’t Zijn mijn nagels die me aan ’t denken hebben gezet. Dat van wat links is wat is rechts.
Een film kijkend, lui, maar niet liggend, op mijn stoel. Actieve houding.
Waardoor ik mijn vingers, in 1e instantie onbekommerd, tegenover elkaar ging zetten. Links tegenover rechts. Eigenlijk opnieuw, maar vanuit onderzoekend uitgangspunt. Waardoor ik de film niet meer kon volgen die vanzelf verder ging tegenover mij, ’t beeldscherm, omdat zij, de vingers, niet als datzelfde vanzelf wilden voegen: wie mag boven, wie is dominant daarin. Linkerduim tegenover rechterduim, de volgende vingers eenzelfde concurrentiestrijd & hoe voelde ik me daarbij? Als stuk voor stuk.
Waar is mijn lichaam, mijn kennis & besturingssysteem ervan, plus daarbij: waar ben ik? Wat is vanzelfsprekend & waar kan ik experimenteren met waar ik de onderdelen naar toe laat gaan?
Tegelijkertijd: waarom ga ik daar over nadenken? Misschien een vraagteken te veel, maar mijn gedachten daarover tezelfdertijd, tezelfdertijd, tezelfdertijd (met een kleine, maar behoorlijke vertraging evengoed), als in dat niet alles op ’tzelfde moment bedacht wordt, we zijn geen goden immers, al wil je dat in een diep punt van je gedachten wel zijn, je dat vooral afvragen evengoed, evengoed, als een nieuw kunstje opnieuw, om een vertraging van belevenissen in ’t hoofd te veroorzaken.
Een kernpunt bereiken. De roos, waar de kernbom explodeert & de oplossing ontsnapt, maar ook verluchtigt, zodat ’t misschien wel opnieuw wellicht samen te voegen valt. Uit snippers. Kleine samenvoegende verspleiterend geminimaliseerde zandkorrels aan een nieuwe kust, een nieuwe alp met ververste sneeuw net zo.
Mijn fantasie zegt nog niet: tot nieuw leven samenvoegt; maar de bedenksels, de geboekte samenvoegingen in gestaafde letters, dat wat was, straks weer een is is. Omdat ’t in de lucht is blijven hangen, in aaps, in beers, in knoppergals, in vlinderstruiks, in schildluis & alles wat z’n naam weer, waarschijnlijk z’n nieuwe naam weer moet gaan verdienen. Bij ontmoeting met wellicht nieuwe spraak.
Maar onverstaanbaar voorlopig, een nieuwe weg ingeslagen geworden moet worden, tot een nieuw verleden, een gehervormde vorm van elkaar becommuniceren.
God, dat gaat lang duren in Zijperspace.