Lent (II)

Ik sta voor een open deur. De hor houdt een verre blik tegen. Slechts de stenen die in gras overgaan, een dun strookje plant er achter, zijn mijn horizon. & Ik denk dat ik denk niets te denken.
M’n waterige ogen proberen me te bekeren tot een ander oordeel over mezelf.

Wie ben ik & hoe ben ik hier gekomen, doemt op. 1 Vriend, of moet ik maat zeggen, is op de voorspelde tijd vertrokken. De ander klopte een paar uur eerder aan op m’n slaapkamerdeur & toen hebben we maar een ziekenauto laten komen.
Zo gaan die dingen. Daar moet je helder bij zijn. Een stoel klaar zetten voor de garagedeur. Vragen of hij wel water bij zich heeft. Maar ’t kan best zijn dat ik dat vergeten ben. Op z’n gemak stellen; dat kon ik evengoed wel.

Weet je, denk ik tegen de open deur aan (ik denk ondertussen dat de leegte opgevuld wordt): een mens kan dan opeens blanco zijn. Er is plots geen voor & geen achter. Alles wat er normaliter toe doet is even in ’t huis hiernaast gaan slapen. Net geen verstoppertje, gewoon een standby-knop die ingeschakeld staat op ‘wachten op betere tijden’. Of wat voor tijden, getijden, dan ook.
De deur knikt met de wind mee. Niet van nee, want dan zou hij slechts 1 antwoord, 1 medeleven tot zijn beschikking hebben.

Ik heb Tineke op een gegeven moment gebeld. Toen hij was afgevoerd. Zij was de ziekenwagen voor mij 2 jaar gelee. Van Lent naar Radboud. Om daar aangekomen te horen te krijgen dat we dat nooit meer moesten doen.
Dat daalt nu in. Die waarschuwing, dat goed bedoelde verwijt. Dat ’t ooit gaat stoppen. Ons misschien wel stom gedrag, ons gelukkig gedrag. Van wat de wereld ons kan maken, of god, mocht-ie onverhoopt toch bestaan, & macht hebben over ons.

Dat denk ik allemaal tegen de deur. De deur met beperkte horizon, maar wel groen gras in ’t vooruitzicht. Een plantje nog net in bloem.

Hij stuurt bericht dat de terugweg dit keer een taxi is.
Ik zal ‘m straks vragen of de fiets er nog in zit waar we mee weg kunnen vluchten uit Lent, ’t plaatsje dat nu 2 mensen ongerust heeft gemaakt.
& Pas bij Tineke zal ik m’n waas van voor de deur durven tonen, vrees ik.

Toch hopen we volgend jaar Lent te kunnen herhalen in Zijperspace, want we willen voelen dat we leven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.