Bericht

Ik kijk naar een nagenoeg digitaal vel & wacht tot m’n vingers beginnen te bewegen. ’t Moment dat ze zonder aarzeling de toetsen beginnen te beroeren. Vol van inspiratie, bevlogen van een waarheid die ergens in ’t lichaam is ontstaan & ze aan kunnen sturen meer zwart te doen ontstaan.

Ik probeer me tegelijk voor te stellen hoe diezelfde verhouding van vulling van ’t kale, van ’t als een wasbeurt ondergane bedlakenwitte, zich zou verhouden tot de lucht die vervuld wordt door een plotse regenbui. Hoe nat word je daarvan onderweg naar een bestemming die niet te vermijden is & waar een lege plek is die op je wacht?

Waar ik me alweer mee laat slepen met de vraag of ik in dat geval niet beter had kunnen wachten tot Buienalarm me verwittigd had dat ’t nu veilig is: je hoeft niet ergens te zitten straks, zo luidt de boodschap die zich door de routineuze handelingen van m’n wijsvinger via m’n smartphone aan me opdringt, in ongemakkelijk nat, want straks is (of een mogelijkheid van een meervoudig ‘zijn’) er ook iemand anders die kalmte verkoos boven een poosje te moeten stoven van nog naklevend & traag ademend vocht.

Maar ik was in ’t geheel niet van plan m’n huis te verlaten. De gang naar m’n keuken is me al te veel, te onderbrekend, in m’n verlangen dat wat wit is zwart te wassen, al is ’t dan in beperkte mate. Als ik ’t zou uitsmeren over ’t algehele vlak, zou ’t niets meer opleveren dan een vaag beseffen van grijs, waarbij ik, even omkerend & bij terugkeer van blik, niet anders zou denken dan dat de ogen ’t donkerte van achter m’n rug, dit teintje grijs door ontwenning van ’t lichtgevende scherm, tot net zo fel heeft doen worden als waar beeldscherm & ik zojuist ons startpunt hadden.
Sterker, doe ik ’t licht uit & begint de ruststand van ’t systeem in de vorm van een zogenaamd zo min mogelijk energie verslindend zwart, dan nog kan ik onderscheiden waar in de kamer ik moet zijn voor m’n volgend verhaal.

Ook al zou dat donkere gat van al m’n geschreven letters omgevormd ter vulling van zichzelf me dan proberen te zeggen van wat er allemaal gebeurd, geschreven & aan gedachten vertaald is, ik zou er geen structuur meer in herkennen & slechts concluderen dat al dat gezever niets opgeleverd heeft behalve een gat naar niets.

& Dat moet dan de plek zijn waar al de zwaartekracht naartoe getrokken wordt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.