Hierzijn

’t Hierzijn.
’t Terug.
’t Klampen van de woorden. ’t Verlangen naar een zogenaamd lang bestaan.

Dat de wil er weer is. De Wil.
Waar te veel hoofdletters inmiddels zijn gevallen. Te veel overdrijving er overheen zijn gegaan. Je jezelf tot kalmte wilt manen. Maar als je dat doet verschijnen er misschien wel nooit meer letters, laat staan woorden.
De laatststaanwoorden.
Er nooit meer mogelijk zijn.

’t Hier zijn dus.
Waar de brabbel ontstaat. De zwijgzaamheid voorbij. De kletspraat verder gaat.

Niet over u. Ik zou dat niet willen.
Geen remming, geen bleu, noch iets om me over u te schamen.

De schaamte mezelf.
Waar ik vandaan ben gekomen. Wat me tot hier gedreven heeft. De gestunteldheid, de verklaringen van waarom ik elke avond op deze plek zit.
Toetsenbord. Beeldscherm. Flitsend flikkerende zwarte letters die me dat dan weer uitleggen. Ze worden gedreven door vingerpunttopjes, of misschien wel andersom.

De rechter doet niet zo z’n best, maar is best belangrijk bij de knop van ‘Enter’. Er is een spiegelbeeld, waar linker, hoewel zogenaamd niet dominant, zich er gemakkelijk van afmaakt.
Ik ben blij dat ik in staat ben dat te omschrijven. ’t Is een kleine test van mogelijkheid tot schrijven met een ‘pen’.
Dat de woorden niet verloren mogen gaan. ’t Heden moet blijven bestaan. Dat ’t blijft rijmen op wat komen kan gaan, voorbij is gegaan.

Zo sluimer ik. Wil allang naar bed.
Ben best blij dat ik dit heb gered. Na zwijgen. Me al te lang niet kunnen opkalefateren.
De weg niet weten vinden dergelijke woorden te kunnen gebruiken. De sprinkel, soms sprankel, van verloren woorden, verloren gevoelens te kukeluren. De haan die de morgenstond kraait, zonder wetenschap dat hij ’t is.

De onnozelheid kortom voor wat ’t is een toetsenbord te hebben, weten tegelijkertijd dat er weer een volgende morgenstond zich aandoet.

Of wellicht niet dit keer in Zijperspace, want dat is wat niet weet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *