Hippie

Wie kent Jan Bos nog?
Z’n zus misschien. Maar de vraag doemt dan op of ook zij nog wel leeft. De laatste keer zat ze alweer een tijdje in een rolstoel. Ik vraag me nog steeds af waarom, terwijl ’t me waarschijnlijk allang verteld is.

Jan Bos was de laatste generatie hippies. Samen met Hans, die ik later in een trein zag conducteuren. Dat moet niet eens zo lang geleden zijn geweest dat hij me kwam controleren. Vóór de ov-chip, maar niet lang daarvoor.
’t Was altijd wennen om mee te maken dat ze altijd ruzie konden hebben. Waren ze daar nou hippies voor?

‘Hippie is dood.’
Iets dergelijks zeiden wij tegen hen. Terwijl we samen opgesloten zaten in de enige plek waar je terecht kon overdag. De skins kwamen, de punks (hoewel die op dat moment tijdelijk niet meer bestonden, maar binnenkort een revival zouden beleven), de club in ’t constant zwart & de blowers.
Hoewel tot die laatste club eigenlijk iedereen behoorde die binnenkwam.

Hippies behoorden vanzelfsprékend tot de blowers.
Want: ‘Peace, man!’ zei Jan.
Je hoefde alleen maar binnen te komen om hem dat te laten zeggen.
Ik weet niet of ‘hoi’ toen al gemeengoed was, vermoed eigenlijk van niet, de brabanders waren nog niet in Den Helder aangekomen, dus zal ik wel iets als ‘Heb je een flesje bier voor mij?’ gezegd hebben.
Dan was ik beleefd, vergeleken met de skins.
Maar iedereen kreeg ‘Peace, man!’ voor z’n donder.
Hij zal ’t wel niet zo kwaad bedoeld hebben.

Er was nog een 3e hippie. ’t Typetje Koos van Kees van Kooten kreeg een soortgelijk iemand als begeleiding, gespeeld door Wim de Bie.
‘Tof man,’ zei hij altijd, al armslingerend.
Wim de Bie moet dat van hem hebben gekopieerd. Hoewel we hem nooit in Den Helder research hebben zien doen.
Die 3e aftandse hippie was tevens de helderse variant op de man die een gat in z’n hoofd boorde & daarmee wereldberoemd werd. Hij bleef echter bescheiden & bleef lokaal.
Van hem werd anekdotisch verteld dat hij op een avond z’n hele voorraad psylo’s achterover had geslagen. Dat deed ‘m 20 jaar later dansen op graven van de plaatselijke begraafplaats. & Vervolgens zat hij vast.
M’n broer zal wel weten te vertellen of-ie al dood is, gestorven achter de tralies als een kwaadwillende hippie. Ik bel ‘m van de week wel op. Vragen of deze grafschenner evengoed een staatsbegrafenis heeft gekregen.

Jan Bos, waar ik ’t eigenlijk over had, is naar India gegaan. Hij had er jaren van gedroomd & er iedereen, inclusief de skins, van op de hoogte gesteld.
’t Was verbazingwekkend hoe skins & hippies vertrouwelijke gesprekken in Den Helder met elkaar konden hebben.
‘Ja man, relaxed man. Ik heb gewoon geld opzij gezet om die trip te maken.’
& De skins verstonden die taal gewoon! Niet normaal!
Als ze ‘Hé man!’ zeiden klonk ’t wel anders, maar de beide bevolkingsgroepen ontmoetten elkaar daar in hun vocabulaire.
‘Stoned!’ Die uitroep hadden ze ook gemeen. & Voor de rest geen blubber meer uit je mond tevoorschijn kunnen halen.
De punkers voegden niet goed in dat gelijkend taalgebruik. Daarom voortijdig uitgestorven & vervangen door individuen die makkelijker overleefden.

‘Hé man! Cool man,’ kwam Jan Bos binnen in de coffeeshop, ‘ik heb een nieuw vest.’
Een houwtjetouwtjesvest van ’t dikste wol dat er te vinden was. 3 Jaar later liep hij nog steeds in dat 3e-handsvest. Waarbij je je afvroeg wanneer hij nogmaals zo enthousiast zou zijn over een verandering in z’n leven. Z’n geur was ‘tzelfde gebleven: musk, wierook, hasj, met een vleugje van rotte tanden er overheen zwemend.

Wij waren geen haar beter. Behalve dan dat we in een ander tijdperk waren groot gebracht. Plus jonger.
Doom! Dat waren wij; geen flower.
Oja, we droegen andere kleren ook. & We konden tenminste dansen, niet armen wijd zwieren & draaien op de dansvloer als die last of the hippies van Den Helder. Foreverdromendlanddansje, zo noemden we dat.
De skins zeiden daar niets over. Zij stonden aan de bar met hun flesje bier te wachten tot de band begon. In- & oppompen voor de pogo. Voorlopig de vloer latend voor de eenzame hip.

Uiteindelijk is Jan gestorven. Hij had een ziekte meegenomen uit India.
Bij terugkomst nog een tijd gewerkt om ’t Helders bos ‘De Donkere Duinen’ te helpen uit te breiden.
Tijdens ’t werk aldaar ging er iets mis. Flauwte of iets dergelijks. Vervolgens ziekenhuis & nooit meer levend verlaten.

Stiekem hadden we een hekel aan hem. Vooral om zijn: ‘Hé, cool man,’ of de manier waarop hij zijn peuk of joint in z’n hand hield, schuin boven z’n hoof uittorenend, tussen de verkeerde vingers geklemd. Had-ie ingestudeerd. O zo oorspronkelijk. & Overtuigend verdiept daarmee in ’t schaakspel met 1 van die jonge skinheads die Den Helder rijk was.

Zo jammer evengoed, om de laatste generatie hippie, terwijl ze in andere steden allang uitgestorven waren, zo jong te moeten zien gaan.
Hoewel, we hebben ‘m niet zien gaan. We hebben ‘m niet zien werken voor ’t bos, we hebben ‘m niet zien liggen in ’t bed.
We hoorden slechts dat hij er niet meer was.
Zo jammer, zo jong, waar Den Helder toch echt ‘the last resort’ voor de hippie was.

Hoewel ik op weg van Zijperspace naar Den Helder vast nog een vermomde conducteur kan tegenkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *