liefst moeders & schoonzussen, ondanks m’n verwoede pogingen ’t huis er spik & span uit te laten zien, dat ik toch ‘ns wat vaker een stofdoek in m’n handen zou moet nemen.

Ik wil een andere buurvrouw in Zijperspace.