Omdat ik er nog niet over uit ben. Dat ik tegelijkertijd denk dat ik hem waarschijnlijk straks 20 jaar heb overleefd (29-01-2006), maar dat ik er nog niet uit ben.
Ik mocht niet over zijn dochters schrijven. Hun namen niet mogen noemen.
Hij heeft me een verbod opgelegd. & Alles waar hun namen voorkwamen moest worden vernietigd.
Als in: delete.
& Vanaf dat moment besloot ik om geen contact meer met hem te hebben. Hij had iets van mij gestolen. Me beperkt, zijn dochters totaal naar zichzelf toegetrokken, waar ik geen zeggenschap, geen spreken over kon hebben.
& Enkele maanden later deed hij dat sterfding.
Ik heb ’t allemaal na zitten lezen daarnet. Er hing iets in m’n hoofd dat ’t bijna 20 jaar moest zijn, daarom. Dat was de reden tot terugzoeken.
Carel zal ’t waarschijnlijk niet zo hebben gewild, met z’n ‘nukkig’ karakter, maar er waren 100-en mensen, collega’s, familie, die er naar hunkerden iets over mijn broer te lezen. Wie hij was, waarom dood.
Een treurverwerking.
Daarnet dus zitten achterhalen wanneer dat was, mijn broeders dood. Zo onverwachts. Ik 41, hij een jaar ouder. De stapelbedden gaan daar gepaard mee, dat beeld, samen jarenlang een kamer delend. Van toen jong. Later mogen verhuizen naar zolder omdat Jan & Theo vertrokken waren. Maar niet al te veel later vond Carel Franchet.
Zo wordt een familie oud. Volwassen.
& Moet je gaan kijken hoe lang dat duurt. Volgen er vervolgens kinderen, niet al te veel, maar de focus verandert.
Ik lees die teksten van toen na. Zie de onverwachte afstand daarin ‘her’vertaald. ’t Wanhopig niet snappen dat ik niet over een ontmoeting met, een vraag van z’n dochters, mocht schrijven.
Ik zie vervolgens door mezelf beschreven hoe de dochters met hun klasgenootjes aanwezig zijn bij ’t lichaam dat ik met m’n nog levende broers heb mogen sjouwen. In een kist weliswaar, maar hij was daar. Een kist beschreven met afscheidsletters. Stift & pen. Lippenstift. Z’n laarzen eveneens. Americana.
Ik ben daar nu. Een hekel aan hem. Een gestoordheid, verstoordheid, waar ik vast niet meer uit kom.
Te veel gedeeld, buiten die gezamenlijke kamer.
& ’t Hopen er uit te komen. Dat hij mijn broer, m’n naaste broer weer mag bekomen.
Tegenwoordig, al vele jaren, slaap ik alleen, dichtbij ’t plafond in Zijperspace, geen stapelbed evengoed.