De hierzit

Hier zit ik weer. Na een prettig zwijgzaam toestemmen weer te zullen schrijven. Ernaar te alluderen, leert een woordenboek me daarnet.
Zinspelen mag ook. Maar ik hou nou eenmaal van zeldzaam. Redden wat er te redden valt, waarnemen wat rondwaart bij ’t randje van de afgrond. Waar m’n zucht naar insecten begint, waar m’n warsheid straks waarschijnlijk eindigt.

Dus zit ik hier te toetskletsen. Een wens te voldoen, 1tje van een goede vriend.
Hij zei ’t niet luid, met nog minder dwang dan dat. Maar ’t klinkt in zijn zwijgen, z’n fluisterend informeren. Z’n begrijpend schudden, amper merkbaar, maar ik neem de subtiele beweging waar, tussendoor z’n knikken van ’t eigenlijke snappen.

Ik heb blijkbaar de middernacht nodig. De slaap die me trekt, de onrust ook van de waarschijnlijk te verliezen strijd dat ’t me niet gaat lukken. Dat ik moet doorzetten, daar achterin m’n hoofd. De drank negeren, de noodzakelijke strijd tegen de uiteindelijke nacht niet willen opgeven.
Alsof, mijn grote imaginaire, door godenboeken me ingebrachte denkbeelden, ’t ervaren alsof de wereld meer is dan de platte grond onder mijn voeten; wie had er gelijk: de goden of de realiteit van de wel zeer relatieve curve die de aarde ons tentoonspreidt.

Waar god ons schiep, & ik dat maar machtig mooi vond om daarvan te lezen. Ik theoloog wilde worden zonder te geloven, dankzij dat 1e boekje, naast wat ik voorgelezen of gepreekt had gekregen (mijn vader als leek naast de priester), dat alles in verhullende, onthullende, geheime & vrije vormgevingen, talig & soms stom, dat ik las.
Zo vroeg mogelijk ook. Want ik wilde de verhalen kennen. Waar ’t rooms-katholieke lang niet voldoende was.

Ik wilde alle goden kennen, zonder ze als waarheid te beschouwen, maar wel als verwondering. ’t Imaginaire, dus de verbeelding. Wat kon als je een letter dat woord dat tekst dat boek werd schreef.

Dit is een bijna huichelachtig frubbeltje, een pen die lekt, een onmerkbaar te negeren puntje, nog geen microbe zo klein, & ik heb me als nederig daarnaar te gedragen.
Dat voelt men. Dat voelt men óók. Op gegeven moment in ieder geval. Dat wanneer ’t vlees week wordt, de benen strammen, de ogen weken, de lust verblust raakt, de blootheid naakt: u zijt daar.

Welkome, u zijt in Zijperspace.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *