Erfeniks

’t Was vanzelfsprekend dat alles in ’t teken van de natuur stond. Als m’n vader niet met z’n andere hobby’s bezig was dan. Maar tot z’n grote tevredenheid had hij daar enkele onder zitten die gemakkelijk met de eerstgenoemde te combineren waren.
Dus werd ’t wandelen, in de natuur. Op vakantie, op een camping, midden in de zwitserse natuur (soms België, Luxemburg & wat andere nog minder voorkomende bestemmingen). Ritje met de auto, naar ’t Robbenoordbos (of de bossen van Schoorl & Bergen).

De plantjes werden aangewezen, geplukt als er niemand keek, zorgvuldig platgedrukt dat-ie speciaal voor dat doel meegenomen had. Handig als-ie dat doel kon verenigen dmv een wandelrouteboekje.
Thuis werd de vondst zorgvuldig geprepareerd & aan 2 kanten in plakplastic gezet.
Buiten de plantenwerkgroep was-ie ook lid van de vogelwerkgroep.

’t Was niet vreemd dat hij 2 zoons had die later z’n weg zouden volgen in ’t niet naar buiten gaan zonder verrekijker om de nek.
In mijn jeugd bleek echter iets mis te zijn gegaan. ’t Zouden de altijd noodzakelijke reispillen kunnen zijn geweest, die ik heimelijk van m’n moeder kreeg toegediend (gepropt in banaan die plots veel bitterder smaakte). Of m’n onvoorspelbare behoefte om in den vreemde, als de omgeving te veel groen zag, terug te verlangen naar de wc. Dan had ik ook nog enkele jaren te maken met hoofdpijn in een bepaalde onvoorspelbaarheid.
Slechts dan was er een reden om me thuis te laten, want Ma had in zo’n geval ontheffing. In de andere gevallen hadden we dus altijd reispilletjes bij ons & wc-papier.
M’n broers hadden nagenoeg geen problemen zoals ik. Misschien was ik wel een aandachtsvrager, verzuchtten m’n tantes m’n moeders oor in, & was niets waar van m’n angsten.

Ik was niet voorbestemd voor natuur.
Terwijl ik afgelopen woensdag niet mijn vinger opstak toen als introductie op de lezing van de expert, de vraag gesteld werd wie er bang voor spinnen was.
Nee, dat was ik niet meer. Ik pak ze weliswaar niet op, maar ze mogen best over me heen lopen als ’t hun zo uitkomt.

Vlak na ontwaken, Vroege Vogels volg ik met m’n rechteroog sluiks via de laptop schuin voor me, met m’n linkeroor dankzij ’t boxje 2 meter naast me op luid, zet ik ’t computerscherm aan om uren achter elkaar wetenswaardigheden over insecten te verzamelen. Ik ben 100-en tijdschriften aan ’t doornemen om artikelen te verzamelen die naar m’n gading zijn, die te maken hebben met m’n specialisme binnen de ongewerveldenwereld.
Ik besteed op een dag meer tijd aan natuur dan m’n vader in al z’n hoedanigheden van toen binnen een week.

Zelfs tijdens een week insecten inventariseren met een groep enthousiastelingen die een urban jungle onder wetenschappelijke begeleiding willen ontdekken, wordt me de vraag gesteld waar m’n belangstelling voor insecten is ontstaan. Ik had hen ‘tzelfde kunnen vragen, ook al weet ik inmiddels behoorlijk wat meer dan hen. Ik strooide zelfs zo af & toe met wetenschappelijke namen van de beesten. Waarbij ik mezelf indien mogelijk snel corrigeerde door op de telefoon een begeleidend plaatje erbij te zoeken.

Ik ben zo oud als m’n vader die op wandeltocht ging naar Santiago de Compostella. Ik ben jaloers op de beestjes die hij onderweg nog heeft kunnen zien (inmiddels in aantal verminderd), maar waar hij nooit echt oog voor had. Slechts vogels & plantjes.
Pas in ’t verzorgingstehuis waar hij terecht kwam ivm Parkinson, zag hij dankzij de medicatie de beestjes uit de muur komen kruipen.
‘Ach, kijk eens,’ wees hij, waarbij z’n wangen van verwondering weer even kleurden als z’n couperose-adertjes van 10 jaar ervoor.

Die beestjes komen nu continu tevoorschijn in Zijperspace, voorlopig geen pillen voor nodig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *