druk

Al enkele mensen hebben ’t opgemerkt, m’n reactieding staat uit. Dat is omdat ik tijdens m’n verblijf in België afgelopen weekend behoorlijk lastig gevallen ben door commentspammers. Die vullen je reactieding met links naar commerciële goksites of geslachtsvergrotingen. Nee, ik moet ’t niet interessanter maken dan ’t is: ’t gaat vooral om pokeren.
Dus tot ik een oplossing heb voor die grote overlast, ik moest 2000 berichten verwijderen, ben daar eigenlijk nog druk mee bezig, totdat ik de zogenaamde ‘silly question’-formule op Zijperspace heb geïnstalleerd, is ’t niet mogelijk rechtstreeks via Zijperspace op m’n stukken te reageren. Als je echter ‘ton’ voor zijperspace.nl zet & daarbij ook nog ‘ns gebruik maakt van ’t ‘@’-teken, dan is ’t altijd mogelijk mij een meeltje te sturen.

Komt ’t volgende probleem om de hoek kijken: ik heb ’t naar alle waarschijnlijkheid de komende week verschrikkelijk druk. De uitreiking van de Dutch Bloggies is nakende, ik zal veel energie & aandacht in de organisatie daarvan moeten stoppen.
’t Zou dus kunnen zijn dat ik de komende week geen tijd heb om teksten voor Zijperspace te schrijven. Ik hoop dat men mij dit niet euvel duidt.

Met vriendelijke groeten uit Zijperspace.
Update: ’t Lijkt nu misschien alsof er wel een reactie op Zijperspace geplaatst kan worden, maar dit is niet ’t geval, zoals doorklikken op ‘Poneer hier uw visie’ zal doen blijken. De methode die ik nu gebruikt heb (ik had ’t natuurlijk veel eerder moeten doen, maar ja, de titel is niet voor niets ‘druk’) zorgt ervoor dat niemand meer bij de comments kan, ook niet via een vuil trucje. Dat is wel zo rustig, want vandaag heb ik ook weer meer dan 150 stuks commentspam binnengekregen.
Het staat vanzelfsprekend iedereen vrij om via bovengenoemde weg met mij in contact te treden. Verwacht daarbij echter niet dat ik op zeer korte termijn zal reageren. Ook dat heb ik hierboven proberen uit te leggen.

hardhart (2)

Na lang wachten krijg ik contact.
‘Goedendag, met Poli-cardio, met Sylvia, heeft u misschien een moment?’
Ik probeer alles te onthouden. De haast die ze heeft dit uit te spreken, de druk die ze aan de andere kant van de telefoon lijkt te voelen, ’t amsterdamse in haar stem, de info.
Poli-cardio. Zo moet je ’t dus noemen. Onder elkaar noemen de verpleegsters ’t vast PC.
& Ik schakel over op een toezegging: ‘Ja hoor, ik wacht.’
Muziekje. Dat heb je dan verdiend, wachtend, met de oor aan de hoorn, een geduldigheidstoontje.
Waarop ’t geduldigheidstoontje evengoed plots wordt onderbroken door de amsterdamse Sylvia: ‘Bedankt voor ’t wachten.’
Ze klinkt nog steeds gehaast.
‘Waarmee kan ik u helpen?’
Ik wil een pantalon op maat, bedenk ik me, maar stop ’t weg in een nooitmeervindbaarhoekje in m’n hoofd.
‘Ja,’ begin ik.
Altijd ‘ja’. ‘Ja’ opent deuren. ‘Ja’ ruimt twijfel op. ‘Ja’ is daar waar de lege zin inhoud moet gaan krijgen.
‘Ja,’ begin ik dus, ‘ik heb een doorverwijzing van m’n huisarts. Even kijken, hoe zegt-ie dat? Een doorverwijzing voor een cardiologische screening.’
‘Ja,’ zegt Sylvia.
Zie je, denk ik, ‘ja’.
‘…maar wat voor screening moet dat zijn?’
‘O, mmm, dat weet ik niet. De huisarts heeft dit opgeschreven. Ik weet niet wat de mogelijkheden zijn.’
‘Ja, ziet u, ik moet weten waar ’t voor moet dienen,’ zegt Sylvia.
‘Ja, dat snap ik,’ mompel ik.
Ik neem ’t papier van de doorverwijzing nog ‘ns door. Hij heeft ’t over m’n broer die door hartstilstand is komen te overlijden.
‘Kijk,’ zeg ik, Sylvia in vertrouwen nemend, wat zachter in stem, zodat ik de lading niet te hard kan laten vallen, ‘m’n broer is nl overleden.’
‘Oh?’ klinkt Saskia, met vlug er achteraan: ‘Gecondoleerd.’
Even stil. Even allebei adem halen. Ik om te bedenken wat hier op moet volgen, na deze ontboezeming, alsof Sylvia een kijkje in m’n dagboek heeft mogen nemen, Sylvia misschien vanwege ’t ademhalen zelf.
‘Hoe oud was hij?’ vraagt Sylvia.
’42,’ antwoord ik. ‘1 Jaar ouder.’
Ik heb eindelijk de juiste volgorde te pakken. Dat ik daar zo lang over heb moeten doen.
‘Oh, wat erg,’ klinkt Sylvia geschokt.
Ik zie m’n huisarts weer, met z’n handen voor z’n gezicht, na dezelfde mededeling.
Verdomme, ik voel te weinig. Ik voel te weinig. Ik repeteergeweer gedachtes door m’n hoofd.
Ik zeg, ik zeg: ‘Een hartstilstand. Heel plots.’
‘& Was-ie voor de rest gezond?’
‘Ja, er was niets met ‘m.’
‘God zeg.’
Ik weet zeker, ik weet ’t zeker, dat ze ‘god zeg’ zegt. Geen ‘goed’. Nee, zeker geen ‘goed’.
Hoe durf ik te denken, denk ik.
& Hoe krijg ik ‘t, hoe heeft Carel ’t voor elkaar gekregen dat mensen, mensen, mensen, schrikken als ik ze korte zinnetjes vertel? Droog, zonder opsmuk, geen aankleding.
‘Dan moeten we de uitgebreide aanpak maar doen,’ zegt Sylvia ondertussen, ter zake komend. ‘Op korte termijn.’
Ik vind ’t goed, ik vind alles goed, ik laat ’t allemaal maar naar me toekomen.

We tikken herhalend, onontkoombaar door in Zijperspace.

hardhart (1)

Ik zeg, ik zeg: ‘Maar dat was natuurlijk niet waar ik voor kwam.’
Ik lach. Een bemoedigende lach, een laconieke lach, een lach van understatement.
De huisarts heft z’n hoofd weer op. Weg van ’t scherm, weg van z’n aantekeningen.
Ik zeg, ik zeg: ‘M’n broer…’
Ik corrigeer: ‘1 Van m’n broers is overleden….’
’t Gezicht van de huisarts veranderd naar geschokt. Ik wist niet dat ik zoveel invloed had.
‘…enkele weken geleden,’ vul ik aan.
Ik praat veel in zinnen die nog moeten komen, die nog aangevuld dienen te worden. Al naar gelang de gelegenheid die zich aandoet.
‘Hoe oud….’ zegt de huisarts in een aanstormende vraag nadat-ie gecondoleerd heeft gemompeld.
‘Een jaar ouder,’ antwoord ik alvast.
Alweer een jaar ouder, betrap ik mezelf. Altijd weer die emotie in feiten leggen. Onweerlegbare feiten, onweerlegbare emotie.
’42,’ voeg ik daarom maar toe.
Maar nu weet-ie tenminste hoe de verhoudingen zijn. Waren.
Ik zeg, ik zeg: ‘Hartstilstand.’
Dat moet ik op een andere vraag geantwoord hebben.
De huisarts houdt z’n gezicht met beide handen vast. Gevouwen, de punten van de langste vingers raken elkaar vlak boven de neus aan. Met z’n ogen kan hij me er nog maar net tussendoor zien. Ik zie zijn ogen in ieder geval ternauwernood.
‘Nee, niet in de familie,’ zeg ik, zeg ik, ‘niet dat ik weet.’
Ik vertel, tel m’n broers: ‘Ik heb er nog 4. Zij hebben zich laten onderzoeken. Er was er 1 jarig afgelopen weekend. Toen vertelden ze dat.’
Gezeten om de tafel. Hangend voorover, zodat we konden horen.
De handen gaan los. Hij pakt ’t vak van huisarts weer op. Over zwak hart, cholesterol, over erfelijkheid, allemaal in korte samenvatting. Duidelijk & pakkend.
‘Ik was er niet zo ongerust over,’ vertel, tel ik, tel m’n dagen, tel de tijd dat er woorden komen, tel de tellen voordat de huisarts van houding verandert ‘ik ben nog niet eerder zo laconiek over m’n gezondheid geweest. Misschien ook een manier van verwerken.’
‘Ja, dat kan een reactie zijn,’ denkt-ie met me mee. ‘Maar ’t kan geen kwaad….’
‘M’n vriendin vond ook dat ik ’t moest doen.’
‘…je te laten onderzoeken.’
‘Dus doe ik ’t maar.’
Dus schrijft-ie, hij schrijft & vertelt over kijken naar ’t hart.

We tikken verder in Zijperspace.