Zwetend. Maar vooralsnog op m’n voorhoofd.
De zoveelste bui, ik kan ze niet van elkaar onderscheiden, laat staan de nachtelijke tijd; ik zoek naar de dag die we nu leven. Mezelf opgesloten. Deuren dicht, ramen net zo.
Ik zoek, wederom, naar meer oplossingen, dat ’t zweet m’n hoofd verlaat. De kussen straks niet nat bij ’t neerleggen ervan.
Ik hoor de donder Gods, hierbuiten; een geruststelling ’t zo te mogen noemen. Hij rommelt als een hongerige maag. Mijn zoektocht naar bed tegelijkertijd. ’t Altijd weer uitstellen. De zweep erover van sodemieter op naar jouw zo teer verlangde droomland.
Maar ik heb geen Disney’s. Ik heb slechts buienradars. Waar ik eigenlijk Viking had willen zijn. Zonder voorwetenschap. Een Jip met Janneke van onbekommerd de wereld.
Ik tik de klok, mezelf vragend hoe laat ik de morgen morgen laat beginnen.
Ik mag immers de rest van m’n leven zelf beslissen wanneer alles zich laat aanvangen.
’t Is een zware taak daar controle over te houden. Een mens raakt makkelijk verslaafd aan lethargie.
Daarom dit schrijf, deze schrijfsels, de bedenkingen, overwegingen, de twijfels van hoe ik me handhaaf, de behoefte mezelf aan te raken, m’n handen tussen m’n benen weggekropen, maar deze tekst moet 1st af, de duikeling, dat wou ik ook nog ff zeggen, de bodem die dichterbij komt; de borrel, de drank, de daaraan…
De hemel. De lust, wellicht zich niet meer herhalend. Maar de herinnering. ’t Goed. De teleurstelling. ’t Steken in de borst, terwijl die van haar zo glorieus gloorden.
Had ze dat nou moeten zeggen?
Ik blubber, ik bral. Ik probeer de juistheid te vinden in een lichaam dat…
Zijperspace heeft zich niet goed voorbereid.