Levenslucht bijvoorbeeld.
Een Scheidegger typediploma.
Alcohol. De late avond erop volgend.
Gordijnen bijna dicht.
Een moeder, ook al is ze dood.
De vader erbovenop, nog iets eerder, nog iets strenger toen hij nog was wat hij was.
Later niet meer.
Bier. Een pil als voorafje. Tot enigszins welgevallen tegenwoordig. Wist ik veel wat kwaad kon.
De uweetweltjes van beschaamdheden, de klap op de bips, de verwijtende blik van m’n moeder vooral, want daarnaast besta je niet tenslotte.
(On-)overkomelijkheden, want anders heeft dit zeker ook geen recht van bestaan. Is de mens z’n natuurlijkheid kwijt.
Fouten zijn noodzakelijk.
Ik zit gevangen, net als gij. In die tussen de komma’s.
De daaropvolgende fouten, in enige mate, in dat wat niet gebeurd was. Slechts soms wel.
Ik neem ’t u niet kwalijk, want dat bezorgt mij ongenuanceerde zweepstriemen, hoewel aantrekkelijk romeins zoals we dat nu uit series weten, ik uit des boeks, soms op mijn rug, maar dat slechts zo als ingebeeld voelend.
Om ’t beter te beleven.
Gevangen ook in wat slopend was, vanaf de 1e liefde tot aan m’n besluit om alleen te blijven. Voortaan.
Dat laatste geldt niet voor u. Ik spreek voor mezelf. Maar gevangen, net als gij. De mij.
Laten we de lijst niet vergeten, ook al komt er waarschijnlijk geen eind aan, vast niet op tijd in ieder geval.
Ik doe ’t zonder vriendinnen, die ik altijd heb gekoesterd, in zover hun houdbaarheidsdatum of anders vooral mijn THT ’t vol hielt.
Verder groot gegroeid in bier, dan heb je de neiging uiteindelijk in dergelijke termen van houdbaar te spreken.
Maar m’n boeken, liefst niet digitaal; ze hebben me doorboord & zichzelf eigen gemaakt van mijn beleving, mijn dagelijks zijn.
Dat is de kleine samenvatting van mijn benodigdheden. Dat wat essentieel straks is. Niet al te veel meer dan dat.
De zin zonder de komma, hoe graag ik die laatste ook gebruik. Maar dat de niks zich laat overspelen. Waar de niets is wat ik bereiken wil.
Er te veel witregels zijn in Zijperspace.