Deurbel

’t Is eigenlijk vreemd dat je als mens onder bijna alle omstandigheden je inmiddels ’t meest op je gemak voelt als je iets om je lijf hebt. Ik word momenteel keihard geconfronteerd met die door gewoonte gedreven noodzaak.
Al enkele dagen hou ik me verstopt voor de buitenwereld. & Hoewel ik dat niet goed uitdruk, ’t heeft tenslotte vooral te maken met ’t ontwijken van de temperatuur buiten, merk ik tegelijkertijd dat ik geen behoefte heb mijn zelfverkozen isolatie kenbaar te maken aan de rest van de wereld.

Ik zou dus de hele dag naakt door m’n huis kunnen bewegen zonder dat iemand daar aanstoot aan kan geven.
Maar buiten de linker sok die ik noodzakelijkerwijs op voorschrift aanhoud (vanwege een ‘orthese’, ‘een uitwendig gedragen hulpmiddel ter correctie van standafwijkingen’, in mijn geval om mijn grote teen zo te laten staan dat de hallux valgus niet verdere ongemakkelijkheden veroorzaakt; zie google voor kennisverwerving) is er geen enkel bezwaar de rest van m’n menselijke kunstmatige omhulsels weg te laten.
Maar omdat bijna alles in de wereld moet spiegelen heb ik natuurlijk ook een rechter sok.

Niemand die me ziet. Nergens aanstoot. Geen afwijkende geluiden voor buren.

Behalve natuurlijk als afval richting vuilnisbak moet. Die staat buiten; achtertuin.
Of de was opgehangen moet worden. Droogt daar sneller.
…& Er ook weer af.
& Ik die locatie tevens gebruik omdat ik energie wil besparen & de hitte aldaar in mijn voordeel wil gebruiken. Magnetron voor ontdooien niet nodig. De verwarmde was wordt gecompenseerd door de afwezigheid van onnodig ronken van die masjien.

Bovendien doet een mens dat niet in z’n onderbroek. Op risico dat de bladeren inmiddels alweer dun hangen.
’t Is dat ik geroezemoes, kindergejengel & barbecueleut tot me hoor komen, anders was ’t boomblad van de 1e bewoners op aard een goede naïeve oplossing voor m’n schaamtevolle bescherming tegen niets geweest.
Hoe moest ik uitleggen aan een plots te voorschijn gekomen lotgenoot (’t zal wel weer een vrouw zijn in dat geval, laten we alle stereotypen & voorspelbaarheid maar weer herhalen) dat ik mijn omhulsel bij de Hema had gekocht?

De vrouwen zouden minzaam lachen. De Hema is tenslotte, misschien wel niet door hen uitgevonden, maar wel voor hen geschapen.
Ik heb, voor de zekerheid, de vergelijkingen met de bijbel inmiddels losgelaten. Voor de iets te goede verstaanders.

’t Is alweer enkele dagen geleden dat ik de deur moest openen vanwege de bel die aankondigde dat er iemand was die zo’n actie van me verlangde.
Zoiets gebeurt me wel vaker. Meestal op zondagmorgen als de coronafeestjes voorbij zijn & de afterparty bestaat uit ‘tzelfde spelletje dat ik speelde tijdens luilakken.

Dit keer was ’t een vrouw, eindelijk een vrouw, dacht ik. Geen postbode met een pakketje voor de buren.
Of 1 van die buren evenmin. Ik had tenslotte geen pakketje afgelopen dagen van de postbode aangenomen in afwachting van bezoek van 1 van hen. Tenminste, ik kon ’t me niet herinneren & er stond ook zeker geen pakketje in de hal te verjaren.

Ik had snel een t-shirt aangetrokken. Ik had ook nog ergens een lang geleden verlaten broek liggen die ik middels de daar aan hangende riem aan m’n middel kon binden. Tijdens ’t rukken & zuchten door de lange gang richting voordeur trok ik met m’n met moeite enig overgebleven rechterhand m’n haar recht.
& Ik kwam dus die vrouw voor m’n deur tegen die zei dat ik ’t niet was.

Ik kwam er niet eens aan toe om haar te vertellen dat ik (g)een pakketje klaar had staan in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *