De boemboem

Dat hart dat klopt & blijkbaar niet te vertrouwen is.
Waar ik dagelijks niet aan denk. Behalve als er gesjouwd moet worden. Dan luidt de automatisch ingestelde tringeling van alarmbel.
Wil ik dan toch, na die rinkelingetoeterdetoet, iets langer leven, geen risico nemen. Nog ff m’n geur verspreiden, de woorden, zinsconstructies, de zijpaden van waar ik geweest ben. Een plasje heb gepleegd, soms iets te vroeg, soms iets te laat.

Boemboem zegt-ie niet daadwerkelijk, maar bij hyperventilatie, waar ik uiteindelijk tegenwoordig weinig last van heb, knalt-ie op level 10. Als 12 of hoger bestaat, dan is ’t die. Ik heb al een tijd geen volume-manager, moet u weten.

Of als ik moet poepen, probeerde ik laatst uit te leggen. Onderwegs poepen, raakte ik daarbij iets specifieker ’t onderwerp aan. Wc-papier als noodvoorraad voor te veel kilometers stil zitten op een zadel op voorraad in de voorverpakte bagage; je denkt dat houdt dat goedje wel tegen, maar dat wordt elke keer gelogenstraft. De gedachte zelf die dat tegenhoudt, de geruststelling, maar helaas werkt dat vaak tegenovergesteld.
De paniek, de kilometers nog af te leggen; waar is ’t volgende restaurant met bijbehorend toilet op bereikbare afstand? De gedachte dat je ’t wel of niet op gaat houden is ’t meest funest.

’t Spijt me dat te moeten bekennen. Maar ik ben er al jaren bekend mee.
Je moet in zo’n geval de onderwegs voorkomende toiletten plannen. Alvast een fatsoenlijk zinnetje in je hoofd geprepareerd hebben. Proberen die te onthouden voor geval van totale paniek. Ondertussen de weinig betreden hoekjes achter bomen inschatten op beschaamdheid als iemand je nood zou kunnen zien.

Je lichaam met broek omlaag achter boom proberen voor te stellen, dat vooral. Inschatten hoe goed je evenwicht zich houdt ten opzichte van ’t ronddraaien van de wereld. & Dat er dan ondanks die vooruitgedachte bekommernissen toch een mens bestaat die godbetert voorbij wil passeren, juist in zicht.

Hai, hai, zwaait je handje met excuserende wijd gespreide vingers.
Terwijl ik wens dat ik weer een oer-aap ben, zo’n mandril van rood schijnende onbeschaamde kont, die ’t helemaal niet uitmaakt.

De boemboem van poepen in Zijperspace klopt elke dag weer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *