fase 5

M’n moeder legt me uit wat er zoal met m’n vader aan de hand is de laatste tijd. Dat-ie steeds vaker in de war is. Dat-ie niet weet wat er aan de hand is. Dat-ie tegen m’n neefje praat die op dat moment toch echt niet aanwezig is. Dat ’t echt tijd wordt dat-ie 2 dagen in de week ergens anders een bezigheid heeft, omdat m’n moeder ’t niet meer aan kan.

Ik moet Theo maar bellen, want die was vorige week ook mee naar de dokter. Door alle emoties kan m’n moeder zich niet alles herinneren van dat gesprek, of de strekking goed op een rijtje zetten. Zeker niet als 2 tranende mensen elkaar bijna niets zeggen.

Er zitten 10 brokken in m’n keel. Ik wist niet dat er zoveel brokken tegelijk in een keel konden zitten.
(Die winkel moet wel weer open straks, denk ik op de achtergrond nuchter)
Met moeite komt ’t er uit dat ik niks weet te zeggen. M’n moeder begrijpt als vanzelf dat ik ’t ook niet kán.

‘Pffff.’
Nogmaals: ‘Pfff.’
‘De winkel kan niet dichtblijven, Ton.’
‘Pffff. Ja, Moe, is goed. Sterkte, Moe. Ik zal Theo bellen.’

Maar ik weet dat ik dat niet kan.

Fase 5 in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *