ozu

‘Hi there, Ton,’ zegt Joe.
‘Good mornin’ gents,’ reageer ik.
Ze pakken beiden een flesje 8.6 uit de koelkast.
‘Betalen jullie apart?’ vraag ik voor de zekerheid.
‘Nee, ieder voor zich,’ luidt de ontkennende bevestiging. Soms in ’t engels, soms in ’t nederlands. Soms door gebaren. Dan zijn ze te moe om ’t uit te leggen. Maar ze weten dat ik ’t begrijp. Mike doet nog ff z’n best om ‘astublief’ te zeggen.

Ik had geleerd dat Ozu een bijzondere regisseur was. Lang voordat ik de mogelijkheid had z’n films te zien. Gelukkig stonden er stills in ’t boek dat deel uitmaakte van ons lesmateriaal. & Gelukkig bestond er zoiets als de BBC. Die plots 6 films achter elkaar van ‘m uitzond.
Elke film ging over ’tzelfde. & Binnen de film veranderde er bijna niets. Er leek ook niets te gebeuren in z’n films. Geen aktie-scenes, geen diepgravende dialogen. Maar af & toe werd de 180°-regel doorbroken, werd er plotseling vanuit een andere hoek gefilmd. Geheel tegen de Hollywood-doctrine in (een doctrine die nog steeds geldt), die zegt dat je niet zomaar iemand van de andere kant kan filmen.

‘Zal ik er 5 cent bijgeven?’ vraagt Joe, terwijl-ie € 2,- op de toonbank legt.
Mike betaalt altijd met € 10,-. Heeft meestal ook geen xtra wisselgeld.
‘Hey Joe, give me a dime,’ roept-ie altijd naar buiten. Joe heeft z’n 1e slok dan al genomen. Zoekt vervolgens tegen z’n zin in z’n broekzakken naar een muntje. Mike heeft weer ‘ns geld te kort, lijkt-ie te denken, hij probeert van mij te profiteren.
& Toch geeft-ie z’n muntjes.

Hoe de film ook heette, wie er ook in speelde, de film had altijd dezelfde strekking. ’t Plot liet zich ook makkelijk voorspellen. Alles was opgezet in een allesoverheersende eenvoud. Alle shots waren ook op dezelfde manier gefilmd. Bijna altijd vanaf de grond. Zodat je op gelijke hoogte zat met de zittende mensen in de film.

‘I just come to pick up some beers,’ zegt Joe. Mike blijkt ergens anders in een rij te staan & pas later thuis te zullen komen. Joe haalt voor hen beiden de nodige flesjes 8.6.
‘Hoeveel krijg je van me?’ vraagt-ie. Hoewel-ie ’t dondersgoed weet. De alcoholisten weten de prijs van hun favoriete bier beter dan ik. Maar nu moet Joe vermenigvuldigen met 4. Hij rekent meestal niet verder dan 2 maal. Soms verminderd door de lege flesjes die hij inlevert.

Alles was altijd ’t zelfde in de films van Ozu. Zelfde sfeer, zelfde uitdrukkingen. Ik kon op een gegeven moment zelfs xact de dankwoorden van de vader meespreken. Zonder dat ik me bewust was van ’t feit dat ’t een zekere nederigheid betekende. Erg japans, leek ’t me.

‘Hoe laat ga je dicht?’ vraagt Joe, terwijl-ie naar de openingstijden kijkt.
‘Tot 7 uur ben ik open.’
‘Ok. Later!’
Mike komt 5 minuten na Joe.
‘Is Joe al langs geweest?’
‘Ja, hij zei dat-ie bier voor jullie beiden had meegenomen.’
‘Oh, than give me just 1 more beer.’
‘Open asjeblief,’ zegt-ie, nadat-ie heeft afgerekend. Ik haal de dop eraf. De laatste dop van de dag.

Ik weet niet meer hoe de films van Ozu afliepen. Je keek de films omdat de films films waren. Niet meer & niet minder. Als er iets belangrijks gebeurde, werden de regels doorbroken. Werd er opeens vanuit een andere angle, hoek, gefilmd. Of werd de 180°-regel doorbroken. Terwijl de conversatie op dezelfde monotone manier doorging. Maar dan wist je dat er iets belangrijks gebeurd was.

Men weet wanneer ’t zover is in Zijperspace.

bijna vorig jaar

M’n moeder hing opeens aan de telefoon. Eigenlijk nogeneens zo opeens, ik had m’n moeder wel vaker tijdens m’n werk aan de telefoon, maar meestal was ik ’t die haar belde. Nu zij mij.
Dat er een vliegtuig neergestort was. Inmiddels al 2. Of ik ’t al wist. In ’t WTC. De Twintowers. Die kende ik niet. Dat zijn die 2 wolkenkrabbers in New York. Dat New York in brand stond. & Er was ook een vliegtuig in Washington gecrasht.

Ik wist nergens van. Ik vertelde ’t iemand anders die nergens van wist.
‘Nee, dat meen je niet,’ zei hij. Terwijl hij de flessen bier in z’n tas deed. ‘Nee, dat meen je niet.’

Ik geloofde ’t ook niet. Maar de straat in hartje Amsterdam leek zo stil opeens. Iedereen leek er al vanaf te weten, want niemand had een onnozel gezicht. Indien wel, dan had je de neiging om ’t te vertellen. Maar iedereen wist ’t al.

‘Heb je ’t gehoord?’ vroeg Linda.
‘Ja, ik had net m’n moeder aan de telefoon.’
‘Ik bel je wel weer zogauw ik iets meer weet.’

‘Er schijnt er nog 1 te zijn neergestort,’ vertelde m’n moeder of Linda.
Ik weet ’t achteraf niet meer. Ik stond slechts in contact met hun 2-en. & Iedereen die ik tegenkwam vertelde ik wat ik had gehoord.

‘No, you can’t mean that,’ zei een amerikaans meisje. Ontkenningen werden die dag door iedereen verdubbeld. Zij deed daar ook aan mee. Terwijl ze daarvoor lacherig mijn telefoongesprek had aangehoord. Ze verstond ’t nederlands voor de helft, begreep ik.
‘No, you can’t mean that. You’re joking.’ Ik had haar na m’n telefoongesprek verteld wat ik gehoord had.
‘I can’t believe it either. But my mother just told me. It sounds like war. They attacked the Pentagon. New York is on fire.’
‘Oh god. I can’t believe it.’
Ik rekende haar bier af & ze verliet zwijgzaam de winkel. She just couldn’t believe it.

De echtgenoot van de alcoholiste keek naar buiten toen ik ’t ‘m vertelde. Hij pakte vol ongeloof z’n tas in. Alsof-ie nooit meer terug zou komen vanwege al die onzin die ik ‘m wijs probeerde te maken. Hij hield z’n mond & vertrok.

Jos kwam terug.
‘Heb je ’t al gehoord?’ vroeg ik ‘m.
‘Waarom denk je dat ik zo laat terug ben?’ zei hij. ‘We zaten aan de radio gekluisterd. Niemand deed nog iets.’

Ik heb m’n moeder nog een paar keer gebeld om te vragen wat er bekend was. Haar tv stond aan. Ze kreeg de hele tijd ’tzelfde nieuws te zien, vertelde ze. Aan 1 stuk door.
Linda had ’tzelfde verhaal. Op ’t advocatenkantoor waar ze werkte stond de radio aan. De hele tijd ’tzelfde nieuws. Met af & toe een kleine verandering in de berichtgeving.
Of ik iets anders te horen had gekregen van m’n moeder?

We gingen allemaal meteen naar huis. De tv moest aan.

Dit, in enigerlei volgorde, heeft plaatsgevonden in Zijperspace.

stoppen

M’n collega, die zogenaamd de bedrijfsleider moest gaan worden, stopt ermee. Hij heeft ’t per i-meel ons beider werkgever laten weten. Ben ik weer ‘ns te laat, denk ik dan.
‘Mensen zijn verbaasd dat jij ’t zo lang weet vol te houden,’ zei hij tegen mij, toen we ’t er vanmiddag over hadden.
‘Ja, ik doe ’t niet voor ’t geld,’ zei ik, ‘voor de werkgever moet je ’t zeker ook niet doen, dat weten we inmiddels allebei. Laat staan voor ’t winkeltje spelen. Ik doe ’t alleen maar voor ’t bier; nergens anders ter wereld vind je zo’n grote hoeveelheid verschillende soorten bier,’ probeerde ik m’n eigen lafheid te verbloemen.
Maar m’n collega beaamde ’t. Hij vindt ’t bier-aspekt geloof ik wat minder belangrijk. Vandaar dat-ie ’t maar een jaar heeft volgehouden. Ik inmiddels 5.

Eigenlijk wil ik m’n schrijven in geld omzetten. Ik wil leven van m’n woorden. Helaas ben ik ietwat laf. Durf de stappen daartoe niet te ondernemen.
Ik moet dan zeker de mensen laten zien wat ik geschreven heb. De mijns insziens beste stukken uit Zijperspace selekteren. Of duidelijk maken dat Zijperspace m’n ‘portfolio’ is.
Ik ben nooit zo goed geweest in leuren met eigen werk, eigen prestaties. Ik heb de film & tv-wereld vaarwel gezegd omdat ik niet kon retenlikken, geen zin ook had in netwerken.

Momenteel drink ik Kellerbier Dunkel van de Sternbräu te Elsendorf, vlakbij Bamberg. Ik heb van de week 2 flessen bier gekocht na bezoek van de brouwerij. De heer Gerhard Lindner, eigenaar van deze brouwerij, doet me weer beseffen waarom ik in ’t vak zit. Ik wil alleen maar ’t lekkerste van ’t lekkerste. Ik ben altijd op zoek naar de uiterste ervaringen, ’t grootste genot, ’t nieuwste van ’t nieuwste, dat wat anderen nog niet kennen. De ervaring moet totaal zijn. Kellerbier Dunkel komt behoorlijk dicht in de buurt. Zoals ik vroeger de nrs uitzocht die in de alternatieve disco van ’t jongerencentrum gedraaid werden, wil ik er nu voor zorgen dat dat bier straks in Amsterdam verkrijgbaar is. Op beperkte schaal, slechts voor de echte liefhebber. Zoals de alternatieve disco.

& Toch wil ik stoppen met m’n werk. Ik heb genoeg van de klanten, de junks, de toeristen, m’n baas, ’t bijvullen van de schappen & de koelkast.

& Bovenal wil ik dat men in Zijperspace leest.

logo

Lees ik weer ‘ns veel te laat. Of ik ’t weblogmeetinglogo wil plaatsen. Omdat ik er volgende week ook bij ben.

Dat moet genoeg zijn.

Niet te veel onderbrekingen in Zijperspace.

papiertje

Ik heb daarnet een papiertje opgeraapt. ’t Lag op de grond, vlak naast de tafel die tussen bank & tv staat. ’t Was dan ook van de tafel gevallen. Ik was eigenlijk bang dat ’t tot zeker 2 november naast de tafel zou blijven liggen. Maar ik heb ’t opgepakt. Teruggelegd op tafel.

’t Was een foldertje. Uitgereikt tijdens de Uitmarkt. Daar was ik niet langsgeweest, want daar had ik geen tijd voor, die avond.
Marlies had ’t me gegeven. Moest ik heen gaan, zei ze ’s zondags, na afloop van de Uitmarkt.
Zij was op weg naar huis. Vlak daarvoor had ze een optreden met haar moeder bekeken. Op de weg huiswaarts waren Marlies & ik elkaar op straat tegengekomen.

’t Papiertje lag op de grond. Sinds afgelopen vrijdag. ’t Bleef me er aan herinneren dat er iets zou gebeuren op 2 november. Waar ik niet bij aanwezig kon zijn. Maar ik had ’t toch aangenomen van Marlies. Daarbij opmerkend dat ’t Bockbierfestival me waarschijnlijk zou ophouden.

Papiertjes, foldertjes, propjes, boodschappenlijstjes, stencils, kopietjes, artikelen, blaadjes, tickets, aantekeningen; ’t had niet uitgemaakt wat er gelegen had. Ik had ’t laten liggen op de grond. Om mezelf er aan te herinneren dat ik er niet aan herinnerd wilde worden. Maar de moed niet had dat definitief te maken.

Nu heb ik ’t tijdelijke gevoel dat ik er een oplossing voor heb gevonden. Ik heb ’t teruggelegd op de tafel, waar ’t vanaf gevallen was. Of ik heb een tijdelijke oplossing voor m’n gevoel gevonden. In diezelfde handeling.

Overigens is ’t een lichtelijk verfomfaaid papiertje. Ik had ’t in m’n achterzak gestopt, zittend op de terrasstoel. Naast Marlies, pratend met Marlies. Af & toe stopte ik ’t ongemerkt wat dieper weg. Zodat ’t m’n achterzak niet zou ontglippen. Ik vond ’t idee van de avond wel leuk. Jammer dat ’t gelijktijdig met ’t Bockbierfestival zou gaan plaatsvinden.
Thuisgekomen heb ik ’t toen op tafel gelegd. Naast de tv-gids. Per ongeluk verdwijnend onder de tv-gids. Met alle vouwen die er in zaten. Toch wel een vouw of 5. Nog net viel de 2 van de datum te herkennen. Maar die stond dan ook levensgroot op ’t foldertje.

Ik laat dingen verdwijnen, of ze tot vuilnis verworden. Deze verwording tot overbodigheid, nutteloosheid derhalve, heb ik uitgesteld.

Hoeveel folders zijn er eigenlijk uitgedeeld? Niet alleen van deze manifestatie verspreiden zich folders op die markt. Er zijn nog veel meer happenings die schreeuwend hun aandacht vragen. Misschien met een levensgrote M, of een megagrote Z. Misschien met een kale bladzij in vloekend geel.

Dat papiertje lag op de grond op een gegeven moment. ’t Moet gevallen zijn doordat ik de gids nodig had. Ik weet dat ik ’t heb zien vallen. Maar ik heb ’t niet opgeraapt. Niet onmiddellijk.
Vanavond wel. Maar ik doe er voor de rest niks mee. Ik moet ’t straks toch een keer wegdoen. Bij ’t oud papier.

Maar dat zal wel na de 2e november zijn in Zijperspace.

geleidelijk

Zo vreemd dat alles dan nog ’tzelfde is. Hoewel ’t een eeuwigheid geleden lijkt dat ik me eergisterochtend aan ’t haasten was om op tijd te zijn voor vertrek.
Ik struikelde bij binnenkomst over de schoenen in de gang, ondanks dat ik bij ’t verlaten van m’n huis bedacht had dat ik er wel ‘ns m’n nek er over zou kunnen breken als ik terugkwam. Alle boeken, bladen & papieren vormen dezelfde stapels als 2 dagen geleden. M’n was hangt gewoon nog steeds aan de lijn. & Er moet nog steeds ‘ns grondig gestoft worden. De restanten van een platgeslagen mug hangen tegen de muur geplakt. ’t Water valt door de douche-kop naar beneden.

’t Weer lijkt zelfs niet veranderd. Terwijl we op de heenreis een behoorlijk wolkendek hebben zien passeren. ’t Zal wel kouder zijn geworden in Amsterdam, dachten we. Wij hadden ’t nog redelijk behagelijk, was ons idee, want enkele 100-en kms zuidelijker.
Maar bij thuiskomst is ’t wederom heerlijk buiten toeven. Temperatuur van een late zomer. Zon steekt nog lichtjes door een zacht-blauwe hemel.

Wat is ’t toch dat tijd een andere dimensie krijgt zogauw je je naar elders begeeft? Dat later niets veranderd lijkt, terwijl je de verwachting had dat alles een evenredige hoeveelheid tijd had doorgemaakt. & Daar onderhevig aan zou zijn.

’t Lijkt alsof de veranderingen bij thuisblijven geleidelijker plaatsvinden. Geen onverwachte wendingen, geen bruuske bochten, niets ongeplands.

Gewoon Zijperspace, zoals Zijperspace altijd is & zal zijn.

bamberg (ende)

Eigenlijk is ’t een kwestie van zoveel mogelijk onbekend bier drinken in zo kort mogelijk tijd. Ook zoveel mogelijk onbekend bier meenemen, zover als de vervoerder dat toestaat. Voor de rest vooral een kwestie van stilzitten, verstijven, voor je uit staren, nadenken over de volgende reis & jezelf een bierbuik eten.

Es tut weh zurück zu sein in Zijperspace.

bamberg

Bijna een jaar geleden zat ik er de hele tijd over te zeuren. Ik zou samen met Tijn naar Bamberg gaan. & Ik bereidde me er al bloggend op voor. Maar ik had de smaak van ’t bloggen nog niet helemaal te pakken. Ik was verslaafd, jawel, dat zeker wel. Maar ik had nog niet m’n eigen stijl te pakken. Een manier om m’n gedachten, verhalen in te verpakken.
Ik geef ook geen link naar de stukjes van toendertijd, want hoewel ze allemaal nog steeds in m’n archief zitten (voor de volledigheid), vind ik ’t niet de moeite waard ze te laten lezen.

’t Is toen niet doorgegaan. Tijn had ff wat anders te doen op ’t laatste moment. Ik was zo goedaardig, begrijpend & vergevingsgezind om hem dat niet kwalijk te nemen, & ‘m slechts in stilte te vervloeken vanwege ’t verpesten van m’n eindelijke vakantie.

Morgen gaat ’t wel door. Niet met Tijn, die zie ik bijna niet meer. Hij was op mijn verjaardag, ik was op die van hem. Voor de rest niet gesproken, niet gezien, hoe graag we ook zouden willen.
Morgen vertrek ik richting Bamberg met Kees. Omdat we bier moeten halen. Ik mag daarvan profiteren door eindelijk die stad te zien, met z’n authentieke brouwerijen.

Voor vandaag had ik me voorgenomen enkele dingen recht te zetten. Xcuses aan te bieden voor ’t steeds maar weer uitstellen van enige reaktie op ontvangen i-meel. ’t Feit dat ik buiten m’n blog gewoon niets laat horen. Dat ik te lui ben om ff een meeltje te schrijven & te versturen. Ik wilde dat allemaal ff uitleggen, voordat men ook al verontrust raakte omdat ik m’n blog ook nog ‘ns 2 dagen niet zou updaten.

Helaas waren er belangrijkere dingen die al m’n aandacht opeisten. Die m’n gedachten van hot naar her lieten gaan. Die m’n algehele ondernemingszin op een slakkengang zette.
Wat me uiteindelijk een faalangst bezorgde. Angst ’t schrijven te zullen voltooien, maar te horen krijgen dat ’t geen bal voorstelde. Des te verder weg ’t ontvangen van ’t i-meel leek, des te moeilijker ’t voor me werd hierop opnieuw een reaktie te geven.

Ik ben er ook vandaag niet toe gekomen. Maar ik beloof plechtig dat ik pogingen hiertoe zal nemen, zogauw ik terugkom van dit korte uitstapje.

Tot die tijd verblijf ik te Zijperspace; ik bedoel: niet. Of juist weer wel.