Deditdus

Zo ben ik blijkbaar, denk ik plots. Hoewel ik al zo vaak had bedacht dat ’t zo zou zijn.
Maar niet willen luisteren naar dat zozouzijn. Niet naar m’n moeder, niet naar m’n vader, als ze belerend mij de les lazen. Niet naar m’n eigen langzaam stijgende vermoedingen, vermoedsels, bevroedingmoetsels; alles wat zich traag opbouwt in m’n hoofd, gedurende de jaren, maar blijkbaar niet landend.

Waarom ik slechts zelden een opdracht afgemaakt heb. Een opleiding evenmin. Niet inging op handreikingen. Blij was dat die aangeboden werden, maar er uiteindelijk niets mee deed.

Ik ben zo iemand, denk ik plots.
Hoewel ik wist, gediagnosticeerd, dat er heel wat slingertjes daarmee gepaard zouden gaan. Slingertjes van vrolijk & vlug, & slingers van soms verblind worden & de weg niet kunnen zien.
Maar als ’t snel over de daadwerkelijke weg ging (’t fietspad) dan ging ’t juist wél. Heerlijk snel overzicht, sneller dan anderen voor mogelijk houden voor ’t zelfde traag wachtende stoplicht.

Maar ik hoor daar aan de andere kant van de online wereld praten over hoe lang zij concentratie kunnen opbrengen. Waar zij ’t al een tijdje kwijt zijn. Waar ik dan weer m’n potlood of pen ter hand nam, op niets af, maar dat er iets in m’n vingers zat & ik in ieder geval niet niets deed.
Tegelijkertijd niets oprapend. Alles laten vervluchtigen tenzij helemaal mijn ding. Mijn dingding, liefst zo snel mogelijk ding.
Waarbij, misschien heel gênant, ik de docent ging corrigeren. Er achterafschaamtediep ipv trotseslimheid is gecreëerd.

Nu weet ik dat ik moet wachten óf opeens een superheld in m’n eigen geest moet worden. Wachten op coach, verlamd & van tijd tot tijd blubberend & zelf overwelmend beroerd ontevreden, of er daadwerkelijk overheen stappend.
Maar tegelijkertijd niet wetend waar de drempel ligt, hoe hoog hij is, wel een vermoeden heb, maar wacht even: ik ga nog ff een hoekie om. Kijken wat de ‘hij’ die mij is zou kunnen doen als de ‘mij’ niet zou zien wat de hij bevroedt wat er gaat gebeuren.
Waar de hij & mij blind zijn voor een kort moment. Er in dat onbestemd moment een stap genomen wordt door de linkervoet (hoewel liever rechts) & er geen twijfel, geen angst van niet niet doen meer bestaat.

Ik heb ’t me nu zelf hardop voorgelezen. Er keihard ingestampt.
Maar weet: dit is niet genoeg. Dit is niet zoals ‘ons’ mensen hun functioneren vinden.
We zijn te snel.

Vergeten onszelf in Zijperspace.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *