Dodenverzameling

Plots deed zich een nieuwe voor. Terwijl ik die andere net afdoende bestreden had. Geen enkel exemplaar had zich daarvan, toch al een paar maanden inmiddels, nog voorgedaan.
& Nu dus een nieuwe soort. Hoewel ik in 1e instantie dacht dat ’t om een fruitvlieg ging.
Een beetje raar eigenlijk, die veronderstelling. Een fruitvliegje is niet zwart. Dan zou je ’t eerder over rouwvliegjes moeten hebben.

Ze waren echter verdomde klein. Enige hulp in de vorm van een leesbril was noodzakelijk om in ieder geval de contouren van de beestjes waar te kunnen nemen. & Dan wist ik nog niets.
Ja, ook de rouwvliegjes werden uitgesloten daardoor. Maar dat klonk mij niet als grote winst in de oren.

Terwijl ik al struinend door de natuur een groot deel van de tijd m’n telefoon in m’n handen heb om elk moment klaar te staan voor ’t nemen van een foto, schoot die handigheid me niet te binnen in de nabijheid van de wasbak. Niet al te snel, in ieder geval. Ik was vooral bezig met de frustratie dat ik voor dergelijke dieren een leesbril op moest zetten.
Maar gelukkig schoot de handigheid een foto in ’t beeldscherm uit te vergroten me uiteindelijk te binnen. Alsof ik mezelf in deze binnenshuiselijke omstandigheid die uitvinding kado deed terwijl ik ‘m buiten zo’n beetje continu pleeg in te zetten.

Werkte alleen de flits nog niet mee. & De gladheid van de tegeltjes die mijn toilet- & doucheruimte sieren evenmin. Niet dat ik ze vaak sta te boenen, maar de flits was blijkbaar voldoende om ’t zicht op dat beestje te verhullen. ’t Werd net zo beige als de tegeltjes, maar dan nog wat feller.
& Zonder flits werd-ie onscherp.

Maar nadat ik ‘m door de determinatie-app had gedaan, bleek ’t ondanks die onscherpte dus opnieuw om een motmug te gaan. Tsja, die leven van detritis, zoals ’t deftig verhullend heet. In dit geval waarschijnlijk m’n baardharen die de tand des schoonheids & links/rechts-synchroniteits niet konden doorstaan. Ik heb nog geen manier gevonden om die haren op te vangen op een andere plek met ook spiegel & genoeg licht. Dus die lopen grootdeels de goot in & dwingen me 1 x per half jaar dat putje te ontstoppen.

Een motmug dus. In verschillende maten, kwam ik vervolgens al snel achter. Want had ik de één geplet onder een wc-papiertje, werd die de volgende dag opgevolgd door een exemplaar 2 keer de omvang van de 1e. Dat wisselde zich af, moest ik concluderen, ook al werkten m’n ogen niet helemaal mee. M’n bril die nog steeds niet binnen handbereik was evenmin.

Ik begon ’t op een gegeven moment wel een beetje onnodig vinden, dat pletten. Niet vanwege de vlekken die ’t op de tegels & wasbak achterliet, want die veegde ik elke keer meteen weg met ‘tzelfde wc-papiervelletje waarmee ik ze te pakken nam.
Onnodig, want ik wilde tegelijk weten wat ze waren, waartoe ze hier rond waarden, hoe snel ze zich voortplanten, etc. ’t Doden stond niet in verhouding met de belangstelling die ik voor deze insecten had.
Hoewel een andere entomoloog tijdens een Zomerkamp (lees: entomologenzomerkamp) had gezegd dat als je er serieuze aandacht aan wilde besteden, insecten dus, dan moest je ook doden.
Of nee, hij zei dat je dan moest gaan verzamelen. & Toen had ik bij mezelf bedacht dat je niet kon verzamelen zonder te doden. Zo werkt dat nou 1maal bij insecten.

Daarom staat er nu een klein potje met schroefdop op ’t plankje boven de wasbak. Met een flesje nagellakremover. Zó veel nagellakremover dat ik wel 2 jaar kan doorgaan met verzamelen. Kan ik in de tussentijd bedenken wat ik van ze wil weten & of ze dan evengoed nog de mogelijkheid hebben mij op die vragen te antwoorden.

De bodem is nog niet bedekt in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *