Enkelepunt

Dat je niet meer kan schrijven.
De rest van ’t tekstveld leeg blijft.
De zwijgzame angst zich laat verhullen. Waar een verzwijgen daarvan een leugen wordt. Geen grote leugen, maar een liegebelletje. & Dat mogelijk iemand dat hoort rinkeltinkelen.

De datdatdat, volgens mij heb ik dat woord al eerder gebruikt, evengoed niet wetend meer waar, maar waar je niet meer kan verzwijgen dat je niet meer in staat bent ’t te vertalen naar iets van nieuws, een nieuw verhaal & er bang voor bent dat je de grens over bent. Dat zinnen plots slechts woorden worden, straks punten misschien. Tussendoor de zelfherhalingen van diverse overbodige interpuncties.

Dat datdatdat een regelmatig tempo wordt. Een hartklop weliswaar, maar ’t een niksigheid wordt. We hebben allemaal een tempoklop van datdatdat, van als een hart dat voortstuwt, waar je in een plotse conversatie een poging moet doen ’t iets te laten betekenen, ’t bloed dat stroomt als in een gestage woordvloed. Van een belevingsgevoel die tussen zonsop tot kruipend naderbij komend middernachts traag & sluimerend bezwijkt.

Ik niet meer kan schrijven. Als in een angst. Dat er geen eerlijkheid meer uit m’n pen schrijft, er bagger uit m’n toetsenbord klopt. Er leugen naar de spaarzame lezer wordt gefluisterd.
Ik uiteindelijk nog meer woorden moet verzinnen, uit m’n lijf moet putten zodat ’t nog wel klopt, dat hart van toetsen, de dram & drang van er op rammen, de zwijgzaamheid hoor nadreunen zo gauw ik de finale punt heb aangeraakt. Met m’n pink, de rechter. Vaak zich vergissend, want hij wordt immers niet vaak gebruikt. Paniekerig aftastend waar er een goed einde aan iets van niets te maken valt.
Want hij, die kleine, heeft geen weet van wat er tussendoor zijn spaarzame, maar evengoed noodzakelijke, hulp geschreven wordt. De pink, ’t laatste redmiddel, de lichtst wegende boei, m’n hoofd boven water houdend. Juist die pink. De punt aan ’t eind van m’n rechterhand. Reikend naar rust, de kleinste deelnemer, maar een eind aan alles straks.
Duurt niet lang meer. Daar komt-ie.

Wederom  begint-ie zijn taak om Zijperspace te doen zwijgen aan ’t eind, maar wie weet komt er morgen een dubbele punt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *