De red bulb

Dat ’t minder wordt.
Maar ik wel alle woorden kwijt ben. Ondertussen.
Dat laatste woord een kwaad verwijt naar mijn hoofd. Er ff fijn instampend. U doet niet waar u voor ingehuurd was. U betaalt uw huur niet.

Terwijl ik dit schrijf vliegt er een mogelijk stekende mug voorbij. Tussendoor mijn op & neer wippende blik & daarnaast tussen denken & ’t computerscherm in.
Mijn instinctieve reactie is om zo snel mogelijk 2 handen op elkaar te doen klappen. Maar de duimnagel is enigszins te lang & scherp gegroeid. Er zit ook ietwat veel kalk in sinds ik sojamelk een vast recept van m’n dagelijks vochtinname heb gemaakt. Ze lijken onverwoestbaar te zijn geworden. Blijkbaar in dergelijke mate dat de huid de kalkvorming in m’n nagels niet meer bij kan houden. De nagelknippertjes moet ik regelmatig vervangen om die reden.
Heel onschuldig, dat kan zo’n huid, in de regionen van m’n neus, natuurlijk ook niet zomaar verwachten.

’t 2-Lapjes wc-papier (waar liggen de zakdoekjes ook alweer die ik normaliter elke dag voor andermans onbegrijpelijke redenen altijd bij de hand heb?) zijn inmiddels doordrenkt. Nou ja, ’t is moeilijk een schoon (niet rood) plekje te vinden voor de volgende dep.

M’n snor ziet vast rood. Ik ben vast ook mijn verhaal kwijt. Ik voel denkbeeldige druppels schandelijk langs (de buitenkant van) mijn neus neervallen op middernachtelijk onzichtbaar schoon shirt: probeer je nek maar eens te knikken naar beneden zodat je weer inzicht hebt over de hoeveelheid bloed dat heeft gestroomd.
Ik voel de nagel van de verantwoordelijke duim, de rechter, schrijnen. We zijn samen in gesprek hoe we dat straks op de kussen, de zwijgzaam op me wachtende slaapkussen, moeten oplossen. Hoe vaak ik nog naar de spiegel moet om te zien of ’t nog in orde komt voordat ik voor ’t 1st m’n hoofd straks omkeer. De straks in bed, waar alles betoverd wordt in niets meer weten tot de morgendauw weer schijnt.

Ik heb een rare neus de komende dagen. Supermarktbezoek zit er voorlopig niet in.
Je krijgt er maar vragen van, ook al kan je natuurlijk gebruik maken van de zelfhulpkassa’s.
Maar daarnaast zal ik evengoed nog sneller moeten fietsen. De blaas op m’n bloedneus, zo’n rond vlekje rood, net iets te groot, valt op 15 km per uur niet te ontkennen tegenover passerend verkeer.

’t Zal ze niet interesseren wellicht, maar een enkeling van al die tegemoetkomers zal er vast wel door afgeleid zijn straks.
Die man met een rode bel aan z’n neus. Aan ’t randje van de onderkant, aan de rechterkant. Vertaal dat maar eens in ’t engels: The man with a red bulb on the right side nose.
Oid. Voor de eeuwig aanwezig om zich heen kijkende toeristen.
Voor de kijkers thuis natuurlijk links.

Daarom, ook vanwege de hitte, voorlopig thuis in Zijperspace, de gordijnen dicht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *