aandacht

De cellist kon ik slechts schuin van achteren zien, waardoor ik niet kon waarnemen of zijn mimiek net zo sterk was als dat van ’t meisje op de viool. ’t Leek mij dat je zowiezo minder bewegingsmogelijkheden hebt als er een instrument als de cello tussen je benen zit. ’t Heen & weer zwaaien met ’t lichaam zoals Frederieke (hun namen stonden in ’t foldertje vermeld dat we bij de ingang in onze handen kregen gedrukt) was voor Pepijn door dat obstakel schier onmogelijk.
Ik was zo gefascineerd door de gelaatsuitdrukkingen van Frederieke dat ik bijna niet doorhad wat ze speelden. Ik lette wel op in welke mate de muziek, de tonen, de hardheid/zachtheid van ’t spelen, invloed had op ’t veranderen van haar gezichtsexpressie, maar de essentie van wat ze speelden drong niet tot me door. Ik had meer aandacht voor de rimpels in haar voorhoofd, de wenkbrauwen die plots konden steigeren, de ogen die zacht, dan weer hard werden, haar neus die plots puntig & gespitst naar haar medespeler kon gaan staan. Ze dook diep in elke toon die ze moest spelen, haar bladmuziek was slechts gevuld met emotie & moest er via haar viool uit gegooid worden.

De mimiek van Frederieke was niet ’t enige dat me afleidde. Ik hield de mensen die om me heen zaten in de gaten. Of eigenlijk mezelf. Ik controleerde of de mensen die om me heen zaten niet doorhadden dat ik bewoog. Meer dan dat zij bewogen. Ik zat op een akelig uitklapbaar stoeltje. De zaal was al vol toen ik arriveerde & ik was gedwongen aan de zijkant plaats te nemen. Voor mij nooit een bezwaar; liever aan de zijkant met wat extra bewegingsvrijheid, dan in ’t midden door vele lichamen opgesloten te zitten. ’t Stoeltje leek echter schuin te staan & oefende een zeer grote druk uit op m’n rechterbil. Ik moet zeggen: m’n hele gewicht kwam op m’n rechterbil te liggen.
Onrustig probeerde ik daarin de juiste houding te vinden. M’n rechterkant mocht niet te veel belast worden, maar bovendien moest ik in de gaten houden dat ’t niet doorschoot naar m’n rug. Ik voelde de 1e steken al ongemakkelijk hun weg die kant vinden; vlak boven m’n stuitje kwam er een traag trekkende steek omhoog kruipen. Wat me dwong een andere houding aan te nemen. Zo onopvallend mogelijk, & stil, muisstil, de bezoekers van ’t Concertgebouw horen niet hoorbaar te bewegen (kuchen & niezen is helemaal uit den boze).

Ik begon me voor te stellen hoe ’t zou zijn als straks ’t applaus losbarstte. Zou ik dan nog steeds m’n rug & bil voelen, de druk die de zwaartekracht uitoefende op dat ene stukje lichaam, dat niet gebouwd was voor deze houding? & Zou ik wel gemeend klappen? Zou ik wel m’n volle waardering kunnen geven als ik de hele tijd meer bezig ben met andere dingen dan de muziek die ze ten uitvoer brachten?
Die gedachte verdween al snel, want ’t was weer ‘ns tijd om m’n linkerbeen over m’n rechter te leggen. Misschien dat dat verlichtend zou werken.

Rechts voor me zat de mevrouw in de rolstoel. Op haar vaste plek, midden in ’t gangpad. Ze had vooral belangstelling voor iets wat naast haar zat, op de plek recht voor me. Daar was vlak voor aanvang van ’t concert een meisje gaan zitten, met een kind. ’t Jochie had nog gevraagd waar ’t podium zich bevond, door alle hoofden kon-ie dat niet zien, & ’t Meisje had de richting van ’t podium aangewezen: daar zou straks ’t geluid vandaan komen. Vanuit mijn positie & houding kon ik ’t kind niet zien, ’t zat op de schoot, maar blijkbaar was ’t aandoenlijk, de blik van de vrouw in de rolstoel begrijpend. Glimlachend aanschouwde ze keer op keer de situatie.
Langzaam bewoog ik m’n lichaam naar links, tot voorbij de schouder van ’t meisje. Onderwijl pogend toch nog m’n aandacht bij de muziek te houden. Ik moest toch nog iets van ’t stuk van Ravel meepikken. Nooit geweten dat-ie een hommage aan Debussy had geschreven; dat moest ik toch ‘ns meemaken. De nieuwsgierigheid van wat zich voor mij afspeelde was echter nog belangrijker: ik moest weten waarom de vrouw zo vertederd glimlachte.
Eindelijk had ik ‘t jongetje in mijn vizier. Ik schatte ‘m 4 jaar oud. Totaal geparalyseerd luisterde hij naar de muziek. Geen lichaamsdeel bewoog. In de ongemakkelijke houding van zitten op de knokige knieën van een dun meisje ging hij totaal op in de muziek van Ravel.
Gegeneerd keerde ik m’n hoofd weer naar ’t spel van ’t duo op ’t podium.

De aandachtsboog blijft slechts kort gespannen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *