Een spannend moment.

Ik moet opnieuw een poging wagen flixonase m’n neus in te brengen. ’t Is geen prettig gevoel de hele nacht niet door de neus te kunnen ademhalen & midden in de nacht wakker te worden vanwege een tong die vastgeplakt zit aan de mondholte. Dus dient ’t spul zo diep mogelijk ’t gangenstelsel achter m’n aangezicht (overdreven voorstelling natuurlijk van iets wat ik me niet kan voorstellen van m’n eigen lichaam: ”t zal er wel ingewikkelder uitzien dan de buitenste laag lijkt te verbeelden’) gestuurd te worden.

De oorzaak van ’t ongelukje van afgelopen middag is echter nog steeds aanwezig. Doordat ik m’n vinger sneed aan een glassplinter, was ik gedwongen een pleister te dragen (kent u dat: ’t randje van de snee blijft overal aan haken), waardoor de bewuste middelvinger niet volledige grip op de spuitknop had. Die glipte dus los bij de poging ’t vocht de achterkant van m’n neusholte te laten bereiken, waardoor de tuit van ’t flesje pardoes tegen de binnenkant van m’n neusschot aanschoot, gevolgd door de buitenkant van m’n hand.

Bij gebrek aan pleisters, zoals bleek bij thuiskomst, heb ik leukoplast op m’n middelvinger bevestigd.

We zijn nu aangekomen in de leukoplast-testfase in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *