dorpsgek

Als kind was ik vooral bang voor de dorpsgek, welke dorpsgek ook. & Dat waren er nogal wat in Den Helder. Maar naarmate ik merkte hoe andere mensen met zo’n persoon omgingen, werd hij een noodzakelijk onderdeel van de totale indruk van de sociale omgeving waarin ik leefde. Langzamerhand leerde ik omgaan met de onvanzelfsprekende gedragingen van de gek.

De 1e ‘dorpsgek’ die ik leerde kennen was Frits. Frits heette echter geen Frits, maar werd Pietje de Teller genoemd. Vooral omdat-ie ’t niet kon laten alles wat-ie tegenkwam te tellen. De tegels van ’t trottoir werden geteld, de planten in de tuin, de regelmatigheden in een dekoratie, de ramen van een huis. Alles wat uit meer dan 1 eenheid bestond, werd met z’n vinger aangewezen. Z’n vinger ging van objekt naar objekt om te duiden dat ze opgenomen werden in z’n telling. Onderwijl murmelde hij wat & uiteindelijk noteerde hij wat in z’n notitieblok.

Als je als kind op zo’n moment door hem gepasseerd werd, kreeg je plotseling een aai over je hoofd. Elk kind dat bij ‘m in de buurt kwam moest vluchtig een veeg door ’t haar krijgen. Je schrok je rot als je er niet op bedacht was, of als ’t je voor ’t 1st gebeurde. Pietje leek volkomen in z’n wereld van ’t tellen van alle dingen op te gaan, maar de kinderen leken daar een onlosmakelijk deel van uit te maken.

Hij kon ineens voor je staan: hij ging overal naar binnen waar hij zag dat de deuren openstonden. Waarschijnlijk bevonden zich daar spullen die hij nog niet geteld had, was waarschijnlijk z’n gedachte. Dus de scholen waren vaak een visite van Pietje de Teller waard: daar stonden de deuren altijd open & in zijn opinie was daar veel te tellen. Bovendien waren er veel kleine hoofdjes aanwezig die hij kon aanraken.

De meeste onderwijzers lieten ’t toe, kenden de goede man ondertussen, maar meneer van Balen, net nieuw als hoofdonderwijzer, werd vuurrood toen hij Pietje voor ’t 1st aanschouwde.
Wat moest dat? & Waarom bleef de man midden in de klas staan? Hij wilde ‘m liefst onmiddellijk verwijderen, met geweld desnoods, maar werd door z’n leerlingen overreed ’t niet te doen.
De leerlingen van de 6e (8e groep tegenwoordig?) vonden de aanwezigheid van Pietje prima; ze kenden ‘m al van jongsaf & lieten ‘m al jaren gelaten toe. Slechts een enkeling wendde z’n hoofd weg voor de aai in ’t haar.
Meneer van Balen kreeg zodoende onderricht van z’n leerlingen. Over hoe om te gaan met de plaatselijke gek.

Hij bleef echter onrustig als hij dit soort verschijnselen meemaakte. Maar meneer van Balen was nou 1maal een man die zich niet makkelijk aanpaste.

We hebben tegenwoordig slechts 1 bewoner & 1 dorpsgek in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.