Kleed

Ik weet niet hoe de dag er uit ziet. De gordijnen zijn nog toe. Er kiert slechts zuinig licht tussendoor 2 van de 4 delen ervan. Alsof een voorproef. Of een lokmiddel van wat er gaande is.
Zo las ik daarnet een aankondiging van sneeuw. Waarbij ‘t kleed van wit me al vrolijk tegemoet trad in m’n hoofd. Hoewel ik niet eens registreerde voor welke tijd die voorspelling gold.

Maar ik was moe. Had behoefte aan languit. Nog wat langer languit, want m’n bed was nog maar net geleden.
Gister deed zich gelden, opnieuw. Van een lange tocht te voet. Van zoeken & tegelijk verscholen zijn in m’n hoofd.
Ik zei de mensen wel gedag, maar wenste ze voorbij: ‘t bos was mijn. ‘t Verborgen leven dat daar deel van was eveneens.

& Dan ben ik verbaasd, al liggend, mezelf peinzend wakker ontmoedigend, dat ‘t kleed, ‘t laken (beter wellicht, want die is in ‘t oorspronkelijk concept altijd wit)(maar dunner), me vrolijk, huiselijk stemt, terwijl de herinneringen juist over kou & sneeuw in de bek gaan. Op de oogleden ook, op de muts, de handschoenen, & tussen de spleten van de lippen dus.
Probeer maar eens een krant uit een fietstas te frummelen terwijl alles van ijskristallen vergeven is & de handverpakking te dik om iets te kunnen voelen van wat de inhoud doet. & Dan ben je nog niet over ‘t tuinpad gegleden om ‘t vervolgens schier onmogelijk droog in de bus te proppen.

Zo’n dag is ‘t vandaag. Waarin alles mogelijk is, maar ‘t voorlopig nog even opgebouwd wordt uit wat was & waarschijnlijk niet komen gaat. Met valse geconditioneerde herinneringen.
Ik ben de hond wiens tong druipt bij ‘t verleden van een vooruitzicht & zie dat lichaamsvocht tot glibberig ijzel omvormen. Verheug me bij voorbaat op m’n val.

De realiteit moet maar iets meer dan kieren doen in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *