Zo nogmaals teruglezend, onze onderlinge conversatie van afgelopen dagen, na Patrick vanavond als zogenaamde ‘hulptroep’ inroepend, stom genoeg omdat ik juist een erg goed gesprek had vanochtend bij D. (waar hij vroeger voor heeft gewerkt & de persoon in kwestie ook goed kende), etc…
Ik denk extra aan je omdat ik volgende week weer een kersttocht ga maken & in gedachten onze enerverende tocht van de vorig jaar omgekukelde auto’s aan de overzijde van de weg herbeleef. Ook ’t moment dat we op de linkerzijde ( onze kant gelukkig wel) van de 4-baansweg bergafwaarts reden, juist waar de meeste sneeuw, al dan niet opvriezende natte versie daarvan voornamelijk lag. Waar wij ’t warmer kregen, zwetend zelfs, ipv ’t voelen van de koude sneeuw waardoor dat veroorzaakt werd, de hitte in ons hoofd vooral voelend.
Daar waar wij een uitzondering leken, per ongeluk, van niet op de rechterrijstrook. Maar achteraf bedenkend vooral niet handig zo bedoeld.
Zo heerlijk dit avontuur steeds opnieuw vertellend, angstig natuurlijk tegelijkertijd. Maar jij m’n grootste held werd.
Er zullen nog zelden winters volgen zoals die. Je concentratie in m’n blik genageld. Mijn poging te tellen wat er aan de andere kant van de weg de eindstreep niet had gehaald.
Jij ons veilig uiteindelijk binnen in Varennes-sur-Amances hebt gebracht.
Ik weet niet meer, de spanning van toen er af, of ik je 1, 2 of driemaal omhelst heb. Maar ’t gevoel dat we ’t samen hadden gedaan. Waar jij vooral iets meer. We aan de drank gingen na de begroetingen, de uitleg dat de wc ’t voorlopig niet deed, de douche evenmin, maar dat we alles aan zouden kunnen.
’t Ochtendgloren van boven ’t dal als verwenning van Ed als toppunt toen er weer iets niet helemaal goed was gegaan, maar geruststellende uitzichten veel goed kunnen doen. Zeker waar niets ons lastig kon vallen. Behalve een schuchter god smekend kapelletje, op een geruststellende manier in traag zonnewinterschijn. Probeer je maar weer eens, een jaar later te herinneren hoe vroeg, hoe laat je opstaan moet, de kreupelslaapzame ledematen van slechts iets meer dan een dag aanwezig in dit dorp; probeer je maar weer eens zo op te rekken. Zo genoegzaam. Zo heerlijk dat je leeft. Je na dat kleine bergje terug met ons rijdt, Ed & mij, we samen broodjes halen, de rest van de dag er niet meer toe doet doen, ’t slechts meerwaarde aan toevoegt, hoewel we dat al hadden ontvangen.
Hij warmde onze rug, gelijk de opkomende zon vanaf de andere kant.
Jeweetwel, van dingen van vergeetjenietZijperspace, je leert ze slechts langzaam kennen.