groei

Ik ben in de tuin gaan zitten, vastbesloten een boek te lezen. ’t Was weer ‘ns tijd iets tot me te nemen ipv te ventileren.
Ik raak gefascineerd door ’t uitdijen van de tuin & verlies de aandacht voor ’t boek.
Steeds meer valt te herkennen van wat er enkele maanden geleden ook al was, maar toen in afstervende staat. In de tijd dat de naam van hoe alles heet nog in m’n hoofd zat. Dat gaat nu vast weer een tijd studeren vergen om ’t daar terug te krijgen.
Hoewel sommige namen zich geplant lijken te hebben in makkelijk bereikbare hersencellen. Knopig Helmkruid, Vlinderstruik, Groene Munt, Springbalsemien, Longkruid zullen om 1 of andere reden niet licht uit m’n geheugen door bijv slijtage verwijderd worden. Die zie ik groeien, ontspruiten, of nog dood staan van ’t laatste seizoen: ik kan ze herkennen. Bij de rest sta ik met groeiende verbazing me af te vragen wat er nu weer tevoorschijn komt & waarom daar.

& Dat is dus ’t fascinerende van een tuin, je eigen tuin vlak achter je huis gelegen, zodat je er met je neus bovenop zit. ’t Zien groeien, langzaam zien groeien van wat onbekend is & wat kan komen, maar ondertussen de beweging van de groei niet waar kunnen nemen. O zo langzaam gaat de groei, dat je er uren naar kan staren, omdat de traagheid bepaalde aspekten van de groei verstopt & ’t juist dat staren vergt die onder ’t oog te krijgen.

& Dat moet genoteerd worden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.