Jaap

Ik plaats een titel & schrijf verder. In de hoop dat de gedachte zich van een enkel woord in een plukje van mijn universum verandert. Dat daar opeens flonkeringen gaan gloren, als in sterren aan ’t Helders strand, waar we lang niet allemaal van afwisten, maar waar onder hun invloed wel een verhaal rondging. Een zoemen, van brabbel dat over dat kampvuur resoneerde, de meisjes gloorden in ’t oranjerood schijnsel dat zich ook weer reflecteerde. ’t Verhaal dus rondging dat dragend was, de moeite waard tot schreeuwen over de vlammen heen, tot fluisteren rondom de warmte van ’t vuur.

Waar niets verloren ging, want we maakten dit voor ’t 1st, hooguit voor de 3e, misschien 4e keer mee. De laatste klas voor examens, of juist na afloop van examens. Gelegitimeerd te drinken. De riemen van ouders enigszins los.
Of anders deden we ’t evengoed.

Daar waar opeens iedereen naakt verscheen. We onder de Lange Jaap om de zoveel seconden ons elkaars lichaam deden ontdekken. De hups van borsten, de floeps van piemels die in draf de golven moesten bereiken. Waar we door ijverig meedoen onze gêne probeerden te vergeten.
Wanneer had je eerder een blote vrouw ontmoet. Hoewel ’t meisjes waren, maar die ontboezeming deed je beseffen hoe groot ze al waren. & Wij mannen nog sufferdjes.

De trots tegelijkertijd ’t te mogen aanschouwen & dezelfde tegelijkertijd net zo hard met je eigen lichaamsdelen mee staan zwaaien tijdens die run naar zee, struikelend over ’t rulle zand, want zomers droog, de spetters zilverblauw zien kleuren vanaf de 1e aanraking met zee, een plankton van zee, waar onschuldigheid verdween, de zeeplankton ons opnam & vervulde van een alom gelach, spetter, onderdompeling, opdat we nooit meer dezelfde zouden zijn.

Slechts herinnering. Slechts herinnering dat overblijft aan ons.
Wat spaarzame woorden. Een knoop soms in hart.
Misschien een eeuwig punt als de laatste tiptoets aan ons. Je weet wel, de laatste van ons, want waar de communicatie, ’t gesprek niet meer is, daar ben je dan ’t eindpunt. Er wellicht wat woorden van over zijn die zich af & toe laten spreken van de verhalen van toen. Een toespraak tegen beter weten zich in zichzelf herhaalt.
Een vage vooraankondiging ook van een volgende zonsopgang. De mensen die je desondanks daarna ook weer gaat missen.
Een ontmoeting soms, waar onze lichamen allang vervreemd zijn, maar toch een ontmoeting. Je herkent tenslotte elkanders gezicht. Vanuit de klaslokalen.
Maar herinnert, onbewust, de trage stralen van ’t voorbijkomen van de vuurtoren. De Lange Jaap. Een ritme in je leven.

Waar zonsopgang inmiddels de zonsondergang is geworden in Zijperspace.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *