Ik waag te denken dat er altijd goden zijn geweest. Als dat denken al niet reeds een geloof zou zijn.
Maar ik, als in mezelf, geloof niet; niet in specifieke godendom. Waar ik tegelijkerijd wel weet dat een mens niet kan leven zonder verhalen te absorberen. Ze verder door te vertellen. Van ademhalen naar adem uit.
Spreek wordt spraak. Wordt soms preek, waar die rechterbocht dan weer tegen tegemoetkomend verkeer in ging.
’t Is ’t geloof van bepaalde verhalen ontvangen. Naar waarheid beleven. Een kruimel van mee-gang ervaren.
Hoewel ik me daar dan weer persoonlijk tegen verzet. Want ik wil geen god, geen Zeus, geen grootlettertype aanspreekvormen van verhevenheid die zeer wel mogelijk niet bestaan. Wellicht reeds overleden zijn, maar niemand meer aanwezig die dat bewijzen kan.
Evengoed zijn de verhalen mooi. God die ooit bestond, er tevens een veelvuldigheid ooit van was gecreëerd. Waar men behoefte had, uit weet ik wat achteraf verklarende (on)zinnigheid, maar aan duiding van hoe hun/zijn begrijpelijkheid. Een god, meerdere goden des te makkelijker toen.
Zonder die voor mijzelf ongeoorloofde goden zou ik geen verhalen hebben kunnen vertellen. Had ik wellicht niet bestaan. Dat hebben ze in ieder geval gecreëerd, die ik in mijn beperkte tijd eeuwig durende twijfel me afvraag of ik recht heb. Recht van bestaan.
Ben ik tegelijkertijd dankbaar voor. Zeus plus andere goden als mijn buurman. Hun zogenaamde begrip steeds op de achtergrond.
Daarbij hier elke avond, nacht, te typen. Mezelf bewust wordt van.
M’n vingers die leven, ’t contact van besturing nog steeds bestaat, de logica van letters op toetsenbord nog laat sturen in ’t somtijds lege hoofd; ik tegelijk terug moet komen bij waar ik begon: ik geloof in de goden, de griekse, de knie van m’n opa evenzo, daar waar ik begon; dat ik een tik van zijn wandelstok kreeg als ik in de weg zat van zijn aftikkende askegel van zijn sigaar, maar dat ik vooral door mocht lezen, zoeken naar ’t grote griekse godenbestaan.
Hij had natuurlijk niet kunnen bevroeden dat er een ander godendom op stapel stond, eigenlijk redelijk snel na zijn geboorte zich aankondigde tijdens die 1e films die hij kon zien in z’n jeugd, maar sterk uitvergroot toen hij al lang dood. & Ik inmiddels een andere encyclopedie had.
Daar wil ik eindigen, in dat aller uitvergrootste Zijperspace.