De moeder verscheen opeens in beeld. ’t Moet 2½e week geleden zijn. Terwijl de vader, in mijn optiek, tot dan toe zorg droeg voor de frisse lucht, de noodzakelijke slaap van ’t kind, een rondje in de kinderwagen.
Ik zei ‘m elke keer gedag, maar toen we dat 3 keer op dezelfde middag deden begon de schuldigheid van te goed je best doen een rol te spelen.
We zagen ’t aan elkaar. Soms was een hoofdknik al overbodig. Je kent elkaars aanwezigheid.
Dus……..
Toen verscheen moeder opeens. & Begon ik opeens te twijfelen over hun eigen geboortegrond.
Waren ze engels? Amerikaans wellicht?
& Uit plotse oplossingsdrang voor dat vermeend probleem zei ik gewoon:
‘Glad to finally see the whole family of you!’
Want gedag zeggen is gemakkelijk. Is met een simpel knikje van ’t hoofd al duidend. Een nederlandse ‘hai’ lost veel op voor mogelijk importcitizens. Hai is Hi. Toch?
Maar plots in plots hoe plots vertaald kan worden als iemand opeens in haar 1tje kan verschijnen, met ’t kind hangend aan een wandelconstructie voor op haar borst, kwam zij op veelveel tragere stappen langs mij heen lopen. Veel tragere stappen dan die van hem, al waren die laatste vast ook slaapopwekkend & teer. Babywijs.
Ze was inmiddels mijn gezicht gewend, door de vader geïntroduceerd, door mijn herkennende blik van diezelfde man wellicht ook. & Dat daar een pasgeboren kind bij hoorde.
Je gaat je vragen stellen van wat er…
Ook hoe ’t kind er is gekomen.
Wat de moeite is geweest.
& Hoe de trage tred, o zo trage tred van moeder, haar kind verdedigde, de hartklop weer wilde koppelen met de… trage, langzame, ademhalende, weer mogelijke wandel van moeders.
Maar ze zei me zacht, liplezend gedag. Haar hand op de rug van haar klein.
De bank had 5 min niet meer geen zin meer om te lezend zijn in Zijperspace, want verwonderd des levens.