Langniet

Ik ben er nog lang niet.
Denk ik als ik met een onverwachte vrouw bel die moet weten hoe ’t met me gaat.
Dat ik haar oeverloos eerlijk vertel hoe de dingen op me inwerken, me voorbereid op een online gesprek morgen ihkv een mogelijke deze tijd onmogelijke baan, & wat ik al eerder allemaal verteld heb aan de controlerend arts van dezelfde organisatie.

Controlerend arts, zo noemden we dat vroeger.
Als ik ’t zo noem word ik er misschien zieker van dan van ’t plotse controlerend belletje dat ik verplicht plotseling voerde.
Ik was me van begin af aan ervan bewust dat dit verplicht was. Ze introduceerde haarzelf als vervanger. Ik zei de vervanger dat ik haar voorganger niet kende. Zij zei dat dat klopte. Maar dat zij ’t oppikte waar de ander gebleven was. Want haar voorganger, waar zij voor inviel, onderhield ’t contact met de werkgever.

Huh.

Die wriemelende vraagteken weerhield me niet eerlijk te zijn.
M’n leven is nl eerlijk zijn. Dan heb je daarna niets meer te verliezen. Want alles is al gegeven.

Toch strafte ze me evengoed streng door te kennen te geven dat ze niet snapte dat ik niet met geld om kon gaan & dat onderwerp niet naar m’n begeleiding kenbaar te maken in de te volbrengen opdracht die door hun gegeven was.

Pff. Zo ingewikkeld als die zin: men mag ’t corrigeren.
Zo ingewikkeld waren de daaropvolgende telefoonproduksels.
Een zware vrouwenstem die mij aan 80-er jaren uitkeringsaanvragen deed denken.

Niks mag fout gaan. Alles moet eerlijk.
Want daar is geen leugen.

Maar uiteindelijk ben ik er nog lang niet, blijkt.
Ondanks dat ’t me gelukt is haar lage vrouwenstem weg te drukken gedurende de middag. & Ondanks ’t goedendag & succes met je gesprek, succes met wat verder komt.
& Alles wat ze me had kunnen toewensen plus etc…

Ik ben terug bij m’n huisarts. 18 Maart 2019.
Ik heb voor ’t 1st in m’n leven dat ik met trillende stem vertel.
Vertrouwen doe ik die man. M’n stem echter niet. Die is aan ’t ventileren hoe de beroering zich laat gelden als die geen andere ventilatie heeft.

Ik ben terug bij m’n huisarts, dankzij die vrouw. Met zijn vertrouwen begon ik te beseffen dat ik er niet was. 2 Weken waren niet genoeg.

Ik wil terug naar m’n huisarts. M’n stem laten trillen, ’t totaal overleveren, niet weten wat komt, maar toevertrouwen dat wat komt goed komt. Al trilt ’t de vloer, ’t bureau, ’t gesprek tot stilzwijgen kapot trilt.

’t Is 18 maart vandaag. Men weet welk jaar.

Anno domino Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.