Ik ben te vroeg aan een film begonnen, want weet dat ik me er dan graag wat te drinken bij serveer. Probeer mezelf te controleren, de mate van relaxt te doseren, want als ik 2 uur uit moet zitten, een tussendoorse maaltijd, een paar uur vroeger dan normaal voor mijn doen, ga eten om de film te overleven, uit te zitten dus, want de verslaving is daar. Behoefte ontstaat omdat je er naar binnengetrokken wordt. ’t Weerstaan niet meer bestaat tot uiteindelijk de aftiteling.
Nog enkele slokken achterover & dan beseffen dat ’t toiletgebruik opnieuw nodig is.
Waar ergens door de 3-dimensionale omgeving een man schreeuwt, een vrouw verdedigend huilt, spreekt & dat zich in echo’s herhaalt. Echo’s hun mond, echo’s de verwerking van de muren. Echo’s mijn denken van hoe alles kapot kan gaan & ik in de toendertijd slechts kon schreeuwen in m’n hoofd.
Die muren zijn dus niet zo dik. Stemmen overweldigen de zogenaamde geluidsdichtheid. Doen tegelijkertijd mijn schaamte om ’t te moeten aanhoren, die van mijzelf, dit hedendaags, mijn oren afknijpen. Een poging daartoe.
Ik zou willen dat ik niet had moeten plassen. Er geen gele urine door hun conflict zou stromen. Want zo hulpeloos als je weet dat alles door de muren heen trekt. Emotie niet meer van je/jullie zelf meer is.
Maar vooral zie ik mijn buurvrouw. Ik zie haar in haar lichaam samengekropen achterover op haar bank liggen, om haar wanhoop, onbegrepenheid, haar jank, huil, rillen of trillen, waar de woorden in m’n hoofd tekortschieten & ik tegelijkertijd m’n mond moet houden. Want dit gaat mij niet aan.
Er is echter geen schot geknald, heeft er geen geslagen klap door de muur weerklonken. Ik ben slechts getuige geweest van iets. Waar dat iets niets kan zijn maar ook heel veel.
Zo klonk ’t, vooral dat laatste.
Maar ik heb nooit ruzie kunnen maken. Heb altijd moeilijk begrepen wat dat voor geluid zou geven. Dat hebben Pa & Ma mij nooit geleerd.
Zij dansten hun dansje bij Pa’s muziek op sommige zondagen & dan deden wij als vanzelf er ’t zwijgen toe. 6 Broers verspreid over de huiskamer, ieder zijn ding doend, elk zijn eigen hoek of stoel, z’n tekening, z’n boek. Maar zwijgzaam. Toekijkend.
& M’n moeder legde haar hoofd in de nek van m’n vader. Stapje links, stapje rechts.
M’n vader had zelfs een bewegend heupje. Wist-ie vast nog van z’n eigen jeugd. Z’n 1e jazzdagen.
Waar veel geheimen nooit bekend van zijn geworden in Zijperspace.