Brabbel

Een plots wrijving tussen mijn vingers, een hals die achterovergeslagen moet worden, voor enige ontspanning, een knikkend niet soepel lopende knie, waar de knie de oorsprong is, want ik zit hier, hier tenslotte thuis, de blurps van drank daarbij opgestapeld, de wil dat ’t allemaal wel weer goed gaat aflopen, m’n vader die me een nachtzoen kwam geven terwijl ik net snot aan m’n neus had hangen, de hoofdpijn, de eeuwige hoofdpijn die ik van Ma wist te kopiëren, de herinnering dat vroeger alles goed was, de melkboer die langskwam, zijn knie gekromd tegen de muur terwijl hij ’t dankbaar bak koffie dronk, de buren die de vuilnismannen onthaalden, de tweelingbroers schuin aan de overkant, die later beiden postbodes werden, net als hun Pa, de woeste honden die plots verschenen op ’t veld voor hun deur, niemand naar buiten, de poep in m’n broek, de kleinheid van mezelf, de schaam, de vrouw die ik nooit gekend heb die me achterop nam, de billen die mijn jongste tante onder handen nam, langs de singel, we noemden dat allemaal de singel, Singel, want dat was naast ons domein de Martinus van der Hamstraat, wie die man ook moge zijn die onze buurt heeft gedefinieerd, waar wij kortom ons huis hadden, waar m’n tante, hoe jong ook als kleinste zus van m’n moer, met liefde & washandjes m’n bil verschoonde, daarnaast de dame op fiets, waarschijnlijk allang weer zelf uit leven vertrokken, me met gemakkelijkheid insprak, m’n moeder inmiddels kokend, bereidend, blij dat ze tante Wil had uitgenodigd, Pa nog lang niet aanwezig want een lange vergadering op school, de scholletjes, de door m’n moeder & tante Wil gebakken scholletjes verorberend met ’t bestuur; ’t zou alleen maar ten goede komen aan de huishoudschool (zulke woorden hoor je tegenwoordig niet meer); ’t bestuur van de huishoudschool & m’n Pa, de baardmans, evengoed zonder snor, zou vast succes oogsten bij de besluitvorming, laat thuis komen, voorbij ons toentertijd kleine tv-momentjes: was ’t Fabeltjeskrant of waren we alweer een hoofdstuk verder, meekijkend met de jongste broer van 6 jaar jonger.

Waarom slurpt mijn geheugen mij op & waar laat hij mij in de steek; hoe goddelijk zag tante Wil er uit, maar toch niet al té, maar gezellig haar op zaterdagochtend te ontmoeten, kopje thee aan ’t eind van de tocht, moest slechts nog de rit richting om de hoek thuiswaarts maken, haar familie ontwakend; tante Wil net als haar maar nog verlegen brabbelende dochters, mijn gepruttel alhier.
Ik slurpend aan de nog veel te hete thee.
Dat was een teken dat ze ’t leuk vond mij daar te hebben. Te praten over niks dan hoe ’t met me ging. De herinnering wellicht van verschonen van luiers als jongste zus.
De glimlach van m’n nog naïeve nichtjes in hun ochtendjapon. Waar ik toen al pyjama had moeten zeggen, maar de zaterdagochtendkrant al was verschenen.

Een totale burbelup van de vroegere zaterdagochtend in Zijperspace

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *